Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:4710

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
27-05-2015
Datum publicatie
21-07-2015
Zaaknummer
283859
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort Geding

Afwijzing van de vordering tot opheffing van het bewijsbeslag.

Gedaagden hebben er belang bij dat bewijsmateriaal veilig gesteld blijft totdat is beslist of zij recht op afgifte of inzage daarvan hebben.

Het belang van eiseressen om dat te voorkomen weegt daartegen niet op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/283859 / KG ZA 15-250 / 57 / 1042

Vonnis in kort geding van 27 mei 2015

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAS COATINGS B.V.,

gevestigd te Druten,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAS FACILITIES B.V.,

gevestigd te Druten,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAS HOLDING B.V.,

gevestigd te Druten,

eiseressen,

advocaten mr. R.M.H. Poelman en mr. T.C. Klaseboer te Tiel

tegen

1 de vennootschap naar vreemd recht PPG INDUSTRIES, INC,

gevestigd te Pittsburgh (USA),

2. de vennootschap naar vreemd recht PPG INDUSTRIES EUROPE S.A.R.L.,

gevestigd te Rolle 1180 (Zwitserland),

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PPG COATINGS B.V.,

gevestigd te Tiel,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PPG INDUSTRIAL COATINGS B.V.,

gevestigd te Veenendaal,

gedaagden,

advocaten mr. K.A.J. Bisschop en H.J. Ridderinkhof te Amsterdam.

Partijen zullen hierna MAS c.s. en PPG c.s. genoemd worden. Wanneer eiseressen afzonderlijk worden aangeduid worden zij MAS Coatings, MAS Facilities respectievelijk MAS Holding genoemd. Wanneer gedaagden afzonderlijk worden aangeduid worden zij PPG Industries, PPG Industries Europe, PPG Coatings respectievelijk PPG Industrial Coatings genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    het e-mailbericht van 26 mei 2015 van de zijde van MAS c.s. met producties 1 tot en met 6

  • -

    het e-mailbericht van 26 mei 2015 van de zijde van PPG c.s. met productie G1

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van MAS c.s.

  • -

    de pleitnota van PPG c.s.

  • -

    het verzoekschrift van de zijde van PPG c.s. tot het leggen van conservatoir (bewijs)beslag

onder MAS c.s. met producties 1 tot en met 12.

1.2.

Ten slotte is in verband met de spoedeisendheid van de zaak op 27 mei 2015 vonnis gewezen. De feiten en de motivering waarop de beslissing in het vonnis steunt, worden hieronder vastgelegd.

2 De feiten

2.1.

PPG Industries staat aan het hoofd van het PPG-concern, PPG Industries Europe leidt de thans relevante (Europese) productieactiviteiten en PPG Coatings en PPG Industrial Coatings zijn ondernemingen waarin de relevante productieactiviteiten worden verricht.

2.2.

PPG c.s. ontwikkelen, produceren en verkopen wereldwijd onder meer verven, coatings, chemicaliën en optische producten voor industrieën op gebied van verpakkingen, motorvoertuigen, lucht- en ruimtevaart, bouwkunde en aanverwante industrieën. Ook zijn PPG c.s. gespecialiseerd in industriële coatings voor onder meer (eind)gebruik op het gebied van fietsen. PPG c.s. produceren in Tiel OverVanish producten (hierna: OV producten). Een OV product is een beschermingslak die bijvoorbeeld op een blikje wordt aangebracht om invloeden van buitenaf zoals licht, vocht of schimmel te verminderen. Het product biedt glans en bescherming tegen slijtage en corrosie. De basis van de OV producten bestaat uit de eigen harsen (resins) van PPG c.s., die zorgen voor een matte respectievelijk stralende glans. In Veenendaal produceren PPG c.s. UltraViolet producten (hierna: UV producten) en coatings voor fietsen (bike producten). Een UV product is een beschermingslak die via een fotochemisch proces uithardt. Gebruik van deze producten vermindert de afwerkingskosten en biedt weerstand tegen krassen, slijtage en chemicaliën op diverse ondergronden.

2.3.

MAS Holding is enig aandeelhouder en bestuurder van MAS Coatings en MAS Facilities. Via hun persoonlijke holdingmaatschappijen wordt het bestuur van MAS Holding gevormd door [naam] , [naam 1] en [naam 3] van wie [naam] en [naam 1] ex-werknemers van PPG c.s. zijn. MAS Holding houdt zich blijkens de omschrijving van haar handelsactiviteiten in het handelsregister onder meer bezig met het (doen) ontwikkelen, produceren en verkopen van coating en afgeleide producten. MAS Coatings houdt zich bezig met de inkoop van alle grondstoffen die nodig zijn bij het productieproces waarin de vennootschap participeert. Ook verkoopt zij (eind)producten aan afnemers en verricht zij werkzaamheden in onderzoek en ontwikkeling van elektrotechnologie. De activiteiten van MAS Facilities bestaan onder meer uit het (doen) beheren en exploiteren van (productie)machines, het sluiten van “tolling overeenkomsten” en produceren van coatings en daaraan verwante producten.

2.4.

MAS c.s. hebben locaties in Druten en Winschoten. Daarnaast is de vennootschap MAS Coatings Kimya San ve Tic A.S. te Turkije (hierna: MAS Turkije) opgericht. [naam 4] , eveneens een ex-werknemer van PPG c.s., is benoemd tot General Manager van die vennootschap.

2.5.

[naam] is bij PPG’s productiefaciliteiten in Tiel en Gonfreville (Frankrijk) werkzaam geweest als Plant Manager. Hij was verantwoordelijk voor de productie van alle Packaging Coating producten, het management van productiemachines en het personeel op beide locaties. [naam] heeft op 31 maart 2014 ontslag genomen en hij is op 2 december 2013 benoemd tot bestuurder van MAS Holding.

2.6.

[naam 1] heeft gewerkt bij PPG Coating te Tiel en andere locaties van PPG c.s. in Europa. [naam 1] was Coating Production Supervisor voor onder meer OV producten en is benoemd tot Business Process Improvement Project Leader. [naam 1] was betrokken bij meerdere projecten om procesverbeteringen door te voeren, onder meer bij de productie van OV producten. [naam 1] is op enig moment overgeplaatst naar Industrial Coating in Veenendaal en aldaar benoemd tot Plant Manager. Het dienstverband van [naam 1] is per 1 juni 2013 door de rechtbank Gelderland ontbonden. Op 26 september 2013 heeft [naam 1] MAS Holding mede opgericht.

2.7.

[naam 3] heeft in het verleden als controller en register accountant in onder andere de cement- en zuivelbranche gewerkt. [naam 3] houdt zich binnen MAS c.s. bezig met alle randvoorwaarden voor de onderneming, zoals de administratieve, financiële en juridische vraagstukken.

2.8.

[naam 4] heeft als Head of Sales gewerkt voor PPG c.s. in Turkije. Hij was verantwoordelijk voor de verkopen en voor het aansturen van verkoopteams en technische servicemedewerkers om lokale klanten van PPG c.s. te kunnen bedienen. [naam 4] heeft op 31 maart 2014 ontslag genomen bij PPG c.s. en is in juni 2014 in dienst getreden bij MAS Turkije. [naam 4] heeft een aantal klanten van PPG c.s. benaderd en de door MAS c.s. ontwikkelde producten aangeboden tegen een lagere prijs dan de prijs die PPG c.s. hanteren voor hetzelfde soort producten.

2.9.

Op 7 mei 2015 hebben PPG c.s. bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, een verzoekschrift ingediend tot het leggen van conservatoir (bewijs)beslag onder MAS c.s. Op 8 mei 2015 is door de voorzieningenrechter verlof verleend tot het leggen van dat beslag. Op 21 mei 2015 is in opdracht van PPG c.s. vervolgens bewijsbeslag gelegd in de bedrijfspanden van MAS c.s. te Druten en Winschoten. Daarbij is een grote hoeveelheid data, administratie, e-mailverkeer en een aantal monsters in beslag genomen. Van ieder monster is telkens één exemplaar overhandigd aan PPG c.s.

2.10.

Het proces-verbaal dat de deurwaarder ter zake van de beslaglegging heeft opgemaakt luidt onder meer als volgt:

Heden, de een en twintigste mei tweeduizendvijftien

Heb ik, JAN-WILLEM BOER, gerechtsdeurwaarder met vestigingsplaats te HEERENVEEN, aldaar kantoorhoudende aan de President Kennedylaan 33a;

Op verzoek van:

1. de rechtspersoon naar vreemd recht PPG Industries Inc. gevestigd en kantoorhoudende te PITTSBURGH,

2. de rechtspersoon naar vreemd recht PPG Industries Europe S.A.R.L. gevestigd en kantoorhoudende te ROLLE 1180,

3. de besloten vennootschap PPG Coatings B.V. gevestigd en kantoorhoudende te TIEL,

4. de besloten vennootschap PPG Industrial Coatings B.V. gevestigd en kantoorhoudende te VEENENDAAL,

nader te noemen rekwiranten, voor deze zaak woonplaats kiezende ten kantore van bovengenoemde gerechtsdeurwaarder, alsmede te AMSTERDAM op het adres Keizersgracht 555, ten kantore van de advocaat mr. K.A.J. Bisschop (Hogan Lovells Internationaal LLP);

Uit krachte van de grosse van de beschikking d.d. 8 mei 2015 gegeven door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, houdende (ondermeer) het verlof aan rekwirante tot het doen nemen van monsters, zulks als bedoeld in artikel 1019d lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en beschreven in voormelde beschikking, ten laste van:

1. de besloten vennootschap Mas Coatings B.V., gevestigd en kantoorhoudende te 6651 KS DRUTEN, aan het adres Nijverheidsweg 1 D,

2. de besloten vennootschap Mas Facilities B.V., gevestigd en kantoorhoudende te 6651 KS DRUTEN, aan het adres Nijverheidsweg 1,

3. de besloten vennootschap Mas Holding B.V., gevestigd en kantoorhoudende te 6651 KS DRUTEN, aan het adres Nijverheidsweg 1 D,

nader te noemen gerekwireerden, gegeven op het daartoe strekkend, door en namens rekwirante ingediende verzoekschrift;

Mij begeven (…) naar het adres J.A. Koningstraat 13 te 9672AC Winschoten, zijnde een kantooradres van gerekwireerde sub 2, alwaar ik sprak met de heer M. [naam] , bestuurder van gerekwireerde sub 2 aan wie ik het doel van mijn komst kenbaar heb gemaakt. (…)

Vervolgens heb ik aldaar, gerechtsdeurwaarder, ten laste van gerekwireerden in het bijzijn en op aanwijzing van de heer M. [naam 5] in zijn hoedanigheid van octrooigemachtigde de navolgende monsters genomen;

 Een zestal monsters van zogenaamde OV-producten, bestaande uit twee verschillende soorten OV-producten zodat van iedere soort een drietal monsters is genomen;

 Een zestal monsters van zogenaamde fietsproducten, bestaande uit twee verschillende soorten zodat van iedere soort een drietal monsters is genomen;

De rechter heeft in voormelde beschikking onder d van het petitum rekwirante verlof verleend een van de drie monsters van elke van de op de beslaglocatie aanwezige OV producten, UV producten en fietsproducten aan rekwirante te verstrekken, op de wijze als beschreven in paragraaf 5.3 en 5.4 van het verzoekschrift;

Desgevraagd hebben de heer M. [naam 5] en de heer M. [naam] mij beiden verklaard dat voormelde OV-producten zogenaamde eindproducten zijn en voormelde fietsproducten geen eindproducten zijn. Aangezien de fietsproducten geen eindproducten zijn deze niet afgestaan;

2.11.

S. [naam 3] heeft op 21 mei 2015 om 16:47 uur aan het kantoor van de deurwaarder gemaild:

Hierbij wil ik je formeel kenbaar maken dat wij bezwaar maken tegen het opgelegde dat één van de 3 monsters ook aan PPG wordt geleverd.

Volgens par 5.4. en 5.17 mogen monsters van commerciële eindproducten genomen worden en alsdan één exemplaar hiervan aan PPG overhandigd worden. Bij de monstername worden waarschijnlijk ook produkten in ontwikkeling bemonsterd. Met deze procedure krijgt een concurrerende partij gratis en voor niets toegang tot formuleringen van onze eigen product-ontwikkelingen. Wij hebben onze advocaat gevraagd om dit bezwaar verder te formaliseren richting de voorzieningenrechter.

3 Het geschil

3.1.

MAS c.s. vorderen – samengevat – primair dat:

  1. de op 21 mei 2015 gelegde conservatoire bewijsbeslagen worden opgeheven;

  2. PPG c.s. hoofdelijk worden geboden alle in hun bezit zijnde monsters in ongewijzigde vorm en in volledige omvang direct, doch uiterlijk binnen 24 uur, primair na het wijzen van dit vonnis en subsidiair na betekening van dit vonnis onverwijld aan MAS c.s. in persoon, op het adres te Winschoten te overhandigen, zodanig dat de beslagen monsters die in het bezit van PPG c.s. zijn op geen enkele wijze meer beschikbaar zijn bij PPG c.s., op straffe van een dwangsom van

€ 500.000,00 per dag(deel) dat PPG c.s. hieraan niet tijdig voldoen;

3. PPG c.s. hoofdelijk te gebieden alle documentatie en onderzoeks- en/of analysegegevens die zij mogelijk reeds hebben vergaard en/of opgesteld, al dan niet middels een derde, in volledige omvang direct, doch uiterlijk binnen 24 uur, primair na het wijzen van het vonnis en subsidiair na betekening van dit vonnis onverwijld aan MAS c.s. in persoon op het adres te Winschoten te overhandigen, zodanig dat geen enkele documentatie en/of onderzoeks- en/of analysegegevens meer beschikbaar zijn bij PPG c.s. en/of derden, op straffe van een dwangsom van

€ 500.000,00 per dag(deel) dat PPG c.s. hieraan niet tijdig voldoen;

4. PPG c.s. hoofdelijk te verbieden gebruik te maken van alle documentatie en onderzoeks- en/of analysegegevens die zij mogelijk reeds hebben vergaard en/of opgesteld, op straffe van een dwangsom van € 500.000,00 per dag(deel) dat PPG c.s. hieraan niet tijdig voldoen;

5. PPG c.s. hoofdelijk te gebieden om direct, primair na het wijzen van het vonnis en subsidiair na betekening van dit vonnis, opdracht te geven aan de deurwaarder die de beslagen goederen onder zich houdt, de beslagen goederen uit de gerechtelijke bewaring te nemen en onverwijld aan MAS c.s. in persoon op het adres te Winschoten te overhandigen, zodanig dat de beslagen goederen op geen enkele wijze meer beschikbaar zijn bij de deurwaarder en/of gerechtelijke bewaarder en/of enige derde op straffe van een dwangsom van € 500.000,00 per dag(deel) dat PPG c.s. hieraan niet tijdig voldoen.

3.2.

Subsidiair, onder punt 6 tot en met 9 van het petitum, vorderen MAS. c.s. het

hiervoor onder punt 1, 2, 3 en 4 gevorderde uitsluitend ten aanzien van de in beslag

genomen monsters.

3.3.

Ten aanzien van het primair en subsidiair gevorderde vorderen MAS c.s. dat:

10. PPG c.s. hoofdelijk worden verboden om, zolang PPG c.s. niet in rechte in een bodemprocedure bij deze of enige andere rechtbank een toewijzend vonnis hebben verkregen ter zake de vermeende onrechtmatige handelingen en/of inbreuken van MAS c.s., enige vorm van conservatoir beslag te leggen op straffe van een

dwangsom van € 500.000,00 per dag(deel) dat PPG c.s. hieraan niet tijdig voldoen;

11. PPG c.s. hoofdelijk te verbieden enige informatie over de bewijsbeslaglegging en de daardoor vergaarde en verkregen informatie met enige derde te delen op straffe van een dwangsom van € 500.000,00 per dag(deel) dat PPG c.s. hieraan niet tijdig voldoen;

11. PPG c.s. hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten en nakosten van de procedure te vermeerderen met de wettelijke handelsrente indien niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis is betaald.

3.4.

PPG c.s. voeren verweer.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang ligt in de aard van de vordering besloten.

4.2.

MAS c.s. vorderen integrale opheffing van het door PPG c.s. gelegde bewijsbeslag inclusief de ongedaanmaking van de monsterneming. Bij de beoordeling daarvan moet worden vooropgesteld dat het PPG c.s., afgezien van de monsterneming (waarover hierna meer), slechts is toegestaan bewijs veilig te stellen, zonder daarvan nog kennis te mogen nemen, in afwachting van een oordeel daarover van de rechter. PPG c.s. hebben in dit kort geding (nog) niet een (reconventionele) vordering ingesteld (gegrond op art. 843a Rv) om toestemming tot inzage van het beslagen materiaal. Of voldaan is aan alle vereisten van art. 843a Rv om recht te hebben op afgifte en kennisneming van het beslagen materiaal, is in dit geding als zodanig niet aan de orde. Het gaat hier slechts om de vraag of er voldoende grond was om bewijsmateriaal veilig te stellen in afwachting van een oordeel daarover en of er (thans) gronden zijn voor opheffing van het bewijsbeslag vooruitlopend op een beslissing van de rechter over de bevoegdheid van PPG c.s. over afgifte en kennisneming. Daarvoor komt het in de eerste plaats aan op de aannemelijkheid van de door PPG c.s. gepretendeerde rechtsbetrekking waarvoor zij bewijs tracht te verkrijgen.

4.3.

Het verzoek van PPG c.s. tot het mogen leggen van bewijsbeslag en doen nemen van monsters is gebaseerd op een onrechtmatig daad van MAS c.s. jegens haar wegens handelen in strijd met het verbod van art. 39 TRIP’s-Verdrag doordat MAS c.s. oneerlijk gebruik maken van niet openbaar gemaakte bedrijfsgeheimen van PPG c.s. MAS c.s. hebben die grondslag van het verzoek van PPG c.s. als zodanig niet weersproken, maar hun verweer daarop gebaseerd dat niet is voldaan aan de vereisten voor onrechtmatig handelen wegens oneerlijke ex-werknemers concurrentie zoals die zijn gebaseerd op HR 9 december 1955, NJ 1956/157 (Boogaard/Vesta). Op die grondslag is het verzoek van PPG c.s. echter niet gebaseerd. Volgens MAS c.s. is het verzoek van PPG c.s. feitelijk alleen op (vage) vermoedens gebaseerd. Dat is echter niet juist. Die vermoedens zijn gegrond op een heel aantal door PPG c.s. in het verzoekschrift gestelde feiten en omstandigheden, zoals daar zijn: de betrokkenheid van ex-werknemers van PPG c.s. bij MAS c.s., de inhoud van hun functie bij PPG c.s., de toegang die zij uit hoofde van die functie hadden tot bedrijfsgeheimen (waaronder formules van de producten van PPG c.s.), het feit dat deze ex-werknemers reeds voor het einde van de arbeidsovereenkomst met hun eigen bedrijf MAS c.s. bezig waren, de onwaarschijnlijkheid dat MAS c.s. binnen zo korte tijd verhandelbare producten zou kunnen ontwikkelen soortgelijk aan en concurrerend met die van PPG c.s., zonder gebruikmaking van kennis van geheime bedrijfsinformatie van PPG c.s. en het feit dat MAS c.s. klanten van PPG c.s. hebben benaderd met een aanbod voor levering van coatings voor een aanmerkelijk lagere prijs. Al deze feiten hebben MAS c.s. niet gemotiveerd weersproken. Alleen desgevraagd door de voorzieningenrechter hebben zij verklaard dat hun toegang tot bepaalde bedrijfsgeheimen door verandering van functie binnen PPG c.s. reeds enkele jaren geleden tot een eind is gekomen. Dat is een te weinig gemotiveerde en gesubstantieerde weerlegging. Gelet op de gestelde en niet of onvoldoende weersproken feiten en omstandigheden zijn de vermoedens van PPG c.s. dat MAS c.s. in strijd met het verbod van art. 39 TRIP’s-Verdrag onrechtmatig gebruik maken van bedrijfsgeheimen van PPG c.s. niet van grond ontbloot. Of die vermoedens gegrond zijn, zal te zijner tijd in een bodemprocedure moeten worden vastgesteld, met het oog waarop PPG c.s. de beschikking wensen te krijgen over bewijsmateriaal. Thans kan niet worden geoordeeld dat summierlijk van de ondeugdelijkheid van de door PPG c.s. gepretendeerde rechtsbetrekking is gebleken.

4.4.

Wat betreft een afweging van belangen geldt het volgende. PPG c.s. hebben er belang bij dat bewijsmateriaal in ieder geval veilig gesteld blijft totdat is beslist of zij recht op afgifte en inzage daarvan hebben met het oog op de mogelijkheid dat zij met dit materiaal in een bodemprocedure het bewijs zullen kunnen leveren voor hun op feitelijke gegevens gebaseerde vermoedens omtrent onrechtmatig handelen van MAS c.s. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat het bewijsbeslag er naar zijn aard ook toe strekt bewijsmiddelen veilig te stellen voor een nog niet of onvoldoende bewezen vordering, waarvoor de beslaglegger nu juist bewijs wenst te verkrijgen. De door PPG c.s. gestelde aanwijzingen voor onrechtmatig handelen van MAS c.s. zijn, hoewel dat onrechtmatig handelen nog geenszins vast staat, voldoende om aan te nemen dat PPG c.s. een rechtmatig belang hebben bij beslag tot verkrijging van bewijs, zonder dat sprake is van een regelrechte fishing expedition. De bescheiden waarnaar PPG c.s. op zoek zijn, zijn gezien de aard van het onderhavige geschil voldoende bepaald. Het gevaar dat bij opheffing van het beslag bewijsmiddelen zullen verdwijnen is zeker in een geschil als dit niet denkbeeldig. Hiertegenover hebben MAS c.s. geen specifiek belang bij opheffing van het bewijsbeslag nog voordat is beslist over een recht van PPG c.s. op afgifte en kennisneming. Klaarblijkelijk is het meegenomen materiaal reeds door de deurwaarder gekopieerd of wordt het kopiëren op korte termijn voltooid en kan hetgeen is meegenomen aan MAS c.s. worden geretourneerd. Voor zover het belang van MAS c.s. bij opheffing is dat PPG c.s. niet meer de beschikking kunnen krijgen over het materiaal indien een rechter oordeelt dat zij recht op afgifte en inzage daarvan heeft, weegt dat niet op tegen het juist spiegelbeeldige belang van PPG c.s.

4.5.

Ten aanzien van de genomen monsters geldt het volgende. Verzocht en verleend is verlof om monsters deels direct aan PPG c.s. voor onderzoek af te geven voor zover het om commerciële eindproducten gaat. Dat verzoek en dat verlof zijn daarop gebaseerd dat commerciële eindproducten verhandeld worden en dus in beginsel voor iedereen vrij verkrijgbaar zijn op de markt, waardoor iedereen in staat is en het iedereen in beginsel vrij staat de samenstelling van die producten te onderzoeken en te analyseren, zonder dat sprake is van gebruik van vertrouwelijke bedrijfsgeheime informatie. De toegestane monsterneming strekt ertoe dat PPG c.s. monsters van deze eindproducten kunnen verkrijgen, zonder die bij MAS c.s. te hoeven ‘bestellen’ en dat verzekerd kan worden dat het verkregen monster ook metterdaad identiek is aan het door MAS c.s. gefabriceerde en verhandelde eindproduct.

4.6.

Blijkens het proces-verbaal van 21 mei 2015 hebben [naam] en [naam 5] aan de deurwaarder verklaard dat de OV-producten eindproducten zijn, maar de fietsproducten niet, zodat die niet zijn afgegeven. Dat dit toen aan de deurwaarder is verklaard, hebben MAS c.s. als zodanig niet gemotiveerd betwist. MAS c.s. stellen zich op het standpunt dat de OV-producten weliswaar eindproducten zijn, maar niet commerciële eindproducten en wijzen erop dat het woordje ‘commercieel’ daarom ook in het proces-verbaal van de deurwaarder ontbreekt. Volgens MAS c.s. worden deze producten nog niet commercieel verhandeld maar slechts ter beschikking gesteld aan potentiële klanten die vervolgens wensen kunnen kenbaar maken die tot aanpassingen van het product kunnen leiden. Heel geloofwaardig is deze stelling niet. Het was duidelijk dat het verlof gegeven was voor commerciële eindproducten en het had bepaald voor de hand gelegen dat op 21 mei 2015 namens MAS c.s. aan de deurwaarder was verklaard dat het hier ging om producten die nog niet vrijelijk in de handel waren en nog aangepast zouden kunnen worden. Dat is niet gebeurd. Het staat overigens wel vast dat MAS c.s. commerciële eindproducten verhandelt. Dat ligt ook besloten in de e-mail van 21 mei 2015 van de heer [naam 3] aan de deurwaarder. MAS c.s. hebben niet met enig bewijsstuk onderbouwd dat de meegenomen monsters nog niet worden verhandeld in afwachting van aanpassing van wensen van klanten. Dit standpunt wordt daarom verworpen.

4.7.

MAS c.s. vrezen dat PPG c.s. juist de bedoelingen hebben die PPG c.s. MAS c.s. toedichten: namelijk met door de ander ontwikkelde producten aan de haal gaan voor eigen commercieel gebruik. Met het oog daarop vorderen MAS c.s. een verbod op elk commercieel gebruik van de kennis die PPG c.s. door onderzoek en analyse van de monsters verkrijgen. PPG c.s. hebben bij monde van hun raadsman toegezegd dat zij die aldus verkregen gegevens daarvoor niet zullen gebruiken. Gezien de aard van het geschil en de zorg van MAS c.s. dat verkregen gegevens verkeerd zullen worden gebruikt, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de toezegging van PPG c.s. te versterken met een verbod om de verkregen gegevens te gebruiken, anders dan in het kader van bewijsvoering tegen MAS c.s. in het tussen hen gerezen geschil. Anderzijds zal de voorzieningenrechter daaraan gezien de toezegging van PPG c.s. vooralsnog geen dwangsom verbinden.

4.8.

Behoudens hetgeen onder 4.7 is overwogen zullen de vorderingen worden afgewezen. MAS c.s. zullen als de overwegend in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten. De kosten aan de zijde van PPG c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 613,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.429,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt PPG c.s. hoofdelijk, anders dan ten behoeve van de bewijsvoering door PPG c.s. in het onderhavige geschil met MAS c.s., gebruik te maken van alle documentatie en onderzoeks- en/of analysegegevens met betrekking tot de in beslag genomen monsters die zij reeds hebben vergaard en/of opgesteld of nog zullen vergaren en/of opstellen,

5.2.

veroordeelt MAS c.s. hoofdelijk, met dien verstande dat indien en voor zover de één betaalt ook de ander daardoor is bevrijd in de proceskosten, aan de zijde van PPG c.s. tot op heden begroot op € 1.429,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt MAS c.s. hoofdelijk, met dien verstande dat indien en voor zover de één betaalt ook de ander daardoor is bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat MAS c.s. niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2015. De feiten en de motivering zijn afzonderlijk vastgelegd op 4 juni 2015.

Coll: LV