Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:4088

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22-06-2015
Datum publicatie
22-06-2015
Zaaknummer
05/820639-14 en 05/701136-12 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland veroordeelt drie mannen voor een aantal diefstallen van rijplaten van bouwterreinen tot gevangenisstraffen van 7 maanden onvoorwaardelijk, 8 maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk en 8 maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk. Ook moeten de mannen schadevergoedingen aan de benadeelden betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/820639-14 en 05/701136-12 (tul)

Datum uitspraak : 22 juni 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum], wonende te [adres]

raadsman: mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 08 juni 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 februari 2014 tot en met 14 april 2014, in de gemeente(n) Vianen en/of 's-Hertogenbosch en/of Woerden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de hierna te noemen goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en wel:

- in de periode van 11 april 2014 tot en met 14 april 2014, in de gemeente Vianen, 36 althans een of meer rijpla(a)t(en), geheel of ten dele toebehorende aan de firma [naam firma 1] en van [naam BV 1] B.V., waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, en/of

- in de periode van 26 maart 2014 tot en met 2 april 2014, in de gemeente '-Hertogenbosch, 16, althans een of meer rijpla(a)t(en), geheel of ten dele toebehorende aan de firma [naam firma 2], waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, en/of

- in de periode van 4 april 2014 tot en met 9 april 2014, in de gemeente 's-Hertogenbosch, 21, althans een of meer rijpla(a)t(en), geheel of ten dele toebehorende aan de firma [naam BV 2] B.V., waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, en/of

- in de periode van 3 april 2014 tot en met 4 april 2014, te Rosmalen in de gemeente 's-Hertogenbosch, 13, althans een of meer rijpla(a)t(en), geheel of ten dele toebehorende aan de firma [naam firma 3], waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, en/of

- in de periode van 17 februari 2014 tot en met 18 februari 2014, in de gemeente Woerden, 9, althans een of meer rijpla(a)t(en), geheel of ten dele toebehorende aan Aannemersbedrijf [aannemer];

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de periode van 11 april 2014 tot en met 14 april 2014 zijn in de gemeente Vianen 36 rijplaten weggenomen, die toebehoorden aan de firma [naam firma 1] en Van [naam BV 1] BV. De daders zijn twee keer op het terrein geweest. De eerste keer is het hangslot van de toegangshekken vernield. De tweede keer is het hangslot in zijn geheel weggenomen.2

In de periode van 26 maart 2014 tot en met 2 april 2014 zijn in de gemeente ’s-Hertogenbosch bij een project voor de bouw van een geluidswal langs de spoorweg 16 rijplaten weggenomen, die toebehoorden aan de firma [naam firma 2]. Hierbij is het slot waarmee het hek was afgesloten verbroken.3

In de periode van 4 april 2014 tot en met 9 april 2014 zijn op de Rosmalensedijk in de gemeente ’s-Hertogenbosch 21 rijplaten weggenomen, die toebehoorden aan de firma [naam BV 2]. Hierbij is het hangslot van de toegangspoort geforceerd.4 Dit was aan de noordzijde van de Groote Wielenplas. Een betonblok dat de toegang verhindert is daarbij weggesleept.5

In de periode van 17 februari 2014 tot en met 18 februari zijn in de gemeente Woerden 9 rijplaten weggenomen, die toebehoorden aan aannemersbedrijf [aannemer].6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstallen, gelet op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor vrijspraak, omdat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om te kunnen vaststellen dat verdachte het feit heeft begaan. Subsidiair heeft de verdediging gepleit om de rol van verdachte als medeplichtige aan te merken.

Beoordeling door de rechtbank

Medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben bij de politie verklaard dat zij samen met verdachte, [betrokkene 1] en [betrokkene 2] rijplaten hebben ontvreemd in Vianen, ’s-Hertogenbosch, Rosmalen en Woerden. [medeverdachte 1] verklaart dat ‘ze’, te weten verdachte, [medeverdachte 2], diens schoonbroer ‘[naam]’, [betrokkene 1] en [betrokkene 2]7, in Vianen platen hebben gestolen in de nacht van zondag 13 op maandag 14 april 2014 én de vrijdag daarvoor.8 Twee weken daarvoor hebben ze platen gestolen in Den Bosch, langs het spoor9 en een of twee weken voor de diefstal in Vianen aan de Rosmalensedijk in de wijk Grote Wielen in Rosmalen. Daarbij is een betonblok dat op het pad lag met de kraan verzet zodat ze het terrein op konden rijden.10 Voorts zijn ze in Woerden geweest om platen te stelen.11 Dit laatste sluit aan bij de aangifte van [aannemer] en bij de omstandigheid dat in de nacht van de diefstal waarvan [aannemer] aangifte heeft gedaan een vrachtwagen voorzien van een kentekenplaat met nummer [kenteken] bij een trajectcontrole op de A12 Woerden is geflitst.12 [medeverdachte 1] is op bewakingsbeelden van een tankstation herkent als degene die uit een vrachtwagen voorzien van deze kentekenplaat met nummer [kenteken] is gestapt en is gaan tanken.13 Ook [medeverdachte 2] verklaart dat hij samen met [medeverdachte 1] en onder andere zijn ‘ex-zwager’ [verdachte] ‘met nog iets er achter’ [de rechtbank begrijpt verdachte, die zelf verklaart dat [medeverdachte 2] de ex is van zijn zus14] rijplaten heeft gestolen. Hij noemt daarbij de diefstallen van rijplaten in Vianen, op 13 april 2014 en een keer daarvoor op vrijdag, in Den Bosch naast de spoorlijn en in Rosmalen bij een soort zwemput.15

[medeverdachte 1] verklaart dat ieder bij de diefstallen een vaste rolverdeling had.16 Op voorhand werd verkend waar de inbraken het beste gepleegd konden worden. Deze verkenning werd ook door verdachte gedaan.17 Verdachte reed in een personenauto achter of voor de vrachtwagen waar de gestolen goederen op werden geladen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de personenauto bedoeld was om, indien nodig, de politie af te leiden.18 [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben verder verklaard dat verdachte op de plaats van bestemming de wacht hield.19 [medeverdachte 1] verklaarde voorts dat verdachte niet alleen de wacht hield, maar in Vianen ook het hek heeft opengeknipt.20

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] niet alleen gedetailleerd zijn, maar dat de verklaringen ook op hoofdlijnen overeenkomen. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben onafhankelijk van elkaar verklaard en daarmee ook een belastende verklaring voor zichzelf afgelegd. De verklaringen zijn vrij direct na de laatste inbraak afgelegd, en de rechtbank heeft geen reden om aan de inhoud van die verklaringen te twijfelen.

Uit de hiervoor opgenomen verklaringen komt naar voren dat de diefstallen door steeds dezelfde groep personen zijn gepleegd. Ook is uitgebreid en gedetailleerd verklaard over de rolverdeling en de samenwerking tussen verdachte, [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [betrokkene 1] en [betrokkene 2].

De rechtbank is van oordeel dat uit bovengenoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte bewust en nauw heeft samengewerkt met zijn medeverdachten bij de diefstal van de rijplaten.

De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte de diefstallen samen met anderen heeft gepleegd. In tegenstelling tot hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht, kwalificeert de rechtbank, gelet op het voorgaande, de rol van verdachte als medepleger.

Ten aanzien van de diefstal van rijplaten bij [naam firma 3] in Rosmalen komt de rechtbank tot een vrijspraak nu geen van de getuigen daar - duidelijk - over verklaart en daar omtrent ook overigens, naast een aangifte, geen bewijsmiddel voorhanden is.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij meer tijdstippen in de periode van 17 februari 2014 tot en met 14 april 2014, in de gemeente(n) Vianen en 's-Hertogenbosch en Woerden, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de hierna te noemen goederen, geheel toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbenden, en wel:

- in de periode van 11 april 2014 tot en met 14 april 2014, in de gemeente Vianen, 36 rijplaten, geheel toebehorende aan de firma [naam firma 1] en van [naam BV 1] B.V., waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfshebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking, en

- in de periode van 26 maart 2014 tot en met 2 april 2014, in de gemeente 's-Hertogenbosch, 16, rijplaten, geheel toebehorende aan de firma [naam firma 2], waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking, en

- in de periode van 4 april 2014 tot en met 9 april 2014, in de gemeente 's-Hertogenbosch, 21 rijplaten, geheel toebehorende aan de firma [naam BV 2] B.V., waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking, en- in de periode van 17 februari 2014 tot en met 18 februari 2014, in de gemeente Woerden, 9 rijplaten, geheel

toebehorende aan Aannemersbedrijf [aannemer];

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

‘diefstal, door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd’

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 23 april 2015.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan meerdere diefstallen op bouwterreinen. Verdachte en zijn mededaders hebben hierbij grote hoeveelheden rijplaten weggenomen. Dit ging op een professionele manier, waarbij ieder van de verdachten een eigen rol had. Overdag werd op onderzoek uitgegaan naar bouwlocaties waar ’s nachts met een vrachtwagen met een kraan de platen werden weggehaald. De schade die hierdoor aan de benadeelden is toegebracht, is groot. Deze liep steeds in de (tien)duizenden euro’s.

De rechtbank weegt in het nadeel van verdachte mee dat hij eerder is veroordeeld vanwege vermogensdelicten en dat hij het feit gepleegd heeft, terwijl hij nog in een proeftijd liep wegens een veroordeling ter zake van een delict uit de Opiumwet. De rechtbank rekent het hem aan dat hij ondanks deze veroordelingen, straffen en proeftijd opnieuw is overgegaan tot het plegen van strafbare feiten.

Tevens neemt de rechtbank ten nadele van verdachte in aanmerking dat hij op geen enkele wijze blijk heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien.

Gelet op het vorenstaande is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 7 maanden passend en geboden. Deze straf is van kortere duur dan geëist door de officier van justitie, nu verdachte van een van de tenlastegelegde diefstallen is vrijgesproken.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen:

- Aannemersbedrijf [aannemer] B.V. met als gemachtigde [gemachtigde aannemer];

- [naam firma 3] met als gemachtigde [gemachtigde firma 3];

- [naam BV 2] BV met als gemachtigde [naam BV 2];

hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 8.057,40 door aannemersbedrijf [aannemer], € 9.551,10 door [naam firma 3] en €20.667,50 door [naam BV 2].

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van aannemersbedrijf [aannemer] tot het bedrag van € 8.057,40 hoofdelijk toe te wijzen, de vordering van de [naam firma 3] tot het bedrag van € 9.551,10 hoofdelijk toe te wijzen en de vordering van de benadeelde partij [naam BV 2] hoofdelijk toe te wijzen tot het bedrag van € 12.600,--. De officier van justitie heeft met betrekking tot alle vorderingen verzocht om tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op teleggen.

Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de vorderingen van [naam firma 3] en Aannemersbedrijf [aannemer] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de vordering van [naam BV 2] heeft de verdediging verzocht deze af te wijzen nu de vordering niet met stukken is onderbouwd.

Beoordeling door de rechtbank

Nu de rechtbank ten aanzien van de diefstal van rijplaten van [naam firma 3] tot een vrijspraak komt, is de vordering van [naam firma 3] niet-ontvankelijk.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat aannemersbedrijf [aannemer] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot de gevorderde bedragen (€ 8.057,40) aan schade hebben geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar. De rechtbank zal deze vordering hoofdelijk toewijzen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, ook komen vast te staan dat [naam BV 2] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank hanteert de berekening zoals door de vertegenwoordiger van de benadeelde partij ter zitting is toegelicht, te weten 900 kilo x € 0,65 x 21 platen = € 12.285,--. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. De rechtbank zal de vordering hoofdelijk toewijzen.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de behandeling van dat deel, dat ziet op stagnatiekosten van het bouwproject waar de platen zijn weggenomen, nadere bewijslevering zal vergen. Dit levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader(s) is of wordt voldaan.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partijen.

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

7b. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Door de officier van justitie is op 13 november 2014 een vordering na voorwaardelijke veroordeling ingediend, betreffende de voorwaardelijke veroordeling door de meervoudige kamer in het arrondissement Arnhem (thans Gelderland) van 5 december 2012 (parketnummer: 05/701136-12).

De rechtbank is van oordeel dat, nu bewezen is verklaard dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, de bij voornoemd vonnis van 5 december 2012 onder parketnummer 05/701136-12 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van zes maanden ten uitvoer gelegd dient te worden. Verdachte heeft, door zich opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten, welbewust het risico genomen dat de hem voorwaardelijk opgelegde straf ten uitvoer zou worden gelegd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de proeftijd te verlengen noch, mede gelet op het bepaalde in artikel 22b, om de gevangenisstraf om te zetten in een werkstraf.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14g, 24, 24c, 27, 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partijen
- Aannemersbedrijf [aannemer] BV
- [naam firma 3]

- [naam BV 2] BV

 verklaart de benadeelde partij [naam firma 3] niet-ontvankelijk in haar vordering;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil.

Benadeelde partij Bedrag

1. Aannemersbedrijf [aannemer] BV € 8.057,40;

2. [naam BV 2] BV € 12.285,-.

 verklaart de benadeelde partij [naam BV 2] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

Legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partij(en) te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Benadeelde partij Bedrag Vervangende
hechtenis

1. Aannemersbedrijf [aannemer] BV € 8.057,40 75 dagen;

2. [naam BV 2] BV € 12.285 96 dagen.

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank te Arnhem van 5 december 2012, parketnummer 05/701136-12, te weten: een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Dit vonnis is gegeven door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. H.G. Eskes en mr. J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van D. Waizy en mr. M.S. Verhagen, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 juni 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Gelderland-Zuid, district De Waarden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0800-2014066477, gesloten op 9 juli 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte van aangever [aangever 1] namens [naam firma 1] en van [naam BV 1] BV, p. 70-71.

3 Proces-verbaal van aangifte van aangever [aangever 2] namens [naam firma 2], p. 78-79.

4 Proces-verbaal van aangifte van aangeefster [aangever 3] namens [naam BV 2], p. 81-82.

5 Proces-verbaal van getuige [getuige], p. 86-87

6 Proces-verbaal van aangifte van aangever [aangever 4] namens aannemersbedrijf [aannemer], p. 94-95.

7 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 14 april 2014 p. 145 alinea 7 en 8 en p. 147 alinea 1.

8 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 14 april 2014, p. 146 alinea 3-6 en Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 14 april 2014, p. 150 alinea 4-6

9 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 14 april 2014, p. 151 alinea 1 en het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 15 april 2014 p. 152 laatste alinea en p. 153 alinea 1-4.

10 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 15 april 2014 p. 154

11 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 15 april 2014 p. 156 alinea 6-8.

12 Schriftelijk bescheid te weten een uitdraai van een trajectcontrole p. 119.

13 Het proces-verbaal van bevindingen p. 133.

14 Verklaring van verdachte p. 201 13de alinea.

15 De processen-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], p. 165 tweede alinea,, p. 174, 175 en 177 eerste twee alinea’s, 184, 185 en 186 eerste 8 alinea’s, p. 187 laatste alinea en 188 eerste alinea.

16 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], d.d. 14 april 2014, p. 145, achtste alinea.

17 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], d.d. 14 april 2014, p. 145, tiende alinea.

18 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], d.d. 15 april 2014, p. 156, derde alinea.

19 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], d.d. 14 april 2014, p. 145, eerste alinea, het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], d.d. 15 april, p. 153, derde alinea, p. 155, tweede alinea, het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], d.d. 17 april 2014, p. 177, tweede alinea, het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2], d.d. 18 april 2014, p. 185, negende alinea en p. 186, zesde alinea.

20 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], d.d. 14 april 2014, p.150, vijfde alinea.