Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:4077

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-06-2015
Datum publicatie
29-09-2016
Zaaknummer
05/862179-13
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2016:8089, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Oplichting, valsheid in geschrift en witwassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/862179- [nummer]

Datum uitspraak : 19 juni 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in PI Arnhem – De Berg te Arnhem.

raadsman: mr. D.P. Poppe, advocaat te Kampen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 5 juni 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Nadat ter terechtzitting de dagvaarding is aangepast op grond van het in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering bepaalde, is aan verdachte ten laste gelegd, dat:

1.

hij

in de periode van 1 januari 2006 tot en met 8 april 2014

in Apeldoorn en/of Bennekom en/of Renkum en/of Soest en/of Veenendaal en/of

Zeist en/of Breda, althans in Nederland, en/of in Maleisië

tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen, door het

aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels

een groot aantal (rechts)personen, waaronder:

  • -

    Dhr. [naam 8] en/of dhr. [slachtoffer 2] en/of dhr. [slachtoffer 3] voor een totaalbedrag van om en nabij €1.297.723;

  • -

    [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] voor een totaalbedrag van om en nabij € 142.751;

  • -

    [slachtoffer 6] en/of dhr [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] voor een totaalbedrag van om en nabij €497.348;

  • -

    [slachtoffer 9] voor een totaalbedrag van om en nabij €324.480;

  • -

    [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] voor een totaalbedrag van om en nabij €584.530, althans €218.950;

  • -

    [slachtoffer 12] voor een totaalbedrag van om en nabij €565.000;

  • -

    [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] and Finance S.A., Saint-Guibert, v/h [naam 97] . en/of [slachtoffer 17] voor een totaalbedrag van om en nabij €454.087;

  • -

    [slachtoffer 18] voor een totaalbedrag van om en nabij €1.684.159;

  • -

    [slachtoffer 19] voor een totaalbedrag van om en nabij €565.009;

(telkens) heeft bewogen tot de afgifte van hierboven genoemde geldbedragen, althans tot afgifte van enig geldbedrag,

immers heeft hij, verdachte, met vorenomschreven oogmerk telkens - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

  • -

    aan genoemde (rechts)personen voorgehouden dat financieel voordeel behaald zou kunnen worden door te investeren in incassoportefeuilles/vorderingenportefeuilles, die verdachte had gekocht van grote financiële instellingen (banken en/of kredietmaatschappijen); en/of

  • -

    aan genoemde (rechts)personen voorgehouden dat hij, verdachte, niet over voldoende liquide middelen beschikte, en derhalve een mede-investeerder erbij wilde betrekken; en/of

  • -

    aan genoemde (rechts)personen schriftelijke informatie verstrekt (over o.a. [naam 1] en de [naam 2] -portefeuille), waarin hij, verdachte zich beroept op zijn jarenlange incasso-ervaring; en/of

  • -

    aan genoemde (rechts)personen overeenkomsten getoond en/of overgelegd tussen hem, verdachte, en verschillende financiële instellingen waaruit bleek dat dat hij, verdachte, van de betreffende financiële instellingen vorderingenportefeuilles had overgenomen en/of genoemde (rechts)personen (aldus) doen begrijpen dat hij, verdachte, eigenaar was van vorderingenportefeuilles; en/of

  • -

    aan genoemde (rechts)personen aangegeven dat hij, verdachte, zelf een aandeel in die incassoportefeuilles/vorderingenportefeuilles zou behouden; en/of

  • -

    aan genoemde (rechts)personen aangegeven dat zij zelf mochten weten voor welk aandeel zij zouden willen participeren; en/of

  • -

    aan genoemde (rechts)personen aangegeven dat het incasseren van de openstaande vorderingen van die incassoportefeuilles/vorderingenportefeuilles uitgevoerd zou gaan worden door [naam 3] v/h [naam 4] en/of [naam 54] B.V. waarvan de dochter van verdachte bestuurder was; en/of

  • -

    een of meer van de genoemde (rechts)personen overzichten doen toekomen van de stand van zaken met betrekking tot de incasso en de kosten van incassoportefeuilles/vorderingenportefeuilles waarin die genoemde personen eerder al hadden geïnvesteerd

  • -

    aan genoemde (rechts)personen voorgehouden dat deze incassoportefeuilles/vorderingenportefeuilles over een langere periode zouden gaan renderen met lucratief rendement, waarbij na ongeveer een jaar of drie, althans een periode van enige duur het break even point bereikt zou zijn;

  • -

    ten kantore van [naam 3] v/h [naam 4] en/of [naam 54] B.V. aan genoemde (rechts)personen dossiers en/of stukken getoond en/of doen tonen die betrekking hadden op de vorderingen die deel uitmaakten van die incassoportefeuilles/vorderingenportefeuilles,

waardoor bovengenoemde (rechts)personen werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(art. 326 WvSr)

2.

hij,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 juli 2013

te Apeldoorn en/of Bennekom en/of Renkum en/of Soest en/of Veenendaal en/of Zeist en/of Breda en/of Warnsveld, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke personen,

een of meer geschriften, namelijk onder meer de navolgende:

  1. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 7] tussen [naam 6] en [verdachte] d.d. 17 juli 2013; en/of

  2. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 2] tussen [naam 8] en [verdachte] d.d. 8 december 2011; en/of

  3. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 9] tussen [naam 8] en [verdachte] d.d. 12 april 2012; en/of

  4. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 10] tussen [naam 8] en [verdachte] d.d. 08 november 2012; en/of

  5. een koopovereenkomst WSPN vorderingenportefeuille [naam 11] tussen [naam 8] en [verdachte] d.d. 06 juni 2012; en/of

  6. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 12] , [naam 13] en [naam 14] tussen [naam 8] en [verdachte] d.d. 13 maart 2013; en/of

  7. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 7] tussen [naam 8] en [verdachte] d.d. 16 april 2013; en/of

  8. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 10] 2010 tussen [slachtoffer 5] en [verdachte] d.d. 08 maart 2011; en/of

  9. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 2] tussen [naam 15] en [verdachte] d.d. 08 december 2011; en/of

  10. een overeenkomst met betrekking tot een [naam portefeuille] tussen [naam 16] en [verdachte] d.d. 14 mei 2010; en/of

11. een koopovereenkomst betreffende de wnsp-portefeuille van [naam 17] tussen [naam 18] en [verdachte] d.d. 4 februari 2009; en/of

11. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 2] tussen [naam 18] en [verdachte] d.d. 30 juli 2011; en/of

11. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 10] tussen [naam 18] en [verdachte] d.d. 04 oktober 2011; en/of

11. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 19] tussen [naam 18] en [verdachte] d.d. 27 januari 2012; en/of

11. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 11] (WSNP-posten) tussen [naam 18] en [verdachte] d.d. 07 februari 2012; en/of

11. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 20] tussen [naam 18] en [verdachte] d.d. 14 februari 2012; en/of

11. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 11] tussen [naam 18] en [verdachte] d.d. 28 juni 2012; en/of

11. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 7] tussen [naam 21] en [verdachte] d.d. 17 juli 2013; en/of

11. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 11] (WSNP-posten) tussen [naam 22] en [verdachte] d.d. 22 januari 2013;

althans (koop)overeenkomsten, althans geschriften, dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

(telkens) met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, en/of

daarvan opzettelijk gebruik heeft gemaakt als waren zij echt en onvervalst,

bestaande die valsheid hierin dat (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid in die (koop)overeenkomst(en) een onjuiste eigendomsverhouding is weergegeven, namelijk dat hij, verdachte, de in die (koop)overeenkomst(en) genoemde vorderingenportefeuilles in eigendom heeft verkregen,

en bestaande dat gebruik hierin dat hij, verdachte die (koop)overeenkomsten (telkens) (al dan niet ter ondertekening) aan zijn wederpartij heeft voorgelegd en/of heeft doen toekomen en/of die (koop)overeenkomsten (telkens) zelf heeft ondertekend;

(art. 225 leden 1 en 2 WvSr)

3.

hij,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 30 juni 2013 Apeldoorn en/of Bennekom en/of Renkum en/of Soest en/of Veenendaal en/of Zeist en/of Breda en/of Warnsveld, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke personen,

een of meer geschriften, namelijk onder meer de navolgende:

  1. een overeenkomst herincasso portefeuille 2010 tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 01 juli 2010; en/of

  2. een koopovereenkomst tussen [naam 25] en [verdachte] d.d. 22 januari 2010; en/of

  3. een overeenkomst [naam 10] portefeuille 2010 tussen [naam 23] en [verdachte] d.d. 11 oktober 2010; en/of

  4. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 5 mei 2011, betreffende 396 door de [naam 2] gesloten geldleningsovereenkomsten; en/of

  5. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d 4 april 2012, betreft 528 door [naam 19] gesloten huurkoopovereenkomsten; en/of

  6. een koopovereenkomst [naam 10] Portefeuille 2013 tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 26 oktober 2012; en/of

  7. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 4 mei 2012, betreffende door [naam 11] gesloten geldleningsovereenkomsten; en/of

  8. een overeenkomst Bank Portefeuilles 2013 tussen tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 28 februari 2013, betreffende in totaal 536 dossier van [naam 12] , [naam 28] en [naam 29] ; en/of

  9. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 10 april 2013, betreffende de door de [naam 7] gesloten geldleningsovereenkomsten; en/of

  10. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 21 oktober 2009, betreffende een 490 tal door [naam 20] gesloten geldleningsovereenkomsten; en/of

  11. een overeenkomst [naam 10] Portefeuille 2011 tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 25 augustus 2011; en/of

  12. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 27 januari 2012, betreffende een 528-tal door [naam 19] gesloten huurovereenkomsten; en/of

  13. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d 31 januari 2012, betreffende een 91-tal door [naam 11] gesloten geldleningsovereenkomsten; en/of

  14. een koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] d.d 11 juni 2012, betreffende door [naam 11] gesloten geldleningsovereenkomsten; en/of

  15. een koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] d.d 17 juni 2013, betreffende door de [naam 7] gesloten geldleningsovereenkomsten; en/of

16. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 22 juli 2009, betreffende een 490 tal door [naam 20] gesloten geldleningsovereenkomsten; en/of

16. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d 21 januari 2012, betreffende een 91-tal door [naam 11] gesloten geldleningsovereenkomsten;

althans (koop)overeenkomsten, althans geschriften, dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

(telkens) met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, en/of

daarvan opzettelijk gebruik heeft gemaakt als waren zij echt en onvervalst,

bestaande die valsheid hierin dat (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid in die overeenkomst(en) een onjuiste eigendomsverhouding is weergegeven, namelijk dat hij, verdachte, de in die overeenkomst(en) genoemde vorderingenportefeuilles in eigendom heeft verkregen,

en bestaande dat gebruik hierin dat hij, verdachte die overeenkomsten (telkens) in het kader van overleg/onderhandelingen met geïnteresseerden in participatie in de incasso van de in die overeenkomst(en) genoemde vorderingenportefeuilles aan die geïnteresseerden heeft getoond en/of verstrekt, en/of heeft bijgevoegd als bijlage bij met die geïnteresseerden gesloten koopovereenkomsten;

(art. 225 lid 1 en lid 2 WvSr)

4.

hij

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 8 april 2014

in Apeldoorn en/of Bennekom en/of Soest en/of Veenendaal en/of Zeist en/of Breda en/of Warnsveld, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke personen,

een of meer geschriften, onder meer de navolgende:

  1. een overeenkomst van opdracht d.d. 9 augustus 2010 tussen [naam 31] en [naam 32] en [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 33] , betreffende een door [verdachte] van [naam 25] gekochte portefeuille met een waarde van 4.124.065,83 euro; en/of

  2. een overeenkomst van opdracht d.d. 9 augustus 2010 tussen [naam 31] en [naam 32] en [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 33] , betreffende een door [verdachte] van [naam 23] gekochte portefeuille met een waarde van 12.601.149, 71 euro; en/of

  3. (een) overeenkomst(en) van opdracht d.d. 12 april 2012 en 6 juni 2012 en 8 november 2012 tussen [naam 8] en [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 33] , betreffende door [verdachte] van [naam 23] gekochte portefeuille(s) met een waarde van respectievelijk 8.290.907,74 euro (12 april 2012), 8.586.265,83 euro (6 juni 2012) en 12.580.899,06 euro (12 november 2012); en/of

  4. (een) overeenkomst(en) van opdracht d.d. 30 juli 2011 en 04 oktober 2011 tussen [naam 34] en [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 33] , betreffende door [verdachte] van [naam 23] gekochte portefeuille(s) met een waarde van respectievelijk 7.846.991,18 euro (30 juli 2011) en 14.439.780,62 euro (04 oktober 2011); en/of

  5. een overeenkomst van opdracht d.d. 8 december 2011 tussen [naam 35] en [naam 8] en [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 33] , betreffende door [verdachte] van [naam 23] gekochte portefeuille(s) met een waarde van 7.846.991,18 euro; en/of

  6. een overeenkomst d.d. d.d. 04 februari 2009 tussen [naam 34] en [verdachte] , betreffende een door die [naam 34] en die [verdachte] van [naam 17] aangekochte portefeuille met een waarde van 235.071,76 euro;

  7. een overeenkomst d.d. 16 april 2009 tussen [naam 36] en [naam 37] en [verdachte] betreffende een door die [naam 36] , [naam 37] en [verdachte] van [naam 23] gekochte portefeuille(s) met een waarde van 235.071,76 euro; en/of

  8. een overeenkomst van opdracht d.d. 17 augustus 2009 tussen [naam 36] en [naam 37] en [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 33] betreffende een door die [naam 36] , [naam 37] en [verdachte] van [naam 23] gekochte portefeuille(s) met een waarde van 656.849,27 euro;

  9. een overeenkomst van opdracht d.d. 12 november 2009 tussen [naam 38] en [naam 22] en [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 33] betreffende een door die [naam 32] , [naam 39] en [verdachte] van [naam 23] gekochte portefeuille(s) met een waarde van 656.849,27 euro;

  10. een ongedateerde overeenkomst van opdracht tussen [naam 40] en [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 33] betreffende een door die [naam 40] en [verdachte] van [naam 41] aangekocht incassoportefeuille;

althans (opdracht)overeenkomsten, althans geschriften, dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

(telkens) met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, en/of

daarvan opzettelijk gebruik heeft gemaakt als waren zij echt en onvervalst,

bestaande die valsheid hierin dat (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid daarin was weergegeven dat hij, verdachte, de in die opdrachtovereenkomsten genoemde vorderingenportefeuilles had gekocht van de [naam 25] en/of van [naam 23] en/of van [naam 17] ,

en bestaande dat gebruik hierin dat hij, verdachte die (opdracht)overeenkomsten (telkens) (al dan niet ter ondertekening) aan zijn wederpartij heeft voorgelegd en/of heeft doen toekomen en/of die (opdracht)overeenkomsten (telkens) zelf en/of namens [naam 3] v/h [naam 33] heeft ondertekend en/of doen ondertekenen;

(art. 225 leden 1 en 2 WvSr)

5.

A.

hij

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 8 april 2014

te Apeldoorn, althans (elders) in Nederland, en/of in Thailand,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

een of meer voorwerpen, te weten één of meer geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 5.749.506 euro),

verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van die/dat voorwerp(en) gebruik gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk – (geheel of gedeeltelijk) afkomstig was/waren uit enig misdrijf

(immers heeft/hebben verdachte en zijn mededader(s) dat/die geldbedrag(en) (telkens) aangewend voor onder andere

  • -

    uitgaven met betrekking tot de verwerving van (de exclusieve gebruiksrechten op) en/of de bouw van en/of de inrichting van een villa in Thailand (perceel nummer [nummer] op [naam golfclub] , [adres 1] in Thailand), en/of

  • -

    pinbetalingen, en/of

  • -

    creditcardbetalingen, en/of

  • -

    dieren (o.a. paarden en honden) en dierbenodigdheden, en/of

  • -

    reizen, en/of

  • -

    auto’s,

  • -

    interieur (waaronder één of meer schilderijen/kunstvoorwerpen), en/of

  • -

    hypotheeklasten, en/of

  • -

    een caravan, en/of

  • -

    een perceel grond);

(art. 420ter jo 420bis lid 1 sub b WvSr)

althans, voor zover het vorenstaande onder 5A niet tot een veroordeling leidt:

hij

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 8 april 2014

te Apeldoorn, althans (elders) in Nederland, en/of in Thailand,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

een of meer voorwerpen, te weten één of meer geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 5.749.506 euro),

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van die/dat voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf

(immers heeft/hebben verdachte en zijn mededader(s) dat/die geldbedrag(en) (telkens) aangewend voor onder andere

  • -

    uitgaven met betrekking tot de verwerving van (de exclusieve gebruiksrechten op) en/of de bouw van en/of de inrichting van een villa in Thailand (perceel nummer [nummer] op [naam golfclub] , [adres 1] in Thailand), en/of

  • -

    pinbetalingen, en/of

  • -

    creditcardbetalingen, en/of

  • -

    dieren (o.a. paarden en honden) en dierbenodigdheden, en/of

  • -

    reizen, en/of

  • -

    auto’s,

  • -

    interieur (waaronder één of meer schilderijen/kunstvoorwerpen), en/of

  • -

    hypotheeklasten, en/of

  • -

    een caravan, en/of

  • -

    een perceel grond);

(art. 420bis/quater lid 1 sub b WvSr)

en/of

B.

hij

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 8 april 2014

te Apeldoorn, althans (elders) in Nederland, en/of in Thailand,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

a.

van een of meer voorwerpen, namelijk

  • -

    een villa in het buitenland (te weten een villa op perceel nummer [nummer] op [naam golfclub] , [adres 1] in Thailand, althans het recht op het exclusieve gebruik van genoemde villa (zoals vastgelegd door middel van een Villa Construction Agreement)), en/of

  • -

    de erfpacht naar Thais recht, althans het recht op het exclusieve gebruik van het perceel grond waarop bovengenoemde villa is gebouwd (zoals vastgelegd door middel van een Land Lease Agreement)

de werkelijke aard heeft verbogen en/of heeft verhuld en/of

de herkomst heeft verbogen en/of heeft verhuld en/of

de vindplaats en/of de vervreemding heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of

heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen is/zijn en/of die voorwerpen voorhanden heeft,

(immers heeft verdachte dat/die voorwerp(en) aangekocht doch (vervolgens) op naam gezet/doen zetten van een of meer ander(en) dan verdachte);

en/of

b.

bovengenoemde voorwerpen heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van die/dat voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,

(immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) deze voorwerpen aangekocht en/of (meermalen) in bovengenoemde villa en op bovengenoemd perceel grond verbleven)

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk – (geheel of gedeeltelijk) afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

(art. 420bis lid 1 sub a WvSr)

6.

hij

in de periode van 18 juli 2011 tot en met 19 augustus 2011,

te Utrecht en/of Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer anderen,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van

  • -

    een model-werkgeversverklaring d.d. 19 juli 2011, afgegeven door [naam 42] v/h [naam 4] ten behoeve van [verdachte] , en/of

  • -

    een model-werkgeversverklaring d.d. 19 juli 2011, afgegeven door [naam 42] v/h [naam 4] ten behoeve van [naam 43] ,

zijnde een model-werkgeversverklaring een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen,

als ware(n) die model-werkgeversverklaring(en) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin, dat hij en/of zijn mededader(s) die model-werkgeversverklaring(en) hebben gevoegd of hebben doen voegen bij de stukken voor de aanvraag van een hypothecaire lening op het pand [adres 2] ,

en bestaande die valsheid hierin, dat in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –

  • -

    in de model-werkgeversverklaring ten behoeve van [verdachte] was vermeld dat geen sprake was van directeur- en/of aandeelhouderschap, en/of

  • -

    in de model-werkgeversverklaring ten behoeve van [naam 43] was vermeld dat sprake was van een dienstverband tussen [naam 42] v/h [naam 4] enerzijds en [naam 43] anderzijds, waarbij [naam 43] de functie van directrice zou uitoefenen, en/of

  • -

    de model-werkgeversverklaring ten behoeve van [verdachte] en/of de model-werkgeversverklaring ten behoeve van [naam 43] was/waren ondertekend door [naam 44] namens de werkgever;

(art. 225 lid 2 WvSr)

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Aanleiding van het onderzoek

Op 29 juli 2013 is namens [naam 45] aangifte gedaan van verduistering van één dan wel meerdere vorderingenportefeuilles. Naar aanleiding daarvan is een onderzoek gestart onder de naam ‘ [naam 46] ’.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de feiten 1 tot en met 6. Ter terechtzitting heeft hij de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht en een schriftelijke versie daarvan overgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft een pleitnota overgelegd. Kort samengevat heeft hij ten aanzien van feit 1 betoogd dat niet kan worden bewezen dat verdachte het oogmerk had om anderen wederrechtelijk te bevoordelen. Verder zijn de in de tenlastelegging vermelde bedragen van [naam 39] , [naam 36] en [naam 37] onjuist. De raadsman heeft er in dit verband op gewezen dat [naam 39] per bank een bedrag van € 328.424,00 heeft voldaan en dat verdachte een bedrag van € 63.845,00 aan die [naam 39] heeft terugbetaald. Dat verdachte contante bedragen zou hebben ontvangen van [naam 39] ontkent hij. Hiervan blijkt ook niet uit de bewijsmiddelen. Volgens de raadsman is er ook geen bewijs dat [naam 36] en [naam 37] daadwerkelijk aan verdachte hebben betaald bedragen van respectievelijk € 584.530,- en € 454.087,-. Ten aanzien van de aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft de raadsman betoogd dat verdachte niet betrokken is geweest bij de verkoop van de kredietportefeuille en deze benadeelden dus niet heeft opgelicht. Hij heeft ook geen opzet gehad hen op te lichten. De raadsman meent dat verdachte op voormelde onderdelen van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken en heeft zich voor het overige gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Wat betreft de feiten 2, 3 en 4 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank nu verdachte over deze feiten een bekennende verklaring heeft afgelegd. De raadsman meent dat sprake is van samenloop en dat de feiten 1 tot en met 4 een voortgezette handeling betreffen. Verdachte heeft meerdere handelingen verricht, waaronder het vervalsen van stukken, die hebben geleid tot de oplichting. Subsidiair meent de raadsman dat sprake is van meerdaadse samenloop tussen feit 1 enerzijds en de feiten 2 tot en met 4 anderzijds. De raadsman heeft in dit verband aangevoerd dat de handelingen onlosmakelijk met elkaar zijn verweven. Voor feit 5 heeft de raadsman zowel ten aanzien van het gewoonte witwassen als ten aanzien van het reguliere witwassen vrijspraak bepleit. Hij heeft betoogd dat er naast het voorhanden hebben van het geld dat van een eigen misdrijf afkomstig is, geen gedragingen zijn die het karakter hebben van het verbergen of verhullen van geld. Verdachte heeft het geld aangewend voor de kosten van zijn levensonderhoud. Ook ten aanzien van de Thaise villa heeft verdachte niets verhuld of verborgen gehouden, aldus de raadsman. Ook met betrekking tot feit 6 heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Hij heeft in dit verband betoogd dat verdachte geen wetenschap had van het feit dat de werkgeversverklaring onjuist was. Daarnaast ontkent verdachte dat hij opzettelijk gebruik heeft gemaakt van de onjuiste werkgeversverklaring en kon hij niet vermoeden dat de werkgeversverklaring zou worden gebruikt.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij in 2006 een soort piramidespel is begonnen. Hij rolde toen voor het eerst een gefakete portefeuille uit. Met knip- en plakwerk heeft hij moederovereenkomsten, waarmee hij de overeenkomst tussen de bank en hemzelf bedoelt, gemaakt. De portefeuilles zijn nep, gekunsteld en met voorbedachten rade voorgehouden aan investeerders. Volgens verdachte kon hij aan data komen. Hij frommelde dan een lijst in elkaar op het kantoor van zijn dochter, voegde daaraan toe een valse overeenkomst die hij zogenaamd met de bank had gesloten en een overeenkomst met de koper. In de moederovereenkomst stond dat hij de portefeuille had gekocht voor 4 of 5%. Hij vertelde dan dat ze minimaal 27% zouden scoren. Hij wekte de indruk dat de incasso via de oude organisatie zou gaan, maar in werkelijkheid zat er geen incasso-organisatie achter. Als iemand wilde langskomen, dan zorgde hij dat zijn dochter weg was en liet dan op de computer wat dingen zien.2 Het geheel moet worden gezien als een drietrapsraket. Hij had eerst een onderliggend moedercontract waarin hij liet zien dat hij de kredietportefeuille had binnengetrokken. Hij deed daarmee voorkomen dat hij de portefeuille had gekocht. Daarna volgde een overeenkomst tussen verdachte en de investeerder waarin de deelname in de investering was geregeld. De derde trap was de overeenkomst van incassering. Hierin werd vermeld dat incassobureau [naam 40] de gelden ging incasseren hetgeen voortkwam uit de verplichting die genoemd werd in de moederovereenkomst. Volgens verdachte werden deze drie documenten door hem gebruikt om de mensen te interesseren voor de investeringen.3 Verdachte heeft verder verklaard dat hij steeds regelde dat er voldoende geld aanwezig was en dat hij de bankrekening beheerde. Hij wilde blijven leven zoals ze leefden. Hij deed het niet alleen voor zichzelf, maar heeft er wel van meegenoten. Hij betaalde zijn manier van leven vanuit het geld van zijn kantoor.4

Verdachte heeft verklaard dat hij vóór het afsluiten van de overeenkomsten tussen [naam 8] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] geen contact heeft gehad met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] .

De rechtbank overweegt allereerst dat verdachte gebruik heeft gemaakt van de rekeningnummers 48.65.47.094 (ten name van [verdachte] en [naam 47] , vanaf 1 december 2010 ten name van [verdachte] ) en 10.31.15.439 (ten name van [verdachte] en [naam 47] , vanaf september 2009 ten name van [verdachte] ).5 Dit is niet weersproken door verdachte en staat ook verder niet ter discussie.

Door meerdere personen is aangifte gedaan tegen onder meer verdachte.

[naam 8]

Aangever [naam 8] heeft verklaard dat hij verdachte heeft leren kennen via [naam 15] . Hij heeft [naam 15] gevraagd of die nog iets wist als goede investering. [naam 15] vertelde hem dat hij een aantal investeringen via verdachte had lopen. In april 2011 heeft [naam 8] op het kantoor van [naam 15] - dat is gevestigd te Bennekom - kennis gemaakt met verdachte. Verdachte legde hem uit hoe dit soort portefeuille-transacties in elkaar zitten en liet hem zien dat hij op 5 mei 2011 een portefeuille van [naam 2] met een totaal openstaand saldo van € 7.864.991,- had gekocht voor € 482.590,-. [naam 8] heeft op 8 december 2011 een aandeel in die [naam 2] -portefeuille gekocht. Hij heeft de overeenkomst en onderliggende stukken voorgelegd aan [naam 48] , gerechtsdeurwaarder. Deze vertelde hem dat soortgelijke transacties voorkomend zijn in de markt en dat ook de rendementen die verdachte bood reëel waren. Verdachte gaf [naam 8] ook schriftelijke informatie over de [naam 2] portefeuille. Hij kwam op [naam 8] als een betrouwbaar persoon over. In december heeft [naam 8] zijn investering in de [naam 2] -portefeuille, een bedrag van
€ 180.971,-, zijnde een aandeel van 37,5% in de portefeuille, overgemaakt naar rekeningnummer 48.65.47.094. De koopovereenkomst is ondertekend op 8 december 2011.6

De door [naam 8] bedoelde koopovereenkomst is gedagtekend op 8 december 2011 met vermelding van de plaatsnamen Bennekom en Apeldoorn.7

Op 12 april 2012 kocht [naam 8] 50% belang in de portefeuille van [naam 19] Verdachte vertelde aan [naam 8] dat hij goed contact had met [naam 49] die bij [naam 24] werkte en die hij veel gunde en portefeuilles toeschoof. Hij stelde [naam 8] zelfs voor kennis te maken met [naam 49] . Verdachte zei tegen [naam 8] dat de portefeuille een buitenkansje was. Als bijlage bij de koopovereenkomst was een kopie van de koopovereenkomst tussen [naam 23] en verdachte gevoegd waaruit bleek dat verdachte de portefeuille op 4 april 2012 had gekocht voor een bedrag van € 489.163,56. Verdachte en [naam 8] hebben de [naam 3] opdracht gegeven de openstaande saldo’s uit deze [naam 50] -portefeuille te incasseren, net als bij de incasso van de [naam 2] -portefeuille.8

Deze koopovereenkomst is gedagtekend op 12 april 2012 met vermelding van de plaatsnamen Apeldoorn en Renkum.9

[naam 8] heeft ook een portefeuille gekocht van de [naam 10] voor een bedrag van € 305.086,80. Verdachte belde hem en zei dat hij weer de mogelijkheid had om een goede portefeuille te kopen. Volgens de koopovereenkomst tussen [naam 23] en verdachte had verdachte deze portefeuille op 26 oktober 2012 gekocht voor een bedrag van € 610.174,-. Verdachte en [naam 8] hebben aan de [naam 3] opdracht gegeven de openstaande saldo’s te incasseren.10

De koopovereenkomst is gedagtekend op 8 november 2012 met vermelding van de plaatsnamen Apeldoorn en Bennekom.11

[naam 8] kocht ook de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)-portefeuille van [naam 11] voor een bedrag van € 158.845,92. Verdachte vertelde hem dat deze portefeuilles meestal na twee jaar zouden gaan renderen. [naam 8] heeft dat gecheckt bij [naam 48] . Verdachte beloofde een rendement van 50% op de portefeuille, waar de incassokosten nog vanaf moesten. Met verdachte heeft hij een overeenkomst van opdracht opgesteld aan [naam 51] om de openstaande saldo’s te incasseren. Een deel van deze portefeuille heeft [naam 8] doorverkocht aan [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] . Hij heeft verdachte zijn plannen om een deel van de portefeuille door te verkopen meegedeeld.12

Deze koopovereenkomst is gedagtekend op 6 juni 2012 met vermelding van de plaatsnamen Apeldoorn en Renkum.13

[naam 8] kocht vervolgens een vijfde portefeuille voor een bedrag van € 235.810,80. Dit betrof de vorderingenportefeuille [naam 52] , [naam 13] B.V. en [naam 29] Bij de koopovereenkomst was als bijlage een koopovereenkomst tussen [naam 23] en verdachte gevoegd. Daaruit bleek dat verdachte deze portefeuille op 28 februari 2013 had gekocht voor een bedrag van € 471.622,-. Toen [naam 8] deze portefeuille aanschafte was hij al in gesprek over de verkoop van zijn portefeuilles. Op 26 februari 2013 heeft hij met verdachte gesproken over de portefeuille. Volgens [naam 8] kwam het verdachte wel uit dat hij, [naam 8] , de portefeuilles wilde verkopen. Verdachte zei dat deze portefeuille mooi in het verkoopplaatje zou passen. Daarom is [naam 8] overgegaan tot de aanschaf van de portefeuille.14

De koopovereenkomst is gedagtekend op [nummer] maart 2013 met vermelding van de plaatsnamen Apeldoorn en Bennekom.15

[naam 8] heeft nog een zesde portefeuille gekocht van de [naam 53] voor een bedrag van € 272.427,51. Als bijlage bij de koopovereenkomst was een overeenkomst gevoegd tussen [naam 23] en verdachte waaruit naar voren kwam dat verdachte deze portefeuille op 10 maart 2013 had gekocht voor een bedrag van € 544.855,-. De incasso zou door [naam 54] worden uitgevoerd. Verdachte zei dat hij alle door [naam 8] gekochte portefeuilles aan [naam 55] en [naam 56] kon verkopen. Om die deal nog mooier te maken zou de laatste portefeuille erbij komen. Verdachte en [naam 8] spraken over een opbrengst van enkele miljoenen. [naam 8] ontving een sms van verdachte waaruit bleek dat verdachte de deal met [naam 55] en [naam 56] had gesloten en dat voor 1 september 2013 alles rond zou moeten zijn.16

De koopovereenkomst is gedagtekend op 16 april 2013 met vermelding van de plaatsnamen Apeldoorn en Bennekom.17

[naam 8] heeft verder verklaard dat hij van verdachte een stuk heeft gekregen met informatie over de [naam 2] -portefeuille. Dat wekte vertrouwen. Af en toe kreeg hij overzichten met betrekking tot de stand van de portefeuilles van verdachte.18

In dit verband is onder meer bij de aangifte een stuk gevoegd, betreffende managementinformatie over de portefeuille [naam 19] . Op het stuk dat gedateerd is 4 september 2012 en gericht is aan [voornaam 1] en [voornaam 2] , staat informatie in een met de hand geschreven tekst.19 Daarnaast zijn er overzichten over de op [naam 50] geboekte/ontvangen inkomsten en kosten.20 Ten aanzien van de [naam 65] -portefeuille is bij de aangifte een stuk gevoegd met een toelichting op dossierniveau en een prognose van het break even point.21 [naam 8] heeft verder een e-mailwisseling bij de aangifte gevoegd waarin verdachte nadere informatie geeft met betrekking tot de portefeuille [naam 52] , [naam 13] B.V. en [naam 29] Verdachte geeft aan te verwachten dat een incassoresultaat kan worden behaald tussen de 18% en 22%. Dat zou echter ook tussen 20% en 25% kunnen uitkomen.22 [naam 8] heeft ook een stuk bij de aangifte gevoegd getiteld “Aankoop bank-incassoportefeuilles”. In dit stuk geeft verdachte een uitleg over [naam 1] en de reden waarom kredietportefeuilles worden afgestoten. Volgens verdachte heeft hij op dat moment vijf portefeuilles gekocht. Van de oudste (in 2008) gekochte portefeuille begint het rendement zich af te tekenen, aldus de informatie. Het te verwachten incassoresultaat van de [naam 2] -portefeuille zal tussen 25% en 30% liggen ofwel 2 tot 2,4 miljoen euro. Verdachte geeft in de informatie aan dat hij sinds 1976 zeer actief betrokken is geweest bij het incasseren van de [naam 41] -vorderingen met labels als [naam 20] , [naam 57] , [naam 50] , [naam 11] , [naam 2] etc. Op basis van de jarenlange ervaring kan een goede inschatting worden gemaakt welk rendement er uit de aangekochte portefeuilles kan worden behaald. De inning en behandeling van dergelijke portefeuilles vraagt een hoge mate van specialisme. Volgens verdachte is het een vak apart en zijn zij in dat vak uiterst succesvol gebleken.23

[naam 8] heeft als bijlage bij zijn aangifte een bankafschrift van 12 december 2011 gevoegd, waarop een afschrijving staat van € 180.971,24 naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] , met als omschrijving ‘deelname [naam 1] portefeuille’. Ook is een bankafschrift van 17 april 2012 bijgevoegd met daarop een afschrijving van
€ 244.581,78 naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] , met als omschrijving ‘deelname [naam 8] [naam 50] ’.24

Bij de aangifte is verder een bankafschrift van de rekening van [naam 8] gevoegd van 30 november 2012. Daarop staan een afschrijving van € 25.173,60 naar rekeningnummer 10.31.15.439 ten name van [verdachte] , t als omschrijving ‘Aanbetaling [naam 65] label dossier 4’ en twee afschrijvingen van ieder € 100.000,00 eveneens naar rekeningnummer 10.31.15.439 ten name van [verdachte] , met als omschrijving respectievelijk ‘2de termijn [naam 65] portefeuille nr. 4’ en ‘derde termijn [naam 65] portefeuille nr. 4’. Ook is een bankafschrift bijgevoegd van 31 december 2012, waarop een afschrijving staat van € 79.913,00 naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] , met als omschrijving ‘restant [naam 65] Portefeuille’.25 Uit een bankafschrift van 18 juni 2012 komt naar voren dat een bedrag van € 105.897,28 naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] , is afgeschreven met als omschrijving ‘wsnp portefeuille’ en op een bankafschrift van 19 juni 2012 staat een afschrijving van € 52.948,64 naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] , met als omschrijving ‘WSNP Portefeuille’.26

Verder is er een bankafschrift van 4 maart 2013 met daarop een afschrijving van
€ 100.000,00 naar rekeningnummer 10.31.15.439 ten name van [verdachte] , met als omschrijving ‘portefeuille nr5 [naam 58] / [naam 59] / [naam 13] ’. Op een bankafschrift van 15 maart 2013 staat een afschrijving van € 135.810,00 naar rekeningnummer 10.31.15.439 ten name van [verdachte] , met als omschrijving ‘Restant portefeuille nr 5’.27 Volgens een bijlage bij de aangifte gevoegd bankafschrift van de rekening van [naam 8] van 24 april 2013 blijkt dat een bedrag van € 100.000,00 is afgeschreven naar rekeningnummer 10.31.15.439 ten name van [verdachte] met als omschrijving ‘Spoedoverboeking portefeuillenr. 6 label [naam 60] ’. Op een bankafschrift van 28 juni 2013 staat een afschrijving van € 47.427,51 naar IBAN NL69RABO0103115439 ten name van [verdachte] , met als omschrijving ‘3e Termijn Portefeuille 6’.28

Uit een overzicht van de bankafschriften van verdachte komt naar voren dat op 10 mei 2013 een bedrag van € 25.000,- is bijgeschreven op rekeningnummer 10.31.15.439, afkomstig van de rekening van [naam 8] met als omschrijving ‘portefeuille nr 6’.29

[slachtoffer 2]

Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij met [naam 8] heeft gesproken over de WSNP-portefeuille. [naam 8] had het allemaal uitgezocht en was volgens [slachtoffer 2] een betrouwbare partner. Hij heeft met [naam 48] , een incassobureau in Ede, contact gehad over de portefeuille. [naam 8] kende verdachte en ook [naam 48] kende verdachte vanuit de incasso wereld en had een positieve indruk van hem. [naam 8] vroeg [slachtoffer 2] of hij mee wilde investeren in de portefeuille. Ze hebben toen samen naar de rendementen gekeken. Bij de stukken zat een koopcontract tussen [naam 1] vertegenwoordigd door [naam 24] en verdachte. [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [naam 8] hebben samen in totaal 50% ingelegd, ieder dus 16,6%. Het totale investeringsbedrag was € 317.691,-. [slachtoffer 2] heeft een bedrag van € 52.948,50 geïnvesteerd en overgemaakt naar [naam 8] . 30

[slachtoffer 2] heeft als bijlage bij de aangifte een overzicht van zijn bankrekening gevoegd van de periode van 1 juni 2012 tot en met 1 juli 2012. Hierop staat een afschrijving van € 50.000,- met als omschrijving ‘WSNP portefeuille overeenkomst getekend d.d. 15-06-2012 deel 1’ en een afschrijving van € 2.948,64 met als omschrijving ‘WSNP portefeuille overeenkomst getekend d.d. 15-06-2012 deel 2’.31

[slachtoffer 3]

Aangever [slachtoffer 3] heeft verklaard dat [slachtoffer 2] bij hem kwam en zei dat hij de mogelijkheid had om door te investeren een rendement te maken. Hij vroeg of [slachtoffer 3] mee wilde doen. Ze hebben toen samen contact gehad met [naam 8] van wie [slachtoffer 2] altijd zei dat hij zo ontzettend kritisch was. [naam 8] was zo overtuigd dat hij zelfs garant wilde staan voor de inleg. Dit kwam uiteindelijk niet in het contract maar gaf [slachtoffer 3] wel vertrouwen. Samen met [slachtoffer 2] heeft hij gekozen voor de WSNP-portefeuille. Het rendement zou ongeveer 30% per jaar zijn. De incasso zou worden gedaan door het kantoor dat verdachte aan zijn dochter had verkocht. Op 15 juni heeft [slachtoffer 3] de koopovereenkomst ondertekend. Bij deze overeenkomst zat als bijlage de koopovereenkomst tussen [naam 8] en verdachte waarbij [naam 8] eigenaar wordt van de helft van de portefeuille en de koopovereenkomst tussen [naam 24] en verdachte waarbij verdachte 100% eigenaar van de portefeuille wordt. Een onderdeel van de overeenkomst was dat de incasso-activiteiten zouden worden uitbesteed aan [naam 42] v/h [naam 40] . Verdachte heeft per e-mail toestemming gegeven voor de transactie. [slachtoffer 3] heeft het geld overgemaakt naar [naam 8] .32

De door [slachtoffer 3] bedoelde overeenkomst heeft hij op 14 juni 2012 te Veenendaal ondertekend.33

Op een bij de aangifte gevoegd overzicht van de bankrekening van [slachtoffer 3] en/of [naam 61] van de periode van 18 juni 2012 tot en met 18 juni 2012 staat een afschrijving van € 50.000,- met als omschrijving ‘1/3 deel WSNP portefeuille van [naam 8] ’ en een afschrijving van € 2.948,64 met als omschrijving ‘Restbet. 1/3 deel WSNP portefeuille van [naam 8] ’.34

[slachtoffer 3] heeft verder als bijlage bij zijn aangifte een e-mail van verdachte gevoegd, gericht aan [naam 8] . In de e-mail van 12 juni 2012 zegt verdachte er geen bezwaar tegen te hebben als de heren [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ieder voor 1/3 deel medegerechtigd zijn in het aandeel van [naam 8] in de [naam 65] WSNP-portefeuille.35

[naam 15] / [naam 15] Beheer B.V.

Aangever [naam 15] heeft verklaard dat hij via [naam 62] in contact is gekomen met verdachte die hem aanbood deel te nemen in leningenportefeuilles met een uiterst lucratief rendement. [naam 15] heeft verdachte voor het eerst ontmoet bij [naam 62] op kantoor. Verdachte legde toen uit hoe het in de bankwereld werkte en waarom banken afscheid namen van hun portefeuilles. Verdachte bood hem toen de portefeuille van de [naam 65] -bank aan. Hij zei dat hij particulieren wilde benaderen. Omdat de bedragen teveel werden kon hij dit persoonlijk niet financieren. Het waren privé-beleggingen en verdachte heeft ook iedereen altijd overtuigd dit privé te doen, omdat het dan in box drie van de belasting viel en het in dat geval belastingvrij was. Hij zei dat het niet slim was het via een holding te doen. De gesprekken over de [naam 65] -portefeuille vonden plaats in januari tot en met maart 2011 te Apeldoorn op kantoor bij [naam 62] . In maart 2011 heeft zijn holding [naam 15] Beheer een bedrag van € 82.427,- overgemaakt voor deelname in een [naam 65] -portefeuille. Zijn aandeel bedroeg 1/9 deel in het gehele aankoopbedrag. Volgens [naam 15] hebben hij en [naam 62] de overeenkomsten bij de belastingdienst gedeponeerd en er een advocaat naar laten kijken.36

[naam 15] heeft een koopovereenkomst overgelegd gedagtekend op 8 maart 2011 met vermelding van de plaatsnaam Apeldoorn.37

Medio 2011 vroeg een zakenrelatie, te weten [voornaam 2] [naam 8] , hem of hij nog leuke investeringen kon aanbevelen. [naam 15] vertelde hem over de investering waarin hij (met [naam 62] ) was gestapt en heeft een gesprek gearrangeerd tussen hemzelf, [naam 8] en verdachte. Hij nam vervolgens privé voor een bedrag van € 60.323,- deel in de [naam 2] portefeuille. Zijn aandeel betrof 1/8 deel van het totale aankoopbedrag. [naam 8] nam deel voor 3/8 deel.38 De gesprekken over [naam 2] vonden plaats in oktober/november 2011 eerst in Bennekom en later in Apeldoorn op het kantoor van [naam 54] .39 Volgens [naam 15] hebben hij en [naam 8] tegen verdachte gezegd dat ze zekerheid wilden hebben over het bestaan van de portefeuilles. Ze zijn in november/december 2011 op het kantoor van de dochter van verdachte geweest. [naam 63] heeft toen dossiers opgehaald en de betalingsopstelling laten zien. [naam 15] zag dat het dossiers van [naam 1] waren. Steekproefsgewijs hebben ze de incassowerkzaamheden van individuele crediteuren bekeken. [naam 15] en [naam 8] hebben gerechtsdeurwaarder [naam 48] uit Ede naar de overeenkomsten laten kijken.40

Ook hiervan heeft [naam 15] een koopovereenkomst overgelegd, gedagtekend op 8 december 2011 met vermelding van de plaatsnamen Bennekom en Apeldoorn.41

[naam 15] heeft verder verklaard dat verdachte had gezegd dat hij de portefeuilles had gekocht van de bank. Hij wilde nieuwe portefeuilles aanschaffen maar had geen liquide middelen tot zijn beschikking. Verdachte gaf hem een schrijven met de werkwijze van aankoop bank-incassoportefeuilles.42 Dit schrijven is gevoegd bij de aangifte en komt overeen met het bij [naam 8] als bewijsmiddel opgenomen stuk getiteld “Aankoop bank-incassoportefeuilles”.

[naam 15] heeft als bijlage bij de aangifte van de bij- en afschrijvingen van de ondernemersrekening ten name van [slachtoffer 5] een overzicht gevoegd waarop op 9 maart 2011 de afschrijving van een bedrag van € 82.427,08 naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] staat met als omschrijving ‘koopsom volgens koopov. 8-3-2011 1/9 deel [naam 65] portefeuille’.43 Uit een bankafschrift van de rekening van [naam 15] van 23 december 2011 blijkt dat een bedrag van € 60.323,75 naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] is afgeschreven met als omschrijving ‘koopsom [naam 2] portefeuille [naam 15] ’.44

[naam 62]

Aangever [naam 62] heeft verklaard dat hij via [naam 32] in contact kwam met verdachte. Verdachte zocht gegadigden die wilden investeren in incassoportefeuilles die hij had gekocht van grote financiële instellingen, als banken en kredietmaatschappijen. De te incasseren bedragen liepen daarbij in de miljoenen euro’s per portefeuille. Naast het aandeel dat verdachte zelf in zijn portefeuilles zou houden, mochten geïnteresseerden zelf weten voor welk aandeel ze zouden willen participeren in een dergelijke portefeuille.45

Volgens [naam 62] werd hij in de eerste helft van 2010 benaderd door [naam 32] die hem een interessant investeringsvoorstel deed. Het kwam erop neer dat verdachte een incasso-portefeuille kon kopen en dat hij mede investeerders zocht. Ook bestond de mogelijkheid dat verdachte meer van zulke portefeuilles zou kunnen kopen. [naam 62] heeft dit doorverteld aan [naam 64] die hierin ook wel wilde investeren. [naam 32] wilde wel meedoen, maar had het geld er niet voor. [naam 62] en zijn compagnon leenden hem daarom geld. Het gaf [naam 62] een vertrouwd gevoel dat [naam 32] er kennelijk zelf ook in geloofde en zelf ook risico durfde te lopen. Daarnaast bleef verdachte zelf steeds voor 50% in de portefeuille zitten en bleef verdachtes dochter (huurder van een pand van [naam 62] ) via de overeenkomst van opdracht werk houden, waardoor zijn huurontvangsten zekerder werden. Voor de juridische kant en de vastlegging van het koopcontract werd AVIO advocaten in Apeldoorn ingeschakeld. Het bleek te gaan om een WSNP-portefeuille, afkomstig van ABN-AMRO’s incassodochter, [naam 17] incasso geheten. [naam 62] , [naam 64] en [naam 32] investeerden ieder voor een bedrag van
€ 42.477,88, [naam 32] middels een lening van € 42.477,88.46

[naam 62] heeft verder verklaard dat [naam 32] hem in het tweede halfjaar van 2010 opnieuw een voorstel deed om gezamenlijk in een portefeuille te stappen, deze keer van [naam 1] Verdachte bemoeide zich met de aankoop van de portefeuille. Hij hield de helft van de portefeuille zelf. Van de andere helft namen [naam 62] en [naam 64] 60% en [naam 32] 40%. [naam 62] en [naam 64] betaalden samen € 213.589,49 en financierden het aandeel van [naam 32] voor een bedrag van € 142.392,99. Volgens [naam 62] had hij een bijzonder goed contact met verdachte en was er sprake van een groot vertrouwen. Hij verkocht zijn Range Rover aan verdachte en hij wist dat verdachte en zijn vrouw beiden in nieuwe [auto] reden. Verdachte moest wel over voldoende middelen beschikken temeer daar hij de portefeuilles eerst zelf kocht en dus moest voorfinancieren. Pas later verkocht hij het 50%-aandeel aan investeerders door. [naam 62] kreeg bovendien van verdachte schriftelijk een uitleg. Ook wist hij dat ene [voornaam 2] [naam 8] participaties in weer andere portefeuilles had genomen.47

In maart 2011 heeft [naam 62] samen met [naam 64] en [naam 15] een 1/9 aandeel in een [naam 65] portefeuille gekocht voor een bedrag van € 82.427.48

In het dossier zijn koopovereenkomsten vorderingsportefeuille [naam 10] 2010 aangetroffen, aangegaan tussen [naam 62] en verdachte (ondertekend op 8 maart 2011 te Apeldoorn49) en tussen [naam 64] en verdachte. Daarin staat onder meer dat verdachte met [naam 1] op of omstreeks 11 oktober 2010 een overeenkomst heeft gesloten om de incasso van vorderingen van [naam 10] op natuurlijke personen voor een bedrag van € 14.439.780,62 te incasseren. Verdachte zou [naam 1] een vergoeding van
€ 989.124,97 betalen waarbij hij de vorderingen niet alleen door middel van een geregistreerde onderhandse akte (cessie) geleverd zou krijgen, maar ook de digitale en fysieke dossiers. Verdachte heeft 1/9 deel van de portefeuille overgedragen aan [naam 64] , waarmee deze eigenaar zou worden van de portefeuille. [naam 64] moest hiervoor € 82.427,08 betalen op rekeningnummer 48.65.47.084 ten name van verdachte. De overeenkomst is door verdachte en [naam 62] namens [naam 64] ondertekend te Apeldoorn op 8 maart 2011.50

Volgens [naam 62] kregen ze vanaf oktober 2012 ongeveer per kwartaal een overzicht van de stand van zaken van de portefeuilles.51

Uit een bij de aangifte gevoegd ‘Overzicht verzonden opdrachten’ van 5 maart 2010 komt naar voren dat opdracht is gegeven om van de bankrekening van [naam 66] een bedrag van € 84.955,75 over te schrijven naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] , met als omschrijving ‘participatie [naam 32] / [naam 62] ’.52 Uit een bankafschrift van [naam 62] van 24 augustus 2010 komt naar voren dat zes keer een bedrag van telkens € 50.000,- is afgeschreven naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] , met als omschrijving ‘inzake vorderingenportefeuille’. Op het bankafschrift van 21 september 2010 is een bedrag van € 47.391,78 naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] e/o afgeschreven met als omschrijving ‘restbetaling 2e portefeuille txs’.53 Ook is er een bankafschrift van [naam 62] van 24 februari 2011, waarop een afschrijving staat van € 25.000,- naar rekeningnummer 10.31.15.439 ten name van [verdachte] , met als omschrijving ‘aanbetaling van de 3e portefeuille’. Verder is een bankafschrift (volgens de stukken gevoegd bij de vordering benadeelde partij op naam van [naam 67] ) bij de aangifte gevoegd van 31 maart 2011 waarop een bedrag van € 40.000,- naar rekeningnummer 10.31.15.439 ten name van [verdachte] is afgeschreven met als omschrijving ‘betaling inzake [naam 65] ’.54

De schriftelijke uitleg die [naam 62] kreeg is gevoegd bij de aangifte en komt overeen met het bij [naam 8] als bewijsmiddel opgenomen stuk getiteld “Aankoop bank-incassoportefeuilles”. Daarnaast is bij de aangifte een notitie gevoegd over prognoses van de door [naam 62] en [naam 64] aangekochte portefeuilles55. Op deze notitie is met de hand geschreven “Notitie ontvangen van [verdachte] ”.

[naam 62] heeft verklaard dat hij tevens aangifte heeft gedaan voor [naam 64] en dat [naam 64] hem hiertoe had gemachtigd. Hij was tevens gemachtigd rechtshandelingen te verrichten voor [naam 64]56.

[slachtoffer 9]

Aangever [slachtoffer 9] heeft verklaard hij in het voorjaar van 2010 werd benaderd door verdachte met de vraag of hij mee wilde investeren in de koop van een incassoportefeuille. Verdachte vertelde dat veel financiële instellingen door de financiële crisis schoon schip wilden of moesten maken en hun incassoportefeuilles op de markt brachten. De instellingen boden de portefeuilles aan tegen een percentage van 5 tot 8% van de totale openstaande vorderingen. Verdachte gaf aan dat hij meer dan 33 jaar ervaring had in het incassovak en dat hij alle kneepjes van het vak kende. De incasso zou lopen via het kantoor van zijn dochter, maar verdachte zou er zelf nauw bij betrokken zijn. Volgens verdachte zou de inleg van de portefeuille minstens worden verdubbeld. Omdat hij niet altijd over voldoende liquide middelen beschikte, was hij op zoek naar mede-investeerders. [slachtoffer 9] vertrouwde verdachte en omdat hij het een geloofwaardig verhaal vond, besloot hij te investeren in de koop van een incassoportefeuille. Omstreeks 10 mei 2010 gaf verdachte hem te kennen dat hij een [naam 68] -portefeuille had gekocht voor een bedrag van € 648.969,22. Verdachte mailde naar [slachtoffer 9] een overeenkomst met de [naam 20] waaruit bleek dat verdachte het eigendom over de incassoportefeuille had verkregen en voornoemde koopsom had betaald. Op 14 mei 2010 sloot [slachtoffer 9] een overeenkomst met verdachte en nam hij de helft van de incassoportefeuille over. Hij maakte op 17 mei 2010 een bedrag van € 324.479,61 over op het rekeningnummer van verdachte.57

Bij de aangifte is een overeenkomst gevoegd, gedateerd 14 mei 2010 en ondertekend te Apeldoorn en Beekbergen.58

[slachtoffer 9] heeft verder verklaard dat hij na het afsluiten van de overeenkomst incidenteel overzichten met de incasso opbrengsten ontving. De opbrengsten bleven achter waardoor nog niet tot uitkering kon worden overgegaan.59

Uit een bij de aangifte gevoegd rekeningafschrift van [slachtoffer 9] van 17 mei 2010 blijkt dat een bedrag van € 324.479,61 naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] is afgeschreven met als omschrijving ‘koopsom incassoportefeuille conform ovk 14 mei’.60

[naam 36]

Aangever [naam 36] heeft in de hoedanigheid van directeur van [slachtoffer 11] verklaard dat verdachte hem op een gegeven moment vertelde dat hij de mogelijkheid had om incassoportefeuilles aan te schaffen vanwege de gewijzigde regelgeving rondom banken, inhoudend dat zij hun balans moesten opschonen in het licht van de crisis. Dat leek [naam 36] en [naam 37] logisch. Banken, en met name de Franse banken wilden van portefeuilles af en verdachte wilde ze wel kopen. [naam 36] en [naam 37] , zakenpartners van elkaar, hadden daar wel interesse in. Verdachte zou portefeuilles van banken kopen. De aanschaf zou rond de 7% à 8% liggen en de rendementen zouden na een paar jaren wel 30% kunnen worden. De handel in kredieten was [naam 36] bekend. Hij vond hetgeen hij van verdachte hoorde een aannemelijk verhaal. In 2009 kochten hij en [naam 37] in totaal twee portefeuilles. [naam 36] heeft contracten ontvangen, maar niet bij alle portefeuilles de onderliggende stukken. Hij vertrouwde op verdachte omdat het een plausibel verhaal was. Verdachte en zijn dochter zaten in die wereld. Bovendien was verdachte een bekend persoon in Apeldoorn en gaf hij aan dat hij veel ervaring had met dit soort portefeuilles en dat hij rendement kon behalen. In 2012/2013 heeft [naam 36] rendementen ontvangen tot een bedrag van in totaal € 60.000,-. Hij ontving financiële overzichten van verdachte en hij sprak verdachte regelmatig. Verdachte deed dan verslag over hoe de portefeuilles liepen en of er al op geïncasseerd werd. [naam 36] vond het geloofwaardig. Er was sprake van een vertrouwensband.61

In het dossier zijn drie koopovereenkomsten aangetroffen tussen [naam 36] in de hoedanigheid van directeur van [slachtoffer 11] en verdachte opgemaakt respectievelijk te Utrecht op 17 juli 2013, te Apeldoorn en Bussum op 17 augustus 2009 en te Brussel op 16 april 2009.62

Uit een overzicht van de bankafschriften van verdachte komt naar voren dat op 4 september 2009 een bedrag van € 109.475,- is bijgeschreven op rekeningnummer 486547094, afkomstig van de rekening van [naam 36] met als omschrijving ‘portefeuille’. Op 19 oktober 2009 is op hetzelfde rekeningnummer een bedrag van € 19.474,88 met als omschrijving ‘deelbetaling portefeuille’ bijgeschreven en op 30 december 2009 een bedrag van € 90.000,- met als omschrijving ‘overboeking conform e-mail [naam 36] ’. Beide bedragen zijn afkomstig van [naam 69]63

[naam 40]

heeft verklaard dat hij verdachte al sinds 1981 kende. Tijdens een vakantie in Maleisië vertelde verdachte dat hij een kredietportefeuille kon kopen waarop hij een rendement van 30-40% kon behalen. Omdat [naam 40] vertrouwen had in verdachte en ze elkaar goed kenden, besloot hij te investeren. De kans dat 0% rendement zou worden behaald leek hem klein. Verdachte wilde de portefeuille kopen voor € 750.000,- en zou zelf de incassokosten betalen. De opbrengst zouden ze 50/50 delen. Op 29 augustus 2006 ontving [naam 40] een e-mail van verdachte waarin hij uitlegde hoe hij de portefeuille in zijn bezit had gekregen. [naam 40] heeft bevestigd dat hij akkoord ging en het benodigde geld zou overmaken. De overeenkomst hebben ze nooit ondertekend, maar komt wel overeen met de mondelinge afspraak tussen hen. [naam 40] heeft verder verklaard dat hij op 4 december 2008 een e-mail van verdachte heeft ontvangen waarin stond dat hij een WSNP-portefeuille van [naam 17] had gekocht. De totale waarde van de portefeuille kwam op € 1.178.00,26 (opm. rb: lees € 1.178.000,26). Hij kon deze kopen voor € 130.000,- en de verdeling zou 50/50 zijn. [naam 40] heeft € 65.000,- overgemaakt. Volgens [naam 40] hebben hij en verdachte meerdere keren gesproken over cijfermatige informatie die hij zou ontvangen. Overzichten van geïnde bedragen, gemaakte kosten etc. heeft hij echter nooit ontvangen. Naar aanleiding van een e-mail van 13 december 2010 waarin [naam 40] vroeg om overzichten, heeft verdachte verteld dat de portefeuilles begin 2012 zouden gaan renderen en dat hij binnenkort overzichten zou ontvangen. Ook daarna hield hij contact met verdachte met de vraag waar de stukken bleven. Verdachte zegde iedere keer toe dat hij de stukken binnenkort zou ontvangen.64

Uit informatie van de bankrekening van [naam 40] en/of [naam 70] die bij de aangifte is gevoegd blijkt dat op 30 augustus 2006 bedragen van € 430.000,- (met als omschrijving ‘1e deel Euro 500.000 conversie effecten’), € 45.000,- (met als omschrijving ‘2e deel betaling’) en € 25.000,- (met als omschrijving ‘3e en laatste deel betaling’) zijn overgemaakt op rekeningnummer 10.31.15.439 ten name van [verdachte] .65 Uit een rekeningafschrift van [naam 40] en/of [naam 70] blijkt dat op 8 december 2008 een bedrag van € 65.000,- naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] is afgeschreven met als omschrijving ‘aandeel WSNP portefeuille’.66

[naam 37]

heeft verklaard dat hij en verdachte al 35 jaar zakenpartners zijn. In mei 2009 kwam verdachte met het investeringsvoorstel rondom de kredietportefeuilles. Deze waren interessant omdat verdachte ze kon kopen voor circa 7% van de portefeuillewaarde, terwijl statistisch gezien 25-35% kan worden geïnd in een periode van zeven à acht jaar. Volgens [naam 37] zijn in 2009 twee portefeuilles gekocht. De eerste portefeuille, door hem aangeduid met A, betrof een WSNP-portefeuille en had een omvang van ongeveer 4 miljoen euro, waarvoor door [naam 37] aan verdachte een bedrag is betaald van € 78.000,- (giraal). Het contract staat op naam van verdachte in privé, [slachtoffer 11] en [slachtoffer 14] ieder voor 1/3 deel. [naam 37] zag dat verdachte de portefeuille had gekocht van [naam 1] , rechtsgeldig vertegenwoordigd door [naam 24] . De portefeuille zou pas na drie à vier jaar uitbetalen. Op 11 april 2013 ontving [naam 37] een overzicht met betrekking tot de stand van de portefeuille. De portefeuille door [naam 37] aangeduid als B is gekocht door [naam 37] in oktober 2009 en had een waarde van 8 miljoen euro. Verdachte, hij en [naam 36] hadden ieder een 1/3 deel en betaalden ieder € 218.000,-. Voor de portefeuille aangeduid met C heeft [naam 37] € 61.721,- betaald. [naam 37] ’s investering in de portefeuille, door hem aangeduid als D, bedroeg € 185.000,-. Hij heeft hiervan € 58.845,- betaald. [naam 37] heeft verder verklaard dat verdachte hem in de tweede week van augustus 2013 beloofde om hem op 15 augustus, zijnde één maand na het laatste overzicht, een nieuw overzicht te sturen. Dit overzicht heeft [naam 37] nooit ontvangen. Over het faillissement van [naam 54] vertelde verdachte dat dit was om een rookgordijn op te werpen in verband met bedreigingen door een crimineel. Ten aanzien van de portefeuilles was volgens verdachte alles in orde. [naam 37] gaf verdachte toen een bankcheque van € 36.213,76 uit naam van [naam 97] . , een 100% bedrijf van hem, als deelbetaling op portefeuille door [naam 37] aangeduid als E. Voor deze portefeuille moet hij nog € 100.000,- betalen. Volgens [naam 37] heeft hij nooit geld terug ontvangen op zijn investeringen.67

Uit een overzicht van de bankafschriften van verdachte komt naar voren dat op 20 april 2009 een bedrag van € 78.357,25 is bijgeschreven op rekeningnummer 486547094 met als omschrijving ‘contract WSNP’, afkomstig van [naam 73]68 Uit dit overzicht komt verder naar voren dat op 7 september 2009 een bedrag van € 109.475,- met als omschrijving ‘1e helft [naam 1] portefeuille zie contract d.d. 17/8/09’ is bijgeschreven op rekeningnummer 486547094, op 19 oktober 2009 een bedrag van € 19.474,88 met als omschrijving ‘resteert euro 90.000’ en op 30 december 2009 een bedrag van € 90.000,- met als omschrijving ‘restant contract [naam 74] ’. Alle bedragen zijn afkomstig van [naam 73]69

Ook komt uit het overzicht naar voren dat op 7 augustus 2012 een bedrag van € 22.500,- met als omschrijving ‘Notprovided’ en op 27 augustus 2012 een bedrag van € 39.221,02 is bijgeschreven op rekeningnummer 486547094, beiden afkomstig van [naam 75] .70

Volgens het overzicht is op 31 juli 2012 een bedrag van € 58.845,92 bijgeschreven op rekeningnummer 486547094 van verdachte met als omschrijving ‘Notprovided’, afkomstig van [naam 97] .71

Verder is bij de aangifte een kopie gevoegd van een bankcheque van [naam 97] . voor een bedrag van € 36.213,76.72 Deze cheque is geïnd op 15 november 2013 op de bankrekening van [naam 76] .73

Als bijlage bij de aangifte is gevoegd een overeenkomst tussen enerzijds verdachte, [naam 36] in de hoedanigheid van directeur van [naam 69] en [naam 37] in de hoedanigheid van directeur van [naam 73] , en anderzijds [naam 3] v/h [naam 4] , waarin de eerste drie partijen de incasso van de portefeuille van de [naam 20] opdragen aan [naam 42] v/h [naam 4] .74 Verder is bijgevoegd een koopovereenkomst tussen [naam 6] en verdachte, waaruit blijkt dat [naam 6] voor 1/4 deel mede-eigenaar wordt van de portefeuille van de [naam 53] en daarvoor € 136.213,76 zal betalen. De overeenkomst is opgemaakt te Utrecht op 17 juli 2013.75 Overigens heeft [naam 37] verklaard dat [slachtoffer 15] en [naam 77] de nieuwe naam is van [naam 97] .76 In het dossier bevindt zich ook een koopovereenkomst tussen [naam 78] , in haar hoedanigheid van directrice van [slachtoffer 17] en [verdachte] , waaruit blijkt dat [naam 79] voor 1/4 deel mede-eigenaar wordt van de portefeuille [naam 10] . De koopovereenkomst is ondertekend te Apeldoorn en Breda in december 2011.77

[naam 34]

Aangever [naam 80] heeft namens [naam 34] verklaard dat [naam 34] en verdachte elkaar kenden via de [club] , een ontmoetingsclub van (oud)ondernemers uit de omgeving van Apeldoorn. Vanuit deze club is tussen hen een vriendschappelijke band ontstaan. In 2009 is [naam 34] door verdachte benaderd met de vraag of hij mee wilde participeren in de koop van een debiteurenportefeuille. Verdachte vertelde dat veel financiële instellingen door de financiële crisis hun balansen moesten opschonen en debiteurenportefeuilles op de markt brachten. De instellingen boden de portefeuilles aan tegen een percentage van 5 tot 8% van de totale openstaande vorderingen. Volgens verdachte kon hij de inleg minimaal verdubbelen en zou de incasso van de vorderingen lopen via het incassobureau van zijn dochter. Aangezien [naam 34] vertrouwen had in verdachte en verdachte een geloofwaardig verhaal had, besloot hij te investeren in de koop van debiteurenportefeuilles. In de periode 2009-2012 heeft [naam 34] in totaal zeven overeenkomsten gesloten met verdachte, waarbij hij voor de helft de eigendom verkreeg van de betreffende debiteurenportefeuille. Het betreffen de volgende portefeuilles:

  • -

    Op 4 februari 2009 de [naam 17] (WSNP-posten) portefeuille (nominale waarde
    € 4.124.065,83) voor een bedrag van € 117.535,88;

  • -

    Op 2 augustus 2011 de [naam 2] portefeuille (nominale waarde € 7.846.991,18) voor een bedrag van € 241.294,98;

  • -

    Op 4 oktober 2011 de [naam 65] portefeuille (nominale waarde € 14.439.780,62) voor een bedrag van € 523.442,05;

  • -

    Op 27 januari 2012 de [naam 50] portefeuille (nominale waarde € 8.290.907,74) voor een bedrag van € 244.581,78;

  • -

    Op 7 februari 2012 de [naam 65] (WSNP-posten) portefeuille (nominale waarde € 1.809.086,81) voor een bedrag van € 33.468,10;

  • -

    Op 14 februari 2012 de [naam 20] portefeuille (nominale waarde € 12.601.149,71) voor een bedrag van € 364.991,24;

  • -

    Op 28 juni 2012 de [naam 65] (WSNP-posten) portefeuille (nominale waarde € 8.586.265,83) voor een bedrag van € 158.845,92.

Bij de aangifte zijn koopovereenkomsten gevoegd, ondertekend te Apeldoorn dan wel Apeldoorn en Gorssel dan wel Apeldoorn en Warnsveld op respectievelijk 30 juli 201178, 4 oktober 201179, 27 januari 201280, 7 februari 201281, 14 februari 201282 en 28 juni 201283.

Volgens [naam 80] ontving [naam 34] incidenteel overzichten/mails met de incasso opbrengsten van de verschillende portefeuilles.84 Bij de aangifte zijn ten aanzien van de [naam 2] -portefeuille, de [naam 65] -portefeuille, de [naam 50] -portefeuille en de [naam 20] -portefeuille stukken gevoegd met een toelichting op dossierniveau en een prognose van het break even point.85 Ten aanzien van de [naam 65] -portefeuille is een e-mail bijgevoegd met een toelichting over de portefeuille [naam 65] en het bod dat verdachte wil uitbrengen.86 Verder is een e-mail bijgevoegd met informatie over de [naam 65] WSNP portefeuille.87 Ook is bijgevoegd een overzicht van de portefeuilles met daarop de ontvangsten en geprognotiseerde opbrengsten.88

Op een bij de aangifte gevoegd historisch overzicht van de spaarrekening van [naam 34] over 2009 staat een afschrijving van € 117.535,88 ten gunste van rekeningnummer 48.65.47.094 op naam van [verdachte] met als omschrijving ‘aankoop’.89 Daarnaast zijn diverse bankafschriften van [naam 34] bij de aangifte gevoegd. Het gaat daarbij om de volgende bankafschriften:

9 augustus 2011: op 2 augustus 2011is een bedrag van € 241.294,98 afgeschreven naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] , met als omschrijving ‘halve koopsom gekochte vordering [naam 1] afkomstig van [naam 2] ’;90

9 september 2011: op 26 augustus 2011 is afgeschreven een bedrag van € 50.000,- naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] , met als omschrijving ‘inz. [naam 1] [naam 65] portefeuille’;91

10 oktober 2011: op 3 oktober 2011 is afgeschreven een bedrag van € 223.442,05 naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] , met als omschrijving ‘ [naam 10] portefeuille’. Op dezelfde datum is een bedrag van € 250.000,00 afgeschreven naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten namen van [verdachte] .92 Uit een overzicht van de bij- en afschrijvingen komt naar voren dat hierbij als omschrijving is vermeld ‘ [naam 10] portefeuille’;93

9 februari 2012: op 3 februari 2012 is afgeschreven een bedrag van € 33.468,10 naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] , met als omschrijving ’50 in portefeuille WSNP [naam 65] 1.809.086,81 Koopsom totaal 66.936,81’ en een bedrag van
€ 244.581,78 naar hetzelfde rekeningnummer met als omschrijving ‘1/2 portefeuille [naam 1] [naam 50] ’;94

9 maart 2012: op 15 februari 2012 is afgeschreven een bedrag van € 249.000,01 naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] , met als omschrijving ‘1/2 portefeuille [naam 1] totaal groot 12.601.149,71 aan vorderingen’. Ook is op dezelfde datum en een bedrag van € 115.991,23 naar hetzelfde rekeningnummer overgeschreven met als omschrijving ‘restant koopsom [naam 1] ’;95

11 juni 2012: op 11 juni 2012 is afgeschreven een bedrag van € 158.845,92 naar rekeningnummer 48.65.47.094 ten name van [verdachte] , met als omschrijving ‘ID WSNP portefeuille 50 van 317.691,84 vordering 8.586.265,83 a3.7’.96

Verder blijkt uit het bankafschrift van 10 oktober 2011 dat een bedrag van € 208.418,00 is bijgeschreven met als omschrijving ‘aandeel ontvangen WSNP uitkeringen conform stand per 07-10-2011’.97

[naam 39]

heeft verklaard dat [naam 32] met een voorstel kwam om als belegging te participeren in een schuldportefeuille. [naam 32] legde uit dat het erop neer kwam dat een bank in dat geval problemen heeft met niet betalende klanten en de portefeuille verkoopt voor bijvoorbeeld 6% van de waarde. Als de incasseerder van de portefeuille goed zijn best deed, kon een rendement worden behaald van 30 tot 35%. In het voorstel van [naam 32] zouden [naam 32] en [naam 39] samen 50% van de portefeuille kopen en verdachte de andere 50%. [naam 32] heeft [naam 39] in contact gebracht met verdachte. De eerste ontmoeting vond plaats tijdens een etentje aan de Arnhemseweg te Apeldoorn. Verdachte kwam toen met het voorstel om een portefeuille met een waarde van ongeveer 8,6 miljoen euro te kopen voor een bedrag van € 600.000,-. [naam 32] en [naam 39] moesten dan zorgen voor een bedrag van € 300.000,- en verdachte zou de andere € 300.000,- inleggen. Het incassobureau van verdachte, [naam 40] genaamd, zou voor het innen van het geld zorgen. [naam 39] is met het voorstel naar het stichtingsbestuur, dat de erfenis van zijn ouders beheert, gegaan. [naam 32] heeft het bestuur uitleg gegeven, waarna het toestemming gaf tot de investering. Op het kantoor van verdachte te Apeldoorn is vervolgens op 12 november 2009 een overeenkomst ondertekend tussen [naam 39] , [naam 32] , verdachte en [naam 42] v/h [naam 4] . De inleg voor [naam 39] en [naam 32] was € 328.424,65, waarvan [naam 32] € 25.000,- betaalde. De rest van zijn deel heeft [naam 39] hem geleend.

In de besprekingen met verdachte werd afgesproken dat er maandelijks een overzicht zou komen van de rendementen en dat vanaf 2010 er maandelijks uitkeringen zouden gaan plaatsvinden. Volgens [naam 39] was het verkooppraatje van verdachte zo overtuigend dat hij meende door met verdachte in zee te gaan zijn pensioen te kunnen redden en de schuldeisers van zijn nek te halen. Hij vertrouwde verdachte. De maandelijkse overzichten, het rendement, de overtuigende praatjes over de recessie gaven hem het vertrouwen in verdachte.98

Uit een overzicht van de bankafschriften van verdachte komt naar voren dat op 20 november 2009 een bedrag van € 325.000,- is bijgeschreven op rekeningnummer 486547094 met als omschrijving ‘Participatie [naam 68] ’, afkomstig van [naam 22] en [naam 81] .99

Overweging

De rechtbank overweegt dat uit voormelde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte verschillende aangevers die dachten te investeren in vorderingenportefeuilles, heeft opgelicht. Verdachte heeft daartoe overeenkomsten vervalst en daarvan gebruik gemaakt. Daarnaast heeft hij de potentiële investeerders onder meer voorgehouden dat ze een lucratief rendement zouden kunnen behalen, hen van informatie voorzien betreffende (niet bestaande) vorderingenportefeuilles en op het kantoor van [naam 54] stukken getoond die betrekking zouden hebben op de vorderingenportefeuilles. Niet bewezen acht de rechtbank de bedragen die door [naam 39] contant zouden zijn betaald voor de door hem genoemde tweede en derde vorderingenportefeuilles, nu enig betalings- en/of ontvangstbewijs hiervan ontbreekt.

De rechtbank verwerpt het verweer van verdachte dat hij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] niet zou hebben opgelicht. De rechtbank overweegt in dit verband dat verdachte nog voor het ondertekenen van de overeenkomst tussen [naam 8] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] een e-mail heeft verstuurd aan [naam 8] waarin hij toestemming heeft gegeven voor de doorverkoop van een deel van de portefeuille van [naam 8] aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Gelet op de inhoud van de e-mail wist verdachte dus dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] interesse hadden in de betreffende vorderingenportefeuille. Hij heeft zich in de e-mail voorgedaan als eigenaar van de portefeuille en daarmee een valse hoedanigheid aangenomen. Daarnaast wist verdachte dat de informatie die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] kregen was gebaseerd op de informatie die hij, verdachte, aan [naam 8] had verteld en waarvan hij wist dat dit op leugens was gebaseerd. Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] de zogenoemde moederovereenkomst hebben gezien, waarin stond dat verdachte de portefeuille had gekocht en eigenaar daarvan was geworden. Naar het oordeel van de rechtbank zijn [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op grond van het voorgaande bewogen tot het aangaan van de overeenkomst, hetgeen verdachte kan worden toegerekend als zijn oplichting.

De rechtbank passeert de overige ten aanzien van feit 1 door de raadsman gevoerde verweren gelet op de door de rechtbank gehanteerde bewijsmiddelen.

Feit 2

De rechtbank acht dit feit bewezen. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De bewijsmiddelen zijn:

- De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 juni 2015100.

- De aangifte van [naam 37]101 en de daarbij overgelegde koopovereenkomst inzake de vorderingenportefeuille [naam 7]102.

- De aangifte van [naam 8]103 en de koopovereenkomsten inzake de vorderingenportefeuille [naam 2]104, de vorderingenportefeuille [naam 19]105, de vorderingenportefeuille [naam 10]106, de WSNP vorderingenportefeuille [naam 11]107, de vorderingenportefeuille [naam 12] , [naam 13] B.V. en [naam 29]108 en de vorderingenportefeuille [naam 7]109

- De aangifte van [naam 35]110 en de koopovereenkomsten inzake de vorderingenportefeuille [naam 10] 2010111 en inzake de vorderingenportefeuille [naam 2]112.

- De aangifte van [naam 16]113 en de overeenkomst inzake de [naam portefeuille]114.

- De aangifte van [naam 80]115 en de overeenkomst inzake de WSNP-portefeuille van [naam 17]116 en de koopovereenkomsten inzake de vorderingenportefeuille [naam 2]117, inzake de vorderingenportefeuille [naam 10]118, inzake de vorderingenportefeuille [naam 19]119, inzake de vorderingenportefeuille [naam 11] (WSNP-posten)120, inzake de vorderingenportefeuille [naam 20]121 en inzake de WSNP-vorderingenportefeuille [naam 11]122.

- De aangifte van [naam 21]123 en de koopovereenkomst inzake de vorderingenportefeuille [naam 7]124.

- De aangifte van [naam 22]125 en de koopovereenkomst inzake de vorderingenportefeuille [naam 11] (WSNP-posten)126.

Feit 3

De rechtbank acht dit feit bewezen. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De bewijsmiddelen zijn:

- De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 juni 2015127.

- De aangiftes van [naam 8]128 en [naam 16]129.

- De overeenkomst Herincasso portefeuille 2010130.

- De koopovereenkomst inzake de door [naam 82] verstrekte kredieten131.

- De overeenkomst [naam 10] portefeuille 2010132.

- De koopovereenkomst inzake een 396-tal door [naam 2] gesloten geldleningsovereenkomsten133.

- De koopovereenkomst inzake een 528-tal door [naam 19] gesloten huurkoopovereenkomsten134.

- De overeenkomst [naam 10] portefeuille 2012135.

- De koopovereenkomst inzake de door [naam 11] gesloten geldleningsovereenkomsten136.

- De overeenkomst bank portefeuilles 2013 ( [naam 12] , [naam 83] , [naam 29] )137.

- De koopovereenkomst inzake de door de [naam 7] gesloten geldleningsovereenkomsten138.

- De koopovereenkomst inzake een 490-tal door [naam 20] gesloten geldleningsovereenkomsten139.

- Overeenkomst [naam 10] portefeuille 2011140.

- De koopovereenkomst inzake een 528-tal door [naam 19] gesloten huurkoopovereenkomsten141.

- De koopovereenkomst inzake een 91-tal door [naam 11] gesloten geldleningsovereenkomsten142.

- De koopovereenkomst inzake de door [naam 11] gesloten geldleningsovereenkomsten143.

- De koopovereenkomst inzake de door de [naam 7] gesloten geldleningsovereenkomsten144.

- De koopovereenkomst inzake een 490-tal door [naam 20] gesloten geldleningsovereenkomsten145.

- De koopovereenkomst inzake een 91-tal door [naam 11] gesloten geldleningsovereenkomsten146.

De rechtbank gaat ervan uit dat de in de tenlastelegging onder aandachtstreepje 17 genoemde jaartal “2012” een kennelijke verschrijving betreft en dat bedoeld is “2013”. De rechtbank heeft dit in de bewezenverklaring in die zin verbeterd.

Feit 4

De rechtbank acht dit feit bewezen. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De bewijsmiddelen zijn:

- De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 juni 2015147.

- De aangifte van [naam 8]148.

- De aangifte van [naam 31]149.

- De aangifte van [naam 22]150.

- De overeenkomst van opdracht inzake door [naam 25] verstrekte kredieten151.

- De overeenkomst van opdracht inzake vorderingen van de [naam 20]152.

- De overeenkomst van opdracht Vorderingenportefeuille [naam 19]153.

- De overeenkomst van opdracht Vorderingenportefeuille [naam 10]154.

- De overeenkomst van opdracht Vorderingenportefeuille [naam 11]155.

- De overeenkomst van opdracht inzake vorderingen van de [naam 2]156.

- De overeenkomst van opdracht inzake vorderingen van de [naam 10]157.

- De overeenkomst van opdracht Vorderingenportefeuille [naam 2]158.

- De overeenkomst in de WSNP-portefeuille van [naam 17]159.

- De overeenkomst inzake WSNP-portefeuille160.

- De overeenkomst inzake de [naam 20] -portefeuille161.

- De overeenkomst inzake de [naam 20] -portefeuille162.

Ten aanzien van de overeenkomst tussen [naam 40] , [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] (aandachtstreepje 10 van de tenlastelegging) overweegt de rechtbank dat een dagtekening ontbreekt. Niet aannemelijk is echter dat de overeenkomst die overigens niet is ondertekend door [naam 40] door verdachte is opgemaakt binnen de ten laste gelegde periode, nu verdachte de betreffende portefeuille al in 2006 aan [naam 40] heeft verkocht.

Feit 5

Verdachte heeft verklaard dat hij in 2006 een soort piramidespel is begonnen. Hij rolde toen voor het eerst een gefakete portefeuille uit. De portefeuilles zijn nep, gekunsteld en met voorbedachten rade voorgehouden aan investeerders. In de zogenoemde moederovereenkomst stond dat verdachte de portefeuille had gekocht voor 4 of 5%. Hij vertelde dan dat ze minimaal 27% zouden scoren. Hij wekte de indruk dat de incasso via de oude organisatie zou gaan, maar in werkelijkheid zat er geen incasso-organisatie achter.163 Volgens verdachte moet het worden gezien als een drietrapsraket. Hij had eerst een onderliggend moedercontract waarin hij liet zien dat hij de kredietportefeuille had binnengetrokken. Hij deed daarmee voorkomen dat hij de portefeuille had gekocht. Daarna volgde een overeenkomst tussen verdachte en de investeerder waarin de deelname in de investering was geregeld. De derde trap was de overeenkomst van incassering. Hierin werd vermeld dat incassobureau [naam 40] de gelden ging incasseren hetgeen voortkwam uit de verplichting die genoemd werd in de moederovereenkomst. Volgens verdachte werden deze drie documenten door hem gebruikt om de mensen te interesseren voor de investeringen.164 Verdachte heeft verder verklaard dat hij steeds regelde dat er voldoende geld aanwezig was. Hij regelde de bankzaken. De bankrekening werd door hem gevoed en nagenoeg volledig beheerd. Hij wilde blijven leven zoals ze al jaren leefden. Hij deed het niet alleen voor zichzelf, maar heeft er wel van meegenoten. Hij betaalde zijn manier van leven vanuit het geld van zijn kantoor.165 Ter terechtzitting van 5 juni 2015 heeft verdachte verklaard dat hij het geld dat hij door het sluiten van de overeenkomsten ontving heeft gebruikt als middel. Hij heeft er kosten van betaald. Van het geld van [naam 40] heeft hij een verschil in de administratie van [naam 42] v/h/ [naam 40] weggewerkt.

Door meerdere investeerders is in de periode van augustus 2006 tot en met mei 2013 geld overgemaakt naar de rekeningnummers 48.65.47.094 (ten name van [verdachte] en [naam 47] , vanaf 1 december 2010 ten name van [verdachte] ) en 10.31.15.439 (ten name van [verdachte] en [naam 47] , vanaf september 2009 ten name van [verdachte] .166

Voor de bewijsmiddelen welke personen en/of rechtspersonen gelden hebben overgemaakt naar deze rekeningnummers, verwijst de rechtbank naar de bewijsmiddelen opgenomen ten aanzien van feit 1. Deze bewijsmiddelen gelden hier als herhaald en ingelast.

Uit het verloop van beide voornoemde bankrekeningen blijkt dat na ontvangst daarop van de door aangevers overgemaakte gelden allerhande betalingen zijn verricht. Verder blijkt dat het saldo van beide bankrekeningen vóór bijschrijving van de gelden van aangevers onvoldoende was om die betalingen te doen. Weliswaar blijken er in de ten laste gelegde periode ook bijschrijvingen door derden te zijn gedaan, maar de hoogte van die bijgeschreven geldbedragen dekken in het geheel niet de uitgaven. De rechtbank verwijst in dit verband naar de diverse gemaakte overzichten in het dossier op de pagina’s 4910 tot en met 4935.

De aangevers [naam 62] , [naam 34] , [naam 36] en [naam 39] hebben geld, zogenoemd rendement, terugontvangen op hun investeringen, te weten respectievelijk € 29.359,-,
€ 235.498,-, € 57.556,- en € 63.845,25.167

Er heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de besteding van de door verdachte op voormelde rekeningen ontvangen gelden. Daaruit komt naar voren dat het geld onder meer is gebruikt voor:

  • -

    Thailand tot een bedrag van € 1.050.752;

  • -

    Betaalautomaat tot een bedrag van € 664.827;

  • -

    Contant tot een bedrag van € 640.706;

  • -

    Creditcard tot een bedrag van € 328.399;

  • -

    Dieren tot een bedrag van € 572.201;

  • -

    Reizen tot een bedrag van € 130.562;

  • -

    Auto’s tot een bedrag van € 340.795;

  • -

    Interieur tot een bedrag van € 102.189;

  • -

    Hypotheek tot een bedrag van € 367.802.168

Thailand
Uit de stukken komt naar voren dat er een grondhuurovereenkomst is opgesteld tussen [naam 84] (verhuurder) en [naam 85] (huurder). Het betreft een perceel grond in de deelgemeente [naam 86] , gemeente [naam 87] , provincie Prachuap Khiri Khan. In de grondhuurovereenkomst is opgenomen dat de verhuurder van een grondstuk in [naam 87] dat bekend staat als [naam 88] eigenaar daarvan is en dat de overeenkomst betreft de huur van perceel [nummer] . De huurder gaat ook een overeenkomst aan om een villa te bouwen op perceel [nummer] .169 Volgens de overeenkomst moet alle communicatie worden geadresseerd aan huurder via het e-mailadres [e-mail-adres] .170 De overeenkomst is op 15 augustus 2009 ondertekend door [naam 85] en de vier kinderen van [naam 85] en verdachte.171

Daarnaast is een overeenkomst opgesteld tussen [naam 85] en de vier kinderen van haar en verdachte en [naam 89] . over de bouw van een woning.172

Aangever [naam 40] heeft ook verklaard over de aankoop van een woning in Thailand. Volgens [naam 40] heeft verdachte in hetzelfde resort in Thailand als [naam 40] in 2009 een woning gekocht. De woning staat op naam van de (ex)vrouw van verdachte en hun kinderen. De grond is in erfpacht. De voorlopige aanneemovereenkomst is door verdachte getekend. [naam 40] was daarbij aanwezig. De definitieve aanneemovereenkomst is niet door verdachte getekend. [naam 40] heeft daarover een e-mail ontvangen als general manager van het resort. Hij las daarin dat verdachte de definitieve overeenkomst op naam van zijn vrouw en kinderen wilde zetten.173

[naam 40] heeft een e-mail overgelegd betreffende een jaarlijkse lease betaling van [naam 90] (hierna: [naam 90] ) 1.054.000, hetgeen neerkomt op 8% van het totale bedrag van [naam 90] [nummer] .175.000. Daarnaast heeft hij een e-mail overgelegd waaruit blijkt dat het contract op naam van [naam 85] en de vier kinderen moet komen.174

Uit een e-mail van verdachte blijkt dat hij gelden heeft betaald voor de bouwkosten. In de e-mail schrijft hij: “Beste [voornaam 3] , zelf heb ik nooit moeilijk gedaan, ook niet toen ik gedurende bijna een jaar 80% van de bouwkosten van ons plotje vooruit heb betaald zonder enige noemenswaardige activiteit van jullie kant! (…) Overigens heb ik nog geen rekening van de landlease ontvangen. Het zou fijn zijn indien jij mij voor mijn vertrek per mail de villa construction agreement kun toezenden. Met vriendelijke groet, [voornaam 4] ”.175 Verder komt uit een overzicht komt naar voren dat onder meer bedragen zijn overgemaakt voor de bouw van de woning, de tuin en de keuken.176

Caravan:
Uit het dossier kom naar voren dat in december 2012 door verdachte een caravan is gekocht voor een bedrag van € 10.890,-.177

De rechtbank overweegt dat verdachte en [naam 85] in de ten laste gelegde periode ook reguliere inkomsten hebben gehad. Er is dus sprake van vermenging van legale en niet-legale inkomsten. Gelet op de hoogte van de door de investeerders ingelegde bedragen en het feit dat slechts een klein deel daarvan is terugbetaald, was een aanzienlijk deel van het inkomen niet-legaal.

De rechtbank overweegt dat verdachte door te handelen als onder feit 1 bewezen geacht en door gedurende de gehele ten laste gelegde periode het geld uit te geven aan de voormelde posten, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt. Door het steeds afsluiten van koopovereenkomsten heeft hij geld dat de investeerders naar zijn rekeningen overmaakten geld verworven en ook voorhanden gehad. Verdachte heeft het geld vervolgens omgezet en/of gebruikt om “rendementen” uit te keren en om voorwerpen te kopen en/of kosten te betalen. Over de pinbetalingen en creditcardbetalingen merkt de rechtbank op dat daarmee het ontvangen geld van aangevers door verdachte is omgezet en gebruikt. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 5 A tenlastegelegde bewezen.

Ten aanzien van het onder B onder a tenlastegelegde overweegt de rechtbank dat uit de verklaring van [naam 40] kan worden opgemaakt dat verdachte de erfpacht en de aanneemovereenkomst bewust op naam van zijn toenmalige vrouw en kinderen heeft willen zetten. Uit het onderzoek naar de bestedingen van verdachte is naar voren gekomen dat van de bankrekeningen van verdachte meerdere bedragen zijn overgeschreven voor de kosten die met de woning in Thailand samenhangen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte door de erfpacht en de woning op naam van anderen te zetten dan ook geprobeerd te verhullen wie de rechthebbende is.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 5 B sub a ook bewezen.

Feit 6

Naar aanleiding van een aanvraag om een hypothecaire lening is op 18 juli 2011 door de [naam 91] , gevestigd te Utrecht, een offerte uitgebracht aan verdachte en medeverdachte [naam 47] voor een eerste hypothecaire inschrijving op het kantoorpand gelegen aan de [adres 2] . Volgens de offerte dienden - voor zover in dit verband van belang - werkgeversverklaringen te worden overgelegd van verdachte en van [naam 47] . De offerte is door verdachte en [naam 47] voor akkoord ondertekend.178

Ten behoeve van verdachte en [naam 47] zijn op 19 juli 2011 werkgeversverklaringen opgesteld die namens de werkgever in Apeldoorn zijn ondertekend door [naam 44] . Volgens de werkgeversverklaringen is [naam 42] [naam 40] te Apeldoorn de werkgever van verdachte en van [naam 47] . Op beide formulieren is bij de vraag of de werknemer directeur/aandeelhouder is, het hokje “nee” aangekruist. Verder is op beide formulieren aangekruist dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of een aanstelling in vaste dienst. Bij verdachte is als functie ingevuld dat hij werkt als adviseur, bij [naam 47] is ingevuld dat zij werkt als directrice algemeen.179

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte en [naam 47] in zijn aanwezigheid de hypotheekofferte hebben getekend en dat de werkgeversverklaringen toen al klaar lagen.180

Op 19 augustus 2011 is op naam van verdachte en [naam 85] een hypotheek van € 360.000,- verleend inzake het pand [adres 2] .181

Uit een uittreksel van de Kamer van Koophandel van 14 november 2011 komt naar voren dat verdachte vanaf 15 oktober 2010 directeur en enig aandeelhouder was van [naam 42] v/h [naam 40] en dat [naam 47] vanaf 15 oktober 2010 lid was van de Raad van Commissarissen.

[naam 63] heeft verklaard dat haar vader (verdachte) een eigen incasso vennootschap heeft gehad in Apeldoorn aan de [adres 2] met de naam [naam 51] voorheen [naam 4] en dat hij van dat bureau nog steeds bestuurder is. [naam 54] is op 1 juni 2010 opgericht omdat haar vader aangaf te willen stoppen en zijn werkzaamheden aan haar te willen overdragen.182

Dit beeld komt ook naar voren in verklaringen van personeelsleden die hebben gewerkt bij [naam 42] v/h [naam 4] . Zo heeft getuige [getuige 2] verklaard dat hij werkzaam was bij [naam 42] v/h [naam 4] en dat deze eind 2009/begin 2010 is overgegaan naar [naam 54] . Ze gingen verhuizen naar het [straatnaam] . Vanaf dat moment was [voornaam 5] de directeur en eindverantwoordelijk.183

[naam 44] heeft verklaard dat hij [naam 63] sinds juli 2010 kent en dat zij toen directeur was van [naam 54] . Hij heeft geen werkzaamheden verricht voor [naam 54] en was daartoe ook niet gevolmachtigd.184

De rechtbank acht op grond van voormelde bewijsmiddelen feit 6 bewezen. Op de werkgeversverklaringen is informatie ingevuld die niet overeenkomt met de werkelijkheid. Daarnaast zijn de werkgeversverklaringen ondertekend door [naam 44] . Niet is gebleken dat [naam 44] hiertoe bevoegd was. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat verdachte geen wetenschap heeft gehad van het feit dat de werkgeversverklaring onjuist was en dat hij niet opzettelijk gebruik heeft gemaakt van de werkgeversverklaring. Bij het ondertekenen van de hypotheekofferte lagen de werkgeversverklaringen al klaar. Verdachte had op dat moment niet alleen kunnen maar ook moeten zien dat de verklaringen waren ondertekend door een niet daartoe bevoegd persoon. Dit geldt eens te meer nu het de partner van zijn dochter [voornaam 5] betrof. Door toch de werkgeversverklaringen bij de offerte te voegen heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank met opzet gebruik gemaakt van een valselijk opgemaakt geschrift. De rechtbank acht niet bewezen dat sprake is geweest van medeplegen nu uit het dossier niet blijkt van een nauwe en bewuste samenwerking met [naam 85] .

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5A primair en 5 B en 6 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 8 april 2014 in Apeldoorn en/of Bennekom en/of Renkum en/of Soest en/of Veenendaal en/of Zeist en/of Breda, althans in Nederland, en/of in Maleisië tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels

een groot aantal (rechts)personen, waaronder:

  • -

    Dhr. [naam 8] en/of dhr. [slachtoffer 2] en/of dhr. [slachtoffer 3] voor een totaalbedrag van om en nabij € 1.297.723;

  • -

    [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] voor een totaalbedrag van om en nabij € 142.751;

  • -

    [slachtoffer 6] en/of dhr [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] voor een totaalbedrag van om en nabij € 497.348;

  • -

    [slachtoffer 9] voor een totaalbedrag van om en nabij € 324.480;

  • -

    [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] voor een totaalbedrag van om en nabij €584.530, althans € 218.950;

  • -

    [slachtoffer 12] voor een totaalbedrag van om en nabij € 565.000;

  • -

    [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] and Finance S.A., Saint-Guibert, v/h [naam 97] [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] voor een totaalbedrag van om en nabij € 454.087;

  • -

    Dhr. [naam 34] voor een totaalbedrag van om en nabij € 1.684.159;

  • -

    [slachtoffer 19] voor een totaalbedrag van om en nabij €565.009;

(telkens) heeft bewogen tot de afgifte van hierboven genoemde geldbedragen, althans tot afgifte van enig geldbedrag,

immers heeft hij, verdachte, met vorenomschreven oogmerk telkens - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

  • -

    aan genoemde (rechts)personen voorgehouden dat financieel voordeel behaald zou kunnen worden door te investeren in incassoportefeuilles/vorderingenportefeuilles, die verdachte had gekocht van grote financiële instellingen (banken en/of kredietmaatschappijen); en/of

  • -

    aan genoemde (rechts)personen voorgehouden dat hij, verdachte, niet over voldoende liquide middelen beschikte, en derhalve een mede-investeerder erbij wilde betrekken; en/of

  • -

    aan genoemde (rechts)personen schriftelijke informatie verstrekt (over o.a. [naam 1] en de [naam 2] -portefeuille), waarin hij, verdachte zich beroept op zijn jarenlange incasso-ervaring; en/of

  • -

    aan genoemde (rechts)personen overeenkomsten getoond en/of overgelegd tussen hem, verdachte, en verschillende financiële instellingen waaruit bleek dat dat hij, verdachte, van de betreffende financiële instellingen vorderingenportefeuilles had overgenomen en/of genoemde (rechts)personen (aldus) doen begrijpen dat hij, verdachte, eigenaar was van vorderingenportefeuilles; en/of

  • -

    aan genoemde (rechts)personen aangegeven dat hij, verdachte, zelf een aandeel in die incassoportefeuilles/vorderingenportefeuilles zou behouden; en/of

  • -

    aan genoemde (rechts)personen aangegeven dat zij zelf mochten weten voor welk aandeel zij zouden willen participeren; en/of

  • -

    aan genoemde (rechts)personen aangegeven dat het incasseren van de openstaande vorderingen van die incassoportefeuilles/vorderingenportefeuilles uitgevoerd zou gaan worden door [naam 3] v/h [naam 4] en/of [naam 54] B.V. waarvan de dochter van verdachte bestuurder was; en/of

  • -

    een of meer van de genoemde (rechts)personen overzichten doen toekomen van de stand van zaken met betrekking tot de incasso en de kosten van incassoportefeuilles/vorderingenportefeuilles waarin die genoemde personen eerder al hadden geïnvesteerd

  • -

    aan genoemde (rechts)personen voorgehouden dat deze incassoportefeuilles/vorderingenportefeuilles over een langere periode zouden gaan renderen met lucratief rendement, waarbij na ongeveer een jaar of drie, althans een periode van enige duur het break even point bereikt zou zijn;

  • -

    ten kantore van [naam 3] v/h [naam 4] en/of [naam 54] B.V. aan genoemde (rechts)personen dossiers en/of stukken getoond en/of doen tonen die betrekking hadden op de vorderingen die deel uitmaakten van die incassoportefeuilles/vorderingenportefeuilles,

waardoor bovengenoemde (rechts)personen werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 juli 2013 te Apeldoorn en/of Bennekom en/of Renkum en/of Soest en/of Veenendaal en/of Zeist en/of Breda en/of Warnsveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke personen,

een of meer geschriften, namelijk onder meer de navolgende:

  1. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 7] tussen [naam 6] en [verdachte] d.d. 17 juli 2013; en/of

  2. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 2] tussen [naam 8] en [verdachte] d.d. 8 december 2011; en/of

  3. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 9] tussen [naam 8] en [verdachte] d.d. 12 april 2012; en/of

  4. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 10] tussen [naam 8] en [verdachte] d.d. 08 november 2012; en/of

  5. een koopovereenkomst WSPN vorderingenportefeuille [naam 11] tussen [naam 8] en [verdachte] d.d. 06 juni 2012; en/of

  6. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 12] , [naam 13] en [naam 29] tussen [naam 8] en [verdachte] d.d. [nummer] maart 2013; en/of

  7. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 7] tussen [naam 8] en [verdachte] d.d. 16 april 2013; en/of

  8. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 10] 2010 tussen [naam 92] en [verdachte] d.d. 08 maart 2011; en/of

  9. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 2] tussen [naam 15] en [verdachte] d.d. 08 december 2011; en/of

  10. een overeenkomst met betrekking tot een [naam portefeuille] tussen [naam 16] en [verdachte] d.d. 14 mei 2010; en/of

  11. een koopovereenkomst betreffende de wnsp-portefeuille van [naam 17] tussen [naam 34] en [verdachte] d.d. 4 februari 2009; en/of

  12. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 2] tussen [naam 34] en [verdachte] d.d. 30 juli 2011; en/of

  13. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 10] tussen [naam 34] en [verdachte] d.d. 04 oktober 2011; en/of

  14. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 19] tussen [naam 34] en [verdachte] d.d. 27 januari 2012; en/of

  15. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 11] (WSNP-posten) tussen [naam 34] en [verdachte] d.d. 07 februari 2012; en/of

  16. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 20] tussen [naam 34] en [verdachte] d.d. 14 februari 2012; en/of

  17. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 11] tussen [naam 34] en [verdachte] d.d. 28 juni 2012; en/of

  18. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 7] tussen [naam 21] en [verdachte] d.d. 17 juli 2013; en/of

  19. een koopovereenkomst Vorderingenportefeuille [naam 11] (WSNP-posten) tussen [naam 22] en [verdachte] d.d. 22 januari 2013;

althans (koop)overeenkomsten, althans geschriften, dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

(telkens) met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, en/of daarvan opzettelijk gebruik heeft gemaakt als waren zij echt en onvervalst,

bestaande die valsheid hierin dat (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid in die (koop)overeenkomst(en) een onjuiste eigendomsverhouding is weergegeven, namelijk dat hij, verdachte, de in die (koop)overeenkomst(en) genoemde vorderingenportefeuilles in eigendom heeft verkregen,

en bestaande dat gebruik hierin dat hij, verdachte die (koop)overeenkomsten (telkens) (al dan niet ter ondertekening) aan zijn wederpartij heeft voorgelegd en/of heeft doen toekomen en/of die (koop)overeenkomsten (telkens) zelf heeft ondertekend;

3.

hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 30 juni 2013 te Apeldoorn en/of Bennekom en/of Renkum en/of Soest en/of Veenendaal en/of Zeist en/of Breda en/of Warnsveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke personen,

een of meer geschriften, namelijk onder meer de navolgende:

  1. een overeenkomst herincasso portefeuille 2010 tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 01 juli 2010; en/of

  2. een koopovereenkomst tussen [naam 25] en [verdachte] d.d. 22 januari 2010; en/of

  3. een overeenkomst [naam 10] portefeuille 2010 tussen [naam 23] en [verdachte] d.d. 11 oktober 2010; en/of

  4. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 5 mei 2011, betreffende 396 door de [naam 2] gesloten geldleningsovereenkomsten; en/of

  5. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 4 april 2012, betreft 528 door [naam 19] gesloten huurkoopovereenkomsten; en/of

  6. een koopovereenkomst [naam 10] Portefeuille 2013 tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 26 oktober 2012; en/of

  7. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 4 mei 2012, betreffende door [naam 11] gesloten geldleningsovereenkomsten; en/of

  8. een overeenkomst Bank Portefeuilles 2013 tussen tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 28 februari 2013, betreffende in totaal 536 dossier van [naam 12] , [naam 28] en [naam 29] ; en/of

  9. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 10 april 2013, betreffende de door de [naam 7] gesloten geldleningsovereenkomsten; en/of

  10. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 21 oktober 2009, betreffende een 490-tal door [naam 20] gesloten geldleningsovereenkomsten; en/of

  11. een overeenkomst [naam 10] Portefeuille 2011 tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 25 augustus 2011; en/of

  12. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 27 januari 2012, betreffende een 528-tal door [naam 19] gesloten huurovereenkomsten; en/of

  13. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 31 januari 2012, betreffende een 91-tal door [naam 11] gesloten geldleningsovereenkomsten; en/of

  14. een koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] d.d. 11 juni 2012, betreffende door [naam 11] gesloten geldleningsovereenkomsten; en/of

  15. een koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] d.d. 17 juni 2013, betreffende door de [naam 7] gesloten geldleningsovereenkomsten; en/of

  16. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d. 22 juli 2009, betreffende een 490-tal door [naam 20] gesloten geldleningsovereenkomsten; en/of

  17. een koopovereenkomst tussen [naam 23] (vertegenwoordigd door [naam 24] ) en [verdachte] d.d 21 januari 2012, betreffende een 91-tal door [naam 11] gesloten geldleningsovereenkomsten;

althans (koop)overeenkomsten, althans geschriften, dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

(telkens) met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, en/of daarvan opzettelijk gebruik heeft gemaakt als waren zij echt en onvervalst,

bestaande die valsheid hierin dat (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid in die overeenkomst(en) een onjuiste eigendomsverhouding is weergegeven, namelijk dat hij, verdachte, de in die overeenkomst(en) genoemde vorderingenportefeuilles in eigendom heeft verkregen,

en bestaande dat gebruik hierin dat hij, verdachte die overeenkomsten (telkens) in het kader van overleg/onderhandelingen met geïnteresseerden in participatie in de incasso van de in die overeenkomst(en) genoemde vorderingenportefeuilles aan die geïnteresseerden heeft getoond en/of verstrekt, en/of heeft bijgevoegd als bijlage bij met die geïnteresseerden gesloten koopovereenkomsten;

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 8 april 2014 in Apeldoorn en/of Bennekom en/of Soest en/of Veenendaal en/of Zeist en/of Breda en/of Warnsveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke personen,

een of meer geschriften, onder meer de navolgende:

  1. een overeenkomst van opdracht d.d. 9 augustus 2010 tussen [naam 31] en [naam 32] en [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] , betreffende een door [verdachte] van [naam 25] gekochte portefeuille met een waarde van 4.124.065,83 euro; en/of

  2. een overeenkomst van opdracht d.d. 9 augustus 2010 tussen [naam 31] en [naam 32] en [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] , betreffende een door [verdachte] van [naam 23] gekochte portefeuille met een waarde van 12.601.149,71 euro; en/of

  3. (een) overeenkomst(en) van opdracht d.d. 12 april 2012 en 6 juni 2012 en 8 november 2012 tussen [naam 8] en [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] , betreffende door [verdachte] van [naam 23] gekochte portefeuille(s) met een waarde van respectievelijk 8.290.907,74 euro (12 april 2012), 8.586.265,83 euro (6 juni 2012) en 12.580.899,06 euro (12 november 2012); en/of

  4. (een) overeenkomst(en) van opdracht d.d. 30 juli 2011 en 04 oktober 2011 tussen [naam 34] en [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] , betreffende door [verdachte] van [naam 23] gekochte portefeuille(s) met een waarde van respectievelijk 7.846.991,18 euro (30 juli 2011) en 14.439.780,62 euro (04 oktober 2011); en/of

  5. een overeenkomst van opdracht d.d. 8 december 2011 tussen [naam 35] en [naam 8] en [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] , betreffende door [verdachte] van [naam 23] gekochte portefeuille(s) met een waarde van 7.846.991,18 euro; en/of

  6. een overeenkomst d.d. d.d. 04 februari 2009 tussen [naam 34] en [verdachte] , betreffende een door die [naam 34] en die [verdachte] van [naam 17] aangekochte portefeuille met een waarde van 235.071,76 euro;

  7. een overeenkomst d.d. 16 april 2009 tussen [naam 36] en [naam 37] en [verdachte] betreffende een door die [naam 36] , [naam 37] en [verdachte] van [naam 23] gekochte portefeuille(s) met een waarde van 235.071,76 euro; en/of

  8. een overeenkomst van opdracht d.d. 17 augustus 2009 tussen [naam 36] en [naam 37] en [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] betreffende een door die [naam 36] , [naam 37] en [verdachte] van [naam 23] gekochte portefeuille(s) met een waarde van 656.849,27 euro;

  9. een overeenkomst van opdracht d.d. 12 november 2009 tussen [naam 38] en [naam 22] en [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] betreffende een door die [naam 32] , [naam 39] en [verdachte] van [naam 23] gekochte portefeuille(s) met een waarde van 656.849,27 euro;

althans (opdracht)overeenkomsten, althans geschriften, dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

(telkens) met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, en/of daarvan opzettelijk gebruik heeft gemaakt als waren zij echt en onvervalst,

bestaande die valsheid hierin dat (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid daarin was weergegeven dat hij, verdachte, de in die opdrachtovereenkomsten genoemde vorderingenportefeuilles had gekocht van de [naam 25] en/of van [naam 23] en/of van [naam 17] ,

en bestaande dat gebruik hierin dat hij, verdachte die (opdracht)overeenkomsten (telkens) (al dan niet ter ondertekening) aan zijn wederpartij heeft voorgelegd en/of heeft doen toekomen en/of die (opdracht)overeenkomsten (telkens) zelf en/of namens [naam 3] v/h [naam 4] heeft ondertekend en/of doen ondertekenen;

5.

A.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 8 april 2014 te Apeldoorn, althans (elders) in Nederland, en/of in Thailand, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) een of meer voorwerpen, te weten één of meer geldbedrag(en) (in totaal ongeveer 5.749.506 euro), verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van die/dat voorwerp(en) gebruik gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk – (geheel of gedeeltelijk) afkomstig was/waren uit enig misdrijf

(immers heeft/hebben verdachte en zijn mededader(s) dat/die geldbedrag(en) (telkens) aangewend voor onder andere

  • -

    uitgaven met betrekking tot de verwerving van (de exclusieve gebruiksrechten op) en/of de bouw van en/of de inrichting van een villa in Thailand (perceel nummer [nummer] op [naam golfclub] , [adres 1] in Thailand), en/of

  • -

    pinbetalingen, en/of

  • -

    creditcardbetalingen, en/of

  • -

    dieren (o.a. paarden en honden) en dierbenodigdheden, en/of

  • -

    reizen, en/of

  • -

    auto’s, en

  • -

    interieur (waaronder één of meer schilderijen/kunstvoorwerpen), en/of

  • -

    hypotheeklasten, en/of

  • -

    een caravan, en/of

  • -

    een perceel grond);

en/of

B.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 8 april 2014 te Apeldoorn, althans (elders) in Nederland, en/of in Thailand, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

a.

van een of meer voorwerpen, namelijk

  • -

    een villa in het buitenland (te weten een villa op perceel nummer [nummer] op [naam golfclub] , [adres 1] in Thailand, althans het recht op het exclusieve gebruik van genoemde villa (zoals vastgelegd door middel van een Villa Construction Agreement)), en/of

  • -

    de erfpacht naar Thais recht, althans het recht op het exclusieve gebruik van het perceel grond waarop bovengenoemde villa is gebouwd (zoals vastgelegd door middel van een Land Lease Agreement)

de werkelijke aard heeft verbogen en/of heeft verhuld en/of de herkomst heeft verbogen en/of heeft verhuld en/of de vindplaats en/of de vervreemding heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen is/zijn en/of die voorwerpen voorhanden heeft,

(immers heeft verdachte dat/die voorwerp(en) aangekocht doch (vervolgens) op naam gezet/doen zetten van een of meer ander(en) dan verdachte);

en/of

b.

bovengenoemde voorwerpen heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van die/dat voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,

(immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) deze voorwerpen aangekocht en/of (meermalen) in bovengenoemde villa en op bovengenoemd perceel grond verbleven)

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk – (geheel of gedeeltelijk) afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

6.

hij in de periode van 18 juli 2011 tot en met 19 augustus 2011, te Utrecht en/of Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van

  • -

    een model-werkgeversverklaring d.d. 19 juli 2011, afgegeven door [naam 42] v/h [naam 4] ten behoeve van [verdachte] , en/of

  • -

    een model-werkgeversverklaring d.d. 19 juli 2011, afgegeven door [naam 42] v/h [naam 4] ten behoeve van [naam 43] ,

zijnde een model-werkgeversverklaring een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware(n) die model-werkgeversverklaring(en) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin, dat hij en/of zijn mededader(s) die model-werkgeversverklaring(en) hebben heeft gevoegd of hebben heeft doen voegen bij de stukken voor de aanvraag van een hypothecaire lening op het pand [adres 2] ,

en bestaande die valsheid hierin, dat in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –

  • -

    in de model-werkgeversverklaring ten behoeve van [verdachte] was vermeld dat geen sprake was van directeur- en/of aandeelhouderschap, en/of

  • -

    in de model-werkgeversverklaring ten behoeve van [naam 43] was vermeld dat sprake was van een dienstverband tussen [naam 42] v/h [naam 4] enerzijds en [naam 43] anderzijds, waarbij [naam 43] de functie van directrice zou uitoefenen, en/of

  • -

    de model-werkgeversverklaring ten behoeve van [verdachte] en/of de model-werkgeversverklaring ten behoeve van [naam 43] was/waren ondertekend door [naam 44] namens de werkgever;

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1:

Oplichting, meermalen gepleegd;

Feiten 2, 3 en 4 telkens:

De voortgezette handeling van valsheid in geschrift en opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd;

Feit 5

Een gewoonte maken van witwassen en witwassen;

Feit 6:

Opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van een straf of maatregel

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Als bijkomende straf heeft de officier van justitie gevorderd dat de villa in Thailand verbeurd zal worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft een gevangenisstraf bepleit die gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Voor zover de rechtbank besluit een langere gevangenisstraf op te leggen, verzoekt de rechtbank het meerdere in voorwaardelijke vorm op te leggen. De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. In dit verband heeft hij gewezen op de media-aandacht die de strafzaak heeft gehad en het feit dat hij en zijn gezin meermalen zijn bedreigd. Ook heeft de raadsman erop gewezen dat verdachte aan het onderzoek heeft meegewerkt en het laakbare van zijn handelen inziet. Volgens de raadsman kan geen rekening worden gehouden met de eerdere veroordeling nu dit oude feiten betreffen.

De raadsman heeft gelet op het voorgaande opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis verzocht. De raadsman heeft verder verzocht de vordering tot verbeurdverklaring van de villa van de officier van justitie af te wijzen.

Overweging

De rechtbank acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan oplichting, valsheid in geschrift en witwassen. Hij heeft meerdere keren potentiële investeerders benaderd en hen voorgehouden dat hij vorderingenportefeuilles had gekocht van banken. Ter onderbouwing hiervan heeft hij hen koopovereenkomsten laten zien waaruit bleek dat hij eigenaar was van de betreffende vorderingenportefeuille. Verdachte maakte de overeenkomsten zelf met behulp van wat knip- en plakwerk. Verdachte spiegelde de potentiële investeerders voor dat ze een lucratief rendement konden behalen door te participeren in de vordering en gaf hen onder meer informatie over de portefeuilles. Deze potentiële investeerders werden daardoor bewogen tot de aankoop van de aangeboden, doch niet-bestaande, portefeuille(s) en investeerden vervolgens grote bedragen. Verdachte stelde koopovereenkomsten en opdrachtovereenkomsten op die hij ondertekende en door de investeerders liet tekenen. De investeringen zouden niet kunnen leiden tot het uitbetalen van de rendementen, zoals dat aan de slachtoffers werd voorgespiegeld. De niet-bestaande vorderingen konden immers niet worden geïncasseerd. Uit nieuw verkregen investeringsgelden werden onder de titel van rendementsuitkering bedragen aan de investeerders uitgekeerd.

Verdachte heeft vervolgens de ontvangen gelden witgewassen. Hij wist dat de gelden op niet-legale wijze waren verkregen. Hij heeft de gelden onder meer gebruikt om zijn riante en luxe leven te kunnen handhaven. Verdachte heeft verder werkgeversverklaringen van hem en van [naam 85] die valselijk waren opgemaakt, gebruikt om een hypotheek af te sluiten.

Anders dan de raadsman acht de rechtbank geen sprake van een voortgezette handeling ten aanzien van de feiten 1 tot en met 4. Wel is sprake van meerdaadse samenloop als bedoeld in artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij, terwijl hij nog in een proeftijd verkeerde van een eerdere veroordeling, op stelselmatige wijze geld afhandig heeft gemaakt van niets vermoedende personen/rechtspersonen. Veel van deze personen kende hij. Hij onderhield met een aantal personen zelfs een langdurige vriendschappelijke relatie. Verdachte heeft het vertrouwen van de investeerders ernstig beschaamd. Dat er een eind aan zijn praktijken is gekomen is niet aan hemzelf te danken. Zelfs toen hij op het punt stond door de mand te vallen heeft hij investeerders ervan weten te overtuigen dat er niets aan de hand was en hen opnieuw geld laten investeren in niet-bestaande portefeuilles.

Gelet op het aantal investeerders dat verdachte heeft benadeeld, de hoogte van de door hen geïnvesteerde bedragen en het door verdachte daarmee verkregen voordeel, de lange duur van verdachtes verwerpelijke gedragingen en gelet op voorgaande overwegingen acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf van 48 maanden passend en gerechtvaardigd. De rechtbank zal echter 12 maanden daarvan voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van drie jaren teneinde te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verdachte alweer onder een valse naam bezig was een eigen bedrijf op te richten.

De rechtbank wijst het verzoek om opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis af met het oog op de op te leggen straf.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de villa in Thailand verbeurd zal worden verklaard. De rechtbank overweegt dienaangaande dat geen beslag is gelegd op de woning in Thailand. Daarnaast berust de eigendom van de villa niet bij verdachte. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen mogelijkheden de villa verbeurd te verklaren, nog daargelaten dat over de waarde van de villa weinig bekend is.

8. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [naam 8] heeft zich gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft de aankoop van de vorderingenportefeuilles. [naam 8] heeft in dit verband verwezen naar de aangifte en de daarbij gevoegde bijlagen die hij tevens heeft gevoegd bij het voegingsformulier.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 52.948,64 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft de overeenkomst WSNP-portefeuille.

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 52.948,64 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft de overeenkomst WSNP-portefeuille.

De benadeelde partij [naam 35] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 65.272,00 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft deelname in de [naam 2] -portefeuille en de wettelijke rente.

De benadeelde partij [naam 92] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 94.938,00 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft deelname in de [naam 65] -portefeuille, de wettelijke rente en onderzoekskosten.

De benadeelde partij [naam 31] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 371.359,00 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft:

  • -

    de aankoop van drie vorderingenportefeuilles;

  • -

    wettelijke rente;

  • -

    kosten van onderzoek;

  • -

    kosten van juridische bijstand.

De benadeelde partij [slachtoffer 7], gemachtigde [naam 31] , heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 92.647,67 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft:

  • -

    de aankoop van een vorderingenportefeuille;

  • -

    wettelijke rente;

  • -

    kosten van onderzoek.

De benadeelde partij [naam 93], gemachtigde [naam 31] , heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 116.357,88 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft huurderving en imagoschade.

De benadeelde partij [naam 40] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 565.000,00 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft de aankoop van de vorderingenportefeuilles.

De benadeelde partij [naam 16], gemachtigde [naam 94] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 369.183,06 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft de aankoop van een vorderingenportefeuille verhoogd met de wettelijke rente.

De benadeelde partij [naam 69] , gemachtigde [naam 95] , heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 239.751,00 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft de aankoop van twee portefeuilles te verhogen met de wettelijke rente.

De benadeelde partij [naam 69] , gemachtigde [naam 37] , heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 239.751,00 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft de aankoop van twee portefeuilles te verhogen met de wettelijke rente.

De benadeelde partij [naam 73] , gemachtigde [naam 37] , heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 297.307,00 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft de aankoop van twee portefeuilles (A en B) te verhogen met de wettelijke rente.

De benadeelde partij [slachtoffer 17] , gemachtigde [naam 96] , heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 61.721,02 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft de aankoop van een portefeuille (C) te verhogen met de wettelijke rente.

De benadeelde partij [naam 97] . , gemachtigde [naam 37] , heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 58.845,92 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft de aankoop van een portefeuille (D) te verhogen met de wettelijke rente.

De benadeelde partij [naam 6] voorheen [naam 97] , gemachtigde [naam 37] , heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 36.213,76 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft de aankoop van een portefeuille (E) te verhogen met de wettelijke rente.

De benadeelde partij [naam 100] , gemachtigde [naam 101] , heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.936.705,47 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. De schade waarvoor een vergoeding wordt gevorderd betreft:

  • -

    de betaalde hoofdsommen op valse overeenkomsten;

  • -

    verstrekte geldlening op valse grond;

  • -

    incassokosten;

te verhogen met de wettelijke rente.

De benadeelde partij [naam 22], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 565.008,64, zijnde de aankoopbedragen van de vorderingenportefeuilles, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de bedragen die verdachte heeft ontvangen van de benadeelde partijen dienen te worden terugbetaald. Voor zover vorderingen dubbel zijn opgesteld, dient slechts één vordering te worden toegewezen. De officier van justitie heeft gesteld dat alle vorderingen die worden toegewezen dienen te worden verhoogd met de wettelijke rente en dat steeds de schadevergoedingsmaatregel dient te worden opgelegd.

Volgens de officier van justitie zijn de vorderingen van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [naam 40] , [slachtoffer 9] , [naam 15] en [naam 69] toewijsbaar. De vordering betreffende de portefeuille waarin [naam 62] en [naam 64] samen investeerden is tot de hoofdsom toewijsbaar. Daarnaast zijn de onderzoekskosten die [naam 62] en [naam 64] en [naam 15] vorderen volgens de officier van justitie toewijsbaar. [naam 62] en [naam 64] dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard voor zover dit betreft de gevorderde advocaatkosten. [naam 64] dient verder ten aanzien van de tweede portefeuille niet-ontvankelijk te worden verklaard. Volgens de officier van justitie is ten aanzien van de vordering van [naam 8] een bedrag van € 1.100.000,- toewijsbaar en ten aanzien van de vordering van [naam 39] de hoofdsom van de eerste twee portefeuilles. [naam 39] dient ten aanzien van de derde portefeuille niet-ontvankelijk te worden verklaard. De officier van justitie meent verder dat de vordering inzake de vorderingenportefeuilles van [naam 34] kan worden toegewezen nu de erfgenamen de vordering onder algemene titel in hun bezit hebben gekregen. Ten aanzien van de geldlening en de advocaatkosten meent de officier van justitie dat deze onvoldoende verband hebben met het tenlastegelegde. Om die reden dient [naam 100] niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering. Van de vorderingen ingediend namens [naam 97] . , [naam 6] , [naam 73] en [slachtoffer 17] is onduidelijk wie vertegenwoordigingsbevoegd is. Daarnaast is er geen vertaling van de in de Franse taal overgelegde stukken.

Voor zover vorderingen niet aan de eisen van de wet voldoen en niet toewijsbaar zijn, meent de officier van justitie dat een kale schadevergoedingsmaatregel dient te worden opgelegd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair niet-ontvankelijkverklaring van alle benadeelde partijen bepleit, omdat de behandeling van de vorderingen een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. Subsidiair heeft de raadsman zich ten aanzien van de vorderingen van [naam 40] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 9] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van de vordering van [naam 15] meent de raadsman dat de gevorderde onderzoeks- en advocaatkosten geen rechtstreekse schade is en daarom niet toewijsbaar. Met betrekking tot de vorderingen van de aan [naam 37] gelieerde vennootschappen merkt de raadsman op dat uit de stukken blijkt dat [naam 37] bestuurder is van [naam 73] Uit de stukken, die veelal in het Frans zijn opgesteld, kan niet worden herleid dat [naam 37] bevoegd was namens deze buitenlandse vennootschappen vorderingen in te dienen. Deze vorderingen dienen dan ook te worden afgewezen of deze benadeelde partijen dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard. Ten aanzien van de door [naam 62] ingediende vorderingen heeft de raadsman betoogd dat niet blijkt dat [naam 64] bevoegd is middels [naam 62] namens de vennootschappen een vordering in te dienen. Niet blijkt dat [naam 64] bestuurder is van de vennootschappen. Deze vorderingen en de door [naam 64] gevorderde onderzoekskosten dienen te worden afgewezen. De vordering betreffende de tweede portefeuille dient eveneens te worden afgewezen nu de vordering onvoldoende is onderbouwd en er geen rechtstreeks verband is met het tenlastegelegde. De vordering van [naam 62] dient te worden afgewezen voor zover dit betreft de gevorderde onderzoeks- en advocaatkosten, nu een rechtstreeks verband met het tenlastegelegde ontbreekt. De vorderingen van [naam 8] en [naam 39] dienen te worden afgewezen nu deze onvoldoende onderbouwd zijn. Ten aanzien van de vorderingen inzake de vorderingenportefeuilles van [naam 36] en [naam 34] heeft de raadsman betoogd dat zij niet ten gevolge van het gepleegde strafbare feit zijn overleden. Primair meent de raadsman dat de vordering om die reden niet-toewijsbaar is. Subsidiair meent de raadsman dat de geldlening en de incassokosten geen rechtstreekse schade betreffen en de vordering in die zin dient te worden afgewezen.

De raadsman heeft verder betoogd dat voor zover de wettelijke rente ziet op vergoeding van de handelsrente de vorderingen in die zin dienen te worden afgewezen. Ook heeft hij bepleit dat geen kale schadevergoedingsmaatregel zal worden opgelegd.

Overweging

Portefeuilles aangekocht door [naam 8] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering van [naam 8] is gebleken, komen vast te staan dat [naam 8] als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.191.825,72 waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de vordering voldoende is onderbouwd nu uit de stukken blijkt welke bedragen [naam 8] heeft overgemaakt aan verdachte.

Niet is weersproken dat de benadeelde partij [slachtoffer 2], zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag van € 52.948,64 en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering worden toegewezen. De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Evenmin is weersproken dat de benadeelde partij [slachtoffer 3], zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag van € 52.948,64 en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering worden toegewezen. De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Portefeuilles aangekocht door [naam 15] en [naam 92]

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering van [naam 15] is gebleken, komen vast te staan dat [naam 15] als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 60.323,-, te verhogen met de wettelijke rente vanaf 23 december 2011, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar. [naam 15] wordt ten aanzien van het meer of anders gevorderde niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering van [naam 92] is gebleken, is komen vast te staan dat [naam 92] als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 82.427,08, te verhogen met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2011, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is in zoverre voor toewijzing vatbaar. [naam 92] wordt ten aanzien van het meer of anders gevorderde niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. Niet is gebleken dat de onderzoekskosten rechtstreekse schade betreffen.

Portefeuilles aangekocht door [naam 62] en [naam 64]

De rechtbank zal [naam 31] niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering nu de behandeling van die vordering een onevenredige belasting van het strafproces vormt. De rechtbank overweegt in dit verband dat uit de stukken onvoldoende naar voren komt voor welk bedrag hij is benadeeld.

De rechtbank zal [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering nu niet is gebleken dat hij geld heeft overgemaakt aan verdachte en overigens uit de stukken onvoldoende naar voren komt voor welk bedrag hij is benadeeld.

Ook [naam 93] zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu geen sprake is van rechtstreekse schade.

Portefeuilles aangekocht door [naam 40]

Niet is weersproken dat de benadeelde partij , zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag van € 565.000,00. De vordering komt de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voor en zal daarom worden toegewezen. De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Portefeuille aangekocht door [slachtoffer 9]

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering van is gebleken, komen vast te staan dat [slachtoffer 9] als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 324.479,61-, te verhogen met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2010, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar. [slachtoffer 9] wordt ten aanzien van het meer of anders gevorderde niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.

Portefeuilles aangekocht door [naam 36] en [slachtoffer 11]

De rechtbank zal [naam 69] niet-ontvankelijk verklaren in zijn vorderingen, nu aangever [naam 36] is overleden en niet duidelijk is wie namens de rechtspersoon bevoegd is een vordering in te dienen.

Portefeuilles aangekocht door [naam 73] , [slachtoffer 17] , [naam 97] . en [naam 6] voorheen [naam 97] .

Anders dan de raadsman acht de rechtbank voldoende duidelijk wie de bestuurder/directeur/directrice van de betreffende ondernemingen zijn nu [naam 37] daarover heeft verklaard en dezelfde personen de koopovereenkomsten hebben ondertekend.

Niet is weersproken dat de benadeelde partij [naam 73], zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag van € 297.307,00. Nu de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt zal zij deze toewijzen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 april 2009 voor wat betreft een bedrag van € 78.357,25, vanaf 7 september 2009 voor wat betreft een bedrag van € 109.475,00, vanaf 19 oktober 2009 voor wat betreft een bedrag van € 149.474,75 en vanaf 30 december 2009 voor wat betreft een bedrag van € 90.000,00. De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering van [slachtoffer 17] is gebleken, is komen vast te staan dat [slachtoffer 17] als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van in totaal € 61.721,02, te verhogen met de wettelijke rente vanaf 7 augustus 2012 voor het bedrag van € 22.500,- en 27 augustus 2012 voor het bedrag van € 39.221,02, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering van [naam 97] . is gebleken, is komen vast te staan dat [naam 97] als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van in totaal € 58.845,92, te verhogen met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2012, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering van [naam 6] voorheen [naam 97] . is gebleken, is komen vast te staan dat [naam 6] voorheen [naam 97] als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van in totaal
€ 36.213,76, te verhogen met de wettelijke rente vanaf 15 november 2013, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Portefeuilles aangekocht door [naam 34]

De rechtbank zal [naam 100] niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. Niet is gebleken dat [naam 34] is overleden ten gevolge van het bewezen verklaarde feit. [naam 100] kan daarom niet aangemerkt worden als nabestaande die op grond van artikel 51f lid 2 van het Wetboek van Strafvordering zich als benadeelde partij kan voegen in het strafproces.

Portefeuilles aangekocht door [naam 39]

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering van is gebleken, is komen vast te staan dat [naam 39] als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van in totaal € 261.154,75, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Hierbij is de rechtbank uitgegaan van de investering van € 325.000,- met aftrek van de gelden ten bedrage van 63.845,25 die als “rendement” aan [naam 39] zijn terugbetaald. [naam 39] zal voor het meer en anders gevorderde niet-ontvankelijk worden verklaard nu dat deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van de benadeelde partijen van [naam 8] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [naam 35] , [naam 40] , [naam 16] en [naam 39] .

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 56, 57, 225, 326, 420ter, en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

  • -

    wijst af het verzoek om opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis;

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 A primair en B en 6 tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

  • -

    verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 (achtenveertig) maanden;

  • -

    bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 12 (twaalf) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 3 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

  • -

    beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan:
    - de benadeelde partij [naam 8], tot een bedrag van € 1.191.825,72,
    - de benadeelde partij [slachtoffer 2], tot een bedrag van € 52.948,64,
    - de benadeelde partij [slachtoffer 3], tot een bedrag van € 52.948,64,
    - de benadeelde partij [naam 40], tot een bedrag van € 565.000,00,
    - de benadeelde partij [naam 22], tot een bedrag van € 261.154,75,
    met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan:
    - de benadeelde partij [naam 35], tot een bedrag van € 60.323,00, vermeerderd
    met de wettelijke rente vanaf 23 december 2011,
    - de benadeelde partij [naam 92], tot een bedrag van € 82.427,08,
    vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2011,
    - de benadeelde partij [naam 16], tot een bedrag van € 324.479,61, te
    vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2010,
    - de benadeelde partij [naam 73], tot een bedrag van € 297.307,00, te
    vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 april 2009 voor wat betreft een bedrag
    van € 78.357,25, vanaf 7 september 2009 voor wat betreft een bedrag van € 109.475,00,
    vanaf 10 oktober 2009 voor wat betreft een bedrag van € 19.474,75 en vanaf 30
    december 2009 voor wat betreft een bedrag van € 90.000,00,
    - de benadeelde partij [slachtoffer 17], tot een bedrag van € 61.721,02, te
    vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 augustus 2012 voor wat betreft een bedrag
    van € 22.500,00 en vanaf 27 augustus 2012 voor wat betreft een bedrag van € 39.221,02,
    - de benadeelde partij [naam 97] ., tot een bedrag van € 58.845,92, te
    vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2012,
    - de benadeelde partij [naam 6], tot een bedrag
    van € 36.213,76, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 november 2013,
    en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partijen [naam 35] , [naam 92] , [naam 31] , [naam 16] en [naam 22] voor het overige niet-ontvankelijk in hun vorderingen;

  • -

    verklaart de benadeelde partijen [naam 31] , [slachtoffer 7] , [naam 93] , [naam 69] en [naam 100] niet-ontvankelijk in hun vorderingen;

 Legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partijen te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Benadeelde partij Bedrag Vervangende hechtenis

[naam 8] € 1.191.825,72 365 dagen;

[slachtoffer 2] € 52.948,64 294 dagen;

[slachtoffer 3] € 52.948,64 294 dagen;

[naam 40] € 565.000,00 365 dagen;

[naam 22] € 261.154,75 365 dagen;

[naam 35] € 60.323,00 319 dagen;

[naam 16] € 324.479,61 365 dagen,

waarbij in het geval van [naam 35] het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2011, en in het geval van [naam 16] het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2010;

 Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gegeven door mr. Driessen (voorzitter), mr. Kropman en mr. Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 juni 2015.

Mr. Van der Hooft is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] , verbalisant van de Nationale Politie, Eenheid Oost-Nederland, Dienst Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2013107525, gesloten op 13 september 2014, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 1097-1099

3 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 1122-1123

4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 1119

5 Proces-verbaal deelonderzoek witwassen, p. 4906

6 Proces- verbaal van aangifte door [naam 8] , p. 4111-4112

7 Koopovereenkomst tussen [naam 8] en [verdachte] , p. 4132

8 Proces- verbaal van aangifte door [naam 8] , p. 4112

9 Koopovereenkomst tussen [naam 8] en [verdachte] , p. 4146

10 Proces- verbaal van aangifte door [naam 8] , p. 4112-4113

11 Koopovereenkomst tussen [naam 8] en [verdachte] , p. 4170

12 Proces-verbaal van aangifte door [naam 8] , p. 4113

13 Koopovereenkomst tussen [naam 8] en [verdachte] , p. 4199

14 Proces-verbaal van aangifte door [naam 8] , p. 4113

15 Koopovereenkomst tussen [naam 8] en [verdachte] , p. 0197

16 Proces-verbaal van aangifte door [naam 8] , p. 4113-4114

17 Koopovereenkomst tussen [naam 8] en [verdachte] , p. 0165

18 Proces-verbaal van aangifte door [naam 8] , p. 4111, 4114

19 Managementinformatie, p. 4164

20 Financieel overzicht, p. 4165-4167

21 Toelichting op dossierniveau/prognose break even point [naam 65] , p. 4196

22 E-mail, p. 4234

23 Informatie “aankoop van bank-incassoportefeuilles”, p. 4272-4273

24 Bankafschrift van [naam 8] , p. 4120-4121

25 Bankafschriften van [naam 8] , p. 4124-4125

26 Bankafschriften van [naam 8] , p. 4122-4123

27 Bankafschriften van [naam 8] , p. 4126-4127

28 Bankafschriften, p. 4128-4129

29 Overzicht, p. 5051

30 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , p. 4373

31 Overzicht van de bankrekening van [slachtoffer 2] en/of C.R. Harthoorn, p. 4391

32 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , p. 4393

33 Overeenkomst tussen [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [naam 8] , p. 4396

34 Overzicht van de bankrekening van [slachtoffer 3] en I. [naam 61] , p. 4443

35 E-mail, p. 4441

36 Proces-verbaal van aangifte door [naam 35] , p. 4047-4048 en
Proces-verbaal van verhoor van aangever [naam 35] , p. 4098-4100

37 Koopovereenkomst tussen B.V. [naam 92] en [verdachte] , p. 4057

38 Proces-verbaal van aangifte door [naam 15] , p. 4048

39 Proces-verbaal van verhoor van aangever [naam 35] , p. 4099

40 Proces-verbaal van aangifte door [naam 35] , p. 4050 en Proces-verbaal van verhoor van aangever [naam 35] , p. 4099-4100

41 Koopovereenkomst tussen [naam 35] en [verdachte] , p. 4063

42 Proces-verbaal van verhoor van aangever [naam 35] , p. 4098-4099

43 Overzicht bij- en afschrijvingen ondernemersrekening [slachtoffer 5] , p. 4058

44 Bankafschrift [naam 35] , p. 4064

45 Proces-verbaal van aangifte door [naam 31] , p. 3928

46 Proces-verbaal van aangifte door [naam 31] , p. 3930-3931

47 Proces-verbaal van aangifte door [naam 31] , p. 3931-3932

48 Proces-verbaal van aangifte door [naam 31] , p. 3932

49 Koopovereenkomst tussen [naam 31] , p. 364-366

50 Koopovereenkomst tussen [slachtoffer 7] en [verdachte] , p. 0369-0371

51 Proces-verbaal van aangifte door [naam 31] , p. 3932

52 Overzicht verzonden opdrachten, p. 4007

53 Bankafschriften van [naam 31] , p. 4008-4009

54 Bankafschriften, p. 4010-4011

55 Notitie, p. 3964

56 Algemene volmacht, p. 3943-3944

57 Proces-verbaal van aangifte door [naam 16] , p. 4445

58 Overeenkomst tussen [verdachte] en [naam 16] , p. 4478-4479

59 Proces-verbaal van aangifte door [naam 16] , p. 4445

60 Rekeningafschrift, p. 4476

61 Proces-verbaal van aangifte door [naam 21] , p. 4678-4679

62 Koopovereenkomsten tussen [naam 36] in de hoedanigheid van directeur van [slachtoffer 11] en verdachte, p. 4690-4691, 4702-4703, 4705-4706

63 Overzicht, p. 5119, 5127, 5130

64 Proces-verbaal van aangifte door [naam 40] , p. 3824-3825

65 Rekeningoverzichten van de rekening van [naam 40] en/of [naam 70] , p. 3840, 3842

66 Bankafschrift van [naam 40] en/of [naam 70] , p. 3841

67 Proces-verbaal van aangifte door [naam 37] , p. 4711-4713

68 Overzicht, p. 5143

69 Overzicht, p. 5120, 5128, 5130

70 Overzicht, p. 5158, 5161

71 Overzicht, p. 5168

72 Bankcheque, p. 4743

73 Rekeningoverzicht, p. 5178a

74 Overeenkomst tussen [naam 36] in de hoedanigheid van directeur van [naam 102] , [naam 37] in de hoedanigheid van directeur van [slachtoffer 14] , [verdachte] en [naam 42] v/h [naam 4] , p. 4727-4728

75 Koopovereenkomst tussen [naam 6] en [verdachte] , p. 4721-4722

76 Proces-verbaal van aangifte door [naam 37] , p. 4712

77 Koopovereenkomst tussen [naam 78] , in haar hoedanigheid van directrice van [slachtoffer 17] en [verdachte] , p. 2276-2277

78 Koopovereenkomst tussen [naam 34] en [verdachte] , p. 4553-4554

79 Koopovereenkomst tussen [naam 34] en [verdachte] , p. 4572-4573

80 Koopovereenkomst tussen [naam 34] en [verdachte] , p. 4592-4593

81 Koopovereenkomst tussen [naam 34] en [verdachte] , p. 4607-4608

82 Koopovereenkomst tussen [naam 34] en [verdachte] , p. 4616-4617

83 Koopovereenkomst tussen [naam 34] en [verdachte] , p. 4627-4628

84 Proces-verbaal van aangifte door [naam 101] , p. 4511

85 Toelichting op dossierniveau/prognose break even point, p. 4562, 4585, 4595, 4620

86 E-mail, p. 4564

87 E-mail, p. 4597

88 Overzicht, p. 4581

89 Historisch overzicht bankrekening, p. 4514

90 Rekeningafschrift van [naam 34] , p. 4650

91 Rekeningafschrift van [naam 34] , p. 4649

92 Rekeningafschrift van [naam 34] , p. 4647-4648

93 Overzicht bij- en afschrijvingen van de bankrekening van [naam 34] , p. 4546

94 Bankafschrift van [naam 34] , p. 4646

95 Bankafschrift van [naam 34] , p. 4645

96 Bankafschrift van [naam 34] , p. 4644

97 Bankafschrift van [naam 34] , p. 4648

98 Proces-verbaal van aangifte door [naam 22] , p. 4790-4792

99 Overzicht, p. 5170

100 Verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting van 5 juni 2015

101 Proces-verbaal van aangifte door [naam 37] , p. 4712

102 Koopovereenkomst tussen [naam 6] en [verdachte] , p. 4721-4722

103 Proces-verbaal van aangifte door [naam 8] , p. 4111-4114

104 Koopovereenkomst tussen [naam 8] en [verdachte] , p. 4130-4132

105 Koopovereenkomst tussen [naam 8] en [verdachte] , p. 4144-4146

106 Koopovereenkomst tussen [naam 8] en [verdachte] , p. 4168-4170

107 Koopovereenkomst tussen [naam 8] en [verdachte] , p. 4197-4199

108 Koopovereenkomst tussen [naam 8] en [verdachte] , p. 0195-0197

109 Koopovereenkomst tussen [naam 8] en [verdachte] , p. 0163-0165

110 Proces-verbaal van aangifte door [naam 35] , p. 4047-4048

111 Koopovereenkomst tussen B.V. [naam 92] en [verdachte] , p. 4055-4057

112 Koopovereenkomst tussen [naam 35] en [verdachte] , p. 4061-4063

113 Proces-verbaal van aangifte door [naam 16] , p. 4445

114 Overeenkomst tussen [verdachte] en [naam 16] , p. 4478-4479

115 Proces-verbaal van aangifte door [naam 101] , p. 4511

116 Overeenkomst tussen [verdachte] en [naam 34] , p. 4535

117 Koopovereenkomst tussen [naam 34] en [verdachte] , p. 4553-4554

118 Koopovereenkomst tussen [naam 34] en [verdachte] , p. 4572-4573

119 Koopovereenkomst tussen [naam 34] en [verdachte] , p. 4592-4593

120 Koopovereenkomst tussen [naam 34] en [verdachte] , p. 4607-4608

121 Koopovereenkomst tussen [naam 34] en [verdachte] , p. 4616-4617

122 Koopovereenkomst tussen [naam 34] en [verdachte] , p. 4627-4628

123 Proces-verbaal van aangifte door [naam 21] , p. 4678

124 Koopovereenkomst tussen [naam 21] en [verdachte] , p, 4690-4691

125 Proces-verbaal van aangifte door [naam 22] , p. 4791

126 Koopovereenkomst tussen [naam 22] en [verdachte] , p. 4853-4854

127 Verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting van 5 juni 2015

128 Proces- verbaal van aangifte door [naam 8] , p. 4112-4114

129 Proces-verbaal van aangifte door [naam 16] , p. 4445

130 Overeenkomst herincasso portefeuille 2010 tussen [naam 23] en [verdachte] , p. 3975-3977

131 Koopovereenkomst tussen [naam 25] en [verdachte] , p. 0498-0499

132 Koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] , p. 1288-1290

133 Koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] , p. 4548-4549

134 Koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] , p. 4148-4149

135 Koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] , p. 4172-4174

136 Koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] , p. 4200-4201

137 Koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] , p. 0181-183

138 Koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] , p. 0148-0150

139 Koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] , p. 0453-0454

140 Overeenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] , p. 4566-4568

141 Koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] , p. 4587-4588

142 Koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] , p. 4602-4603

143 Koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] , p. 4622-4623

144 Koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] , p. 4724-4726

145 Koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] , p. 1156-1157

146 Koopovereenkomst tussen [naam 23] en [verdachte] , p. 0459-0460

147 Verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting van 5 juni 2015

148 Proces-verbaal van aangifte door [naam 8] , p. 4112-4113

149 Proces-verbaal van aangifte door [naam 31] , p. 3929

150 Proces-verbaal van aangifte door [naam 22] , p. 4791

151 Overeenkomst van opdracht tussen [naam 31] , [naam 38] , [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] , p. 3946-3950

152 Overeenkomst van opdracht tussen [naam 31] , [naam 38] , [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] , p. 3951-3955

153 Overeenkomst van opdracht tussen [naam 8] , [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] , p. 4161-4163

154 Overeenkomst van opdracht tussen [naam 8] , [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] , p. 4192-4194

155 Overeenkomst van opdracht tussen [naam 8] , [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] , p. 4212-4214

156 Overeenkomst van opdracht tussen [naam 34] , [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] , p. 4557-4560

157 Overeenkomst van opdracht tussen [naam 34] , [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] , p. 4576-4579

158 Overeenkomst van opdracht tussen [naam 8] , [naam 35] , [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] , p. 0349-0353

159 Overeenkomst tussen [naam 34] en [verdachte] , p. 4535

160 Overeenkomst tussen [naam 21] , in zijn hoedanigheid van directeur van [naam 69] , [naam 37] in zijn hoedanigheid van directeur van [naam 73] en [verdachte] , p. 4705-4706

161 Overeenkomst tussen [naam 21] , in zijn hoedanigheid van directeur van [naam 69] , [naam 37] in zijn hoedanigheid van directeur van [naam 73] , [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] , p. 4702-4703

162 Overeenkomst tussen [naam 21] , in zijn hoedanigheid van directeur van [naam 69] , [naam 37] in zijn hoedanigheid van directeur van [naam 73] , [verdachte] en [naam 3] v/h [naam 4] , p. 4794-4795

163 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 1097-1099

164 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 1122-1123

165 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 1119

166 Proces-verbaal deelonderzoek witwassen, p. 4906

167 Proces-verbaal deelonderzoek witwassen, p. 4907

168 Proces-verbaal deelonderzoek witwassen, p. 4941

169 Grondhuurovereenkomst, p. 6242-6243, vertaling p. 6212

170 Grondhuurovereenkomst, p. 6259

171 Grondhuurovereenkomst, p. 3264-3265

172 Villa Construction Agreement, p. 3280-3281

173 Proces-verbaal van aangifte door [naam 40] , p. 3824-3825

174 E-mail, p. 3885, 3886

175 E-mail, p. 6168

176 Overzicht, p. 5200-5205

177 Factuur, p. 5329

178 Offerte van [naam 91] , p. 5390, 5392-5393

179 Werkgeversverklaringen, p. 5396-5397

180 Proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 103] , p. 6267

181 Hypotheekakte, p. 6303

182 Proces-verbaal van aangifte door [naam 104] , p. 0967-0968

183 Proces-verbaal van verhoor van [naam 105] , p. 0842

184 Proces-verbaal van verhoor van [naam 44] , p. 5676