Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:5081

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
31-07-2015
Datum publicatie
31-07-2015
Zaaknummer
05/820876-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft aan een 25-jarige man uit Nijmegen een werkstraf

van 120 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar opgelegd. De man heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel van zijn passagier tot gevolg. Bovendien heeft verdachte twee auto’s beschadigd. Aan verdachte valt te verwijten dat hij na het drinken van alcohol met een te hoge snelheid heeft gereden, waardoor hij van zijn eigen weghelft is geraakt.

De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de omstandigheid dat de man niet eerder voor soortgelijke feiten in het verkeer is veroordeeld, dat hij zelf ook fors letsel bij het ongeval heeft opgelopen en ten slotte dat hij zelf contact heeft gezocht met het slachtoffer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/820876-14

Datum uitspraak : 31 juli 2015

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] ,

wonende te [woonplaats]

raadsvrouw: mr. S. Striekwold, advocaat te Nijmegen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter openbare terechtzitting van 17 juli 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 augustus 2014 te Ressen, gemeente Lingewaard, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Peugeot), daarmede rijdende over de weg, de Ressensestraat, komende uit de richting van Oosterhout en gaande in de richting van Bemmel, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam, onder invloed van alcoholhoudende drank, alhans na het gebruik van alcoholhoudende drank heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte

- met (zeer) hoge snelheid, in elk geval met een, gezien de omstandigheden ter plaatse, (veel) te hoge snelheid heeft gereden, en/of

- dat door hem bestuurde motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad, en/of

- ( daarbij) niet voortdurend in staat is geweest de handelingen te verrichten die van hem werden vereist, en/of

- in of nabij een in die weg gelegen, voor hem, verdachte, naar links verlopende bocht, met dat motorijtuig in een slip is geraakt en/of

- ( vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een hem, gezien zijn rijrichting, tegemoetkomende personenauto (Seat), en/of

- ( vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een, gezien zijn rijrichting, links van die weg staande boom, en/of

- ( vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een hem, gezien zijn rijrichting, tegemoetkomende personenauto (Volkswagen), en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor een ander (te weten de mede-inzittende van het door verdachte bestuurde motorrijtuig genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 18 augustus 2014 te Ressen, gemeente Lingewaard, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Peugeot), daarmede heeft gereden over de weg, de Ressensestraat, komende uit de richting van Oosterhout en gaande in de richting van Bemmel, hierin bestaande dat verdachte

- met (zeer) hoge snelheid, in elk geval met een, gezien de omstandigheden ter plaatse, (veel) te hoge snelheid heeft gereden, en/of

- dat door hem bestuurde motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad, en/of

- ( daarbij) niet voortdurend in staat is geweest de handelingen te verrichten die van hem werden vereist, en/of

- in of nabij een in die weg gelegen, voor hem, verdachte, naar links verlopende bocht, met dat motorijtuig in een slip is geraakt, en/of

- ( vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een hem, gezien zijn rijrichting, tegemoetkomende personenauto (Seat), en/of

- ( vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een, gezien zijn rijrichting, links van die weg staande boom, en/of

- ( vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een hem, gezien zijn rijrichting, tegemoetkomende personenauto (Volkswagen),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 18 augustus 2014 reed verdachte als bestuurder van een personenauto van het merk Peugeot met zijn bijrijder [slachtoffer] over de Ressensestraat te Ressen in de gemeente Lingewaard, komende uit de richting van Oosterhout en gaande in de richting van Bemmel. Over dezelfde weg reden hem een Seat en een Volkswagen tegemoet. Op zeker moment is de door verdachte bestuurde auto in een slip geraakt. Daardoor is deze auto op de verkeerde weghelft beland, waar hij met zijn linker voorzijde de rechter achterzijde van de Seat heeft geschampt. De Peugeot van verdachte is vervolgens doorgegleden en haaks op het weggedeelte van het hem tegenliggend verkeer terecht gekomen. Hier is de Peugeot met de rechter voorzijde in botsing gekomen met een boom aan de linkerzijde van de weg. Direct hierop volgend is de achterzijde van de Peugeot in aanrijding gekomen met de voorzijde van de Volkswagen. Als gevolg van deze aanrijding is de auto van verdachte zodanig gedraaid dat deze op zijn rechterflank terecht is gekomen en met de bodemplaat tegen de boom tot stilstand is gekomen.2

De Peugeot is ten gevolge van het ongeval zeer zwaar beschadigd geraakt.3 Het ongeval vond op 18 augustus 2014 omstreeks 16:59 uur4 plaats in een - gezien verdachte’s rijrichting - bocht naar links.5 Verdachte had bier gedronken voorafgaand aan de hiervoor beschreven gebeurtenissen.6
Door het ongeval heeft [slachtoffer] drie gebroken ribben, een gebroken rechterschouder, een klaplong, een gescheurde darm, een scheur in het bot van haar rechterbeen en een gebroken rug opgelopen. Zij heeft in verband met dit letsel tweeënhalve week in het ziekenhuis gelegen.7

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.

Nu verdachte onder meer te hard en onder invloed van alcohol heeft gereden, is de officier van justitie van mening dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden met zwaar lichamelijk letsel voor zijn bijrijder [slachtoffer] tot gevolg.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Naar de mening van de verdediging kan niet worden bewezen dat verdachte te hard heeft gereden, noch is de toestand waarin hij verkeerde te bewijzen. Daarmee is niet te bewijzen dat verdachte niet voortdurend in staat is geweest om de handelingen te verrichten die van hem werden vereist. Gelet op de verklaring van [slachtoffer] is het de vraag of het niet zo kan zijn dat het ongeval is veroorzaakt “door toedoen van iets buiten de auto”. De verdediging concludeert dat niet kan worden bewezen dat het ongeval aan de schuld van verdachte is te wijten of dat hij gevaar of hinder op de weg heeft veroorzaakt.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of er sprake is van overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, is vereist dat het rijgedrag van verdachte zeer dan wel aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Alcoholgebruik

Uit het NFI-rapport volgt dat in het bloed van verdachte - zoals afgenomen op 18 augustus 2014 om 22:20 uur - 0,14 milligram alcohol per milliliter bloed is aangetroffen.8 Zoals hiervoor vermeld, heeft het ongeval plaatsgevonden op 18 augustus 2014 omstreeks 16:59 uur. Gelet op het feit dat pas ruim vijf uur na het ongeval een bloedmonster van verdachte is afgenomen, en in aanmerking nemende de omstandigheid dat de snelheid waarmee alcohol in het lichaam van een persoon wordt afgebroken niet exact is vast te stellen, kan naar het oordeel van de rechtbank niet met voldoende zekerheid worden bepaald wat het alcoholgehalte in het bloed van verdachte is geweest ten tijde van het ongeval. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet voldoende overtuigend kan worden bewezen dat verdachte ‘onder invloed van alcohol’ verkeerde. Nu niet ter discussie staat dat verdachte tevoren bier had gedronken, is de rechtbank van oordeel dat wel sprake is van rijden na het gebruik van alcoholhoudende drank.

De snelheid van het voertuig van verdachte

Het ongeval heeft, gezien vanuit de rijrichting van het voertuig van verdachte, plaatsgevonden in een bocht naar links. De maximumsnelheid ter plaatse was 50 kilometer per uur .9

De getuige [getuige 1] , de bestuurster van de Seat, heeft verklaard dat verdachte heel hard aan kwam rijden. Zij denkt dat verdachte wel 100 kilometer per uur moet hebben gereden.10

De getuige [getuige 2] , zijnde de bestuurder van de Volkswagen Golf, heeft verklaard dat de Peugeot op zijn weghelft mogelijk boven de tachtig kilometer per uur reed. De auto was op dat moment al aan het glijden.11

De rechtbank overweegt dat deze verklaringen van de getuigen met behoedzaamheid moeten worden beoordeeld. Maar de kern van deze verklaringen is dat verdachte met een kennelijk opvallend hoge snelheid heeft gereden. En dat vindt naar het oordeel van de rechtbank bevestiging in de toestand van de Peugeot die na het ongeval zeer zwaar beschadigd was. Verdachte heeft ook zelf verklaard dat het bijna niet mogelijk is om in deze bocht veel te hard te rijden.12 Op grond van het voorgaande heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte, gezien de omstandigheden ter plaatse, met een te hoge snelheid heeft gereden.

Schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994

De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte heel hard aan kwam rijden en dat de auto ineens begon te glijden. De getuige zag verdachte aan het stuur van de auto trekken. Ondanks dat de getuige zelf nog is uitgeweken, heeft verdachte haar auto toch geraakt.13 [getuige 2] , de bestuurder van de Volkswagen, bevestigt dat verdachte in tegengestelde richting op zijn weghelft reed en dat het voertuig al aan het glijden was.14 Wat betreft de toestand en het onderhoud aan de weg zijn door het Team Verkeers Ongevallen Analyse geen bijzonderheden aangetroffen die van belang waren voor de oorzaak/toedracht/gevolgen van het ongeval.15

De rechtbank is van oordeel dat in de desbetreffende bocht, waarvan verdachte immers wist dat daar niet snel kan worden gereden, van verdachte extra oplettendheid en voorzichtigheid had mogen worden verwacht. Verdachte heeft desondanks na het gebruik van alcohol – waarvan het een feit van algemene bekendheid is dat het de rijvaardigheid van verkeersdeelnemers beïnvloedt – en met een in de gegeven omstandigheden te hoge snelheid gereden. De rechtbank concludeert dat verdachte daardoor de controle over de auto is verloren en daarbij niet voortdurend in staat is geweest om de handelingen te verrichten die van hem als bestuurder van de auto werden vereist. De auto is in een slip geraakt en op de verkeerde weghelft terecht gekomen met de botsingen tot gevolg. De rechtbank neemt voorts in overweging dat niet is gebleken van omstandigheden die aannemelijk maken dat het ongeval zijn oorzaak vindt in buiten (het rijgedrag van) de verdachte gelegen omstandigheden. Voorzover de verdediging mocht willen betogen dat uit de verklaring van [slachtoffer] valt af te leiden dat het ongeval is veroorzaakt doordat “iets” tegen de Peugeot is aangereden, overweegt de rechtbank dat [slachtoffer] heeft verklaard “we tikten iets aan” en “voor mijn gevoel was er eerst een tik en daarna gingen we ineens slingeren en daarna kwam die Volkswagen”. De rechtbank overweegt dat deze kennelijke herinnering naadloos aansluit op de hiervoor onder “Feiten” beschreven gebeurtenissen, waarin de Peugeot eerst de Seat schampte, daarna is doorgegleden om uiteindelijk met de Volkswagen en de boom in botsing te komen.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden en dat het ongeval aan zijn schuld is te wijten.

Zoals hiervoor vermeld heeft [slachtoffer] door het ongeval letsel bekomen. Blijkens de medische verklaring16 was er sprake van onder meer een perforatie in de dunne darm, een klaplong en een wervelfractuur, waarvoor een ‘spondylodese’ nodig was. De rechtbank begrijpt dat hiermee wordt gedoeld op een operatieve ingreep waarbij wervels worden vast gezet. [slachtoffer] heeft bovendien verklaard dat zij minstens een jaar beperkingen zal ondervinden.17 Gelet hierop dient naar het oordeel van de rechtbank het letsel te worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 18 augustus 2014 te Ressen, gemeente Lingewaard, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Peugeot), daarmede rijdende over de weg, de Ressensestraat, komende uit de richting van Oosterhout en gaande in de richting van Bemmel, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam, onder invloed van alcoholhoudende drank, althans na het gebruik van alcoholhoudende drank heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte

- met (zeer) hoge snelheid, in elk geval met een, gezien de omstandigheden ter plaatse, (veel) te hoge snelheid heeft gereden, en/of

- dat door hem bestuurde motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehad, en/of

- (daarbij) niet voortdurend in staat is geweest de handelingen te verrichten die van hem werden vereist, en/of

- in of nabij een in die weg gelegen, voor hem, verdachte, naar links verlopende bocht, met dat motorijtuig in een slip is geraakt en/of

- (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een hem, gezien zijn rijrichting, tegemoetkomende personenauto (Seat), en/of

- ( - (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een, gezien zijn rijrichting, links van die weg staande boom, en/of

- (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een hem, gezien zijn rijrichting, tegemoetkomende personenauto (Volkswagen),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor een ander (te weten de mede-inzittende van het door verdachte bestuurde motorrijtuig genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 120 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden.

Daarbij heeft de officier van justitie ook rekening gehouden met het gebruik van alcohol en de ernst van het letsel van [slachtoffer] . In het voordeel van de verdachte heeft de officier van justitie bij de geëiste werkstraf meegewogen dat het verkeersongeval ook een grote impact op hem heeft gehad.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht een eventuele ontzegging van de rijbevoegdheid voorwaardelijk op te leggen. Daartoe heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte zijn rijbewijs na het ongeval heeft mogen behouden, er geen nieuwe incidenten hebben plaatsgevonden en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid nu een te zware straf zou zijn. Dit geldt te meer nu verdachte zijn leven weer probeert op te pakken, weer gaat proberen te werken en daarvoor zijn rijbewijs nodig heeft.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 22 juni 2015.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel van zijn passagier tot gevolg. Bovendien heeft verdachte twee tegemoetkomende auto’s beschadigd. De rechtbank is van oordeel dat verdachte valt te verwijten dat hij na het drinken van alcohol met een te hoge snelheid heeft gereden, waardoor hij van zijn eigen weghelft is afgeraakt. Niet alleen weet iedere autobestuurder dat het zeer verkeersgevaarlijk is een auto te besturen na alcoholgebruik, maar ook is het algemeen bekend dat het levensgevaarlijk is om met een auto op de weghelft van tegemoetkomend verkeer terecht te komen. Verdachte heeft desondanks dit verkeersonveilige gedrag vertoond en de rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich aldus kennelijk weinig gelegen heeft laten liggen aan de veiligheid van andere verkeersdeelnemers.

Bij een dergelijke nalatigheid met zulke ernstige gevolgen voor anderen past in beginsel een gevangenisstraf of een werkstraf, met daarnaast een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.

De rechtbank weegt evenwel in het voordeel van verdachte mee dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Verder heeft het ongeval veel gevolgen voor hem gehad. Hij is zelf ook zwaar gewond geraakt en kampt nog steeds met lichamelijke klachten als gevolg van het ongeval. De rechtbank acht verder van belang dat verdachte contact heeft onderhouden met het slachtoffer [slachtoffer] .

Verdachte heeft verklaard dat hij voor zijn werk een rijbewijs nodig heeft. Dit wordt echter niet met stukken onderbouwd en de rechtbank is ook overigens niet van een noodzaak van het hebben van een rijbewijs gebleken. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om af te zien van het opleggen van een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid.

Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank een werkstraf van na te noemen omvang en een ontzegging van de rijbevoegdheid van na te noemen duur passend en geboden. Teneinde te waarborgen dat verdachte in de toekomst doordrongen blijft van de noodzaak om in het verkeer de nodige voorzichtigheid en oplettendheid te betrachten, zal de rechtbank de ontzegging van de rijbevoegdheid deels in voorwaardelijke vorm opleggen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 176, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 120 (honderdtwintig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;

 ontzegt verdachte ten aanzien van het primair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van deze rijontzegging groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.A.M. van Hoof (voorzitter), mr. W.J. Vierveijzer en

mr. P.C. Quak, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.T.P.J. Damen, griffier, en

uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 juli 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Gelderland Midden, staf district, unit west, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL079A-2014088327-1, gesloten op 3 december 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, p. 37 paragraaf 5.2, het proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 3-4, en het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] , p. 79.

3 Het proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 2, en het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, p. 34.

4 Het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, p. 22, paragraaf 1.3

5 Het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, p. 24, 3e alinea

6 Het proces-verbaal van getuigenverhoor [slachtoffer] , p. 82, bovenaan.

7 Geneeskundige verklaring d.d. 5 september 2014, pag. 17, alsmede het proces-verbaal van getuigenverhoor [slachtoffer] , p. 82.

8 De aanvraag ten behoeve van toxicologisch onderzoek van bloed, p. 12 en het NFI-rapport d.d. 2 september 2014, p. 13.

9 Het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, p. 24.

10 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] , p. 79.

11 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] , p. 77.

12 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 17 juli 2015.

13 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] , p. 79.

14 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] , p. 77.

15 Het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse, p. 24.

16 Geneeskundige verklaring d.d. 5 september 2104, pag. 17

17 Het proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer] , p. 82.