Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:5303

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-06-2015
Datum publicatie
17-08-2015
Zaaknummer
3958365 \ CV EXPL 15-1900
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt Connexxion Tours om aan eiser de gevorderde reisvergoeding te betalen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 248
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 611
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1527
AR 2016/415
JIN 2016/3 met annotatie van K.H. Bressers
JAR 2015/194
AR-Updates.nl 2015-0775
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Apeldoorn

Zaakgegevens 3958365 \ CV EXPL 15-1900

Grosse aan: mr. C.M.J. Ruijters

Afschrift aan: Connexxion Tours

Verzonden d.d.

vonnis van de kantonrechter d.d. 24 juni 2015

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [plaats] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. C.M.J. Ruijters,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Connexxion Tours B.V.,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde partij,

vertegenwoordigd door B. Dekkers.

Partijen worden hierna [eiser] en Connexxion Tours genoemd.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 22 april 2015 en de daarin genoemde processtukken

- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 28 mei 2015

waaraan gehecht de machtiging van de volledig gevolmachtigd directeur van Connexxion Tours, [directeur] , aan mr. B. Dekkers om haar tijdens deze gerechtelijke procedure te vertegenwoordigen.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1

[eiser] is van 1 maart 1997 tot 1 februari 2015 in dienst geweest bij
Connexxion Tours als chauffeur, tegen een salaris dat in oktober 2013 € 2.572,56 per maand exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten bedroeg. Op de arbeidsovereenkomst is de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het Besloten Busvervoer van toepassing, verder te noemen de cao.

2.2

In artikel 21 A aanhef en onder 3 van de cao is het volgende bepaald:

Arbeidstijdberekening rijdende werknemers

A. Toerwagenritten/ ongeregeld vervoer/ pendelvervoer. De arbeidstijd van rijdende werknemers bedraagt 5/6 van de diensttijd. Hierop bestaan de volgende uitzonderingen:

(…)

3. Bij pendelvervoer, meerdaagse reizen en internationale lijndiensten wordt onder diensttijd eveneens verstaan de tijd gemoeid met het vervoer van de plek waar de rit aanvangt respectievelijk eindigt. Dit in lijn met de uitspraak zoals verwoord in het skills arrest. (…)”

2.3

[eiser] is van augustus 2011 tot 1 februari 2014 gedetacheerd geweest bij Connexxion Openbaar Vervoer N.V. (verder te noemen Connexxion OV) te Arnhem.

2.4

Over de periode augustus 2011 tot februari 2012 heeft [eiser] een reistijdvergoeding ontvangen op basis van 0,67 minuten enkele reis [plaats] -Arnhem.

2.5

[eiser] is per 1 februari 2014 in dienst getreden bij Connexxion OV.

3 De vordering en het verweer

3.1

[eiser] vordert de uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Connexxion Tours tot betaling aan hem van een bedrag van € 9.296,88 bruto ter zake
van reistijdvergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf
1 februari 2014 alsmede een bedrag van € 839,80 (exclusief btw) aan buitengerechtelijke incassokosten. Voorts vordert [eiser] de veroordeling van Connexxion Tours in de proceskosten.

3.2

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij op grond van artikel 21 lid 3 van de cao alsmede op grond van het bepaalde in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 18 januari 2001, C-297/99 (verder te noemen het Skills-arrest) diensttijd eveneens wordt verstaan de tijd is gemoeid met het vervoer van en naar de plek waar de rit aanvangt respectievelijk eindigt. Connexxion Tours is over de periode
1 februari 2012 tot 1 februari 2014 in gebreke gebleven met de betaling van de desbetreffende reistijdvergoeding, zodat [eiser] een bedrag van in totaal € 9.296,88 bruto van Connexxion Tours te vorderen heeft gekregen. Nu Connexxion Tours de desbetreffende vergoeding niet tijdig heeft betaald, is zij daarover de wettelijke rente verschuldigd geworden. Voorts legt [eiser] aan zijn vordering ten grondslag dat hij deze uit handen heeft gegeven. Hij houdt Connexxion Tours aansprakelijk voor de hieraan verbonden kosten ad € 839,80 (exclusief btw).

3.3

Connexxion Tours voert hiertegen verweer waarop hierna, waar nodig, wordt ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

Connexxion Tours voert in de eerste plaats aan dat er geen sprake was van pendelvervoer, zodat artikel 21 lid 3 van de cao niet van toepassing is. [eiser] erkent dat er geen sprake is van pendelvervoer, maar geeft aan dat uit dit artikel wel blijkt dat de cao-partijen hebben bedoeld uitvoering te geven aan het Skills-arrest. Aldus beroept [eiser] zich op de toepasselijkheid van het Skills-arrest en niet op artikel 21 lid 3 van de cao.

4.2

Connexxion Tours voert voorts aan dat [eiser] over de periode dat hij thans een reistijdvergoeding vordert reeds een reiskostenvergoeding heeft ontvangen. Ook dit wordt door [eiser] erkent, maar dit doet volgens [eiser] niet af aan de verschuldigdheid van reistijdvergoeding. De kantonrechter is van oordeel dat het verkrijgen van een reiskostenvergoeding het eveneens recht hebben op een reistijdvergoeding niet uit sluit, zodat het reeds betaald hebben van een reiskostenvergoeding niet in de weg staat aan de onderhavige vordering.

4.3

Voorts voert Connexxion Tours aan dat pendelvervoer in artikel 21 lid 3 van de cao niet ziet op het vervoer tussen de standplaats van [eiser] en zijn opstapplaats, zoals in het kader van het Skills-arrest, maar op het soort uitgevoerd vervoer. Nu het Skills-arrest in de cao enkel in het kader van het pendelvervoer wordt genoemd, is het volgens Connexxion Tours ook niet de bedoeling van de cao-partijen geweest om dit arrest ook op andere soorten vervoer van toepassing te laten zijn.

4.4

Nog daargelaten de vraag of bij cao kan worden afgeweken van door het Hof van Justitie bepaald recht, is de kantonrechter van oordeel dat het enkele feit dat het Skills-arrest in de cao enkel in het kader van het pendelvervoer wordt genoemd niet uitsluit dat partijen de bedoeling hebben gehad dit arrest ook op andersoortig vervoer van toepassing te laten zijn. Aldus heeft Connexxion de toepasselijkheid van dit arrest onvoldoende gemotiveerd betwist.

4.5

Blijkens het Skills-arrest komt een bestuurder die zich naar een bepaalde plaats begeeft die door zijn werkgever is aangeduid en niet het exploitatiecentrum van de onderneming is, om er een voertuig over te nemen en te besturen, een verplichting tegenover zijn werkgever na. De bestuurder voert op dat moment een taak uit die voortvloeit uit de relatie met zijn werkgever. Tijdens dit traject beschikt de bestuurder dus niet vrij over zijn tijd en dient derhalve als werktijd te worden aangemerkt.

4.6

Tussen partijen staat vast dat de standplaats van [eiser] [plaats] was, terwijl voorts vast staat dat [eiser] in [plaats] zijn woonplaats heeft. In de periode dat [eiser] bij Connexxion OV gedetacheerd was, was hij werkzaam in Arnhem. [eiser] reisde in de periode waarover de onderhavige procedure betrekking heeft met eigen vervoer naar Arnhem om daar een voertuig van Connexxion OV te besturen. Nu [plaats] de standplaats van [eiser] was en gesteld noch gebleken is dat Arnhem aangemerkt dient te worden als het exploitatiecentrum van Connexxion Tours, dient naar het oordeel van de kantonrechter de reistijd van [plaats] naar Arnhem, gelet op het bepaalde in het Skills-arrest, als werktijd te worden aangemerkt. Derhalve komt aan [eiser] voor de in verband hiermee gemaakte uren een reistijdvergoeding toe. Daar komt nog bij dat Connexxion Tours, mede in het licht van het feit dat over de periode augustus 2011 tot februari 2012 wel een reistijdvergoeding is betaald en Connexxion Tours tijdens de zitting heeft verklaard dat [eiser] daarna over is gezet op het administratieve systeem van Connexxion OV waarin geen mogelijkheid is om een reistijdvergoeding te administreren zodat deze ook niet langer werd uitbetaald, de door [eiser] gestelde afspraak met [eiser] – oud manager van [eiser] bij Connexxion Tours – dat [eiser] recht had op een reistijdvergoeding onvoldoende gemotiveerd heeft betwist.

4.7

Gelet op het hiervoor overwogene is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] terecht reistijdvergoeding vordert. De hoogte van de gevorderde reistijdvergoeding is voorts niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist. De gevorderde reistijdvergoeding ad
€ 9.296,88 bruto wordt derhalve toegewezen. De niet betwiste en op grond van de wet verschuldigde rente wordt eveneens toegewezen.

4.8

[eiser] vordert voorts een bedrag van € 839,80 (exclusief btw) aan buitengerechtelijke incassokosten. Aangezien Connexxion Tours niet tijdig tot betaling is overgegaan, heeft [eiser] zijn vordering terecht uit handen gegeven. Uit de processtukken blijkt dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De door [eiser] gemaakte kosten om zijn vordering betaald te krijgen komen dan ook voor rekening van Connexxion Tours. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten is in overeenstemming met het in het Besluit bepaalde tarief dat geacht wordt redelijk te zijn en wordt daarom toegewezen.

4.9

De overige stellingen en verweren blijven buiten behandeling nu deze niet tot een ander oordeel kunnen leiden.

4.10

Connexxion Tours wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1

veroordeelt Connexxion Tours om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 9.296,88 bruto aan reistijdvergoeding en € 839,80 (exclusief btw) aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 9.296,88 bruto vanaf
1 februari 2014 tot aan de dag van volledige betaling;

5.2

veroordeelt Connexxion Tours in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [eiser] begroot op € 94,19 aan dagvaardingskosten, € 221,00 aan griffierecht en € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde;

5.3

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.4

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. C. Hoogland en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2015. (is)