Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:3701

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-06-2015
Datum publicatie
09-06-2015
Zaaknummer
282795
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De opzegging van de overeenkomst door gedaagde alsmede het in eigen beheer nemen van de activiteiten is naar voorlopig oordeel, gelet op de omstandigheden, niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid en heeft dus het gewenste rechtsgevolg. Voor dat oordeel is van belang dat het nieuwe bestuur van eiseres - in afwijking van de eerdere afspraken met het oude bestuur - zelf heeft voorgesteld dat gedaagde niet alleen de vrijwilligers maar óók de activiteiten zou overnemen. Daarnaast is gebleken dat een onwerkbare situatie is ontstaan.

Niet gezegd kan worden dat gedaagde door de samenwerking op te zeggen, onzorgvuldig heeft gehandeld. Gelet op de feiten en omstandigheden valt niet in te zien waarom gedaagde een langere opzegtermijn in acht moet nemen dan de opzegtermijn van zes weken, nog daargelaten dat de vrijwilligers kennelijk hun eigen keuze reeds hebben gemaakt en gesteld noch gebleken is waarom zij niet gerechtigd zouden zijn (geweest) die keuze te maken.

De handelwijze van gedaagde is niet onrechtmatig. Partijen zijn geen commerciële bedrijven en al helemaal geen concurrenten van elkaar. Naar voorlopig oordeel is geen sprake van opgebouwde goodwill.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/282795 / KZ ZA 15-128

Vonnis in kort geding van 9 juni 2015

in de zaak van

de stichting

STICHTING ’t KONINGS LOO,

gevestigd te Apeldoorn,

eiseres,

advocaat mr. M.W. Verhoeven te Apeldoorn,

tegen

de stichting

STICHTING PALEIS HET LOO NATIONAAL MUSEUM,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

advocaat mr. J.N. Heeringa te Amsterdam.

Partijen zullen hierna ‘t Konings Loo en Paleis het Loo genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding,

  • -

    de mondelinge behandeling, waar ‘t Konings Loo haar eis heeft gewijzigd in die zin dat zij de vorderingen onder 1 tot en met 3 heeft ingetrokken,

  • -

    de pleitnota van ’t Konings Loo,

  • -

    de pleitnota van Paleis het Loo.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1. ’

t Konings Loo is opgericht bij akte van 25 mei 1972. Blijkens artikel 2, eerste lid, van haar statuten heeft zij met name ten doel de behartiging van de museale belangen van het te Apeldoorn in het voormalige Paleis Het Loo gevestigde museum “Paleis Het Loo Nationaal Museum” en voorts al hetgeen met één en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords.

‘t Konings Loo beschikte over circa 200 vrijwilligers die tal van activiteiten verrichten zoals de exploitatie van de museumwinkel, het verzorgen van rondleidingen, het geven van uitleg, het (ondersteunend) uitvoeren van tuinonderhoud en het verzorgen van vervoer tussen de ingang (de stallen) en het paleis per golfkar.

2.2.

Bij brief van 3 februari 2014 stelden de directeur van Paleis het Loo en de voorzitter van ’t Konings Loo de vrijwilligers op de hoogte van afspraken die zij gemaakt hadden met het oog op het naderende aftreden van drie van de vijf bestuursleden van ’t Konings Loo. Die brief houdt onder meer het navolgende in:
“(…) De zittingstermijn van een drietal bestuursleden van Stichting ‘t Konings Loo loopt binnenkort af en na jarenlange dienst zij stellen zich niet opnieuw verkiesbaar. Het bestuur heeft getracht nieuwe bestuursleden te vinden, maar dat is niet gelukt. Vanwege de uitstekende samenwerking met de

huidige directie van Paleis Het Loo is gezamenlijk gezocht naar een oplossing. Het bestuur heeft de museumdirectie gevraagd de aansturing van de vrijwilligers en de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse gang van zaken over te nemen.

In de nieuwe situatie blijft de Stichting ‘t Konings Loo bestaan, maar zal het bestuur (3 i.pv. 5 leden) voornamelijk toezien op het beheer van de financiën van de stichting. In dit model blijft het bestuur verantwoordelijk voor de financiële stromen, maar blijft zij meer op afstand ten aanzien van de

vrijwilligers en de dagelijkse gang van zaken. Het museum zal net als nu voorstellen doen aan het bestuur voor de ondersteuning van aankopen, restauraties en bijzondere projecten waarvoor in de museumexploitatie geen budget is.

Paleis Het Loo zal voortaan de aansturing van de vrijwilligers voor zijn rekening nemen. Daartoe zuilen twee parttime medewerkers worden geworven. Een Hoofd Vrijwilligers zal verantwoordelijk zijn voor het algemene vrijwilligersbeleid, de aansturing, werving en selectie van vrijwilligers. De

tweede medewerker is verantwoordelijk voor de museumwinkel en zal het Hoofd vrijwilligers bij afwezigheid vervangen. (…) Om de belangen van de vrijwilligers binnen Paleis Het Loo optimaal te behartigen, wordt een vrijwilligersraad ingesteld. (…) Doel is deze raad uiterlijk 1 juli 2014 te laten functioneren, Drie bestuursleden blijven in functie om de overgang naar een nieuw bestuur soepel te laten verlopen.(…)”

2.3.

Op 22 september 2014 is het vorig bestuur van ’t Konings Loo afgetreden en zijn de nieuwe bestuurders in functie getreden. Op 13 oktober 2014 vond een eerste vergadering plaats tussen het nieuwe bestuur van ’t Konings Loo en de directeur van Paleis het Loo. Tijdens deze vergadering bleek dat ’t Konings Loo zich zonder enige motivering niet wilde houden aan de hiervoor onder 2.2 gemaakte afspraken. ’t Konings Loo ging niet meer akkoord met de rol van een bestuur op afstand en wilde alles opnieuw beoordelen. Ook over de positie van de vrijwilligers dacht ’t Konings Loo anders dan eerder was afgesproken.

In de weken daarna is geprobeerd een oplossing te vinden. ’t Konings Loo kwam met het voorstel om naast de vrijwilligers ook alle bedrijfsactiviteiten tegen een nader te bepalen vergoeding, inclusief goodwill, van € 1.000.000,00 over te dragen aan Paleis het Loo. Paleis het Loo en haar Raad van Toezicht gingen daarmee niet akkoord. Het was de directie niet toegestaan meer te betalen dan de reële boekwaarde.

2.4.

Bij brief van 14 april 2015 heeft de raadsman van ’t Konings Loo Paleis het Loo gesommeerd om onder meer de activiteiten te staken die gericht zijn op het overnemen van de activiteiten van de vrijwilligers en haar verboden contact op te nemen met de vrijwilligers.

2.5.

Bij brief van 16 april 2015 heeft de heer [persoon A] (hierna: [persoon A]), directeur van Paleis het Loo het volgende, voor zover van belang, aan de heer [persoon B] (hierna; [persoon B]), voorzitter van ’t Konings Loo het navolgende geschreven.

“(…) Het beheer over de vrijwilligers zal rechtstreeks door Paleis het Loo worden gevoerd en de vrijwilligers van ‘t Konings Loo zullen een vrijwilligerscontract met Paleis het Loo krijgen. Dat betekent dat de vrijwilligers die werkzaamheden verrichten voor Paleis het Loo dat voortaan onder de vlag van Paleis het Loo gaan doen. Daarbij wordt een vrijwilligersraad ingesteld die als klankbord voor de directie van Paleis het Loo fungeert. Het nieuwe, kleinere bestuur van stichting ‘t Konings Loo komt op afstand te opereren met als voornaamste taak het beheer van de financiën. (…)

Inhoudelijk is niet gebleken van (onoverkomelijke) bezwaren tegen het in eigen beheer nemen van de vrijwilligers door Paleis het Loo, maar u heeft voorgesteld een en ander te effectueren tegen betaling van een substantiële overnamesom van een miljoen euro. Onze Raad van Toezicht heeft echter niet ingestemd met het betalen van een substantiële overnamesom nu dit niet in het belang is van Paleis het Loo en derhalve niet strookt met de doelstelling van stichting ‘t Konings Loo.

Nu is gebleken dat de beide stichtingsbesturen geen overeenstemming hebben kunnen

bereiken over de uitvoering van de gemaakte afspraken en er hierdoor inmiddels een

onwerkbare situatie door een verstoorde verstandhouding is ontstaan, zal de directie van

Paleis het Loo in overleg met de Raad van Toezicht, haar eigen verantwoordelijkheid

nemen en met ingang van 1 juni a.s. de winkel, het vervoer van museumbezoekers van de

stallen naar het paleis, de uitgifte van de audiotour, de ondersteuning van de tuindienst en

het geven van rondleidingen zelf gaan verzorgen en zullen de opbrengsten rechtsreeks

aan Paleis het Loo ten goede komen. Met andere woorden, de opbrengsten van de

vrijwilligersactiviteiten zullen zoals voorheen voor dezelfde doelen worden aangewend, maar vallen Paleis het Loo voortaan rechtstreeks toe in plaats van via uw stichting.

Vanaf 1 juni a.s. zullen wij tevens de financiële administratie overdragen aan uw stichting die thans door Paleis het Loo voor stichting ‘t Konings Loo wordt gevoerd.(…)

Nu wij vanaf 1 juni a.s. de vrijwilligersactiviteiten van stichting ‘t Konings Loo in eigen

beheer gaan nemen, betekent dit dat deze vrijwilligersactiviteiten door stichting ‘t Konings

Loo per die datum eindigen. Concreet komt dit erop neer dat er afspraken dienen te worden gemaakt over de bedrijfseigendommen van stichting ‘t Konings Loo die zich bevinden in en rondom het terrein van Paleis het Loo. Wat ons betreft worden deze door Paleis het Loo overgenomen.(…)

In het geval u geen bedrijfseigendommen aan Paleis het Loo over wenst te doen, dan

verzoek ik u dat vóór 1 mei a.s. bekend te maken zodat wij tijdig kunnen overgaan tot het

aanschaffen van eigen winkelvoorraad en pendelbusjes. In dat geval zullen wij de

pendelwagens, audiotour en de winkelvoorraad van stichting ‘t Konings Loo op maandag 1

juni 2015 afleveren op het adres (…)”
Vanzelfsprekend zijn wij bereid stichting ‘t Konings Loo schadeloos te stellen door

vergoeding van de winkelvoorraad, de restwaarde van de audiotours en de waarde van de

pendelwagens. Naar schatting bedraagt de boekwaarde hiervan circa € 200.000,=. Dit

bedrag kan aan stichting ‘t Konings Loo worden overgemaakt zodra er duidelijkheid is over

de afwikkeling van een en ander, Graag hoor ik dan ook uiterlijk 1 mei a.s. van u wat

stichting ‘t Konings Loo wenst ten aanzien van de bedrijfseigendommen. (…)”

3 Het geschil

3.1. ’

t Konings Loo vordert, na wijziging van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    Paleis het Loo te verbieden om de bedrijfsactiviteiten van ’t Konings Loo over te nemen en zelf uit te voeren, waarbij Paleis het Loo zal moeten gehengen en gedogen dat ’t Konings Loo haar activiteiten onbelemmerd kan en mag uitvoeren, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000.000,00 ineens indien Paleis het Loo de activiteiten van ’t Konings Loo zonder toestemming overneemt en een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag dat Paleis het Loo ’t Konings Loo niet in staat stelt om haar activiteiten onbelemmerd uit te voeren.

  • -

    Paleis het Loo te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2. ’

t Konings Loo legt aan haar vordering ten grondslag dat Paleis het Loo onrechtmatig handelt c.q. zal handelen als zij de vrijwilligers in dienst neemt en/of de activiteiten van ’t Konings Loo zonder overeenstemming over de vergoeding overneemt met ingang van 1 juni 2015. Althans is sprake van wanprestatie in de overeenkomst tussen partijen die kan worden geduid als een huurovereenkomst maar ook als een onbenoemde duurovereenkomst. Er dreigt onrechtmatig handelen van Paleis het Loo nu zij heeft aangekondigd per 1 juni 2015 de activiteiten van ’t Konings Loo (bestaande uit de exploitatie van de winkel, het geven van rondleidingen, het besturen van de golfkarren en het ondersteunen bij het tuinonderhoud) over te nemen en zelf te exploiteren. Het is onrechtmatig dat Paleis het Loo deze activiteiten zonder overleg zich als het ware toe-eigent en geen overleg wenst te voeren over de gang van zaken of een billijke vergoeding wil betalen. ’t Konings Loo lijdt daardoor schade nu zij niet langer de activiteiten zelf kan exploiteren en financiële middelen kan genereren waarmee ’t Konings Loo haar doelstelling kan verwezenlijken.

3.3.

Paleis het Loo voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ter zitting heeft ’t Konings Loo primair aangevoerd dat verdedigd kan worden dat zij feitelijk met de Staat der Nederlanden een gebruiksovereenkomst heeft gesloten, nu zij reeds voordat Paleis het Loo in 1994 werd opgericht de museumwinkel exploiteert. Als dat zo is, en als de overeenkomst steeds stilzwijgend is voortgezet, dan is Paleis het Loo niet bevoegd de overeenkomst op te zeggen. Deze stelling is echter niet te rijmen met het feit dat Paleis het Loo de volledige bevoegdheid heeft met betrekking tot de exploitatie van het paleis en ’t Konings Loo zelf ook afspraken heeft gemaakt met Paleis het Loo.

4.2.

Reeds ter zitting is geoordeeld dat geen sprake is van een huurovereenkomst nu ’t Konings Loo voor het gebruik van de museumwinkel geen tegenprestatie verricht. De opbrengsten uit de verkoop komen weliswaar aan Paleis het Loo ten goede, maar die omstandigheid vloeit voort uit de statuten van ’t Konings Loo. De rechtbank kwalificeert de rechtsverhouding tussen partijen als een samenwerkingsovereenkomst van onbepaalde duur.
Een dergelijke overeenkomst is in beginsel opzegbaar en de vraag of de opzegging rechtsgevolg heeft gehad moet worden beantwoord aan de hand van de redelijkheid en billijkheid in verband met de omstandigheden van het geval.

4.3.

De opzegging van de overeenkomst door Paleis het Loo alsmede het in eigen beheer nemen van de activiteiten is naar voorlopig oordeel, gelet op na te noemen omstandigheden, niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid en heeft dus het gewenste rechtsgevolg. Voor dat oordeel is van belang dat het nieuwe bestuur van ’t Konings Loo - in afwijking van de eerdere afspraken met het oude bestuur - zelf heeft voorgesteld dat Paleis het Loo niet alleen de vrijwilligers maar óók de activiteiten zou overnemen. Daarnaast is gebleken dat een onwerkbare situatie is ontstaan doordat het bestuur van ’t Konings Loo niet, zoals afgesproken was, op afstand wilde besturen maar zich met operationele zaken bemoeide, eigen initiatieven ging ontwikkelen, zoals een lintjesmuseum op het stallencomplex, en de Tour Royale, (een pendeldienst door Apeldoorn) en hierover communiceert met derden, terwijl Paleis het Loo van niets weet, laat staan dat zij toestemming heeft gegeven voor dergelijke initiatieven. Daarnaast heeft ’t Konings Loo op 17 april 2015 diverse beeld- en woordmerken gedeponeerd aangaande de collectie die betrekking heeft op het paleis. Paleis het Loo maakt nu kosten om zich tegen deze deponering te verzetten, terwijl ook de kosten die ’t Konings Loo ten behoeve van dat merkendepot maakt, indirect ten laste van Paleis het Loo komen. Naar voorlopig oordeel heeft ‘t Konings Loo in aanzienlijke mate bijgedragen tot de vertrouwensbreuk met Paleis het Loo.

Tot slot kan niet gezegd worden dat Paleis het Loo door de samenwerking op te zeggen, onzorgvuldig heeft gehandeld. Alle vrijwilligersactiviteiten worden al door haar aangestuurd. In de dagelijkse praktijk verandert daarom nagenoeg niets. De vrijwilligers kunnen de werkzaamheden voortzetten zoals ze gewend zijn. Inmiddels hebben, zoals onweersproken is aangevoerd, reeds 182 vrijwilligers meegedeeld dat zij per 1 juni 2015 een vrijwilligersovereenkomst willen sluiten met Paleis het Loo. Gelet op deze feiten en omstandigheden valt niet in te zien waarom Paleis het Loo een langere opzegtermijn in acht moet nemen dan de opzegtermijn van zes weken, nog daargelaten dat de vrijwilligers kennelijk hun eigen keuze reeds hebben gemaakt en gesteld noch gebleken is waarom zij niet gerechtigd zouden zijn (geweest) die keuze te maken. Hoe ’t Konings Loo de activiteiten onder deze omstandigheden denkt te kunnen voortzetten is volstrekt onduidelijk gebleven. Ook van schadevergoeding kan geen sprake zijn al was het maar omdat ’t Konings Loo niet onderbouwt waaruit de schade bestaat die zij stelt te lijden door overname van de activiteiten door Paleis het Loo nu immers de opbrengsten van de activiteiten alleen kunnen worden aangewend ten bate van Paleis het Loo.

4.4. ’

t Konings Loo voert verder aan dat de handelwijze van Paleis het Loo onrechtmatig is en vergelijkbaar met de situatie dat een bedrijf dat een onderneming exploiteert met personeel, waarbij een concurrerende onderneming het personeel als het ware overneemt en de activiteiten verder gaat exploiteren. ’t Konings Loo miskent echter dat zij en Paleis het Loo geen commerciële bedrijven zijn en zij al helemaal geen concurrenten zijn. Bovendien gaat zij eraan voorbij dat de vrijwilligers reeds gedurende langere tijd worden aangestuurd door Paleis het Loo, zodat het overnemen van de vrijwilligers geen verandering van de feitelijke situatie teweeg brengt.

4.5.

De vergelijking met commerciële bedrijven wreekt zich ook waar ’t Konings Loo zich op het standpunt stelt dat Paleis het Loo voor de overname van de activiteiten naast een vergoeding van de over te nemen winkelvoorraad en andere goederen die eigendom zijn van ’t Konings Loo, ook nog een vergoeding wegens goodwill zou moeten betalen zodat Paleis het Loo aan haar belangrijkste geldgever een bedrag van € 1.000.000,00 moet voldoen. Dat de Raad van Toezicht hier niet in kan meegaan wekt dan ook geen verbazing. Naar voorlopig oordeel is geen sprake van opgebouwde goodwill. De vrijwilligersactiviteiten worden uitgevoerd ten behoeve van Paleis het Loo op het terrein van Paleis het Loo en de opbrengsten van die activiteiten mogen uitsluitend worden aangewend ten behoeve van Paleis het Loo. Hierdoor is het aannemelijk dat een marktwaarde voor dergelijke activiteiten nihil is. Bovendien is onduidelijk welk belang ’t Konings Loo heeft bij behoud van de activiteiten nu deze worden uitgevoerd door de vrijwilligers en een dusdanige samenhang bestaat tussen de activiteiten en de vrijwilligers dat de activiteiten afzonderlijk geen waarde vertegenwoordigen maar onlosmakelijk zijn verbonden met de vrijwilligers. Derhalve is het in strijd met de redelijkheid en billijkheid dat ’t Konings Loo, zoals ter zitting is gebleken, blijft vasthouden aan het laten bepalen van de marktwaarde van deze activiteiten door een onafhankelijke derde.

4.6.

Het blijft echter wel een probleem dat Paleis het Loo heeft aangeboden een redelijke vergoeding te willen betalen voor de eigendommen van ’t Konings Loo en dat zij, bij gebreke van overeenstemming daarover, heeft aangekondigd die eigendommen terug te zullen geven aan ’t Konings Loo, die vervolgens geen of weinig mogelijkheden meer heeft die eigendommen ten behoeve van Paleis het Loo te gelde te maken.
De voorzieningenrechter geeft partijen dringend in overweging dat zij, eventueel ondersteund door een mediator, met elkaar in overleg treden om tot een redelijke en reële oplossing voor dit probleem te komen.

4.7.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van ’t Konings Loo wordt afgewezen. Gelet op de bijzondere relatie tussen partijen zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

compenseert de kosten van de procedure in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M. Vrendenbarg-Elsbeek en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2015.

fo/vr