Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:4172

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-06-2015
Datum publicatie
25-06-2015
Zaaknummer
C/05/282939 / KZ ZA 15-129
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

SRR vordert in dit kort geding nakoming door de KNHS van twee overeenkomsten tussen SRR en KNHS, waarin onder meer een samenwerking op het gebied van examinering voor het behalen van ruiter- en menbewijzen is afgesproken.

Verder vordert SRR dat KNHS de onlangs door haar afgegeven ruiter- en menbewijzen ongeldig verklaart en nieuwe, aangepaste bewijzen naar haar leden verstuurt met daarbij een rectificatiebrief. Ook vordert SRR dat KNHS een rectificatie op haar website plaatst. FNRS heeft zich in dit kort geding gevoegd aan de zijde van KNHS.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen tot nakoming van de twee gesloten overeenkomsten toe, op grond dat het samenhangende overeenkomsten zijn en de opzegging door KNHS niet rechtsgeldig is gedaan.

De vorderingen tot het ongeldig verklaren van de afgegeven ruiter- en menbewijzen en tot rectificatie worden afgewezen, nu daarvoor onvoldoende grond bestaat en onvoldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van onjuiste berichtgeving van de zijde van KNHS.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/282939 / KZ ZA 15-129

Vonnis in kort geding van 25 juni 2015

in de zaak van

de stichting STICHTING RIJVAARDIGHEIDSBEWIJZEN RECREATIERUITER,

gevestigd te Ermelo,

eiseres,

advocaat mr. B.A. de Ruijter te Amsterdam,

tegen

1 de vereniging KONINKLIJKE NEDERLANDSE HIPPISCHE SPORTFEDERATIE,

gevestigd te Ermelo,

gedaagde,

advocaat mr. M.A.J. Vreeburg te Utrecht,

en

2. de vereniging FEDERATIE VAN NEDERLANDSE RUITERSPORTCENTRA,

gevestigd te Ermelo,

zich aan de zijde van gedaagde onder 1. gevoegd hebbende gedaagde,

advocaat mr. M.A.J. Vreeburg te Utrecht.

Partijen zullen hierna SRR respectievelijk KNHS en FNRS genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de incidentele vordering tot voeging van FNRS;

  • -

    de mondelinge behandeling, ter gelegenheid waarvan SRR heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen het verzoek tot voeging van FNRS en de voorzieningenrechter vervolgens de voeging van FNRS aan de zijde van KNHS heeft toegestaan;

  • -

    de pleitnota van SRR

  • -

    de pleitnota van KNHS en FNRS.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

SRR, KNHS en FNRS werken samen op het gebied van ruiterbewijzen en menbewijzen (voorheen koetsierbewijzen genoemd).

2.2.

SRR is een exameninstituut voor het verkrijgen en afgeven van rijvaardigheidsbewijzen op het gebied van het recreatieve paardrijden. Zij neemt de examens af en geeft ruiter- en menbewijzen af. Voorts zet SRR zich in voor de veiligheid van ruiter en menner bij de deelname aan het verkeer.

2.3.

KNHS en FNRS verzorgen gezamenlijk de opleiding voor de ruiter- en menbewijzen. Tevens zijn zij verantwoordelijk voor de marketing en public relations met betrekking tot de ruiter- en menbewijzen.

2.4.

Op 31 mei 2002 hebben SRR en KNHS een samenwerkingsovereenkomst gesloten, die onder meer het volgende inhoudt:

(…)

Inleidende overwegingen vanuit de SRR

1.

Tot op heden worden de SRR ruiter- en koetsierbewijzen onder auspiciën van de KNHS uitgegeven en zijn als zodanig erkend door het Ministerie van LNV.

(…)

Conclusies

1. Vastgesteld wordt:

- - dat de SRR haar voormalige recreatieve activiteiten overdraagt aan de KNHS;

(…)

- - dat de KNHS de SRR als enige onafhankelijke organisatie erkent voor de organisatie

van examens ten behoeve van ruiter- en koetsierbewijs;

(…)

a. De registratie van de ruiter- en koetsiersbewijzen

De volgende regeling (…) met betrekking tot de afgifte van de ruiter- en koetsierbewijzen wordt geaccordeerd. Alle kandidaten die een ruiter- of een koetsierbewijs wensen te behalen zullen het daartoe strekkende examen afleggen onder het directe toezicht en verantwoordelijkheid van de Stichting Rijvaardigheidsbewijzen Recreatieruiter. De geldigheidsduur van dit door de SRR afgegeven bewijs is twee jaar. Daarna dient er een verlenging plaats te vinden. Gelet op het directe contact met de landgoedeigenaren (…) zal de afgifte van de verlengde rijvaardigheidsbewijzen uitsluitend via de KNHS plaatsvinden.

(…)

Nader overeen te komen aspecten

(…)

Ad 2: Uitbesteding werkzaamheden

KNHS en SRR komen in een nader uit te werken contract overeen, dat de afdeling Recreatiesport van de KNHS werkzaamheden ten behoeve van de SRR zal verrichten.

(…)

2.5.

Voorts hebben SRR en KNHS op 30 juni 2005 een overeenkomst voor het verlenen van diensten gesloten, waarin onder meer het volgende is opgenomen:
(…)

In aanmerking nemende :

  • -

    dat de SRR tot taak heeft examens te organiseren, afnemen en samenstellen voor het Ruiterbewijs en Koetsiersbewijs en alle daaraan verbonden werkzaamheden te verrichten;

  • -

    dat de SRR de administratieve werkzaamheden zal uitbesteden aan de KNHS, die bereid is die werkzaamheden te verrichten;

ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT

Artikel 1 – Duur en beëindiging

1. Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd aangegaan en gaat in op 01-01-2005.

(…)

3. Elk van partijen kan de overeenkomst met inachtneming van een opzeggingstermijn van een jaar door opzegging beëindigen, welke opzegging dient te geschieden voor 31 december. (…)

Artikel 4 – Geschillen

1. Indien uit deze overeenkomst of een daarmee samenhangende overeenkomst een geschil voortvloeit, zullen partijen eerst trachten deze via mediation zelf op te lossen.

(…)

2.6.

In 2010 hebben SRR, KNHS en FNRS gezamenlijk besloten om de opleidingen en examens voor het ruiter- en menbewijs te vernieuwen. Daartoe is in 2011 een werkgroep opgericht (hierna: de Regiegroep), bestaande uit vertegenwoordigers van SRR, KNHS en FNRS. In februari 2014 heeft de Regiegroep haar eindconclusies opgesteld, die door partijen uitgevoerd zouden moeten worden.

2.7.

Op 26 februari 2014 is een marketingplan opgesteld met betrekking tot de verdere ontwikkeling en promotie van één landelijk ruiterbewijs.

2.8.

Op 10 maart 2014 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen SRR, KNHS en FNRS, waarvan een verslag, tevens besluitenlijst, is opgesteld. In dit verslag is onder meer opgenomen dat uitgangspunt is om de examens en opleidingen ruiter- en menbewijs nieuwe stijl per 1 juni 2014 te presenteren en dat de werkzaamheden van de Regiegroep naar de toekomst worden doorgetrokken in de vorm van een platform.

2.9.

Op 7 januari 2015 heeft KNHS aan SRR een brief gestuurd, die onder meer het volgende inhoudt:

(…)

Op 12 december jl. heeft u een bijscholing georganiseerd voor de examinatoren van het ruiter- en menbewijs. Over de inhoud van de bijscholing hebben ons berichten bereikt die ons ernstig verontrusten maar die wij allereerst bij u willen verifiëren alvorens wij conclusies trekken. De geluiden die ons hebben bereikt gaan over uitlatingen die volledig in strijd zijn met eerder gemaakte afspraken en die de samenwerking tussen SRR en KNHS onder druk dreigen te zetten.

Wij hebben van diverse aanwezigen begrepen dat de volgende informatie met name door uw voorzitter, [voorzitter], is gedeeld:

1. De SRR geeft zelfstandig een rijvaardigheidsbewijs, menvaardigheidsbewijs en/of begeleid menvaardigheidsbewijs af voor het leven dus met onbeperkte geldigheidsduur. (…) De SRR is eigenaar van deze bewijzen.

2. Vervolgens kan de geslaagde eventueel naar KNHS gaan om het SRR vaardigheidsbewijs om te zetten naar een ruiterbewijs of menbewijs. Daarvoor moet je lid zijn van de KNHS. De KNHS bepaalt de geldigheidsduur van het ruiter- en menbewijs. Dit is een marktproduct waar FHRS en KNHS commercieel belang bij hebben. De SRR distantieert zich hier volledig van, aldus de voorzitter.

3. De KNHS heeft de collectieve WA-verzekering afgeschaft en vervangen door een ongevallenverzekering. Het SRR betreurt dit (…).

(…)

4. Een aantal keren wordt door de SRR benadrukt dat de examens niet veranderd zijn. Terwijl er vervolgens niet systematisch toch enkele voorbeelden besproken worden die wel veranderd zijn (…).

5. Omdat er niets veranderd is kunnen de SRR opleidingsboeken nog prima gebruikt worden. De nieuwe FNRS/KNHS opleidingsboeken verschillen niet veel van de oude en staan vol fouten. Beter kunnen ook daarom de SRR boeken worden gebruikt.

6. Op vragen van de examinatoren (…) wordt o.a. gereageerd met: ‘de boeken zijn van KNHS/FNRS en bedelen om de boeken doen wij niet’.

7. Tijdens de bijscholing ontstond op een aantal momenten een sfeer waarin de partners FNRS en KNHS te kijk gezet werden en geen objectieve informatie werd gegeven volgens de berichten.

Voornoemde uitspraken zijn – indien deze daadwerkelijk zo zijn uitgedragen en zo zijn bedoeld – onacceptabel en, bijna zonder uitzondering, strijdig met datgene wat we de afgelopen jaren (…) hebben besloten. (…)

2.10.

In reactie op voormelde brief van KNHS heeft SRR KNHS onder meer bericht dat de gestelde uitlatingen van [voorzitter] volstrekt verkeerd dan wel uit hun verband zijn weergeven. Ter onderbouwing heeft SRR een verslag van de examinatorenbijeenkomst van 12 december 2014 bij haar reactie meegestuurd. Daarnaast heeft SRR aangeboden om eventuele verder vragen van de kant van KNHS in een gesprek toe te lichten.

2.11.

Vervolgens heeft een bespreking tussen SRR en KNHS plaatsgevonden, naar aanleiding waarvan KNHS bij brief van 13 februari 2015 een aantal vervolgvragen heeft gesteld aan SRR. Bij brief van 15 februari 2015 heeft SRR deze vragen beantwoord.

2.12.

Bij brief van 27 februari 2015 heeft KNHS SRR onder meer het volgende medegedeeld:

(…)

De samenwerking is nooit echt een succes geweest. In 2010 was er sprake van een absoluut

dieptepunt. Dit heeft geleid tot de instelling van werkgroepen met diverse benamingen teneinde in gezamenlijk overleg tot een betere coördinatie en optimalisering van de werkzaamheden van SRR te komen. Vier jaar later hebben wij helaas moeten constateren dat onze langdurige inspanningen ten behoeve van een betere samenwerking met SRR, niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

Wij hebben u eind 2014 met onze klachten en zorgen geconfronteerd. In de afgelopen periode hebben wij hierover ook met uw bestuur gesproken. Zaken waarvan wij het bewijs in handen hebben, worden daarbij glashard ontkend. Hiermee is de vertrouwensbasis definitief aan onze samenwerking komen te ontvallen. Uw brief van 15 februari 2015 brengt geen wijziging in de feitelijke situatie waarbij SRR haar eigen koers vaart en zich ten overstaan van derden op onjuiste wijze en in negatieve zin over KNHS (en FNRS) uitlaat.

Tijdens onze laatste bestuursvergadering hebben wij de situatie geëvalueerd en vervolgens

besloten om de samenwerking met SRR op een zo kort mogelijke termijn te beëindigen.

Formeel zeggen wij hierbij de samenwerking tussen KNHS en SRR tegen het einde van 2015 op.

Aangezien SRR haar bestaansrecht op dit moment enkel aan de samenwerking met KNHS (en FNRS) ontleent, is het onze wens om de samenwerking op een zo kort mogelijke termijn feitelijk te beëindigen. Uiteraard zullen de belangen van alle betrokken partijen daarbij in acht worden genomen. In ieder gevat zal KNHS zelf de benodigde maatregelen nemen voor examinering van het ruiter- en menbewijs zonder bemoeienis van SRR. Wij zijn graag beschikbaar om hierover nadere afspraken met uw bestuur te maken.

(…)

2.13.

Op 2 maart 2015 heeft FNRS een brief gestuurd aan SRR, waarin ook zij de samenwerking met SRR opzegt op soortgelijke gronden als door KNHS in haar opzeggingsbrief vermeld.

2.14.

In maart 2015 heeft KNHS een brief aan haar leden gestuurd, waarbij een nieuw ruiter- of menbewijs wordt verstrekt. Op deze bewijzen is het logo van SRR, dat op de “oude” bewijzen naast de logo’s van KNHS en FNRS staat, niet afgebeeld en is de tekst dat SRR eigenaar is van het bewijs niet meer opgenomen.

2.15.

In haar (digitale) nieuwsbrief van maart 2015 heeft KNHS medegedeeld dat KNHS en FNRS hebben besloten om de samenwerking met de SRR te beëindigen.

2.16.

Bij brief van 25 maart 2015 heeft de advocaat van SRR de grondslag voor de beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst gemotiveerd betwist, gesteld dat er geen enkele reden is voor opzegging van de samenwerkingsovereenkomst vanwege het ontbreken van een vertrouwensbasis en verzocht de opzegging in te trekken en de samenwerkingsovereenkomst na te komen. Ook heeft SRR KNHS in die brief verzocht de door haar gedane uitlatingen richting haar leden en de branche te rectificeren.

Een brief met een soortgelijke inhoud heeft de advocaat van SRR aan FNRS gezonden.

2.17.

Bij brief van 1 april 2015 heeft de advocaat van KNHS en FNRS namens beide gereageerd op de brief van SRR van 25 maart 2015. In deze reactie is onder meer verklaard dat de overeenkomst voor het verlenen van diensten van 30 juni 2005 niet is opgezegd en door KNHS gewoon wordt nagekomen en dat de KNHS en FNRS de feitelijke samenwerking met SRR tegen eind 2015 hebben opgezegd.

3 Het geschil

3.1.

SRR vordert dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. KNHS zal bevelen om binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis de verplichtingen welke voortvloeien uit de tussen partijen bestaande samenwerkingsovereenkomst na te komen, waaronder in ieder geval de verplichting SRR de examinering aangaande de ruiters en menners en afgifte van de bijbehorende vaardigheidsbewijzen hiervan te laten uitvoeren, althans een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen voorlopig oordeel dat recht doet aan de tussen partijen bestaande rechtsverhouding;

2. KNHS zal bevelen om binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis de verplichtingen welke voortvloeien uit de tussen partijen bestaande overeenkomst voor het verlenen van diensten van 30 juni 2005 na te komen, waaronder in ieder geval begrepen de verplichting tot het nakomen van de in die overeenkomst opgenomen geschillenclausule, althans een in goede justitie te bepalen voorlopige maatregel die rechtdoet aan de tussen partijen bestaande rechtsverhouding;

3. KNHS zal bevelen om binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis de door haar aan haar leden verzonden ruiter- en menbewijzen ongeldig te verklaren, althans in te trekken, en binnen twee weken na betekening van het in deze te wijzen vonnis nieuwe, juiste ruiter- en menbewijzen te versturen met daarop het logo van SRR en op de achterkant de tekst: ‘Het Ruiterbewijs c.q. Menbevijs is afgegeven nadat met goed gevolg het door de Minister van Economische Zaken erkende ruiterbewijsexamen werd afgelegd. Dit Ruiter- of Menbewijs blijft eigendom van SRR en dient te worden getoond op verzoek van de terreinbeheerder, die is gerechtigd namens de SRR het bewijs in te nemen’, vergezeld van een brief met de hieronder genoemde inhoud, althans een in goede justitie te

bepalen vorm of inhoud;

“Beste Ruiter/Menner,

De door KNHS op [datum] aan haar leden gestuurde nieuwe Ruiter- en Menbewijzen, en de bijbehorende begeleidende brief, bevatten een fout. In de begeleidende brief en op de pasjes ontbreekt de erkenning van het feit dat de Stichting Rijvaardigheidsbewijzen Ruitersport (SRR) zich ook enorm heeft ingespannen om de nieuwe Ruiter- en Menbewijzen te realiseren.

Als onafhankelijk exameninstituut zet de SRR zich sinds jaar en dag in voor de veiligheid van ruiter en paard, zowel op de openbare weg als daarbuiten. Door het organiseren en afnemen van examens op het gebied van rijvaardigheid, levert zij een onmisbare bijdrage aan de hippische recreatiesport. De totstandkoming van het nieuwe Ruiter- en Menbewijs is een gezamenlijke inspanning geweest van KNHS, FNRS en SRR. Dit heeft KNHS in haar communicatie miskend.

Om deze fout te herstellen, ziet KNHS zich genoodzaakt de uitgegeven Ruiter- en Menbewijzen te vervangen. Voor u ligt dan ook een nieuw, juist ruiter-, of menbewijs met daarop het logo van SRR met de erkenning van het feit dat de ruiter- en menbewijzen eigendom blijven van SRR.

Wij wensen u, mede namens de SRR, veel plezier met uw nieuwe Ruiter- of Menbewijs, en verontschuldigen ons voor de onjuiste berichtgeving.

Met vriendelijke groet,

namens het bestuur van KNHS

[naam]”;

4. KNHS zal veroordelen om binnen drie dagen na betekening van het te wijzen vonnis op de door haar beheerde website http://ww.knhs.nl de hiernavolgende tekst te plaatsen, in lettertype Garamond, minimale lettergrootte 14, vetgedrukt, duidelijk leesbaar in zwarte tekst op een witte achtergrond en in een omlijnd kader zonder wijziging, toevoeging of commentaar, zodanig dat de rectificatietekst schermvullend zichtbaar is op schermen met een resolutie tussen 1024*768 pixels en 1920*1080 pixels, en dat deze rectificatie bij ieder bezoek aan de website gedurende 30 seconden zal worden getoond gedurende een termijn van twee weken, althans een in goede justitie te bepalen termijn en vorm voor rectificatie van de zijde van KNHS;

“RECTIFICATIE

Uitgegeven Ruiter- en Menbewijzen ten onrechte niet voorzien van SRR kenmerk

De door KNHS op [datum] aan haar leden gestuurde nieuwe Ruiter- en Menbewijzen, en de bijbehorende begeleidende brief, bevatten een fout.

In de begeleidende brief en op de pasjes ontbreekt een erkenning van het feit dat de Stichting Rijvaardigheidsbewijzen Ruitersport (SRR) zich ook enorm heeft ingespannen om de nieuwe Ruiter- en Menbewijzen te realiseren. De totstandkoming van het nieuwe Ruiter- en Menbewijs is een gezamenlijke inspanning geweest van KNHS, FNRS en SRR.

Op de pasjes hoort bovendien de volgende tekst te staan: ‘Het Ruiterbewijs c.q. Menbewijs is afgegeven nadat met goed gevolg het door de Minister van Economische Zaken erkende

ruiterbewijsexamen werd afgelegd. Dit Ruiter- of Menbewijs blijft eigendom van SRR en dient te worden getoond op verzoek van de terreinbeheerder, die is gerechtigd namens de SRR het bewijs in te nemen.

Als onafhankelijk exameninstituut zet de SRR zich sinds jaar en dag in voor de veiligheid van ruiter en paard, zowel op de openbare weg als daarbuiten. Door het organiseren en afnemen van ruiter- en menexamens, levert zij een onmisbare bijdrage aan de hippische recreatiesport. Dit heeft KNHS in haar communicatie miskend.

Langs deze weg deelt KNHS haar leden mede dat de door haar uitgegeven Ruiter- en Menbewijzen ongeldig zijn verklaard, en dat op korte termijn kosteloos nieuwe, juiste bewijzen zullen worden toegestuurd. Aan onze leden en de SRR bieden wij onze oprechte excuses aan voor de onjuiste berichtgeving.

Namens het bestuur van KNHS,

[naam]”;

5. KNHS zal veroordelen tot betaling van een direct opeisbare dwangsom van
€ 100.000,00 per overtreding van de hiervoor onder 1. t/m 4. opgelegde bevelen, alsmede

een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag, of gedeelte van een dag, dat die overtreding voortduurt, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom;

6. KNHS zal veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen salaris advocaat en nakosten.

3.2.

SRR heeft aan haar vorderingen samengevat het volgende ten grondslag gelegd. Aangezien KNHS enkel de feitelijke samenwerking met SRR heeft opgezegd, zijn de tussen partijen gesloten overeenkomsten en gemaakte afspraken nog steeds van kracht. Gezien de aard en het duurkarakter van de relatie tussen partijen kan de samenwerking tussen partijen, zoals bevestigd in de samenwerkingsovereenkomst van 31 mei 2002, enkel worden opgezegd op grond van een voldoende zwaarwegende grond. Van een dergelijke grond is volgens SRR geen sprake. SRR heeft verder aangevoerd dat KNHS de verplichting uit de overeenkomst van 30 juni 2005, dat geschillen tussen partijen via mediation dienen te worden opgelost, niet is nagekomen. Voorts is binnen de Regiegroep afgesproken wat de vormgeving zou zijn van de ruiter- en menbewijzen met daarop uitdrukkelijk het logo van SRR en is KNHS op basis van de samenwerkingsovereenkomst niet bevoegd tot de afgifte van de ruiter- en menbewijzen, aldus SRR.

3.3.

KNHS en FNRS voeren verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

KNHS heeft zich op het standpunt gesteld dat de overeenkomst voor het verlenen van diensten van 30 juni 2005 niet door haar is opgezegd en door haar nog steeds wordt nagekomen. Volgens KNHS betreft die overeenkomst enkel een logistiek contract voor het verrichten van administratieve werkzaamheden. Met betrekking tot de samenwerkingsovereenkomst van 31 mei 2002 heeft KNHS gesteld dat die achterhaald en geëxpireerd is doordat er tussen SRR, KNHS en FNRS nieuwe afspraken zijn gemaakt. Verder heeft KNHS gesteld dat met de opzeggingsbrief van 27 februari 2015 bedoeld is om – naast de feitelijke samenwerking – ook de overeenkomst van 31 mei 2002 op te zeggen.

4.2.

In de overeenkomst van 30 juni 2005 is onder het kopje “In aanmerking nemende” vermeld dat SRR tot taak heeft examens te organiseren en af te nemen. Dit is overeengekomen in de samenwerkingsovereenkomst van 31 mei 2002. Verder is in laatstgenoemde overeenkomst onder het kopje “Nader overeen te komen aspecten” bij “Ad 2: Uitbesteding werkzaamheden” vermeld dat KNHS en SRR een nader overeen te komen contract zullen sluiten voor door KNHS ten behoeve van SRR te verrichten werkzaamheden. Niet in geschil is dat dit nader overeen te komen contract de overeenkomst voor het verlenen van diensten van 30 juni 2005 is. Gelet op het vorenstaande volgt uit de strekking van voormelde overeenkomsten dat die met elkaar samenhangen. Dit standpunt heeft SRR tijdens de mondelinge behandeling ingenomen en is door KNHS en FNRS niet betwist.

Vast staat dat de overeenkomst van 30 juni 2005 niet is opgezegd. Deze overeenkomst heeft (grotendeels) betrekking op administratieve werkzaamheden die in het kader van de examinering moeten plaatsvinden. De stelling van KNHS dat de feitelijke samenwerking en de samenwerkingsovereenkomst van 31 mei 2002 onafhankelijk van die overeenkomst kunnen worden opgezegd, gaat niet op, nu SRR als gevolg van die opzegging niet meer als exameninstituut voor KNHS zal mogen functioneren en de overeenkomst van 30 juni 2005 daardoor niet (meer) kan worden nagekomen en in feite illusoir is geworden.

4.3.

Nu sprake is van samenhangende overeenkomsten is de opzegging door KNHS

– nog los van de vraag of de opzegging wel de overeenkomst van 31 mei 2002 betreft, hetgeen door SRR wordt betwist – niet rechtsgeldig gedaan. De overeenkomsten van 31 mei 2002 en 30 juni 2005 kunnen niet los van elkaar worden opgezegd. In dat kader verdient tevens opmerking dat een opzegging met inachtneming van de termijn als vermeld in artikel 3 lid 1 van laatstgenoemde overeenkomst dient plaats te vinden, welke termijn door KNHS bij de gedane opzegging niet in acht is genomen.

Overigens zijn de klachten van KNHS dat SRR – kort gezegd – geen constructieve bijdrage levert en haar eigen koers vaart, onvoldoende om van een zwaarwegende grond voor opzegging te kunnen spreken, maar dat doet in dit kader niet ter zake vanwege de contractueel vastgelegde mogelijkheid tot opzegging.

Verder is het standpunt van KNHS dat de samenwerkingsovereenkomst van 31 mei 2002 feitelijk is geëxpireerd en is vervangen door nieuwe afspraken, gemaakt tussen SRR, KNHS en FNRS, onvoldoende onderbouwd en leidt dat niet tot een ander oordeel.

4.4.

Gelet op het vorenstaande zijn de overeenkomsten van 31 mei 2002 en 30 juni 2005 nog steeds geldig. Gezien de omstandigheid dat KNHS en FNRS de opzegging hebben gedaan tegen 31 december 2015, dit ook naar derden hebben gecommuniceerd en de reële kans bestaat dat in een (eventuele) bodemprocedure op die datum nog geen (eind)vonnis is gewezen, is het spoedeisend belang van SRR bij de vorderingen gegeven. De vorderingen tot nakoming van die overeenkomsten zijn derhalve toewijsbaar, met dien verstande dat ingevolge de in de overeenkomst van 30 juni 2005 opgenomen geschillenclausule partijen weliswaar moeten trachten hun geschil eerst via mediation op te lossen, maar dat gelet op de aard van het middel van mediation het beide partijen te allen tijde vrij staat hun medewerking daaraan alsnog te onthouden, dan wel die om hen moverende redenen te beëindigen. Partijen dienen hier dan ook acht op te slaan.

4.5.

SRR heeft haar vorderingen onder 3. en 4. gebaseerd op de samenwerkingsovereenkomst van 31 mei 2002 en op hetgeen in het marketingplan van

26 januari 2014 is opgenomen.

In de samenwerkingsovereenkomst van 31 mei 2002 is weliswaar opgenomen dat SRR bevoegd is tot afgifte van de ruiter- en menbewijzen, maar daaruit blijkt niet dat er sprake is van een exclusieve bevoegdheid van SRR. Nu KNHS heeft betwist dat SRR exclusief bevoegd is tot afgifte van de bewijzen en SRR haar stelling dienaangaande niet nader heeft onderbouwd, is onvoldoende aannemelijk geworden dat KNHS niet (ook) bevoegd is om ruiter- en menbewijzen af te geven.

Verder is in voormeld marketingplan onder meer een nieuwe vormgeving van het ruiterbewijs opgenomen, waarbij het logo van SRR op het ruiterbewijs is afgebeeld. Niet gesteld of gebleken is dat SRR en KNHS naar aanleiding van dit punt in het marketingplan een afspraak hebben gemaakt. Daarom is onvoldoende aannemelijk geworden dat er sprake is van een overeenkomst tussen SRR en KNHS met betrekking tot de vormgeving van de nieuwe ruiter- en menbewijzen, waaronder de afbeelding van het logo van SRR. Dat op de door KNHS afgegeven bewijzen ten onrechte het logo van SRR niet is afgebeeld kan dan ook niet worden geconcludeerd.

Voorts heeft KNHS gemotiveerd betwist dat de (huidige) ruiter- en menbewijzen door de Minister van Economische Zaken zijn erkend. Aangezien SRR haar stelling niet nader heeft onderbouwd – zij heeft tijdens de mondelinge behandeling niet weersproken dat de ministeriële erkenning van zowel de examinering van het ruiterbewijs als het ruiterbewijs zelf in 2002 al lang was verlopen – is onvoldoende aannemelijk dat er een ministeriële erkenning bestaat met betrekking tot de ruiter- en menbewijzen. Voor het opnemen van de tekst op de achterzijde van de bewijzen zoals door SRR gevorderd bestaat dan ook geen grond.

Gelet op het vorenstaande bestaat evenmin grond voor het versturen van een brief en het plaatsen van een tekst op de website van KNHS zoals door SRR onder 3. en 4. gevorderd. Dat er in de door KNHS verstuurde ruiter- en menbewijzen en de bijbehorende begeleidende brief een fout staat en sprake is van onjuiste berichtgeving van de zijde van KNHS is gezien het vorenstaande onvoldoende aannemelijk geworden.

4.6.

Nu KNHS en FNRS ter zitting hebben verklaard dat zij gedurende de opzegtermijn hun verplichtingen uit hoofde van de overeenkomsten met SRR zullen nakomen, bestaat onvoldoende aanleiding voor het opleggen van een dwangsom. De vordering onder 5. zal derhalve eveneens worden afgewezen.

4.7.

Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt KNHS om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de verplichtingen welke voortvloeien uit de tussen partijen bestaande samenwerkingsovereenkomst na te komen, waaronder de verplichting SRR de examinering aangaande de ruiters en menners en afgifte van de bijbehorende vaardigheidsbewijzen hiervan te laten uitvoeren;

5.2.

beveelt KNHS om binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis de verplichtingen welke voortvloeien uit de tussen partijen bestaande overeenkomst voor het verlenen van diensten van 30 juni 2005 na te komen, waaronder begrepen de verplichting tot het nakomen van de in die overeenkomst opgenomen geschillenclausule;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.H.A. Heenk en in het openbaar uitgesproken op

25 juni 2015.

sa/kh