Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:4169

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-06-2015
Datum publicatie
25-06-2015
Zaaknummer
05/860611-14
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2017:5470, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2018:6782
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland heeft een 54-jarige man uit Huissen veroordeeld voor een celstraf van 3 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaar.

De man heeft zich onterecht uitgegeven voor arts en cliënten medisch behandeld. Daarnaast beschikte de man over illegale medicijnen, die hij ook verkocht. Eén slachtoffer werd door hem foutief gediagnostiseerd en werd opgelicht voor medische behandelingen in China.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/860611-14

Datum uitspraak : 25 juni 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [1962] te [geboorteplaats], wonende te [adres 1], [woonplaats],

raadsman: mr. A.H.A. Beijersbergen van Henegouwen, advocaat te Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 september 2014, 17 november 2014, 14 januari 2015, 3 juni 2015 en 11 juni 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de

periode van 4 oktober 2011 tot en met 18 mei 2014, te Huissen, gemeente

Lingewaard en/of Arnhem, gemeente Arnhem en/althans (elders) in Nederland,

(telkens) een of meermalen waren, te weten Relacore en/of Relacoffee,

bevattende de werkzame stof Sibutramine, althans een waar/waren bevattende de

werkzame stof Sibutramine, heeft verkocht en/of te koop heeft aangeboden

en/of heeft afgeleverd en/of heeft uitgedeeld (aan (een) ander(en)), wetende

dat (een of meer van) die hiervoor genoemde waar/waren (gelet op de daarin

verwerkte werkzame stof Sibutramine) voor het leven en/of de gezondheid

schadelijk is/zijn, terwijl verdachte (telkens) dat schadelijke karakter heeft

verzwegen;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011

tot en met 22 mei 2014 te Huissen, gemeente Lingewaard en/of Arnhem, gemeente

Arnhem, althans (elders) in Nederland,

(telkens) al dan niet opzettelijk,

een of meer (grote) hoeveelhe(i)d(en) geneesmiddel(en) , waarvoor (telkens)

geen handelsvergunning gold, te weten (onder meer)

-Irbesartan (merknaam Irbesartan Sandoz) en/of

-Indapamine (merknaam IndapamideEG) en/of

-Amlodipine (merknaam Amlodipin besilaat Sandoz) en/of

-Denosumab (merknamen Prolia en/of Xgeva) en/of

-Isosorbidedinitraat (merknaam Cedocard) en/of

-Sibutramine (merknaam Relacore) en/of,

-Clonazepam (al dan niet met merknaam Rivotril) en/of

-Escitalopram (merknaam Escitalopram oxalate tablets) en/of

-Amoxicilline (merknaam Amoxicilline Sandoz en/of Amoxicilline Teva) en/of

-Itraconazol (merknaam Itraconazole Sandoz) en/of

-Lymecycline/tetracycline (merknaam Tetralysal) en/of

-Fluocinonide (merknaam Fluocinonide cream) en/of,

-Fluoxetine,

althans een of meer middel(en) vallend onder de Geneesmiddelenwet waarvoor

(telkens) geen handelsvergunning gold, in voorraad heeft gehad en/of heeft

verkocht en/of heeft afgeleverd en/of ter hand heeft gesteld aan een ander of

anderen en/of heeft ingevoerd dan wel anderszins binnen het Nederlands

grondgebied heeft gebracht;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011

tot en met 19 mei 2014 te Huissen, gemeente Lingewaard en/of Arnhem, gemeente

Arnhem, althans (elders) in Nederland, (telkens) al dan niet opzettelijk,

niet zijnde een apotheker (die zijn beroep in een apotheek uitoefent) en/of

niet zijnde een huisarts in het bezit van een vergunning als bedoeld in het tiende

of elfde lid van artikel 61 van de Geneesmiddelenwet en/of niet zijnde daartoe

bij ministeriële regeling aangewezen persoon en/of instantie in de in de

regeling bedoelde omstandigheden, UR- of UA geneesmiddel(en), te weten

- Irbesartan (merknaam Irbesartan Sandoz) en/of

- Indapamine (merknaam Indapamide EG) en/of

- Amlodipine (merknaam Amlodipine besylate Sandoz) en/of

- Denosumab (merknamen Prolia en/of Xgeva) en/of

- Isosorbidedinitraat (merknaam Cedocard) en/of

- Sibutramine (merknaam Relacore) en/of

- Amoxicilline (merknaam Amoxicilline Sandoz en/of Amoxicilline Teva) en/of,

- Itraconazol (merknaam Itraconazole Sandoz) en/of

- Fluoxetine,

althans een of meer UR- of UA geneesmiddelen vallend onder de

Geneesmiddelenwet, ter hand heeft gesteld en/of te koop aangeboden aan [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] en/of (via [slachtoffer 3]) [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5];

4.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van

16 oktober 2013 t/m 27 januari 2014 te Huissen, gemeente Lingewaard en/of

Arnhem, gemeente Arnhem en/althans (elders) in Nederland,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander (en) wederrechtelijk te

bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van

(een grote hoeveelheid) geld en/of (gro(o)t(e)) geldbedrag(en) (60.000 euro

en/of 7765 euro), in elk geval van enig goed en/of tot het aangaan van een

schuld (met een omvang van 90.000 euro), hebbende verdachte met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-zich ten opzichte van die [slachtoffer 1] voorgedaan als ware hij een (Nederlandse)

arts en/of anderszins medisch geschoolde beroepsbeoefenaar (met de titel MD

en/of drs.)

en/of

-gebruik gemaakt van een of meerdere op de titel arts betrekking hebbende

onderscheidingsteken(s), te weten de esculaap en/of een bedrijf en/of

praktijk heeft opgericht en/of gevoerd onder de naam [kliniek 1]

en/of gebruikt gemaakt van een zogenaamde witte doktersjas en/of

aangegeven een samenwerkingsverband te hebben met het First Hospital of

Jiaxing City

en/of

-(terwijl verdachte daartoe niet bevoegd en/of bekwaam was) bij die [slachtoffer 1]

een of meer handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg

verricht, waaronder voorbehouden handelingen (in de zin van artikel 36 Wet op

de beroepen in de individuele gezondheidszorg)

en/of

-in strijd met de eis van het goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel

7:453 BW), geen althans onvoldoende overleg gevoerd met de (behandelend)

(huis)arts van die [slachtoffer 1] en/of regulier zorgverlener in Nederland

en/of

-(vervolgens) bij die [slachtoffer 1] er op aangedrongen en/of bewogen om te stoppen

met (het gebruik van) (reguliere) geneesmiddelen die door haar (huis)arts

waren voorgeschreven (in verband met een verhoogde bloeddruk), althans het

gebruik van (reguliere) geneesmiddelen ontraden

en/of

-(in plaats daarvan) die [slachtoffer 1] geadviseerd om gebruik te maken van een of

meer door hem, verdachte, voorgeschreven althans ter hand gestelde (genees)middel(en) en/of vitaminen

en/of

-bij die [slachtoffer 1] de diagnose (borst)kanker gesteld en/of aan die [slachtoffer 1]

medegedeeld dat zij (vrijwel zeker) een kwaadaardige knobbel en/of

(snelgroeiende) tumor in de borst heeft

en/of

-aan die [slachtoffer 1] medegedeeld dat op een eventueel (in Nederland) te

vervaardigen mammografie niets te zien zou zijn en/of (die [slachtoffer 1] overtuigd

dat) de techniek in China (op het gebied van behandeling van (borst)kanker)

(veel) verder en/of geavanceerder zou zijn (dan in Nederland)

en/of

-aan die [slachtoffer 1] medegedeeld dat zij een vernauwing van de hoofd en/of slag

ader(en) in de lies/liezen

en/of

-aan die [slachtoffer 1] medegedeeld dat zij voor een door hem, verdachte,

gediagnostiseerde en/of geconstateerde (borst)kanker en/of kwaadaardige

knobbel en/of (snelgroeiende) tumor, een operatie en/of behandeling in China

moest ondergaan, dan wel dat deze operatie en/of behandeling geïndiceerd was,

terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moeten weten dat die [slachtoffer 1] in

werkelijkheid een andere operatie zou ondergaan

en/of

-aan die [slachtoffer 1] medegedeeld dat in China (in haar borst(en)) (een) matje(s)

en/of appara(a)t(en) geplaatst zou(den) worden om (borst)kanker te genezen,

althans een (verdere uitzaaiing) van (borst)kanker te voorkomen,

waardoor die [slachtoffer 1] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of

tot het aangaan van die schuld;

5.

hij in of omstreeks de periode van 05 maart 2012 t/m 11 september 2013

te Huissen, gemeente Lingewaard en/of Arnhem, gemeente Arnhem en/of te Leiden

en/althans (elders) in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens)

-bij Zilveren Kruis Achmea Zorgverzekeringen NV en/of Achmea Divisie Zorg en

Gezondheid in gebruik zijnde declaratieformulier(en)

en/of

-een of meer document(en) van de zorgverlener 'First Hospital of Jiaxing City'

-een document van 'Shanghai Xuhui Rolex Center',

(elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/zijn om tot bewijs van

enig feit te dienen valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk en

in strijd met de waarheid

-op die/dat declaratieformulier ten aanzien van [slachtoffer 4] ingevuld

dat aan First Hospital of Jiaxing City is betaald een bedrag van 107.912,35

CNY (12.898,30 Euro) en/of van 4.700,00 CNY (567,26 Euro) en/of dat aan een

Rolex horloge schade is ontstaan en/of een bedrag van 50.415,26 CNY (6.045,58

Euro) is betaald aan Shanghai Xuhui Rolex Center

en/of

-een of meer rekeningen en/of facturen (op naam) van First Hospital of Jiaxing

City en/of van Shanghai Xuhui Rolex Center opgemaakt

en/of

-voornoemde document(en) hebben/heeft ondertekend en/of geparafeerd en/of een

of meer van die handtekeningen voorzien van de vermelding '[naam 1]

', en/of voorzien van een stempel met opschrift "First Hospital of

Jiaxing City"

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift (en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

6.

hij in de periode van 16 oktober 2013 tot en met 24 januari 2014,

te Huissen, gemeente Lingewaard en/of Arnhem, gemeente Arnhem, in elk geval

(elders) in Nederland,

als zorgverlener (beroepshalve of bedrijfsmatig handelend), ter uitvoering

van een geneeskundige behandelingsovereenkomst,

meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk een persoon, te weten mevrouw [slachtoffer 1] heeft mishandeld,

althans opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer 1] heeft benadeeld, immers

heeft verdachte (telkens), gehandeld in strijd met de vereisten van het goed

hulpverlenerschap (neergelegd in artikel 7:453 BW) en zonder overleg te voeren

terwijl hij, verdachte, niet ingeschreven stond in een register

(overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, lid 1 Wet op de beroepen in de

individuele gezondheidszorg (Wet BIG)), door:

-die [slachtoffer 1] te bewegen om te stoppen met (de aan haar door een reguliere arts

voorgeschreven) geneesmiddelen en/of het gebruik van (reguliere)

geneesmiddelen te ontraden, welke zijn voorgeschreven door een (huis)arts en

geïndiceerd voor het verlagen van de bloeddruk bij die [slachtoffer 1]

en/of

- die [slachtoffer 1] een of meerdere (UR-)geneesmiddel(en), (te weten Relacore) te verstrekken en/of te laten innemen

en/of

- zonder daartoe bevoegd en bekwaam te zijn bij die [slachtoffer 1], een of meerdere

(voorbehouden) handeling(en) (zoals bedoeld in artikel 36 van de Wet BIG) uit

te voeren, hebbende verdachte bij/aan die [slachtoffer 1]

a. een (vet)bult verwijderd, door middel van het maken van een incisie in en/of

op het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of

een of meerdere malen (uit de vingers) bloed afgenomen ten behoeve van een

cholesterol en/of suikergehalte meting en/of

een gedeelte van de huid en/of melanoom in en/of op het hoofd verwijderden/of

een incisie in de nek en/of hals gemaakt (om een cyste te verwijderen) en/of

(in de buik) een of meerdere cyste(s) verwijderd en/of uitgezogen door

middel van een injectiespuit en/of injectienaald en/of een incisie

ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] enig letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden en/of haar gezondheid is benadeeld;

7.

hij op of omstreeks 19 mei 2014 te Huissen, gemeente Lingewaard, opzettelijk,

130, althans een of meer tablet(ten)/pil(len) bevattende Clonazepam, zijnde een middel

als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II aanwezig heeft gehad;

8.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in omstreeks de periode van 01

mei 2009 t/m 19 mei 2014, te Huissen, gemeente Lingewaard, althans (elders)

in Nederland, van een voorwerp, te weten geld (te weten een bedrag van € 25.000,--) (afkomstig van [slachtoffer 1]), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp, te weten geld, (telkens) hierin bestaande dat

verdachte geld heeft overgemaakt van (een) van zijn, verdachtes (bank)

rekening (en) naar een rekening in Thailand ten name van [naam 2],

welke rekening en/of het tegoed op die rekening (uitsluitend) voor hem

verdachte (in Nederland) beschikbaar was, of wie bovenomschreven voorwerp, te

weten geld, voorhanden had, terwijl hij wist dat dat voorwerp -onmiddellijk

of middellijk- afkomstig was uit enig misdrijf;

9.

hij, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 januari 2011 tot en met

27 januari 2014, te Huissen en/of Arnhem, in elk geval (elders) in Nederland,

als zorgverlener (beroepshalve of bedrijfsmatig handelend),

niet ingeschreven staande in een register (overeenkomstig het bepaalde

artikel 3 eerste lid van de Wet BIG), bij het verrichten van handelingen op

het gebied van de individuele gezondheidszorg, onder andere rechtstreeks

betrekking hebbende op de gezondheid van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5],

wist en/of ernstig reden had om te vermoeden dat hij buiten noodzaak schade

of een aanmerkelijke kans op schade aan de gezondheid van die [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]

heeft veroorzaakt, bestaande, de schade en/of aanmerkelijke kans op

schade aan de gezondheid van een ander, uit het door verdachte (meermalen),

in strijd met de eis van het goed hulpverlenerschap (neergelegd in artikel

7:453 BW),

-(wetende dat hij een grote invloed op die [slachtoffer 1] had,) zonder overleg te

voeren met de (behandelend) (huis)arts van die [slachtoffer 1] en/of een regulier

zorgverlener in Nederland, die [slachtoffer 1] te adviseren en/of te bewegen om te

stoppen met (een) geneesmiddel(en) en/of het gebruik van (een) (reguliere)

geneesmiddel(en) te ontraden, welke is/zijn voorgeschreven door een

(huis)arts en geïndiceerd voor het verlagen van de bloeddruk bij die [slachtoffer 1]

en/of

-bij die [slachtoffer 1] de diagnose (borst)kanker te stellen en/of in strijd met de

waarheid mede te delen dat zij vrijwel zeker een kwaadaardige knobbel en/of

(snelgroeiende) tumor in de borst heeft, waarvoor volgens verdachte een

operatie en/of behandeling in China noodzakelijk, dan wel geïndiceerd was en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer 1] te adviseren en/of te bewegen om een, zonder een

door een Nederlandse reguliere zorgverlener gestelde operatie indicatie, (met

gebrekkig informed consent) een (risicovolle) operatie aan de borst(en) in

China te laten ondergaan, terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs had

moeten weten dat die [slachtoffer 1] in werkelijkheid een andere operatie zou

ondergaan (waarvoor geen informed consent bestond) en/of

-(terwijl verdachte daartoe niet bevoegd en/of bekwaam was) bij die [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] een of meer handeling(en) op het gebied van de

individuele gezondheidszorg te verrichten, waaronder een of meerdere

voorbehouden handeling(en) (in de zin van artikel 36 Wet op de beroepen in de

individuele gezondheidszorg), door

  • -

    bij die [slachtoffer 1] een (vet)bult te verwijderen, door middel van het maken van een incisie in en/of op het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of

  • -

    bij die [slachtoffer 1] een of meerdere malen (uit de vingers) bloed af te nemen ten

behoeve van een of meerdere cholesterol en/of suikergehalte meting(en) en/of

  • -

    bij die [slachtoffer 1] een gedeelte van de huid en/of melanoom in en/of op het hoofd

  • -

    bij die [slachtoffer 1] een incisie in de nek en/of hals te maken (om een cyste te

verwijderen) en/of

 bij die [slachtoffer 1] (in de buik) een of meerdere cyste(s) te verwijderen en/of

uit te zuigen door middel van een injectiespuit en/of injectienaald en/of een

incisie en/of

 bij die [slachtoffer 2] in de bovenarm een of meerdere injectie(s) te geven

(met het UR geneesmiddel Denosumab);

-aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4]

en/of [slachtoffer 5] (een) (UR)-medicijn(en) ter hand te stellen met het

advies deze in te nemen en/of toe te dienen, waarna eerder genoemde personen

deze/dit medicijn(en) hebben ingenomen en/of (door verdachte) geïnjecteerd

hebben/heeft gekregen.

(opgenomen in zaaksdossier 6)

1.a. Overweging

In zijn pleidooi heeft de raadsman met betrekking tot feit 1 verwezen naar het ne bis in idem-beginsel. Hij heeft in dit kader gesteld dat zijn cliënt al in de periode voorafgaand aan 4 oktober 2011 is beboet voor het onder 1 tenlastegelegde. Tegelijkertijd heeft de raadsman in dit kader onder punt 4 van zijn pleitnotitie opgemerkt dat bij een verruiming van de tenlastegelegde pleegperiode naar een periode die is gelegen vóór 4 oktober 2011, sprake zal zijn van schending van het in artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht op genomen ne bis in idem-beginsel.

De rechtbank constateert dat de raadsman aan zijn opmerkingen geen ondubbelzinnige conclusie heeft verbonden. Daarnaast is de tenlastegelegde pleegperiode niet verruimd, maar beperkt zich tot de periode van 4 oktober 2011 tot en met 18 mei 2014. Hetgeen door de raadsman is gesteld, ziet daarom niet op de tenlastegelegde periode. Om die reden zal de rechtbank daar niet nader op in gaan.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De rechtbank zal allereerst een inleiding schetsen, waarna zij toekomt aan de bespreking van de tenlastegelegde feiten

Inleiding.

[kliniek 1] (hierna: [kliniek 1]) was gevestigd aan de [adres 2] te Huissen. Verdachte was enig aandeelhouder en bestuurder (‘eigenaar’) van deze besloten vennootschap.2 Voordat in augustus 2013 de naam en rechtsvorm van het bedrijf veranderden, betrof verdachtes onderneming een eenmanszaak genaamd [kliniek 2]. Ook toen was het bedrijf gevestigd aan de [adres 2] te Huissen.3
[slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1]), [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]), [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 3] (echtgenote van [slachtoffer 4]) waren klant bij het [kliniek 1].4

Op de gevel van het bedrijfspand stond vermeld ‘[kliniek 1]’.5 Het [kliniek 1] had een website waarop onder andere een foto van verdachte in operatiekleding stond, met daaronder de tekst: ‘[naam 1] tijdens een operatie in China bij het verwijderen van een Melanoma Maligne’.6 Op deze website, en op de (bedrijfs)auto van verdachte, stond een esculaapteken afgebeeld.7
De praktijkruimte van het [kliniek 1] had de uitstraling van een artsenpraktijk; tijdens werkzaamheden in het [kliniek 1] droeg verdachte volgens getuigen een witte jas en er waren meerdere behandelruimtes en een wachtruimte.8 Verdachte had een eigen kamer, waarin diploma’s hingen en waarin behandelstoelen, apparaten en boeken met medische achtergrondinformatie stonden.9 In verdachtes woning aan de [adres 1] in [woonplaats] is bij de doorzoeking een witte jas aangetroffen met daarop een esculaapteken met daar omheen de teksten: ‘[naam 1]’ en ‘[kliniek 1]’.10 Verdachte droeg naar eigen zeggen ook in China een witte jas, met daarop de tekst: ‘[naam 1]’.11

Naast dat verdachte zich MD noemde en zich als zodanig presenteerde - hetgeen ter terechtzitting door verdachte is erkend en waarvan hij bij de politie heeft verklaard dat dit voor Medical Doctor staat- deed hij zich voor als dermatoloog, dan wel huidarts. Zo gaf hij zich tegenover de Nederlandse Vereniging Voor Allergologie en aan [betrokkene] (een klant van het [kliniek 1]) uit als dermatoloog, zei hij tegen [slachtoffer 2] dat hij dermatoloog in China was en vertelde hij [slachtoffer 4] dat hij een opleiding tot huidarts had gevolgd in China.12 Voorts omschrijft verdachtes (voormalige) echtgenote hem in een interview over onder andere het [kliniek 1] als ‘arts (dermatoloog)’.13 In een chatgesprek dat verdachte met haar op 18-01-2014 voerde zegt hij dat hij nog een paar dagen wegblijft (de rechtbank begrijpt: in China) en dat hij straks nog een hele zware operatie te doen heeft.14


Voor buitenlandse artsen is het mogelijk om met een in het buitenland behaald diploma zich in het Nederlandse BIG-register in te laten schrijven. Daarnaast is het mogelijk om met buitenlandse authentieke diploma’s in Nederland de titel MD te voeren.15 Verdachte stond niet geregistreerd in het BIG-register, hetgeen ook door verdachte wordt erkend.16 Verdachte heeft bij de politie verklaard over het behalen van diverse diploma’s in het buitenland, onder andere met betrekking tot dermatologie.17 In het [kliniek 1] zijn verschillende buitenlandse diploma’s en twee exemplaren van het curriculum vitae van verdachte aangetroffen.18 Via de Commissie Buitenlands Gediplomeerden Volksgezondheid zijn deze diploma’s door het Nuffic, afdeling onderwijsvergelijking, onderzocht. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat geen van de documenten een herkenbaar diploma was op basis waarvan verdachte zich arts mocht noemen of de titel MD mocht voeren.19 Samengevat concludeert het Nuffic dat geen van de diploma’s authentiek is, nu respectievelijk de daarop vermelde onderwijsinstelling niet bestaat, één document geen diploma maar een productomschrijving is, de tekst niet overeenkomt met hoe deze normaliter op diploma’s wordt weergegeven en drie diploma’s niet erkend zijn.20

Op 19 mei 2014 heeft de politie de woning van verdachte, het bedrijfspand van het [kliniek 1], het perceel aan de [adres 3] in Velp en een garagebox aan de [adres 4] in Huissen doorzocht. Bij deze doorzoekingen op 19 mei 2014, respectievelijk bij het binnentreden ter inbeslagneming op 22 mei 2014, zijn in het bedrijfspand van het [kliniek 1], op het perceel in Velp en in de garagebox te Huissen onder andere (grote hoeveelheden) medicijnen aangetroffen.21

De rechtbank zal nu overgaan tot het bespreken van de feiten.

Ten aanzien van feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde, met dien verstande dat bewezen kan worden dat verdachte Relacore en Relacoffee, bevattende de werkzame stof sibutramine, te koop heeft aangeboden en heeft verkocht. Zij stelt in dit kader dat verdachte op 4 oktober 2011 op de hoogte was het schadelijke karakter van sibutramine en de aanwezigheid van deze stof in zijn producten. De officier van justitie wijst daarnaast op testresultaten van op 19 mei 2014 aangetroffen Relacore en Relacoffee producten, waaruit volgt dat in alle monsters sibutramine is aangetroffen. Bij de doorzoekingen zijn gebruiksaanwijzingen van Relacore en Relacoffee aangetroffen waarin geen melding wordt gemaakt van de aanwezigheid van sibutramine. Daarnaast bevinden zich bankafschriften van het [kliniek 1], digitale bestanden waaronder een MSN-gesprek met [naam 3] en verklaringen van getuigen in het dossier, waaruit volgt dat verdachte sibutramine-houdende producten heeft verkocht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij stelt dat de voorraad Relacore en Relacoffee die op 4 oktober 2011 in beslag is genomen geen sibutramine bevatte. Ook leek bij de doorzoekingen in mei 2014 in de woning van zijn cliënt en het bedrijfspand van het [kliniek 1] geen Relacore en Relacoffee te zijn aangetroffen. Pas in de aanvullende stukken die hij in december 2014 ontving, staat beschreven dat in het [kliniek 1] twee blisters Relacore, bevattende sibutramine, zijn aangetroffen. Deze gang van zaken is ongeloofwaardig, aldus de raadsman.

Voorts is de raadsman van mening dat de resultaten van het onderzoek aan producten die in Velp zijn aangetroffen, niet representatief zijn, nu van de 1.770 (de rechtbank begrijpt: 7.170) aangetroffen doosjes maar één doosje bemonsterd.
In de aanvullende stukken staat volgens de raadsman ook voor het eerst beschreven dat in de garagebox aan de [adres 4] blisters en een doosje met Relacore zijn aangetroffen, terwijl het dossier daar eerder geen blijk van gaf. Kort gezegd stelt de raadsman dat niet valt te controleren of deze goederen ook daadwerkelijk uit de garagebox afkomstig zijn.
Volgens de raadsman is er ‘geknoeid’ met de diverse blisters en capsules en kan niet worden bewezen dat zijn cliënt opzettelijk sibutramine-houdende producten heeft verkocht.

De beoordeling door de rechtbank

Zoals in de inleiding kort is weergegeven, zijn het bedrijfspand van het [kliniek 1], het perceel in Velp en de garagebox in Huissen doorzocht.

Perceel te Velp

Anders dan de raadsman stelt, zijn op 22 mei 2014 in Velp niet 1.770 doosjes, maar 7.170 capsules Relacore aangetroffen (te weten: 239 doosjes x vijf blisters á zes capsules). Daarnaast zijn daar in totaal 13.775 zakjes Relacoffee aangetroffen.22 Van de partij Relacore uit doos V-23 en van de partij Relacoffee uit doos V-15, beiden aangetroffen te Velp, zijn monsters genomen. Deze monsters zijn ter analyse aangeboden aan het RIVM.23 In beide monsters is sibutramine aangetroffen.24 De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan deze gang van zaken.

[adres 2] Huissen
Op 19 mei 2014 is in een praktijkruimte van het [kliniek 1] aan de [adres 2] te Huissen een plastic tas met medicijnen in beslag genomen onder vindcodering 11-L-K-3-14.25 In het najaar van 2014 zijn door het openbaar ministerie twee processen-verbaal aan het dossier toegevoegd, te weten een proces-verbaal van monsterneming en een proces-verbaal van uitslag RIVM. In het proces-verbaal van monsterneming staat vermeld dat op 3 oktober 2014 aan verbalisant [verbalisant 1] twee blisters (zonder batchnummer of expiratiedatum) met daarin in totaal 9 capsules ter hand zijn gesteld, afkomstig uit dezelfde plastic tas, met dezelfde vindcodering, die is aangetroffen in de praktijkruimte van het [kliniek 1].26 Aan [verbalisant 1] werd door de officier van justitie verzocht deze capsules op de aanwezigheid van sibutramine te laten analyseren. Hiertoe heeft [verbalisant 1] de twee blisters verpakt in een verzegelde plastic zak.27 In het proces-verbaal van uitslag RIVM staat met verwijzing naar het analyserapport beschreven dat deze capsules zijn aangeboden aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), waarna deze zijn onderzocht op de aanwezigheid van sibutramine. Geconcludeerd wordt dat in alle onderzochte capsules, waarvan Relacore als handelsnaam wordt genoemd, 1 á 2 milligram sibutramine aangetroffen.28

Garagebox aan de [adres 4] te Huissen

Op 19 mei 2014 is ook de garagebox aan de [adres 4] in Huissen doorzocht. Daar zijn in totaal 456 doosjes Relacore aangetroffen.29 De kennisgevingen van inbeslagneming waarop deze informatie staat vermeld, dateren allen van 20 mei 2014 en maakten - in tegenstelling tot wat de raadsman betoogt- al onderdeel uit van het dossier, toen de twee aanvullende processen-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] aan de rechtbank en de raadsman in december 2014 werden nagezonden.

Het proces-verbaal van monsterneming vermeldt dat verbalisant [verbalisant 1] op 3 oktober 2014 een doosje met de opdruk Relacore ontving, afkomstig uit de garagebox aan de [adres 4] te Huissen met vindcodering 490323 en voorzien van batchnummer 062012.30 Het betreft kennelijk één van de 65 doosjes van de colli die onder deze vindcodering in beslag is genomen.31 Aan [verbalisant 1] werd door de officier van justitie verzocht de blisters uit dit doosje te laten analyseren op de aanwezigheid van de stof sibutramine. [verbalisant 1] relateert dat hij het doosje Relacore met daarin vier blisters heeft verpakt in een verzegelde plastic zak.32 In het proces-verbaal van de uitslag van het RIVM staat met verwijzing naar het analyserapport beschreven dat deze capsules zijn aangeboden aan het RIVM waarna ze zijn onderzocht op de aanwezigheid van sibutramine. Geconcludeerd wordt dat in de door [verbalisant 1] overgelegde capsules, voorzien van batchnummer 062012, 5 milligram sibutramine per capsule is aangetroffen.33

Ter terechtzitting van 14 januari 2015 heeft de raadsman gewezen op het feit dat het analyserapport van het RIVM in dit kader spreekt van vijf ontvangen blisters Relacore, terwijl [verbalisant 1] heeft beschreven dat hij vier blisters verzegeld heeft verpakt. Ter terechtzitting van 3 juni 2015 heeft de raadsman gesteld dat deze gang van zaken ongeloofwaardig is en niet te controleren. De onvoorzichtigheid en op voorhand gecreëerde verdachtmaking mag en kan niet te nadele van verdachte worden uitgelegd, aldus de raadsman.

Door verbalisant [verbalisant 1] is op 24 april 2015 een aanvullend proces-verbaal van bevindingen opgesteld. Hierin relateert hij dat elk doosje Relacore vijf aluminiumfolie blisters bevat en dat hij in het proces-verbaal van monsterneming abusievelijk heeft verwoord dat hij een doosje met daarin vier blisters verzegeld heeft verzonden aan het RIVM, terwijl dit in werkelijkheid vijf blisters zijn geweest.34 De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van dit aanvullende proces-verbaal. Het betreft een correctie van een kennelijke verschrijving in het eerder opgemaakte proces-verbaal. Daarnaast wordt de inhoud van het aanvullende proces-verbaal van [verbalisant 1] ondersteund door het analyserapport van het RIVM, waarin [naam 4] beschrijft dat hij in een afgesloten bewijsmiddelenzak vijf blisters heeft ontvangen.35

De rechtbank heeft ook geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de zich al langer in het dossier bevindende processen-verbaal, de nagekomen processen-verbaal van monsterneming en uitslag RIVM, dan wel de kennisgevingen van inbeslagneming, zoals deze zich in het dossier bevinden. Daarbij acht zij de in de processen-verbaal van [verbalisant 1] weergegeven gang van zaken helder omschreven en voldoende navolgbaar. Het ter terechtzitting d.d. 3 juni 2015 gevoerde verweer van de raadsman wordt om die reden verworpen.

De rechtbank overweegt voorts als volgt.

In 2009 heeft het wetenschappelijk Committee for Medicinal Product for Human Use (CHMP), dat onderdeel is van de European Medicines Agency (EMA) aan de Europese Commissie een advies uitgebracht om de bestaande handelsvergunningen voor geneesmiddelen die sibutramine bevatten te schorsen en vervolgens in te trekken. De basis van dit advies was een onderzoek dat gedaan is onder 9.800 mensen met overgewicht en risico op hart- en vaatziekten. Uit dit onderzoek is gebleken dat na gebruik van sibutramine een verhoogd risico bestaat op ernstige cardiovasculaire aandoeningen, zoals een beroerte of hartaanval. De bestaande vergunningen om dergelijke geneesmiddelen in de handel te brengen, zijn op 10 augustus 2010 in de gehele Europese Unie ingetrokken.36

Op 28 juni 2011 heeft een inspectiebezoek van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (hierna: Nvwa) plaatsgevonden bij – toen nog – [kliniek 2] naar aanleiding van een melding van de mogelijke aanwezigheid van sibutramine in kruidencapsules die dit bedrijf verhandelde. Aan verdachte is het doel van het bezoek medegedeeld. De inspectie was gericht op de producten Relacoffee en Relacore.37 In beide producten werd vervolgens sibutramine aangetroffen.38 Op 4 oktober 2011 zijn de onderzoeksresultaten aan verdachte medegedeeld.39 Op dat moment was een nieuwe voorraad Relacore in de winkel aanwezig. Verdachte heeft deze voorraad vrijwillig afgestaan ter vernietiging en heeft te kennen gegeven het product hangende het onderzoek niet te zullen verkopen.40 Verdachte was in ieder geval vanaf dat moment op de hoogte van het schadelijke karakter van sibutramine en de aanwezigheid daarvan in zijn producten. Verdachte heeft immers op de vraag of hij ook aan cliënten aangaf dat het middel in Nederland verboden was, geantwoord dat hij eerst niet wist dat het verboden was, maar dat hij pas na het rapport van de NVWA wist dat er sibutramine in zat.41

Bij een inspectie in januari 2012 is bij het [kliniek 1] geen sibutramine in de producten aangetroffen. Toch vraagt verdachte nadien weer naar producten met sibutramine. Op een externe harde schijf in gebruik bij verdachte, is een MSN-gesprek tussen verdachte en [naam 3] aangetroffen, waarin staat dat in een door verdachte bestelde partij thee botox is gevonden en tegen is gehouden.42 Hij vraagt [naam 3] of het mogelijk is om nogmaals thee te leveren, maar dan met sibutramine. [naam 3] antwoordt daarop dat dit mogelijk is en dat de thee dan kan worden gedronken als koffie, waarbij het 100 procent als eerder werkt. Verdachte zegt daarop dat hij meteen 2.000 pakken zal bestellen als de prijs goed is.43 In het bestand waarin het gesprek is opgeslagen, staat als datum 12-11-2012 vermeld. Het bestand maakt deel uit van een back-up van 29 juli 2012 2012. Op 2 juli 2013 heeft nog een inspectie plaatsgevonden bij het [kliniek 1], waarbij onder andere Relacoffee in beslag is genomen en is bemonsterd. Gebleken is dat elk onderzocht zakje Relacoffee 20 milligram sibutramine bevatte.44 Verdachte is vanwege het toen reeds gestarte strafrechtelijke onderzoek niet op de hoogte gebracht van deze uitslag.

Verdachte heeft dus op meerdere momenten in de tenlastegelegde periode sibutramine houdende Relacore en Relacoffee aanwezig gehad. Dat verdachte Relacore ook is blijven verkopen terwijl hij wist dat er sibutramine in kon zitten of in zat en terwijl hij wist dat sibutramine schadelijk is, wordt ondersteund door zijn eigen verklaring bij de politie. Verdachte verklaart daar dat hij, nadat hij van de NVWA had vernomen dat het verboden was, niets meer heeft verkocht, totdat er toch mensen waren die om de producten vroegen. De laatste doosjes verkocht hij, omdat hij financieel gezien in zwaar weer terecht was gekomen, aldus verdachte.45 Verdachte verklaart verder dat hij de producten had moeten vernietigen, maar dat hij in de verleiding kwam door zijn financiële situatie.46

Daarnaast hebben [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] medicijnen afgestaan die verdachte hen heeft verstrekt.47 Van de medicijnen van [slachtoffer 1] zijn twee blisters met wit/groene capsules bemonsterd en aangeboden aan het RIVM. Per capsule is daarbij 2 milligram sibutramine aangetroffen.48 [slachtoffer 1], die het [kliniek 1] voor het eerst in oktober 2013 bezocht, heeft verklaard dat ze de capsules heeft gekocht in verdachtes praktijk. Op het doosje zat een Nederlandse gebruiksaanwijzing geplakt.49 Voorts zijn de medicijnen van [slachtoffer 4] door het RIVM geanalyseerd. In deze capsules is ook 2 milligram sibutramine per capsule aangetroffen.50 De vrouw van [slachtoffer 4], [slachtoffer 3], heeft verklaard dat de wit/groene capsule door verdachte in zijn winkel werden verkocht.51

De rechtbank acht aannemelijk dat dit capsules Relacore betreffen, nu Relacore capsules in het gehele dossier worden beschreven als wit-groene capsules. Daarnaast bevat het dossier facturen van het [kliniek 1] aan [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5], waarop Relacore in rekening wordt gebracht en heeft [slachtoffer 1] bij het zien van een doosje Relacore verklaard dat de door haar afgegeven capsules in een soortgelijke doos zaten.52 Verdachte heeft voorts ter terechtzitting verklaard dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] Relacore hebben besteld.53 Ook bevat het dossier rekeningafschriften op naam van [kliniek 2], gevestigd aan de [adres 2] in Huissen, waarop in de periode 1 november 2011 tot en met 10 maart 2014 door derden gelden zijn bijgeschreven die zien op de koop van Relacore.54 De verbalisanten die [slachtoffer 1] hebben verhoord, hebben haar een gebruiksaanwijzing laten zien. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat een soortgelijke gebruiksaanwijzing zat geplakt op het doosje Relacore dat zij bij [verdachte] heeft gekocht.55 De rechtbank constateert dat in de gebruiksaanwijzing het schadelijke karakter van sibutramine niet wordt genoemd. Ook [slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte haar niets heeft verteld over de schadelijke effecten van de capsules.56

De overtuiging dat verdachte (op verschillende momenten) in de tenlastegelegde periode sibutramine houdende Relacore en Relacoffee te koop heeft aangeboden, dan wel heeft verkocht, wordt voorts gesterkt door het feit dat bij de doorzoekingen in mei 2014, waaronder in het [kliniek 1] zelf, wederom Relacore en Relacoffie met daarin sibutramine is aangetroffen.

Gelet op het vorenstaande, alles in samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte Relacore en Relacoffee met daarin de werkzame stof sibutramine te koop heeft aangeboden en/of in het [kliniek 1] heeft verkocht, terwijl hij het schadelijke karakter van sibutramine kende en dit schadelijke karakter niet kenbaar heeft gemaakt aan de kopers.

Ten aanzien van feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde, met dien verstande dat verdachte ten aanzien van de middelen Denosumab, Amoxicilline en Itraconazol dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van deze middelen kan niet worden vastgesteld of het geneesmiddelen in de zin van artikel 1 van de Geneesmiddelen wet zijn en of voor deze middelen een handelsvergunning gold.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij stelt daartoe dat de middelen Denosumab, Amoxicilline en Itraconazol niet als geneesmiddelen in de zin van artikel 1 van de Geneesmiddelenwet kunnen worden gekwalificeerd. Ten aanzien van de overige tenlastegelegde middelen is de raadsman van mening dat – kort gezegd – niet kan worden bewezen dat zijn cliënt deze middelen in voorraad heeft gehad, dan wel ter hand heeft gesteld, heeft afgeleverd, heeft verkocht of in het Nederlands grondgebied heeft gebracht.

De beoordeling door de rechtbank

Partiële vrijspraak ten aanzien van de middelen Denosumab, Amoxicilline en Itraconazol.

Ten aanzien van de middelen Prolia en/of Xgeva (Denosumab), Amoxicilline Sandoz en/of Amoxicilline Teva en Itraconazole Sandoz kan niet worden vastgesteld dat het geneesmiddelen in de zin van artikel 1 van de Geneesmiddelenwet zijn. Het middel Denosumab is in het geheel niet aangetroffen en de verpakkingen van de overige middelen konden niet volledig op de aanwezigheid van (een voor een dergelijke vaststelling benodigd) RVG- of EU-nummer worden gecontroleerd. Verdachte zal ten aanzien van deze onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt voorts als volgt.


Met betrekking tot de middelen Ibersartan, Indapamine en Amlodipine.

Deze middelen zijn door [slachtoffer 1] afgegeven aan de politie. Zij heeft verklaard de middelen van verdachte te hebben ontvangen.57
Geconstateerd is dat het geneesmiddelen zijn ex artikel 1 van de Geneesmiddelenwet.58 Ook is geconstateerd dat ten aanzien van deze middelen in Nederland geen handelsvergunning gold, nu op de verpakkingen geen RVG- of EU-nummer is aangetroffen.59

Op de verpakkingen stond telkens een BE-nummer vermeld. Dat is een registratienummer van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, zijnde de Belgische geneesmiddelen registratieautoriteit.60 Door de Inspectie voor de Gezondheidszorg is beschreven dat dat betekent, dat voor die middelen een handelsvergunning in België is afgegeven, maar dat producten met een BE-nummer niet in Nederland op de markt mogen worden gebracht.61 De middelen waren aldus bestemd voor de Belgische markt.

Verdachte bekent dat hij geneesmiddelen uit België naar Nederland heeft gehaald. Bij de politie heeft hij verklaard dat het klopt dat hij medicijnen ophaalt bij een apotheek in België, maar dat deze medicijnen voorgeschreven zijn door een arts in China.62 Ter terechtzitting van 14 januari 2015 verklaarde hij dat hij voor patiënten medicijnen bijbestelde in België, als de medicatie die zij in China verstrekt hadden gekregen bijna op was.63 Volgens verdachte waren alle medicijnen die vanuit België werden geleverd, voorgeschreven. Wel liep de medicatie via hem.64

Het dossier bevat daarnaast een e-mailwisseling tussen verdachte en [naam 5], die het Belgische e-mail adres ‘[email 1]’ gebruikt, waarin verdachte bij [naam 5] medicijnen bestelt.65
Nu de door [slachtoffer 1] aan de politie overgelegde middelen alleen een Belgisch nummer hebben, acht de rechtbank bewezen dat verdachte de medicijnen in België heeft besteld en naar Nederland heeft gehaald, waarna hij ze aan [slachtoffer 1] heeft gegeven. Hiermee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het ter hand stellen en het binnen het Nederlands grondgebied brengen van de middelen Ibesartan, Indapamine en Amlodipine, waarvoor in Nederland geen handelsvergunning gold. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat, al zouden de middelen zijn voorgeschreven door een arts, dit niets af doet aan het feit dat ten aanzien van die middelen in Nederland geen handelsvergunning gold en dus ook niets af doet aan het feit dat verdachte strafbaar heeft gehandeld.

Ten aanzien van isosorbidedinitraat (merknaam Cedocard) en fluoxetine

Bij de fouillering van [slachtoffer 4] is een strip met tien blauwe tabletten van het merk Cedocard in beslag genomen.66 [slachtoffer 4] heeft verklaard dat verdachte deze tabletten via professor Wang aan zijn vrouw (opmerking rechtbank: [slachtoffer 3]) heeft gegeven.67
Verbalisant [verbalisant 1] heeft de strip met tabletten aangeboden aan het RIVM.68 Door het RIVM is in de tabletten uit de strip 19 milligram isosorbidedinitraat per tablet aangetroffen.69 Op grond daarvan is geconstateerd dat het een geneesmiddel ex artikel 1 van de Geneesmiddelenwet betreft.70 Het betrof echter een niet in Nederland, maar een in België (met een BE-nummer) geregistreerd product.71 Het middel Cedocard is in Nederland alleen in een sterkte van 10 milligram isosorbidedinitraat van het merk Takeda geregistreerd en voor de Cedocard die onder [slachtoffer 4] in beslag is genomen, is geen handelsvergunning afgegeven.72

[slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij in Nederland niet in behandeling is bij een arts of specialist en dat als de medicijnen op zijn, zijn vrouw nieuwe bestelt bij verdachte. De medicijnen komen uit België, aldus [slachtoffer 4].73

Verdachte bekent dat hij de medicijnen naar Nederland heeft gehaald en aan [slachtoffer 4] heeft gegeven. Hij heeft verklaard dat hij de Cedocard via China of via een apotheek in België aan [slachtoffer 4] heeft verstrekt.74 Ook heeft hij verklaard dat hem werd gevraagd naar een extra verpakking Cedocard, toen de medicatie die in China was verstrekt, op was. Hij begrijpt dat hij de medicijnen niet in België op had mogen halen.75

Gelet op het vorenstaande en hetgeen eerder is overwogen met betrekking tot de contacten van verdachte met de Belgische apotheek [naam 5] en de vraag of de medicijnen al dan niet zijn voorgeschreven door een arts, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het binnen het Nederlands grondgebied brengen en het ter hand stellen van het middel Cedocard, terwijl voor middel geen handelsvergunning in Nederland gold.

Bij de fouillering van [slachtoffer 4] zijn ook capsules met de imprint ‘F20’ aangetroffen.76 Zijn vrouw, [slachtoffer 3], heeft verklaard dat haar man deze pillen gebruikt voor zijn hormoonspiegel en dat verdachte deze pillen aan haar levert. De pillen zijn afkomstig uit China, aldus [slachtoffer 3].77
Verbalisant [verbalisant 1] heeft de capsules aangeboden aan het RIVM.78 Door het RIVM is 21 milligram fluoxetine per capsule aangetroffen.79 Op grond daarvan is geconstateerd dat het een geneesmiddel ex artikel 1 van de Geneesmiddelenwet betreft.80

Ook bij de doorzoeking in het [kliniek 1] op 19 mei 2014 zijn in de eerder genoemde plastic zak (vindcodering: L.K.3.14) meerdere potjes met in elk potje 100 gele capsules F20 aangetroffen.81 Door [verbalisant 1] zijn monsters daarvan naar het RIVM verzonden.82 Per capsule is 37 milligram fluoxetine aangetroffen en geconstateerd is dat het een geneesmiddel ex artikel 1 van de Geneesmiddelenwet betreft.83 Voor deze F20 geldt in Nederland geen handelsvergunning.84 De rechtbank gaat ervan uit dat dit ook geldt voor de “F 20”pillen die bij [slachtoffer 4] in beslag zijn genomen, nu die pillen door verdachte aan hem zijn verstrekt.

De raadsman heeft bepleit dat van ‘in voorraad’ hebben geen sprake is, nu sprake zou zijn van een geringe hoeveelheid en niet kan worden bewezen dat zijn cliënt de middelen heeft aangewend in het economisch verkeer. Verdachte had meerdere potjes van 100 pillen F20, bevattende fluoxetine, aanwezig in het [kliniek 1]. Van een geringe hoeveelheid is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake. Daarbij geeft noch het dossier, noch hetgeen ter terechtzitting is voorgevallen de rechtbank reden om aan te nemen dat verdachte de middelen zelf uit medische noodzaak diende te gebruiken. Verdachte heeft de pillen aldus in voorraad gehad en heeft het middel, zoals eerder overwogen, naar het oordeel van de rechtbank ook (via [slachtoffer 3]) aan [slachtoffer 4] verstrekt. Het verweer wordt verworpen.

Dat verdachte in de tenlastegelegde periode ook fluoxetine in België heeft besteld, waarna de middelen naar Nederland zijn verzonden, volgt uit de eerder aangehaalde e-mailwisseling d.d. 26 november 2012 met [naam 5], waarin verdachte om 10 doosjes fluoxetine vraagt en waarin [naam 5] antwoordt met: ‘Alles is gisteren verstuurd. De kosten bedragen € 269, 22’.85 Dat niet vastgesteld kan worden dat verdachte daadwerkelijk dit bedrag aan [naam 5] heeft voldaan, zoals door de raadsman is gesteld, staat naar het oordeel niet in de weg aan het feit dat het aan verdachte te wijten is dat de middelen naar Nederlands grondgebied zijn verzonden. [naam 5] schrijft immers dat de bestelling al is verzonden .

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ter hand stellen (aan [slachtoffer 3] ten behoeve van [slachtoffer 4]), het in Nederlands grondgebied brengen en het op voorraad hebben van fluoxetine in de vorm van F20, terwijl voor dit middel geen handelsvergunning was afgegeven in Nederland.

Ten aanzien van clonazepam (al dan niet met merknaam Rivotril), escitalopram, fluocinonide en lymecycline/tetracyline

Deze middelen zijn bij de doorzoeking op 19 mei 2014 in de plastic zak in het [kliniek 1] aangetroffen (vindcodering: L.K.3.14).86 Door [verbalisant 1] zijn monsters naar het RIVM verzonden.87 In alle monsters zijn farmacologisch actieve stoffen aangetroffen en geconstateerd is dat alle middelen geneesmiddelen in de zin van artikel 1 van de Geneesmiddelenwet zijn.88 Voor geen van de middelen gold in Nederland een handelsvergunning.89
Verdachte heeft meerdere verschillende geneesmiddelen aanwezig gehad in het [kliniek 1], terwijl het dossier, noch hetgeen ter terechtzitting is voorgevallen de rechtbank reden geeft om aan te nemen dat verdachte deze middelen zelf uit medische noodzaak diende te gebruiken. De rechtbank acht gelet op het vorengaande bewezen dat verdachte deze middelen in voorraad heeft gehad.

Daar komt bij dat verdachte, zoals ook door hem is verklaard, meermalen crèmes bevattende fluocinonide vanuit China heeft meegenomen en in Nederland aan een persoon heeft verstrekt.90
Naast deze crème waren ook de Escitalopram Oxalate Tablets (bevattende escitalopram) en het doosje met clonazepam afkomstig van Chinese producenten.91 Verdachte heeft verklaard dat deze middelen in China aan patiënten zijn voorgeschreven en dat hij de middelen dan meenam.92 Verdachte heeft deze middelen daarom binnen Nederlands grondgebied gebracht en heeft daarnaast het middel fluocinonide ter hand gesteld.

Op grond van het aangetroffen BE nummer is geconstateerd dat de in het [kliniek 1] aangetroffen middelen Tetralysal (lymecycline/tetracycline) en Rivotril (bevattende clonazepam) in België geregistreerd waren.93 De rechtbank verwijst ten aanzien van deze middelen naar hetgeen zij ten aanzien van de contacten met een Belgische apotheek eerder heeft overwogen en acht aannemelijk dat verdachte ook deze middelen binnen Nederlands grondgebied heeft gebracht.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hiervoor genoemde middelen in voorraad heeft gehad, binnen het Nederlandse grondgebied heeft gebracht en/of ter hand heeft gesteld, terwijl daarvoor in Nederland geen handelsvergunning gold.

Ten aanzien van sibutramine

Ten aanzien van het in voorraad hebben, het verkopen en het ter hand stellen van dit middel verwijst de rechtbank naar de bewijsmiddelen, zoals die in dit kader ten aanzien van feit 1 zijn opgenomen. De rechtbank is ook van oordeel dat verdachte sibutramine-houdende producten binnen het Nederlands grondgebied heeft gebracht, nu verdachte heeft verklaard dat de producten in Amerika zijn geproduceerd en hij deze producten (telkens) via China heeft gekocht.94 De verzending liep van China naar Rotterdam en van Rotterdam naar Huissen. Het werd aan de deur afgeleverd, aldus verdachte.95
Geconstateerd is dat de in het [kliniek 1] aangetroffen sibutramine-houdende middelen geneesmiddelen in de zin van artikel 1 van de Geneesmiddelen wet zijn en dat in Nederland voor deze middelen geen handelsvergunning geldt.96

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze middelen in voorraad had, ter hand heeft gesteld, heeft verkocht en op Nederlands grondgebied heeft gebracht, terwijl ten aanzien van deze middelen in Nederland geen handelsvergunning gold.

Ten aanzien van feit 3

De beoordeling door de rechtbank

Evenals door de officier van justitie is gevorderd en door de raadsman is bepleit, is de rechtbank van oordeel dat verdachte ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

In het proces-verbaal bevindingen van [verbalisant 10] d.d. 22 mei 2015 is ten aanzien van de middelen Ibesartan Sandoz, Indapamide EG, Amplodipine besylate Sandoz, Cedocard, Relacore en Fluoxetine vastgesteld dat de verpakkingen daarvan niet voorzien waren van een RVG- of EU-nummer. Zoals reeds onder feit 2 beschreven, kon dit ten aanzien van de middelen Prolia en/of Xgeva (Denosumab), Amoxicilline Sandoz en/of Amoxicilline Teva en Itraconazole Sandoz niet worden vastgesteld, nu het middel Denosumab geheel niet is aangetroffen en de verpakkingen van de overige middelen niet volledig op de aanwezigheid van een dergelijk nummer konden worden gecontroleerd.
Zonder een RVG- of EU-nummer kan voor een middel geen handelsvergunning gelden. Om een middel te kunnen kwalificeren als een UR- of UA-geneesmiddel, moet in ieder geval een handelsvergunning afgegeven zijn voor dat middel.
Nu in Nederland voor de tenlastegelegde middelen geen handelsvergunning geldt, of niet kan worden vastgesteld of een handelsvergunning geldt, kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat deze middelen UR- of UA-geneesmiddelen zijn. Om die reden zal verdachte worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van menig dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan. Zij wijst in dit kader op de aangifte van [slachtoffer 1], die wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier, zoals onderzoeksresultaten van het Rijnstate Ziekenhuis en getuigenverklaringen. Verdachte stond niet geregistreerd in het BIG-register, maar heeft zich wel voorgedaan als MD.

Het standpunt van de raadsman

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij stelt daartoe dat het proces-verbaal van verhoor (aangifte) d.d. 27 januari 2014 is gebaseerd op een door de zoon van [slachtoffer 1] overgelegde schriftelijke verklaring en dat [slachtoffer 1] op dat moment niet zelf is gehoord. De verklaring van [slachtoffer 1] mag volgens de raadsman niet als bewijs worden gebruikt, nu deze leugenachtig is en niet door haar, maar onder andere door haar zoon is opgesteld. De raadsman is van mening dat de zoon van [slachtoffer 1] daarbij een financieel belang heeft. Daarnaast is de raadsman van mening dat [slachtoffer 1] niet door toedoen van verdachte, maar op aanraden van [slachtoffer 3] een afspraak heeft gemaakt bij het [kliniek 1]. [slachtoffer 1] is niet door de tenlastegelegde handelingen bewogen tot afgifte van geldbedragen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal allereerst ingaan op het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van de aangifte van [slachtoffer 1].
Het dossier bevat een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 27 januari 2014. Dit proces-verbaal is gebaseerd op de schriftelijke verklaring van [slachtoffer 1] die door haar zoon aan de politie is overgelegd. [slachtoffer 1] is daarna meermalen door de politie gehoord. Ook is zij door de rechter-commissaris gehoord. Aldaar heeft zij onder ede verklaard dat de schriftelijke verklaring door iemand anders is opgesteld, legt zij uit waarom zij daartoe op dat moment zelf zowel geestelijk als lichamelijk niet toe in staat was en heeft zij verklaard dat de aangifte helemaal correct is. Deze gang van zaken geeft de rechtbank geen reden om aan de betrouwbaarheid van de schriftelijke verklaring (hierna: aangifte) te twijfelen. De aangifte zal niet van het bewijs worden uitgesloten.

De rechtbank overweegt voorts als volgt.

Ten aanzien van de bedragen van €7.765,-- en €60.000,--

In de aangifte en in verdere verhoren verwoordt [slachtoffer 1] het volgende.
is op 16 oktober 2013 voor het eerst naar verdachte gegaan. Verdachte hield praktijk in het [kliniek 1].97 Hij droeg een witte doktersjas. Hierdoor had [slachtoffer 1] de indruk dat ze bij een artsenpraktijk binnen was.98 Verdachte kwam vertrouwelijk op [slachtoffer 1] over en hij gaf haar de indruk dat hij een ervaren arts was. Wat verdachte haar vertelde, geloofde ze.99

In het [kliniek 1] heeft verdachte een - wat hij noemt - Magnetische Resonantie Analyse en echo’s bij [slachtoffer 1] uitgevoerd.100 De uitkomst van de analyse was dat [slachtoffer 1] een knobbeltje in haar borst had, dat vrijwel zeker kwaadaardig was.101 Dit kon volgens verdachte alleen worden waargenomen als je daarvoor gestudeerd had.102 Toen [slachtoffer 1] verdachte vertelde dat ze een oproep voor een mammografie had ontvangen en vroeg of ze daar nog wel naar toe moest gaan, verzekerde verdachte haar dat ze met de inferieure apparatuur in Nederland de door hem geconstateerde knobbel niet zouden zien.103 In China zou men in tegenstelling tot Nederland de nieuwste apparatuur hebben.104
In verband met de knobbel in haar borst adviseerde verdachte haar een operatie in China te ondergaan.105 Verdachte regelde daarop een visum en vliegtickets. Op 2 januari 2014 is [slachtoffer 1] met verdachte, de familie [slachtoffer 4] en een voor haar onbekende vrouw naar China gevlogen.106 Op de dag dat ze in het First Hospital in Jiaxing arriveerden, vertelde verdachte haar dat ze de volgende dag als eerste geholpen zou worden, omdat ze volgens hem een snelgroeiende tumor in haar borst had.107 Tijdens de operatie zouden kankerwerende apparaatjes of matjes in de borsten van [slachtoffer 1] worden geplaatst. In deze matjes zou voor 5 jaar een chemokuur zitten.108
Toen [slachtoffer 1] terug was in Nederland, kreeg zij van verdachte medicijnen tegen hoge bloeddruk. Dit was het middel Ibersartan. Ook kreeg ze Amlodipine en Indapamine van hem109.

[slachtoffer 1] heeft in totaal € 7.765,-- aan verdachte betaald in verband met een ‘kostenraming inzake China’.110 Daarnaast heeft [slachtoffer 1], in de veronderstelling dat ze deze operatie zou ondergaan,
€ 60.000,-- contant aan verdachte betaald.111 Verdachte heeft aangegeven dat hij dit bedrag het liefst contant wilde hebben en [slachtoffer 1] heeft hem daarop gevraagd een kwitantie op te maken.112 Verdachte heeft deze kwitantie in het [kliniek 1] opgesteld, aldus [slachtoffer 1].113

Op 21 oktober 2013, kort nadat [slachtoffer 1] voor het eerst naar het [kliniek 1] is gegaan en voordat ze is geopereerd in China, heeft [slachtoffer 1] meegedaan aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Op de röntgenfoto’s zijn geen aanwijzingen voor borstkanker gezien.114 Nadat [slachtoffer 1] uit China terug kwam, heeft ze zich bij het Rijnstate Ziekenhuis laten onderzoek op de aanwezigheid van kankerwerende apparaatjes/matjes in haar borsten. Er zijn geen apparaatjes/matjes aangetroffen.115

Verdachte stelt dat [slachtoffer 1] een borstlift wilde ondergaan in China, omdat ze niet wilde dat haar zoon daar achter kwam. Volgens verdachte is niet ter sprake gekomen dat [slachtoffer 1] een knobbeltje in haar borst had en had [slachtoffer 1] geen kanker. Dat [slachtoffer 1] de genoemde geldbedragen aan verdachte heeft betaald, wordt door verdachte niet betwist.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat [slachtoffer 1] in China een borstlift wilde ondergaan in het licht van het navolgende echter niet geloofwaardig.

De financieel adviseur van [slachtoffer 1], dhr. [getuige 1], is als getuige gehoord en heeft verklaard dat hij in januari 2014 op zijn kantoor een terugbelnotitie van [slachtoffer 1] had. Toen hij terugbelde, werd de telefoon opgenomen door een man die zich voorstelde als de arts van [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] nam het gesprek over en wenste diezelfde dag nog een afspraak met [getuige 1]. Ze wilde haar arts meenemen. Later die dag kwamen [slachtoffer 1] en verdachte op zijn kantoor. [slachtoffer 1] leek grijs en grauw, ze leek gedrogeerd, aldus de getuige. [slachtoffer 1] vroeg verdachte de situatie uit te leggen. Verdachte vertelde dat hij in oktober 2013 borstkanker bij [slachtoffer 1] had geconstateerd en dat zij daaraan in China geholpen was. Er waren plaatjes of apparaatjes in haar borsten geplaatst.116

Ook [slachtoffer 3] is door de rechter-commissaris als getuige gehoord. Zij is bevraagd over de eerder door haar op schrift gestelde verklaring, waarin zij – zakelijk weergegeven – verklaarde dat [slachtoffer 1] voor een borstverkleining naar China ging. [slachtoffer 3] heeft onder ede verklaard dat zij de schriftelijke verklaring onder invloed van verdachte heeft opgesteld, nu met hem was besproken om niet te praten over eventuele kanker bij [slachtoffer 1].117 [slachtoffer 3] verklaarde verder dat in China door verdachte is gezegd dat [slachtoffer 1] kanker had en dat hij daar een soort medicijn tegen had. Het waren een soort vetbolletjes met medicijnen erin en [slachtoffer 3] heeft begrepen dat die bolletjes bij [slachtoffer 1] zijn geplaatst.118 Verdachte heeft ook bij [slachtoffer 3] kanker geconstateerd en gezegd dat daarom vetbolletjes bij haar zijn ingebracht. [slachtoffer 3] heeft dit in Nederland niet laten onderzoeken.119

De conclusie is dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] er van heeft overtuigd dat zij leed aan borstkanker, dat zij daaraan in China zou zijn geopereerd en behandeld en dat zij hem bedragen van €7.765,-- en €60.000,-- daarvoor heeft betaald.

Ten aanzien van de schuldbekentenis van € 90.000,--

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat ze in China van verdachte hoorde dat ze schildklierkanker had. Ze kon kiezen tussen twee chemokuren: één van € 50.000,-- en één van € 90.000,--. Volgens verdachte was de kuur van € 90.000,-- de beste. Daarop heeft [slachtoffer 1] een onherroepelijke schuldbekentenis aan verdachte ter hoogte van € 90.000,-- getekend.120

Verdachte heeft hierover niet willen verklaren.121

De verklaring van [slachtoffer 1] wordt ondersteund door het feit dat op verdachtes woonadres in Huissen gegevensdragers zijn aangetroffen met daarop een bestand inhoudende een overzicht van door [slachtoffer 1] genoten behandelingen en medicatie, met daarachter bedragen die zij nog moest voldoen.122 Op deze lijst staat vermeld ‘Chemo Herceptin schildklier’ en ‘Medicatie schildklier (1 jaar)’.123 Ook heeft [slachtoffer 1] kort na haar terugkomst uit China artsen op het gebied van radiologie en chirurgie en een schildklierverpleegkundige (interne geneeskunde) bezocht.124 Daarnaast verklaren ook getuigen [getuige 1] en [getuige 2] over bij [slachtoffer 1] geconstateerde schildklierkanker of keelkanker.125

De rechtbank constateert dat beide getuigen zakelijke contacten van [slachtoffer 1] zijn. Zij heeft geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van beide verklaringen, zij het dat beide verklaringen ‘de auditu’ informatie bevatten, die afkomstig is van [slachtoffer 1]. Het feit dat [slachtoffer 1] na haar terugkeer uit China een schildklierverpleegkundige heeft geraadpleegd, is in zoverre van betekenis dat de rechtbank hieruit afleidt dat zij daar kennelijk reden toe zag. Dat sluit aan bij haar verklaring dat verdachte haar had medegedeeld dat zij aan schildklierkanker leed.

De conclusie is dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte [slachtoffer 1] er van heeft overtuigd dat zij leed aan schildklierkanker en dat zij een onherroepelijke schuldbekentenis heeft getekend voor een behandeling daartegen.

Zich voordoen als arts en oplichting

Naast hetgeen [slachtoffer 1] verklaart over de uitstraling van het [kliniek 1] en het feit dat verdachte een witte doktersjas droeg, maakte verdachte – zoals in de inleiding besproken – op de site van het [kliniek 1] gebruik van het esculaap teken.126 Daarnaast deed hij voorkomen dat hij medisch geschoold was en presenteerde hij zich als Medical Doctor (MD). Zo droeg hij in China een doktersjas met daarop ‘[naam 1]’ en stuurde hij de zoon van [slachtoffer 1] een e-mail over de situatie van zijn moeder die hij ondertekende met ‘[naam 1]’.127 In de inleiding is de rechtbank al ingegaan op het feit dat verdachte hiertoe niet gerechtigd was, nu hij geen medische opleidingen heeft gevolgd en niet stond ingeschreven in het BIG register.128

[slachtoffer 1] was, zo blijkt uit haar aangifte, in de veronderstelling dat verdachte, als arts, (borst)kanker bij haar had gediagnosticeerd. Ze zag hem als een arts op wie ze kon vertrouwen.

Resumerend heeft verdachte zich naar het oordeel van de rechtbank voorgedaan als Medical Doctor en deed hij alsof hij medisch geschoold was, terwijl hiervan geen sprake was. De rechtbank kwalificeert dit als een valse hoedanigheid. Hij heeft bij [slachtoffer 1] ten onrechte (borst)kanker gediagnosticeerd, heeft haar gezegd dat op een mammografie in Nederland niets te zien zou zijn en heeft een operatie in China geadviseerd, waarbij de tumor verwijderd zou worden en waarbij kankerwerende plaatjes in haar borsten zouden worden geplaatst. [slachtoffer 1] heeft een operatie ondergaan en heeft daarvoor geldbedragen aan verdachte betaald. [slachtoffer 1] was in de veronderstelling dat de door verdachte voorgespiegelde operatie daadwerkelijk had plaatsgevonden en heeft grote geldbedragen aan verdachte overgemaakt. Van kanker, noch van het plaatsen van apparaatjes was echter sprake. [slachtoffer 1] heeft in China een andere operatie ondergaan en de rechtbank is gelet op hetgeen is overwogen van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte dit wist. Daarnaast is [slachtoffer 1] een schuld aangegaan voor een bedrag van € 90.000,-- voor een door verdachte aangeprezen chemokuurbehandeling tegen schildklierkanker.

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande in samenhang bezien met hetgeen in de inleiding is overwogen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 tenlastegelegd heeft begaan. Dat [slachtoffer 1] zich na een tip van [slachtoffer 3] tot verdachte heeft gewend, doet aan dat oordeel niets af.

Ten aanzien van feit 5

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is van mening dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan. Zij heeft gemotiveerd aangegeven dat de betreffende documenten valselijk zijn opgemaakt en wijst – kort gezegd – op het feit dat verdachtes handtekening onder valse facturen staat, de declaratie van het Rolex horloge op verdachtes computer is aangetroffen en het feit dat verdachtes verklaringen aantoonbare onjuistheden bevatten.

Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Volgens de raadsman bevat het dossier geen wettig bewijs, nu het voor de verdediging onmogelijk is om de betrouwbaarheid en waarde van het onderzoek van Eurocross te beoordelen. De aangifte van de verzekeraar is gebaseerd op dit onderzoek en kan daarom niet als steunbewijs dienen. Daarnaast hebben [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] een bekentenis afgelegd en daarbij de naam van verdachte niet genoemd.

De beoordeling door de rechtbank

De aangifte met bijlagen
Op 27 februari 2014 is door [naam 6] namens Zilveren Kruis Achmea (hierna: Zilveren Kruis), gevestigd te Leiden, aangifte gedaan van valsheid in geschrift c.q. poging tot oplichting.129 Vermeld wordt dat op 14 maart 2012 een ‘Declaratieformulier zorgkosten buitenland’ is ingediend door [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3]. Op 21 oktober 2013 werd geconstateerd dat de originele gegevens op de documenten valselijk opgemaakt waren.130

Aan de aangifte zijn bijlagen gehecht, waaronder het betreffende declaratieformulier en de onderliggende stukken. Als bijlagen bij het ingediende declaratieformulier (op naam van [slachtoffer 4] en onder vermelding van ‘kapotte knie door val’) zijn twee facturen van het First Hospital of Jiaxing City (hierna: First Hospital) d.d. 8 maart 2012 meegezonden, waarop respectievelijk totaalbedragen van 107.912,35 CNY (Opmerking rechtbank: Chinese Yuan) en 4.700,00 CNY worden vermeld.131 In de aangifte zijn deze bedragen omgerekend naar respectievelijk € 12.898,30 en € 567,26.132 De facturen zijn gestempeld met de tekst ‘First Hospital of Jiaxing City’ en ondertekend door verdachte, waarbij op één factuur staat vermeld: ‘Medical coördinator: [naam 1]’.133 Ook is bij Zilveren Kruis ingediend een brief op papier van het First Hospital, die is verzonden aan Eurocross (de alarmcentrale van Zilveren Kruis) en is ondertekend door [naam 1], met vermelding van het e-mailadres: [email 2].134 Ook deze brief is gestempeld met de tekst ‘First Hospital of Jiaxing City’ en in de brief wordt beschreven dat [slachtoffer 4] op zijn knie is gevallen en dat – zakelijk weergegeven – een operatie geadviseerd wordt. Gevraagd wordt of verdachte geïnformeerd kan worden over het besluit van Eurocross tot dekking van de kosten van de geplande operatie.135

Op het ingediende declaratieformulier d.d. 14 maart 2012 wordt onder de post ‘diverse kosten’ een bedrag van € 13.974,48 opgegeven.136 In een document dat ter onderbouwing van dit bedrag door [slachtoffer 4] is bijgevoegd, wordt gesteld dat deze kosten omgerekend 116.454,00 RMB (opmerking rechtbank: Chinese Renminbi) bedragen en dat hiervan een bedrag á 51.666,00 RMB toe te rekenen is aan de schade die ziet op een horloge.137 Ook is een brief in naam van een [naam 3] van het Shanghai Xuhui Rolex Center (Oriënt shopping Center) bijgevoegd, waarin de schadeclaim ten behoeve van dit (Rolex) horloge in euro’s wordt geschat op € 6.200,00.138

In opdracht van Zilveren Kruis heeft Eurocross Assistance Netherlands BV, hierna te noemen Eurocross, onderzoek gedaan naar de declaratie voor medische zorg in China ten name van [slachtoffer 4]. De rapportage van Eurocross uit januari 2013 is als bijlage bij de aangifte gevoegd.139 Eurocross heeft bij haar onderzoek gebruik gemaakt van de diensten van SBCS, Beijing Steele Business Investigation Center, die op 7 juni 2012 heeft gerapporteerd. Ook deze rapportage is bijgevoegd.140

Betrouwbaarheid en waarde van het onderzoek door Eurocross en SBCS
Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de rapportage van Eurocross, waar de rapportage van SBCS deel van uitmaakt, tot het bewijs kan worden gebezigd. Uit de aangifte van Zilveren Kruis blijkt dat Zilveren Kruis het onderzoek naar de declaratie van [slachtoffer 4] heeft uitbesteed aan Eurocross. Eurocross heeft op haar beurt een plaatselijke agent ingeschakeld. Dat het gedane onderzoek hiermee over diverse schrijven heeft gelopen en dat Zilveren Kruis niet zelf met het ziekenhuis in Jiaxing heeft gesproken, is juist. Het gevolg daarvan is naar het oordeel van de rechtbank niet dat het gedane onderzoek daarmee onbetrouwbaar zou zijn en dat de resultaten in de strafzaak tegen verdachte niet zouden mogen worden gebruikt. De raadsman is in zijn verweer niet concreet en geeft niet aan welke onderdelen niet betrouwbaar zouden zijn en waarom. De raadsman heeft ook geen onderzoekswensen ingediend ten aanzien van de door Zilveren Kruis bij de aangifte gevoegde rapportages. Het verweer gericht op deze rapportages wordt dan ook verworpen.

Inhoudelijke beoordeling
Zilveren Kruis heeft contact laten opnemen met het First Hospital. Vanuit het ziekenhuis werd medegedeeld dat [slachtoffer 4] bekend was als patiënt bij het ziekenhuis, maar dat de handtekeningen op de documenten niet afkomstig zijn van een arts die is verbonden aan het ziekenhuis. Ook zijn de genoemde bedragen niet door het ziekenhuis aan de patiënt in rekening gebracht en de in rekening gebrachte bedragen zijn veel lager dan op de documenten staat vermeld. Het op de brief vermelde e-mailadres ‘[email 2]’ is geen e-mailadres van het ziekenhuis of van één van de daaraan verbonden artsen en de brief aan Eurocross is ondertekend met [naam 1], terwijl uit controle van het BIG-register volgt dat verdachte geen arts is.141
Daarnaast heeft het Shanghai Xuhui Rolex Center Zilveren Kruis te kennen gegeven dat het document in naam van het Shanghai Xuhui Rolex Center niet van hen afkomstig is en dat [naam 3] niet bij het bedrijf werkt en daar ook niet bekend is.142

Uit de rapportage van Eurocross blijkt dat [slachtoffer 4] wel in het ziekenhuis heeft gelegen van 27-03-2012 (de rechtbank begrijpt: 27-02-2012) tot en met 07-03-2012, en dat de kosten 14.158, 96 RMB bedroegen, zijnde ongeveer € 1.723,--. [slachtoffer 4] heeft toen geen operatie ondergaan.143 Eind maart 2012 is [slachtoffer 4] nogmaals opgenomen geweest in het First Hospital. De kosten daarvan bedroegen 46.863,02 RMB, zijnde ongeveer € 5.702,-- en het ziekenhuis heeft te kennen gegeven dat kosten voor protheses en voor hulpmiddelen als rolstoelen en krukken nooit door het ziekenhuis in rekening worden gebracht, maar dat de patiënt de kosten daarvan rechtstreeks aan de leverancier moet betalen.144 De rechtbank merkt op dat op de door [slachtoffer 4] ingediende en door verdachte ondertekende factuur van het First Hospital, wel het gebruik van een rolstoel en krukken staat vermeld.145
In de onderzoeksresultaten van Eurocross wordt voorts vermeld dat medewerkers van het ziekenhuis hebben verklaard dat medische rapporten en nota’s van het ziekenhuis uitsluitend in het Chinees worden opgesteld. De artsen van het Medical Affairs Department van het ziekenhuis bevestigen dat de in het Engels opgestelde documenten die door [slachtoffer 4] bij zijn declaratie zijn ingediend, niet van het ziekenhuis afkomstig zijn.146

Ook zijn door Eurocross de documenten die zien op de schade aan de het Rolex horloge onderzocht. Naast dat vermeld wordt dat de manager van het Rolex Center (Oriënt Shopping Center) heeft verklaard dat de door [slachtoffer 4] ingediende brief niet door zijn winkel is afgegeven en dat [naam 3] nooit in dienst is geweest van dit bedrijf, staat vermeld dat de handtekening van [naam 3] onder aan de brief identiek lijkt aan de handtekening die op de pagina ‘Medical Assist’ op de website van het [kliniek 1] onder de naam van dr. [naam 7] staat.147

De rechtbank acht gelet op het bovenstaande bewezen dat de betreffende documenten valselijk zijn opgemaakt. In dat kader overweegt zij voorts als volgt.

[slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij vanaf 2011 twee á drie keer per jaar met zijn vrouw en soms met zijn dochter naar het ziekenhuis in China is geweest. Verdachte begeleidde hen steeds.148 [slachtoffer 4] erkent de declaratie met betrekking tot de Rolex valselijk te hebben opgemaakt. Hij heeft verklaard dat hij het declaratieformulier d.d. 14 maart 2012 heeft ondertekend en dat hij de declaratie voor het Rolex horloge uit frustratie heeft ingevuld, omdat de verzekeraar kort voordat hij geopereerd zou worden aan zijn knie de financiële toezegging had ingetrokken.149 Hij heeft hiertoe gegevens over het horloge opgezocht op internet en heeft tegen zijn vrouw gezegd dat zij deze stukken bij het declaratieformulier moest voegen.150 Dit heeft hij gedaan met de bedoeling een tegemoetkoming van de zorgverzekeraar te krijgen.151 De rekening van het Shanghai Xuhui Rolex Center is nep, aldus [slachtoffer 4]. Hij heeft de tekst opgeschreven en een zuster op de afdeling in het ziekenhuis heeft de tekst vertaald.152 De ingediende rekeningen van het ziekenhuis in China heeft [slachtoffer 4] van verdachte gekregen.153

Ook [slachtoffer 3] heeft verklaard dat de factuur die ziet op het Rolexhorloge nep was.154 De nota is door [slachtoffer 4] in het ziekenhuis in China opgemaakt. De Rolex betrof echter een erfstuk en was nooit aangekocht.155 [naam 3] van het Shanghai Xuhui Rolex Center is een fictieve vrouw. De naam is door haar man of door degene die de tekst vertaald heeft naar het Engels, verzonnen, aldus [slachtoffer 3].156 [slachtoffer 3] heeft de tekst van het declaratieformulier d.d. 14 maart 2012 geschreven en haar man heeft het formulier ondertekend.157 Ook [slachtoffer 3] verklaart dat de rekeningen die bij het declaratieformulier zijn gevoegd van verdachte afkomstig zijn.158 De specificatie van het bedrag van
€ 13.974,48 is opgemaakt door verdachte zelf en de rekening ter hoogte van 107.912,35 CNY van het First Hospital is door verdachte getekend, aldus [slachtoffer 3].159

Verdachte stelt dat hij geen bemoeienis heeft gehad met de declaratie aan Zilveren Kruis. Hij heeft verklaard dat de dochter van professor Wang, [naam 3], Engelse rekeningen van het First Hospital opmaakte. Hij liep de rekeningen wel eens na of controleerde ze en dan zette hij er ook wel eens een krabbel onder om te laten zien dat hij de rekening gezien en gecontroleerd had.160 Ter terechtzitting van 14 januari 2015 heeft verdachte verklaard dat hij geen bedragen controleerde. Onder de rekeningen stond ook wel eens dat hij coördinator was, aldus verdachte.161 Volgens verdachte zou het kunnen dat hij een document als op pagina 2736 van het dossier heeft opgemaakt (opmerking rechtbank: dat betreft de specificatie van het bedrag van € 13.974,48, zoals die door [slachtoffer 4] is ingediend).162 Verdachte kon niet verklaren waarom daarin ook een horloge genoemd werd.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij geen bemoeienis heeft gehad met de tenlastegelegde feiten ongeloofwaardig.
Tijdens de doorzoeking op 19 mei 2014 zijn in het [kliniek 1] (als vindplaats aangeduid als pand II) gevensdragers aangetroffen en in beslag genomen.163 Op de computer met vindcodering II-L-K-3-5 zijn verschillende documenten aangetroffen met klaarblijkelijk telkens dezelfde handtekening in tekstblokken. Bij dit tekstblok met handtekening staat de tekst ‘Prof. MD [naam 7]’ vermeld.164 Ook is een exact gelijkend exemplaar van het valse document van het Shanghai Xuhui Rolex Center dat door [slachtoffer 4] bij Zilveren Kruis is ingediend, aangetroffen, met daarop dezelfde handtekening als de handtekening in het zojuist genoemde tekstblok, maar dan met de tekst ‘[naam 3] / Rolex Center Manager’ erbij getypt.165 Voorts is een document aangetroffen met daarop alleen de kop- en voettekst van de valse rekeningen van First Hospital.166 De aanwezigheid van deze documenten op verdachtes computer vraagt om een verklaring, zeker in het licht van de overige bevindingen in het dossier over het handelen van verdachte als MD, dan wel dermatoloog of arts. Verdachte heeft daar echter (desgevraagd) in de meeste gevallen geen verklaring voor willen geven. De niet onderbouwde verklaringen dat [slachtoffer 4] misschien gebruik heeft gemaakt van zijn computer of dat [naam 3] de blanco documenten van het First Hospital heeft meegenomen, vinden geen steun in het dossier en acht de rechtbank in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen ongeloofwaardig.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat het verdachte is geweest die de rekeningen van het First Hospital en het document van het Shangai Huxui Rolex Center ( mede) valselijk heeft opgemaakt.

Eerder is al verwoord dat verdachte de rekeningen van het First Hospital heeft ondertekend, hetgeen verdachte ook erkent. [slachtoffer 4] heeft daarover verklaard dat hij ervan uitging dat de rekeningen correct waren. De rechtbank ziet in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het medeplegen van de valsheid in geschrift door [slachtoffer 4] ten aanzien van de facturen van het First Hospital. De rechtbank acht bewezen dat verdachte deze facturen alleen valselijk heeft opgemaakt. De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 5 tenlastegelegde ten aanzien van het Rolex horloge tezamen en in vereniging met [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] heeft begaan.

Ten aanzien van feit 6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat bewezen kan worden dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan. Zij wijst in dit kader in het bijzonder op de aangifte van [slachtoffer 1], de letselbeschrijving van forensisch arts [deskundige 1], facturen en getuigenverklaringen. Volgens de officier van justitie is sprake van een geneeskundige behandelovereenkomst tussen verdachte en [slachtoffer 1] en komt verdachte geen beroep op de medische exceptie toe.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Zijn cliënt ontkent de tenlastegelegde handelingen. Daarnaast heeft [slachtoffer 1] geen aangifte van mishandeling gedaan en heeft zij niet verklaard dat door verdachte letsel en/of pijn is toegebracht. De raadsman stelt voorts dat voor zover handelingen bewezenverklaard worden, deze niet wederrechtelijk hebben plaatsgevonden, nu zijn cliënt een beroep op de medische exceptie toekomt.

De beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van de onder a t/m e tenlastegelegde handelingen

[slachtoffer 1] heeft in de aangifte verklaard dat verdachte bij haar twee cystes heeft uitgezogen met een injectiespuit.167 Ook is ze naar het [kliniek 1] gegaan, omdat ze een vreemde bult op haar hoofd had. Volgens verdachte was het een vetbult. Hij heeft daar met een laser een sneetje in gemaakt, eruit gehaald wat er in zat en de incisie gehecht.168 Vervolgens ontdekte [slachtoffer 1] een tweede plekje op haar hoofd. Volgens verdachte was dit een melanoom en ook dit plekje is met een laser verwijderd.169 Verdachte heeft in de nek van [slachtoffer 1] een incisie gemaakt om een cyste te verwijderen. Toen dit niet lukte, heeft verdachte de incisie dicht gemaakt, aldus [slachtoffer 1].170

De aangifte van [slachtoffer 1] vindt naar het oordeel van de rechtbank steun in de op [slachtoffer 1] betrekking hebbende letselbeschrijving van forensisch arts [deskundige 1], gedateerd 9 december 2014.171 Met betrekking tot het verwijderen van de cyste, fistel of vetbult in de nek wordt opgemerkt dat in de nek, halverwege de verticale lijn tussen rechter schouder en rechter oor een huidonderbreking zichtbaar is. Het betreft een samenstel van vijf streepvormige rechte lijnen, aan te duiden als littekenvorming na een huidonderbreking waarbij de huid geheel door is geweest.172 Gezien het streepvormige en rechtlijnige verloop betreft het voorwerp waarmee de huidonderbreking is veroorzaakt een scherp snijdend voorwerp.173 [deskundige 1] beschrijft dat het letsel passend is bij het verwijderen van een onderhuidse cyste.174 Aannemelijk is dat de huidonderbreking meer dan zes maanden voor het opstellen van de letselbeschrijving is toegebracht.175 Geconstateerd is dat medisch gezien een niet gangbare manier van hechten is gehanteerd.176
Ten aanzien van het verwijderen van een vetbult en een melanoom op het hoofd van [slachtoffer 1] wordt opgemerkt dat geen letsel zichtbaar is, maar dat het genezingsproces van een huidonderbreking kan verlopen met minimale littekenvorming, nu de hoofdhuid een zeer goed doorbloed gebied is.177

Het dossier bevat een factuur van het [kliniek 1] aan [slachtoffer 1] , waarop het verwijderen van twee cystes en onderzoek aan cystes worden gedeclareerd.178 Verdachte heeft verklaard dat hij geen cystes, maar talgbultjes heeft verwijderd bij [slachtoffer 1]. Verdachte ontkent ook dat hij een vetbult op het hoofd van [slachtoffer 1] heeft verwijderd. Volgens verdachte was dit een talgbult en heeft hij niets gehecht. Daarnaast ontkent hij een melanoom op het hoofd en een cyste in de nek van [slachtoffer 1] te hebben verwijderd. Met betrekking tot de factuur heeft verdachte verklaard dat hij per ongeluk ‘cystes’ heeft opgeschreven. De rechtbank acht verdachtes verklaringen in het licht van hetgeen in de letselbeschrijving staat beschreven en de expliciete bewoordingen op de factuur, niet geloofwaardig. Daarnaast zijn op verdachtes woonadres in Huissen gegevensdragers aangetroffen met daarop een bestand inhoudende een overzicht van door [slachtoffer 1] genoten behandelingen en medicatie, met daarachter bedragen die zij nog moest voldoen.179 Op deze lijst staat vermeld ‘operatie hals (lipoom)’.180

De verklaring van [slachtoffer 1] wordt naar het oordeel van de rechtbank in algemene zin ook ondersteund door de getuigenverklaring van [getuige 4], een oud-stagiair van het [kliniek 1].181 Zij heeft verklaard dat bij het [kliniek 1] ontharing-, laser-, massage-, pedicure- en schoonheidsbehandelingen werden uitgevoerd. Verdachte deed alles, behalve schoonheidsbehandelingen.182 Verdachte deed wel eens laserbehandelingen en iets met huid- en moedervlekverwijdering. Hij brandde deze dan zelf weg. Hij heeft deze behandeling ook wel eens bij haar gedaan, aldus [getuige 4].183

Gelet op het vorengaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder a,c,d en e tenlastegelegde handelingen heeft verricht.

Verdachte heeft daarmee bij [slachtoffer 1] als zorgverlener handelingen verricht op het gebied van de geneeskunst. De rechtbank is daarom van oordeel dat tussen verdachte en [slachtoffer 1] een geneeskundige behandelingsovereenkomst heeft bestaan. De handelingen die hij heeft verricht, zijn voorbehouden handelingen aan specialisten als bedoeld in artikel 36 van de Wet BIG. Verdachte was echter niet BIG-geregistreerd.184

Medische exceptie

Verdachte heeft bij [slachtoffer 1] aan specialisten voorbehouden handelingen verricht, terwijl hij daartoe niet bevoegd en niet bekwaam was. De Relacore capsules die verdachte aan [slachtoffer 1] heeft verstrekt, bevatten schadelijke stoffen. Ten aanzien van het verwijderen van een cyste in de nek van [slachtoffer 1] is vastgesteld dat verdachte een medisch gezien niet gangbare hechttechniek heeft gehanteerd. Verdachte heeft daarom niet naar de regelen der kunst gehandeld. Daarnaast heeft verdachte zich voorgedaan als MD of arts, terwijl hij daartoe geen opleidingen heeft gevolgd en niet BIG-geregistreerd staat. [slachtoffer 1] was hiervan niet op de hoogte en verkeerde juist in de veronderstelling dat zij met een arts te maken had. Zij heeft op grond daarvan ingestemd met de behandelingen. [slachtoffer 1] was dus niet volledig geïnformeerd en is daardoor niet in staat gesteld om op grond van juiste informatie een keuze te maken over het al dan niet aangaan van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte daarom geen beroep op de medische exceptie toekomt.

Ten aanzien van het verstrekken van Relacore

Zoals ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde is overwogen, heeft verdachte ook Relacore bevattende sibutramine aan [slachtoffer 1] verstrekt.De rechtbank verwijst naar hetgeen zij onder 1 ten aanzien van het schadelijke karakter van de stof sibutramine heeft overwogen. De rechtbank heeft in het kader van dat feit ook overwogen dat en waarom zij bewezen acht dat verdachte het schadelijke karakter van sibutramine kende. Verdachte heeft dit schadelijke karakter voor [slachtoffer 1] verzwegen.185 Hiermee heeft hij naar het oordeel van de rechtbank opzettelijk de gezondheid van [slachtoffer 1] benadeeld.

Daarnaast heeft [slachtoffer 1], zoals in de aangifte en de letselbeschrijving naar voren komt, door de onder a, c, d en e tenlastegelegde handelingen letsel ondervonden. Bij haar zijn immers meerdere incisies gemaakt en ook is in haar nek nog steeds littekenweefsel zichtbaar.
Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 6 tenlastegelegde.

Nu verdachte heeft verklaard dat hij door middel van een vrij verkrijgbare zelftest bloed heeft afgenomen ten behoeve van metingen bij [slachtoffer 1] en de inhoud van het dossier deze verklaring niet weerspreekt, zal de rechtbank verdachte van het onder b tenlastegelegde vrijspreken. Niet kan worden bewezen dat dit een voorbehouden handeling als bedoeld in de Wet BIG betreft.

Ten aanzien van feit 7

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 7 tenlastegelegde. Zij wijst op het feit dat bij het [kliniek 1] in totaal 130 pillen in beslag zijn genomen. Het betrof een potje Ritrovil en een doosje Clonazepam. Op de verpakking was met pen ‘epilepsie’ geschreven en verdachte heeft verklaard dat hij dit erop geschreven heeft. De pillen zijn bemonsterd en de pillen uit zowel het potje als het doosje bevatten clonazepam. Dat is een middel dat staat vermeld op lijst II van de Opiumwet.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij stelt dat onduidelijk is welke goederen precies zijn aangetroffen en al dan niet zijn getest. Voorts heeft de raadsman bepleit dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van 130 pillen, maar dat er sprake was van 30 pillen. Deze hoeveelheid is aan te merken als een hoeveelheid voor eigen gebruik. Om die reden dient het feit als een overtreding en niet als een misdrijf gekwalificeerd te worden. Volgens de raadsman is het niet de bedoeling van de wetgever geweest om dergelijke situaties onder het bereik van de Opiumwet te scharen. Het betrof een door een arts in China voorgeschreven medicijn en zijn cliënt heeft niet de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij de Opiumwet zou overtreden.

De beoordeling door de rechtbank

In de tas met medicijnen die op 19 mei 2014 in het [kliniek 1] in beslag is genomen onder vindcodering L.K.3.14, zijn een potje met merknaam Rivotril en een doosje met dertig pillen met de naam Clonazepam aangetroffen.186 Beide middelen zijn een anti-epilepticum en op zowel het potje als het doosje was met een ballpoint ‘epilepsie’ geschreven.187 Verbalisant [verbalisant 1] heeft van beide middelen een monster genomen, waarna de bemonsterde middelen zijn aangeboden aan het RIVM.188 De werkzame stof in Rivotril is clonazepam.189 In zowel het middel Rivotril als het middel uit het doosje met daarop de naam Clonazepam is een gehalte van 2 milligram clonazepam per tablet aangetroffen.190 Clonazepam staat vermeld op lijst II van de Opiumwet.191

De middelen zijn aangetroffen in het bedrijf van verdachte en verdachte heeft verklaard dat hij op beide verpakkingen ‘epilepsie’ heeft geschreven.192 De rechtbank acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk pillen bevattende clonazepam aanwezig heeft gehad.

Verdachte heeft verklaard dat hij geen geneesmiddelen gebruikt, ‘enkel als het echt niet anders kan’.193 Hij heeft nooit verklaard over het eigen gebruik van de Rivotril dan wel Clonazepam. Het dossier, noch hetgeen ter terechtzitting is voorgevallen geeft de rechtbank daarnaast aanleiding om aan te nemen dat deze geneesmiddelen voor eigen gebruik door verdachte waren bedoeld. Ook zijn er, anders dan de raadsman stelt, meer dan 30 pillen bevattende clonazepam aangetroffen; het doosje Clonazepam bevatte 30 pillen en daarnaast is ook een potje Rivotril aangetroffen dat vol 100 pillen bevat. Hoewel het dossier een foto bevat waarop een potje Rivotril met daarin een aanzienlijke hoeveelheid pillen te zien is, is niet vastgesteld dat het potje ook daadwerkelijk 100 pillen bevatte.194 De rechtbank concludeert daarom dat onder verdachte meer dan 30 pillen bevattende clonazepam zijn aangetroffen. Om die reden acht de rechtbank bewezen dat verdachte ‘meer pillen bevattende clonazepam’ voorhanden heeft gehad. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Ten aanzien van feit 8

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is van mening dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder 8 tenlastegelegde heeft begaan. Zij wijst in dit kader op de verklaring van [naam 2], de verklaring van verdachte en hetgeen zij ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde over de herkomst van de gelden heeft overwogen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De raadsman is van mening dat niet bewezen kan worden dat de gelden een criminele herkomst hebben. Daarnaast stelt hij dat zijn cliënt geen handelingen heeft verricht die erop waren gericht gelden te verhullen

De beoordeling door de rechtbank

Zoals ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde is verwoord, heeft verdachte op 9 december 2013 €60.000,-- contant ontvangen van [slachtoffer 1].195 In de periode van 10 december 2013 tot en met 30 december 2013 wordt op de privé rekening van verdachte en op de zakelijke rekening van het [kliniek 1] in totaal € 40.000,-- aan contante stortingen bijgeschreven. Een groot deel daarvan, in totaal € 25.000,-- wordt kort daarna, overgeboekt naar een Thais rekeningnummer op naam van [naam 2].196

[naam 2] is als getuige gehoord. Zij heeft verklaard dat verdachte getrouwd is met haar zus en dat zij in Thailand een rekening op naam heeft, waarvan verdachte de gebruiker is. Verdachte heeft haar dit enkele jaren geleden gevraagd. [naam 2] heeft niets van deze rekening. Dat heeft alleen verdachte, aldus [naam 2]. Ze doet niets met de rekening, heeft geen communicatie met de bank en krijgt ook geen rekeningafschriften.197

Verdachte heeft verklaard dat hij een bankrekening in Thailand heeft. De pinpas daarvan gebruikte hij ook voor [slachtoffer 1] in China. Verdachte erkent dat er grote geldbedragen zijn overgemaakt naar de rekening van [naam 2]. De rekening staat op de naam van zijn schoonzus, maar verdachte maakt naar eigen zeggen als enige gebruik van de rekening. Op de vraag waar het geld vandaan komt, heeft verdachte niet willen antwoorden. Op de vraag waarom verdachte een rekening in Thailand heeft, antwoordde hij dat dat een privékwestie betreft.198

Deze feiten vragen naar het oordeel van de rechtbank om uitleg, maar verdachte heeft geen verklaring over de herkomst van de grote geldbedragen willen geven. Nu een andere verklaring voor de herkomst van de gelden op de Thaise rekening ontbreekt en verdachte heeft verklaard dat hij de rekening ook voor [slachtoffer 1] in China gebruikte, acht de rechtbank het in het licht van het dossier aannemelijk dat € 25.000,=, afkomstig van [slachtoffer 1], door verdachte op die rekening zijn gestort. De rechtbank heeft reeds onder feit 4 overwogen, dat en waarom zij wettig en overtuigend bewezen acht dat het door [slachtoffer 1] aan verdachte betaalde geldbedrag van een misdrijf - te weten oplichting - afkomstig is. Verdachte heeft telkens op dezelfde dag dat deze op zijn rekening zijn gestort, grote geldbedragen overgeboekt naar een rekening in Thailand, waarvan hij de enige gebruiker was, maar die op naam stond van een andere persoon. Hierdoor heeft verdachte de gelden aan het zicht onttrokken en waren de gelden niet snel naar verdachte te herleiden. Verdachte heeft hiermee van gelden, afkomstig van een misdrijf, de criminele herkomst verhuld. Dat is een witwashandeling.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 8 tenlastegelegde heeft begaan.

Ten aanzien van feit 9

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 9 tenlastegelegde heeft begaan. Verdachte was niet BIG-geregistreerd en niet medisch geschoold, maar heeft meerdere aan specialisten voorbehouden handelingen verricht op het gebied van de individuele gezondheidzorg. Er is daardoor een aanmerkelijke kans op schade aan de gezondheid van [slachtoffer 1], [slachtoffer 4],[slachtoffer 5] en [slachtoffer 2] ontstaan.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Zijn cliënt ontkent de tenlastegelegde handelingen. De raadsman verwijst – kort gezegd – in grote lijnen naar hetgeen hij ten aanzien van de feiten 1, 2, 4 en 6 heeft bepleit.

De beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van de diagnose borstkanker en de operatie in China

Met betrekking tot het ten onrechte diagnosticeren van [slachtoffer 1] met borstkanker en het adviseren om daarom een operatie in China te ondergaan, verwijst de rechtbank naar de bewijsmiddelen die zij ten aanzien van feit 4 in dat kader heeft gebezigd en naar hetgeen zij ten aanzien daarvan heeft overwogen. Ook verwijst de rechtbank naar hetgeen zij aldaar heeft overwogen en geconcludeerd en waarom de rechtbank bewezen acht dat verdachte wist dat [slachtoffer 1] in China daadwerkelijk een andere operatie zou ondergaan dan dat hij haar had doen denken. Verdachte heeft [slachtoffer 1] een operatie in China geadviseerd, zonder dat een regulier Nederlandse zorgverlener de operatie geïndiceerd had. Bij [slachtoffer 1] is, zoals ten aanzien van feit 4 is overwogen, in Nederland immers door zowel de GGD als het Rijnstate Ziekenhuis, respectievelijk voor en na de operatie in China geen borstkanker geconstateerd. [slachtoffer 1] was in de veronderstelling dat zij door een arts werd geadviseerd om de operatie te ondergaan en was daarom niet volledig en niet juist geïnformeerd. Daarnaast was [slachtoffer 1] door verdachte ten onrechte in de veronderstelling gebracht dat bij haar kanker werende plaatjes in haar borsten werden en waren geplaatst. Ook ten aanzien daarvan was [slachtoffer 1] onjuist door verdachte ingelicht. Voor de ondergane operatie was naar het oordeel van de rechtbank daarom geen sprake van ‘informed consent’.

Ten aanzien van handelingen binnen het [kliniek 1]

Met betrekking tot de bij [slachtoffer 1] verrichte handelingen, te weten het verwijderen van een vetbult, een melanoom en cystes en het maken van een incisie teneinde een cyste verwijderen, verwijst de rechtbank naar de bewijsmiddelen die zij ten aanzien van feit 6 heeft gebezigd en naar hetgeen zij ten aanzien daarvan heeft overwogen. In dat kader heeft de rechtbank ook overwogen dat en waarom verdachte niet bevoegd en bekwaam was om deze handelingen te verrichten.
Ditzelfde geldt ten aanzien van hetgeen de rechtbank met betrekking tot het volgende onder de feiten 1 en 2 heeft overwogen. Daar is aan de orde gesteld dat verdachte Relacore, bevattende sibutramine heeft verstrekt aan [slachtoffer 1], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5], terwijl hij het schadelijke karakter van sibutramine kende en zijn klanten niet van dit schadelijke karakter op de hoogte heeft gebracht.
Zoals uiteengezet en overwogen ten aanzien van feit 2, heeft verdachte voorts de middelen Ibersartan, Amlodipine en Indapamine aan [slachtoffer 1] verstrekt en de middelen Cedocard en Fluoxetine aan [slachtoffer 4]. Voor al deze middelen gold in Nederland geen handelsvergunning.

Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank hiermee handelingen verricht op het gebied van de individuele gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1 van de Wet BIG. Deze handelingen hadden direct betrekking op de gezondheid van verdachtes klanten, te weten [slachtoffer 1], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5]. Verdachte was echter, zoals eerder overwogen, niet BIG-geregistreerd. Hij heeft geen medische achtergrond en was dus niet bevoegd en niet bekwaam om deze handelingen te verrichten. Zelfs toen verdachte wist dat Relacore voor de gezondheid schadelijke sibutramine kon bevatten, heeft hij dit middel verstrekt aan [slachtoffer 1], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5]. Ook heeft hij incisies gemaakt in het lichaam van [slachtoffer 1]. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank een aanmerkelijke kans op schade aan de gezondheid met zich mee. De rechtbank is gelet op het voorgaande, in het licht van het dossier, van oordeel dat verdachte dit wist. Daarbij is niet gebleken dat er een noodzaak voor verdachte was om de handelingen te verrichten .

Uit het dossier komt onvoldoende naar voren dat verdachte [slachtoffer 2] daadwerkelijk met het middel Denosumab heeft geïnjecteerd. Het middel is niet aangetroffen bij doorzoekingen en verdachte stelt het middel niet te kennen. Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 2] trombose injecties heeft toegediend, omdat zij het zelf eng vond om te doen. Volgens verdachte betrof het een simpele prikpen.
Deze verklaring van verdachte wordt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende door het dossier weersproken. Daarom kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat sprake is geweest van injecteren als bedoeld in artikel 36 van de Wet BIG en zoals hem dat onder 9 ten laste is gelegd. Om die reden zal verdachte ten aanzien daarvan worden vrijgesproken.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie verzocht om ten aanzien van het laatste gedachtestreepje (UR)-medicijn(en) in plaats van UR-medicijnen te lezen. De rechtbank constateert dat onder feit 6 “(UR)-medicijn(en)” in de tenlastelegging is opgenomen. Daarnaast heeft de raadsman tegen dit verzoek geen verweer gevoerd. Gelet hierop zal de rechtbank de tenlastelegging lezen zoals door de officier van justitie is verzocht.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 4 t/m 9 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 4 oktober 2011 tot en met 18 mei 2014, te Huissen, gemeente Lingewaard,

telkens waren, te weten Relacore en/of Relacoffee, bevattende de werkzame stof Sibutramine, heeft verkocht en te koop heeft aangeboden

aan anderen, wetende dat die hiervoor genoemde waren gelet op de daarin

verwerkte werkzame stof Sibutramine voor het leven en/of de gezondheid

schadelijk zijn, terwijl verdachte telkens dat schadelijke karakter heeft

verzwegen;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2011

tot en met 22 mei 2014 te Huissen, gemeente Lingewaard telkens opzettelijk,

een (grote) hoeveelheid geneesmiddelen, waarvoor

geen handelsvergunning gold, te weten

-Irbesartan (merknaam Irbesartan Sandoz) en

-Indapamine (merknaam IndapamideEG) en

-Amlodipine (merknaam Amlodipin besilaat Sandoz) en

-Isosorbidedinitraat (merknaam Cedocard) en

-Sibutramine (merknaam Relacore) en

-Clonazepam (al dan niet met merknaam Rivotril) en

-Escitalopram (merknaam Escitalopram oxalate tablets) en

-Lymecycline/tetracycline (merknaam Tetralysal) en

-Fluocinonide (merknaam Fluocinonide cream) en,

-Fluoxetine,

in voorraad heeft gehad en/of heeft

verkocht en/of heeft afgeleverd en/of ter hand heeft gesteld aan een ander of

anderen en/of heeft ingevoerd dan wel anderszins binnen het Nederlands

grondgebied heeft gebracht;

4.

hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van

16 oktober 2013 t/m 27 januari 2014 te Huissen, gemeente Lingewaard met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van

grote geldbedragen (60.000 euro

en 7765 euro en/of tot het aangaan van een schuld (met een omvang van 90.000 euro), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

-zich ten opzichte van die [slachtoffer 1] voorgedaan als ware hij een (Nederlandse)

arts en anderszins medisch geschoolde beroepsbeoefenaar (met de titel MD)

en

-gebruik gemaakt van een op de titel arts betrekking hebbende

onderscheidingsteken te weten de esculaap en een bedrijf en/of

praktijk heeft opgericht en gevoerd onder de naam [kliniek 1]

en gebruikt gemaakt van een zogenaamde witte doktersjas

en

-terwijl verdachte daartoe niet bevoegd en/of bekwaam was bij die [slachtoffer 1]

een of meer handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg

verricht,

en

-die [slachtoffer 1] geadviseerd om gebruik te maken van een of

meer door hem, verdachte, voorgeschreven althans ter hand gestelde (genees)middel(en)

en

-bij die [slachtoffer 1] de diagnose (borst)kanker gesteld en aan die [slachtoffer 1]

medegedeeld dat zij (vrijwel zeker) een kwaadaardige knobbel en/of

(snelgroeiende) tumor in de borst heeft

en-aan die [slachtoffer 1] medegedeeld dat op een eventueel (in Nederland) te

vervaardigen mammografie niets te zien zou zijn en (die [slachtoffer 1] overtuigd

dat) de techniek in China (op het gebied van behandeling van (borst)kanker)

verder en/of geavanceerder zou zijn (dan in Nederland)

en

-aan die [slachtoffer 1] medegedeeld dat zij voor een door hem, verdachte,

gediagnostiseerde en/of geconstateerde (borst)kanker en/of kwaadaardige

knobbel en/of (snelgroeiende) tumor, een operatie in China

moest ondergaan, dan wel dat deze operatie geïndiceerd was,

terwijl verdachte wist dat die [slachtoffer 1] in werkelijkheid een andere operatie zou ondergaan

en

-aan die [slachtoffer 1] medegedeeld dat in China in haar borsten matjes

of apparaten geplaatst zouden worden om borstkanker te genezen,

althans een verdere uitzaaiing van borstkanker te voorkomen,

waardoor die [slachtoffer 1] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of

tot het aangaan van die schuld.

5.

hij in de periode van 05 maart 2012 t/m 11 september 2013 te Huissen, gemeente Lingewaard en te Leiden tezamen en in vereniging met anderen,
-een bij Zilveren Kruis Achmea Zorgverzekeringen NV in gebruik zijnde declaratieformulier en
-een document van 'Shanghai Xuhui Rolex Center',elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk hebben opgemaakt, immers hebben verdachte en zijn mededaders valselijk en in strijd met de waarheid
-op dat declaratieformulier ten aanzien van [slachtoffer 4] ingevuld dat aan een Rolex horloge schade is ontstaan en een bedrag is betaald aan Shanghai Xuhui Rolex Center en
-een rekening of facturen van Shanghai Xuhui Rolex Center opgemaakt zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en

hij in de periode van 05 maart 2012 t/m 11 september 2013 te Huissen, gemeente Lingewaard en te Leiden documenten van de zorgverlener 'First Hospital of Jiaxing City'
elk zijnde een geschriften dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft opgemaakt immers heeft verdachte rekeningen of facturen op naam van First Hospital of Jiaxing City opgemaakt en
-voornoemde documenten heeft ondertekend of geparafeerd en een of meer van die handtekeningen voorzien van de vermelding '[naam 1]', en voorzien van een stempel met opschrift "First Hospital of Jiaxing City" zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

6.

hij in de periode van 16 oktober 2013 tot en met 24 januari 2014,

te Huissen, gemeente Lingewaard,

als zorgverlener (beroepshalve of bedrijfsmatig handelend), ter uitvoering

van een geneeskundige behandelingsovereenkomst,

meermalen,

opzettelijk een persoon, te weten mevrouw [slachtoffer 1] heeft mishandeld,

althans opzettelijk de gezondheid van die [slachtoffer 1] heeft benadeeld, immers

heeft verdachte (telkens), terwijl hij, verdachte, niet ingeschreven stond in een register

(overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, lid 1 Wet op de beroepen in de

individuele gezondheidszorg (Wet BIG)),

- die [slachtoffer 1] een of meerdere geneesmiddel(en), te weten Relacore verstrekt en

- zonder daartoe bevoegd en bekwaam te zijn bij die [slachtoffer 1], een of meerdere

voorbehouden handelingen (zoals bedoeld in artikel 36 van de Wet BIG) uitgevoerd, hebbende verdachte bij/aan die [slachtoffer 1]

een (vet)bult verwijderd, door middel van het maken van een incisie op het hoofd van die [slachtoffer 1] en

c. een melanoom op het hoofd verwijderd en

d. een incisie in de nek gemaakt (om een cyste te verwijderen) en

e. cystes verwijderd en uitgezogen door

middel van een injectiespuit of injectienaald en een incisie

ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] enig letsel heeft bekomen en/of haar gezondheid is benadeeld;

7.

hij op of omstreeks 19 mei 2014 te Huissen, gemeente Lingewaard, opzettelijk,

meer tablet(ten)/pil(len) bevattende clonazepam, zijnde een middel

als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II aanwezig heeft gehad;

8.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 01 mei 2009 t/m 19 mei 2014, te Huissen, gemeente Lingewaard, van een voorwerp, te weten geld te weten een bedrag van € 25.000,-- afkomstig van [slachtoffer 1] de herkomst heeft verhuld, althans heeft verhuld wie de rechthebbende was op een voorwerp, te weten geld, telkens hierin bestaande dat

verdachte geld heeft overgemaakt van een van zijn, verdachtes bank

rekening en naar een rekening in Thailand ten name van [naam 2],

welke rekening en het tegoed op die rekening uitsluitend voor hem

verdachte (in Nederland) beschikbaar was, terwijl hij wist dat dat voorwerp -onmiddellijk

of middellijk- afkomstig was uit enig misdrijf;

9.

hij, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 januari 2011 tot en met

27 januari 2014, te Huissen als zorgverlener (beroepshalve of bedrijfsmatig handelend),

niet ingeschreven staande in een register (overeenkomstig het bepaalde

artikel 3 eerste lid van de Wet BIG), bij het verrichten van handelingen op

het gebied van de individuele gezondheidszorg, onder andere rechtstreeks

betrekking hebbende op de gezondheid van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5],

wist dat hij buiten noodzaak schade of een aanmerkelijke kans op schade aan de gezondheid van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft veroorzaakt, bestaande, de schade en/of aanmerkelijke kans op schade aan de gezondheid van een ander, uit het door verdachte (meermalen),

-bij die [slachtoffer 1] de diagnose (borst)kanker te stellen en in strijd met de

waarheid mede te delen dat zij vrijwel zeker een kwaadaardige knobbel en

(snelgroeiende) tumor in de borst heeft, waarvoor volgens verdachte een

operatie in China geïndiceerd was en

-(vervolgens) die [slachtoffer 1] te adviseren, zonder een door een Nederlandse reguliere zorgverlener gestelde operatie indicatie, met gebrekkig informed consent een operatie aan de borsten in China te laten ondergaan, terwijl hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 1] in werkelijkheid een andere operatie zou ondergaan waarvoor geen informed consent bestond en

-terwijl verdachte daartoe niet bevoegd en/of bekwaam was bij die [slachtoffer 1]

handelingen op het gebied van de

individuele gezondheidszorg te verrichten, waaronder een of meerdere

voorbehouden handelingen (in de zin van artikel 36 Wet op de beroepen in de

individuele gezondheidszorg), door

 bij die [slachtoffer 1] een (vet)bult te verwijderen, door middel van het maken van een incisie op het hoofd van die [slachtoffer 1] en

  • -

    bij die [slachtoffer 1] een melanoom op het hoofd te verwijderen en

  • -

    bij die [slachtoffer 1] een incisie in de nek te maken (om een cyste te

verwijderen) en

 bij die [slachtoffer 1] meerdere cystes te verwijderen en

uit te zuigen door middel van een injectiespuit of injectienaald en een

incisie en

-aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] medicijnen ter hand te stellen met het advies deze in te nemen waarna eerder genoemde personen

deze medicijnen hebben ingenomen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Waren verkopen en te koop aanbieden, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgende, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Opzettelijk begaan van een overtreding van artikel 40 van de Geneesmiddelenwet, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4:

Oplichting, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 5:

Medeplegen van valsheid in geschrift

en

Valsheid in geschrift.

Ten aanzien van feit 6:

Mishandeling, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 7:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C gegeven verbod.

Ten aanzien van feit 8:

Witwassen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 9:

Overtreding van artikel 96 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 4 t/m 9 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich onthoudt van handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Zij heeft in dat kader gesteld dat verdachte misbruik heeft gemaakt van de menselijke kwetsbaarheid. Verdachte stelde diagnoses, voerde medische handelingen uit en verstrekte medicijnen terwijl hij daartoe niet bevoegd was. De officier van justitie is van mening dat verdachte zich op geraffineerde wijze heeft voorgedaan als arts.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht geen vrijheidsbenemende straf op te leggen. Hij heeft in dat kader gesteld dat zijn cliënt de zorg heeft voor zijn kinderen en sinds kort werk heeft. Een gevangenisstraf zal dit doorkruisen. De raadsman heeft bepleit dat zijn cliënt zijn straf gehad heeft. De zaak is veelvuldig in de media geweest.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 21 mei 2015;

- een voortgangsverslag van Reclassering Nederland d.d. 29 mei 2015;

- een beknopt advies van Reclassering Nederland d.d. 9 januari 2015;

- een advies van Reclassering Nederland d.d. 10 september 2014;

- een beknopt advies van Reclassering Nederland d.d. 13 november 2014;

- een beknopt advies van Reclassering Nederland d.d. 22 mei 2015;

- een rapport van drs. T.E.G.A. Oosterhof, psycholoog, gedateerd 14 november 2014.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

In de periode van januari 2011 tot en met mei 2014 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten. In zijn [kliniek 1] heeft hij bij meerdere cliënten de indruk gewekt een gediplomeerd arts te zijn. Dit deed hij onder andere door het voeren van de bedrijfsnaam ‘[kliniek 1]’, door de inrichting en aankleding van het bedrijf, door het dragen van een witte jas en het voeren van de titel ‘MD’. In zijn bedrijf heeft verdachte meerdere (grote) hoeveelheden geneesmiddelen voorhanden gehad, waarvoor in Nederland geen handelsvergunning gold. Een aantal van deze geneesmiddelen heeft hij vanuit België naar Nederland ingevoerd en heeft hij aan meerdere cliënten verstrekt. Ook heeft hij het afslankmiddel Relacore/Relacoffee, waarin het verboden middel sibutramine zat, verkocht. Verdachte wist dat sibutramine schadelijk voor de gezondheid is, maar heeft het middel niettemin bewust verkocht.

Verdachte heeft het hierbij niet gelaten. Hij heeft meerdere cliënten van het [kliniek 1] als arts ‘behandeld’. Hij heeft diagnoses gesteld en heeft bij deze cliënten handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg verricht, zoals het verwijderen van een vetbult of cyste en het ter hand stellen van medicijnen met het advies deze in te nemen. Verdachte is echter geen arts en heeft door deze handelwijze willens en wetens de aanmerkelijke kans op schade aan de gezondheid van deze mensen veroorzaakt. Eén van de cliënten van het [kliniek 1] is door verdachte opgelicht. Hij heeft bij haar zonder grond en onbevoegd de diagnose borstkanker gesteld en heeft haar overgehaald om haar daarvoor in China te laten behandelen. In China heeft hij vervolgens ook nog de diagnose schildklierkanker bij haar gesteld. De door hem voorgestelde behandelingen diende zij aan hem te betalen en op deze wijze heeft hij haar grote geldbedragen afhandig gemaakt. In ieder geval een deel van dat geld is gestort op een Thaise bankrekening, waartoe verdachte de enige gerechtigde was. Ook heeft verdachte valse facturen opgesteld, die één van zijn cliënten bij zijn verzekeraar heeft ingediend.

De rechtbank vindt het handelen van verdachte buitengewoon kwalijk en laakbaar groot deel van zijn handelen is op grond van de wet voorbehouden aan medisch geschoolde specialisten. Mensen moeten er op kunnen vertrouwen dat zij worden geholpen door personen met kennis, kunde en de bevoegdheid om hen te helpen. Verdachte heeft dit vertrouwen ernstig geschaad. Hij heeft bovendien gevaar voor de gezondheid van enkele van zijn cliënten in het leven geroepen en heeft één van zijn cliënten een operatie laten ondergaan, die zij niet nodig had. De drijfveer voor verdachte daarbij lijkt hoofdzakelijk winstbejag te zijn geweest.

Verdachte heeft een vrijwel blanco strafblad. Hij is door zijn eigen handelen en door het opsporingsonderzoek van de politie en de behandeling van de zaak ter terechtzitting veel van wat hij had opgebouwd, kwijtgeraakt. Zijn gezin is uit elkaar gevallen. De rechtbank heeft dit bij de bepaling van de strafmaat meegewogen.

Het geheel overziend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren passend en geboden is. Om herhaling te voorkomen, zal de rechtbank hiervan één jaar voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van vijf jaren. De rechtbank houdt er ernstig rekening mee dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen en komt daarom tot deze langere proeftijd. Als bijzondere voorwaarde zal de rechtbank bepalen dat verdachte gedurende de proeftijd géén handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg mag verrichten of doen verrichten.

De vordering tot gevangenneming wordt afgewezen. Verdachte bevindt zich op dit moment al in een – geschorste – voorlopige hechtenis. Op grond van de wet is het niet mogelijk om ten aanzien van dezelfde verdachte voor dezelfde feiten de voorlopige hechtenis twee keer te bevelen.

Ten aanzien van het beslag

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de op de door haar overgelegde beslaglijst voorkomende voorwerpen moeten worden onttrokken aan het verkeer.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het beslag verwijst de rechtbank naar de als bijlage gevoegde, genummerde beslaglijst.

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met betrekking tot welk het bewezenverklaarde is begaan, genummerd 1, 2, 3, 4, 9, 13 en 16 op de beslaglijst, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, die bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane feiten zijn aangetroffen, genummerd 5, 6, 7, 8, 10, 11, 12, 14, 15, 17, 18, en 19 op de beslaglijst, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 23.723,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in haar vordering. Zij stelt daartoe dat [slachtoffer 2] de kosten van een hernia-operatie vordert. Dit staat niet op de tenlastelegging en daarom is geen sprake van schade die rechtstreeks is veroorzaakt door een bewezenverklaard strafbaar feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard moet worden in haar vordering, nu van rechtstreekse schade geen sprake is.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu tussen het door de benadeelde partij gevorderde schadebedrag en de aan verdachte tenlastegelegde en bewezenverklaarde feiten geen causaal verband bestaat. Er is daarom geen schade die rechtstreeks door enig bewezenverklaard handelen is ontstaan.

De benadeelde partij kan daarom haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

[slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 13.465,56, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in zijn vordering. Zij stelt daartoe dat [slachtoffer 4] de kosten van medische behandelingen in China vordert. Dit staat niet op de tenlastelegging en daarom is geen sprake van schade die rechtstreeks is veroorzaakt door een bewezenverklaard strafbaar feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard moet worden in haar vordering, nu van rechtstreekse schade geen sprake is.

De beoordeling door de rechtbank

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering, nu tussen het door de benadeelde partij gevorderde schadebedrag en de aan verdachte tenlastegelegde en bewezenverklaarde feiten geen causaal verband bestaat. Er is daarom geen schade die rechtstreeks door enig bewezenverklaard handelen is ontstaan.

De benadeelde partij kan daarom haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36b, 36c, 36d, 47, 57, 91, 174, 225, 420bis, 300, 326 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 40 van de Geneesmiddelenwet, de artikelen 1,2 en 6 van de Wet op de economische delicten, de artikelen 96 en 102 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidzorg en de artikelen 3, 11 en 13 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 Spreekt verdachte vrij van het onder 3 tenlastegelegde feit.

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaar.

bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 1 (één) jaar, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op vijf jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 de bijzondere voorwaarde(n) dat de veroordeelde:

- zich onthoudt van het verrichten of doen verrichten van handelingen op het gebied van de individuele gezondheidzorg;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, genummerd in de bijlage als 1 tot en met 19;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4].

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

Dit vonnis is gegeven door mr. J.M. Klep (voorzitter), mr. W.A. Holland en mr. J.M.J.M. Doon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Kolkman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 juni 2015.

mr. J.M. Klep is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 07RDR14004 Skinny, gesloten op 23 september 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het uittreksel van de Kamer van Koophandel inzake [kliniek 1] d.d. 4 februari 2014, p. 2197 en 2198.

3 Het uittreksel van de Kamer van Koophandel inzake [kliniek 2] d.d. 4 februari 2014, p. 2199 en 2200 en het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1167, midden.

4 Een factuur van [kliniek 1] aan [slachtoffer 1] d.d. 16 oktober 2013, p. 1608 en een factuur van [kliniek 1] aan A. [slachtoffer 4] d.d. 21 december 2012, p. 1928 en een factuur van [kliniek 1] aan [slachtoffer 4] d.d. 21 december 2012, p. 1830 en een factuur van [kliniek 1] aan [slachtoffer 5] d.d. 1 mei 2013, p. 1842 en een factuur van [kliniek 1] aan [slachtoffer 2] d.d. 14 september 2012, p. 1998.

5 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1], p. 1549.

6 Het document inhoudende een printscreen van de website van [kliniek 1], bijlage 6 bij het proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 29, p. 1245, in combinatie bezien met p. 1232, vijfde en zesde alinea van onder.

7 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1175, midden en p. 1176, onderaan en het document inhoudende een printscreen van de website van [kliniek 1], bijlage 6 bij het proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 29, p. 1245 en het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], p. 1762, midden.

8 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] en het proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene], p. 2817, onder het midden en het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1], p. 1549.

9 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], p. 1760, onder het midden.

10 De documenten, telkens inhoudende een foto, bijlagen 17 t/m 19 bij het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 12 augustus 2014 op p. 246.

11 Het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 1189, onder het midden.

12 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 januari 2015 en het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1189, onder het midden en p. 1193, midden en het e-mailbericht van [email 3] d.d. 21 januari 2014, bijlage 2 bij het proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 32, p. 1256 en het document inhoudende een aanmeldingsformulier voor lidmaatschap NVvA, bijlage 7 bij het proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 29, p. 1246, in combinatie bezien met p. 1232, vijfde alinea van onder en het proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene], p. 2817, midden en het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2], p. 1986 en het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 4], p. 1417, een na laatste alinea.

13 Het documenten inhoudende een afschrift van ‘Bedrijf in beeld. Van droom tot werkelijkheid’, bijlage 9 bij het proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 29, p. 1249, in combinatie bezien met p. 1234, tweede en vierde alinea van onder.

14 De afdruk van een chatgesprek d.d. 18-01-2014, p. 1320, eerste helft.

15 Het proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 22 september 2014, p. 2874.

16 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 januari 2015 en het document inhoudende zoekresultaten in het BIG-register d.d. 27 januari 2014, p. 1570.

17 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1162 en p. 1163, bovenaan.

18 Het proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 22 september 2014, p. 2874, met bijlagen op p. 2875 t/m 2883.

19 Het proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 22 september 2014, p. 2874, met bijlagenop p. 2875 t/m 2883.

20 Het proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 22 september 2014, p. 2874.

21 Een kennisgeving van inbeslagneming op 19 mei 2014, betreffende het adres [adres 2] te Huissen, p. 329, p. 335, onderaan en p.336, bovenaan en een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] d.d. 22 mei 2014, p. 364 en 365 en het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] d.d. 20 mei 2014, p. 393 t/m 395.

22 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] d.d. 22 mei 2014, p. 364 en 365.

23 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 23 mei 2014, p. 1891 en 1892 en het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 23 mei 2014, p. 1983 en 1894.

24 Het document van het RIVM, betreffende onderzoek Relacore oktober, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 3 juni 2014, p. 1901.

25 Een kennisgeving van inbeslagneming op 19 mei 2014, betreffende het adres [adres 2] te Huissen, p. 329, p. 335, onderaan en p.336, bovenaan en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2014, p. 321.

26 Het proces-verbaal (monsterneming) van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 6 oktober 2014 (separaat ingezonden).

27 Het proces-verbaal (monsterneming) van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 6 oktober 2014 (separaat ingezonden).

28 Het proces-verbaal (uitslag RIVM) van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 21 oktober 2014 (separaat ingezonden) en het document van het RIVM, betreffende onderzoek Relacore oktober, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 21 oktober 2014 (separaat ingezonden).

29 De kennisgevingen van inbeslagneming op 19 mei 2014, telkens betreffende de doorzoeking in de garagebox aan de [adres 4] te Huissen, p. 425 t/m 438.

30 Het proces-verbaal van (monsterneming) verbalisant [verbalisant 1] d.d. 6 oktober 2014 (separaat ingezonden).

31 Een kennisgeving van inbeslagneming op 19 mei 2014, betreffende de doorzoeking in de garagebox aan de [adres 4] te Huissen, p. 429.

32 Het proces-verbaal (monsterneming) van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 6 oktober 2014 (separaat ingezonden).

33 Het proces-verbaal (uitslag RIVM) van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 21 oktober 2014 (separaat ingezonden) en het document van het RIVM, betreffende onderzoek Relacore oktober, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 21 oktober 2014 (separaat ingezonden).

34 Het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 24 april 2015 (separaat ingezonden).

35 Het document van het RIVM, betreffende onderzoek Relacore oktober, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 21 oktober 2014, eerste bladzijde (separaat ingezonden).

36 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 15 oktober 2014 (separaat ingezonden).

37 Het proces-verbaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, opgesteld door verbalisant [verbalisant 9] d.d. 27 november 2011, p. 1955 en 1956.

38 Het proces-verbaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, opgesteld door verbalisant [verbalisant 9] d.d. 27 november 2011, p. 1957 en 1958.

39 Het proces-verbaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, opgesteld door verbalisant [verbalisant 9] d.d. 27 november 2011, p.1958, onderaan.

40 Het proces-verbaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, opgesteld door verbalisant [verbalisant 9] d.d. 27 november 2011, p.1959.

41 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1216, laatste regel en p. 1217, eerste en vierde alinea.

42 Het document inhoudende een msn-gesprek tussen [naam 3] en verdachte d.d. 12 november 2011, 953 en 954 en een kennisgeving van inbeslagneming op 19 mei 2014, betreffende de [adres 2] te Huissen, p. 329, 330 en 331.

43 Een document inhoudende een msn-gesprek tussen [naam 3] en verdachte d.d. 12 november 2011, 953 en 954.

44 Het proces-verbaal van bevindingen van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit d.d. 17 september 2014, p. 1962 en 1963.

45 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1217, vijfde alinea.

46 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1217, vijfde alinea

47 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 7 juli 2014, p. 1883 en het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 14 juli 2014, p. 1943.

48 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 7 juli 2014, p. 1883 en het document van het RIVM, betreffende onderzoek capsules Chinees-Russisch, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 3 juni 2014, p. 1885.

49 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1], p. 1554, tweede alinea en het proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris van [slachtoffer 1] d.d. 28 oktober 2014, p. 5, bovenaan.

50 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 14 juli 2014, p. 1943 en het document van het RIVM, betreffende onderzoek zakjes met pillen, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 11 juli 2014, p. 1945.

51 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [slachtoffer 3], p. 1512, derde alinea en het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 14 juli 2014, p. 1943, boven het midden.

52 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1], p. 1554, tweede alinea en het document inhoudende een factuur van [kliniek 1] aan [slachtoffer 5] d.d. 9 januari 2012, p. 1819 en een document inhoudende een factuur van [kliniek 1] aan [slachtoffer 4] d.d. 21 december 2012, p. 1830.

53 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 januari 2015.

54 Het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 4] d.d. 9 oktober 2014, met vier rekeningafschriften als bijlagen (separaat ingezonden).

55 Het proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 1], p. 1554, tweede alina en het document op p. 1556.

56 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] door de rechter-commissaris d.d. 28 oktober 2014, p. 6, onderaan.

57 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1], p. 1550, onder het midden en het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1], p. 1554, vierde alinea.

58 Het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 26 oktober 2014, p. 1858 t/m 1863 en de bijlagen, inhoudende foto’s, p. 1864, 1871 en 1879, in samenhang bezien met het aanvullend proces-verbaal van [verbalisant 10] d.d. 22 mei 2015 (separaat ingezonden).

59 Het aanvullend proces-verbaal van [verbalisant 10] d.d. 22 mei 2015, p. 1 en 2 van dat proces-verbaal (separaat ingezonden).

60 Het aanvullend proces-verbaal van [verbalisant 10] d.d. 22 mei 2015 (separaat ingezonden).

61 Het document van [deskundige 2] van de Inspectie voor de Gezondheidszorg d.d. 20 mei 2015, p. 7 / 10.

62 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1206, onderaan.

63 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 januari 2015.

64 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 januari 2015.

65 Het document inhoudende een e-mailwisseling tussen verdachte en [naam 5] d.d. 26 november 2013, p. 707 en het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 16 augustus 2014, p. 549.

66 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 14 juli 2014, p. 2051.

67 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 4], p. 1423, in combinatie bezien met de bijlage, inhoudende een foto, p. 1430.

68 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 14 juli 2014, p. 2051.

69 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 14 juli 2014, p. 2051 en het document van het RIVM, betreffende onderzoek zakjes met pillen, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 11 juli 2014, p. 2053 en 2054.

70 Het aanvullend proces-verbaal van [verbalisant 10] d.d. 22 mei 2015, p. 3 van dat proces-verbaal (separaat ingezonden) en het document van het RIVM, betreffende onderzoek zakjes met pillen, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 11 juli 2014, p. 2055.

71 Het document van het RIVM, betreffende onderzoek zakjes met pillen, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 11 juli 2014, p. 2054.

72 Het document van het RIVM, betreffende onderzoek zakjes met pillen, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 11 juli 2014, p. 2054 en het aanvullend proces-verbaal van [verbalisant 10] d.d. 22 mei 2015, p. 3 van dat proces-verbaal (separaat ingezonden).

73 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 4], p. 1420.

74 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1208, midden.

75 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1217, een na laatste alinea.

76 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 14 juli 2014, p. 2051.

77 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 3], p. 1512.

78 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 14 juli 2014, p. 2051.

79 Het document van het RIVM, betreffende onderzoek zakjes met pillen, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 11 juli 2014, p. 2053 en 2054.

80 Het aanvullend proces-verbaal van [verbalisant 10] d.d. 22 mei 2015, p. 5 van dat proces-verbaal (separaat ingezonden) en het document van het RIVM, betreffende onderzoek zakjes met pillen, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 11 juli 2014, p. 2055.

81 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 23 mei 2014, p. 2049 en het document inhoudende een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 19 mei 2014, betreffende [adres 2] te Huissen, p. 329 en 336.

82 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 23 mei 2014, p. 2050.

83 Het document van het RIVM, betreffende onderzoek Relacore en Relacoffee en meer, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 22 juli 2014, p. 1938 en 1939 en het aanvullend proces-verbaal van [verbalisant 10] d.d. 22 mei 2015, p. 5 van dat proces-verbaal (separaat ingezonden).

84 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 23 mei 2014, p. 2050 en het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 28 juli 2014, p. 1914 en 1915.

85 Het document inhoudende een e-mailwisseling tussen verdachte en [naam 5] d.d. 26 november 2013, p. 707.

86 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 23 mei 2014, p. 2049 en het document inhoudende een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 19 mei 2014, betreffende [adres 2] te Huissen, p. 329 en 336.

87 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 23 mei 2014, p. 2050.

88 Het document van het RIVM, betreffende onderzoek Relacore en Relacoffee en meer, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 22 juli 2014, p. 1938 t/m 1940 en het aanvullend proces-verbaal van [verbalisant 10] d.d. 22 mei 2015, p. 3 t/m 5 van dat proces-verbaal (separaat ingezonden).

89 Het aanvullend proces-verbaal van [verbalisant 10] d.d. 22 mei 2015, p. 3 t/m 5 van dat proces-verbaal (separaat ingezonden).

90 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1368 en de bijbehorende bijlagen inhoudende fotobladen op p. 1387 en 1388.

91 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 23 mei 2014, p. 2049 en het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1], d.d. 28 juli 2014, p. 1914 en 1915.

92 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1366 en de bijbehorende bijlagen inhoudende fotobladen op p. 1378 t/m 1380 en het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1367, bovenaan en de bijbehorende fotobladen op p. 1381 en 1382.

93 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 23 mei 2014, p. 2049 en het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1], d.d. 28 juli 2014, p. 1914 en 1915.

94 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1204, boven het midden, p. 1216, tweede en vijfde alinea.

95 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1204, boven het midden, p. 1216, vijfde alinea.

96 Het aanvullend proces-verbaal van [verbalisant 10] d.d. 22 mei 2015, p. 3 van dat proces-verbaal (separaat ingezonden) en het document van het RIVM, betreffende onderzoek zakjes met pillen, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 11 juli 2014, p. 2053 t/m 2055.

97 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 17 februari 2014, p. 1537.

98 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1], p. 1549.

99 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1], p. 1550.

100 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 17 februari 2014, p. 1537 en p. 1552.

101 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 17 februari 2014, p. 1537.

102 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] door de rechter-commissaris d.d. 28 oktober 2014, p. 2, eerste alinea.

103 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 17 februari 2014, p. 1537.

104 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] door de rechter-commissaris d.d. 28 oktober 2014, p. 2 en p. 6, onderaan.

105 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 17 februari 2014, p. 1538, derde alinea.

106 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 17 februari 2014, p. 1538, derde alinea van onderen.

107 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 17 februari 2014, p. 1539, boven het midden en midden.

108 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 17 februari 2014, p. 1540, bovenaan.

109 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1], p. 1554, midden.

110 Het document inhoudende een factuur van [kliniek 1] aan [slachtoffer 1] d.d. 17 oktober 2013, p. 1607 en het document inhoudende een rekeningafschrift van [slachtoffer 1] d.d. 31 oktober 2013, p. 1605 en het document inhoudende een factuur van [kliniek 1] aan [slachtoffer 1] d.d. 26 november 2013, p. 1614 en het document inhoudende een rekening afschrift van [slachtoffer 1] d.d. 29 november 2013, p. 1611.

111 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1], p. 1550, boven het midden.

112 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1], p. 1553, onderaan en p. 1554, bovenaan.

113 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1], p. 1554, bovenaan en het document inhoudende een kwitantie d.d. 9 december 2013, p. 1602.

114 Het document inhoudende een brief van bevolkingsonderzoek oost d.d. 29 oktober 2013, p. 1647.

115 Het document inhoudende een brief van drs. P. Plantinga, SEH arts van het Rijnstate Ziekenhuis te Arnhem d.d. 24 januari 2014, p. 1617 en het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 17 februari 2014, p. 1547, onder het midden.

116 Het proces-verbaal van verhoor [getuige 1] d.d. 31 maart 2015 door de rechter-commissaris, p. 1 en 2.

117 Het proces-verbaal van verhoor A. [slachtoffer 4]-[slachtoffer 3] d.d. 28 oktober 2014 door de rechter-commissaris, p. 4, tweede alinea.

118 Het proces-verbaal van verhoor A. [slachtoffer 4]-[slachtoffer 3] d.d. 28 oktober 2014 door de rechter-commissaris, p. 3, tweede alinea.

119 Het proces-verbaal van verhoor A. [slachtoffer 4]-[slachtoffer 3] d.d. 28 oktober 2014 door de rechter-commissaris, p. 3, derde alinea.

120 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 17 februari 2014, p. 1541, derde en vierde alinea en het document inhoudende een onherroepelijke schuldbekentenis d.d. 14 januari 2014, p. 1603.

121 Het proces-verhaal van verdachte, p. 1253, onder het midden.

122 Het document op p. 853, inhoudende een lijst betrekking hebbende op [slachtoffer 1], in samenhang bezien met de overzichtslijst inbeslaggenomen goederen, p. 719.

123 Het document op p. 853, inhoudende een lijst betrekking hebbende op [slachtoffer 1]

124 De documenten, telkens inhoudende een brief van het Rijnstate, p. 1638 t/m 1641.

125 Het document inhoudende een gespreksverslag van M. [getuige 1] d.d. 23 januari 2014, p. 1598, onder het midden en het proces-verbaal van verhoor getuige A.H.J. [getuige 2], p. 2835.

126 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1175, midden en p. 1176, onderaan en het document inhoudende een printscreen van de website van [kliniek 1], bijlage 6 bij het proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 29, p. 1245.

127 Het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 1189, onder het midden en het document inhoudende een printscreen van een e-mailbericht van verdachte aan M. Lamers d.d. 21 januari 2014.

128 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 januari 2015 en het document inhoudende zoekresultaten in het BIG-register d.d. 27 januari 2014, p. 1570 en het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] d.d. 22 september 2014, p. 2874, met bijlagen op p. 2875 t/m 2883.

129 Het proces-verbaal van aangifte d.d. 5 maart 2014, p. 2327 in samenhang bezien met de schriftelijke aangifte door [naam 6] namens Zilveren Kruis Achmea, p. 2329 t/m 2333, met bijlagen op p. 2334 t/m 2715.

130 De schriftelijke aangifte door H.C.E..M. Wijnands-van den Berg namens Zilveren Kruis Achmea, p. 2331.

131 Het document inhoudende een declaratieformulier Zorgkosten Buitenland d.d. 14 maart 2012, p. 2591 en 2592 en het document inhoudende een factuur van het First Hospital of Jiaxing City, genummerd 14309, d.d. 8 maart 2012, p. 2595 t/m 2597 en het document inhoudende een factuur van het First Hospital of Jiaxing City, genummerd 14349, d.d. 8 maart 2012, p. 2598.

132 De schriftelijke aangifte door [naam 6] namens Zilveren Kruis Achmea, p. 2231.

133 Het document inhoudende een factuur van het First Hospital of Jiaxing City, genummerd 14309, d.d. 8 maart 2012, p. 2597 en 2598.

134 Het document inhoudende een brief van het First Hospital of Jiaxing City d.d. 5 maart 2011, p. 2594.

135 Het document inhoudende een brief van het First Hospital of Jiaxing City d.d. 5 maart 2011, p. 2594.

136 Het document inhoudende een declaratieformulier Zorgkosten Buitenland d.d. 14 maart 2012, p. 2592.

137 Het document inhoudende een omschrijving van kosten, p. 2601.

138 Het document inhoudende een brief van het Shanghai Xuhui Rolex Center d.d. 5 maart 2012, p. 2600.

139 Het document inhoudende een rapportage van Eurocross d.d. 05-01-2013, p. 2378-2381.

140 Het document inhoudende een rapportage van SBCS d.d. 07-06-2012, p. 2459-2481.

141 De schriftelijke aangifte door [naam 6] namens Zilveren Kruis Achmea, p. 2331 en 2332.

142 De schriftelijke aangifte door [naam 6] namens Zilveren Kruis Achmea, p. 2332.

143 Het document inhoudende een brief van Eurocross d.d. 5 januari 2013, p. 2378, onderaan.

144 Het document inhoudende een brief van Eurocross d.d. 5 januari 2013, p. 2379, midden.

145 Het document inhoudende een factuur van het First Hospital of Jiaxing City, genummerd 14349, d.d. 8 maart 2012, p. 2598.

146 Het document inhoudende een brief van Eurocross d.d. 5 januari 2013, p. 2379, midden.

147 Het document inhoudende een brief van Eurocross d.d. 5 januari 2013, p. 2381, midden.

148 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 4], p. 1418, eerste alinea.

149 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 4], p. 1422, derde, vierde en vijfde alinea.

150 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 4], p. 1423, onder aan en p. 1424, bovenaan.

151 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 4], p. 1424, bovenaan.

152 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 4], p. 1424, onderaan.

153 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 4], p. 1425, onder het midden.

154 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 3], p. 1481, eerste alinea.

155 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 3], p. 1486, tweede alinea.

156 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 3], p. 1486, derde alinea.

157 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 3], p. 1486, vierde en vijfde.

158 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 3], p. 1487, bovenaan.

159 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 3], p. 1487, onder het midden.

160 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1195, midden en p. 1199, midden en onderaan.

161 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1200, bovenaan.

162 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 januari 2015.

163 Het proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 3] d.d. 16 augustus 2014, p. 542 en het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 9 september 2014, p. 2716, met bijlagen.

164 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 9 september 2014, p. 2716, in samenhang bezien met de bijlage inhoudende een printscreen, p. 2717.

165 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 9 september 2014, p. 2716, in samenhang bezien met het document inhoudende een brief van het Shanghai Xuhui Rolex Center d.d. 5 maart 2012, p. 2600.

166 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 9 september 2014, p. 2716, in samenhang bezien met de bijlage op p. 2720.

167 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 17 januari 2014, p. 1538, tweede en derde alinea.

168 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 17 januari 2014, p. 1538, zesde alinea.

169 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 17 januari 2014, p. 1538, zesde alinea.

170 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 17 januari 2014, p. 1538, zesde alinea.

171 Het document inhoudende een letselbeschrijving d.d. 9 december 2014, opgesteld door mr.drs. [deskundige 1] (separaat ingezonden).

172 Het document inhoudende een letselbeschrijving d.d. 9 december 2014, opgesteld door mr.drs. [deskundige 1], p. 1, onderaan en p. 2, onder het midden (separaat ingezonden).

173 Het document inhoudende een letselbeschrijving d.d. 9 december 2014, opgesteld door mr.drs. [deskundige 1], p. 3, midden.

174 Het document inhoudende een letselbeschrijving d.d. 9 december 2014, opgesteld door mr.drs. [deskundige 1], p. 3, onderaan.

175 Het document inhoudende een letselbeschrijving d.d. 9 december 2014, opgesteld door mr.drs. [deskundige 1], p. 3, onder het midden.

176 Het document inhoudende een letselbeschrijving d.d. 9 december 2014, opgesteld door mr.drs. [deskundige 1], p. 4, onder het midden.

177 Het document inhoudende een letselbeschrijving d.d. 9 december 2014, opgesteld door mr.drs. [deskundige 1], p. 1, onder het midden en p. 2, midden.

178 Het document inhoudende een factuur van [kliniek 1] aan [slachtoffer 1] d.d. 16 oktober 2013, p. 1608.

179 Het document op p. 853, inhoudende een lijst betrekking hebbende op [slachtoffer 1], in samenhang bezien met de overzichtslijst inbeslaggenomen goederen, p. 719.

180 Het document op p. 853, inhoudende een lijst betrekking hebbende op [slachtoffer 1].

181 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], p. 1755, onder het midden en het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], p. 1759, onder het midden.

182 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], p. 1756, tweede alinea.

183 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], p. 1756, derde en vierde alinea.

184 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 januari 2015 en het document inhoudende zoekresultaten in het BIG-register d.d. 27 januari 2014, p. 1570.

185 Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] door de rechter-commissaris d.d. 28 oktober 2014, p. 6, onderaan.

186 Een kennisgeving van inbeslagneming op 19 mei 2014, betreffende het adres [adres 2] te Huissen, p. 329, p. 335, onderaan en p.336, bovenaan en het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 23 mei 2014, p. 1888.

187 Het document van het RIVM, betreffende onderzoek Relacore en Relacoffee en meer, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 18 juli 2014, p. 1918 en het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 23 mei 2014, p. 1888.

188 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 23 mei 2014, p. 1889.

189 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 23 mei 2014, p. 1888.

190 Het document van het RIVM, betreffende onderzoek Relacore en Relacoffee en meer, opgesteld door [naam 4] en gedateerd 18 juli 2014, p. 1917 en 1918.

191 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 23 mei 2014, p. 1888.

192 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1365, laatste twee alinea’s en p. 1366, vierde en vijfde alinea en p. 1367, boven het midden in combinatie met de foto’s 11 en 12, als bijlage gehecht aan dat proces-verbaal.

193 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1367, onder het midden.

194 Het document inhoudende een foto, p. 1925.

195 Het document inhoudende een kwitantie d.d. 9 december 2013, p. 1602.

196 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5], d.d. 18 augustus 2014, p. 2903 en 2904 en de daarbij behorende bijlagen inhoudende een rekeningafschrift van F. [verdachte] d.d. 23 december 2013, p. 2911 en een rekeningafschrift van [kliniek 1] d.d. 10 december 2013, p. 2913 en een rekeningafschrift van F. [verdachte] d.d. 23 december 2013, p. 2915 en een rekeningafschrift van [kliniek 1] d.d. 16 december 2013, p. 2917 en een rekeningafschrift van [kliniek 1] d.d. 30 december 2013, p. 2920.

197 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 2], p. 2901.

198 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 1166, boven het midden en p. 1230, onder het midden.