Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:3567

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-06-2015
Datum publicatie
03-06-2015
Zaaknummer
05/820038-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verkeersongeval op 30 juli 2014 op Kanaal Noord in Apeldoorn, waarbij een fietser zwaar gewond raakte, leidt tot 160 uur taakstraf en 6 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid conform de eis van de officier van justitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen

Team strafrecht

Parketnummer : 05/820038-15

Datum uitspraak : 3 juni 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte],

geboren op [1992] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats] [adres],

raadsman: D.P. Poppe, advocaat te Kampen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 mei 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 30 juli 2014 te Apeldoorn, in de gemeente Apeldoorn als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto), daarmede komende uit de richting Laan van Zevenhuizen en

gaande in de richting van de Oost Veluweweg, op de binnen de bebouwde kom

aldaar gelegen weg, Kanaal Noord

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

heeft gereden met een snelheid van ongeveer 73 kilometer per uur, in elk geval

met een grotere snelheid dan de aldaar ingevolge artikel 20 aanhef, lid a van

het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor hem, verdachte

geldende maximum snelheid van 50 kilometer per uur en/of

gekomen op het punt waar de door hem, verdachte bereden rijstrook van die weg,

Kanaal Noord splitst in een rijstrook voor het rechtdoor gaande verkeer en een

rijstrook voor het linksafslaande verkeer, een voor hem, verdachte uit over

die weg rijdend ander motorrijtuig (bedrijfsauto,bestelbus) via die voor dat

linksafslaande verkeer bestemde rijstrook, ter linker zijde heeft ingehaald

en/of

naar rechts heeft gestuurd en/of de rijstrook voor het rechtdoorgaande verkeer

op die weg weer is gaan berijden en/of

terwijl de voor de kruising/splitsing van de Kanaal Noord en de Anklaarseweg

zich bevindende en in zijn verdachtes rijrichting gekeerd staande

verkeerslichten, -die boven en naast die door hem, verdachte bereden

rijstrook, bestemd voor het rechtdoorgaande verkeer, waren aangebracht-,

rood licht uitstraalden, ingevolge artikel 68 lid 1 onder c van voormeld

reglement inhoudende: "stop", niet dat door hem, verdachte bestuurde

motorrijtuig (personenauto) tot stilstand heeft gebracht en/of

in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement dat door hem,

verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet tot stilstand heeft

gebracht binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg, Kanaal Noord kon

overzien en waarover deze vrij was, doch met die snelheid, althans nagenoeg

die snelheid, die kruising/splitsing is opgereden en/of

is gebotst, althans in aanrijding is gekomen met een fietser, die bij groen

licht, gezien vanuit de rijrichting van hem, verdachte, vanaf de rechter zijde

van die door hem, verdachte bereden rijstrook, doende was die weg, Kanaal

Noord over te steken

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer])

zwaar lichamelijk letsel, te weten of zodanig lichamelijk letsel werd

toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening

van de normale bezigheden is ontstaan

welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat verdachte gevaarlijk

heeft ingehaald;

artikel 175 lid 3 WVW94.

Art 6 Wegenverkeerswet 1994

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 30 juli 2014 te Apeldoorn, in de gemeente Apeldoorn als

bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede komende uit de

richting Laan van Zevenhuizen en gaande in de richting van de Oost Veluweweg,

op de binnen de bebouwde kom aldaar gelegen weg, Kanaal Noord

heeft gereden met een snelheid van ongeveer 73 kilometer per uur, in elk geval

met een grotere snelheid dan de aldaar ingevolge artikel 20 aanhef, lid a van

het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor hem, verdachte

geldende maximum snelheid van 50 kilometer per uur en/of

gekomen op het punt waar de door hem, verdachte bereden rijstrook van die weg,

Kanaal Noord splitst in een rijstrook voor het rechtdoor gaande verkeer en een

rijstrook voor het linksafslaande verkeer, een voor hem, verdachte uit over

die weg rijdend ander motorrijtuig (bedrijfsauto,bestelbus) via die voor dat

linksafslaande verkeer bestemde rijstrook, ter linker zijde heeft ingehaald

en/of

naar rechts heeft gestuurd en/of de rijstrook voor het rechtdoorgaande verkeer

op die weg weer is gaan berijden en/of

terwijl de voor de kruising/splitsing van de Kanaal Noord en de Anklaarseweg

zich bevindende en in zijn verdachtes rijrichting gekeerd staande

verkeerslichten, -die boven en naast die door hem, verdachte bereden

rijstrook, bestemd voor het rechtdoorgaande verkeer, waren aangebracht-,

rood licht uitstraalden, ingevolge artikel 68 lid 1 onder c van voormeld

reglement inhoudende: "stop", niet dat door hem, verdachte bestuurde

motorrijtuig (personenauto) tot stilstand heeft gebracht en/of

in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement dat door hem,

verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet tot stilstand heeft

gebracht binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg, Kanaal Noord kon

overzien en waarover deze vrij was, doch met die snelheid, althans nagenoeg

die snelheid, die kruising/splitsing is opgereden en/of

is gebotst, althans in aanrijding is gekomen met een fietser, die bij groen

licht, gezien vanuit de rijrichting van hem, verdachte, vanaf de rechter zijde

van die door hem, verdachte bereden rijstrook, doende was die weg, Kanaal

Noord over te steken,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 30 juli 2014 vond een verkeersongeval plaats op de kruising Anklaarseweg – Kanaal Noord te Apeldoorn, waarbij een personenauto Opel Corsa met het kenteken [kenteken] en een fietser waren betrokken. Naar aanleiding daarvan is [verdachte], zijnde de bestuurder van de auto, als verdachte aangemerkt2.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde, overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet, heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ter terechtzitting heeft de raadsman het standpunt van de verdediging toegelicht aan de hand van zijn pleitnotities.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het tenlastegelegde uit van de volgende feiten en omstandigheden

Verdachte heeft verklaard dat hij op 30 juli 2014 in zijn Opel Corsa over Kanaal Noord reed, harder dan de daar toegestane snelheid van 50 km. per uur. Bij het naderen van de kruising met de Anklaarseweg is hij via de voor het links afslaande verkeer bestemde weghelft een voor hem rijdende bestelbus gepasseerd. Hierna is hij terug naar de rechter weghelft gegaan en heeft met onverminderde snelheid zijn weg vervolgd op de baan voor het rechtdoorgaande verkeer. Bij het inhalen van de bestelauto heeft hij niet op het verkeerslicht gelet. Ook toen hij de inhaalmanoeuvre begon heeft hij niet op het verkeerslicht gelet: hij had haast en was gefocust op de weg. Toen hij onder het verkeerslicht reed, zag hij de fietser de oversteekplaats oprijden. Hij is toen vol in de remmen gegaan, maar kon een aanrijding met de fietser niet meer voorkomen3.

[slachtoffer], de fietser, heeft verklaard dat hij op 30 juli 2014 op de kruising met Kanaal Noord is gestopt omdat het verkeerslicht op rood stond. Toen hij zag dat het verkeerslicht op groen sprong, is hij de kruising op gefietst. Hij zag ineens een zwarte auto in zijn richting komen rijden. De auto was toen ongeveer tien meter van hem verwijderd4.

Een arts heeft bij [slachtoffer] het volgende letsel geconstateerd: een wervelfractuur lende en breuk linkerenkel, met een geschatte genezingsduur van zes maanden5.

De bestuurder van de bestelbus heeft verklaard dat hij op 30 juli 2014 rond 06.50 uur met een snelheid van ongeveer 60 kilometer per uur over Kanaal Noord reed. Voor de kruising met de Anklaarseweg werd hij ingehaald door een zwarte personenauto, daar waar de rijbaan zich opsplitst in een baan voor het rechtdoorgaande en een baan voor het linksafslaande verkeer. De zwarte personenauto reed hem voorbij over de baan voor links afslaand verkeer en vervolgde zijn weg op de rijbaan voor rechtdoor. Hij zag dat de zwarte personenauto vervolgens door het op rood staande verkeerslicht reed en dat de auto tegen een fietser aanreed die op dat moment overstak over het fietspad. Deze fietser kwam van rechts6.

Uit de opgestelde VerkeersOngevalsAnalyse7 (VOA) blijkt dat de ter plaatse toegestane maximum snelheid 50 km per uur bedroeg. Geconcludeerd wordt dat de bestuurder van de Opel Corsa aan het begin van het rem-blokkeerspoor ongeveer 73 tot 74 km per uur reed. De ter plaatse aanwezige verkeersregelinstallatie werkte naar behoren.

De rechtbank komt op grond van het vorenstaande tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 30 juli 2014 te Apeldoorn, in de gemeente Apeldoorn als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto), daarmede komende uit de richting Laan van Zevenhuizen en

gaande in de richting van de Oost Veluweweg, op de binnen de bebouwde kom

aldaar gelegen weg, Kanaal Noord

zeer onvoorzichtig en onoplettend

heeft gereden met een snelheid van ongeveer 73 kilometer per uur, in elk geval

met een grotere snelheid dan de aldaar ingevolge artikel 20 aanhef, lid a van

het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor hem, verdachte

geldende maximum snelheid van 50 kilometer per uur en

gekomen op het punt waar de door hem, verdachte bereden rijstrook van die weg,

Kanaal Noord splitst in een rijstrook voor het rechtdoor gaande verkeer en een

rijstrook voor het linksafslaande verkeer, een voor hem, verdachte over

die weg rijdend ander motorrijtuig (bedrijfsauto, bestelbus) via die voor dat

linksafslaande verkeer bestemde rijstrook, ter linker zijde heeft ingehaald

en

naar rechts heeft gestuurd en de rijstrook voor het rechtdoorgaande verkeer

op die weg weer is gaan berijden en

terwijl de voor de kruising/splitsing van de Kanaal Noord en de Anklaarseweg

zich bevindende en in zijn verdachtes rijrichting gekeerd staande

verkeerslichten, - die boven en naast die door hem, verdachte bereden

rijstrook, bestemd voor het rechtdoorgaande verkeer, waren aangebracht -,

rood licht uitstraalden, ingevolge artikel 68 lid 1 onder c van voormeld

reglement inhoudende: "stop", niet dat door hem, verdachte, bestuurde

motorrijtuig (personenauto) tot stilstand heeft gebracht en

in strijd met het gestelde in artikel 19 van voormeld reglement dat door hem,

verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet tot stilstand heeft

gebracht binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg, Kanaal Noord kon

overzien en waarover deze vrij was, doch met die snelheid, althans nagenoeg

die snelheid, die kruising/splitsing is opgereden en/of

in aanrijding is gekomen met een fietser, die bij groen

licht, gezien vanuit de rijrichting van hem, verdachte, vanaf de rechter zijde

van die door hem, verdachte bereden rijstrook, doende was die weg, Kanaal

Noord over te steken

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer])

zwaar lichamelijk letsel werd

toegebracht

welk feit mede is veroorzaakt doordat verdachte gevaarlijk

heeft ingehaald.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 160 uur subsidiair 80 dagen vervangende hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden.

Volgens de officier heeft verdachte zeer onoplettend en onvoorzichtig gereden en een grove verkeersfout heeft gemaakt, ten gevolge waarvan het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, waarvan het herstel zo’n zes maanden heeft gevergd. Voor de strafmaat heeft de officier meegewogen de bijzondere ernst en de verstrekkende gevolgen van het ongeval en de straffen die ingevolge de richtlijnen en de oriëntatiepunten van het LOVS worden gehanteerd. Tevens heeft zij in haar eis betrokken de omstandigheid dat het ongeval bijna een jaar geleden heeft plaatsgevonden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit te volstaan met een geheel voorwaardelijk strafoplegging. Verdachte heeft geen relevante justitiële documentatie. Hij woont in Epe en heeft voor zijn werk in Apeldoorn zijn rijbewijs en auto nodig.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 30 maart 2015.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke werkstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur leiden - dat verdachte op 30 juli 2014 in Apeldoorn

een verkeersongeval heeft veroorzaakt, ten gevolge waarvan een fietser zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen waarvan het herstel lange tijd heeft geduurd.

Verdachte heeft bewust het voorsorteervak voor het links afslaande verkeer misbruikt voor een inhaalmanoeuvre waarbij hij geen oog heeft gehad voor het verkeerslicht in zijn rijrichting.

Dit soort onverantwoord verkeersgedrag kan, zoals ook in dit geval, tot ernstige ongevallen leiden.

Verdachte heeft een blanco strafblad, wat in zoverre in zijn voordeel weegt.

De rechtbank acht, mede gelet op de oriëntatiepunten van het LOVS en de gevolgen die het ongeval voor de fietser heeft gehad, een werkstraf zoals door de officier van justitie gevorderd op zijn plaats. Dit geldt eveneens voor de geëiste ontzegging van de rijbevoegdheid. Juist in dit soort zaken is die strafmodaliteit passend. De omstandigheden die door en namens verdachte zijn aangevoerd, acht de rechtbank niet zodanig zwaarwegend dat van het opleggen van een onvoorwaardelijke rijontzegging moet worden afgezien, nu verdachte, aldus de geldende dienstregeling van de vervoersdienst, ook met het openbaar vervoer tijdig bij zijn werkgever in Apeldoorn kan zijn.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht

en verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een taakstraf van 160 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen;

 ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes (6) maanden.

Dit vonnis is gegeven door mr. D.E. Schaap (voorzitter), mr. C. Kleinrensink en mr. C.H.M. Pastoors, rechters, in tegenwoordigheid van L.E.M. van Bun, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 juni 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant hoofdagent [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Apeldoorn, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2014103720-1, gesloten op 12 december 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Stamproces-verbaal, doorgenummerde dossierpag. 2 en 3

3 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 mei 2015

4 Verhoor [slachtoffer], doorgenummerde dossierpag. 47

5 Geneeskundige verklaring d.d. 15 augustus 2014, doorgenummerde dossierpag. 49

6 Verhoor [naam], doorgenummerde dossierpag. 50

7 VerkeersOngevalsAnalyse, doorgenummerde dossierpag. 10A, 13A, 23A