Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:8168

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
31-12-2014
Datum publicatie
03-02-2015
Zaaknummer
269778
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident.

Vraag waar het schadebrengende feit - het afbreken van de onderhandelingen - zich heeft voorgedaan (artikel 5 lid 3 EVEX II en EEX-Verordening).

Plaats waar brief, waarin mededeling wordt gedaan van het afbreken van de onderhandelingen, is ontvangen.

Rechtbank bevoegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2015, afl. 2, p. 105
JBPR 2015/53 met annotatie van mr. M.A. Meijssen
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/269778 / HA ZA 14-481

Vonnis in incident van 31 december 2014

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser 1]

gevestigd te Spijk, gemeente Lingewaal,

2. [eiser 2],

wonende te Spijk, gemeente Lingewaal,

3. [eiser 3],

wonende te Spijk, gemeente Lingewaal,

4. [eiser 4],

wonende te Spijk, gemeente Lingewaal,

eisers in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat mr. H.L.J.M. van Grinsven te Tilburg,

tegen

1. de vennootschap naar Zwitsers recht

BURGER KING EUROPE GMBH,

statutair gevestigd te Zug, Zwitserland,

2. de vennootschap naar Duits recht

BURGER KING BETEILINGUNGS GMBH,

gevestigd te München, Duitsland,

gedaagden in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident,

advocaat mr. P.J.B. Heemskerk te Rotterdam.

Eisers in de hoofdzaak zullen hierna gezamenlijk [eiser 1] c.s. worden genoemd en afzonderlijk [eiser 1], [eiser 2], [eiser 3] en [eiser 4]. Gedaagden in de hoofdzaak worden hierna gezamenlijk Burger King c.s. genoemd en afzonderlijk Burger King Europe en Burger King Duitsland.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord tevens houdende exceptie van onbevoegdheid

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Het geschil in de hoofdzaak

2.1.

[eiser 1] c.s. vordert in de hoofdzaak, samengevat:

  1. verklaring voor recht dat Burger King c.s. onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser 1] c.s. en dus aansprakelijk is voor de schade die [eiser 1] c.s. als gevolg van dit handelen heeft geleden;

  2. verklaring voor recht dat Burger King c.s. aan [eiser 1] c.s. alle kosten moet vergoeden die [eiser 1] c.s. heeft gemaakt gedurende het franchisetraject (het negatieve contractsbelang);

  3. verklaring voor recht dat Burger King c.s. aan [eiser 1] c.s. de door [eiser 1] c.s. gederfde inkomsten/winst (het positief contractsbelang) moet vergoeden;

  4. veroordeling van Burger King c.s. tot betaling aan [eiser 1] c.s. van € 231.829,00, zijnde de schade die [eiser 1] c.s. heeft geleden nu zij de fiscale claim alsnog kreeg opgelegd;

  5. veroordeling van Burger King c.s. tot betaling van alle overige door [eiser 1] c.s. geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

  6. veroordeling van Burger King c.s. tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 6.411,00 exclusief 21% btw;

  7. veroordeling van Burger King c.s. in de proceskosten, nakosten en kosten van de gehouden voorlopige getuigenverhoren, vermeerderd met de wettelijke rente.

2.2.

[eiser 1] c.s. legt aan haar vorderingen ten grondslag, samengevat, dat zij met Burger King c.s. heeft onderhandeld over de totstandkoming van een franchiseovereenkomst en dat die onderhandelingen al in een vergevorderd stadium waren toen zij door Burger King c.s. werden afgebroken, door middel van een per e-mail verzonden brief van de heer [naam], Senior Director Franchise & Business Development van Burger King c.s. van 21 oktober 2010. [eiser 1] c.s. betoogt dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de franchiseovereenkomst tot stand zou komen en dat het afbreken van het franchisetraject gelet hierop en gezien de overige omstandigheden onaanvaardbaar was. Volgens [eiser 1] c.s. heeft Burger King c.s. bovendien geenszins rekening gehouden met haar gerechtvaardigde belangen. Aldus heeft Burger King c.s. volgens [eiser 1] c.s. onrechtmatig jegens haar gehandeld en is Burger King c.s. aansprakelijk voor de schade die [eiser 1] c.s. als gevolg van dit onrechtmatig handelen heeft geleden, lijdt en nog zal lijden. Deze schade bestaat volgens [eiser 1] c.s. uit (i) de kosten die zij in het kader van het franchisetraject heeft moeten maken (het negatief contractsbelang), (ii) de fiscale claim waarvoor [eiser 1] van de Belastingdienst een uitstel had gekregen teneinde haar in de gelegenheid te stellen het franchisetraject af te ronden, maar die de Belastingdienst na het afbreken van het franchisetraject alsnog heeft opgelegd, en (iii) gederfde winst (het positief contractsbelang).

2.3.

Burger King c.s. voert verweer.

3. Het geschil in het incident

3.1.

[eiser 1] c.s. stelt zich in de dagvaarding op het standpunt dat deze rechtbank bevoegd is van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen. Volgens [eiser 1] c.s. moet de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het geval van Burger King Europe – die is gevestigd in Zwitserland – worden beoordeeld aan de hand van het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken van 30 oktober 2007 (hierna: EVEX II), nu Zwitserland geen partij is bij de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: de EEX-Verordening). Burger King Duitsland is gevestigd in Duitsland, welk land wel partij is bij de EEX-Verordening.

In dit kader betoogt [eiser 1] c.s. ten eerste dat de grondslag van de vordering in de hoofdzaak onrechtmatige daad is. Artikel 5 sub 3 EVEX II bepaalt dat ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad het gerecht bevoegd is van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. Ook artikel 5 sub 3 EEX-Verordening bepaalt dat ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad bevoegd is het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. In casu heeft het schadebrengende feit zich in Nederland voorgedaan, aldus [eiser 1] c.s. Zij voert daartoe aan dat de plaats waar de brief van de heer [naam] van Burger King c.s., waarmee de onderhandelingen zijn afgebroken, is ontvangen, moet worden aangemerkt als de plaats waar de onderhandelingen zijn afgebroken en dus de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan.

Ten tweede wijst [eiser 1] c.s. op artikel 5 sub 5 EEX-Verordening, dat bepaalt dat ten aanzien van een geschil betreffende de exploitatie van een filiaal of enige andere vestiging bevoegd is de rechter van de plaats waar het filiaal of de vestiging is gelegen. In casu was het de bedoeling de Burger Kingfilialen in Nederland te openen, zodat ook om die reden de Nederlandse rechter bevoegd is, aldus [eiser 1] c.s. Ten slotte voert [eiser 1] c.s. aan dat in artikel 25 van de concept-franchiseovereenkomst is bepaald dat een geschil aan de Nederlandse Franchise Vereniging wordt voorgelegd alvorens het geschil aan de bevoegde rechter wordt voorgelegd. [eiser 1] c.s. leidt hieruit af dat partijen beoogden geschillen in Nederland te laten beoordelen.

3.2.

Burger King c.s. vordert echter in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Ter onderbouwing van haar vordering voert zij aan dat ingevolge de hoofdregel van artikel 2 van zowel EVEX II als de EEX-Verordening een procedure moet worden aangebracht voor de rechtbank van de woonplaats van de gedaagde. Artikel 5 sub 3 EVEX II en artikel 5 sub 3 EEX-Verordening, die bepalen dat procedures ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad moeten worden aangebracht voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen, zijn volgens Burger King c.s. uitzonderingsbepalingen die niet te gemakkelijk mogen worden toegepast. Burger King c.s. voert aan dat de brief van de heer [naam] van 21 oktober 2010, waarmee volgens [eiser 1] c.s. de onderhandelingen zijn afgebroken, is verzonden en ontvangen per e-mail en dat er dus nooit in fysieke zin een brief in Nederland op de deurmat is gevallen. Daarmee heeft zich volgens Burger King c.s. ook geen schadebrengend feit in Nederland voorgedaan. Volgens Burger King c.s. is de plaats waar een e-mail wordt gelezen geen juist aanknopingspunt om rechtsmacht toe te kennen. Het is niet voorzienbaar waar een e-mail zal worden gelezen of ontvangen en daardoor ontstaat een grote onzekerheid over welke rechtbank bevoegd zou zijn kennis te nemen van een geschil. Dit is in strijd met de rechtszekerheid die de internationale privaatrechtelijke regels beogen te bieden, aldus Burger King c.s. [eiser 1] c.s. heeft volgens Burger King c.s. overigens ook niet expliciet gesteld waar de e-mail zou zijn ontvangen. Verder voert Burger King c.s. aan dat het [eiser 1] c.s. al vóór de brief van de heer [naam] van 21 oktober 2010, namelijk op 14 oktober 2010, duidelijk was dat Burger King Nederland haar koers had gewijzigd en geen franchisenemers meer had of aannam. Ook om die reden kan de e-mail van 21 oktober 2010 niet dienen om vast te stellen wat de plaats is waar de schade is ingetreden. Burger King c.s. voert ook nog aan dat in het onderhavige geval enkel sprake is van – beweerdelijk – geleden financiële schade en dat financiële schade niet relevant is in het kader van artikel 5 sub 3 EVEX II.

3.3.

[eiser 1] c.s. voert verweer in het incident.

3.4.

De rechtbank zal in het navolgende nader ingaan op de stellingen van partijen, voor zover die van belang zijn voor de beoordeling.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

Burger King Europe is gevestigd in Zwitserland, welk land als niet-EU-lidstaat niet is gebonden aan de EEX-Verordening. Zwitserland is echter, evenals Nederland, wél partij bij EVEX II, dat voor Nederland in werking is getreden op 1 januari 2010 en voor Zwitserland op 1 januari 2011. De rechtbank moet de vraag of zij rechtsmacht heeft voor zover het de vordering van [eiser 1] c.s. jegens Burger King Europe betreft dan ook beantwoorden aan de hand van EVEX II.

4.2.

De vraag of de rechtbank bevoegd is om de vordering van [eiser 1] c.s. jegens Burger King Duitsland te beoordelen, moet worden beantwoord aan de hand van de EEX-Verordening, aangezien Burger King Duitsland in Duitsland is gevestigd en Duitsland, net als Nederland, partij is bij de EEX-Verordening.

4.3.

[eiser 1] c.s. spreekt Burger King c.s. aan uit onrechtmatige daad. Ingevolge artikel 5 sub 3 EVEX II, dat materieel gelijk is aan artikel 5 sub 3 EEX-Verordening, kan een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat ten aanzien van een verbintenis uit onrechtmatige daad worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen. Aan deze bijzondere bevoegdheidsregels moet een strikte uitleg worden gegeven, die niet verder mag gaan dan de door het Verdrag uitdrukkelijk voorziene gevallen. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie EG berust de in artikel 5 sub 3 vastgelegde regel op het bestaan van een bijzonder nauw verband tussen het geschil en het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan, zodat de bevoegdheid van dit gerecht wordt gerechtvaardigd door de eisen van een goede rechtsbedeling en een nuttige procesinrichting. Het Hof van Justitie EG heeft voorts onder meer geoordeeld dat het begrip “plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” niet zo extensief kan worden uitgelegd dat het iedere plaats omvat waar de schadelijke gevolgen voelbaar zijn van een feit dat elders daadwerkelijk ingetreden schade heeft veroorzaakt.

4.4.

Partijen verschillen van mening over de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. Op zichzelf is niet in geschil dat Burger King c.s. in de brief van de heer [naam] van 21 oktober 2010 aan [eiser 1] heeft meegedeeld dat zij het franchisetraject niet zal voortzetten. Burger King c.s. betoogt echter dat [eiser 1] c.s. al eerder, namelijk op 14 oktober 2010, ervan op de hoogte was dat Burger King c.s. niet met hem verder zou gaan. Burger King c.s. verwijst daartoe naar een e-mail van [naam 2] (de rechtbank begrijpt: [naam 2]) Duis von Damm aan de heer [naam] van 14 oktober 2010, waarin hij schrijft dat hij die dag in het Burger Kingfiliaal in Delft van de manager heeft vernomen dat Burger King Nederland geen franchisenemers meer heeft en/of aanneemt. Burger King c.s. verbindt hieraan de conclusie dat de brief van de heer [naam] van 21 oktober 2010 niet kan worden aangemerkt als schadebrengend feit. De rechtbank verwerpt dit standpunt. De manager van het filiaal in Delft is immers – zo voert Burger King c.s. zelf aan – geen medewerker van Burger King c.s., maar van Burger King Nederland. De mededeling van deze manager had blijkens de e-mail van [eiser 2] van 14 oktober 2010 bovendien slechts een algemene strekking en had betrekking op Burger King Nederland. De mededeling kan dan ook niet worden opgevat als specifiek tot [eiser 1] c.s. gerichte, bevoegdelijk gedane mededeling van of namens Burger King c.s. met de strekking dat het franchisetraject niet zou worden voortgezet. De brief van de heer [naam] van 21 oktober 2010 moet gelet op de inhoud daarvan wel als zodanig worden opgevat. Nu het afbreken van de onderhandelingen zoals dat door [eiser 1] c.s. bij dagvaarding in het debat is gebracht pas effect heeft door de ontvangst van de brief waarin dit afbreken wordt meegedeeld, moet de plaats waar die brief is ontvangen worden aangemerkt als de plaats waar de onderhandelingen zijn afgebroken en dus als plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan.

4.5.

Burger King c.s. stelt zich op het standpunt dat de brief van 21 oktober 2010 per e-mail is verzonden, zodat er nooit een fysieke brief in Nederland op de deurmat is gevallen en er zich dus ook geen schadebrengend feit in Nederland heeft voorgedaan. Burger King c.s. wijst er daarbij op dat het louter toeval is waar de e-mail is geopend of ontvangen; dit zou bijvoorbeeld ook in Singapore, New York of Sidney kunnen zijn geweest. De rechtbank verwerpt ook dit standpunt van Burger King c.s. Nog daargelaten dat [eiser 1] c.s. in haar incidentele antwoordconclusie aanvoert dat zij de brief behalve per e-mail ook per gewone post heeft ontvangen, merkt [eiser 1] c.s. terecht op dat het erom gaat dat Burger King c.s. aan haar een mededeling heeft gedaan, waarbij het doel was dat die mededeling haar zou bereiken. De brief van 21 oktober 2010 is gericht aan [eiser 1] en is naar haar e-mailadres gestuurd en deze vennootschap is gevestigd in Nederland. Of [eiser 2] zich nu wel of niet fysiek in Nederland bevond toen hij van die e-mail kennisnam, doet niet ter zake. Een andere opvatting zou leiden tot een onwenselijk resultaat: een partij zou dan, door iedere mededeling per e-mail te doen, ten faveure van zichzelf altijd kunnen aanvoeren dat niet is vast te stellen waar die e-mail is ontvangen.

4.6.

De conclusie luidt dat het schadebrengende feit – het afbreken van de onderhandelingen – zich heeft voorgedaan in Nederland, meer specifiek in Spijk, gemeente Lingewaal, en dus in het arrondissement van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem.

4.7.

Deze conclusie strookt ook met het feit dat het franchisetraject gedurende vele maanden in Nederland is doorlopen en als einddoel had dat [eiser 1] c.s. meerdere vestigingen van Burger King in Nederland zou openen. Dit levert het in 4.3 bedoelde bijzonder nauw verband op tussen het geschil en deze rechtbank als gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan, zodat de bevoegdheid van deze rechtbank wordt gerechtvaardigd door de eisen van een goede rechtsbedeling en een nuttige procesinrichting.

4.8.

Gezien het voorgaande moet de incidentele vordering worden afgewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering niet kunnen dragen. Hetgeen partijen meer of anders hebben aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel en blijft daarom buiten bespreking.

4.9.

Burger King c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van het incident. Deze kosten worden aan de zijde van [eiser 1] c.s. begroot op € 452,00 wegens salaris advocaat (1,0 punt × tarief € 452,00).

5 De beoordeling in de hoofdzaak

5.1.

Omdat Burger King c.s. in de hoofdzaak al heeft geantwoord, zal de rechtbank nu een comparitie van partijen bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.

5.2.

De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen – ook in het nadeel van die partij – kan maken die zij geraden zal achten.

5.3.

De behandeling van de zaak ter comparitie zal in beginsel de volgende onderwerpen bevatten. De rechtbank zal beginnen met een aantal formaliteiten. Vervolgens zal de rechtbank zo nodig vragen stellen over de feiten en over de standpunten van partijen waarin inzicht moet bestaan om tot een oordeel te kunnen komen.

5.4.

In beginsel wordt ter comparitie aan de raadslieden van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van beknopte spreekaantekeningen. Uitgebreide mondelinge en schriftelijke uiteenzettingen zullen echter niet worden toegestaan.

5.5.

Op de comparitie zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking of inschakeling van een mediator aan de orde komen. Partijen moeten erop voorbereid zijn dat de rechtbank een mondeling tussenvonnis kan wijzen. De zitting eindigt met een aantal formaliteiten.

5.6.

Van de verklaringen ter zitting zullen geen ondertekende weergaven in het proces-verbaal worden opgenomen. Naast een verkort proces-verbaal worden de griffiersaantekeningen in het dossier bewaard.

6 De beslissing

De rechtbank

in het incident

6.1.

wijst het gevorderde af en verklaart zich bevoegd van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen,

6.2.

veroordeelt Burger King c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiser 1] c.s. tot op heden begroot op € 452,00,

in de hoofdzaak

6.3.

beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. J.D.A. den Tonkelaar in het Paleis van Justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

6.4.

bepaalt dat [eiser 2], [eiser 3] en [eiser 4] dan in persoon aanwezig moeten zijn en dat [eiser 1] Burger King Europe GmbH en Burger King Beteilingungs GmbH dan moeten zijn vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is hen te vertegenwoordigen,

6.5.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 14 januari 2015 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de woensdagen in de maanden februari tot en met april 2015, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,

6.6.

bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

6.7.

bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

6.8.

wijst partijen er op, dat voor de zitting twee uur zal worden uitgetrokken.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2014.

Coll.: JCFORMULIER DATUMBEPALING

Lokale instructie aan concipiënt, bijv:

Instructies aan de concipiënt: print dit formulier uit en lever het samen met het griffiedossier en de uitspraak in bij de griffiemedewerker die met de datumbepaling is belast.

Na het uitprinten mag je dit formulier verwijderen uit dit bestand. Het moet in ieder geval zijn verwijderd in de definitieve versie van de uitspraak, die wordt opgeslagen in de map met uitgesproken vonnissen.

Standaardtekst waarbij via de wizard gegevens uit de beslissing worden ingevuld (zaaknummer hoeft niet omdat dat al in de koptekst staat):

LET OP: het bestand "formulier datumbepaling 2" is nodig omdat daarin andere velden worden gebruikt.

Uitspraak: 31 december 2014

Rechter zitting: mr. J.D.A. den Tonkelaar

Plaats zitting: gerechtsgebouw

Als de hierna vermelde documentvariabelen uit dit formulier worden verwijderd, moeten ze ook uit het variabelenoverzicht worden verwijderd om te voorkomen dat ze later als niet ingevulde variabelen problemen opleveren (knop Invoegen documentvariabelen op de werkbalk Justword Beheer, klik op huidige document, klik op te overbodige variabelen en dan op Verwijderen)

Standaardtekst te gebruiken door rechtbanken die het verhinderdagensysteem hanteren:

Roldatum opgave verhinderdata: 14 januari 2015

Verhinderdata van februari tot april 2015

Zitting op: woensdagen

Duur zitting: twee uur

Standaardtekst te gebruiken door rechtbanken die systeem direct datumbepaling hanteren (te verwijderen als dit formulier dan juist is bedoeld voor instructies van de concipiënt aan een andere medewerker die de datum moet vaststellen):

Datum zitting: [zitting1_datum] van [zitting1_begintijd] tot [zitting1_eindtijd]

Hier lokale instructies opnemen t.b.v. de ontvanger van dit formulier. Let op dat dit formulier voor alle soorten zittingen wordt gebruikt. Bijvoorbeeld:

Zittingzaal: groot / klein

Bijstand parketpolitie: ja / nee

Dienstwagen reserveren: ja / nee

Wensen ivm griffier:

Wensen ivm termijn waarop zitting gepland wordt:

Wensen ivm duur zitting:

Overige wensen / instructies: