Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:5306

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21-05-2015
Datum publicatie
18-08-2015
Zaaknummer
282390
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan de appendix van het multimediagebouw van eiseres normaal worden gebruikt als een chauffeur een aantal keer moet draaien voor hij recht voor de ingang van de appendix staat.

Aan dit oordeel ligt mede ten grondslag dat eisers bij het aangaan van de koopovereenkomst met de gemeente al wist dat de ruimte tussen de appendix een het naastgelegen perceel beperkt was en dat naastgelegen perceel bovendien aan een derde zou verkocht zou worden en bebouwd. De vorderingen van eiseres wordt om die reden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/282390 / KG ZA 15-202 / 17 / 1042

Vonnis in kort geding van 21 mei 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TAXON GROEP B.V.,

gevestigd te Ede,

eiseres,

advocaat mr. A.H. van der Wal te Leeuwarden,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE EDE,

zetelend te Ede,

gedaagde,

advocaat mr. M.R.J. Baneke te Arnhem.

Partijen zullen hierna Taxon Groep en De Gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de brief van 7 mei 2015 van de zijde van Taxon Groep met producties

  • -

    de brief van 8 mei 2015 van de zijde van De Gemeente met producties

  • -

    de mondelinge behandeling ter plaatse te Ede

  • -

    de tijdens de mondelinge behandeling door De Gemeente overgelegde tekening die bovenaan vermeldt “Plein Valley Center | CINEMEC & HOTEL | Ede”

  • -

    de pleitnota van Taxon Groep

  • -

    de pleitnota van De Gemeente.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 9 juni 2008 hebben CineMec B.V. en CineMec Parkeervoorziening B.V. een koopovereenkomst gesloten met De Gemeente betreffende drie percelen te Ede. Overeengekomen is dat perceel I door koper zal worden gebruikt voor de bouw van een parkeergarage, perceel II voor een evenementengebouw en bijbehorende buitenruimte en perceel III voor een bioscoopzaal. De bebouwing die CineMec B.V. en CineMec Parkeervoorziening B.V. hebben gerealiseerd is genaamd “CineMec”.

2.2.

Op 9 april 2010 heeft CineMec B.V. van De Gemeente een perceel grond ter grootte van 888 m² gekocht, kadastraal bekend gemeente Bennekom, nummer [nummer] , ten behoeve van de uitbreiding van de door CineMec B.V. geëxploiteerde evenementenhal (hierna ook wel appendix genoemd) en de aanleg van een zogenaamd calamiteitenpad. De overeenkomst bevat, voor zover thans van belang, de volgende bepalingen die tevens zijn opgenomen in de akte van levering van 25 augustus 2010:

Artikel 4.2.Koper verklaart:

(a) het verkochte te gaan gebruiken voor de bouw van een uitbreiding (door partijen ook wel “appendix” genoemd) van de bestaande evenementenhal aan de [adres] te Ede, overeenkomstig de daarvoor op 20 augustus 2009 verleende bouwvergunning (nummer 2008B0666) alsmede voor de aanleg van een calamiteitenpad;

Overige bepalingen

Artikel 14

14.1.

Partijen hebben bij koopovereenkomst, vastgelegd in een akte van 9 juli 2008 t.o.v. notaris P.T.A. Benedek te Bennekom, afspraken gemaakt over de invulling van de omgeving van het bij die akte verkochte en over parkeervoorzieningen. Partijen verklaren dat hetgeen is geregeld in artikel 12 van die akte van overeenkomstige toepassing is op de onderhavige koopovereenkomst. Een kopie van artikel 12 van die akte wordt aan de koopovereenkomst gehecht. (Bijlage 4).

14.2.

Koper is ermee bekend dat verkoper voornemens is om het bestemmingsplan te herzien, wat zal meebrengen dat in ieder geval op het verkochte geen horeca zal zijn toegestaan – met uitzondering van een gebruik dat onlosmakelijk is verbonden aan het gebruik van de evenementenhal en zonder separate ingang – en mogelijk op het aangrenzende perceel wel horeca zal zijn toegestaan. Koper zal zich daar niet tegen verzetten en in verband daarmee geen vorderingen van welke aard ook jegens verkoper geldend maken.

14.3.

Koper zal voor haar kosten en in overleg met verkoper aan de zuidzijde van de bestaande evenementenhal een calamiteitenpad realiseren, met aansluiting op een reeds bestaand calamiteiten- pad aan de westzijde en de busbaan aan de oostzijde, dat gelijktijdig met de in artikel 4.2(a) bedoelde uitbreiding van de evenementenhal gereed zal zijn.

14.4.

Koper zal voor haar kosten een ontsluitingsweg en verharding aanleggen op een deel van het aangrenzende perceel, overeenkomstig een inrichtingsplan dat de goedkeuring van de gemeente behoeft. Koper zal daarvoor een ontwerp (laten) opstellen en met de gemeente nadere afspraken maken over de uitvoering en het tijdpad. Koper zal de voor haar rekening aangelegde ontsluitingsweg, verharding en aangebrachte andere zaken op eerste verzoek van de gemeente verwijderen, zodra de gemeente het openbare of gemeenschappelijke deel van het in artikel 14.1 en 14.2. bedoelde plangebied definitief inricht of laat inrichten, mits de gemeente ervoor zorgt dat het verkochte zodanig ontsloten blijft, dat de in artikel 4.2(a) genoemde bebouwing normaal kan worden gebruikt.

2.3.

Taxon Groep heeft voorts het gebruiksrecht verkregen van twee percelen grond die eigendom zijn van De Gemeente. De percelen werden door Taxon Groep gebruikt ten behoeve van parkeren. Wat betreft één van die percelen zijn Taxon Groep en De Gemeente bij schrijven van 28 juni 2013, geaccordeerd door Taxon Groep op 5 november 2013, overeengekomen dat dit perceel (hierna: het perceel) vóór 1 april 2014 ontruimd zou zijn.

2.4.

Op 30 september 2014 hebben Taxon Groep en De Gemeente een vaststellingsovereenkomst gesloten ten aanzien van het perceel. Daarin is vastgelegd dat Taxon Groep, in afwijking van de onder 2.3. genoemde afspraak, het gebruik van het perceel mocht voortzetten tot uiterlijk 15 november 2014. De Gemeente heeft voorbehouden dat het gebruik eerder zou kunnen eindigen. In dit kader is overeengekomen dat De Gemeente het gebruik van het perceel door Taxon Groep toestaat tot een maand nadat De Gemeente schriftelijk heeft verklaard dat zij het perceel zelf in gebruik wenst te nemen. Wanneer Taxon Groep vervolgens niet tijdig tot ontruiming van het perceel overgaat, is De Gemeente zelf gerechtigd het perceel te ontruimen.

2.5.

De Gemeente heeft het perceel verkocht aan Green Development B.V. ten behoeve van de bouw van een hotel. Het perceel is geleverd op 19 januari 2015 en er is een omgevingsvergunning afgegeven voor de bouw van een hotel op dat perceel.

2.6.

Taxon Groep is niet tijdig tot ontruiming van het perceel overgegaan. In december 2014 heeft De Gemeente het betreffende perceel ontruimd en afgezet. De afzetting is na hernieuwde uitmeting enkele meters verplaatst en zal nogmaals worden verplaatst waardoor het perceel ongeveer twee meter kleiner zal worden.

2.7.

CineMec B.V. en CineMec Parkeervoorziening B.V. zijn per 1 januari 2015 gefuseerd en opgegaan in de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Taxon Groep B.V.

2.8.

Op 23 oktober 2013 en in de periode december 2013 tot maart 2015 hebben Taxon Groep en De Gemeente overleg gehad over de definitieve inrichting van de omgeving. De burgemeester van De Gemeente heeft tijdens het overleg op 23 oktober 2013 op een tekening de aanvoer- en afvoerroute tussen het hotel en de appendix aangegeven. Die tekening is niet (meer) voorhanden. Daarnaast is er een tekening van 5 september 2013 waarop een aantal draaicirkels van vrachtwagens is aangebracht. De Gemeente heeft in februari 2015 een voorlopig ontwerp gepresenteerd van het plein dat is gelegen tussen het toekomstige hotel en de appendix/CineMec.

3 Het geschil

3.1.

Taxon Groep vordert – samengevat – dat De Gemeente wordt veroordeeld om over te gaan tot het (doen) ontruimen en ter beschikking stellen aan Taxon Groep van dat deel van het perceel dat daarvoor volgens de tekening van 5 september 2013 nodig is en op zodanige wijze dat de aan- en afvoer door middel van vrachtwagens op normale wijze kan plaatsvinden alsmede op zodanige wijze dat ontruiming van het pand van Taxon Groep bij calamiteiten gewaarborgd is, zulks binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, op verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat De Gemeente in gebreke blijft, met een maximum van € 1.000.000,00. Ook vordert Taxon Groep dat De Gemeente in de kosten van de procedure veroordeeld wordt.

3.2.

Taxon Groep legt aan haar vordering ten grondslag dat uit een projectietekening van de architect van het hotel (productie 8 bij de dagvaarding) volgt dat bij de appendix onvoldoende ruimte aanwezig is voor een normale exploitatie van de appendix. De Gemeente handelt daarmee in strijd met de afspraken die partijen op 23 oktober 2013 hebben gemaakt, althans met de tekening van 5 september 2013. Subsidiair stelt Taxon Groep dat De Gemeente in strijd handelt met de in artikel 14.4. van de overeenkomst van 9 april 2010 neergelegde verplichting inhoudende dat zij er voor dient te zorgen dat het verkochte zodanig ontsloten blijft dat de appendix normaal kan worden gebruikt.

3.3.

De Gemeente voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De Gemeente heeft aangevoerd dat Taxon Groep geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering omdat normale exploitatie van de appendix wel mogelijk is. De voorzieningenrechter gaat aan dat verweer voorbij, omdat de kern van het geschil tussen partijen juist de vraag betreft of normale exploitatie van de appendix mogelijk is wanneer het hotel tegenover de appendix wordt gebouwd op de wijze waarop De Gemeente voornemens is dat te doen. Het spoedeisend belang volgt uit de stellingen die Taxon Groep in dit verband heeft ingenomen.

4.2.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de koopovereenkomst van 9 april 2010 waarbij Taxon Groep de appendix heeft gekocht verwijst naar artikel 14 van de koopakte van 9 juni 2008 betreffende de koop van de percelen I, II en III. Zoals uit het hiervoor onder 2.2. vermelde blijkt, verplicht artikel 14.4. De Gemeente om het perceel zodanig ontsloten te houden dat de in artikel 4.2(a) genoemde bebouwing, derhalve de appendix, normaal kan worden gebruikt. De vraag die dient te worden beantwoord is derhalve wat, gelet op de omstandigheden van het geval, moet worden verstaan onder normaal gebruik van de appendix. Ter zitting is ook gebleken dat dit het criterium is waaraan de voorzieningenrechter uitsluitend dient te toetsen.

4.3.

Taxon Groep stelt in dat verband dat het gebied rondom CineMec geen binnenstedelijk gebied is, maar een nog in te richten gebied aan de rand van een stad, zoals ook volgt uit de akte van levering van 19 januari 2015 waarbij De Gemeente het perceel gelegen tegenover de appendix heeft geleverd aan Green Development. Uit de e-mail van 9 maart 2015van C. de Weijer, architect van Taxon Groep, blijkt dat het hotel dichter bij CineMec zal worden gebouwd dan eerder is besproken en dan volgt uit de tekening van 5 september 2013. De ruimte voor vluchtende personen is daardoor beperkt in geval van calamiteiten. Bovendien ontstaat een onveilige situatie doordat vrachtwagens volgens de hierna te noemen tekeningen van De Gemeente onder meer overdag en ‘s avonds achteruit moeten rijden voor de hoofdentree van CineMec langs. Er is daardoor sprake van een grote kans op beschadiging van de gevel van CineMec en er ontstaat gevaar voor personen.

4.4.

De Gemeente heeft aangevoerd dat sprake is van een binnenstedelijk gebied en dat een verkeersdeskundig adviesbureau diverse aanrijroutes heeft berekend voor verschillende soorten vrachtwagens. Ter zitting heeft zij daarvan een vijftal tekeningen overgelegd. Daarbij is voldoende rekening gehouden met de belangen van Taxon Groep. De vrachtwagens, al dan niet met aanhanger of oplegger, kunnen de appendix zowel vooruit als achteruit rijdend bereiken zonder dat sprake is van een onveilige situatie.

4.5.

Ter plaatse van het geschil is gebleken dat dat de enige uitweg van de appendix de (openbare) ruimte betreft tussen de appendix en het perceel. Die ruimte is beperkt en zal feitelijk met ongeveer twee meter worden vergroot, gelet op de hernieuwde meting van de perceelgrenzen die De Gemeente vlak voor de mondelinge behandeling heeft uitgevoerd. Met inachtneming van het voorgaande heeft een vrachtwagenchauffeur ter plaatse getest op welke manieren men met een vrachtwagen met oplegger met een lengte van 16,60 meter de appendix kan bereiken als inpandig moet worden gelost en de achterzijde van de vrachtwagen de appendix als eerste moet inrijden. Gebleken is dat de vrachtwagenchauffeur van de betreffende vrachtwagen de appendix op die manier kan bereiken wanneer met de vrachtwagen 4 tot 5 keer wordt gestoken (en minder als de genoemde twee extra meters beschikbaar komen). De stelling van De Gemeente dat ook een vrachtwagen met aanhanger de appendix op die manier kan bereiken is met een rapport van een verkeersdeskundig bureau onderbouwd. Taxon Groep heeft daar onvoldoende tegenover gesteld, zodat de voorzieningenrechter er voorshands vanuit gaat dat de appendix ook door een vrachtwagen met aanhanger kan worden bereikt.

4.6.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat is gebleken dat de appendix via de beperkt beschikbare (openbare) ruimte kan worden bereikt op een wijze die Taxon Groep redelijkerwijs voor ogen moet staan. Uit de test die de vrachtwagenchauffeur heeft uitgevoerd volgt immers dat een vrachtwagen met oplegger de appendix zodanig kan benaderen dat de laadklap als eerste de appendix bereikt, nadat met die vrachtwagen een beperkt aantal keer gestoken wordt.

Taxon Groep wist bij het aangaan van de koopovereenkomst van 9 juni 2008 met De Gemeente dat de appendix slechts via de beperkte openbare ruimte tussen de appendix en het naastgelegen perceel bereikt kon worden. Eveneens was toen de bedoeling van De Gemeente al duidelijk om het naast de appendix gelegen perceel aan een derde partij te verkopen en dat het betreffende perceel mogelijk bebouwd zou worden.

Onder die omstandigheden is naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter als normaal gebruik van de appendix aan te merken de situatie waarin een chauffeur van een vrachtwagen met oplegger of aanhangwagen een aantal keer moet draaien voor de – via de beperkte ruimte bereikbare – appendix op de gewenste manier wordt bereikt. Gelet op dit oordeel kan de beantwoording van de vraag of al dan niet sprake is van binnenstedelijk gebied en of een andere namens De Gemeente berekende aanrijroute, die ervan uitgaat dat het door Taxon Groep in de openbare ruimte geplaatste meubilair wordt verwijderd, in het midden blijven.

4.7.

Voor zover Taxon Groep stelt dat De Gemeente in de akte van levering van het perceel grond dat is gelegen tegenover de appendix aan Green Development heeft voorbehouden dat zij de openbare ruimte tussen dat perceel en de appendix alsook de ruimte direct rond dat perceel van Green Development zo kan inrichten dat voldaan wordt aan de afspraken die met CineMec zijn gemaakt, geldt dat de thans beschikbare openbare ruimte voldoende is om de appendix te bereiken op de door Taxon Groep gewenste wijze. De Gemeente is derhalve voorshands geoordeeld niet gehouden die ruimte een andere inrichting te geven. Daar komt bij dat is gesteld noch gebleken dat De Gemeente en Green Development zijn overeengekomen dat (een deel van) het perceel dat aan Green Development is verkocht en geleverd beschikbaar mag komen ten behoeve van de bereikbaarheid van de appendix van Taxon Groep. Aan deze stelling van Taxon Groep gaat de voorzieningenrechter daarom voorbij.

4.8.

Taxon Groep zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van De Gemeente worden begroot op:

- griffierecht € 613,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.429,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Taxon Groep in de proceskosten, aan de zijde van De Gemeente tot op heden begroot op € 1.429,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2015.

Coll: LV