Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:2209

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-03-2015
Datum publicatie
02-04-2015
Zaaknummer
2786592 / CV EXPL 14-1314
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Agentuurovereenkomst: opzegging door principaal. Berekening van provisie en klantenvergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

Zaakgegevens: 2786592 / CV EXPL 14-1314

Grosse aan: mr. van der Zwan

Afschrift aan: mr. Oomen

Verzonden d.d. 18 maart 2015

vonnis d.d. 18 maart 2015 van de kantonrechter

in de zaak van

[eiser],

wonende te [plaats],

eisende partij in conventie, verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde: mr. S.M. van der Zwan,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Joymed B.V.,

gevestigd te Beuningen,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in voorwaardelijke reconventie,

gemachtigde: mr. H.C.J. Oomen.

Partijen worden in het hierna volgende [eiser] en Joymed genoemd.

1 Het procesverloop

1.1

Dit verloop blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 mei 2014;

- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie;

- de brief met productie van 28 juli 2014 van de zijde van [eiser];

- de brief met producties van 22 augustus 2014 van de zijde van Joymed;

- de brief met producties van 10 september 2014 van de zijde van [eiser];

- de aantekeningen van de griffier van de op 17 september 2014 gehouden comparitie na antwoord;

- het proces-verbaal van 17 september 2014;

- de akte overlegging producties van de zijde van Joymed;

- de akte aan de zijde van [eiser];

- de antwoordakte aan de zijde van Joymed.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1

Op 25 februari 2011 hebben [eiser] en Joymed een agentuurovereenkomst gesloten waarin partijen zijn overeengekomen dat [eiser] met ingang van 1 maart 2011 als handelsagent zal bemiddelen bij de verkoop van producten van Joymed. Deze overeenkomst is met ingang van 31 december 2012 geëindigd.

2.2

Op 18 april 2013 hebben [eiser] en Joymed een nieuwe agentuurovereenkomst gesloten waarin zij zijn overeengekomen dat [eiser] met ingang van 1 januari 2013 als handelsagent zal bemiddelen bij de verkoop van producten van Joymed.

In deze overeenkomst zijn - voor zover in dit geding van belang - de volgende bepalingen opgenomen:

“(…)

Artikel 11: Verplichtingen bij beëindiging

(…)

Lid 2: De principaal verplicht zich uiterlijk binnen 30 dagen na beëindiging van deze overeenkomst alle nog verschuldigde provisie aan de agent te voldoen.

Lid 3: De agent heeft na beëindiging van deze overeenkomst recht op de volledige provisie voor die orders die binnen 3 maanden na het beëindigen van de overeenkomst worden geplaatst en die zonder tussenkomst van een andere handelsagent tot stand zijn gekomen.

Lid 4: De agent heeft na beëindiging van deze overeenkomst recht op een klantenvergoeding als bedoeld in artikel 7:442 BW voor zover hij voldoet in de dat artikel opgenomen criteria.

Artikel 12: Boetebepaling

Ieder der partijen die in strijd handelt met een der bepalingen van deze overeenkomst verbeurt ten gunste van de wederpartij een direct opeisbare boete van € 20.000 voor iedere overtreding, onverminderd het recht van de ander op een volledige schadevergoeding”

2.3

[eiser] handelt onder de naam [naam ].

2.4

Op 12 september 2013 heeft Joymed onder meer het volgende aan [eiser] geschreven:

“We hebben besloten om de samenwerking met [naam ] te beeindigen. Bij deze beeindigen we dan ook de overeenkomst per heden.

Conform artikel 1 lid 2 van onze overeenkomst geldt er een opzegtermijn van drie maanden.

De wettelijke einddatum van de overeenkomst is derhalve 31 december 2013.

Conform artikel drie van de overeenkomst zal Joymed BV u de provisie over de verkoop in deze maanden doorbetalen. Vanaf heden bent u vrijgesteld van alle werkzaamheden ten behoeve van Joymed BV.

(…)”

2.5

Op 10 oktober 2013 heeft Joymed de agentuurovereenkomst per direct vanwege een dringende reden beëindigd.

2.6

Ter zitting van 17 september 2014 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten, met de volgende inhoud:

“1. Partijen stellen vast dat er geen sprake is geweest van een dringende reden voor

opzegging met onmiddellijke ingang van de agentuurovereenkomst op of omstreeks

10 oktober 2013.

2. Partij Joymed ontheft partij [eiser] van het concurrentiebeding.

3. Partij Joymed zal bij akte de door partij [eiser] ter zitting gevraagde stukken in

het geding brengen, te weten:

- alle prijsafspraken en contracten met de ziekenhuizen in de regio van partij

[eiser], gesloten tussen 1 september 2013 en 30 april 2014 (los van de vraag of

die periode maatgevend zal zijn)

- alle facturen, voor zover het betreft het gebied van de heer [eiser] met daarbij

behorende orders, in diezelfde periode van alle ziekenhuizen die cliënt zijn van

Joymed.

4. Partij [eiser] zal ter zake van de hierboven vermelde stukken absolute

geheimhouding betrachten. Bij overtreding van dit geheimhoudingsbeding zal hij

een boete verbeuren van E 10.000,00 per keer.

5. Partij [eiser] zal na ontvangst van de bedoelde stukken zijn stellingen daarop

schriftelijk nader toelichten bij akte.

6. Partij Joymed zal in de gelegenheid worden gesteld bij antwoordakte hierop te

reageren.

7. De vordering in reconventie vervalt omdat de voorwaarde waaronder deze is

ingesteld niet in vervulling gaat.”

3 De vordering en het verweer

In conventie

3.1

[eiser] vordert – na vermindering/wijziging van zijn vordering, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. zal verklaren voor recht dat Joymed de overeenkomst met [eiser] op

hetzij 12 september hetzij 10 oktober 2013 op onregelmatige wijze heeft

beëindigd en zonder dat daarvoor een onverwijld medegedeelde dringende reden aanwezig was;

2. zal verklaren voor recht dat Joymed geen rechten aan het overeengekomen concurrentiebeding kan ontlenen;

3. Joymed zal veroordelen op straffe van een door de kantonrechter vast te stellen dwangsom aan [eiser] inzage te geven in de administratieve bescheiden bestaande in alle facturen, opdrachten, onderhandelingen, lopende opdrachten en offertes en alle correspondentie met relaties van Joymed althans relaties in het gebied waarin [eiser] actief was opdat kan worden vastgesteld wat de juiste omvang is van hetgeen aan [eiser]

toekomt;

4. Joymed zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen:

a. uit hoofde van aan [eiser] toekomende provisies tot aan het einde van de overeenkomst bij een beëindiging per 10 oktober 2013 € 678,44, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente over dat bedrag vanaf 30 dagen na de beëindigingsdatum althans vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening;

b. uit hoofde van aan [eiser] toekomende provisies over de gemiste opzegtermijn

€ 22.731,78 (conform productie 23 de eerste twee posten horen wél in deze berekening thuis bij een beëindiging per deze datum)

bij een beëindiging per 12 september 2013, althans € 22.053,33 (conform productie 24 minus de eerste twee posten die bij een beëindiging per deze datum reeds in het petitum sub 4a zijn gevorderd) bij een beëindiging per 10 oktober 2013 te vermeerderen met de

wettelijke (handels)rente over dat bedrag vanaf 30 dagen na de beëindigingsdatum althans vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening;

c. uit hoofde van artikel 11 lid 3 althans schadevergoeding terzake van het mislopen van de vergoeding ex artikel 11 lid 3 de volledige provisie voor die orders die binnen 3 maanden na het beëindigen van de overeenkomst zijn geplaatst en die zonder tussenkomst van een andere handelsagent tot stand zijn gekomen terzake waarvan Joymed op straffe

van een door de kantonrechter vast te stellen dwangsom tevens wordt veroordeeld

een gespecificeerde opgave met bewijsstukken aan [eiser] te verstrekken;

d. uit hoofde van artikel 7:431 lid 2 BW, tezamen met het gevorderde sub 4.c een bedrag van € 66.260,49, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente over dat bedrag vanaf 30 dagen na de beëindigingsdatum althans vanaf heden tot aan de dag der algehele

voldoening;

e. uit hoofde van klantenvergoeding € 64.937,45 te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente over dat bedrag vanaf 30 dagen na de beëindigingsdatum althans vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening;

f. uit hoofde van boetes € 60.000,00 te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente over dat bedrag vanaf 30 dagen na de beëindigingsdatum althans vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening;

g. terzake van buitengerechtelijke incassokosten € 2.907,91 te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente over dat bedrag vanaf 30 dagen na beëindigingsdatum althans vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening;

althans in zoverre subsidiair, voor zover enige van de hierboven genoemde posten niet voor toewijzing in aanmerking zou komen terzake van die post aan [eiser] schadevergoeding te betalen, welke schadevergoeding nader zal zijn op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente over het verschuldigd bedrag vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening;

5. met veroordeling van Joymed, eveneens uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het geding.

3.2

Aan deze vordering legt [eiser] - bezien in het licht van de vastgestelde feiten - het volgende ten grondslag. Joymed heeft de overeenkomst op 12 september 2013 met onmiddellijke ingang opgezegd. Dat betreft volgens [eiser] een onregelmatige opzegging waardoor Joymed schadeplichtig is geworden. Ten eerste heeft [eiser] recht op betaling van provisie over de door de onregelmatige opzegging misgelopen opzegtermijn. In dit geval betekent dat volgens [eiser] dat hij recht heeft op betaling van provisie tot 31 december 2013. Voorts had [eiser] bij regelmatige beëindiging van de overeenkomst recht gehad op de vergoeding zoals bedoeld in artikel 11 lid 3 van de agentuurovereenkomst. Voorts maakt [eiser] aanspraak op de vergoeding van de door hem voorbereide overeenkomsten zoals bedoeld in artikel 7:431 lid 2 BW. Verder maakt [eiser] aanspraak op de klantvergoeding zoals bedoeld in artikel 7:442 BW. Voorts heeft [eiser] zich op het standpunt gesteld dat Joymed meerdere keren in strijd heeft gehandeld met bepalingen uit de agentuurovereenkomst, waardoor Joymed een boetes heeft verbeurd.

[eiser] heeft zijn vordering op Joymed uit handen gegeven aan een advocaat. Zijn advocaat heeft buitengerechtelijke werkzaamheden verricht. Joymed dient die kosten aan hem te vergoeden, evenals de wettelijke (handels)rente over de gevorderde bedragen.

3.3

Joymed heeft geconcludeerd dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] niet ontvankelijk zal verklaren in zijn vorderingen, althans dat de kantonrechter deze vorderingen zal afwijzen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure, onder de bepaling dat [eiser] de wettelijke rente over deze kosten verschuldigd is wanneer hij deze kosten niet binnen acht dagen na betekening van dit vonnis zal hebben voldaan.

Op de inhoud van het verweer zal zonodig in het navolgende worden ingegaan.

In voorwaardelijke reconventie

3.4

Indien in conventie komt vast te staan dat Joymed de agentuurovereenkomst terecht als gevolg van een dringende reden heeft beëindigd, vordert Joymed dat de kantonrechter:

1. [eiser] zal veroordelen om binnen 5 dagen na het in deze te wijzen

vonnis aan Joymed bij wijze van schadevergoeding tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen een bedrag van € 393.312,00 althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag der dagvaarding;

2. [eiser] te veroordelen om binnen 5 dagen na het in deze te wijzen vonnis aan Joymed tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen een bedrag van € 20.000,00 aan verbeurde boete, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag der dagvaarding;

3. zal verklaren voor recht dat het non-concurrentiebeding als opgenomen in artikel 9

lid 2 van de agentuurovereenkomst nog tussen partijen geldt tot en met 10 oktober 2015;

4. [eiser] zal veroordelen in de kosten van deze procedure, onder de bepaling dat [eiser] de wettelijke rente over deze kosten verschuldigd is wanneer zij deze kosten niet binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis zal hebben voldaan.

3.5

Joymed heeft vanwege het feit dat [eiser] de overeengekomen omzet niet heeft gehaald, schade geleden. Joymed had met de leverancier van de door [eiser] ten behoeve van Joymed te verkopen producten, een afnameverplichting. Hieraan heeft Joymed niet kunnen voldoen, waardoor zij schade heeft geleden tot een bedrag van

€ 393.312,00.

Voorts heeft [eiser] het concurrentiebeding overtreden door een agentuurovereenkomst te sluiten met Consult4Care. Daarmee heeft Joymed belang bij de verklaring voor recht dat het concurrentiebeding tussen partijen nog geldend is. Ten slotte heeft [eiser] door het sluiten van de agentuurovereenkomst met een concurrent een boete verbeurd van

€ 20.000,00.

3.6

[eiser] heeft geconcludeerd dat de kantonrechter Joymed in haar vordering niet ontvankelijk zal verklaren, althans dat de kantonrechter haar deze vordering zal ontzeggen, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van Joymed in de kosten van het geding en onder de bepaling dat Joymed de wettelijke rente over de kosten verschuldigd is, wanneer zij deze kosten niet binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis heeft voldaan.

Op de inhoud van het verweer zal zonodig in het navolgende worden ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie

Ten aanzien van de gevorderde verklaringen voor recht

4.1

Ter zitting van 17 september 2014 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin zij onder meer hebben vastgesteld dat er geen sprake is geweest van een dringende reden voor opzegging met onmiddellijke ingang van de agentuurovereenkomst op of omstreeks 10 oktober 2013. Voorts heeft Joymed [eiser] ontheven van het concurrentiebeding. Dit betekent dat de door [eiser] gevorderde verklaringen voor recht zoals weergegeven onder 3.1 sub 1 en 2, thans geen bespreking meer behoeven, althans met betrekking tot de verklaring voor recht onder 3.1. sub 1 voor deze betrekking heeft op de beëindiging wegens een dringende reden.

4.2

[eiser] heeft een verklaring voor recht gevorderd dat Joymed de agentuurovereenkomst op onregelmatige wijze heeft beëindigd. Daartoe heeft hij aangevoerd dat Joymed met de opzegging van 12 september 2013 niet de geldende opzegtermijn van drie maanden in acht heeft genomen, zodat er in zijn ogen op 12 september 2013 sprake was van een beëindiging met onmiddellijke ingang. In ieder geval heeft [eiser] de brief van Joymed van 12 september 2013 in die zin begrepen. De kantonrechter overweegt op dit punt als volgt.

4.3

Hoewel aan [eiser] kan worden toegegeven dat de door Joymed gebruikte bewoordingen ‘bij deze beëindigen we dan ook de overeenkomst per heden’ in de brief van 12 september 2013 ongelukkig is, valt uit de overige bewoordingen en de strekking van de brief te op te maken dat Joymed een opzegtermijn van drie maanden in acht heeft willen nemen en dat de einddatum van de agentuurovereenkomst 31 december 2013 is. In de brief is immers vermeld dat [eiser] tot en met 31 december 2013 provisie zal ontvangen op basis van artikel 3 van de agentuurovereenkomst. Ten slotte duidt ook de mededeling dat [eiser] zal zijn vrijgesteld van werkzaamheden er op dat de agentuurovereenkomst zou eindigen per 31 december 2013. Indien het de bedoeling van Joymed was geweest dat de overeenkomst met onmiddellijke ingang zou eindigen, dan had Joymed [eiser] immers niet vrij hoeven stellen van werkzaamheden. Dat betekent dat de kantonrechter het ervoor zal houden dat Joymed de agentuurovereenkomst met inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn van drie maanden heeft opgezegd, zodat de agentuurovereenkomst op 31 december 2013 is geëindigd. De vordering tot verklaring voor recht op dit punt zal worden afgewezen.

Ten aanzien van de vordering tot inzage in de administratie

4.4

Ten aanzien van de vordering zoals weergegeven onder 3.1 sub 3, hebben partijen ter zitting van 17 september 2014 eveneens een vaststellingsovereenkomst gesloten. Op grond van die overeenkomst heeft Joymed bij akte van 23 april 2014 de gevraagde bescheiden in het geding gebracht. Dat betekent dat [eiser] thans geen belang meer heeft bij zijn vordering tot – kort gezegd - inzage in de administratie van Joymed. De vordering van [eiser] op dit punt zal dan ook worden afgewezen.

Provisie tot het einde van de overeenkomst

4.5

[eiser] heeft in zijn akte na comparitie zijn vordering sub 4.a verminderd tot een bedrag van € 560,70 (te vermeerderen met BTW) en zijn vordering sub 4.b verminderd tot een bedrag van € 18.786,60 (te vermeerderen met BTW). De beide vorderingen samen omvatten (althans zo begrijpt de kantonrechter het petitum van [eiser]) de provisie over de periode 12 september 2013 tot en met 31 december 2013.

Joymed heeft deze vorderingen van [eiser] erkend, zodat de vorderingen van [eiser] zullen worden toegewezen.

4.6

De gevorderde wettelijke handelsrente is niet weersproken en zal - als op de wet gegrond - worden toegewezen over de hiervoor genoemde bedragen vanaf 30 dagen na de beëindigingsdatum (31 december 2013).

Provisie op grond van artikel 11 lid 3 agentuurovereenkomst en/of op grond van artikel 7:431 lid 2 BW

4.7

[eiser] heeft gesteld dat hij op grond van artikel 11 lid 3 van de agentuurovereenkomst recht heeft op betaling van provisie voor die orders die binnen drie maanden na 31 december 2013 worden geplaatst en die zonder tussenkomst van een andere handelsagent tot stand zijn gekomen. [eiser] heeft voorts een beroep gedaan op het bepaalde in artikel 7:431 lid 2 BW en gesteld dat laatstgenoemde bepaling het wettelijk minimum omvat. In de akte na comparitie heeft [eiser] aangevoerd dat hij op basis van artikel 11 lid 3 van de agentuurovereenkomst en op basis van artikel 7:431 lid 2 BW tezamen een bedrag van € 66.260,49 vordert. De kantonrechter overweegt op dit punt als volgt.

4.8

Op grond van het bepaalde in artikel 7:445 lid 1 BW bevat artikel 7:431 lid 2 BW dwingend recht. Dat betekent dat afwijkende bepalingen in de agentuurovereenkomst overeenkomstig artikel 3:40 lid 2 BW nietig zijn. Het standpunt van [eiser] dat artikel 7:431 lid 2 BW het wettelijk minimum omvat waarvan in het voordeel van de handelsagent kan worden afgeweken, vindt dan ook geen steun in de wet en zal niet worden gevolgd.

Beoordeeld zal thans worden of [eiser] recht heeft op provisie voor de voorbereiding van na het einde van de agentuurovereenkomst tot stand gekomen overeenkomsten, indien deze hoofdzakelijk aan de tijdens de duur van de agentuurovereenkomst door [eiser] verrichte werkzaamheden zijn te danken en - indien dat het geval is - binnen een redelijke termijn na 31 december 2013 zijn afgesloten.

4.8.1

[eiser] heeft gesteld dat de orders die Joymed heeft geschreven in de eerste zes maanden na 31 december 2013 hoofdzakelijk, zo niet volledig te danken zijn aan werkzaamheden van [eiser]. [eiser] heeft ter onderbouwing van zijn stelling een overzicht overgelegd waaruit zijn activiteiten blijken. Joymed heeft op dit punt verweer gevoerd. Zij heeft aangevoerd dat [eiser] op geen enkele wijze heeft onderbouwd dat dankzij zijn inzet voor het einde van de agentuurovereenkomst, overeenkomsten tot stand zijn gekomen na 31 december 2013 en - voor zover de kantonrechter anders zou oordelen - moet worden uitgegaan van een periode van drie maanden omdat partijen dat zijn overeengekomen in artikel 11 lid 3 van de agentuurovereenkomst.

4.8.2

De kantonrechter overweegt vooreerst ten aanzien van de redelijke termijn als volgt. De redenering van Joymed zal op dit punt niet worden gevolgd. Artikel 7:431 lid 2 BW is – zoals eerder vermeld – van dwingend recht zodat hetgeen partijen op dit punt zijn overeengekomen nietig is. Wat een redelijke termijn is zal moeten worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. De kantonrechter zal hierbij in overweging nemen dat - zoals onweersproken door [eiser] is gesteld - het verkoopproces een langdurig en ingewikkeld proces is en dat [eiser] vanaf half september 2013 geen werkzaamheden meer heeft verricht waarbij wel in acht wordt genomen dat deze vrijstelling van werkzaamheden hem was opgelegd door Joymed. Dat brengt mee dat een termijn van vier maanden na 31 december 2013 als een redelijke termijn wordt beschouwd. Niet valt in te zien dat het feit dat de overeenkomst tussen partijen slechts twee jaar en tien maanden heeft geduurd, daaraan kan afdoen.

4.8.3

De stelplicht en - bij betwisting - de bewijslast ten aanzien van de stelling dat de door [eiser] verrichte werkzaamheden voor het einde van de agentuurovereenkomst hebben geleid tot overeenkomsten na het einde van de agentuurovereenkomst rusten op [eiser]. [eiser] heeft ter onderbouwing van zijn stelling een overzicht overgelegd van door hem verrichte werkzaamheden die volgens hem hebben geleid tot overeenkomsten na 31 december 2013. Bovendien heeft hij - onweersproken - aangevoerd dat het verkoopproces ten aanzien van de door hem verkochte producten, enige tijd in beslag nam omdat hij moest bewerkstelligen dat verschillende partijen in een ziekenhuis met het product wilden gaan werken. [eiser] heeft in dit verband aangevoerd dat hij bezig was met projecten bij MST Enschede, MC Leeuwarden en diverse andere projecten die hij niet af heeft kunnen maken, maar die volgens hem na het einde van de agentuurovereenkomst wel tot orders hebben geleid.

Ten aanzien van MST Enschede heeft Joymed weersproken dat er een ‘registry’ (waar [eiser] aan werkte) tot stand is gekomen, zodat er evenmin sprake is van daaruit voortvloeiende omzet. De kantonrechter kan dit standpunt van Joymed niet volgen. [eiser] heeft (met e-mails onderbouwd) gesteld dat hij in september 2013 een principe-afspraak had gemaakt met MST Enschede om 20 patiënten te gaan volgen in een registry. Uit de door Joymed overgelegde gegevens blijkt dat er in maart en april 2014 orders zijn geplaatst door MST Enschede (waarbij ook vermeld wordt “zichtzending”). Het zal er dan ook voor gehouden worden dat de inspanningen van [eiser] van september 2013 hebben geleid tot het plaatsen van deze orders. Blijkens productie 21 van Joymed levert dat een bedrag aan provisie op van € 4.145,98 (te vermeerderen met BTW), welk bedrag zal worden toegewezen.

Ten aanzien van MC Leeuwarden heeft Joymed weersproken dat [eiser] voorbereidende werkzaamheden heeft verricht. Volgens Joymed is het juist de heer Tijsma geweest die deze werkzaamheden heeft verricht op grond waarvan een overeenkomst met MC Leeuwarden tot stand is gekomen op 20 januari 2014. De kantonrechter overweegt op dit punt als volgt. Op 3 september 2013 is als reactie op een e-mail van [eiser] namens MC Leeuwarden geschreven dat besloten is de Nevro-producten op een paar patiënten te gaan proberen, hetgeen – zoals uit een door Joymed – overgelegde e-mail van MC Leeuwarden blijkt, in november 2013 al tot een offerteaanvraag heeft geleid. Het zal er dan ook voor gehouden worden dat de na 31 december 2013 gevolgde orders hoofdzakelijk aan de door [eiser] verrichte werkzaamheden zijn te danken. Blijkens productie 21 van Joymed gaat het om een bedrag aan provisie van € 4.289,00 dat zal worden toegewezen.

Met betrekking tot het St Jansdal, het OLVG, het AMC en het MC Amstelveen heeft [eiser] naar het oordeel van de kantonrechter te weinig concreet onderbouwd welke door hem verrichte werkzaamheden tot welke specifieke orders hebben geleid na het einde van de agentuurovereenkomst. Het enkele feit dat deze ziekenhuizen kort na 31 december 2013 orders hebben geplaatst, betekent immers niet dat deze hoofdzakelijk voortvloeien uit contacten die er tussen [eiser] en deze ziekenhuizen zijn geweest gedurende de agentuurovereenkomst.

Ten aanzien van het Slotervaart ziekenhuis heeft [eiser] zelf gesteld weinig tot niets te hebben gedaan.

4.9

Voor zover [eiser] heeft gevorderd een dwangsom aan deze veroordeling te verbinden wordt als volgt overwogen. Op grond van het bepaalde in artikel 611a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een dwangsom niet worden opgelegd in geval van veroordeling tot betaling van een geldsom. De vordering van [eiser] zal in zoverre dan ook worden afgewezen.

Voor zover [eiser] heeft bedoeld een dwangsom te willen verbinden aan de vordering tot het verstrekken van een gespecificeerde opgave met bewijsstukken, is hierover onder 4.4. reeds beslist.

4.10

[eiser] heeft wettelijke handelsrente gevorderd. Omdat het in dit geval niet gaat om het niet tijdig betalen dan hetgeen op grond van de overeenkomst verschuldigd is, is het bepaalde in artikel 6:119a BW niet van toepassing. De normale wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding.

Ten aanzien van de klantenvergoeding

4.11

De vaststelling van een eventueel door Joymed aan [eiser] te betalen klantenvergoeding verloopt in drie fasen (kenbaar uit onder meer HR 2 november 2012, BW9865).

In de eerste fase moeten de voordelen die transacties met door de agent aangebrachte klanten de principaal opleveren, gekwantificeerd worden (art. 7:442 lid 1 aanhef en sub a BW). In de tweede fase moet beoordeeld worden of reden bestaat het aldus vastgestelde bedrag aan te passen met het oog op de billijkheid, gelet op alle omstandigheden van het geval en in het bijzonder op de door de agent gederfde provisie, waarbij de billijkheid zowel een verhoging als een verlaging van dit vastgestelde bedrag kan meebrengen (art. 7:442 lid 1 aanhef en sub b BW). In de derde fase wordt dan getoetst of het uit de twee eerdere fasen volgende bedrag het in het tweede lid van art. 7:442 BW bedoelde maximumbedrag niet te boven gaat.

4.11.1

Of [eiser] aanspraak heeft op een klantenvergoeding hangt af van de vraag of voldaan is aan de voor de eerste fase relevante voorwaarden, namelijk of hij als agent voor Joymed nieuwe klanten heeft aangebracht en of de overeenkomsten met deze klanten voor Joymed nog aanzienlijke voordelen opleveren. Daarbij wordt vooropgesteld dat het agentschap van [eiser] zag op producten van Nevro (Senza neuromodulatie). [eiser] heeft in dat verband aangevoerd dat er bij aanvang van zijn werkzaamheden geen klanten waren en dat alle klanten door hem zijn aangebracht. Joymed heeft daarop aangevoerd dat [eiser] geen enkele nieuwe klant heeft aangebracht, omdat alle klanten al bestaande klanten waren. De kantonrechter overweegt op dit punt als volgt.

4.11.2

[eiser] heeft uiteengezet dat ten tijde van de aanvang van de agentuurovereenkomst in 2011, er 27 ziekenhuizen in Nederland waren die bevoegd waren de neuromodulatie-ingreep uit te voeren. Tijsma had de meest vooruitstrevende ziekenhuizen in zijn klantenbestand en [eiser] kreeg de zogenaamde ‘volgers’.

Uit de bijlage bij de eerste overeenkomst valt te lezen dat hij de volgende ziekenhuizen op zijn targetlijst ten behoeve van Nevro-producten had:

-MST Enschede,

-Isala Zwolle,

-Anthonius Sneek,

-MCL Leeuwarden,

-Diac Meppel,

-St. Jansdal Harderwijk,

-OLVG Amsterdam,

-MCA Alkmaar en

-Gelre Apeldoorn.

In de overeenkomst van 2013 zijn de volgende ziekenhuizen aan de targetlijst (ten aanzien van producten Nevro) toegevoegd:

-AMC Amsterdam,

Flevo Almere,

- Medisch Centrum Amstelveen,

- Martini Groningen.

Omdat deze klanten niet zijn opgesomd op de lijst van bestaande klanten, moet het ervoor gehouden worden dat indien met (een van) deze ziekenhuizen overeenkomsten zijn gesloten, het om nieuwe klanten gaat. Het feit dat een aantal ziekenhuizen al klant van Joymed was, kan hieraan niet afdoen omdat van belang is of de ziekenhuizen klant van Joymed waren met betrekking tot de Nevro-producten en niet ten aanzien van andere producten die door Joymed werden verkocht. Wel van belang is beantwoording van de vraag of de klanten door [eiser] zijn aangebracht. Het enkele feit dat deze ziekenhuizen op zijn targetlijst stonden, betekent immers niet dat [eiser] deze klanten ook zelf heeft aangebracht.

4.11.3

[eiser] heeft gesteld dat van zijn targetlijst MST Enschede, AMC Amsterdam, Isala Zwolle, Gelre Apeldoorn, St Jansdal Harderwijk, OLVG Amsterdam, MC Leeuwarden en MC Amstelveen door zijn toedoen klant zijn geworden.

Met betrekking tot Isala Zwolle heeft hij echter vervolgens zelf (onderbouwd met een e-mail van augustus 2013) aangevoerd dat het niet tot een opdracht is gekomen. Dat betekent dat [eiser] onvoldoende gesteld heeft om aan te nemen dat Isala Zwolle door zijn toedoen een klant van Joymed is geworden. Ten aanzien van Gelre Apeldoorn geldt hetzelfde. [eiser] heeft in dat verband immers gesteld dat Gelre Apeldoorn voor een concurrent van Joymed heeft gekozen, zodat het er ten aanzien van Gelre Apeldoorn voor gehouden moet worden dat dit geen klant is geworden van Joymed. Ten slotte heeft [eiser] ook ten aanzien van MC Amstelveen aangevoerd dat het hem - door omstandigheden - niet is gelukt dit ziekenhuis tot klant van Joymed te maken. Uit deze - onvoldoende weersproken -stellingen van [eiser] blijkt dat hij als nieuwe klanten MST Enschede, AMC Amsterdam, St. Jansdal Harderwijk, OLVG Amsterdam en MC Leeuwarden heeft aangebracht. Onbetwist is door [eiser] gesteld, terwijl een en ander bovendien is gebleken uit de omzetgegevens van na het einde van de agentuurovereenkomst, dat deze klanten Joymed nog aanzienlijke voordelen opleveren, mede omdat het in de branche gebruikelijk is dat bestaande klanten niet snel overstappen naar een concurrent.

4.11.4

Het voordeel van Joymed moet vervolgens worden vastgesteld aan de hand van de in de laatste twaalf maanden door de handelsagent verdiende brutoprovisie betreffende deze nieuwe klanten. De stellingen van Joymed dat [eiser] haar vanwege gebrek aan inzet geen voordeel heeft opgeleverd of dat [eiser] de voordelen voor Joymed niet heeft benoemd zijn dan ook in dit verband niet relevant en zullen om die reden worden gepasseerd. Relevant is welke brutoprovisiebedragen [eiser] heeft verdiend over de periode januari tot en met december 2013 met betrekking tot de klanten MST Enschede, AMC Amsterdam, St. Jansdal Harderwijk, OLVG Amsterdam en MC Leeuwarden.

[eiser] heeft gesteld dat de totale door hem gegenereerde provisie-inkomsten over 2013 € 53.667,32 beliepen. [eiser] heeft zich hierbij ten aanzien van het laatste kwartaal kennelijk beroepen op de gegevens zoals overgelegd door Joymed. Ten aanzien van de eerste drie kwartalen heeft [eiser] maandelijks bedragen genoemd zonder deze bedragen nader te onderbouwen. Joymed heeft bij conclusie van antwoord een overzicht overgelegd van de totaal door [eiser] behaalde omzet (en provisie) over het gehele jaar 2013, waarop [eiser] niet meer inhoudelijk heeft gereageerd. De kantonrechter zal bij de berekening van de totale provisieopbrengst van [eiser] over 2013 dan ook uitgaan van dat overzicht (productie 9a conclusie van antwoord). Daaruit volgt dat [eiser] over 2013 een provisieopbrengst had van € 39.931,20. Het voordeel van Joymed, gelegen in de mogelijkheid voor haar om de door [eiser] tot stand gebrachte klantrelaties na beëindiging van de agentuurovereenkomst te kunnen blijven gebruiken zonder daarover provisie verschuldigd te zijn, wordt daarom vastgesteld op dit laatstgenoemde bedrag. Factoren op grond waarvan dit bedrag zou moeten worden gecorrigeerd, met name op het punt van de duur van het voordeel dat Joymed naar verwachting aan de transacties met genoemde klanten kan ontlenen, het verloop van het klantenbestand en de versnelde ontvangst van de provisie-inkomsten zijn onvoldoende concreet gesteld of gebleken.

4.11.5

In de tweede fase moet beoordeeld worden of de betaling van deze klantenvergoeding billijk is, waarbij alle omstandigheden van het geval een rol kunnen spelen. Onder meer zijn van belang de hoogte van de verloren provisie, de redenen die tot het einde van de agentuurovereenkomst hebben geleid, de duur van de overeenkomst, het al of niet toepasselijk zijn van het in art. 7:443 BW bedoelde concurrentiebeding en de financiële omstandigheden van [eiser] en Joymed. Daarover wordt als volgt overwogen.

4.11.6

[eiser] heeft op dit punt aangevoerd dat de door hem gegenereerde omzet een stijgende lijn liet zien, zodat er van uit moet worden gegaan dat [eiser] ook na 31 december 2013 provisie had kunnen genereren, die voor hem thans verloren gaat. Joymed heeft echter weersproken dat er sprake is van een stijgende lijn in de omzet en heeft – voor het geval toch zou worden aangenomen dat er sprake is van een stijgende lijn in de omzet – gesteld dat dat te danken is aan de inspanning van andere aan Joymed verbonden mensen en niet aan [eiser]. In dit laatste standpunt zal Joymed niet worden gevolgd. Uit hetgeen hiervoor in de overwegingen 4.6 tot en met 4.7.4 is overwogen, volgt dat het ervoor gehouden moet worden dat [eiser] ten aanzien van een aantal klanten voor 31 december 2013 een ‘principeovereenkomst’ had gesloten of in vergevorderd stadium van onderhandelingen verkeerde, hetgeen heeft geresulteerd in omzet in het eerste kwartaal van 2014. Omdat [eiser] onweersproken heeft gesteld dat Joymed nog jarenlang voordeel van deze klanten zal hebben omdat het in de branche gebruikelijk is niet snel over te stappen naar een concurrent, zal de kantonrechter het ervoor houden dat de omvang van het voordeel voor de principaal nog zou oplopen (zodat in zoverre sprake is van een stijgende lijn in omzet).

Daartegenover staat echter dat [eiser] is ontheven uit het concurrentiebeding zodat daarmee [eiser] niet langer aan het beding gebonden is, hetgeen betekent dat [eiser] niet beperkt is in zijn mogelijkheden om elders inkomen te genereren of met concurrenten van Joymed een agentuurovereenkomst te sluiten en het door hem opgebouwde klantenbestand te gebruiken.

Aan het feit dat de agentuurovereenkomst maar kort heeft geduurd, zoals door Joymed nog is betoogd, komt in dit geval geen doorslaggevende betekenis toe omdat het, zoals door [eiser] onweersproken aangevoerd, ervoor gehouden moet worden dat eenmaal binnengehaalde klanten niet snel overstappen naar de concurrent en [eiser] - mede gelet op het feit dat het product waarvoor het agentschap bestond nieuw was voor Joymed - in korte tijd een aanzienlijk aantal nieuwe klanten heeft geworven.

4.11.7

Alle omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang bezien, volgt uit het voorgaande dat Joymed aan [eiser] in beginsel een klantenvergoeding in de zin van artikel 7:442 BW, verschuldigd is ten bedrage van € 39.931,20.

4.11.8

Rest ten slotte de derde fase waarin moet worden bezien of dit bedrag uitkomt boven het wettelijk maximum van artikel 7:442 lid 2 BW. Omdat de agentuurovereenkomst(en) korter hebben geduurd dan vijf jaar, moet worden bezien of de vastgestelde klantenvergoeding niet uitkomt boven de gemiddelde beloning over de gehele duur van de overeenkomst. Hoewel niet over de gehele duur van de overeenkomst provisiegegevens voorhanden zijn (met name ontbreken de gegevens over de periode maart 2011 tot en met augustus 2012), wordt op dit punt als volgt overwogen. Joymed heeft gesteld dat [eiser] een garantie-inkomen genoot van € 3.500,00 per maand. Uitgaande van dat bedrag per maand over de hiervoor genoemde periode van maart 2011 tot en met augustus 2012, komt de beloning over de periode van één jaar, naar het gemiddelde van de gehele duur van de agentuurovereenkomst, hoger uit dan de vastgestelde klantenvergoeding van € 39.931,20.

4.12

[eiser] heeft wettelijke handelsrente gevorderd. Omdat het in dit geval niet gaat om het niet tijdig betalen dan hetgeen op grond van de overeenkomst verschuldigd is, is het bepaalde in artikel 6:119a BW niet van toepassing. De normale wettelijke rente zal als niet weersproken en op wet gegrond worden toegewezen vanaf de dag der dagvaarding.

Ten aanzien van de boetes

4.13

[eiser] heeft een bedrag van € 60.000,00 aan boetes gevorderd op grond van het bepaalde in artikel 12 van de overeenkomst. Hij heeft ten eerste gesteld dat Joymed het bepaalde uit artikel 2 van de agentuurovereenkomst niet is nagekomen. Daarin is bepaald dat Joymed gehouden was uitbreidingen van het assortiment onder de vertegenwoordiging te brengen. Joymed heeft een en ander niet gerealiseerd. Integendeel, zij heeft een andere vennootschap opgericht waardoor nieuwe producten juist niet onder de agentuurrelatie werden gebracht. Op grond hiervan heeft Joymed volgens [eiser] een boete verbeurd van

€ 20.000,00. Joymed heeft verweer gevoerd op dit punt. Zij heeft gesteld dat de producten die in Joymed Spine zijn ondergebracht, geen uitbreiding van het assortiment van Joymed behelzen. [eiser] heeft dit verweer van Joymed niet, althans onvoldoende weerlegd. Daarmee heeft [eiser] zijn stelling dat Joymed artikel 2 van de agentuurovereenkomst heeft overtreden, onvoldoende onderbouwd. De vordering van [eiser] zal in zoverre worden afgewezen.

4.14

[eiser] heeft voorts gesteld dat artikel 2 lid 4 van de agentuurovereenkomst is geschonden doordat [eiser] met onmiddellijke ingang buiten de deur is gezet en anderen in zijn plaats zijn aangesteld.

In artikel 12 lid 4 van de overeenkomst is - kort gezegd - bepaald dat Joymed gedurende de looptijd van de overeenkomst geen andere handelsagenten zal aanstellen voor het gebied waarin [eiser] werkzaam is. Joymed heeft weersproken dat er voor het einde van de agentuurovereenkomst een andere handelsagent is aangesteld. [eiser] heeft dit verweer van Joymed niet, althans onvoldoende weerlegd. Daarmee heeft [eiser] zijn stelling dat Joymed artikel 2 lid 4 van de agentuurovereenkomst heeft overtreden, onvoldoende onderbouwd. Bovendien moet worden aangenomen dat als er een nieuwe handelsagent is aangetrokken, dat in het licht van de beëindiging van de agentuurovereenkomst met [eiser] moet worden geplaatst. De vordering van [eiser] zal in zoverre worden afgewezen.

4.15

[eiser] heeft ten slotte gesteld dat Joymed op grond van artikel 11 lid 2 van de overeenkomst gehouden was hem uiterlijk 30 dagen na beëindiging van de overeenkomst alle nog verschuldigde provisie te betalen. Dat heeft Joymed niet gedaan, zodat zij een boete verschuldigd is van € 20.000,00. Joymed heeft verweer gevoerd, in die zin dat zij heeft gesteld dat zij aan [eiser] geen provisie meer verschuldigd was omdat de overeenkomst per direct met ingang van 10 oktober 2013 is geëindigd. Hoewel aan Joymed kan worden toegegeven dat zij zich binnen de termijn waarin zij de provisie had moeten betalen nog op het standpunt stelde dat geen provisie verschuldigd was vanwege het eindigen van de overeenkomst wegens een dringende reden, staat tussen partijen thans vast dat de overeenkomst is geëindigd op 31 december 2013. Daarmee staat eveneens vast dat Joymed de nog verschuldigde provisie niet heeft betaald binnen 30 dagen nadat de overeenkomst is geëindigd. Joymed heeft geen beroep gedaan op matiging van de boete en evenmin aangevoerd dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat [eiser] onder de omstandigheden van het geval een beroep doet op het boetebeding. Dat brengt met zich dat de vordering van [eiser] op dit punt moet worden toegewezen tot een bedrag van € 20.000,00.

4.16

De gevorderde rente over de boete zal worden afgewezen omdat niet gesteld of gebleken is dat Joymed daarvoor schriftelijk is aangemaand overeenkomstig de eisen van artikel 6:82 BW.

Ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten

4.17

[eiser] heeft ten slotte een bedrag gevorderd aan buitengerechtelijke incassokosten van € 2.907,91 voor de buitengerechtelijke werkzaamheden die door de gemachtigde van [eiser] zijn verricht. Joymed heeft verweer gevoerd en gesteld dat de gemachtigde van [eiser] slechts één brief heeft geschreven alvorens te dagvaarden. Het versturen van een brief kan niet worden aangemerkt als het verrichten van buitengerechtelijke werkzaamheden. Subsidiair heeft Joymed verweer gevoerd tegen de hoogte van de gevorderde kosten.

Voor het toewijzen van buitengerechtelijke incassokosten is slechts plaats indien aan de dubbele redelijkheidstoets is voldaan, hetgeen betekent dat in de gegeven omstandigheden de kosten redelijk moeten zijn en de verrichte werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk waren om schadevergoeding te verkrijgen. De Hoge Raad heeft in zijn arrest 13 juni 2014 (ECLI:NL:HR:2014:1405) overwogen dat het stelsel (zoals weergegeven in 3.6 van het arrest) met zich brengt dat indien de schuldenaar in verzuim is en de schuldeiser incassohandelingen heeft verricht waartoe hij in redelijkheid kon overgaan, de volgens het Besluit genormeerde vergoeding verschuldigd is ongeacht de aard en de omvang van de verrichte incassohandelingen. Dat betekent dat de gemachtigde van [eiser] met de brief die hij heeft gestuurd, een incassohandeling heeft verricht waartoe hij redelijkerwijs kon overgaan, zodat Joymed de genormeerde vergoeding verschuldigd is. De kosten zullen worden berekend over het toe te wijzen bedrag, zodat een bedrag van € 1.542,52 aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.

4.18

De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen omdat niet gesteld of gebleken is dat [eiser] de kosten reeds daadwerkelijk heeft voldaan.

4.19

Als grotendeels in het ongelijk gestelde partij wordt Joymed veroordeeld in de proceskosten.

In reconventie

4.20

In de vaststellingsovereenkomst van 17 september 2014 is opgenomen dat de vordering in reconventie is vervallen omdat de voorwaarde waaronder deze vordering is ingesteld niet is voldaan. Dat betekent dat de reconventionele vordering geen bespreking behoeft.

5 Beslissing

De kantonrechter:

5.1

veroordeelt Joymed om uit hoofde van verschuldigde provisie tot het einde van de agentuurovereenkomst tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te voldoen de som van € 19.347,30 te vermeerderen met BTW, vermeerderd met de wettelijke handelsrente hierover vanaf 30 dagen na 31 december 2013 tot aan de dag der voldoening;

5.2

veroordeelt Joymed om uit hoofde van artikel 7:431 lid 2 BW tegen behoorlijk bewijs aan kwijting aan [eiser] te voldoen de som van € 8.434,98 te vermeerderen met BTW, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 11 februari 2014 tot de dag der voldoening;

5.3

veroordeelt Joymed uit hoofde van klantenvergoeding tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te voldoen de som van € 39.931,20, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de 11 februari 2014 tot de dag der voldoening;

5.4

veroordeelt Joymed uit hoofde van boete tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen de som van € 20.000,00;

5.5

veroordeelt Joymed om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te voldoen de som van € 1.542,52 aan buitengerechtelijke incassokosten;

5.6

veroordeelt Joymed in de kosten van de procedure, aan de zijde van [eiser] tot op heden vastgesteld op:

€ 462,00 aan griffierecht;

€ 102,87 aan explootkosten;

€ 1.500,00 aan salaris gemachtigde;

5.7

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.8

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.J. Heessels en uitgesproken op 18 maart 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.

mt