Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:3967

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-06-2015
Datum publicatie
17-06-2015
Zaaknummer
05/820402-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Werkstraf en celstraf voor internetoplichting

De rechtbank heeft vandaag twee mannen uit Arnhem (23 en 46 jaar oud) veroordeeld voor het samen plegen van internetoplichting. In 2011 en 2012 hebben de mannen op Markplaats tientallen nepadvertenties gezet waarbij zij valse namen en wisselende e-mailadressen gebruikten. De goederen die zij aanboden, hadden zij niet werkelijk in hun bezit. Nadat de kopers geld hadden overgemaakt, was het niet meer mogelijk contact te krijgen met verdachten. De opbrengst van de mannen bedroeg in het totaal bijna tienduizend euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/820402-14

Datum uitspraak : 17 juni 2015

Verstek

verkort vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum], wonende te [adres]

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting

van 03 juni 2015.

In totaal hebben 32 aangevers zich als benadeelde partij gevoegd in deze zaak (zie Tabel II verwijderd i.v.m. privacy namen) [2 benadeelden] verschenen ter zitting

1. De inhoud van de tenlastelegging 1

Verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 19 januari 2011 tot en met 18 februari 2012 samen met een ander in Nederland een groot aantal mensen heeft opgelicht. Hij zou samen met zijn mededader op Marktplaats onder een valse naam en met valse e-mailadressen goederen te koop hebben aangeboden. Na betaling door de kopers werden die goederen niet geleverd.

Als het medeplegen niet bewezen kan worden dan wordt hem verweten dat hij aan de oplichting medeplichtig is geweest door aan zijn mededader zijn bankrekening en/of bankpas ter beschikking te stellen. Als dit ook niet bewezen kan worden dan wordt hem verweten dat hij in die periode samen met een ander één of meer geldbedragen heeft geheeld.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- De processen-verbaal van aangiftes van

naam aangever formuliernummer paginanummer

(Verwijderd 63 aangevers)

- Het proces-verbaal van verhoor, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte, pagina 491-499

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op tijdstip(pen) in de periode van 19 januari 2011 tot en met 18 februari 2012 te Arnhem en/of Amstelveen en/of Erica en/of Naaldwijk en/of Apeldoorn en/of Venray en/of Zoetermeer en/of Vinkeveen en/of Vught en/of Dodewaard en/of Nootdorp en/of Bakel en/of Culemborg en/of Zaandam en/of Moergestel en/of Berkel Enschot en/of Dinteloord en/of Amsterdam en/of Westervoort en/of Vriezenveen en/of Breda en/of Oosterzee en/of Hardenberg en/of Tegelen en/of Heerhugowaard en/of Terhole en/of Espel en/of Veenendaal en/of Middelburg en/of Rheezerveen en/of Dokkum en/of Loosdrecht en/of 's-Gravenhage en/of Helden en/of Hengelo (OV) en/of Haarlem en/of Andelst en/of Rhoon en/of Veessen en/of Weerselo en/of Hellevoetsluis en/of Bunschoten-Spakenburg en/of Tinte en/of Opmeer en/of Menaam en/of Veendam en/of Alphen aan den Rijn en/of Dordrecht en/op Doetinchem en/of

Hoogeveen en/of Drachten en/of Coevorden en/of Oosterbeek en/of Hurdegaryp tezamen en in vereniging met een ander , (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen (verwijderd 63 benadeelden).

heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of in strijd met de waarheid - zich op de internetsite www.marktpaats.nl, voorgedaan als verkoper(s) van militaria (een of meer Duitse, Amerikaanse, Samurai en/of Engelse helm(en) en/of (vliegeniers) pet(ten), (Duitse) Jas, kriegsmarine verrekijker, pickelhaube) en/of antiek (antieke speeldoos, parfumfles, stoomboot en/of pop) en/of een makita sloophamer en/of Annette Himstedt pop en/of een swarovski uil en/of marathon tuig, en/of - zich door middel van een valse hoedanigheid en/of vals emailadres voorgedaan als

en/of met voornoemde benadeelde(n) en overeengekomen dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), na ontvangst van het overeengekomen geldbedrag zou overgaan tot verzending van de bij hem en/of zijn mededader(s) bestelde militaria (een of meer Duitse, Amerikaanse, Samurai en ngelse helm(en) en/of (vliegeniers) pet(ten), (Duitse) Jas,

kriegsmarine verrekijker, pickelhaube) en antiek (antieke speeldoos, parfumfles, stoomboot en/of pop) en/of een makita sloophamer en Anette Himstedt pop en/of een swarovski uil en/of marathon tuig, althans enig goed aan voornoemde benadeelde(n)

waardoor voornoemde benadeelde(n) werden bewogen tot bovenomschreven afgifte; (verwijderd e-mail adressen)

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 21 april 2015;

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen.

Verdachte en zijn medeverdachte hebben zich schuldig gemaakt aan internetoplichting. Zij hebben op Markplaats nepadvertenties gezet van goederen die zij niet daadwerkelijk hadden. De kopers werd gezegd dat pas geleverd zou worden na betaling op het bankrekeningnummer van verdachte. Nadat de kopers het geld hadden overgemaakt, was het niet meer mogelijk contact te krijgen met verdachten. Doordat verdachten telkens nieuwe e-mailadressen gebruikten, was het evenmin goed mogelijk om op internet na te gaan hoe de ervaringen van anderen met deze ‘verkopers’ waren. Marktplaats is inmiddels gemeengoed in de samenleving en kan alleen functioneren op basis van onderling vertrouwen. Verdachte heeft op valse wijze gebruik gemaakt van het op Marktplaats gangbare handelspatroon.

De rechtbank rekent het verdachte bovendien sterk aan dat de oplichting veelvuldig plaatsvond en meer dan een jaar is doorgegaan.

Verdachte is bovendien eerder veroordeeld voor dergelijke feiten. Deze veroordelingen hebben hem blijkbaar niet weerhouden om opnieuw mensen op te lichten. Hij heeft daarbij opnieuw misbruik gemaakt van het vertrouwen van mensen. De rechtbank vindt het een stevige stok achter de deur voor verdachte nodig, om niet opnieuw in strafbare feiten te vervallen.

De feiten dateren van januari 2011 tot en met februari 2012. Verdachte is in mei 2012 voor het eerst gehoord. Onduidelijk is waarom het zo lang heeft moeten duren voordat de zaak op zitting is aangebracht. Gelet hierop is de redelijke termijn met betrekking tot vervolging van verdachte overschreden. Dit leidt niet tot niet ontvankelijkheid van de officier van justitie, maar tot een lagere straf. De rechtbank vindt daarom dat, in plaats van een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk zoals geëist door de officier van justitie, een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar passend en geboden is.

De rechtbank houdt hierbij rekening met de in februari 2015 opgelegde werkstraf van 120 uur voor een soortgelijk feit gepleegd in dezelfde periode. De zaken hadden destijds gezamenlijk kunnen worden afgedaan.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De in bijlage II genoemde benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen tot betaling van de gevorderde bedragen toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het aantal dagen hechtenis wat bij de desbetreffende bedragen kan worden opgelegd. Hij merkt daarbij op ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen:

  • -

    [benadeelde 1] tot een bedrag van € 68,- ,

  • -

    [benadeelde 2] tot een bedrag van € 56,- en

  • -

    [benadeelde 3]

niet ontvankelijk moeten worden verklaard, aangezien deze schade niet in rechtstreeks verband staat tot het feit waarvan aangifte is gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partijen, genoemd in onderstaande Tabel I als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag van de in Tabel I genoemde schade hebben geleden (totaal € 4119,45), waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Deze vorderingen zijn voor toewijzing vatbaar. Het betreft in alle gevallen het bedrag dat door de benadeelde partijen is overgemaakt voor de goederen die zij meenden te hebben gekocht.

De benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 4] en [benadeelde 2] hebben daarnaast nog andere kosten gevorderd. Van die kosten is niet gebleken dat dit schade is die het rechtstreekse gevolg is van het bewezenverklaarde handelen. Wat betreft dit deel van hun vordering zullen deze benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering. De behandeling van dat deel van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op.

De benadeelde partij [benadeelde 3] zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering nu uit de stukken blijkt dat [benadeelde 3] het door hem overgemaakt bedrag weer teruggestort heeft gekregen. Het meerdere dat [benadeelde 3] vordert is geen schade die het rechtstreekse gevolg is van het bewezenverklaarde handelen. De nadere behandeling van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Het bedrag dat door de benadeelden wordt gevorderd, bedraagt in het totaal € 4119,45. Nu verdachten de feiten gezamenlijk hebben gepleegd en de rechtbank hen aanmerkt als medeplegers zijn verdachten hoofdelijk aansprakelijk voor de gezamenlijke betalingsverplichting van dit bedrag.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 47, 57, 63, 326 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;

 dat de veroordeelde zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde].

- Veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding van in totaal € 4119,45 (vierduizendhonderdnegentien euro en vijfenveertig cent) aan de navolgende benadeelde partijen en van de nagenoemde bedragen in onderstaande Tabel I;

- Legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partijen te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

- Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

- Verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

- Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de hieronder genoemde benadeelde partijen, de hieronder in Tabel 1 genoemde bedragen te betalen (van in totaal € 4119,45 (vierduizend honderdnegentien euro en vijfenveertig cent), met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom, het aantal van in totaal 71 dagen hechtenis (aantal dagen gebaseerd op de afzonderlijke vorderingen) zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 4] en [benadeelde 2] voor het overige niet-ontvankelijk in hun vordering;

 verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in haar vordering

Tabel I

Nummer

Benadeelde partij

Nummer

aangifte in dossier

Pagina

in dossier

Toewijzing in €

Niet ontvankelijk in €

Aantal dagen vervangende hechtenis

1

4

108

80,-

1

2

6

119

186,95

3

3

7

124

126,75

2

4

8

129

406,75

8

5

9

142

107,-

2

6

[benadeelde 1]

11 en 12

164

508, 50

68,-

10

7

14

181

70,-

1

8

15

187

76,75

1

9

16

193

81,75

1

10

[benadeelde 4]

17

197

85,-

2,-

1

11

18

203

45,-

1

12

19

208

71,75

1

13

[2 benadeelden]

21

218

73,50

1

14

[benadeelde 2]

22

223

181,75

56,-

3

15

23

228

346,75

6

16

24

233

65,-

1

17

25

238

121,75

2

18

27

248

110,-

2

19

28

254

100,-

2

20

29

259

101,75

2

21

30

265

80,-

1

22

33

286

101,75

2

23

35

304

130,-

2

24

37

314

121,75

2

25

39

325

101,75

2

26

43

346

80,50

1

27

44

351

116,75

2

28

46

361

30,-

1

29

47

366

116,75

2

30

56

422

90,-

1

31

61

451

101,75

2

32

[2 benadeelden]

62

456

101,75

2

Dit verkort vonnis is gegeven door mr. M.G.J. Post (voorzitter), mr. J.J.H. van Laethem en mr. R. Teekens rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.G. Enderink, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 juni 2015.

1 De tenlastelegging is in bijlage I aan dit vonnis gehecht