Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:5082

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
31-07-2015
Datum publicatie
31-07-2015
Zaaknummer
05/720126-14 en 05/987046-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Zutphen “25-jarige heeft zich schuldig gemaakt aan het in strijd met de milieuregelgeving en de Opiumwet vervoeren van grote hoeveelheden gevaarlijke afvalstoffen die afkomstig waren van de productie van verdovende middelen. De rechtbank acht een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan twee voorwaardelijk, passend.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/720126-14 en 05/987046-14

Datum uitspraak : 31 juli 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum]

niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

feitelijk verblijvende te [adres 1]

raadsvrouw: mr. S.H.O. Schaapherder, advocaat te Apeldoorn.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 05/987046-14

hij op of omstreeks 16 mei 2014 in Leek en/of te Roden gemeente Noordenveld,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans

alleen, al dan niet opzettelijk,

een handeling met (een) afvalstof(fen) heeft verricht waarvan hij verdachte

redelijkerwijs had kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu

ontstonden en/of konden ontstaan, terwijl hij verdachte en/of zijn

mededader(s) niet aan zijn/haar verplichting heeft/hebben voldaan alle

maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en/of zijn mededader(s) konden

worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen en/of te

beperken,

immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s) ongeveer 9700 liter

(gevaarlijke) afvalstoffen, zijnde afval afkomstig van de vervaardiging van

amfetamine uit BMK met de leuckartmethode en/of de vervaardiging van BMK uit

APAAN met zoutzuur, athans afval afkomstig van de vervaardiging van

synthetische drugs,

in (een) jerrycan(s) en/of (een) va(a)t(en) en/of (een) IBC('s) vervoerd in

een vrachtauto met aanhangwagen, en/of terwijl die jerrycan(s) en/of (een)

va(a)t(en) en/of (een) IBC('s) niet goed waren vast gezet,

en/of twee, althans één of meer van dat/die jerrycan(s) met voornoemd afval op

de openbare weg(en), genaamd de Ceintuurbaan en/of genaamd de Industrieweg uit

die vrachtwagen met aanhangwagen zijn gevallen, en/of waarbij vloeistof uit

die jerrycan(s) op het wegdek terecht is gekomen en/of waarbij damp vrij is

gekomen,

en/of

een aanhangwagen met daarin (een) jerrycan(s) en/of va(a)t(en) en/of (een) IBC

('s) met ongeveer 9700 liter (gevaarlijke) afvalstoffen, zijnde afval

afkomstig van de vervaardiging van amfetamine uit BMK met de leuckartmethode

en/of de vervaardiging van BMK uit APAAN met zoutzuur, althans afval afkomstig

van de vervaardiging van synthetische drugs, en/of welke jerrycan(s) en/of

va(a)t(en) en/of IBC('s) niet goed waren vast gezet,

gestald aan de 2e Energieweg te Roden, althans in Roden en/of waarbij

vloeistof was gelekt en/of damp was vrijgekomen;

art 10.1 lid 1 Wet milieubeheer

art 10.1 lid 2 Wet milieubeheer

parketnummer 05/720126-14

1.

hij op en of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2014

tot en met 22 mei 2014 te Heerde en/of te Roden, in ieder in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een

feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te

weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,

verstrekken, vervoeren van (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet

behoerende lijst I synthetische harddrugs, in elk geval een middel(en)vermled

op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, voor te bereiden en/of te bevorderen, -stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of diens

mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) om te vermoeden, dat zij

dat/die bestemd was/waren tot het plegen van het/die delict(en) immers, hebbende verdachte en/of (een of meer) van verdachtes mededader(s) -grondstoffen voor de productie van synthetische harddrugs (onder andere

Benzylmethylketon (BMK) en/of Phentylacetoacetoacetonitril (APAAN)) voorhanden

gehad;

art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

art 10 lid 5 Opiumwet

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2014

tot en met 22 mei 2014 te Heerde en/of Roden, in elk geval in Nederland

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt

en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een (zeer grote)

hoeveelheid van een materiaal bevattende Amfetamine, zijnde Amfetamine

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan

wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 30 januari 2015 en 17 juli 2015 ter terechtzitting onderzocht.

De officier van justitie heeft gerekwireerd en ten aanzien van parketnummer 05/720126-14 geconcludeerd tot vrijspraak voor feit 1 en bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde feit, alsmede tot bewezenverklaring van het onder parketnummer 05/987046-14 tenlastegelegde feit.

De raadsvrouw heeft ter zitting gepleit en geconcludeerd tot vrijspraak ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten.

3 Vrijspraak feit 1 parketnummer 05/720126-14

De rechtbank dient ter zake van feit 1 (parketnummer 05/720126-14) de vraag te beantwoorden of verdachte schuldig is aan – kort gezegd – voorbereidingshandelingen voor de productie of daarmee samenhangende handelingen van synthetische harddrugs. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte samen met een medeverdachte betrokken is geweest bij het vervoer van afval afkomstig van de omzetting van APAAN in BMK en de productie van amfetamine uit BMK. Voor zover van belang ging het om (resten van een) materiaal bevattende APAAN en BMK en niet om grondstoffen die (nog) bestemd waren voor de productie van synthetische drugs. De tenlastegelegde gedragingen kunnen bijgevolg niet worden bewezen, zodat verdachte van feit 1 (parketnummer 05/720126‑14) dient te worden vrijgesproken.

4 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

parketnummer 05/987046-14 1

Op 16 mei 2014 werden in Roden op een onderlinge afstand van ongeveer tweehonderd meter twee jerrycans aangetroffen, één op de Ceintuurbaan en één op Industrieweg. Uit deze jerrycans kwamen dampen.2 Zich in de nabijheid hiervan bevindende personen en passanten verklaarden dat zij last kregen van hun ogen en luchtwegen. Zij legden daarbij een verband met voormelde jerrycans.3 De brandweer lokaliseerde in de nabijheid van de aangetroffen jerrycans, te weten op de 2e Industrieweg te Roden, een aanhanger die er vreemd bijstond bij een loadingdock, waarbij diverse sporen van vloeistof op straat lagen en damp zichtbaar was.4 Na nader onderzoek bleek dat in de aangetroffen aanhangwagen ongeveer 9.700 liter aan chemische (afval)stoffen in jerrycans, dopvaten en IBC’s van verschillende inhoud was opgeslagen.5 Vastgesteld is dat het hier ging om gevaarlijke (afval)stoffen. De lading was niet vastgezet op een wijze die bewegingen voorkomt tijdens het vervoer of bewegingen die zouden kunnen leiden tot beschadiging van die lading. In de aanhangwagen bleek dat diverse cans in het geheel niet waren vastgezet.6 Door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) is vastgesteld dat de, van de inhoud van de aanhanger afgenomen, monsters benzylmethylketon (BMK), α‑fenylacetoacetonitril (APAAN), N‑formylamfetamine, amfetamine en/of diverse gerelateerde verontreinigingen bevatten. Dit was volgens het NFI terug te voeren op twee processen: (i) vervaardiging van amfetamine uit BMK volgens de Leuckartmethode en (ii) vervaardiging van BMK uit APAAN met zoutzuur.7 De nadelige gevolgen die voor het milieu ontstonden en konden ontstaan zijn beschreven in een proces-verbaal van bevindingen8, een standaardverklaring van het NFI9 en in een feitenrelaas van de brandweer.10

Door een opsporingsonderzoek genaamd Mistral is de politie op het spoor gekomen van verdachte en diens medeverdachte [medeverdachte] .11 [medeverdachte] heeft op 7 augustus 2014 verklaard dat hij verdachte op 16 mei 2014 opdracht had gegeven om een vrachtwagen met aanhanger van Leek weg te brengen naar Roden. Hij had daartoe de sleutels van iemand gekregen en had op zijn beurt de sleutels weer aan verdachte gegeven.12 Verdachte heeft hierover verklaard dat hij in het café zat toen [medeverdachte] hem benaderde voor de rit naar Roden, dat verdachte naar [medeverdachte] is toegegaan, dat hij te horen heeft gekregen wat hij moest doen en dat hij vervolgens de sleutels van een vrachtwagen kreeg. Verdachte heeft niet aan [medeverdachte] gevraagd wat hij vervoerde. Hij ging er vanuit dat het schoonmaakmiddel was, wat hij eerder voor [medeverdachte] heeft vervoerd. Verdachte heeft hierover verklaard: “Als ik vroeg wat is dit zei hij dat het rotzooi was”. Verdachte was niet in het bezit van een groot rijbewijs, noch van een ADR certificaat. Hij heeft voordat hij wegreed geen ronde om de vracht- en aanhangwagen gemaakt, heeft niet de lading van de vracht- en aanhangwagen gecontroleerd en heeft zich er niet van vergewist dat de lading goed vastzat. Verdachte vond zichzelf capabel genoeg om een vrachtwagen met chemische stoffen aan boord te besturen. Op 16 mei 2014 tussen 21.00 uur en 22.00 uur heeft hij de aanhanger in Roden bij [bedrijfsnaam] neergezet.13 Verdachte heeft bij het parkeren van de aanhangwagen een jerrycan verloren. Die wilde hij weer in de aanhanger plaatsen, maar dat paste niet meer. Op dat moment was er wel stank aanwezig in de vrachtwagen.14

De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen en beslissingen van verdachte zoals hiervoor aangegeven naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg, dat het niet anders kan zijn dan dat hij de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Immers, verdachte is met de vracht- en aanhangwagen gaan rijden zonder in het bezit te zijn van een groot rijbewijs of een ADR-certificaat, zonder zich te vergewissen wat hij in de vrachtwagen vervoerde, zonder de lading te inspecteren en zonder na te gaan of die lading goed vastzat.

De gedragingen van verdachte en zijn medeverdachte geven bovendien blijk van een nauwe en bewuste samenwerking, zodat tevens sprake is van medeplegen. Dit volgt uit de omstandigheden dat medeverdachte [medeverdachte] verdachte opdracht heeft gegeven de lading van Leek naar Roden te brengen, dat zij elkaar hebben gesproken over wat er moest gebeuren en dat [medeverdachte] de sleutels van de vrachtwagen aan verdachte heeft gegeven. Verdachte was het die de uitvoering ook daadwerkelijk voor zijn rekening heeft genomen. Hij heeft de betreffende aanhangwagen achtergelaten in Roden.

parketnummer 05/720126-14 15 feit 2

Naar aanleiding van een op 16 mei 2014 geconstateerde vissterfte in de Zuidelijke Heerderbeek werd door het Waterschap Vallei en Veluwe op 22 mei 2014 nader onderzoek gedaan. Het spoor leidde uiteindelijk naar een verontreinigingsbron op het perceel [adres 3] . Het was een van de verbalisanten ambtshalve bekend dat dit een locatie is waar twee jaar eerder een hennepkwekerij was ontmanteld. De verbalisanten betraden op grond van hun bestuursrechtelijke bevoegdheden voornoemd perceel. Aldaar werden voorwerpen aangetroffen en stoffen geroken die duidden op de mogelijke aanwezigheid van een drugslaboratorium. De politie werd bij het onderzoek betrokken16 evenals de Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmanteling (hierna: de LFO).

De bevindingen van de verschillende opsporingsambtenaren leidden in de avond van 22 mei 2014 tot de aanhouding van verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] . Verdachte bestuurde een vrachtwagen Scania met kenteken [kenteken 1] (hierna ook: de vrachtwagen) en [medeverdachte] een Ford Focus met kenteken [kenteken 2] (hierna ook: de Ford Focus). De voertuigen reden op dat moment net weg van het perceel [adres 3] . Verdachte droeg op het moment van de aanhouding witte handschoenen. In de Ford Focus lagen meerdere witte handschoenen. Rondom de vrachtwagen roken de verbalisanten een sterke amfetamine geur.17 De LFO trof na de aanhouding van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in een van de loodsen op het perceel een drugslaboratorium ten behoeve van grootschalige productie van amfetamine aan.18 In de fouillering van [medeverdachte] werd een sleutel aangetroffen die paste op het hangslot van de toegangsdeur van de betreffende loods.19 De vrachtwagen stond, voordat verdachte van het perceel afreed, geparkeerd in de nabijheid van voornoemde loods.20 In de vrachtwagen werd in totaal 11.230 liter afval afkomstig van de omzetting van APAAN in BMK en de productie van amfetamine uit BMK aangetroffen. Het NFI concludeerde dat een substantieel aantal afgenomen monsters amfetamine bevatten. In de Ford Focus werd een jerrycan aangetroffen, waarvan een afgenomen monster positief werd getest op amfetamine. Het NFI bevestigde deze conclusie.21

Verdachte heeft voorts verklaard dat [medeverdachte] hem op 22 mei 2014 heeft verteld dat het transport van 16 mei 2014 van Leek naar Roden drugsafval bevatte.22

Zoals hiervoor ten aanzien parketnummer 05/987046-14 is overwogen werden op 16 mei 2014 in Roden op een onderlinge afstand van ongeveer tweehonderd meter twee jerrycans aangetroffen, één op de Ceintuurbaan en één op Industrieweg. Uit deze jerrycans kwamen dampen. De rechtbank verwijst in zoverre voor wat betreft het bewijs naar de laatste paragraaf van pagina drie en de eerste paragraaf van pagina vier van dit vonnis, alsmede naar de daar vermelde voetnoten twee tot en met tien.

Door onder voornoemde omstandigheden samen met een medeverdachte op 22 mei 2014 een vrachtwagen geladen met afvalstoffen van een drugslaboratorium naar elders te rijden, heeft verdachte een onaanvaardbaar risico genomen, waarbij hij - met de wetenschap dat hij op 16 mei 2014 drugsafval heeft vervoerd - bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de lading van die vrachtwagen op grond van de Opiumwet verboden middelen, waaronder amfetamine, zou bevatten. Als verdachte op zijn vroegst vanaf 16 mei 2014 al niet wist dat het ging om vervoer van afval afkomstig van de productie van synthetische drugs, dan heeft verdachte aldus ten minste het voorwaardelijk opzet gehad op het tezamen en in vereniging vervoeren van amfetamine.

5 Bewezenverklaring

parketnummer 05/987046-14

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 16 mei 2014 in Leek en/of te Roden gemeente Noordenveld,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans

alleen, al dan niet opzettelijk,

een handeling met (een) afvalstof(fen) heeft verricht waarvan hij verdachte

redelijkerwijs had kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu

ontstonden en/of konden ontstaan, terwijl hij verdachte en/of zijn

mededader(s) niet aan zijn/haar hun verplichting heeft/hebben voldaan alle

maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en/of zijn mededader(s) konden

worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen en/of te

beperken,

immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s) ongeveer 9700 liter

(gevaarlijke) afvalstoffen, zijnde afval afkomstig van de vervaardiging van

amfetamine uit BMK met de leuckartmethode en/of de vervaardiging van BMK uit

APAAN met zoutzuur, athans afval afkomstig van de vervaardiging van

synthetische drugs,

in (een) jerrycan(s) en/of (een) va(a)t(en) en/of (een) IBC('s) vervoerd in

een vrachtauto met aanhangwagen, en/of terwijl die jerrycan(s) en/of (een)

va(a)t(en) en/of (een) IBC('s) niet goed waren vast gezet,

en/of twee, althans één of meer van dat/die jerrycan(s) met voornoemd afval op

de openbare weg(en), genaamd de Ceintuurbaan en/of genaamd de Industrieweg uit

die vrachtwagen met aanhangwagen zijn gevallen, en/of waarbij vloeistof uit

die jerrycan(s) op het wegdek terecht is gekomen en/of waarbij damp vrij is

gekomen,

en/of

een aanhangwagen met daarin (een) jerrycan(s) en/of va(a)t(en) en IBC

('s) met ongeveer 9700 liter (gevaarlijke) afvalstoffen, zijnde afval

afkomstig van de vervaardiging van amfetamine uit BMK met de leuckartmethode

en/of de vervaardiging van BMK uit APAAN met zoutzuur, althans afval afkomstig

van de vervaardiging van synthetische drugs, en/of welke jerrycan(s) en/of

va(a)t(en) en/of IBC('s) niet goed waren vast gezet,

gestald aan de 2e Energieweg te Roden , althans in Roden en/of waarbij

vloeistof was gelekt en/of damp was vrijgekomen;

parketnummer 05/720126-14

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2014

tot en met 22 mei 2014 te Heerde en/of Roden, in elk geval in Nederland

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt

en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een (zeer grote)

hoeveelheid van een materiaal bevattende Amfetamine, zijnde Amfetamine

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan

wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Voor zover er in de tenlasteleggingen kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

6 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

parketnummer 05/987046-14

medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.1 van de Wet milieubeheer.

parketnummer 05/720126-14

Ten aanzien van feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

8 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

9 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat bij een eventuele bewezenverklaring van één van de feiten geen langere gevangenisstraf moet worden opgelegd dan de duur die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft ondergaan. Verdachte is bezig zijn leven weer op de rails te krijgen en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou dit traject doorkruisen. Verdachte is bereid een werkstraf uit te voeren en staat open voor een hoge voorwaardelijke straf met voorwaarden.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 11 juni 2015;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 26 mei 2014; en

- de door de raadsvrouw ter terechtzitting gegeven toelichting op de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in strijd met de milieuregelgeving en de Opiumwet vervoeren van gevaarlijke afvalstoffen die afkomstig waren van de productie van verdovende middelen. Het niet in acht nemen van de milieuregelgeving heeft er onder meer toe geleid dat afvalstoffen uit een aanhanger zijn gevallen en op de weg zijn terechtgekomen. Passanten hebben daardoor (kortdurende) gezondheidsklachten opgelopen. Er is min of meer sprake van een geluk bij een ongeluk dat de schade is beperkt tot het uit de aanhanger vallen van enkele jerrycans en deze gezondheidsklachten. Door het niet op reguliere wijze afvoeren van afvalstoffen ontstaat er een zeer grote kans op milieuschade, waarbij tevens een zeer hoge kostenpost voor de samenleving ontstaat omdat deze afvalstoffen zorgvuldig moeten worden verwijderd en er alsnog voor een verantwoorde verwerking van deze afvalstoffen moet worden zorggedragen.

Het elf bladzijden tellend strafblad van verdachte bevat geen eerdere veroordelingen op het gebied van de Opiumwet en aan milieuregelgeving gerelateerde misdrijven.

Uit het reclasseringsadvies komt onder meer naar voren dat verdachtes leven wordt gekenmerkt door een gebrek aan stabiliteit op verschillende gebieden. De raadsvrouw heeft ter zitting opgemerkt dat verdachte op dit moment in een crisisopvang verblijft.

De rechtbank heeft op de voet van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht bij het bepalen van een straf rekening gehouden met de straf die de verdachte bij vonnis van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Noord-Nederland van 2 juni 2015 in de zaak met parketnummer 18/820085-15 is opgelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk.

De rechtbank is van oordeel dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, passend en geboden is. Het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf wordt opgelegd om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst wederom strafbare feiten te plegen. Daarbij zal een proeftijd van drie jaar gelden om er voor te zorgen dat verdachte voor langere tijd deze stok achter de deur voelt.

Bij de bepaling van de duur van de straf heeft de rechtbank er, ten nadele van verdachte, rekening mee gehouden (i) dat sprake is van het vervoer van grote hoeveelheden drugsafval, (ii) dat verdachte niet beschikt over het vereiste rijbewijs noch over de bijbehorende certificaten voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, (iii) dat verdachte bij het incident in Roden de vrachtwagen heeft bestuurd nadat hij in het café heeft gezeten en – zoals hij zelf heeft verklaard – alcohol heeft gedronken en (iv) dat verdachte niet heeft gecontroleerd wat hij vervoerde en hoe dat was geladen. Ten voordele van verdachte heeft de rechtbank meegewogen dat zijn rol een kleinere is geweest dan die van de medeverdachte [medeverdachte] . Verdachte werd door de medeverdachte ingehuurd om zoals hij zelf verklaarde voor € 75 per rit rotzooi te vervoeren. De rechtbank gaat voorbij aan de door de verdediging genoemde alternatieven tot het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft ondergaan, een voorwaardelijke gevangenisstraf of een werkstraf, aangezien de rechtbank – in het bijzonder gelet op de grote hoeveelheden stoffen die verdachte heeft vervoerd (20.000 liter) – geen andere vergelding passend acht dan een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

10. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De gemeente Noordenveld heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit behorende bij parketnummer 05/987046-14. Gevorderd wordt een bedrag van € 25.010,87.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen en subsidiair dat de vordering dient te worden gematigd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de gemeente Noordenveld moet worden toegewezen voor zover haar vordering betrekking heeft op de door [naam BV] B.V. aan haar in rekening gebrachte kosten van € 23.227,33. Deze kosten zijn aan te merken als schade die de gemeente Noordenveld rechtstreeks heeft geleden door het door verdachte gepleegde strafbare feit. Deze kosten zijn ook door middel van schriftelijke bescheiden onderbouwd. Ten aanzien van de door de gemeente Noordenveld gemaakte kosten van gemeentepersoneel is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd dat sprake is van rechtstreekse schade. Zo is niet nader onderbouwd welke (extra) kosten, zoals bijvoorbeeld het moeten uitbetalen van overuren of het inhuren van extra personeel, de gemeente heeft moeten maken die het rechtstreeks gevolg zijn van het strafbare feit. De vordering dient in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard.

11 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 47, 63 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 10.1 van de Wet milieubeheer en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

12 De beslissing

De rechtbank:

 Spreekt verdachte vrij van het onder parketnummer 05/720126-14 tenlastegelegde feit 1;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 5, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 6;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens het zich voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald schuldig maken aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij de gemeente Noordenveld, tot een bedrag van € 23.227,33 (drieëntwintigduizend tweehonderdzevenentwintig euro en drieëndertig cent) en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij de gemeente Noordenveld, een bedrag te betalen van € 23.227,33 (drieëntwintigduizend tweehonderdzevenentwintig euro en drieëndertig cent), met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 151 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

 verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Dit vonnis is gegeven door mr. M.J.C. Pieterse (voorzitter), mr. J.B.J. Driessen en mr. S. Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 juli 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Politie Eenheid Noord-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL038S-2014038008, gesloten op 14 augustus 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 70 en proces-verbaal verhoor getuige, p. 181

3 Proces-verbaal verhoor getuige, p. 177-178 en p. 181 en relaasproces-verbaal, p. 8

4 Feiten relaas brandweer, p. 95-96 en proces-verbaal verhoor getuige, p. 179

5 IncidentFormulier Inzet LFO, p. 155-157

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 115

7 NFI-rapport van 4 juli 2014, ‘Onderzoek dumping vermoedelijk afval drugsproductie, aangetroffen op 2e Energieweg te Roden , 17 mei 2014’, p. 5 (niet in het doorgenummerd dossier)

8 Proces-verbaal van bevindingen, p. 76-77

9 Standaardverklaring Milieu- en gezondheidsrisco’s van (afval)stoffen van de MDMA en amfetamine productie, p. 88-94

10 Feiten relaas brandweer, p. 95-96

11 Relaasproces-verbaal, p. 6-7

12 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte] , p. 23-24

13 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 40-41

14 Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 42

15 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Politie Noord- en Oost Gelderland, district Noord West Veluwe, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0615‑2014069731, gesloten op 26 september 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 128-131

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 141-143

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 151-158

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 142

20 Proces-verbaal van bevindingen, p. 146

21 Separaat bij het dossier gevoegd proces-verbaal van 3 december 2014, p. 9-11 en NFI-rapport van 24 oktober 2012, p. 5

22 Handgeschreven verklaring van verdachte d.d. 3 juni 2014, p. 923