Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:2870

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
01-05-2015
Datum publicatie
01-05-2015
Zaaknummer
05/740144-14
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2016:7703, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat een voormalig voetbaltrainer uit Epe ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een aantal jeugdige voetballers aan wie hij training heeft gegeven. Namens de verdachte was aangevoerd dat de verdachte geen seksuele intenties heeft gehad. De rechtbank is echter van oordeel dat er niet alleen sprake is geweest van amicale, toevallige of onbedoelde handelingen, maar ook van heel bewust verrichte ontuchtige handelingen. De rechtbank komt tot een iets lagere strafoplegging dan door de officier van justitie is gevorderd, omdat verdachte ten aanzien van twee feiten van een strafverzwarende omstandigheid is vrijgesproken. De verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De rechtbank heeft, onder andere gelet op het gevaar voor herhaling en de hoeveelheid ontuchtige handelingen, aanleiding gezien om de proeftijd op 5 jaren te stellen. Aan het voorwaardelijk strafdeel zijn bijzondere voorwaarden verbonden. De verdachte moet meewerken aan nader onderzoek naar eventueel achterliggende problematiek. Als deze aanwezig is moet hij zich verplicht laten behandelen. Verder mag de verdachte gedurende die 5 jaren geen enkele activiteiten verrichten waarbij contact met jeugdigen niet kan worden vermeden. Ook moet de verdachte schadevergoedingen betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/740144-14

Datum uitspraak : 1 mei 2015

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats], wonende te [adres], [woonplaats].

Raadsvrouw : mr. S.H.O. Schaapherder, advocaat te Apeldoorn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen 27 februari 2015 en 20 april 2015.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2010 tot en met 31 december 2010

te Epe, en/of elders in Nederland, met [slachtoffer 1], geboortedatum [geboortedatum 2], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, bestaande die uit het betasten van de penis van die [slachtoffer 1],

terwijl die [slachtoffer 1] als pupil van verdachte aan diens waakzaamheid of zorg was

toevertrouwd;

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 247 Wetboek van Strafrecht

2.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2014 tot 1 maart 2014 te Epe, en/of elders in Nederland, met [slachtoffer 2], geboortedatum [geboortedatum 3], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, (telkens) bestaande uit het betasten van de penis en/of de ballen van die [slachtoffer 2], terwijl die [slachtoffer 2] als pupil van verdachte aan diens waakzaamheid of zorg was toevertrouwd;

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 247 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2014 tot 1 maart 2014 te Epe, en/of elders in Nederland, met [slachtoffer 3], geboortedatum [geboortedatum 4], die toen de

leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het betasten van de geslachtsdelen van die [slachtoffer 3], terwijl die [slachtoffer 3] als pupil van verdachte aan zijn waakzaamheid of zorg

was toevertrouwd;

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 247 Wetboek van Strafrecht

4.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 01 juni 2013 tot en met 31 mei 2014 te Epe, en/of elders in Nederland, met [slachtoffer 4], geboortedatum [geboortedatum 5], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, (telkens) bestaande uit het betasten van de geslachtsdelen van die [slachtoffer 4], terwijl die [slachtoffer 4] als pupil van verdachte aan diens waakzaamheid of zorg was toevertrouwd;

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 247 Wetboek van Strafrecht

5.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 1 juli 2014, te Epe, en/of elders in Nederland, met [slachtoffer 5], geboortedatum [geboortedatum 6], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, bestaande (telkens) uit het betasten van de penis en/of de ballen van die [slachtoffer 5], terwijl die [slachtoffer 5] als pupil van verdachte aan diens waakzaamheid of zorg was

toevertrouwd;

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 247 Wetboek van Strafrecht

6.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 7 juni 2008 tot 7 juni 2010, te Epe, en/of elders in Nederland, met [slachtoffer 6], geboortedatum [geboortedatum 7], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande (telkens) uit het betasten van de penis van die [slachtoffer 6], terwijl die [slachtoffer 6] als pupil van verdachte aan diens waakzaamheid of zorg was toevertrouwd;

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 247 Wetboek van Strafrecht

7.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2009 tot en met 31 augustus 2009 te Epe, en/of elders in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met [slachtoffer 7], geboortedatum [geboortedatum 8], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en als pupil van verdachte aan diens waakzaamheid of zorg was toevertrouwd, buiten echt, ontuchtige handelingen te plegen, zijn, verdachtes, hand in de onderbroek van die [slachtoffer 7] heeft gebracht en/of over de blote buik van die [slachtoffer 7] heeft gewreven, terwijl uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 247 Wetboek van Strafrecht


Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Aanleiding onderzoek

De moeder van de destijds veertienjarige [slachtoffer 2] heeft op 29 juni 2014 bij de politie telefonisch gemeld dat haar zoon seksueel zou zijn misbruikt door verdachte, die [slachtoffer 2] kent van de voetbalvereniging. Verdachte was zijn trainer. Vervolgens is er verder onderzoek gedaan, zijn er getuigen gehoord en zijn er meerdere aangiftes tegen verdachte gedaan.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte wegens gebrek aan bewijs dient te worden vrijgesproken van het onder 6 ten laste gelegde feit. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 5 en 7 ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er ten aanzien van de onder 6 en 7 ten laste gelegde feiten te weinig bewijs is om tot de conclusie te komen dat er iets strafbaars is voorgevallen tussen de aangevers en verdachte. Ten aanzien van feit 7 is er geen sprake geweest van een daadwerkelijke poging tot het betasten van de geslachtsdelen. Het kriebelen over de buik kan niet worden gekwalificeerd als een poging tot ontucht.

Met een toelichting als vermeld in de pleitnotitie heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er ten aanzien van de overige feiten ook vrijspraak dient te volgen. Verdachte heeft geen seksuele intenties gehad, waardoor het ten laste gelegde bestanddeel “ontucht” wegvalt. Ook heeft de verdachte geen enkele opzet gehad op een ontuchtig karakter van zijn handelen. Dit opzet is wel vereist om te komen tot een bewezenverklaring.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 6

Het dossier bevat een aangifte van [slachtoffer 6]. De verdachte ontkent het onder 6 ten laste gelegde feit te hebben gepleegd. De rechtbank heeft vastgesteld dat er in het dossier geen steunbewijs voor de aangifte aanwezig is. Dit betekent dat het onder 6 ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard, zodat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken.

Feit 1

[naam 1] heeft aangifte gedaan namens [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2]. Hij heeft op 17 juli 2014 bij de politie - zakelijk weergegeven - verklaard dat [slachtoffer 1] op dat moment al zes jaar bij de voetbalvereniging in Epe zat. Verdachte trainde het team. De periode waarover aangifte wordt gedaan betreft bij benadering de periode van 2009-2011. [slachtoffer 1] heeft in die periode ongeveer een keer of acht bij verdachte geslapen. Zij keken ’s-avonds eerst televisie. Verdachte had het liefst dat [slachtoffer 1] tegen hem aan kwam liggen en sloeg dan een arm om hem heen. [slachtoffer 1] probeerde daar onderuit te komen. Ook had hij een keer over de rug van [slachtoffer 1] gekriebeld en de opmerking gemaakt: “Daar krijgt [betrokkene 1] een stijve van”. [betrokkene 1] zou [betrokkene 1] betreffen.

[slachtoffer 1] sliep in hetzelfde bed als verdachte. Verdachte ging dan tegen hem aan liggen, lepeltje-lepeltje, sloeg een arm om hem heen en hield hem vast. Voor het slapen gaan probeerde verdachte hem een kus te geven. Als [slachtoffer 1] stond te douchen kwam verdachte wel eens kijken.

Op een avond hadden zij samen ongeveer tien minuten naar porno gekeken, waarbij mensen met elkaar aan het neuken waren. Verdachte bediende toen de afstandsbediening.

Tijdens een logeerpartij bij de familie [slachtoffer 5] thuis is tussen verdachte en [slachtoffer 1] gesproken over de lengte van geslachtsdelen. Uiteindelijk stond [slachtoffer 1] met de onderbroek naar beneden en had verdachte met een prikkende beweging diens penis aangeraakt, vergezeld van de woorden: “vanaf hier moet je meten”. Op een moment dat [slachtoffer 1] alleen met verdachte in de auto had gezeten had verdachte weer aan hem gevraagd of hij al schaamhaar had, zei hij “laat eens zien” en probeerde hij de broek open te trekken. [slachtoffer 1] had dat weten te voorkomen door de hand weg te drukken en te zeggen dat hij moest ophouden.2

De verdachte heeft ter terechtzitting van 27 februari 2015 een verklaring met betrekking tot [slachtoffer 1] afgelegd. Hij heeft verklaard dat er handelingen hebben plaatsgevonden met [slachtoffer 1]. Hij heeft bij [slachtoffer 1] thuis met hem gepraat over de lengte van diens penis. Hij heeft [slachtoffer 1] aangewezen waar hij moest meten. [slachtoffer 1] stond op dat moment met zijn onderbroek naar beneden. Tijdens een logeerpartij bij verdachte thuis heeft hij lepeltje-lepeltje met [slachtoffer 1] in bed gelegen. Hij heeft hem ook diverse keren een kus gegeven en ook wel op de rug gekriebeld. Het zou kunnen dat hij hem in de penis of zijn ballen heeft geknepen, maar dat weet hij niet 100% zeker.3

De verdachte heeft tegenover de politie – zakelijk weergegeven – verklaard dat hij met [slachtoffer 1] heeft gesproken over het kriebelen op de rug en dat je daar een stijve van kon krijgen. Hij heeft ook met hem gesproken over het opmeten van de lengte van de penis. Het kan wel gebeurd zijn dat hij in de auto de broek van [slachtoffer 1] heeft opengetrokken om te kijken of hij al schaamhaar had. Hij heeft wel met hem gesproken over dat soort zaken.4

Feit 2

[slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3], heeft op 8 juli 2014 aangifte gedaan. Hij heeft - zakelijk weergegeven - verklaard dat hij verdachte al heel lang kent en dat hij hem ook kent als trainer bij SV Epe. Ongeveer een half jaar geleden appte verdachte hem of hij bij verdachte thuis een film wilde komen kijken. Hij is vervolgens naar het huis van verdachte gegaan. Ongeveer halverwege de film vroeg verdachte of hij bij hem kwam zitten. Hij is bij verdachte op de bank gaan zitten. Verdachte ging toen gelijk met diens hand bij hem (aangever) in de broek zitten, aan zijn blote penis. Verdachte voelde en kneep. Dat vond hij (aangever) niet fijn, maar hij durfde niets te zeggen. Toen hij weer naar huis ging moest hij verdachte een knuffel en een kusje geven. Eén of twee weken later is hij weer op uitnodiging van verdachte naar diens huis gegaan. Er zouden ook twee andere jongens komen, maar die waren er niet. Zij hebben toen een seksfilm gekeken; een onder de dekens film met humor. Het ging toen weer als de vorige keer. Verdachte vroeg hem om bij hem te komen zitten, legde diens linkerhand op zijn schouder, ging met diens rechterhand in de broek en kneep in zijn (aangevers) penis. Zijn penis werd daardoor stijf. Hij vond dat niet fijn.5

De verdachte heeft ter terechtzitting van 27 februari 2015 een verklaring met betrekking tot [slachtoffer 2] afgelegd. Hij heeft verklaard dat hij [slachtoffer 2] al heel lang kende. Verdachte heeft verklaard aanhalig te zijn en was dat ook naar [slachtoffer 2] toe. [slachtoffer 2] kwam ook bij hem thuis om film te kijken. Iedereen die bij hem kwam mocht ook op de andere bank gaan zitten, maar hij vond het wel gezelliger dat zij bij hem op de bank kwamen zitten. Hij heeft wel eens een arm om [slachtoffer 2] geslagen. Hij heeft ook wel een keer in diens geslachtsdeel geknepen en zijn geslachtsdeel aangeraakt. Dat was niet zijn ontblote geslachtsdeel, de onderbroek zat er overheen. [betrokkene 2] is daar volgens verdachte bij aanwezig geweest. Zij hebben een seksfilm gekeken. Dat was de film Porky.6

De verdachte heeft tegenover de politie – zakelijk weergegeven – verklaard dat [slachtoffer 2] twee keer een avondje bij hem thuis op bezoek is geweest. Zij hebben geouwehoerd en hij heeft [slachtoffer 2] een tikkie in zijn zak gegeven. [slachtoffer 2] gaf hem toen een elleboogstoot, waarna verdachte hem in zijn zak had geknepen. Het betasten zal ook op de bank gebeurd zijn. [betrokkene 6] was daarbij aanwezig. [slachtoffer 2] was ook een keer alleen bij hem thuis geweest. Verdachte had toen een arm om hem heengeslagen, hem over de buik gekriebeld en hem in de ballen geknepen. Hij kan zich niet herinneren dat hij daarbij in de onderbroek van [slachtoffer 2] is geweest.7

Feit 3

[slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 4], heeft aangifte gedaan van betasting door verdachte. Dat was halverwege het voetbalseizoen, ongeveer in januari of februari 2014, en vond plaats in de kleedkamer van de voetbalvereniging SV Epe. Verdachte heeft toen zijn geslachtsdeel betast. Verdachte bleef altijd in de kleedkamer als hij (aangever) en zijn teamleden zich omkleedden en als zij zich na een training douchten, al was verdachte daarop door andere trainers aangesproken. Hij en andere teamleden vonden het niet fijn dat verdachte aanwezig was. Verdachte masseerde hen ook. Niemand anders deed dat, terwijl daar binnen de club een aangewezen persoon voor was, namelijk een fysio. Verdachte kneep wel eens in het been of deed een nippel twist, tepel omdraaien, als iemand tijdens het stoeien langs hem liep. Een andere aanraking die verdachte deed was in de kont knijpen, zowel over de kleding als bloot. Hij heeft een keer voor verdachte moeten staan om zijn lies te laten insmeren. Aangever had gezegd dat hij last van zijn lies had. Verdachte voelde vervolgens vanaf de bovenkant van de broek in de broek aan zijn lies. Tijdens de volgende training smeerde verdachte weer de lies in. Na het insmeren pakte verdachte zijn (aangevers) blote geslachtsdeel vast en draaide die om. Nadat hij verdachte had weggeduwd en had gezegd “donder op” heeft de verdachte hem nooit meer ingesmeerd en aangeraakt.

Aangever heeft ook gezien dat verdachte de lies van [slachtoffer 4] en [betrokkene 3] en [betrokkene 2] insmeerde en dat verdachte bij het geslachtsdeel van [betrokkene 2] heeft gezeten. Hij heeft gezien dat verdachte meerdere keren het geslachtsdeel van [slachtoffer 4] omdraaide. Hij heeft ook gezien dat verdachte tijdens een teamuitje samen met [slachtoffer 5] onder de douche ging.8

De verdachte heeft ter terechtzitting van 27 februari 2015 een verklaring met betrekking tot [slachtoffer 3] afgelegd. Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 3] heeft gemasseerd. Hij heeft hem gezegd dat hij zijn leuter aan de kant moest doen. [slachtoffer 3] had een voetbalbroek en een boxershort aan. Verdachte deed die omhoog. Na het insmeren van de lies heeft hij inderdaad het blote geslachtsdeel van [slachtoffer 3] vastgepakt en omgedraaid. 9

De verdachte heeft tegenover de politie – zakelijk weergegeven – verklaard dat hij [slachtoffer 3] twee keer na het masseren bij de geslachtsdelen heeft aangeraakt, op dezelfde manier als hij dat hij [slachtoffer 4] had gedaan. Bij [slachtoffer 4] had hij dat vaker gedaan.10

Feit 4

[slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum 5], heeft aangifte gedaan tegen verdachte. Hij heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat verdachte zijn voetbaltrainer was. Als hij (aangever) last van zijn lies had ging verdachte hem insmeren en dan ging verdachte aan zijn lul draaien of zat verdachte aan zijn ballen. Hij zei tegen verdachte dat hij dat niet moest doen, maar de volgende keer deed verdachte het weer. Verdachte heeft dat drie of vier keer bij hem gedaan. Hij deed dat heel sneaky. Dit was van september 2013 tot mei 2014. [slachtoffer 3], [betrokkene 4] en [slachtoffer 5] zullen dat gezien hebben en hij heeft één keer gezien dat verdachte dat bij [slachtoffer 3] deed. Verdachte heeft dat bij meerdere jongens gedaan. Hij heeft ook gezien dat verdachte de liezen insmeerde van [slachtoffer 3]. Hij heeft gezien dat verdachte tijdens trainingen een jongen onderuit haalde, er bovenop ging liggen en dan ging kietelen. Als diegene dan tegenspartelde draaide verdachte ook nog een keer over de kleren aan de lul. Hij deed dat ook bij [slachtoffer 3] en waarschijnlijk ook bij [betrokkene 2], omdat die hem uitschold voor “vieze homo”. Dat deden wel meer jongens als verdachte aan hen zat. Verdachte bleef tijdens het omkleden en het douchen in de kleedkamer. Bij jongens die onder de douche vandaan kwamen draaide hij aan tepels of gaf hij een tik op de kont. Hij deed dat met zijn hand of een handdoek.11

De verdachte heeft ter terechtzitting van 27 februari 2015 een verklaring met betrekking tot [slachtoffer 4] afgelegd. Verdachte heeft verklaard dat hij de liezen van [slachtoffer 4] heeft ingesmeerd en aan zijn penis en ballen heeft gezeten. Hij heeft dat twee of drie keer gedaan. Ook heeft hij de penis van [slachtoffer 4] gedraaid.12

Feit 5

[slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum 6], heeft op 29 juli 2014 aangifte gedaan. Hij heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat verdachte een aantal keer zijn penis heeft betast. Dat is gebeurd in de afgelopen twee seizoenen. Dat was tijdens het voetballen en één keer bij verdachte thuis. Verdachte was een goede vriend van de familie en was ook zijn voetbaltrainer. Hij heeft gezien dat verdachte bij meerdere medespelers in de ballen kneep. Dat was bij [betrokkene 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3]. Verdachte kon heel kinderlijk met hen omgaan en kon soms uit het niets iemand op de grond gooien. Als men niet luisterde, zei verdachte dat je op moest passen en dat hij je anders bij de ballen zou pakken. Onder de douche kon hij iemand een klap voor de kont geven. Aan het eind van de zomer in 2013 heeft hij samen met [betrokkene 5] bij verdachte geslapen. Tijdens het kijken van een film kwam verdachte bij hem op de bank zitten, achter hem. Verdachte ging met zijn hand in zijn (aangevers) onderbroek, begon zijn penis te aaien en vroeg ”Krijg je een stijve?” Dit heeft ongeveer een halve minuut geduurd. Hij heeft tegen verdachte gezegd dat hij normaal moest doen, is toen weggelopen en bij [betrokkene 5] op de bank gaan zitten. Als hij daar later aan terug dacht had hij daar een kutgevoel over en hij heeft er ook wel eens nachtmerries over gehad. Dit soort dingen gebeurden erna niet meer, maar wel dingen die hij ook met [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] had gedaan. Dat gebeurde tijdens het masseren van de lies, hetgeen de verdachte ongeveer zes keer bij hem heeft gedaan. Verdachte greep dan over de kleding heen in zijn ballen. Hij vond dat raar en liep dan meteen weg. Hij heeft daar samen met [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] over gepraat en met elkaar afgesproken hun hand maar voor hun ballen te houden als verdachte hun insmeerde. Ook als je tijdens de training iets verkeerd deed greep verdachte je bij je ballen.13

De verdachte heeft ter terechtzitting van 27 februari 2015 een verklaring met betrekking tot [slachtoffer 5] afgelegd. Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 5] bij hem is blijven slapen. Zij hebben samen op de bank gezeten. Hij heeft toen zijn hand op [slachtoffer 5]’ buik gelegd en ook zijn rug gekriebeld. Hij heeft ook wel eens in de geslachtsdelen van [slachtoffer 5] geknepen terwijl hij zijn hand in [slachtoffer 5]’ onderbroek had. [slachtoffer 5] kwam vaak in zijn blote kont onder de douche vandaan. Dan deed hij dat. Hij heeft ook wel eens tegen [slachtoffer 5] gezegd: “Heb je een stijve?” Hij zag dat en sprak er dan met [slachtoffer 5] over. Verdachte heeft verklaard dat dit ook een keer bij hem thuis is gebeurd. [slachtoffer 5] en [betrokkene 5] zijn een keer bij verdachte blijven slapen. Hij is toen tussen hen in gaan liggen. Verdachte denkt dat hij de liezen van [slachtoffer 5] heeft ingesmeerd en dat hij [slachtoffer 5] ook in de penis en de ballen heeft geknepen.14

Feit 7

[slachtoffer 7], geboren op [geboortedatum 8], heeft aangifte gedaan. Hij heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat hij aangifte doet van een poging tot betasting van zijn penis door verdachte. Dat is gebeurd in 2009, toen hij 13 jaar was. Dat vond plaats in het huis van verdachte. Hij is via vrienden in contact gekomen met verdachte en uitgenodigd om wat bij hem thuis te komen drinken. Verdachte opende wel eens sekssites op zijn computer en liet ook wel eens seksueel getinte sms-jes lezen op zijn mobiel. Verdachte had hem aangeboden te helpen met boeken kaften. Op een gegeven moment zat hij op de bank, kwam verdachte heel dicht naast hem zitten en deed verdachte een arm om hem heen. Verdachte ging met zijn hand bij hem (aangever) onder het shirt en ging met diens hand in zijn onderbroek. Verdachte deed diens handen een aantal keren in en uit de onderbroek. Voordat hij met de hand in de onderbroek ging kriebelde verdachte hem op de onderbuik. Dat duurde best wel lang. Verdachte had die hele middag al met zijn arm om hem heen gezeten en vaker op de buik gekriebeld. Hij vond het niet fijn dat dit gebeurde.

De verdachte heeft ter terechtzitting van 27 februari 2015 een verklaring met betrekking tot [slachtoffer 7] afgelegd. Verdachte heeft verklaard dat [betrokkene 2] vaker bij hem thuis kwam. [betrokkene 2] is ook bij hem geweest om boeken te kaften. Hij heeft een arm om [betrokkene 2] heengeslagen toen [betrokkene 2] bij hem op de bank zat. Hij heeft [betrokkene 2] gekriebeld op zijn blote buik. Dat was rondom de navel en niet lager dan tot aan de broeksband.15

Namens verdachte is betoogd dat verdachte met zijn handelen geen seksuele intenties heeft gehad, waardoor het ten laste gelegde bestanddeel “ontucht” en de opzet daarop niet bewezen zou kunnen worden verklaard.

Met betrekking tot de vraag of er sprake was van ontuchtige handelingen overweegt de rechtbank als volgt.

Onder het begrip “ontuchtige handelingen” heeft de wetgever begrepen handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm (Kamerstukken II 1988/89, 20930, nr. 3, p. 2). Onder omstandigheden kan aan seksuele handelingen met een persoon tussen de twaalf en zestien jaar het ontuchtige karakter ontbreken, bijvoorbeeld indien die handelingen vrijwillig plaatsvinden en de personen in geringe mate in leeftijd verschillen. Dit betekent dat bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van omstandigheden die meebrengen dat seksuele handelingen niet als ontuchtig kunnen worden aangemerkt in belangrijke mate aankomt op de weging en waardering van de omstandigheden van het geval.

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 tot en met 5 en onder 7 ten laste gelegde handelingen heeft gepleegd. De aangiftes per feit worden grotendeels ondersteund door de verklaringen die verdachte heeft afgelegd, hoewel verdachte ontkent dat hij met deze handelingen seksuele intenties heeft gehad. Verder ondersteunen de aangiftes ook elkaar op essentiële onderdelen, in de gevallen waarin aangevers hebben verklaard dat zij samen bij verdachte zijn geweest en er handelingen zijn voorgevallen zoals ten laste gelegd en in de gevallen waarin verdachte de liezen van de aangevers insmeerde.

De rechtbank is verder van oordeel dat er sprake is van het plegen van ontuchtige handelingen door verdachte en ten aanzien van feit 7 dat verdachte heeft gepoogd ontuchtige handelingen te plegen. Weliswaar heeft verdachte zijn handelingen verpakt in het geven van blessurebehandelingen en amicaal gedrag, zoals omarmingen of stoeierij, maar dat ontneemt niet het ontuchtige karakter aan die handelingen. Gelet op de verklaringen van de aangevers ieder voor zich en in samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat er niet alleen sprake is geweest van amicale, toevallige of onbedoelde handelingen, maar ook van heel bewust verrichte ontuchtige handelingen. Bij de beoordeling weegt naar het oordeel van de rechtbank ook mee het leeftijdsverschil – verdachte was zo rond de dertig jaar en aangevers 13 tot en met 15 jaar – en het daaruit voortvloeiende duidelijke verschil in de stand van de seksuele ontwikkeling. Ten aanzien feit 7 laat de rechtbank voorts nog meewegen dat het geen algemeen aanvaardbare norm is om een minderjarige, die alleen en derhalve zonder dat er een andere volwassene dan verdachte aanwezig was in de woning, te benaderen op de wijze als verdachte heeft gedaan en vervolgens die minderjarige over de blote buik te wrijven.

De rechtbank acht de onder feiten 1, 2 en 7 ten laste gelegde strafverzwarende omstandigheid, namelijk dat de slachtoffers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 7] telkens als pupil van verdachte aan diens waakzaamheid of waakzaamheid waren toevertrouwd, niet bewezen. Van die ontuchtige handelingen is niet gebleken dat die uitsluitend en met name in relatie staan met verdachtes hoedanigheid als trainer van de voetbalclub.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 7 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 01 januari 2010 tot en met 31 december 2010 te Epe met [slachtoffer 1], geboortedatum [geboortedatum 2], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, bestaande die uit het betasten van de penis van die [slachtoffer 5];

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 01 januari 2014 tot 1 maart 2014 te Epe met [slachtoffer 2], geboortedatum [geboortedatum 3], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, telkens bestaande uit het betasten van de penis en/of de ballen van die [slachtoffer 2];

3.

hij in de periode van 01 januari 2014 tot 1 maart 2014 te Epe, met [slachtoffer 3], geboortedatum [geboortedatum 4], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het betasten van de geslachtsdelen van die [slachtoffer 3], terwijl die [slachtoffer 3] als pupil van verdachte aan zijn waakzaamheid of zorg was toevertrouwd;

4.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 01 juni 2013 tot en met 31 mei 2014 te Epe met [slachtoffer 4], geboortedatum [geboortedatum 5], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, telkens bestaande uit het betasten van de geslachtsdelen van die [slachtoffer 4], terwijl die [slachtoffer 4] als pupil van verdachte aan diens waakzaamheid of zorg was toevertrouwd;

5.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van [geboortedatum 6] tot en met 1 juli 2014 te Epe, met [slachtoffer 5], geboortedatum [geboortedatum 6], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, bestaande telkens uit het betasten van de penis en/of de ballen van die [slachtoffer 5], terwijl die [slachtoffer 5] als pupil van verdachte aan diens waakzaamheid of zorg was toevertrouwd;

7.

hij in de periode van 1 juni 2009 tot en met 31 augustus 2009 te Epe, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met [slachtoffer 7], geboortedatum [geboortedatum 8], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen te plegen, zijn, verdachtes, hand in de onderbroek van die [slachtoffer 7] heeft gebracht en over de blote buik van die [slachtoffer 7] heeft gewreven, terwijl uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1.

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar buiten echt ontuchtige handelingen plegen;

2.

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

3, 4 en 5: telkens

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar buiten echt ontuchtige handelingen plegen, terwijl het feit is begaan tegen een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde pupil, meermalen gepleegd;

7.

Poging tot: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

5 De strafbaarheid van het feit

De bewezenverklaarde feiten strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Over verdachte is opgemaakt een rapport van psychologisch onderzoek, gedateerd 24 september 2014 door [psycholoog], psycholoog. [psycholoog] schrijft dat op basis van het onderzoek een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale en narcistische trekken wordt vermoed, alsmede een seksuele stoornis in de zin van pedofilie. Er is tijdens het onderzoek echter onvoldoende informatie voorhanden gekomen om de diagnoses daadwerkelijk te kunnen vaststellen, hetgeen mede komt vanwege de ontkennende houding van verdachte ten aanzien van de vastgestelde problemen. Vanwege een onvoldoende diagnostisch beeld kan geen antwoord worden gegeven op de vraag in hoeverre verdachte toerekeningsvatbaar beschouwd zou moeten worden.

Verdachte is strafbaar, nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 tot en met 5 en het onder 7 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot:

  • -

    een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

  • -

    de bijzondere voorwaarden als vermeld in het reclasseringsrapport van 14 januari 2015, namelijk een meldplicht, een behandelverplichting en een contactverbod;

De officier van justitie heeft gevorderd dat zal worden bevolen dat de te stellen voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

Ter toelichting op de eis heeft de officier van justitie onder meer aangevoerd dat verdachte ernstige feiten heeft gepleegd, waarbij verdachte op ernstige wijze misbruik heeft gemaakt van zijn overwicht en vertrouwenspositie. Deze feiten hebben bij de slachtoffers hun gevoel van eigenwaarde, veiligheid en vertrouwen in de medemens aangetast.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft naast de bepleite vrijspraken subsidiair verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen. Verdachte is bereid een werkstraf te verrichten. Indien de rechtbank van oordeel mocht zijn dat verdachte zwaarder zou moeten worden gestraft, stelt de raadsvrouw zich op het standpunt dat een behandelverplichting dient te worden opgelegd in het kader van een bijzondere voorwaarde en/of een verlengde proeftijd en/of een hoge werkstraf, met desnoods eventueel een beroepsverbod. Verdachte is bereid tot onderzoek en behandeling in het kader van een straf.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft steeds verder gaande ontuchtige handelingen verricht met minderjarigen die ten dele aan zijn zorg waren toevertrouwd. Hij was trainer van een voetbalvereniging. Hij heeft rondom de trainingen die hij gaf ontuchtige handelingen met hen verricht en een aantal van hen thuis uitgenodigd en ook daar ontuchtige handelingen met hen verricht onder het mom van zogenaamd amicaal bedoeld gedrag.

De verdachte heeft, mede gelet op zijn uit het leeftijdsverschil van ruim 15 jaar voortvloeiende overwicht, ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van de nog jonge slachtoffers en het in hem gestelde vertrouwen geschaad. Verdachte heeft bovendien het vertrouwen dat de voetbalclub en ouders van jeugdige voetballers in hem hadden geschaad. De verdachte heeft het fysieke en psychische welzijn van de slachtoffers ondergeschikt gemaakt aan de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften en een ernstige inbreuk gemaakt op de ongestoorde (seksuele) ontwikkeling van de slachtoffers.

De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf rekening met het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft.

Een gevangenisstraf is naar het oordeel van de rechtbank voor bovengenoemde bewezenverklaarde feiten in dit geval de enige passende sanctie.

In het hiervoor reeds besproken rapport van psychologisch onderzoek heeft de psycholoog nader onderzoek aanbevolen om vast te stellen in hoeverre bij verdachte sprake is van pedofilie en van ernstige persoonlijkheidspathologie. In een behandelcontact zou daar door middel van procesdiagnostiek meer zicht op kunnen worden verkregen. Geadviseerd wordt om verdachte hiervoor aan te melden bij een forensische polikliniek zoals De Tender.

De reclassering heeft in haar reclasseringsadvies van 14 januari 2015 de aanbevelingen van de psycholoog overgenomen en geadviseerd dat verdachte in het kader van een bijzondere voorwaarde zal worden verplicht mee te werken aan een nader diagnostisch onderzoek en dat verdachte verplicht zal worden behandeling te volgen.

De rechtbank ziet gelet op het advies tot het volgen van een verplichte behandeling aanleiding om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen en daar de bijzondere voorwaarde van behandeling aan te verbinden. Voorts ziet zij aanleiding om de proeftijd, te verbinden aan de voorwaardelijke gevangenisstraf, vast te stellen op vijf jaren. De rechtbank doet dit mede op grond van de door de deskundigen geadviseerde behandelverplichting, het ingeschatte recidiverisico en de hoeveelheid ontuchtige handelingen die verdachte gedurende een langere periode met jonge jongens heeft gepleegd. Er dient ernstig rekening mee gehouden te worden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Voorts zal de rechtbank een contactverbod opleggen en zal de rechtbank aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarde verbinden dat verdachte gedurende de proeftijd geen activiteiten zal verrichten waarbij contact met jeugdigen niet kan worden vermeden.

Bij de duur van de onvoorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte ter zake van twee feiten (partieel) wordt vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid. Daarom zal een lagere gevangenisstraf worden opgelegd dan door de officier van justitie is gevorderd.

Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zoals onder de feiten 1 tot en met 5 en onder feit 7 bewezen is verklaard, zal de rechtbank, gelet op artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht, uitspreken dat de hierboven genoemde voorwaarden en het op grond van artikel 14d uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.814,26 (materiële schade van € 114,26 en immateriële schade van

€ 1.700,--) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. Ook wordt de wettelijke rente gevorderd en wordt verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.052,20 (materiële schade van € 52,20 en immateriële schade van € 1.000,--) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde. Ook wordt de wettelijke rente gevorderd en wordt verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.062,06 (materiële schade van € 62,06 en immateriële schade van € 1.000,--) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde. Ook wordt de wettelijke rente gevorderd en wordt verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.056,26 (materiële schade van € 56,26 en immateriële schade van € 1.000,--) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde. Ook wordt de wettelijke rente gevorderd en wordt verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.700,--, (immateriële schade) gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde. Ook wordt de wettelijke rente gevorderd en wordt verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het gevorderde telkens in zijn geheel toewijsbaar is.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, gelet op de door haar bepleite vrijspraken, primair verzocht de vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft zij verzocht de vorderingen voor wat betreft de gevorderde immateriële schades te matigen, omdat de bij de vorderingen ter onderbouwing gevoegde rechterlijke uitspraken in haar visie niet vergelijkbaar zijn.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vorderingen is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade hebben geleden. Het is bovendien een ervaringsgegeven dat jeugdigen, die, op de wijze als bewezen is verklaard, worden geconfronteerd met ontuchtige handelingen, daar in hun latere leven schade van ondervinden. De rechtbank zal de geleden immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid telkens begroten op € 1.000,--, nu ervan uit mag worden gegaan dat deze schade in ieder geval is geleden. Met betrekking tot de overigens door de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 5] gevorderde immateriële schade zullen deze niet-ontvankelijk worden verklaard.

De rechtbank stelt vast dat de gevorderde materiële schades niet zijn betwist, zodat deze telkens voor toewijzing vatbaar zijn.

De rechtbank zal de wettelijke rente telkens toewijzen met ingang van de datum waarop de aangifte is gedaan.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet, gelet op hetgeen is overwogen omtrent de vorderingen tot schadevergoeding, aanleiding om aan de verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht telkens de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na te noemen som geld ten behoeve van voornoemde benadeelde partijen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 24c, 27, 36f, 45, 57, 247 en 248 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 6 ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaard tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 5 (vijf) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel zich voor de navolgende voorwaarden niet heeft nageleefd;

 stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  • -

    zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde

  • -

    zich binnen 5 dagen na heden zal melden bij Reclassering Nederland op het adres [locatie]. Hierna moet veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Hieronder wordt ook begrepen het verlenen van medewerking aan huisbezoek.

  • -

    verplicht zal meewerken aan nader diagnostisch onderzoek (ten einde duidelijkheid te krijgen over de aanwezigheid van achterliggende problematiek). Na de onderzoeksfase wordt veroordeelde, indien er achterliggende problematiek is vastgesteld, verplicht om zich hiervoor te laten behandelen bij De Tender, forensische psychiatrische polikliniek of een soortgelijke forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich ook zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    op geen enkele wijze contact mag opnemen met aangevers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 7], zolang de reclassering dit nodig acht;

  • -

    niet als (voetbal)trainer noch in een andere functie, betaald of onbetaald, activiteiten zal verrichten bij bijvoorbeeld enige (sport)vereniging en/of een school en/of een instelling, waarbij contact met jeugdigen niet kan worden vermeden;

 bepaalt dat de hierboven genoemde voorwaarden en het op grond van artikel 14d uit te

oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

 beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de navolgende benadeelde partijen van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil.

Benadeelde partij Bedrag

1. [slachtoffer 1], rek.nr. [nr 1] € 1.114,26

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2014

2. [slachtoffer 2], rek.nr. [nr 2]

(tnv. [naam 2]) € 1.052,20

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2014

3. [slachtoffer 3], rek.nr. [nr 3] € 1.062,06

(tnv. [slachtoffer 3])

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2014

4. [slachtoffer 4], rek.nr. [nr 4] € 1.056,26

(tnv. [slachtoffer 4])

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2014

5. [slachtoffer 5], rek.nr. [nr 1] € 1.000,--

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juli 2014

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

 legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de navolgende benadeelde partijen te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal hechtenis zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

Benadeelde partij Bedrag Vervangende hechtenis

1. [slachtoffer 1] € 1.146,26 21 dagen;

2. [slachtoffer 2] € 1.052,20 20 dagen.

3. [slachtoffer 3] € 1.062,06 20 dagen;

4. [slachtoffer 4] € 1.056,26 20 dagen.

5. [slachtoffer 5] € 1.000,-- 20 dagen;

Bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kropman (voorzitter), mrs. Prisse en Pieterse, rechters, in tegenwoordigheid van Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 mei 2015.

Mrs. Kropman en Pieterse zijn buiten staat mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van de politie regio Noord en Oost Gelderland, divisie recherche zeden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0660-2014088292-8, gesloten op 22 augustus 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte door [naam 1] namens [slachtoffer 1], pag. 135-137

3 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 27 februari 2015

4 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 104-105

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2], pag. 50-54

6 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 27 februari 2015

7 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 94-95

8 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3], pag. 130-132

9 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 27 februari 2015

10 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 96-97

11 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4], pag. 125-127

12 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 27 februari 2015

13 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5], pag. 140-142

14 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 27 februari 2015

15 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 27 februari 2015