Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:4234

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-06-2015
Datum publicatie
29-06-2015
Zaaknummer
05/860712-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Militaire Kamer rechtbank Gelderland. Vrijspraak voor oud-militair inzake valsheid in geschrifte dan wel het opzettelijk valse gegevens verstrekken met betrekking tot reisdeclaraties dan wel gegevens verstrekken waarvan hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat ze in strijd met de waarheid waren met betrekking tot het indienen van reisdeclaraties.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/860712-13

Datum uitspraak : 29 juni 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [1986] te [geboorteplaats], wonende te [adres], [woonplaats]

raadsvrouw : A.H.J. Raaijmakers, advocaat te Culemborg.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 15 juni 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode gelegen van 09 januari 2012 tot en met 9 november 2012 te Schaarsbergen, gemeente Arnhem, althans in Nederland- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte (telkens) valselijk middels het zogenaamde DIDO (defensie Intranettoepassing Dienstreis Opdrachten) (een) reisdeclaratie(s) ingediend waarin telkens (in

strijd met de waarheid) werd vermeld dat de te declaren reis/reizen was/waren gemaakt (voor het volgen van een opleiding te Garderen), zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode gelegen van 09 januari 2012 tot en met 9 november 2012 te Schaarsbergen, gemeente Arnhem, in elk geval in Nederland, anders dan door valsheid in geschrift, opzettelijk niet naar waarheid één of meer gegevens heeft verstrekt aan de Koninklijke Landmacht, althans een afdeling van het Ministerie van defensie, zijnde de

afdeling/degene door wie of door wiens tussenkomst een verstrekking of tegemoetkoming, te weten betalingen in verband met gemaakte reiskosten, werd verleend, immers heeft verdachte (telkens) middels het zogenaamde DIDO (Defensie Intranettoepassing Dienstreis Opdrachten) (een) reisdeclaratie(s) ingediend waarin (telkens in strijd met de waarheid) werd vermeld dat de te declaren reis/reizen was/waren gemaakt (voor het volgen van een opleiding te Garderen), zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat de verstrekte gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op die verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming;

meer subsidiair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode gelegen van 09 januari 2012 tot en met 9 november 2012 te Schaarsbergen, gemeente Arnhem,, in elk geval in Nederland, anders dan door valsheid in geschrift, aan de Koninklijke Landmacht, althans een afdeling van het Ministerie van Defensie, zijnde de afdeling/degene door wie of door wiens tussenkomst enige verstrekking of tegemoetkoming, te weten betalingen in verband met gemaakte reiskosten, werd

verleend, gegevens heeft verstrekt die naar verdachte wist of redelijkerwijze moest vermoeden niet met de waarheid in overeenstemming waren, immers heeft verdachte (telkens) middels het zogenaamde DIDO (Defensie Intranettoepassing Dienstreis Opdrachten) (een) reisdeclaratie(s) ingediend waarin (telkens in strijd met de waarheid) werd vermeld dat de te declareren reis/reizen was/waren gemaakt (voor het volgen van een opleiding te Garderen), zulks terwijl dezegegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op die verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming;

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie en van verdachte

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het primair en subsidiair tenlastegelegde nu, ten aanzien van dat deel van de reisdeclaraties, waarvan kan worden vastgesteld dat deze niet kloppen, niet bewezen kan worden dat deze met opzet aldus zijn ingediend. Wel acht zij wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het meer subsidiair ten laste gelegde, omdat er wel sprake was van schuld ten aanzien van de onjuist ingediende declaraties.

Namens verdachte is algehele vrijspraak bepleit.

Beoordeling door de militaire kamer

Ten aanzien van het primair en subsidiair tenlastegelegde

In overeenstemming met de standpunten van de officier van justitie en de verdediging is de militaire kamer van oordeel dat verdachte van het primair en subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken nu niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte met opzet valse declaraties heeft ingediend of onjuiste gegevens heeft verstrekt.

Ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde

De vraag die de militaire kamer moet beantwoorden is of verdachte - kort gezegd - gegevens over gemaakte dienstreizen heeft verstrekt - ingevoerd in een computersysteem (DIDO) - die van belang waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een tegemoetkoming terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die de gegevens in strijd met de waarheid waren.

Op basis van het dossier en wat ter terechtzitting door verdachte is verklaard concludeert de militaire kamer allereerst dat anders dan op basis van de verklaring van verdachte zelf moeilijk is vast te stellen in welke gevallen ten onrechte een declaratie voor een dienstreis is ingediend in de zin dat die is ingediend ten behoeve van het volgen van een studie/cursus terwijl verdachte in werkelijkheid de reis naar de cursuslocatie niet heeft gemaakt.

Dat verdachte op dagen waarvoor een reisdeclaratie was ingediend niet daadwerkelijk op de cursuslocatie in Stroe is geweest wordt blijkens het dossier door de Koninklijke Marechaussee gebaseerd op de presentielijsten van de desbetreffende cursus, de toegangsgegevens van de kazerne in Stroe waar de cursus werd gegeven en de mastgegevens van de telefoon van verdachte. De militaire kamer stelt in dit verband het volgende vast :

  • -

    De presentielijsten die door cursisten moesten worden getekend werden niet structureel gecontroleerd. Het kwam voor dat cursisten aanwezig waren zonder die lijsten te tekenen, al dan niet omdat ze de lijst niet ter tekening aangeboden hadden gekregen. Uit het enkele feit dat verdachte de lijst niet altijd heeft afgetekend kan dus niet de conclusie worden getrokken dat hij de desbetreffende dag niet aanwezig was.

  • -

    Het enkele feit dat de smartcard van verdachte niet op iedere cursusdag is geregistreerd bij binnenkomst van het kazerneterrein kan niet tot de conclusie leiden dat hij er niet was die dag. Immers, onbetwist is dat wanneer hij samen met een ander reisde het voldoende was dat één smartcard ter controle werd aangeboden ofwel bij de elektronische toegangsfaciliteit bij de slagboom ofwel bij de beveiliger en dat zou dan ook de smartcard van de medereiziger kunnen zijn geweest. Ook werd de slagboom wel eens geopend door de beveiliger, zonder dat de smartcard elektronisch werd geregistreerd.

  • -

    De opgevraagde mastgegevens van de telefoon van verdachte geven geen duidelijk beeld over zijn verblijfplaats, mogelijk door het slechte bereik op de cursuslocatie. Zo is op meerdere dagen pas op een later tijdstip op de dag de locatie gemeten. Daarnaast zijn er meerdere dagen dat de mastgegevens de telefoon in de woonplaats van verdachte plaatsen en niet op de cursuslocatie, terwijl uit de presentielijsten blijkt dat hij toen wel degelijk op de cursuslocatie in Stroe was.

Verdachte heeft verklaard dat het gebruikelijk was om voorafgaand aan de cursusdag(en) de reisdeclaratie al in te dienen in het DIDO en dat hij vooraf altijd de intentie had om naar de betreffende cursusdag te gaan. Hij heeft verklaard dat hij op sommige momenten ziek is geworden of angst had om naar de cursus te gaan. Volgens verdachte is het mogelijk dat hij op sommige dagen uiteindelijk daardoor niet naar de kazerne in Stroe is gegaan en dat hij naderhand is vergeten om de declaraties uit het systeem te halen.

Uit de door verdachte geschetste gang van zaken, waarvan de rechtbank uitgaat nu daartegenover geen andersluidend bewijs is gesteld, kan weliswaar worden afgeleid dat hij in de door hem genoemde gevallen vooraf een reisdeclaratie heeft ingediend waar achteraf gezien geen reis tegenover stond, maar niet dat hij al op het moment van indienen wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die gegevens onjuist waren.

De militaire kamer kan niet vaststellen of verdachte na een cursusdag nogmaals een handeling in het DIDO diende te verrichten alvorens de reeds door hem vóór de cursusdag ingediende reisdeclaratie uitbetaald te krijgen. Verdachte betwist dit. Gegevens in dit verband ontbreken in het dossier.

Nu dus niet kan worden bewezen dat verdachte op het moment dat hij de declaraties in DIDO indiende, wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat deze gegevens in strijd met de waarheid waren dient verdachte ook van het meer subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

3 De beslissing

De militaire kamer:

 Spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.

Dit vonnis is gegeven door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. E. de Boer, rechter, en kapitein ter zee logistieke dienst mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg (militair lid), in tegenwoordigheid van mr. M.G. Enderink, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 juni 2015