Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:5294

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-08-2015
Datum publicatie
25-08-2015
Zaaknummer
05/820888-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens het veroorzaken van een verkeersongeval tot het verrichten van een werkstraf van 90 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 9 maanden.

(Artikel 6 Wegenverkeerswet 1994)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/820888-14

Datum uitspraak : 14 augustus 2015

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] ,

wonende te [adres]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 31 juli 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 07 november 2014 te Groesbeek in de gemeente Groesbeek, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Fiat), daarmede heeft gereden over de weg, de Derdebaan, in de richting van de kruising/splitsing van deze weg en de Wylerbaan en zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend

onder invloed van alcoholhoudende drank, althans na het gebruik van een niet onaanzienlijke hoeveelheid alcoholhoudende drank en/of

terwijl voor voormelde kruising/splitsing aan de rechter zijde van die Derdebaan een in zijn richting gekeerd bord B7 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Stop verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg" was geplaatst en/of

in strijd met voormeld bord, niet voor de aldaar op het wegdek van die Derdebaan aangebrachte stopstreep dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto, merk Fiat) tot stilstand heeft gebracht en/of

die kruisende weg, de Wylerbaan is opgereden en geen voorrang heeft verleend aan de bestuurder van een over die Wylerbaan rijdend, gezien zijn, verdachtes rijrichting, van links komend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig (personenauto, merk Opel) en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere over de Wylerbaan rijdend, hem, verdachte toen dicht genaderd zijnd andere motorrijtuig (personenauto, merk Opel),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,

terwijl verdachte verkeerde in de toestand, als bedoeld in artikel 8 tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 en/of

welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte geen voorrang heeft verleend;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 07 november 2014 te Groesbeek in de gemeente Groesbeek, verkeersdeelnemer, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Fiat), daarmede heeft gereden over de weg, de Derdebaan, in de richting van de kruising/splitsing van deze weg en de Wylerbaan en

terwijl voor voormelde kruising/splitsing aan de rechter zijde van die Derdebaan een in zijn richting gekeerd bord B7 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Stop verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg" was geplaatst en/of

in strijd met voormeld bord, niet voor de aldaar op het wegdek van die Derdebaan aangebrachte stopstreep dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto, merk Fiat) tot stilstand heeft gebracht en/of

die kruisende weg, de Wylerbaan is opgereden en geen voorrang heeft verleend aan de bestuurder van een over die Wylerbaan rijdend, gezien zijn, verdachtes rijrichting, van links komend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig (personenauto,merk Opel) en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere over de Wylerbaan rijdend, hem, verdachte toen dicht ganaderd zijnd andere motorrijtuig (personenauto, merk Opel),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

2.

hij op of omstreeks 07 november 2014 te Groesbeek als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 380 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Ten aanzien van feit 1:

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 7 november 2014 reed verdachte als bestuurder van een personenauto, merk Fiat, over de Derdebaan te Groesbeek, in de richting van de kruising/splitsing van de Derdebaan en de Wylerbaan. Aan de rechterzijde van de Derdebaan stond een in de richting van verdachte gekeerd bord B7 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: ‘Stop verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg’ geplaatst.2 Op de Wylerbaan reed een personenauto, te weten een Opel. Verdachte heeft de voor verdachte van links komende personenauto geen voorrang verleend. Verdachte is met de personenauto in aanrijding gekomen.3 De bijrijder van de personenauto, [slachtoffer] , heeft als gevolg van het ongeval onder andere haar linker bovenarm gebroken en een hematoom in het gelaat opgelopen.4 Verdachte is gaan rijden nadat hij alcoholhoudende drank had gedronken.5

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat hij is gestopt voordat hij de Wylerbaan op reed. Volgens verdachte reed de Opel zonder verlichting. Voorts betwijfelt verdachte of door de aanrijding wel echt letsel is ontstaan bij [slachtoffer] .

Beoordeling door de rechtbank

Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 is in zijn algemeenheid vereist dat het rijgedrag van verdachte roekeloos dan wel zeer of aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van ten minste een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid.

Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende is voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en voorts naar de overige omstandigheden van het geval. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij voor de kruising van de Derdebaan en de Wylerbaan is gestopt en dat hij en zijn vrouw hebben gekeken of er verkeer aankwam. Verdachte is goed bekend met deze kruising. Volgens verdachte is zijn zicht op de Wylerbaan naar links slecht omdat hij maar 150 meter van de weg kan overzien. Het is dan ook moeilijk om veilig de Wylerbaan op te rijden mede omdat er vaak te hard wordt gereden. Verdachte kwalificeert deze kruising dan ook als een gevaarlijke kruising. Verdachte heeft de Opel niet gezien en geen voorrang gegeven. Verdachte slikt medicijnen, te weten antidepressiva, en op de verpakking van de medicijnen zit soms een gele sticker. Verdachte weet dat het gebruik van de medicijnen van invloed kan zijn op zijn rijgedrag. Van zijn medicijngebruik wordt verdachte minder alert.6

De getuige [getuige] heeft verklaard dat hij als bestuurder van de Opel de verlichting van zijn auto aan had staan en dat hij ongeveer met een snelheid van 70 km/u reed terwijl 80 km/u is toegestaan. [getuige] reed op de Wylerbaan en na een lichte helling reed hij naar beneden. Hij zag dat er een auto uit een zijstraat van rechts kwam. [getuige] nam op dat moment gas terug. Op het moment dat [getuige] 10 á 15 meter van de auto vandaan was reed [getuige] ongeveer 40 km/u. [getuige] zag dat de auto geen knipperlicht aan had en zag dat de auto vlak voor [getuige] de Wylerbaan op reed. [getuige] begon direct hard te remmen en probeerde uit te wijken naar de linkerrijstrook. De auto blokte beide rijbanen en [getuige] kon de auto niet meer ontwijken. Hierdoor is hij met de voorzijde van zijn auto tegen de zijkant, linksvoor, van de auto gereden.7

In het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse staat beschreven dat op basis van schadevergelijking tot de conclusie wordt gekomen dat de botsnelheid van de Opel waarschijnlijk tussen de 35 en 50 km/h heeft gelegen.8 Tevens wordt in het proces-verbaal beschreven dat wanneer de bestuurder van de Fiat voor de voor hem bestemde stopstreep had stil gestaan, zijn zicht op het voor hem van links komende verkeer, niet zou zijn gehinderd door bomen of andere obstakels.9 Door de VOA-verbalisanten is ook de verlichting van de Opel onderzocht. Hieruit is naar voren gekomen dat beide koplichtunits van het voertuig warmtevervormingssporen vertoonden welke erop duidden dat deze waarschijnlijk licht uitstraalden ten tijde van het ongeval.10

Allereerst merkt de rechtbank op dat, op grond van het verhandelde ter terechtzitting en het dossier, zij onvoldoende is geïnformeerd over de omstandigheid of verdachte zijn voertuig voor de stopstreep tot stilstand heeft gebracht. Om die reden heeft de rechtbank niet de overtuiging bekomen dat verdachte dit niet heeft gedaan en zal zij verdachte van dat deel van de tenlastelegging vrijspreken.

Gelet op het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse en de daarin opgenomen foto’s, gaat de rechtbank er voorts van uit dat het zicht van verdachte naar links op de Wylerbaan niet was belemmerd en dat verdachte dan ook de mogelijkheid had om het voor hem naderende verkeer tijdig op te merken. Dit te meer nu verdachte zelf ook heeft verklaard dat zijn zicht naar links op de Wylerbaan een afstand van 150 meter betrof en hij is gestopt alvorens de Wylerbaan op te rijden.

Op grond van het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse en de verklaring van [getuige] gaat de rechtbank er vanuit dat de verlichting van de Opel was ingeschakeld op het moment dat de Opel op de Wylerbaan reed. De Opel moet dan ook om die reden voor verdachte zichtbaar zijn geweest.

Desondanks heeft verdachte de van links naderende Opel niet tijdig waargenomen, terwijl verdachte de Opel wel had moeten zien aankomen. Verdachte is tekortgeschoten in de op hem rustende zorgplicht om in het verkeer oplettend te zijn. Met name nu verdachte de mening was toegedaan dat er bij die kruising sprake was van een gevaarlijke situatie, had van hem extra alertheid mogen worden verwacht. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat hij niet alleen onder invloed van alcoholhoudende drank heeft gereden, maar ook medicatie gebruikte waarvan hij wist dat zijn alertheid hierdoor werd beïnvloed, ook in combinatie met alcohol.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte onvoldoende voorzichtigheid en oplettendheid betracht met een ernstig ongeval tot gevolg. Dit valt verdachte aan te rekenen. De rechtbank concludeert dat verdachte daarmee schuld heeft aan het ongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

De rechtbank kwalificeert het letsel, waarvan de rechtbank de overtuiging heeft dat dit is ontstaan door de aanrijding, als zodanig letsel dat daaruit een tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden van [slachtoffer] is ontstaan.

Ten aanzien van feit 2:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- een schriftelijk bescheid te weten, de uitslag van de ademanalysetest, p. 26;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 31 juli 2015.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 07 november 2014 te Groesbeek in de gemeente Groesbeek, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Fiat), daarmede heeft gereden over de weg, de Derdebaan, in de richting van de kruising/splitsing van deze weg en de Wylerbaan en zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend

onder invloed van alcoholhoudende drank, althans na het gebruik van een niet onaanzienlijke hoeveelheid alcoholhoudende drank en/of

terwijl voor voormelde kruising/splitsing aan de rechter zijde van die Derdebaan een in zijn richting gekeerd bord B7 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, inhoudende: "Stop verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg" was geplaatst, en/of

in strijd met voormeld bord, niet voor de aldaar op het wegdek van die Derdebaan aangebrachte stopstreep dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto, merk Fiat) tot stilstand heeft gebracht en/of

die kruisende weg, de Wylerbaan is opgereden en geen voorrang heeft verleend aan de bestuurder van een over die Wylerbaan rijdend, gezien zijn, verdachtes, rijrichting, van links komend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig (personenauto, merk Opel) en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere over de Wylerbaan rijdend, hem, verdachte toen dicht genaderd zijnd andere motorrijtuig (personenauto, merk Opel),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,

terwijl verdachte verkeerde in de toestand, als bedoeld in artikel 8 tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 en/of

welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte geen voorrang heeft verleend;

2.

hij op of omstreeks 07 november 2014 te Groesbeek als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 380 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8 tweede lid onderdeel a, van deze wet en terwijl het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat de schuldige geen voorrang heeft verleend.

Ten aanzien van feit 2:

Overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van een werkstraf voor de duur van 90 uren subsidiair 45 dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 9 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft opgemerkt dat hij de duur van de door de officier van justitie geëiste werkstraf te hoog vindt.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 23 juni 2015.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende. Verdachte heeft door zijn eigen nalatigheid en zijn onverschilligheid jegens andere verkeersdeelnemers een verkeersongeval veroorzaakt met een andere personenauto ten gevolge waarvan de bijrijder van deze personenauto letsel heeft opgelopen.

De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan met name omdat hij heeft gereden onder invloed van teveel alcoholhoudende drank in combinatie met gebruik van medicijnen, waarvan verdachte wist dat zijn alertheid hierdoor wordt beïnvloed. Verdachte was bekend ter plaatse en kende deze kruising. Ondanks dat verdachte deze kruising als gevaarlijk ervaart, heeft hij onvoldoende opgelet, de personenauto niet gezien en geen voorrang verleend. De rechtbank is van oordeel dat verdachte het verwijt kan worden gemaakt dat hij aldus ernstig tekort is geschoten in zijn zorgplicht jegens andere verkeersdeelnemers.

De rechtbank merkt nog op dat verdachte ook tijdens de behandeling ter zitting blijk heeft gegeven geen werkelijk schuldbesef te hebben jegens de inzittenden van de auto waarmee hij in aanrijding is gekomen.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf en daarnaast een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op zijn plaats is. De ernst van het feit in combinatie met de documentatie van verdachte op het gebied van rijden onder invloed vormt voor de rechtbank reden voor oplegging van een werkstraf alsmede een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.

In de leeftijd van verdachte en de omstandigheid dat hij per week een aanzienlijk aantal uren werkt, ziet de rechtbank geen reden om af te wijken van de werkstraf zoals gevorderd door de officier van justitie.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een werkstraf gedurende 90 (negentig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 45 (vijfenveertig) dagen;

 ontzegt verdachte ten aanzien van het onder feit 1 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 (negen) maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak (voorzitter), mr. M.C. Gerritsen en mr. J.H.D. van Onna, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 augustus 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Gelderland-Zuid, district Tweestromenland, team Wijchen, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0800 2014109592, gesloten op 23 januari 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 31 juli 2015, het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, d.d. 15 januari 2015, p. 5 van 23.

3 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 31 juli 2015 alsmede het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , d.d. 8 november 2015, p. 12, laatste alinea.

4 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] , d.d. 12 december 2014, p. 15 alsmede een schriftelijk bescheid te weten een geneeskundige verklaring, d.d. 20 november 2014, p. 22.

5 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 31 juli 2015.

6 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 31 juli 2015.

7 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , d.d. 8 november 2015, p. 12, laatste twee alinea’s.

8 Het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, d.d. 15 januari 2015, p. 20 van 23, onder het kopje 4.3 Snelheidsberekening Opel.

9 Het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, d.d. 15 januari 2015, p. 20 van 23, onder het kopje 4.4 Uitzicht.

10 Het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, d.d. 15 januari 2015, p. 15 van 23, onder het kopje 3.3 Voertuig 2, 3.3.1 Merk OPEL, Verlichting.