Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:3268

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-05-2015
Datum publicatie
26-05-2015
Zaaknummer
05/862831-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis praktisch vormgegeven. (Gewoonte)heling van auto’s en auto-onderdelen op grote en professionele schaal leidt tot respectievelijk gevangenisstraffen van 24 maanden en vier jaar. Civiele vorderingen tot schadevergoeding van gedupeerde auto-eigenaren in beginsel toewijsbaar nu de helers klaarblijkelijk een netwerk ter beschikking hadden waarbinnen gestolen auto’s binnen kort tijdsbestek (soms enkele dagen) bij de helers werden aangeleverd. In het vonnis nadere overwegingen m.b.t. de afzonderlijke schadeposten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/862831-13

Datum uitspraak : 26 mei 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [1988] te [geboorteplaats], wonende te [adres 1], [woonplaats]

thans gedetineerd te [verblijfplaats]

raadsvrouw: A. Carli, advocaat te Roermond.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 27 januari 2015, 14 april 2015 en 12 mei 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 12 t/m 29 september 2012 te Arnhem en/of te

Heesch, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto, BMW [kenteken 1] heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of

heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van voormelde personenauto, wist, althans redelijkerwijs had moeten

vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
(dos. 1)

Subsidiair

hij op of omstreeks 11/12 september 2012 te Arnhem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

personenauto BMW [kenteken 1], in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking en/of een valse sleutel (door gebruikmaking

van een loper en/of uitleesapparatuur en/of een sleutelstrip en/of een

transponder)

2.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 t/m 7 mei 2013 te Arnhem, in

elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, een personenauto BMW [kenteken 2] heeft verworven, voorhanden

heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten

tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto

wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door

misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
(dos. 2)

Subsidiair

hij op of omstreeks 1/2 oktober 2012 te Aachen, Bondsrepubliek Duitsland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

personenauto BMW [kenteken 2], in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking en/of valse sleutel (door gebruikmaking van

een loper en/of uitleesapparatuur en/of een sleutelstrip en/of een

transponder);

3.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 20 augustus 2010 t/m 12 maart 2011 te

Arnhem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een personenauto VW Golf [kenteken 3] heeft verworven, voorhanden heeft gehad

en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van

het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist(en),

althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het (een) door misdrijf

verkregen goed(eren) betrof;
(dos. 4)

Subsidiair

hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 10 t/m 20 augustus 2010,

te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

personenauto VW Golf [kenteken 3], in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan de firma [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of een valse

sleutel (door gebruikmaking van een loper en/of uitleesapparatuur en/of een

sleutelstrip en/of een transponder);

4.

hij in of omstreeks de periode van 6 februari 2014 t/m 18 april 2014 te

Helmond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft verdachte in een loods gelegen aan de [adres 2], (telkens) een aantal gestolen auto's en/of auto-onderdelen en/of

kentekenplaten voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van

het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door

misdrijf verkregen goederen betrof:

te weten:

-voertuigdelen behorende bij een Seat Ibiza [kenteken 4]

-voertuigdelen behorende bij een VW Polo [kenteken 5]

-voertuigdelen behorende bij een VW Golf [kenteken 6]5

-voertuigdelen behorende bij een Seat Ibiza [kenteken 7]

-voertuigdelen behorende bij een Seat Ibiza [kenteken 8]

-voertuigdelen behorende bij een Volkswagen Jetta [kenteken 9] en de bijbehorende kentekenplaten

-voertuigdelen behorende bij een Volkswagen Golf [kenteken 10] en de bijbehorende kentekenplaten

-voertuigdelen behorende bij een Volkswagen Transporter [kenteken 11]
(dos. 5)

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 februari 2014

t/m 17 april 2014, in meerdere plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een aantal auto's, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

na te noemen personen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de/het weg

te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel

van braak, verbreking en/of een valse sleutel (door gebruikmaking van lopers

en/of uitleesappratuur en/of sleutelstrips en/of transponders);

te weten:

-op of omstreeks 14 maart 2014 te Malden (gemeente Heumen) een personenauto

Seat Ibiza [kenteken 4] toebehorende aan de firma [benadeelde 4]

-op of omstreeks 16/17 maart 2014 te Lent een personenauto VW Polo [kenteken 5]

toebehorende aan [benadeelde 5]

-op of omstreeks 6/7 februari 2014 te Westervoort een personenauto VW Golf

[kenteken 6]5 toebehorende aan [benadeelde 6]

-op of omstreeks 23/24 maart 2014 te Doorwerth een personenauto Seat Ibiza

[kenteken 7] toebehorende aan de firma [benadeelde 7]

-op of omstreeks 26/27 maart 2014 te Arnhem een personenauto Seat Ibiza

[kenteken 8] toebehorende aan [benadeelde 8]

-op of omstreeks 16/17 april 2014 te Veghel een personenauto VW Jetta [kenteken 9]

toebehorende aan [benadeelde 9]

-op of omstreeks 16/17 april 2014 te Einhoven een personenauto VW Golf

[kenteken 10] toebehorende aan de [benadeelde 10]

-op of omstreeks 7/8 april 2014 te Erp een bestelauto VW Transporter [kenteken 11]

toebehorende aan de firma [benadeelde 11]

5.

hij op of omstreeks 15 oktober 2014 te Arnhem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, te weten een mini revolver, merk Rohm type little kaliber .22 en/of munitie van categorie III, te weten een vijftigtal patronen (type long Rifle kaliber .22 mm van het merk Geco), voorhanden heeft gehad.
(dos. 9)

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

2 Overweging

Vrijspraak t.a.v. het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde.

T.a.v. feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich samen met medeverdachte [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan heling. Hij wijst in dit kader op de aangifte door [benadeelde 1], de aangifte door [benadeelde 12] en het feit dat [medeverdachte] en [verdachte] zijn herkend door respectievelijk [benadeelde 12] en [benadeelde 13].

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Volgens de raadsvrouw bevat het dossier onvoldoende bewijs om tot een veroordeling te kunnen komen. Zij stelt daartoe dat de enige verdenking voortvloeit uit het gegeven dat het telefoonnummer waar de verkoper van de auto in deze strafzaak gebruik van zou hebben gemaakt eerder contact zou hebben gehad met dhr. [benadeelde 13], die aangifte heeft gedaan van verduistering van zijn bromfiets. Het feit dat [benadeelde 13] in die zaak een signalement gaf dat volgens het proces-verbaal voldeed aan verdachte [verdachte], is onvoldoende bewijs voor betrokkenheid van [verdachte] in deze strafzaak.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde. Zij overweegt daartoe als volgt.
Het dossier bevat stukken waaruit volgt dat aangever [benadeelde 12] de – naar later bleek – van dhr. [benadeelde 1] gestolen en (later) omgekatte BMW heeft gekocht. Het door [benadeelde 12] opgegeven telefoonnummer dat in gebruik was bij de verkoper van de auto en waarmee [benadeelde 12] contact heeft gehad was: [nr 1]. Onderzoek wees uit dat dit telefoonnummer op het moment van bezichtigen van de BMW en de tenaamstelling daarvan zendmasten in de buurt van beide plaatsen aanstraalde. Ook heeft dit telefoonnummer in nachtelijke uren zendmasten in de buurt de woning van medeverdachte [medeverdachte] aangestraald. Daarnaast wees [benadeelde 12] medeverdachte [medeverdachte] tijdens een fotoconfrontatie aan als de verkoper. Over een tweede verkoper of nog een betrokkene aan de zijde van de verkoper, werd door [benadeelde 12] niet gerept.

Het dossier bevat voorts een aangifte in een andere zaak. Aangever [benadeelde 13] doet daarin aangifte van verduistering. Door de ‘potentiële koper’ werd ook het telefoonnummer [nr 1] gebruikt. Tijdens een fotoconfrontatie wijst [benadeelde 13] [verdachte] aan als die koper.

Uit het vorengaande zou naar het oordeel van de rechtbank hoogstens kunnen worden afgeleid dat [verdachte] en [medeverdachte] gebruik maakten van dezelfde telefoon en/of (in ieder geval) hetzelfde telefoonnummer. Dit betekent niet zonder meer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan heling van de BMW. Overig bewijs voor strafbare betrokkenheid van [verdachte] bij het onder 1 tenlastegelegde ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank. Om die reden zal verdachte worden vrijgesproken van hetgeen hem primair en subsidiair ten laste is gelegd.

T.a.v. feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan heling. Hij wijst in dit verband op de aangifte van [benadeelde 2], het feit dat de van [benadeelde 2] gestolen en (daarna) omgekatte auto bij verdachte op de oprit is aangetroffen en het feit dat verdachte wisselend heeft verklaard over aankoop van de auto.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Volgens de raadsvrouw heeft haar cliënt de auto te goeder trouw gekocht en bevat het dossier onvoldoende bewijs om vast te kunnen stellen dat haar cliënt zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 tenlastegelegde.

De beoordeling door de rechtbank

Op de oprit van verdachte is de onder aangever [benadeelde 2] gestolen BMW aangetroffen. Nader onderzoek door de politie aan de auto wees uit dat de auto is omgekat; het VIN nummer dat op het eerste gezicht is te zien op de rechter schroefkoker van de auto ([nr 2]), werd niet door de fabrikant aangebracht. Immers, bij het uitlezen van de gebruikte voertuigelektronica kon het originele VIN nummer ([nr 3]) worden uitgelezen. Volgens de verbalisanten is het voertuig opzettelijk voorzien van een vals nummer.
Verdachte stelt de auto te goeder trouw te hebben gekocht. Hij beschikte daarnaast, volgens het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], over een Luxemburgs kenteken ‘[kenteken 12]’ en het bijbehorende kentekenbewijs (‘Certificat d’immatriculation’), waarop ook het VIN nummer van de auto stond vermeld. Dit VIN nummer komt overeen met het VIN nummer, zoals dat op het eerste gezicht op de auto was aangebracht ([nr 2]).
De rechtbank overweegt als volgt. Pas na het verwijderen van de verflaag en het gebruik van voertuigelektronica kon door verbalisanten worden geconcludeerd dat de auto is omgekat. Kennelijk kon door verbalisanten dus niet relatief eenvoudig met het blote oog worden geconstateerd dat het VIN nummer was aangepast. De rechtbank gaat er om die reden vanuit dat dit ook voor verdachte niet mogelijk was. Daar komt bij dat verdachte beschikte over een kentekenbewijs dat overeenkwam met het kenteken waarover verdachte beschikte en met het VIN nummer, zoals dat op het eerste gezicht van de auto was af te lezen. De verklaring van verdachte dat hij het kentekenbewijs tezamen met de auto heeft ontvangen van de verkoper, kan op basis van de voorhanden bewijsmiddelen niet worden ontkracht, zodat de rechtbank daarvan moet uitgaan. In deze omstandigheden kan, ook van een autohandelaar als verdachte, niet worden verwacht dat hij beter zou weten.
Nu overig bewijs voor strafbare betrokkenheid van verdachte naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt, kan niet zonder twijfel worden vastgesteld dat verdachte ten tijde van de koop niet te goeder trouw was. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van heling.
Het dossier biedt voorts geen aanknopingspunten op grond waarvan kan worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die de auto van [benadeelde 2] heeft gestolen, zodat de rechtbank verdachte ook ten aanzien daarvan zal vrijspreken.

T.a.v. feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan heling. Hij wijst in dit kader op de aangifte door [benadeelde 3] namens [benadeelde 3], de aangifte door [benadeelde 14] en het feit dat verdachte op beeldmateriaal is herkend door verbalisanten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Zij stelt dat haar cliënt, anders dan uit het relaas van verbalisanten naar voren komt, op basis van het beeldmateriaal niet kan worden herkend als de verkoper van de auto. De foto’s in het dossier vormen volgens de raadsvrouw het bewijs dat haar cliënt niet betrokken was bij de verkoop van de auto aan aangever [benadeelde 14].

De beoordeling door de rechtbank

Uit het dossier komt naar voren dat aangever [benadeelde 14] een Volkswagen Golf heeft gekocht, waarvan later bleek dat die gestolen en omgekat was. De enige aanwijzing in het dossier op basis waarvan betrokkenheid van verdachte bij de verkoop van de auto aangenomen zou kunnen worden, is de ambtshalve herkenning van verdachte op beeldmateriaal door verbalisanten, zoals neergelegd in het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal. Dit beeldmateriaal is in het dossier opgenomen. Daarop herkent de rechtbank verdachte onvoldoende gedetailleerd om de overtuiging te krijgen dat het verdachte is die daarop is afgebeeld en dat het verdachte is geweest die de auto aan aangever [benadeelde 14] heeft verkocht. Nu overig bewijs ontbreekt, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van heling.
Het dossier bevat naar het oordeel van de rechtbank voorts geen aanknopingspunten op grond waarvan kan worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die de auto van [benadeelde 3] ([benadeelde 3]) heeft gestolen. Om die reden zal de rechtbank verdachte ook ten aanzien daarvan vrijspreken.

2.1.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

T.a.v. feit 4

De feiten 1

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

- Op 18 april 2014 kwam bij de meldkamer een melding binnen van brand bij een bedrijfsloods aan de [adres 2] te Helmond. Ter plaatse aangekomen, constateerden verbalisanten dat er brand was in het middelste deel van de loods. Verbalisant [verbalisant 3] zag ter plaatse een wat gezette man in wit t-shirt rondlopen. In de uitgebrande loods werden aangetroffen diverse auto-onderdelen, zes opgerolde kentekenplaten en een deels gedemonteerde auto. Van deze auto was het plaatje met het chassisnummer verwijderd.2

- Van enkele auto-onderdelen werd aan de hand van door de fabrikant aangebrachte coderingen vastgesteld dat deze deel uitmaakten van gestolen auto’s.3 In onderstaande tabel is in kolom A het betreffende auto-onderdeel weergegeven, in kolom B het voertuig waaruit het afkomstig is en in kolom C de aangifte diefstal en de vindplaats daarvan in zaakdossier 5.

A: auto-onderdeel

B: behorend bij:

C: aangifte diefstal

audio-navigatie: Seat Ibiza

[kenteken 4]

p. 5-059: 14-3-2014: [benadeelde 4]

audio/navigatie: VW Polo

[kenteken 5]

p. 5-062: 18-3-2014: [benadeelde 5]

audio/navigatie: VW Golf

[kenteken 6]5

p. 5-065: 07-2-2014: [benadeelde 6]

audio/navigatie: Seat Ibiza

[kenteken 7]

p. 5-068: 27-3-2014: [benadeelde 7]

audio/navigatie: Seat Ibiza

[kenteken 8]

p. 5-072: 27-3-2014: [benadeelde 8]

motorblok en portier: VW Jetta

4 kentekenplaten / p. 5-033

[kenteken 9]

p. 5-077: 17-4-2014: [benadeelde 9]

motorblok: VW Golf

2 kentekenplaten / p. 5-033

[kenteken 10]

p. 5-079: 17-4-2014: [benadeelde 10]

2 portieren: VW Transporter

[kenteken 11]

p. 5-084: 08-4-2014: [benadeelde 11]

- De loods was sinds begin 2014 verhuurd aan [verdachte].4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan heling. Er zijn acht gestolen voertuigen te linken aan de in de loods in Helmond aangetroffen auto-onderdelen. Verdachte was huurder van de loods en was op de dag van de brand bij de loods aanwezig. Hij is immers op de dag van de loods herkend. De officier van justitie acht voorts het door verdachte geschetste alternatieve scenario niet geloofwaardig en is aldus van mening dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoonteheling.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat haar cliënt het tenlastegelegde ontkent. Haar cliënt fungeerde als katvanger nu hij de loods op zijn naam, maar ten behoeve van derden huurde.

De beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de loods weliswaar had gehuurd, maar dat was in opdracht van iemand anders. Die persoon gebruikte de loods, niet hijzelf. Wie die persoon is, wil verdachte niet zeggen uit vrees voor represailles. Hij was niet aanwezig op het terrein ten tijde van de brand.

Een omstander, [getuige 1], ziet rook uit de loods komen en drie mannen die in paniek wegrennen. Eén van hen, een blanke man met gezet postuur in wit t-shirt, ziet hij later met een agent spreken, zo heeft hij verklaard.5 Eén van de verbalisanten die was afgekomen op de brandmelding, maakt gewag van een wat gezette man in wit t-shirt die hem aanspreekt.6 Deze man herkent hij later als verdachte [verdachte]. Verdachte had daarbij een wit t-shirt aan met zwarte roetstrepen en kwam aanlopen uit de richting van de brandende loods.7

[getuige 2] heeft verklaard dat zij even vóór de brand een rode bakwagen met opschrift [naam] de parkeerplaats heeft zien oprijden, waaruit twee mannen stappen. Eén van hen betreft een man met gezet postuur in wit t-shirt. Ze liepen in de richting van de loods waar later brand was.8 De verhuurder van de loods, [getuige 3], heeft verklaard dat [verdachte] een autoschadebedrijf heeft in de loods en dat hij had gezegd samen te werken met zijn zwager. Hij heeft die zwager voorafgaande aan de brand zien rijden in een auto van [naam].9

Op basis van deze verklaringen acht de rechtbank bewezen dat verdachte op het terrein was ten tijde van de brand. Zijn aanvankelijke ontkenning ter zitting aldaar aanwezig te zijn geweest, veranderde in de opmerking “misschien ben ik wel in de buurt geweest” na te zijn geconfronteerd met de hiervoor vermelde getuigenverklaringen. Zijn ontkenning is niet geloofwaardig. Voorts komt verdachte met een verklaring dat hij de loods heeft gehuurd namens iemand anders, wiens naam hij niet wil noemen. Hij geeft daarmee geen enkel aanknopingspunt voor verificatie. Opmerkelijk is dat hij nooit eerder iets heeft gezegd over bedreigingen en represailles door “die ander”.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte de loods voor zichzelf heeft gehuurd en houdt hem verantwoordelijk voor de aanwezigheid van de daar aangetroffen gestolen auto-onderdelen. Mede gezien het feit dat de auto-onderdelen afkomstig waren van auto’s die in een zeer kort tijdsbestek vóór de brand zijn gestolen (twee auto’s zelfs de dag daarvoor) en dat er in de loods een auto stond waarvan het chassisplaatje was verwijderd, kan het niet anders of verdachte moet geweten hebben dat deze onderdelen afkomstig waren van gestolen auto’s.

T.a.v. feit 5

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen genummerd 20141119.1041, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] en gesloten d.d. 16 februari 2015, p. 3 t/m 5;

- het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 6] en gesloten d.d. 8 januari 2015, p. 8 en 9;

- het proces-verbaal Wet Wapens en Munitie, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] en gesloten d.d. 12 november 2014, p. 10 en 11;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 april 2015;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 12 mei 2015.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

4.

hij in de periode van 6 februari 2014 t/m 18 april 2014 te Helmond, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft verdachte in een loods gelegen aan de [adres 2], een aantal auto-onderdelen en kentekenplaten voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van

het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen wist dat het door

misdrijf verkregen goederen betrof:

te weten:

-voertuigdelen behorende bij een Seat Ibiza [kenteken 4]

-voertuigdelen behorende bij een VW Polo [kenteken 5]

-voertuigdelen behorende bij een VW Golf [kenteken 6]5

-voertuigdelen behorende bij een Seat Ibiza [kenteken 7]

-voertuigdelen behorende bij een Seat Ibiza [kenteken 8]

-voertuigdelen behorende bij een Volkswagen Jetta [kenteken 9] en de bijbehorende kentekenplaten

-voertuigdelen behorende bij een Volkswagen Golf [kenteken 10] en de bijbehorende kentekenplaten

-voertuigdelen behorende bij een Volkswagen Transporter [kenteken 11]
(dos. 5)

5.

hij op of omstreeks 15 oktober 2014 te Arnhem, een wapen van categorie III, te weten een mini revolver, merk Rohm type little kaliber .22 en munitie van categorie III, te weten een vijftigtal patronen (type long Rifle kaliber .22 mm van het merk Geco), voorhanden heeft gehad.
(dos. 9)

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 4:

Een gewoonte maken van opzetheling.

Ten aanzien van feit 5:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55 lid 1 van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het (telkens primair) onder 1 t/m 5 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar. Bij het bepalen van zijn strafeis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de lange pleegperiode, het georganiseerde karakter van het geheel en de essentiële functie van verdachte daarbij. Verdachte heeft ten behoeve van zijn eigen gewin gehandeld en heeft geen berouw getoond, hoewel hij volhardend te werk is gegaan en daarbij veel overlast heeft veroorzaakt. De officier van justitie verzoekt de rechtbank aan te sluiten bij de LOVS-richtlijnen die gelden voor diefstal en is van mening dat enkel een gevangenisstraf van lange duur recht doet aan de feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht haar cliënt een gevangenisstraf op te leggen niet langer dan de duur van de reeds ondergane hechtenis van zes maanden, eventueel met daarnaast de maximaal op te leggen werkstraf van 240 uren. De raadsvrouw stelt in dit kader dat zij de eis van de officier van justitie buitensporig hoog vindt, temeer nu hij geen rekening heeft gehouden met het tijdsverloop. Zij verzoekt de rechtbank dat wel te doen. Voorts heeft de raadsvrouw bepleit dat het bij haar cliënt aangetroffen wapen en de daarbij behorende munitie geen eigendom waren van haar cliënt. Daarmee dient ook rekening gehouden te worden.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 2 maart 2015;

- een advies van Reclassering Nederland, gedateerd 21 januari 2015.

De rechtbank overweegt als volgt.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gewoonteheling en het voorhanden hebben van een wapen met bijbehorende munitie. In een relatief kort tijdsbestek zijn acht auto’s gestolen, waarvan de onderdelen zijn teruggevonden in de door verdachte gehuurde loods in Helmond. Eenmaal in de loods, lijken de auto’s ten behoeve van het omkatten een snelle doorlooptijd te hebben gehad. Immers, kort na de diefstal – in twee gevallen zelfs een dag na de aangegeven diefstal – werden de gedemonteerde auto-onderdelen daar al teruggevonden. Verdachte is georganiseerd te werk gegaan en heeft met zijn handelen een circuit van (auto)diefstallen in stand gehouden. Hierdoor werden meerdere mensen flink benadeeld. Verdachte had daar geen oog voor, hij handelde puur voor eigen gewin. De rechtbank zal daar bij het bepalen van de strafmaat rekening mee houden. Ten nadele van verdachte houdt de rechtbank voorts rekening met het feit dat verdachte ten aanzien van heling eerder is veroordeeld.

Daarnaast wordt verdachte zwaar aangerekend dat hij in het bezit was van een vuurwapen en munitie. Dat het niet zijn eigendom was, doet niet ter zake.

De aard en ernst van deze feiten rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank een forse onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf van na te melden duur.

Nu het dossier geen beslaglijst bevat, zal de rechtbank niet oordelen over het beslag.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de vorderingen in algemene zin toewijsbaar zijn. Er is sprake van rechtstreekse schade, die nauw verband houdt met het schade veroorzakend handelen. De officier van justitie verzoekt de rechtbank coulance in die gevallen waarin de vordering niet is onderbouwd met facturen. Ook dient de schadevergoedingsmaatregel te worden opgelegd.

De officier van justitie is ter terechtzitting nader in gegaan op een aantal vorderingen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw is van mening dat de vorderingen moeten worden afgewezen. Met betrekking tot de vordering van benadeelde [benadeelde 9] heeft de raadsvrouw betoogd dat er geen causaal verband bestaat met de gevorderde schade in de vorm van de aanschaf van een alarminstallatie.

De beoordeling door de rechtbank

Met betrekking tot de door de benadeelde partijen ingediende vorderingen geldt het volgende.

a. rechtstreekse schade als gevolg van heling: schade wegens verlies gestolen voertuig

Op grond van de ten aanzien van verdachte bewezenverklaarde feiten concludeert de rechtbank dat verdachte zich op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan (gewoonte-)heling van voertuigen en/of voertuigonderdelen, gepleegd samen en in vereniging met een ander of anderen. De strafbaarstelling van heling strekt (mede) tot bescherming van de belangen van de rechthebbenden op de gestolen zaken. Door zich op grote schaal en in min of meer georganiseerd verband schuldig te maken aan de bewezenverklaarde heling van (onderdelen van) gestolen voertuigen, heeft verdachte de diefstallen van die voertuigen in de hand gewerkt. Daarbij is van belang dat de voertuigen, waarvan de aangetroffen onderdelen afkomstig zijn, in een kort tijdsbestek vóór het aantreffen daarvan, zijn gestolen, in twee gevallen zelfs één dag ervoor. Daarom houdt de schade van de benadeelde partijen ten gevolge van het verlies door diefstal van hun voertuigen voldoende rechtstreeks verband met de door verdachte gepleegde strafbare feiten en kunnen de benadeelde partijen in hun vorderingen worden ontvangen.

b. overige rechtstreekse schade als gevolg van heling:

Algemeen bekend is dat gebruikers van voertuigen daarin vaak persoonlijke eigendommen bewaren en dat in beroepsmatig gebruikte voertuigen zoals ‘werkbusjes’ vaak gereedschappen en ander werkgerelateerde voorwerpen en materialen worden bewaard. Wordt een voertuig gestolen, dan gaan de zaken die in de auto lagen ook verloren voor de rechthebbende. In het verlengde van wat onder a. is overwogen, zijn de benadeelde partijen ook ontvankelijk in hun vorderingen voor zover die zien op schade wegens het verlies door diefstal van de spullen die in hun voertuigen lagen. Hetzelfde geldt voor overige schadeposten die rechtstreeks voortvloeien uit de diefstal van de voertuigen.

c. schade wegens verlies gestolen voertuig

Bij de begroting van de schade wegens verlies van het voertuig neemt de rechtbank de dagwaarde daarvan tot uitgangspunt, op basis van de uitkering door de verzekeraar of – bij gebreke daarvan – op basis van een schatting. Het uitgangspunt van schadevergoeding is immers het zo veel mogelijk herstellen van de oude (financiële) toestand van de benadeelde. Voor zover de benadeelde partijen zich op het standpunt stellen dat de schade bestaat uit de aanschafwaarde van de gestolen auto of het verschil tussen het door de verzekering uitgekeerde bedrag en de kosten van aanschaf van een ander voertuig, worden zij daarin niet gevolgd. Er moet immers rekening worden gehouden met afschrijving en, indien aan de orde, met nieuw(er) voor oud. Voor zover de benadeelde partijen naast vergoeding van de dagwaarde van de gestolen auto ook de kosten van aanschaf van een ander voertuig vorderen, worden zij daarin evenmin gevolgd, omdat zij daardoor deze schadepost in wezen dubbel vergoed zouden krijgen.

d. eigen risico

Voor zover de verzekeraar ten nadele van een benadeelde partij een bedrag aan eigen risico op de verzekeringsuitkering (die gebaseerd is op de dagwaarde van het voertuig) heeft ingehouden, komt dat bedrag als vermogensnadeel voor vergoeding in aanmerking.

e. tijdelijk vervangend vervoer/gereedschap

Het plotselinge verlies van hun voertuig heeft een aantal benadeelde partijen genoopt tijdelijk voor vervangend vervoer en/of gereedschap te zorgen. Naar het oordeel van de rechtbank is het in beginsel redelijk dergelijke kosten te maken en komen deze voor vergoeding door verdachte in aanmerking, voor zover dat gedurende een redelijke periode en tegen een redelijke vergoeding is gebeurd. De in deze procedure door een aantal van de benadeelde partijen gevorderde bedragen wegens vervangend vervoer en/of gereedschap voldoen aan deze dubbele redelijkheidstoets.

f. onderhoudsbeurt voertuig

Een aantal benadeelde partij heeft als schadepost opgevoerd de kosten van het (kort) voor de diefstal aan het voertuig gepleegde onderhoud. De rechtbank begrijpt daaruit dat zij stellen door de diefstal onstoffelijk voordeel te zijn misgelopen: zij hebben geïnvesteerd in het veilig en probleemloos in hun voertuig kunnen rijden en van deze investering niet kunnen profiteren. Ook deze schadepost komt voor vergoeding in aanmerking en wordt begroot op de wegens onderhoud gedane uitgave.

g. verlies van verdienvermogen

Het is algemeen bekend dat met de afwikkeling van een gebeurtenis als diefstal van een auto tijd gemoeid is – bijvoorbeeld voor het doen van aangifte bij de politie en/of de afwikkeling met de verzekeraar en/of het regelen van vervangend vervoer en/of een andere auto – en dat men daarvoor verlof opneemt c.q. gedurende zekere tijd geen inkomen genererende werkzaamheden kan verrichten. Een tijdsverlies van maximaal twee dagen komt de rechtbank redelijk voor. Voor de begroting van deze schade wordt aansluiting gezocht bij het (waar nodig: geschatte) netto inkomen per dag van de benadeelde partijen die deze schadepost in hun vorderingen hebben opgenomen. Daarbij wordt hun netto maandloon gedeeld door 21 werkbare dagen en vermenigvuldigd met het aantal opgevoerde dagen met een maximum van twee. Voor zover de benadeelde partijen als zelfstandigen schade vorderen wegens ‘gederfd inkomen’ en zij hun schade (kennelijk) hebben begroot op misgelopen bruto omzet, zal de rechtbank bij de schatting van hun verlies van verdienvermogen uitgaan van een geschatte aftrek wegens belastingverplichtingen en vaste kosten van in totaal 30%. Voor een beperking tot twee dagen is hier geen plaats aangezien aannemelijk is dat door het gemis van het gestolen voertuig en/of de werkgerelateerde zaken die daarin lagen een opdracht is misgelopen die langer dan drie dagen duurt.

h. inhoud gestolen voertuigen

Op grond van dat wat onder b. is overwogen, is het aannemelijk dat in vele van de gestolen voertuigen persoonlijke en/of werkgerelateerde bezittingen van de rechthebbenden aanwezig waren ten tijde van de diefstal. Een aantal van de benadeelde partijen heeft wegens het verlies van die zaken schadeposten opgevoerd. Naar het oordeel van de rechtbank is het in al die gevallen voldoende aannemelijk dat de desbetreffende zaken – gelet op de aard van die zaken – in de voertuigen lagen. Voor zover het zaken betreft waarvan blijkens de stukken de vervangings- of aanschafwaarde wordt gevorderd en niet aannemelijk is gemaakt dat de gestolen zaken nieuw waren, zal de rechtbank bij de begroting rekening houden met enige afschrijving/nieuw voor oud.

i. omzetbelasting

Voor zover de benadeelde partijen omzetbelastingplichtig zijn en zij derhalve betaalde omzetbelasting kunnen verrekenen, komt eventueel door hen opgevoerde omzetbelasting niet als schade voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal in de gevallen waar dit van toepassing is het gevorderde bedrag met 21% (tenzij aanwijzingen bestaan voor een lager tarief) aftrekken.

j. expertisekosten

Expertisekosten gemaakt ter vaststelling van de waarde van gestolen zaken zijn aan te merken als in redelijkheid gemaakte kosten ter vaststelling van de schade (art. 6:96 tweede lid, aanhef en onder b BW). Een aantal benadeelde partijen heeft dergelijke kosten als schadepost opgevoerd. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de opgevoerde kosten redelijk van hoogte zijn en komen zij voor vergoeding in aanmerking.

De rechtbank overweegt voorts als volgt.

Benadeelde partijen [benadeelde 1] (feit 1 ZD 1), [benadeelde 2] (feit 2, ZD 2) en [benadeelde 14] (feit 3 ZD 4)

De benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2] en [benadeelde 14] zullen in hun vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, aangezien verdachte ter zake van de feiten 1 tot en met 3 zal worden vrijgesproken.

Benadeelde partij [benadeelde 9] (feit 4 ZD 5)

De benadeelde partij stelt in totaal voor een bedrag van € 14.182,90 aan schade te hebben geleden, waarvan hij via zijn verzekeraar € 11.315,00 vergoed heeft gekregen. Hij vordert het verschil van € 2.867,90, waaronder € 1.000,00 aan smartengeld en € 785,00 wegens de aanschaf van een alarminstallatie voor zijn woning. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat voor toekenning van smartengeld geen grond bestaat en dat causaal verband tussen de aanschaf van de alarminstallatie en het bewezenverklaarde feit ontbreekt. Deze bedragen zijn dan ook niet toewijsbaar. De rechtbank begroot de toewijsbare schadevergoeding op € 135,00 (eigen risico) + € 424,00 (inhoud auto) + € 200,00 (verletkosten [benadeelde 9]) + € 100,00 (verletkosten [benadeelde 9]) = € 859,00 (zie hiervoor onder c., d., g. en h.). Het meer gevorderde zal worden afgewezen.

Benadeelde partij [benadeelde 7] (feit 4 ZD 5)

De benadeelde partij stelt in totaal voor een bedrag van € 8.326,68 aan schade te hebben geleden, waarvan € 8.264,46 de dagwaarde van de gestolen auto betreft en € 62,22 expertisekosten. Het gevorderde bedrag zal integraal worden toegewezen, op grond van hetgeen hiervoor onder c. en j. is overwogen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 57, 91 en 417 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 26, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie.

9 De beslissing

De rechtbank:

 Spreekt verdachte vrij van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten.

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1].

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2].

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in haar vordering;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 14].

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 14] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 9].

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 4 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 9], van een bedrag van 859,00 (achthonderdnegenenvijftig euro) en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

wijst de vordering tot schadevergoeding voor het overige af;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 4 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 7], van een bedrag van 8.326, 68 (achtduizenddriehonderdzesentwintig euro en achtenzestig cent) en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

legt aan veroordeelde op de verplichting aan de Staat ten behoeve van beide slachtoffers, te betalen de som van in totaal € 9.185,68 (negenduizendhonderdvijfentachtig euro en achtenzestig cent).

Bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van in totaal 80 (tachtig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Dit vonnis is gegeven door mr. F.J.H. Hovens (voorzitter), mr. C. van Linschoten en mr. C.M.E. Lagarde, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Kolkman, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 mei 2015.

1 De na te noemen bewijsmiddelen zijn te vinden in het in de wettelijke vorm opgemaakte relaas proces-verbaal, opgemaakt door [verbalisant 4] en [verbalisant 5], beiden brigadier van politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, gesloten op 20 januari 2015, alsmede de daarbij gevoegde onderliggende processen-verbaal en geschriften (zaakdossier 5).

2 Proces-verbaal van bevindingen, p. 5-012.

3 Proces-verbaal van identiteitsonderzoek, p. 5-056.

4 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 3], p. 5-022 alsmede bijgevoegde huurovereenkomst; verklaring verdachte ter terechtzitting.

5 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 1], p. 5-016.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 5-012.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 5-031.

8 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 2], p. 5-020.

9 Proces-verbaal van verhoor van [getuige 3], p. 5-022.