Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:5190

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12-06-2015
Datum publicatie
06-08-2015
Zaaknummer
C/05/282139/ KZ RK 15/152
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

De rechtbank wijst het verzoek tot wraking af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen

Wrakingskamer

Zaaknummer: C/05/282139/ KZ RK 15/152

Beschikking van 12 juni 2015

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [plaats] ,

verzoeker tot wraking,

verder te noemen: verzoeker,

tegen

mr. W.L.F. Prisse, in zijn hoedanigheid van rechter,

verder te noemen: de rechter.

1 De procedure

1.1

Verzoeker heeft in een andere procedure een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. Heessels. Dit wrakingsverzoek is behandeld door de wrakingskamer op 13 april 2015. Mr. Prisse was een van de behandelende rechters van die wrakingskamer. Tijdens de zitting van die wrakingskamer heeft verzoeker de rechter gewraakt. De rechter heeft niet in de wraking berust.

1.2

Op 1 juni 2015 is het wrakingsverzoek ter zitting van de wrakingskamer behandeld. Zowel verzoeker als de rechter heeft de rechtbank vooraf in kennis gesteld van hun afwezigheid ter zitting.

2 Het wrakingsverzoek en het standpunt van de rechter

2.1

Het verzoek tot wraking is gericht tegen de rechter als rechter van de wrakingskamer inzake het wrakingsverzoek van verzoeker tegen mr. Heessels.

2.2

Verzoeker heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd, kort samengevat, dat de rechter in een zaak van verzoeker, handelend als kantonrechter, uitspraak heeft gedaan. Die uitspraak en het opgemaakte proces-verbaal van de zitting spreken elkaar tegen. De rechter is onvoldoende ingegaan op de door verzoeker naar voren gebrachte verweren en bovendien is de uitspraak onvoldoende gemotiveerd. Verzoeker heeft de wrakingskamer verzocht de betreffende griffier in voornoemde kantonzaak te horen als getuige. Door de kwalijke/nalatige afhandeling van de kantonzaak tegen verzoeker, is het ernstig en rechtvaardige vermoeden ontstaan dat de rechter verzoeker in een zeer kort daaropvolgende zaak niet onbevangen tegemoet zal treden, dan wel niet onbevangen zal oordelen, aldus verzoeker.

2.3

De rechter heeft op 21 april 2015 per e-mailbericht verweer gevoerd. Daarin heeft hij naar voren gebracht dat hij op de wrakingszitting niets heeft gezegd, zodat niet kenbaar is waaruit zijn vooringenomenheid in die wrakingszaak zou kunnen worden afgeleid. Evenmin kan dit worden afgeleid uit hetgeen door verzoeker is opgemerkt over de andere (kanton)zaak.

3 De beoordeling

3.1

Wraking van een rechter is slechts mogelijk op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan kan sprake zijn indien de rechter jegens een partij vooringenomen is of indien de vrees van een partij daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Bij de beoordeling daarvan moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (HR 24 oktober 1995 NJ 1996, 484). Het is aan een verzoeker tot wraking om concrete feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit objectief afgeleid kan worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is of de vrees van een partij dat dat zo is objectief gerechtvaardigd is. Met inachtneming hiervan overweegt de wrakingskamer het navolgende.

3.2

Uit hetgeen namens verzoeker is aangevoerd kan objectief niet afgeleid worden dat de rechter vooringenomen jegens verzoeker zou zijn. Dat de rechter in een eerdere procedure van verzoeker een kennelijk voor verzoeker onwelgevallige uitspraak heeft gegeven, maakt objectief gezien niet dat de rechter in de daarop volgende procedures vooringenomen tegenover verzoeker moet worden geacht. Voorts is uit het handelen van de rechter op de wrakingszitting geenszins van enige vooringenomenheid gebleken. Immers, de rechter heeft op die zitting, blijkens het proces-verbaal, niets gezegd.

3.3

Gelet op het vorenstaande is de wrakingskamer van oordeel dat geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die de vrees voor vooringenomenheid kunnen rechtvaardigen. Het verzoek tot wraking wordt dan ook afgewezen.

4 De beslissing

De rechtbank wijst het verzoek tot wraking van mr. Prisse af.

Deze beschikking is gegeven door de mr. S.A.M. Vrendenbarg-Elsbeek, voorzitter, mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en mr. M. Engelbert-Clarenbeek, rechters, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, op 12 juni 2015.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.