Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2015:1268

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
27-02-2015
Datum publicatie
27-02-2015
Zaaknummer
05/901209-12
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2017:3302, Overig
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2018:10417, Overig
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2020:10366, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met anderen in een periode van twee maanden bij herhaling schuldig gemaakt aan diefstal van een groot aantal schapen uit de weide van in totaal 9 schapenhouders. Daarnaast hebben verdachte en zijn medeverdachten zich schuldig gemaakt aan het witwassen van deze schapen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/901209-12

Data zittingen : 18 juli 2013, 25 september 2014, 26 september 2014, 5 februari 2015, 6 februari 2015 en 13 februari 2015.

Datum uitspraak : 27 februari 2015

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte] (hierna ook te noemen: verdachte of [verdachte]),

geboren op : [geboortedatum],

thans wonende aan de [verblijfplaats],

raadsman : mr. Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 juli 2012 tot en met 27 september 2012 te Bern en/of Well (buitengebied Ammerzoden) en/of Linden (Noord-Brabant) en/of Nieuwegein en/of Lopik en/of Erlecom en/of andere plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), steeds met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meerdere schapen, die zich ten tijde van de diefstal(len) in de weide

bevonden, welke schapen toebehoorden aan:

- [benadeelde 1] (zaaksdossier 1, 189 schapen) en/of

- [benadeelde 2] (zaaksdossier 1, 54 schapen) en/of

- [benadeelde 3] (zaaksdossier 2, 28 schapen) en/of

- [benadeelde 4] (zaaksdossier 2, 5 schapen) en/of

- [benadeelde 5] (zaaksdossier 2, 31 schapen) en/of

- [benadeelde 6] (zaaksdossier 3, 40 schapen) en/of

- [benadeelde 7] (zaaksdossier 4, 34 schapen) en/of

- [benadeelde 8] (zaaksdossier 4, 2 schapen) en/of

- [benadeelde 9] (zaaksdossier 5, 41 schapen) en/of

anderen, in ieder geval niet aan verdachte en/of zijn mededader(s);

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 juli 2012 tot en met 23 oktober 2012 tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen te Opheusden en/of te Dodewaard en/of Kesteren, althans in Nederland, heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen 199 schapen ([adres] te Opheusden) en/of 113 schapen (Appelenburgseveldweg te Dodewaard) en/of 42 schapen (Waalbandijk te

Dodewaard) en/of 198 schapen (Waalbandijk te Dodewaard en Nieuwe Dijk te Kesteren), althans (telkens) een aantal/hoeveelheid schapen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) scha(a)p(en) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat dit/deze sch(a)ap(en) door enig misdrijf was/waren verkregen;

2. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 juli 2012 tot en met 23 oktober 2012 te Opheusden en/of te Dodewaard en/of Kesteren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), van (een) voorwerp(en), te weten (telkens) één of meerdere schapen, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de

verplaatsing heeft verborgen of verhuld, dan wel heeft verborgen of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp is, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s):

- opzettelijk onjuiste meldingen gedaan in het zogenoemde I&R-systeem en/of opzettelijk de stallijsten onjuist ingevuld, onder meer door van misdrijf afkomstige schapen in het I&R-systeem te registreren als vrij merk en/of op de stallijsten deze schapen te noteren als vrij merk en/of

- de originele merken van de door misdrijf afkomstige schapen te verwijderen en deze schapen vervolgens fysiek te merken als vrij merk en/of

- de ingevolge regelgeving vereiste kennisgevingen voor aanvoer, vervoer en afvoer van schapen niet of te laat te verrichten,

terwijl hij wist dat deze schapen -onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op laatstelijk op 6 februari 2015 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht. Vervolgens is het onderzoek op 13 februari 2015 gesloten.

De volgende personen hebben zich ter zake van feit 1 als benadeelde partij in het geding gevoegd:

  • -

    Mts. [benadeelde 7];

  • -

    [benadeelde 2];

  • -

    [benadeelde 9];

  • -

    [benadeelde 1];

  • -

    [benadeelde 5];

  • -

    [benadeelde 4];

  • -

    Mts. [benadeelde 6] en

  • -

    Mts. [benadeelde 3]

Voornoemde benadeelde partijen hebben zich ter terechtzitting van 5 februari 2015 laten bijstaan, dan wel vertegenwoordigen, door [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] en op 6 februari 2015 door [gemachtigde 1].

De onderhavige zaken zijn gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken tegen de medeverdachten van verdachte [medeverdachte 1] (05/901208-12) en [medeverdachte 2] (05/901210-12).

3. De beslissing inzake het bewijs 1

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal van schapen uit de weide en aan het medeplegen van witwassen. Hij baseert dit, kort samengevat, op de herkenning van de schapen door de aangevers, de DNA-matches, de telecomgegevens, de camera-beelden, een aantal getuigenverklaringen en het feit dat de verdachte leugenachtige verklaringen heeft afgelegd en foutieve registraties heeft gedaan in het I&R systeem. De officier van justitie heeft verder aangevoerd dat voor de zaken 4 en 5 onder feit 1 gebruik kan worden gemaakt van schakelbewijs, nu sprake is van bijzondere delicten met een duidelijk patroon, dat zich in alle zaken herhaalt. Deze bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, leveren voldoende bewijs op voor de feiten 1 primair en 2, aldus de officier van justitie.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat een dier niet als ‘goed’ in de zin van artikel 310 Wetboek van Strafrecht (Sr) kan worden gekwalificeerd. Daartoe is onder meer verwezen naar het wijzigen van artikel 3:2a van het Burgerlijk Wetboek.

Verdachte heeft het hem tenlastegelegde ontkend. De verdediging heeft wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor vrijspraak gepleit. Daartoe is het volgende, kort samengevat, aangevoerd. Het is niet verboden om schapen om te nummeren, zodat dit geen indicatie vormt voor enig strafbaar handelen. De getapte telefoongesprekken waarin verdachte zijn betrokkenheid ontkent zijn contra-indicaties ten aanzien van het tenlastegelegde.

De zendmastgegevens zeggen niets over betrokkenheid van verdachte bij de feiten. Deze zendmasten kunnen immers een groot bereik hebben. Daarbij komt dat de periode waarin de diefstallen zouden zijn gepleegd zeer ruim is omschreven.

Er zijn grote vraagtekens te stellen bij de ‘chain of custody’ bij het verrichte bloed- en DNA-onderzoek. De bewijswaarde van een mogelijke verwantschap tussen schapen is gering. Er is slechts een klein percentage schapen onderzocht en de bewijswaarde is niet uitgerekend. Verder is niet vast te stellen wat de herkomst van de schapen van aangevers is. Er zijn andere verklaringen voor een verwantschap mogelijk. Er kleven dusdanige gebreken aan het DNA-onderzoek dat de resultaten daarvan niet tot bewijs kan worden gebezigd. De deskundigheid van de rapporteur van het NFO wordt betwist.

Er waren onvoldoende dieren over om een contra-expertise te laten verrichten. Doordat de verdediging geen adequaat tegenonderzoek heeft kunnen verrichten, is er strijd met artikel 6 van het EVRM en is er sprake van een onherstelbaar vormverzuim.

Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging aangevoerd dat het openbaar ministerie ten onrechte niet de bijzondere regel voor deze zaken ten laste heeft gelegd. Artikelen 219 en 220 Sr en de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren en de Regeling Identificatie en Registratie van dieren zijn specifieke wettelijke bepalingen die beter aansluiten op hetgeen verdachte is verweten. Nu het feitencomplex op de verkeerde strafbaarstelling is toegesneden, dient dit ertoe te leiden dat verdachte wordt vrijgesproken. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat geen sprake is van (voorwaardelijk) opzet.

Beoordeling door de rechtbank

3.1

Vormverzuim en artikel 6 van het EVRM

De verdediging heeft aangevoerd dat zij in haar verdedigingsbelangen is geschaad doordat de mogelijkheden om aan te tonen dat de inbeslaggenomen schapen verdachte of diens medeverdachten toebehoren, zijn ontnomen. De rechtbank volgt de verdediging hierin niet.

Door het openbaar ministerie is een verwantschapsonderzoek verricht naar bij de verdachten in beslag genomen schapen en schapen van aangevers. Hieruit zijn resultaten naar voren gekomen, te weten dat sprake is van mogelijk ouder-nakomeling verwantschap tussen de schapen in beslag genomen bij de verdachten en schapen van aangevers. De verdediging heeft nimmer gevraagd om een contra-expertise ten aanzien van dit verwantschapsonderzoek.

De verzoeken van de verdediging om aanvullend onderzoek te mogen doen waren er op gericht aan te tonen dat zich tussen de in beslag genomen schapen ook schapen bevonden die aan hem toebehoorden (verwantschap tussen schapen van verdachte(n) en de inbeslaggenomen schapen).

Allereerst stelt de rechtbank vast dat de stelling dat onder de inbeslaggenomen schapen ook schapen van verdachte waren, door het openbaar ministerie niet is betwist. Ook de rechtbank gaat ervan uit, dat zich onder de inbeslaggenomen schapen ook schapen bevonden die aan verdachte dan wel zijn medeverdachten toebehoorden. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat, zo het door de verdediging gewenste aanvullend onderzoek al zou zijn tegengewerkt, de verdediging niet in haar belangen is geschaad.

Voorts is de rechtbank, zo het door de verdediging gewenste aanvullend onderzoek al zou zijn tegengewerkt, niet gebleken dat van de zijde van het openbaar ministerie doelbewust is getracht dit onderzoek door de verdediging te frustreren. Er is uitvoering gegeven aan de opdracht van de rechter-commissaris om schapen aan te wijzen van de kudde die destijds in beslag is genomen. Ten tijde van het aanvullend onderzoek waren nog een voldoende representatief aantal van de in beslag genomen schapen voorhanden en verdachte(n) hebben uiteindelijk ook schapen kunnen selecteren voor het door hen gewenste onderzoek. De gang van zaken rondom dit onderzoek zijn helder en inzichtelijk geverbaliseerd. Er is de rechtbank daarbij niet gebleken van enig vormverzuim dan wel van het doelbewust schenden van enig verdedigingsbelang.

3.2

Het begrip ‘goed’ in de zin van artikel 310 wetboek van strafrecht (Sr)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat een dier niet als ‘goed’ in de zin van artikel 310 Sr kan worden gekwalificeerd. Daartoe is onder meer verwezen naar het wijzigen van artikel 3:2a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit artikel is als volgt komen te luiden:

1. Dieren zijn geen zaken.

2. Bepalingen met betrekking tot zaken zijn op dieren van toepassing, met in achtneming van de op wettelijke voorschriften en regels van ongeschreven recht gegronde beperkingen, verplichtingen en rechtsbeginselen, alsmede de openbare orde en de goede zeden.

De rechtbank overweegt als volgt. De Hoge Raad heeft in het arrest van 31 januari 2012 (NJ 2012/536) het volgende uiteengezet: ‘De wetgever heeft door middel van verschillende strafbepalingen beoogd de beschikkingsmacht van de rechthebbende op enig goed te beschermen. In artikel 310 Sr is strafbaar gesteld het opzettelijk onttrekken aan de feitelijke heerschappij van enig goed dat aan een ander toebehoort met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Het begrip enig goed komt daarbij een autonome strafrechtelijke betekenis toe.’

Gelet op deze autonome strafrechtelijke betekenis ziet de rechtbank niet in dat veranderingen in het Burgerlijk Wetboek zonder meer rechtstreeks gevolgen zouden hebben voor de uitleg van het begrip ‘enig goed’ in artikel 310 Sr. Daarbij komt dat de wetgever bij de invoering van artikel 3:2a BW, volgens de wetsgeschiedenis daarvan, de gevolgen voor het strafrecht en andere wetten nadrukkelijk heeft besproken, maar daarbij niet de artikelen 310 en 311 Sr heeft gewijzigd. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de wetgever niet de bedoeling heeft gehad het wegnemen van dieren buiten het bereik van de artikelen 310 en 311 Sr te brengen. Zulks te meer nu de wetgever in artikel 311 Sr expliciet diefstal van vee uit de weide als strafverzwarende omstandigheid heeft opgenomen. Derhalve is de rechtbank van oordeel dat de wetgever, reeds gelet op de in artikel 311 Sr opgenomen strafverzwarende omstandigheid, vee oftewel dieren onder het bereik van het begrip ‘enig goed’ in de zin van artikel 310 Sr heeft gebracht en dat de wetgever hierin geen verandering heeft willen brengen bij de recente aanpassing van het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank volgt het verweer van de verdediging dan ook niet.

Voorts overweegt de rechtbank als volgt.

3.3

Aanleiding van het onderzoek

In de nacht van 12 op 13 september 2012 zijn uit weiden op meerdere locaties grote groepen schapen gestolen. Naar aanleiding van aangiften hiervan is een strafrechtelijk onderzoek onder de naam ‘Ragout’ opgestart. In dit onderzoek hebben de volgende personen aangifte gedaan van diefstal van schapen uit de weide:

- [benadeelde 1]: aangifte van diefstal van 189 schapen tussen 12 september 2012 16.30 uur en 13 september 2012 13.00 uur uit een weiland gelegen aan de Bergsche Maasdijk ter hoogte van Bern;2

- J. [benadeelde 2] mede namens [benadeelde 2]: aangifte van diefstal van 54 schapen tussen 12 september 2012 20.30 uur en 13 september 2012 8.30 uur uit een wei aan de Weigraaf te Well;3

- [benadeelde 3]: aangifte van diefstal van 28 schapen tussen 11 juli 2012 te 17:00 uur en 12 juli 2012 te 11:00 uur uit een weiland aan de oever van de Maas aan de Hooge Voort te Linden nb (rechtbank leest hier: Noord-Brabant);4

- [benadeelde 4]: aangifte van diefstal van 5 schapen tussen 11 juli 2012 te 17:00 uur en 12 juli 2012 te 11:00 uur uit een weiland aan de oever van de Maas aan de Hooge Voort te Linden NB (rechtbank leest hier: Noord-Brabant);5

- [benadeelde 5]: aangifte van diefstal van 31 schapen tussen 11 juli 2012 te 17:00 uur en 12 juli 2012 te 11:00 uur uit een weiland aan de oever van de Maas aan de Hooge Voort te Linden nb (rechtbank leest hier: Noord-Brabant);6

- [benadeelde 6]: aangifte van diefstal van 40 schapen tussen 10 juli 2012 omstreeks 18:00 uur en 11 juli 2012 omstreeks 06:30 uur uit een weiland aan de Lekdijk Oost te Nieuwegein;7

- [benadeelde 7]: aangifte van diefstal van 34 schapen tussen 6 augustus 2012 te 18:30 uur en 7 augustus 2012 te 10:00 uur uit een weiland aan de Lekdijk Oost te Lopik en
aangifte namens [benadeelde 8] van diefstal van 2 schapen tussen 6 augustus 2012 te 18:30 uur en 7 augustus 2012 te 10:00 uur uit een weiland aan de Lekdijk Oost te Lopik;8

- [benadeelde 9]: aangifte van diefstal van 41 schapen tussen 26 september 2012 te 20:00 uur en 28 september 2012 te 11:00 uur uit een weiland aan de Kerkdijk te Erlecom (gemeente Ubbergen).9

3.4

Inbeslagname van schapen

Naar aanleiding van informatie van getuige [getuige 1] (onder andere gedeeld met aangever [benadeelde 1]) is door de politie, tezamen met de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) onderzoek gedaan op het bedrijf van [medeverdachte 1].

Op het terrein van [medeverdachte 1] zijn 199 schapen aangetroffen en in beslag genomen.10

Mede op grond informatie van aangever [benadeelde 1] heeft de politie op een weiland aan de Appelenburgseveldweg in Dodewaard 113 schapen aangetroffen en in beslag genomen. Dit weiland is in gebruik bij de maatschap van verdachte en [medeverdachte 2].11

Van deze 312 schapen stonden 60 schapen vermeld op de stallijst van [medeverdachte 1], 90 schapen stonden in de voorraad vrije merken op de stallijst van [medeverdachte 1], 161 schapen stonden niet op de stallijst van [medeverdachte 1] geregistreerd. Van deze laatste 161 schapen stonden 52 op de stallijst van de maatschap van verdachte en [medeverdachte 2] en 109 stonden in de voorraad vrije merken van de maatschap van verdachte en [medeverdachte 2]. Van 1 schaap is geen merk bekend.12

Tijdens dit onderzoek heeft [medeverdachte 1] verklaard dat in Dodewaard in de polder nog meer schapen stonden. In een weiland aan de Waalbandijk in Dodewaard zijn nog 42 (levende) schapen aangetroffen en in beslag genomen.13 Deze schapen stonden in de voorraad vrije merken op de stallijst van [medeverdachte 1].14

Lopende het onderzoek zijn 198 schapen onder verdachte en [medeverdachte 2] in beslag genomen. Zo zijn 100 schapen uit een weiland aan de Waalbandijk te Kesteren en 98 schapen uit een weiland aan de Nieuwe Dijk te Kesteren in beslag genomen.15

De inbeslaggenomen schapen zijn in bewaring gegeven bij een opslaghouder.16 Met betrekking tot de groepen van 19917 en 11318 onder [medeverdachte 1] in beslag genomen schapen bevinden zich in het dossier aanvoerbonnen van de aanvoer op 28 september 2012 bij opslaghouder [betrokkene].

De 198 onder verdachte en [medeverdachte 2] in beslag genomen schapen zijn eveneens bij opslaghouder [betrokkene] opgeslagen, zoals blijkt uit de betreffende aanvoerbonnen.19

Gelet op voormelde bewijsmiddelen is, naar het oordeel van de rechtbank, voldoende duidelijk geverbaliseerd dat de 312 inbeslaggenomen schapen onder [medeverdachte 1] en de 198 in beslag genomen schapen onder verdachte en [medeverdachte 2] aan opslaghouder [betrokkene] in bewaring zijn gegeven, waarbij de registratienummers van de in beslag genomen schapen op de aanvoerlijsten zijn vermeld. Voorts is in het (hierna te bespreken) bloedonderzoek telkens gebruik gemaakt van een uniek registratienummer van elk schaap, welke nummers telkens terug te vinden zijn op de aanvoerlijsten. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de bloedmonsters zijn genomen van de onder verdachte en onder zijn medeverdachten in beslag genomen schapen. Deze registratienummers staan bovendien, op één niet geregistreerd schaap na, op de stallijsten dan wel vrije merken van de maatschap van verdachte en [medeverdachte 2] of op die van [medeverdachte 1]. Er is dan ook geen reden te veronderstellen dat andere dan de inbeslaggenomen schapen (bijvoorbeeld na vermenging) zouden zijn onderzocht op verwantschap.

Ten aanzien van de groep van 42 schapen die in Dodewaard in beslag zijn genomen, geldt dat in een proces-verbaal van bevindingen staat dat deze schapen zijn opgeslagen bij een opslaghouder20 en na een maand zijn overgebracht naar aangever [benadeelde 3].21 Uit het dossier blijkt niet waar deze schapen die maand waren opgeslagen, mede nu geen aanvoerbonnen naar een opslaghouder in het dossier voorhanden zijn. Voor zover dit een (onherstelbaar) vormverzuim zou opleveren, behoeft daaraan geen verdergaande consequentie, dan die enkele constatering daarvan, te worden verbonden. Daartoe overweegt de rechtbank dat direct in het weiland aan de Waalbandijk bloedmonsters zijn genomen (zie nader te noemen verwijzingen), zodat de daarop volgende bewaarplaats van deze schapen niet meer relevant is voor de vraag of de bloedmonsters waarop het verwantschapsonderzoek is verricht afkomstig zijn van de in beslag genomen schapen.

3.5

Bloedonderzoek

Bij diverse uit de verschillende groepen geselecteerde schapen is bloed afgenomen voor te verrichten DNA-verwantschapsonderzoek. Hiervoor hebben de verschillende aangevers schapen herkend tussen de inbeslaggenomen schapen (verwijzingen in de hieronder opgenomen tabel).

Verbalisant Boeijen heeft verklaard dat alle bloedafnamen bij de onderzochte schapen onder zijn toezicht door een dierenarts hebben plaatsgevonden en dat de buisjes bloed onder zijn toezicht zijn afgeleverd bij het laboratorium.22 Dit komt overeen met hetgeen door deze verbalisant is gerelateerd in de verschillende processen-verbaal van bevindingen rondom de bloedafnamen.23 Nu voorts in de (relevante) resultaten van het bloedonderzoek door het laboratorium telkens de unieke registratienummers van de schapen worden vermeld, welke nummers voorkwamen op de stallijsten van verdachte en zijn medeverdachten alsook op de aanvoerlijsten van de in beslag genomen schapen, is de rechtbank van oordeel dat de inbeslagname van het bloed en het verbaliseren daarover met voldoende zorgvuldigheid heeft plaatsgevonden.

3.6

DNA-verwantschapsonderzoek

Uit het bloed van de inbeslaggenomen schapen zijn DNA-profielen afgeleid.

Aangevers hebben ter onderbouwing van het standpunt dat onder de inbeslaggenomen schapen, zich schapen bevonden die aan hen toebehoorden, eigen niet-inbeslaggenomen schapen aangewezen welke schapen ouder dan wel nakomeling zouden zijn van de onder van aangevers gestolen schapen. Van deze geselecteerde schapen is eveneens bloed afgenomen en zijn DNA-profielen afgeleid. De DNA-profielen van inbeslaggenomen schapen zijn met de DNA-profielen van door aangevers aangewezen ‘derde’-schapen vergeleken en bezien is of verwantschap kon worden vastgesteld.

In de hieronder opgenomen tabel zijn de resultaten van dit onderzoek opgenomen. Van schapen waarvan geen mogelijke verwantschap is gebleken, zijn geen resultaten opgenomen. De paginanummers verwijzen naar de onderliggende bewijsmiddelen in het dossier, zijnde de processen-verbaal van bevindingen, de rapportages van het [laboratorium], de aanvoerbonnen en de stallijsten.

Registratienr.

schaap

Vermeld op stallijst

Locatie bloedafname / inbeslagname

Vergeleken met

Verwantschap

NL1000471

52946

[medeverdachte 1] (p.521)

Weiland Waalbandijk (p. 521)

NL1000150 76113 &

NL1000542 78691:

Afkomstig van bedrijf [benadeelde 5] (p.522)

Mogelijke moeder-nakomelingen

(p. 525)

NL1000471

52946

[medeverdachte 1] (p.521)

Weiland Waalbandijk (p. 521)

NL1000474 52947:

Aangetroffen op het weiland aan de Waalbandijk (p.413)

Mogelijke ouder-nakomeling (p. 571)

NL 1000530

68468

[bedrijf 1]

(p. 563)

Opslaghouder (p. 561);

Eén van de 98 onder [bedrijf 1] inbeslaggenomen schapen (p. 561 en 563)

NL1000471 52946:

Aangetroffen op het weiland aan de Waalbandijk (p.413)

Mogelijke ouder-nakomeling (p. 571)

NL 1000530

68468

[bedrijf 1]

(p. 563)

Opslaghouder (p. 561);

Eén van de 98 onder [bedrijf 1] inbeslaggenomen schapen (p. 561)

NL 1000540 63035:

Eén van de 100 onder [bedrijf 1] inbeslaggenomen schapen (p. 561 en 563)

Mogelijk ouder- nakomeling (p. 571)

NL 1000538

68440

[bedrijf 1]

(p. 561)

Opslaghouder (p. 561);

Eén van de 100 onder [bedrijf 1] inbeslaggenomen schapen (p. 561 en 563)

NL 1000142 72372 &

NL 1000151 76088:

Afkomstig van bedrijf [benadeelde 5] (p.561)

Mogelijke ouder-nakomeling (p. 570)

NL 1000537

68429

[bedrijf 1]

(p. 561)

Opslaghouder (p. 561);

Eén van de 100 onder [bedrijf 1] inbeslaggenomen schapen (p. 561 en 563)

NL 1000157 76105:

Afkomstig van bedrijf [benadeelde 5] (p.561)

Mogelijke ouder-nakomeling (p. 570)

NL 1000486

63731

[medeverdachte 1] (p. 414)

Opslaghouder (p. 406);

Eén van de 113 inbeslaggenomen schapen bij [medeverdachte 1] (p. 406 en p. 1046)

NL 1000088 94142;

Dekram afkomstig van bedrijf [benadeelde 1] (p. 405)

Mogelijke vader-nakomeling (p. 410)

NL 1000536

68693

[bedrijf 1]

(p. 414)

Opslaghouder (p. 406);

Eén van de 113 inbeslaggenomen schapen bij [medeverdachte 1] (p. 406 en p. 1048)

NL 1000088 94142;

Dekram afkomstig van bedrijf [benadeelde 1] (p. 405)

Mogelijke vader-nakomeling (p. 410)

NL 1000480

63708

[medeverdachte 1] (p. 414)

Opslaghouder (p. 406);

Eén van de 113 inbeslaggenomen schapen bij [medeverdachte 1] (p. 406 en p. 1045)

NL 1000088 94142;

Dekram afkomstig van bedrijf [benadeelde 1] (p. 405)

Mogelijke vader-nakomeling (p. 410)

NL 1000531

68681

[bedrijf 1]

(p. 414)

Opslaghouder (p. 406);

Eén van de 113 inbeslaggenomen schapen bij [medeverdachte 1] (p. 406 en p. 1047)

NL 1099820 39608;

Dekram afkomstig van bedrijf [benadeelde 1] (p. 405)

Mogelijke vader-nakomeling (p. 410)

NL 1000533

68678

[bedrijf 1]

(p. 414)

Opslaghouder (p. 406);

Eén van de 113 inbeslaggenomen schapen bij [medeverdachte 1] (p. 406 en p. 1047)

NL 1099820 39608;

Dekram afkomstig van bedrijf [benadeelde 1] (p. 405)

Mogelijke vader-nakomeling (p. 410)

NL 1000539

68618

[bedrijf 1]

(p. 414)

Opslaghouder (p. 406);

Eén van de 113 inbeslaggenomen schapen bij [medeverdachte 1] (p. 406 en p. 1046)

NL 1099820 39608;

Dekram afkomstig van bedrijf [benadeelde 1] (p. 405)

Mogelijke vader-nakomeling (p. 410)

NL 1000480

63722

[medeverdachte 1] (p. 414)

Opslaghouder (p. 406);

Eén van de 113 inbeslaggenomen schapen bij [medeverdachte 1] (p. 406 en p. 1046)

NL 1000083 94611;

Dekram afkomstig van bedrijf [benadeelde 1] (p. 405)

Mogelijke vader-nakomeling (p. 410)

NL 1000489

63718

[medeverdachte 1] (p. 414)

Opslaghouder (p. 406);

Eén van de 113 inbeslaggenomen schapen bij [medeverdachte 1] (p. 406 en p. 1046)

NL 1000083 94433;

Dekram afkomstig van bedrijf [benadeelde 1] (p. 405)

Mogelijke vader-nakomeling (p. 410)

NL 1000536

68679

[bedrijf 1]

(p. 414)

Opslaghouder (p. 406);

Eén van de 113 inbeslaggenomen schapen bij [medeverdachte 1] (p. 406 en p. 1046)

NL 1000083 94433;

Dekram afkomstig van bedrijf [benadeelde 1] (p. 405)

Mogelijke vader-nakomeling (p. 410)

NL 1000480

63683

[medeverdachte 1] (p. 414)

Opslaghouder (p. 399);

Eén van de 113 inbeslaggenomen schapen bij [medeverdachte 1] (p. 406 en p. 1047)

NL 1099980 71348;

Fokram afkomstig van bedrijf [benadeelde 2] (p. 398)

Mogelijke vader-nakomeling (p. 404)

NL 1000483

63684

[medeverdachte 1] (p. 414)

Opslaghouder (p. 399);

Eén van de 113 inbeslaggenomen schapen bij [medeverdachte 1] (p. 406 en p. 1047)

NL 1099980 71348;

Fokram afkomstig van bedrijf [benadeelde 2] (p. 398)

Mogelijke vader-nakomeling (p. 404)

NL 1000537

68645

[bedrijf 1]

(p. 414)

Opslaghouder (p. 399);

Eén van de 199 inbeslaggenomen schapen bij [medeverdachte 1] (p. 406 en p. 1043)

NL 1099980 71348;

Fokram afkomstig van bedrijf [benadeelde 2] (p. 398)

Mogelijke vader-nakomeling (p. 404)

NL 1000487 63745

[medeverdachte 1] (p. 919)

Opslaghouder (p. 655);

Eén van de 199 inbeslaggenomen schapen bij [medeverdachte 1] (p. 655 en p. 1041)

NL 1000497 33055;

Dekram afkomstig van zorgboerderij [bedrijf 2] (p. 655) (aangever [benadeelde 9] p. 655)

Mogelijke ouder-nakomeling (p. 669)

NL 1000534 68675

[bedrijf 1]

(p. 937)

Opslaghouder (p. 655);

Eén van de 199 inbeslaggenomen schapen bij [medeverdachte 1] (p. 655 en p. 1044)

DNA-reconstructie van vaderdier aan de hand van 10 vermeende nakomelingen op het bedrijf van [benadeelde 9] (p. 658 en 664)

Mogelijk vader-nakomeling (p. 670)

NL 1000544 62876

[bedrijf 1]

(p. 931)

Opslaghouder (p. 593)

Eén van de 198 inbeslaggenomen schapen bij [bedrijf 1] (p. 593 en p. 1145)

NL 1000140 56675;

Lam afkomstig van bedrijf [benadeelde 6] (p. 598)

Mogelijk ouder-nakomeling (p. 607)

Bij drie verwantschapsonderzoeken, te weten die met betrekking tot de schapen met nummers NL 1000487 63745, NL 1000534 68675 en NL 1000534 68679 wordt in het rapport van het [laboratorium] opgemerkt dat op slechts één van de 18 getypeerde erfelijke kenmerken de mogelijke ouder-nakomeling relatie niet past, maar dat dat volgens internationale richtlijnen niet voldoende is om een ouder-nakomeling relatie uit te sluiten. De rechtbank concludeert dat hieruit kan worden afgeleid dat voor de overig vastgestelde mogelijke ouder-nakomeling relaties sprake is van een match op alle 18 erfelijke kenmerken.

Dat volgens de verdediging mogelijk sprake zou kunnen zijn van een tweede, derde of verdergaande verwantschapsgraad per schaap wordt, bij gebrek aan onderbouwing, dan ook niet gevolgd.

3.7

Deskundigenonderzoek ing. [deskundige]

De verdediging heeft de deskundigheid van ing. [deskundige] betwist.

De rechtbank overweegt daartoe dat het onderzoek dat door [deskundige] is verricht op verzoek van de verdediging is geïnitieerd. De rechter-commissaris heeft ing. [deskundige], ondanks dat hij niet is geregistreerd in het register van het NRGD op het deskundigengebied waarvoor het onderzoek werd gevorderd, gelet op zijn opleiding, ervaring en het feit dat hij eerder als vaste gerechtelijke deskundige heeft opgetreden tot deskundige benoemd. Gelet hierop ziet de rechtbank in hetgeen de verdediging heeft aangevoerd (te weten het enkel benoemen van de door [deskundige] genoten opleidingen) geen aanleiding aan de deskundigheid van ing. [deskundige] te twijfelen. De rechtbank acht zijn rapport dan ook bruikbaar voor het bewijs.

Deskundige ing. [deskundige] heeft opgemerkt dat bij een kritische bestudering van het verstrekte onderzoeksmateriaal geen indicatoren zijn waargenomen die steun geven aan de hypothese dat er niet is gewerkt volgens de forensische basisprincipes/normeringen. De ‘chain of custody’ is naar de mening van ing. [deskundige] te betitelen als sluitend. Deskundige ing. [deskundige] heeft in zijn rapport opgemerkt dat in het onderzoek 18 DNA-markers getypeerd zijn en dat dit resulteert bij volledig verklaarbare DNA-overeenkomsten tot een betrouwbaarheid van tenminste 95%.24

3.8

Aanvullend onderzoek I&R systeem

Er is aanvullend onderzoek verricht in het identificatie en registratiesysteem schaap (I&R systeem) naar de afvoer van schapen van in het hierboven opgenomen schema genoemde aangevers. In dit proces-verbaal van bevindingen staat ten aanzien van al deze aangevers dat geen van hun schapen, anders dan door diefstal (rechtbank leest: illegale vervreemding), is afgevoerd naar de schapenhouderij van [medeverdachte 1], dan wel die van de maatschap [bedrijf 1].25

3.9

Tussenconclusie

Naar het oordeel van de rechtbank is in voldoende mate zorgvuldig gerelateerd op welk moment, welke hoeveelheid schapen in beslag is genomen, van welk schaap op welke locatie bloed is afgenomen en met welk bloed vervolgens een DNA-verwantschapsonderzoek is verricht. Er zijn (in hetgeen door de verdediging is aangevoerd, dan wel anderszins) geen redenen voor het oordeel dat bij de inbeslagname en het bloedonderzoek niet de daarvoor geldende zorgvuldigheidsnormen in acht zijn genomen. De rechtbank acht de zogenoemde ‘chain of custody’ dan ook sluitend.

Door de verdediging is aangevoerd dat geen bewijswaarde van de mogelijke ouder-nakomeling relaties is berekend en dat daarom ook geen bewijswaarde hieraan kan worden toegekend.

De rechtbank volgt de verdediging hierin niet en is van oordeel dat wel degelijk bewijswaarde kan worden toegekend aan de uitkomsten van het verwantschapsonderzoek nu het merendeel van de mogelijke ouder-nakomelingrelaties is gebaseerd op 18 overeenkomende getypeerde erfelijke kenmerken, bij drie slechts één kenmerk niet past en een betrouwbaarheidspercentage van 95% door [deskundige] wordt gegeven aan de conclusie dat het daarom ouder-nakomelingrelaties betreffen. Daar komt bij dat sprake is van in totaal 21 mogelijke ouder-nakomeling relaties met schapen van meerdere aangevers. Naar het oordeel van de rechtbank is de kans te verwaarlozen en is het daarmee ook niet aannemelijk dat in al die gevallen sprake is van een toeval en niet van een ware ouder-nakomeling relatie. Bovendien acht de rechtbank het gelet op de aangiftes en de I&R gegevens betreffende de bedrijven van de aangevers niet aannemelijk dat de aan de schapen van de aangevers verwante schapen zijn verkocht en bij de bedrijven van [medeverdachte 1] en [bedrijf 1] terecht zijn gekomen. De I&R gegevens van de bedrijven van [medeverdachte 1] en [bedrijf 1] geven hiervoor evenmin aanknopingspunten.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het voorgaande buiten redelijke twijfel is komen vast te staan dat verdachte en zijn medeverdachten schapen afkomstig van verschillende diefstallen onder zich hadden.

Vervolgens ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of verdachte zich (met zijn medeverdachten) schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de schapen.

3.10

Telefoongegevens

Van verdachte en zijn medeverdachten zijn de historische telefoongegevens van hun telefoonnummers geanalyseerd.

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij gebruik maakte van telefoonnummer [nr 4] en dat hij in de tijd dat hij op de vrachtwagen zat zijn telefoon incidenteel aan een chauffeur afgaf. Voorts heeft hij verklaard dat hij op een asfalteerwagen heeft gewerkt. Dit deed hij vooral ’s nachts. Hij heeft al maanden geen nachtdienst meer gedaan, aldus zijn op 23 oktober 2012 afgelegde verklaringen.26

Verdachte ([verdachte]) heeft verklaard dat hij gebruik maakte van telefoonnummer [nr 1], dat niemand anders zijn telefoon gebruikt en dat hij zijn telefoon bijna altijd bij zich heeft.27

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij gebruik maakte van telefoonnummer [nr 2], dat in principe niemand anders zijn telefoon gebruikt en dat hij probeert zijn telefoon bij zich te hebben.28

[benadeelde 1] en [benadeelde 2] (namens [benadeelde 2]) hebben aangifte gedaan van diefstal van schapen tussen 12 september 2012 16.30 uur en 13 september 2012 13.00 uur uit weilanden gelegen te Bern en Well.

Op 12 september 2012 omstreeks 02.07.53 uur heeft de telefoon van [medeverdachte 1], via een zendmast te Echteld, contact met de telefoon van [verdachte]. In diezelfde nacht omstreeks 02.23.49 uur heeft de telefoon van [verdachte], via een zendmast te Hedel, contact met de telefoon van [medeverdachte 1], via een zendmast Velddriel. Omstreeks 02.36.33 en 03.03.18 uur diezelfde nacht heeft de telefoon van [verdachte], via een zendmast te Delwijnen, contact met [medeverdachte 2]. Verbalisanten relateren dat Velddriel, Hedel en Delwijnen locaties zijn in de omgeving van Bern en Well.29 In het dossier zit ook een kaart waarop de locaties van genoemde zendmasten en locaties van de diefstallen zijn weergegeven.30

[benadeelde 3], [benadeelde 4] en [benadeelde 5] hebben aangifte gedaan van diefstal van schapen tussen 11 juli 2012 te 17.00 uur en 12 juli 2012 te 11.00 uur uit weilanden te Linden (Noord-Brabant).

Op 12 juli 2012 omstreeks 00.03.46 uur heeft de telefoon van [medeverdachte 1], via een zendmast te Veenendaal, contact met de telefoon van [verdachte]. De telefoon van [verdachte] heeft die nacht omstreeks 00.07.22 uur, via een zendmast te Grave, contact met de telefoon van [medeverdachte 2]. In die nacht omstreeks 00.08.09 en 00.09.01 uur heeft de telefoon van [medeverdachte 2], via een zendmast te Dodewaard, contact met de telefoon van [verdachte]. Omstreeks 02.35.51 uur heeft de telefoon van [verdachte], via een zendmast te Heumen, contact met de telefoon van [medeverdachte 2]. Een verbalisant heeft gerelateerd dat de locaties Grave en Heumen gelegen zijn in de omgeving van de plaats van de diefstallen te Linden.31 In het dossier zit ook een kaart waarop de locaties van genoemde zendmasten en locaties van de diefstallen zijn weergegeven.32

[verdachte] heeft op 11 juli 2012 aan [medeverdachte 1] een sms-bericht verstuurd met de tekst ‘hoe heet die plek’. [medeverdachte 1] antwoordde hierop per sms-bericht ‘weet ik niet, gewoon tussen afrit drie en vier. Beers’. Een verbalisant heeft gerelateerd dat Beers een plaats in de omgeving van Cuijk is en dat in de nacht van 11 juli 2012 schapen zijn gestolen in Linden op een locatie gelegen tussen de afritten 3 en 4 van de A73. Voorts stuurt [verdachte] op 11 juli 2012 om 22:27:24 uur een sms-bericht aan [medeverdachte 2] ‘afrit onderaan links richting Cuijk dan naar de Mac weer links richting de havens die weg alsmaar volgen dan zie je mij heel eind verderop staan succes’. Die nacht om 01:15:01 uur krijgt [verdachte] van [medeverdachte 2] een sms-bericht ‘Draai m in de wei!’. Door de verbalisant wordt opgemerkt dat men 2 uur moet optellen bij de genoemde tijden die bij de sms zijn vermeld om de daadwerkelijke te tijd te hebben.33

[benadeelde 6] heeft aangifte gedaan van diefstal van schapen tussen 10 juli 2012 omstreeks 18:00 uur en 11 juli 2012 omstreeks 06:30 uur uit een weiland aan de Lekdijk Oost te Nieuwegein.

Op 11 juli 2012 op de tijdstippen 00.18.40, 00.34.58, 00.35.40, 00.47.09 01.37.14 en 01.41.30 uur hebben de telefoons van verdachte en zijn medeverdachten onderling contact, waarbij zendmasten aan de Hagenweg te Vianen, de Vijfherenlanden te Vianen, de Rijksweg A27 te Nieuwegein en de Stationsweg te Maarn zijn aangestraald. Deze locaties zijn, volgens een verbalisant, gelegen in de omgeving van de Lekdijk Oost te Nieuwegein.34 In het dossier zit ook een kaart waarop de locaties van genoemde zendmasten en locaties van de diefstallen zijn weergegeven.35

[benadeelde 7] heeft aangifte gedaan van diefstal van schapen tussen 6 augustus 2012 te 18:30 uur en 7 augustus 2012 te 10:00 uur uit weilanden aan de Lekdijk Oost te Lopik.

Op 6 augustus 2012 op de tijdstippen 20.10.54, 00.49.07, 01.47.00 en 01.47.42 uur hebben de telefoons van verdachte en zijn medeverdachten onderling contact, waarbij (onder andere) zendmasten te Benschop en Montfoort zijn aangestraald. Deze locaties zijn, volgens een verbalisant, gelegen in de omgeving van de Lekdijk Oost te Lopik.36In het dossier zit ook een kaart waarop de locaties van genoemde zendmasten en locaties van de diefstallen zijn weergegeven.37

Verdachten hebben bij hun verhoren en ter terechtzitting geen verklaring willen geven voor de omstandigheid dat hun telefoonnummers in de periodes waarin de diefstallen zijn gepleegd rondom locaties van die diefstallen zendmasten hebben aangestraald en evenmin hebben zij een verklaring gegeven over de aard, inhoud en context van de telefooncontacten. Dit ondanks dat hen meermalen is gewezen op het belang van dergelijke verklaringen.

Uit het vorenstaande concludeert de rechtbank dat verdachte en zijn medeverdachten aanwezig waren in de omgeving van genoemde diefstallen, op ongebruikelijke (namelijk nachtelijk) tijdstippen, binnen de tijdspanne waarin de diefstallen zouden zijn gepleegd, en/of dat zij rondom die tijd onderling (telefonisch) contact hadden.

3.11 (

(Camera)beelden

Aangever [benadeelde 5] heeft twee maal op eigen initiatief een USB-stick met daarop camerabeelden aan de politie overhandigd. Op deze camerabeelden heeft verbalisant Van Hastenberg gezien dat op 12 juli 2012 om 00.43 uur een tractor met daaraan vast een grote gesloten veewagen en een witte/lichtkleurige bedrijfsauto met daarachter een kleine veewagen rijdt over de Havenlaan te Katwijk (Noord-Brabant). Dit is in de richting van de Hooge Voort te Linden. Tevens heeft de verbalisant op de beelden gezien dat op donderdag 12 juli 2012 om 02.18 uur de eerder genoemde witte/lichtkleurige bedrijfsauto met kleine veewagen in tegengestelde richting rijdt. Deze beelden zijn uitgezonden in het opsporingsprogramma Bureau Brabant.38 Zoals al aangegeven zijn in de periode van 11 juli 2012 tot 12 juli 2012 aan de Hooge Voort te Linden uit drie weiden schapen gestolen.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat ze op de camerabeelden de bedrijfsauto van [medeverdachte 1] (haar zwager) heeft herkend. Verder herkende ze de tractor en veewagens en wist ze deze toebehoorde aan verdachte en zijn broer.39 Tegenover de rechter-commissaris heeft getuige [getuige 2] verklaard de auto van [medeverdachte 1] te hebben herkend aan het verlengde model, een fabrieksfout en aan een geblindeerd raam en door de combinatie met de veewagen die van de [bedrijf 1] (de rechtbank begrijpt: verdachte en zijn broer) was met daarvoor de Fendt trekker en een grote vee-aanhanger. Op die vee-aanhanger is (mede door de vriend van getuige) een vrachtwagenklep gelast.40

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij de getoonde camerabeelden heeft gezien en daarop het busje van [medeverdachte 1] heeft herkend. De veewagen was ook van [medeverdachte 1] volgens getuige. Ook zag hij een tractor en aanhangwagen. Die aanhangwagen leek op die van [bedrijf 1].41

Tegenover de rechter-commissaris heeft getuige [getuige 3] verklaard dat hij de broers [bedrijf 1] kent, ook omdat hij ongeveer twee a drie jaren bij hen op de boerderij heeft gewerkt. Via deze broers kende getuige ook [medeverdachte 1]. De aanhangwagen van [bedrijf 1] was een zelfgemaakte aanhanger. Getuige herkende deze aan de beugels die over de bovenkant heenlopen, een hydraulische klep achterop en de dranghekken aan de zijkant. Getuige heeft veel met die aanhanger gewerkt. Getuige volhardt in zijn verklaring dat hij het busje van [medeverdachte 1] en de veewagen heeft herkend. Dit busje en deze veewagen heeft hij veel zien staan in Opheusden.42

Op het terrein van [medeverdachte 1] is een grijze Peugeot Expert aangetroffen en in beslag genomen.43 [medeverdachte 1] heeft verklaard een 9 jaar oude grijze Peugeot bus te hebben44, naar de rechtbank begrijpt de aangetroffen Peugeot Expert. Op het terrein van de maatschap [bedrijf 1] is een veetrailer aangetroffen. Deze veetrailer stond op naam van [medeverdachte 2]. Op het terrein van maatschap [bedrijf 1] is ook een Fendt tractor met veewagen aangetroffen.45 Dirk [bedrijf 1] heeft verklaard ook gebruik te maken van een Fendt tractor en een veewagen voor achter de tractor, een zelfbouwkar die [verdachte] gebouwd heeft.46

Gelet op de herkenning door de getuigen van de voertuigen op de camerabeelden aan de hand van zeer specifieke kenmerken, trekt de rechtbank de conclusie dat de voertuigen (met veewagens) van verdachte en zijn medeverdachte aanwezig waren in de nabije omgeving van de diefstallen, rondom (nachtelijke) tijdstippen die vallen in de periode waarbinnen de diefstallen (in de nacht) van 11 juli 2012 op 12 juli 2012 aan de Hooge Voort te Linden zijn gepleegd. Daarbij stelt de rechtbank vast dat de tijdstippen waarop de voertuigen zijn waargenomen, kunnen passen binnen de tijden waarin de telefoons van de verdachten op de nacht van 11 en 12 juli 2012 zendmasten in diezelfde omgeving hebben aangestraald.

3.12

Getuigenverklaringen

De ouders van verdachten [bedrijf 1] hebben verklaard dat zij zich zorgen maakten over de dingen die hun zoons deden. [verdachte] en [medeverdachte 2] waren ’s nachts veel weg. De vader van de medeverdachte had er een slecht gevoel over dat de jongens met de veekar weg waren en hij vertrouwde het helemaal niet meer toen er hekken aan de zijkant van de veewagen waren gemaakt.47

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij in het weekend van 13 tot en met 16 september 2012 meerdere malen door [medeverdachte 1] werd gebeld.48 De eerste keer belde hij op 14 september, toen nam getuige niet op. Op 15 september belde [medeverdachte 1] weer en vroeg [medeverdachte 1] of getuige schapen wilde scheren. Dit moest zo snel mogelijk gebeuren.49 [getuige 1] heeft, op verzoek van [medeverdachte 1], op 21 september 2012 op diens perceel aan de [adres] te Opheusden 140 schapen geschoren. De wol zat helemaal onder de stro en kan getuige dus niet verkopen. De rest van de schapen waren al eerder geschoren.50 De schapen die [getuige 1] had geschoren hadden allemaal een roze stip op de rug. Onder die stip zat een rode verfstip. Na het scheren heeft [medeverdachte 1] tijdens een autorit aan [getuige 1] verteld dat de schapen die hij geschoren had, gestolen waren in Ammerzoden. Tevens heeft [medeverdachte 1] aan getuige verteld dat de oornummers van de schapen verwisseld waren. Op die dag reden zij ook langs een locatie in de buurt van het Industrieterrein in Dodewaard, waar de rammen uit hetzelfde koppel, als de schapen die zojuist waren geschoren, stonden. Ook die schapen waren volgens [medeverdachte 1] gestolen.51 [medeverdachte 1] heeft desgevraagd aan getuige verklaard dat hij met zijn kornuiten roze of blauwe verf op de schapen heeft aangebracht. Deze verf werd aangebracht om de merk-stippen niet zichtbaar te maken.52

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat hij samen met [getuige 1] aan de [adres] te Opheusden (rechtbank: het toenmalige adres van [medeverdachte 1]) bijna 150 schapen heeft geschoren. De lammeren waren bijna allemaal bespoten met rode verf en waren vies. De man, waarvoor geschoren moest worden en die op dat adres woonde, zei vreemde dingen. Zo gaf hij aan dat de schapen van de markt kwamen, maar dat kon volgens getuige niet kloppen. Getuige had bij dit alles een vreemd gevoel. Deze getuige is ook nog gebeld door de man, waarbij hem werd gezegd dat getuige een bon moest geven over het leveren van 150 schapen aan deze man.53 Getuige gaf aan dat de man belde met het telefoonnummer [nr 3] (rechtbank: het nummer van [medeverdachte 1]).54 Desgevraagd over de verf gaf [medeverdachte 1] aan dat hij twee jongens had die de schapen hadden behandeld. [medeverdachte 1] wilde de wol er zo snel mogelijk af om ze af te mesten en daarna voor de slacht te verkopen. Dit kwam op getuige neer dat hij de dieren onherkenbaar wilde maken.55

Aangever [benadeelde 1] heeft in zijn aangifte verklaard dat zijn schapen een duidelijke plek rode verf op hun schoft hebben en voorzien zijn van een groen oormerk.56

Getuige [getuige 5] heeft verklaard dat zij op 13 september 2012 op een perceel aan de Nieuwendijk te Ochten was naast het perceel van [bedrijf 1]. Het viel getuige na een tijd op dat er twee mannen en een kind liepen in die wei. Verder viel een grote groep lammeren op. Deze waren voorzien van een rode/roze verfstreep op de rug en waren allemaal erg vies. Vermoedelijk hebben ze dicht tegen elkaar in een stal of veekar gestaan, waardoor ze zo vies zijn geworden. In de wei worden de schapen nooit zo vies. Getuige schat dat het zo’n 100 schapen zijn geweest. Voorts heeft getuige verklaard mogelijk [medeverdachte 1] en zijn auto van [medeverdachte 1] te hebben herkend. Op 15 september 2012 waren deze schapen ineens verdwenen. Getuige heeft [verdachte] hierover gebeld, die aangaf dat de schapen er tijdelijk hadden gestaan omdat ze deze niet kwijt konden op de plaats waar ze naar toe moesten. Er zou die middag nog een koppel rammen geplaatst worden. Deze rammen heeft getuige ook gezien die middag.57

Getuige [getuige 2] heeft, naast de verklaringen over de camerabeelden, verklaard dat [medeverdachte 1] altijd ongeveer 40 schapen in zijn bezit had, maar sinds een paar maanden (datum verhoor 30 september 2012) ineens veel meer schapen had.58 In augustus 2012 heeft [medeverdachte 1] tegen getuige gezegd dat hij de hele Betuwe had vollopen met schapen. Deze zou hij hebben gekocht van toevallig gestopte schapenboeren.59

Uit de hiervoor genoemde verklaringen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 1] in de dagen na de diefstal bij aangevers [benadeelde 1] en [benadeelde 2] over een groot aantal schapen beschikte, die van hem zo snel mogelijk geschoren moesten worden. Deze schapen hadden volgens de getuigen roze dan wel rode verf op de rug, wat een opvallende overeenkomst is met de schapen van aangever [benadeelde 1], die volgens hem een duidelijke plek rode verf op de schoft hadden.

Daar komt bij dat het getuige [getuige 2] was opgevallen dat [medeverdachte 1] in de periode dat de diefstallen zijn gepleegd ineens over veel meer schapen beschikte.

3.13

Verklaringen verdachten

[medeverdachte 1] heeft diverse verklaringen afgelegd in deze zaak. Zo heeft hij verklaard dat het vee zijn eigendom is en dat hij dit vee onder andere heeft gekocht van [bedrijf 1].60 De 199 schapen die in beslag zijn genomen niet zijn gestolen, aldus [medeverdachte 1].61 Met betrekking tot de 42 schapen in het weiland aan De Werd heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij, nadat de NVWA hem erop wees dat schapen geen nummer hadden, dacht: dan ga ik alle schapen voorzien van een nieuw nummer.62

Voorts heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij op 17 september 2012 contact had met [getuige 6] en dat hij van hem 250 schapen heeft gekocht, waarbij hij een openstaande schuld van € 10.000,00 van het aankoopbedrag heeft afgetrokken. De schapen werden in twee ritten op 20 september 2012 geleverd. [medeverdachte 1] heeft zijn vrouw gevraagd van de aankoop van de schapen een bon te laten maken.63

Tegenover verbalisanten van de NVWA heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij in de polder in Dodewaard nog 40 á 50 ooien heeft lopen. In de stal van [medeverdachte 1] lopen schapen die door [medeverdachte 1] vorige week vrijdag (datum verklaring 27 september 2012) van [verdachte]) zijn aangevoerd. Hiervan heeft [medeverdachte 1] geen vervoersdocumenten. De aanwezige lammeren had hij nog niet aangemeld en hij had geen rekening van de aanschaf van die lammeren.64

Voorts heeft [medeverdachte 1] verklaard dat [verdachte] bij de koop van de schapen van [getuige 6] aanwezig was. Na de levering zou [verdachte] hebben gezegd dat de schapen geen goede nummers hadden. Samen met [verdachte] heeft [medeverdachte 1] de oude nummers eruit gehaald en nieuwe nummers van hem en van [bedrijf 1] erin gedaan.65 Alle uitgeknipte merken zijn in de Kliko gegooid, aldus [medeverdachte 1].66

[verdachte] heeft via de telefoon tegenover een verbalisant van de NVWA aangegeven dat hij 100-120 lammeren bij het bedrijf van [medeverdachte 1] heeft afgeleverd. Er zouden nog 50 tot 60 (de rechtbank begrijpt: bij de maatschap [bedrijf 1]) aanwezig zijn. ‘250 zijn er verkocht, omdat wij ook handel doen’, aldus [verdachte].67

[verdachte] heeft in zijn verhoor ontkend aan [medeverdachte 1] schapen te hebben verkocht. De lammeren van de maatschap [bedrijf 1] die bij [medeverdachte 1] stonden heeft [verdachte] gebracht. Daar is geen vervoersdocument van opgemaakt.68

Op de vragen of hij wist waar [medeverdachte 1] de 250 schapen gekocht had, dan wel of hij [medeverdachte 1] heeft geholpen met omnummeren, geeft [verdachte] aanvankelijk geen antwoord.69

[verdachte] verklaart vervolgens dat [medeverdachte 1] bij [getuige 6] in Didam schapen heeft gekocht en dat [verdachte] is mee geweest. Toen de 250 schapen bij [medeverdachte 1] kwamen, heeft [verdachte] samen met [medeverdachte 1] de schapen gescheiden. De ooien kwamen in de stal van [medeverdachte 1] te staan en daar zijn ook ongeveer 50 ooien van [verdachte] bij gekomen. Deze 50 schapen heeft [verdachte] zelf geschoren.70 Omdat er oude oormerken inzaten, zijn de schapen omgenummerd en omdat [medeverdachte 1] te weinig oormerken had, zijn er ook merken van de maatschap [bedrijf 1] gebruikt. De oude oormerken zijn door [medeverdachte 1] in de Kliko gegooid.71

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] weleens weilanden van hen gebruikt om schapen te laten lopen en dat zij in ruil daarvoor bij hem ooilammeren stallen.72

Ter terechtzitting hebben alle verdachten zich beroepen op hun zwijgrecht. Ook nadat door de rechtbank is aangegeven dat bijvoorbeeld de telefoongegevens, tapgesprekken en dna-matches om een verklaring kunnen vragen, hebben alle verdachten zich beroepen op hun zwijgrecht.

Getuige [getuige 6] heeft verklaard geen schapen te verhandelen en nooit schapen aan [medeverdachte 1] te hebben verkocht. De door de vrouw van [medeverdachte 1] gemaakte bon van aankoop van schapen herkende getuige niet. Als getuige al levend vee verhandelt, gaat dit via een ander bedrijf omdat via dat bedrijf geen BTW betaald hoeft te worden.73

Uit historische telefoongegevens over de periode van 1 april 2012 tot 3 november 2012 blijkt niet van contacten tussen de telefoon in gebruik bij [getuige 6] en de telefoons van [medeverdachte 1], [verdachte] of [medeverdachte 2]. 74

Uit het vorenstaande concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 1] wisselend heeft verklaard over de herkomst van onder hem inbeslaggenomen schapen en dat zijn verklaring voor wat betreft de aankoop van schapen van de maatschap [bedrijf 1] niet overeenkomt met of aansluit bij de verklaring van [verdachte]. Gelet hierop en gelet op het ontbreken van enig schriftelijk bewijsstuk worden de verklaringen over verkoop van schapen van de maatschap [bedrijf 1] aan [medeverdachte 1] niet gevolgd. Dat geldt ook voor de verklaring van [medeverdachte 1] en [verdachte] dat [medeverdachte 1] de schapen van [getuige 6] heeft gekocht, aangezien dit onvoldoende wordt ondersteund door objectieve en verifieerbare gegevens. Integendeel, het wordt ontkracht door de verklaring van [getuige 6] zelf. Van telefonische contacten met [getuige 6] is niet gebleken en bovendien heeft [medeverdachte 1] ook bij [getuige 4] geprobeerd om een bon te krijgen voor de aankoop van de schapen.

Van de zijde van [medeverdachte 1] en/of verdachte of diens broer is (derhalve) geen aannemelijke verklaring gegeven voor de aanwezigheid van een grote hoeveelheid schapen onder [medeverdachte 1]. Evenmin is een aannemelijke verklaring gegeven voor de aanwezigheid van een aanmerkelijke groep schapen, aangetroffen op verschillende locaties en verschillende stallijsten, die van diefstal afkomstig zijn. Daar komt bij dat de getuige [getuige 1] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] tegen hem heeft gezegd dat de schapen van diefstal afkomstig zijn.

3.14

Conclusie met betrekking tot de diefstal

Gelet op:

  • -

    het aantreffen van grote groepen schapen onder verdachten, welke over verschillende weiden van verschillende verdachten stonden geplaatst en op verschillende stallijsten (al dan niet op een vrij merk) stonden geregistreerd;

  • -

    het (onder die schapen) aantreffen van een aanmerkelijke groep gestolen schapen, welke schapen op meerdere momenten van verschillende aangevers en ook van verschillende locaties zijn gestolen;

  • -

    het aantreffen van de gestolen schapen betrekkelijk kort na de diefstallen;

  • -

    het ontbreken van enige aannemelijke verklaring voor de aanwezigheid van deze gestolen schapen;

  • -

    de aanwezigheid van en de onderlinge contacten met de telefoons van de drie verdachten in de omgeving van de diefstallen op ongebruikelijke nachtelijke tijdstippen waarbinnen de diefstallen zijn gepleegd;

  • -

    de aanwezigheid van de voertuigen van verdachten (met veewagens) in de omgeving van drie diefstallen op nachtelijke tijdstippen waarbinnen die diefstallen zijn gepleegd;

  • -

    het ontbreken van enige aannemelijke verklaring voor die telefoongegevens en de aanwezigheid van de voertuigen;

  • -

    de belastende verklaringen van de verschillende getuigen;

  • -

    de wisselende verklaringen door [medeverdachte 1] en de tegenstrijdigheden in de verklaringen van [medeverdachte 1] en [verdachte],

alles in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte tezamen met zijn medeverdachten zich schuldig heeft gemaakt aan de hem tenlastegelegde diefstallen van schapen.

3.15

Nadere overwegingen ten aanzien van feit 2

De verdediging heeft aangevoerd dat ten onrechte niet de lex specialis ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt dat de door de verdediging aangehaalde wetten, dan wel regelingen, wet- en regelgeving is die, kort samengevat, strekt tot het bevorderen en beschermen van de volksgezondheid en het dierenwelzijn. Artikel 420bis Sr strekt tot bescherming van de integriteit van het financiële en economische verkeer door tegen te gaan dat opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie worden onttrokken en daaraan een schijnbaar legale herkomst wordt verschaft. Deze wettelijke bepalingen verschillen naar hun aard wezenlijk van elkaar. Er kan dan ook niet gesproken worden van een generalis-specialis verhouding, zoals de verdediging kennelijk voorstaat.

Het verweer wordt verworpen.

Voorts overweegt de rechtbank als volgt.

Zoals hiervoor is overwogen, heeft verdachte tezamen met zijn medeverdachten schapen van diefstal afkomstig onder zich gehad. Uit hiervoor weergegeven getuigenverklaringen en de verklaringen van verdachten volgt naar het oordeel van de rechtbank dat [medeverdachte 1] en de [verdachte] de oormerken van de gestolen schapen hebben verwijderd en nieuwe merken hebben aangebracht. Dit wordt ondersteund door de waarneming van verbalisanten van de NVWA, die gaten in de oren van schapen hebben gezien75, wat op het verwijderen van oormerken kan duiden. Ook is duidelijk dat [medeverdachte 2] hier bij betrokken is geweest gelet op een telefoongesprek tussen [medeverdachte 2] en een derde, dat is afgetapt. Hierover is gerelateerd als volgt:

[medeverdachte 2] zegt dat ze wel met de schapen met de nummers aan het klooien geweest zijn, en dat hun dat ook weten, dat is makkelijk zat maar heeft niets met de diefstal te maken.

Nn man vraagt of ze [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1]) hebben geholpen met omnummeren. [medeverdachte 2] zegt, ja precies. 76

De gestolen schapen hebben wisselende oormerken van (het bedrijf van de gebroeders) [bedrijf 1] dan wel [medeverdachte 1] gekregen, waarbij ook gebruik is gemaakt van vrije merken van [bedrijf 1] dan wel [medeverdachte 1].77

Gesteld noch gebleken is enige goede grond, welke grondslag vindt in de Regeling identificatie en registratie van dieren, om de oormerken te vervangen. Van de aanvoer van de schapen zijn geen registraties bijgehouden.78

Voorts is na onderzoek door de NVWA (onder meer) gebleken dat bij diverse schapen kennisgevingen bij het I&R-systeem niet, onjuist dan wel te laat zijn geschied.79

Reeds door het omnummeren van de schapen en door deze vervolgens in het I&R-systeem aan te melden is opzettelijk gehandeld in strijd met strekking van de Regeling identificatie en registratie van dieren, dan wel het I&R-systeem. Immers, die regelingen en dat systeem strekt ertoe dieren van geboorte tot overlijden dan wel export te kunnen traceren. Mede gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachten door het omnummeren van de door hen gestolen schapen, door de nieuwe nummers op de verschillende stallijsten en in het I&R-systeem aan te melden en door van het vervoer geen aanvoerbonnen op te maken, hebben zij de werkelijke aard, herkomst, vindplaats, vervreemding en verplaatsing van die schapen verhuld.

Daarbij komt dat uit de hierboven weergegeven verklaringen tevens volgt dat verdachten de schapen hebben geschoren, hebben vermengd met andere schapen en hebben verspreid over meerdere weilanden van verschillende verdachten. Ook deze handelingen merkt de rechtbank aan als handelingen ter verhullen van, kort gezegd, de werkelijke herkomst van die schapen.

Derhalve is de rechtbank van oordeel dat verdachte, tezamen met zijn medeverdachten, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen.

3.16

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 (primair) en onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1. hij op meer tijdstippen in de periode van 11 juli 2012 tot en met 27 september 2012 te Bern en Well (buitengebied Ammerzoden) en Linden (Noord-Brabant) en Nieuwegein en Lopik en Erlecom, tezamen en in vereniging met anderen, steeds met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere schapen, die zich ten tijde van de diefstallen in de weide

bevonden, welke schapen toebehoorden aan:

- [benadeelde 1] (zaaksdossier 1, 189 schapen) en

- [benadeelde 2] (zaaksdossier 1, 54 schapen) en

- [benadeelde 3] (zaaksdossier 2, 28 schapen) en

- [benadeelde 4] (zaaksdossier 2, 5 schapen) en

- [benadeelde 5] (zaaksdossier 2, 31 schapen) en

- [benadeelde 6] (zaaksdossier 3, 40 schapen) en

- [benadeelde 7] (zaaksdossier 4, 34 schapen) en

- [benadeelde 8] (zaaksdossier 4, 2 schapen) en

- [benadeelde 9] (zaaksdossier 5, 41 schapen);

2. hij op meer tijdstippen in de periode van 11 juli 2012 tot en met 23 oktober 2012 te Opheusden en/of te Dodewaard en/of Kesteren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, van voorwerpen, te weten (telkens) meerdere schapen, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de

verplaatsing heeft verhuld, dan wel heeft verborgen of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp is, hebbende verdachte en/of zijn mededaders:

- opzettelijk onjuiste meldingen gedaan in het zogenoemde I&R-systeem en opzettelijk de stallijsten onjuist ingevuld, onder meer door van misdrijf afkomstige schapen in het I&R-systeem te registreren als vrij merk en op de stallijsten deze schapen te noteren als vrij merk en

- de originele merken van de door misdrijf afkomstige schapen te verwijderen en deze schapen vervolgens fysiek te merken als vrij merk en

- de ingevolge regelgeving vereiste kennisgevingen voor aanvoer, vervoer en afvoer van schapen niet of te laat te verrichten,

terwijl hij wist dat deze schapen afkomstig waren uit enig misdrijf.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal in vereniging van vee uit de weide, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de periode van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat het tegenwerken van het tegenonderzoek (vervolgonderzoek) tot uitdrukking moet worden gebracht in het verlagen van een eventuele straf.

De verdediging heeft vermoedens en vragen rondom het al dan niet registreren en wellicht ook opnemen en uitluisteren van gesprekken tussen verdachte en geheimhouders. De verdediging heeft, door een beslissing van de rechtbank, geen gelegenheid gehad hier verder onderzoek naar te doen. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij het opleggen van een straf.

De verdediging heeft voorts aangevoerd de gevorderde straf bovenmatig te vinden. Daartoe is aangevoerd dat verdachte geen relevante justitiële documentatie heeft. Voorts is gewezen op de gevolgen welke de onderhavige verdenkingen reeds voor verdachte hebben gehad.

Beoordeling door de rechtbank

Allereerst overweegt de rechtbank als volgt.

Hierboven heeft de rechtbank reeds overwogen dat geen sprake is geweest van het frustreren van een door de verdediging uit te voeren tegenonderzoek (vervolgonderzoek). Er bestaat dan ook geen reden om hiermee bij de strafoplegging rekening te houden.

Zoals de rechtbank reeds op de zitting van 26 september 2014 heeft overwogen blijkt niet uit de stukken dat sprake is geweest van het feitelijk “opnemen” (en dus ook uitluisteren) van geheimhoudersgesprekken en/of sms-berichten. Bovendien is niet gebleken dan wel aannemelijk gemaakt dat zich uitgewerkte geheimhoudersgesprekken in het dossier bevinden c.q. zich in het dossier hebben bevonden.

In hetgeen de verdediging in haar pleidooi naar voren heeft gebracht ziet de rechtbank geen aanleiding terug te komen op haar oordeel. Ook in dit pleidooi heeft de verdediging slechts vermoedens en vragen opgeworpen, maar niet concreet onderbouwd dat er geheimhoudersgesprekken zijn opgenomen dan wel beluisterd. Er bestaat hierin dan ook geen grond voor het verlagen van de straf.

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 9 januari 2015; en

 een reclasseringsrapport van 21 december 2012, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich tezamen met twee anderen schuldig gemaakt aan grootschalige diefstal van schapen uit de weide. Op meerdere momenten over in een periode van twee maanden zijn midden in de nacht weiden leeggeroofd. Zorgvuldig opgebouwde veestapels werden hiermee in één nacht teniet gedaan. Dit heeft veel boosheid, angst en overlast bij de betrokken schapenhouders teweeg gebracht. Voorts heeft het handelen van verdachte bij de gehele veehouderij grote gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaakt, mede omdat vee in de weide nauwelijks adequaat tegen diefstal te beschermen is. Des te kwalijker is dat verdachte en zijn mededaders notabene zelf veehouder zijn en zeer goed van deze belangen van de branche op de hoogte moeten zijn geweest.

Na deze diefstal hebben verdachten zich schuldig gemaakt aan het verhullen van die diefstallen door de nummers van de schapen te vervangen en vervolgens op grote schaal het I&R-systeem te manipuleren. Dit terwijl dat systeem opgezet is om de herkomst van schapen direct te kunnen vaststellen en daarmee te kunnen ingrijpen bij ziekten van schapen, zodat de volksgezondheid adequaat beschermd kan worden en het vertrouwen van de consument in Nederlands schapenvlees blijft bestaan.

De verdachten hebben hiermee laten zien hun handelingen goed doordacht te hebben en hun eigen (financiële) belangen boven dat van anderen en meer in het bijzonder mede-schapenhouders te plaatsen. Dit neemt de rechtbank hen zeer kwalijk.

De rechtbank is van oordeel dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf passend en geboden is. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat voor de diefstal en het witwassen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden passend en geboden is.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Ten aanzien van feit 1

Ter zake van feit 1 hebben de volgende personen zich als benadeelde partij in het geding gevoegd:

  • -

    Mts. [benadeelde 7];

  • -

    [benadeelde 2];

  • -

    [benadeelde 9];

  • -

    [benadeelde 1];

  • -

    [benadeelde 5];

  • -

    [benadeelde 4];

  • -

    Mts. [benadeelde 6] en

  • -

    Mts. [benadeelde 3]

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de door deze benadeelden ingediende civiele vorderingen voldoende onderbouwd zijn en dat deze kunnen worden toegewezen, met uitzondering van de BTW, indien deze verrekend kan worden en de (door het openbaar ministerie te vergoeden) kosten van het DNA-onderzoek. Daarbij dient de wettelijke rente te worden toegewezen en de schadevergoedingsmaatregel te worden opgelegd.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat deze vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, omdat de behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafproces vormt.

De rechtbank overweegt als volgt.

Bij het indienen van de verschillende vorderingen is een uitvoerige en gedetailleerde rapportage door een deskundige van het ZLTO opgesteld ter onderbouwing van diverse schadeposten (directe schade op basis van de bedrijfsspecifieke dierbalans, directe gevolg schade op basis van het bedrijfsspecifieke saldo, niet-bedrijfsspecifieke directe schade).

Aansprakelijkheid voor schade is door de verdediging in zijn geheel betwist.

Gelet op de ingewikkeldheid van de posten directe schade en directe gevolgschade en de betwisting daarvan door de verdediging, zou het in de rede liggen om een onafhankelijke deskundige te benoemen voor een beoordeling van deze posten. Dit zou een onevenredige belasting voor dit strafproces opleveren. De niet-bedrijfsspecifieke schade is ook door de verdediging gemotiveerd betwist. Een beoordeling van deze posten zou een nadere onderbouwing en mogelijk zelfs bewijsvoering door de benadeelde partijen vergen. Ook dit levert een onevenredige belasting voor het strafproces op. Gezien de samenhang tussen de verschillende posten en de ingewikkeldheid ervan, is de rechtbank evenmin in staat gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid. Derhalve zal de rechtbank deze vorderingen in het geheel niet-ontvankelijk verklaren en zullen de benadeelde partijen hun vordering bij de civiele rechter kunnen aanbrengen.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 57, 310, 311 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partijen ter zake feit 1.

Verklaart niet-ontvankelijk de vordering ingediend door Mts. [benadeelde 7], [benadeelde 2], [benadeelde 9], [benadeelde 1], [benadeelde 5], [benadeelde 4], Mts. [benadeelde 6] en Mts.[benadeelde 3]

Aldus gewezen door:

mr. A.M. van Gorp (voorzitter), mr. G.M.L. Tomassen en mr. S.H. Keijzer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 februari 2015.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant A. Van Bommel van de politie Gelderland-Zuid, districts Recherche, opgemaakte proces-verbaal, OPS-nummer PL2012091711, gesloten op 20 december 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1], p. 265 en 265 en proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde 1], p. 289.

3 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 2], p. 272 en 273.

4 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 3], p. 462.

5 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 4], p. 465.

6 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 5], p. 468 en 469.

7 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 6], p. 576.

8 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 7], p. 613 en 614.

9 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 9], p. 625 en proces-verbaal van bevindingen, p. 638.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1086 en kennisgeving van inbeslagneming, p. 1093.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1086, kennisgeving van inbeslagneming, p. 1101 en proces-verbaal van bevindingen, p. 299.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 300.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 298, proces-verbaal van bevindingen, p. 1086 t/m 300 en kennisgeving van inbeslagneming, p. 1107.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 301.

15 Proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagname, p. 1140.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 299.

17 een aanvoerbon betreffende 199 schapen, p. 1039 t/m 1044.

18 een aanvoerbon betreffende 103 schapen, p. 1045 t/m 1048.

19 een aanvoerbon betreffende 100 schapen, p. 1142 t/m 1144 en een aanvoerbon betreffende 98 schapen, p. 1145 t/m 1147.

20 Proces-verbaal van bevindingen, p. 301.

21 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1122.

22 Proces-verbaal van verhoor, afgelegd voor de rechter-commissaris, van [verbalisant 1], p. 7 en 8.

23 Processen-verbaal van bevindingen, p. 399, 406, 522, 561, 593 en 655.

24 Een rapportage ‘Forensisch DNA-onderzoek’ d.d. 30 januari 2015, p. 7.

25 Proces-verbaal van bevindingen met nummer 72095, opgesteld door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van de NVWA, d.d. 24 april 2013, p. 1 t/m 6.

26 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 55 en 56.

27 Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 112.

28 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2], p. 159 en 160.

29 Proces-verbaal van bevindingen, p. 419 en 420.

30 Overzichtskaart, p. 422.

31 Proces-verbaal van bevindingen, p. 530 en 531.

32 Overzichtskaart, p. 534.

33 Proces-verbaal van bevindingen, p. 535 en 536.

34 Proces-verbaal van bevindingen, p. 579 en 580.

35 Overzichtskaart, p. 582.

36 Proces-verbaal van bevindingen, p. 617 en 618.

37 Overzichtskaart, p. 620.

38 Proces-verbaal van bevindingen, p. 471.

39 Proces-verbaal van bevindingen, p. 472.

40 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], afgelegd bij de rechter-commissaris, p. 2 en 3.

41 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], p. 474.

42 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], afgelegd bij de rechter-commissaris, p. 2 en 3.

43 Proces-verbaal van bevindingen, p. 493.

44 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] p.55.

45 Proces-verbaal van bevindingen, p. 498 t/m 509.

46 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] p.158.

47 Proces-verbaal van bevindingen, p. 369.

48 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], p. 278.

49 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], p. 280.

50 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], p. 278 en proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], afgelegd bij de rechter-commissaris, p. 2 en 3.

51 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], p. 280 en 281.

52 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], afgelegd bij de rechter-commissaris, p. 4.

53 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], p. 389 en 390.

54 Proces-verbaal van bevindingen, p. 392.

55 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], afgelegd bij de rechter-commissaris, p. 3

56 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1], p. 266.

57 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5], p. 395 en 396.

58 Proces-verbaal van bevindingen, p. 472.

59 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], afgelegd bij de rechter-commissaris, p. 2 en 3.

60 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 52.

61 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 62.

62 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 64.

63 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 64.

64 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 323.

65 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 377.

66 Proces-verbaal van bevindingen, p. 384.

67 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 323.

68 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 119.

69 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 117 en 118.

70 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 121-122.

71 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 121-122.

72 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 203 en p.209.

73 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6], p. 386 en 387.

74 Proces-verbaal van bevindingen p.427.

75 Proces-verbaal van bevindingen, p. 301.

76 Een schriftelijk bescheid, zijnde een weergave van een tapgesprek, p. 181.

77 Proces-verbaal van bevindingen, p. 300.

78 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 323 en proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], p. 119.

79 Proces-verbaal van bevindingen, p. 902.