Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:8163

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-12-2014
Datum publicatie
02-02-2015
Zaaknummer
273172
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

In de koopovereenkomst is expliciet vermeld dat de intellectuele eigendomsrechten verbonden aan Autobedrijf <eiser>, voor zover deze bij ... berustten, worden verkocht aan Del Sole. Eiser heeft daarbij geen voorbehoud gemaakt en evenmin laten opnemen dat zijn naam door Del Sole niet gebruikt mag worden. Onvoldoende aannemelijk is dan ook geworden dat domeinnamen hier niet onder vallen. Die moeten daarom worden overgedragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/273172 / KG ZA 14-574

Vonnis in kort geding van 8 december 2014

in de zaak van

[eiser][eiser]

[eiser]

wonende te Kranenburg (Duitsland),

kantoorhoudende te Lent, gemeente Nijmegen,

eiser,

advocaat mr. J.M. Molkenboer te Tilburg,

tegen

[gedaagde][gedaagde]

wonende te Lent, gemeente Nijmegen,

gedaagde,

advocaat mr. B.P.J.M.L. Vliexs te Nijmegen.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van [eiser]

  • -

    de wijzigingen van eis

  • -

    de pleitnota van [gedaagde]

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] exploiteerde met zijn eenmanszaak een garagebedrijf onder de naam Autobedrijf[gedaagde]. [eiser] was als monteur werkzaam bij [gedaagde]. De echtgenote van [eiser] werkte tot februari 2009 op de administratie van het garagebedrijf.

2.2.

Op enig moment zijn partijen met elkaar in overleg getreden over de overname van het garagebedrijf door [eiser]. Op 27 maart 2014 hebben partijen een overeenkomst tot koop van activa en passiva gesloten, waarbij [gedaagde] aan [eiser] onder meer heeft verkocht: de goodwill, de handelsnaam en het merk “Autobedrijf [gedaagde]”, de intellectuele eigendomsrechten verbonden aan “Autobedrijf [gedaagde]”, de offerteportefeuille, de klantenlijst, de opdrachtenportefeuille, het onderhanden werk, de materiele vaste activa, de voorraad etc. In deze overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

Artikel 2 – Koop, verkoop

2.1

Verkoper verkoopt hierbij aan Koper, gelijk Koper hierbij koopt van Verkoper de activa en passiva verbonden aan de Activiteit, zoals hieronder gespecificeerd:

(…)

b) de handelsnaam en het merk “Autobedrijf[gedaagde]”;

c) de intellectuele eigendomsrechten, (…) en de intellectuele eigendomsrechten verbonden aan

“Autobedrijf [gedaagde]”, voor zover deze rechten althans bij Verkoper berusten, P genoegzaam bekend, alsmede hetgeen is vermeld in Annex 3 van Bijlage 7;

(…)

f) de materiële vaste activa, een en ander zoals nader gespecificeerd in Bijlage 4;

(…)

De onder (a) tot en met (g) genoemde activa worden hierna genoemd de ‘Activa’. (…)

2.2

Indien te eniger tijd blijkt van activa die ten onrechte niet ten gunste van de Koper zijn gekomen maar die wel onmiskenbaar tot de Activiteit behoren, zal Verkoper deze alsnog aan de Koper in eigendom overdragen, gelijk de Koper deze alsdan in ontvangst zal nemen, overigens zonder dat een en ander van invloed is op de hoogte van de Koopprijs.

Artikel 6 – Levering

(…)

6.2

De levering van de goodwill, de handelsnaam en het merk en de overige intellectuele eigendomsrechten gelieerd aan de Activiteiten (zoals omschreven in artikel 2.1 onder a), b) en c) zal voor zover mogelijk, plaatsvinden door ondertekening van deze Overeenkomst. (…)

6.4

De levering van de materiële activa en de voorraad (als bedoeld onder artikel 2.1 onder f) en g) zal plaatsvinden door feitelijke bezitsverschaffing. Voor zover zaken zich onder derden bevinden, zal levering geschieden door mededeling van Verkoper, mede namens Koper, aan de derde dat deze voortaan de zaken voor Koper zal houden.

Artikel 11 – Overige afspraken tussen Partijen

11.1

Partijen komen overeen dat het onderhoud en de reparatie van de racewagen, Partijen genoegzaam bekend, alsmede de privéauto’s van Verkoper, zijn echtgenote en zijn zoon, Partijen genoegzaam bekend, door Verkoper mag worden uitgevoerd (…).

11.2

Het is Verkoper enkel toegestaan de werkplaats (Partijen genoegzaam bekend) te betreden, al dan niet in verband met het uitvoeren van onderhoud als omschreven in lid 1 van dit artikel indien en voor zover Koper daar aanwezig is.

Bij deze overeenkomst zijn enkele bijlagen (waaronder bijlage 4 ‘overzicht inventaris’ en annex 3 van bijlage 7 ‘intellectuele eigendommenlijst’) gevoegd, die later zijn opgemaakt.

2.3.

Partijen hebben op 7 maart 2014 ook een huurovereenkomst gesloten op grond waarvan[eiser] met ingang van 1 april 2014 voor de duur van achttien maanden (met mogelijkheid van verlenging met tweemaal een jaar) de bedrijfsruimte (bestaande uit een werkplaats met kantoorruimte, magazijn, pantry en een perceel grond) huurt van [gedaagde]. In deze overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

Bijzondere bepalingen

(…)

9.3

Partijen komen overeen dat verhuurder te allen tijde toegang heeft tot de kantoorruimte van het gehuurde, deze toegang is uitsluitend in verband met calamiteiten in de elektrische- en/of gasinstallatie (toegang tot de meterkast) ten behoeve van de aangrenzende woning, een en ander conform artikel 19.2 van de algemene bepalingen. (…)

9.12

Huurder neemt van verhuurder bij de bedrijfsovername diverse gereedschappen en/of materialen over, waaronder ook een aantal bruggen, remmentestbank, compressor, etc. Bij beëindiging van de huurovereenkomst heeft huurder een wegneemrecht om die zaken die hij van verhuurder heeft overgenomen bij de bedrijfsovername weg te nemen. (…)

9.15

De in het gehuurde aanwezige verdiepingsvloer (gelegen boven de werkbank) zal in gebruik blijven bij verhuurder. Verhuurder kan deze verdiepingsvloer alleen bereiken indien de huurder of een vertegenwoordiger van de huurder aanwezig is in het gehuurde.

2.4.

[eiser] dient[gedaagde] een bedrag van € 14.850,00 te betalen voor de overname van het garagebedrijf, waartoe partijen op 27 april 2014 een geldleningsovereenkomst zijn aangegaan. [eiser] dient de lening in een periode van vijf jaar in vijf gelijke termijn van

€ 2.970,00 af te lossen, te beginnen op 1 april 2015.

2.5.

Op enig moment is er tussen partijen onenigheid ontstaan over onder meer het betreden van het gehuurde, het waarderen van de voorraad en de inventaris, en de intellectuele eigendomsrechten. Partijen (en hun advocaten) hebben hier over en weer over gecorrespondeerd, maar dat heeft niet tot overeenstemming geleid.

2.6.

Op 26 juli 2014 heeft[eiser] aangifte gedaan van diefstal van een acculader en een starthulp uit zijn bedrijf/kantoor door [gedaagde]

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – na twee wijzigingen van eis – dat de voorzieningenrechter

I. [gedaagde]veroordeelt om op straffe van verbeurte van een dwangsom binnen twee dagen na betekening van dit vonnis het als productie 5 overgelegde formulier van Sienn mede te ondertekenen en ter hand te stellen aan de advocaat van [eiser], alsmede [gedaagde]veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis ook medewerking te verlenen aan overdracht van alle in productie 6 gespecificeerde domeinnamen en mailaccounts aan [eiser], indien deze zijn ondergebracht bij een nieuwe provider, ook alsdan dient [gedaagde] al het nodige te doen en ook overigens alle medewerking te verlenen aan overdracht van alle domeinnamen en e-mailadressen van Autobedrijf[gedaagde] aan[eiser],

II. [gedaagde] verbiedt om op straffe van verbeurte van een dwangsom het garagebedrijf van [eiser] te betreden, behoudens de kantoorruimte in verband met calamiteiten in de elektrische- en/of gasinstallatie, behoudens voor het uitvoeren van onderhoud aan auto’s (zoals bedoeld in artikelen 11.1 en 11.2 van de koopovereenkomst) in aanwezigheid van[eiser], en behoudens in het geval zoals bepaald in artikel 9.15 van de huurovereenkomst in aanwezigheid van[eiser] of zijn vertegenwoordiger,

III. [gedaagde] veroordeelt om op straffe van verbeurte van een dwangsom binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de door hem ontvreemde zaken, te weten de gereedschapskist, de acculader en de starthulp aan[eiser] te restitueren, en

IV. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van dit geding.

3.2.

[eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat hij, ondanks hetgeen partijen in artikel 2.1 juncto 6.2 van de overeenkomst zijn overeengekomen, thans geen toegang heeft tot de e-mails, die via de website van zijn bedrijf worden gestuurd en dat hij niet kan beschikken over de domeinnamen, die op naam van het door hem gekochte Autobedrijf[gedaagde] stonden (en staan). Sienn is de organisatie die de websites en het e-mailverkeer beheert/verzorgt. De abonnementen bij Sienn dienen dan ook te worden overgezet op naam van [eiser], waartoe [eiser] een formulier ter ondertekening door [gedaagde]heeft overgelegd. Daarnaast heeft [gedaagde] volgens [eiser] onder meer tijdens zijn vakantie vele malen het gehuurde betreden, terwijl dit [gedaagde] ex artikel 11.2 van de koopovereenkomst en de artikelen 9.3 en 9.15 van de huurovereenkomst slechts is toegestaan in aanwezigheid van [eiser] of bij een calamiteit. [eiser] vordert dan ook dat [gedaagde] niet langer het pand betreedt, behoudens in de gevallen zoals vermeld in voornoemde artikelen. Tot slot stelt [eiser] dat[gedaagde] zonder zijn toestemming een gereedschapskist, een acculader en een starthulp die behoren tot de inventaris van het autobedrijf heeft meegenomen. [eiser] vordert dat [gedaagde] deze zaken retourneert.

3.3.

[gedaagde] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

rechtsmacht

4.1.

[eiser] is woonachtig in Duitsland en heeft een eenmanszaak in Nederland. Zijn vordering tegen een in Nederland woonachtige gedaagde draagt daarmee (deels) een internationaal karakter. De Nederlandse rechter komt krachtens artikel 2 EEX-Verordening (EG Verordening nr. 44/2001) rechtsmacht toe, nu gedaagde zijn woonplaats in Nederland heeft. De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, is relatief bevoegd, gelet op de woonplaats van gedaagde te Lent, gemeente Nijmegen.

toepasselijk recht

4.2.

Tussen partijen is niet in discussie dat op hun rechtsverhouding, de vorderingen en de beoordeling daarvan Nederlands recht toepasselijk is.

spoedeisend belang

4.3.

Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak en is ook niet door [gedaagde] weersproken.

inhoudelijke beoordeling

4.4.

In confesso is dat partijen in april 2014 een koopovereenkomst hebben gesloten, inhoudende dat de passiva en activa van Autobedrijf [gedaagde] door [gedaagde] aan[eiser] zijn verkocht.

4.5.

Zoals in artikel 2.1 sub c) van de koopovereenkomst is bepaald zijn de intellectuele eigendomsrechten verbonden aan Autobedrijf [gedaagde], voor zover deze bij [gedaagde] berustten, verkocht aan[eiser]. Bij de overeenkomst bevindt zich annex 3 van bijlage 7, welke overigens later is opgemaakt, waarop diverse websites en e-mailadressen staan (te weten [mailadres],[mailadres] en [mailadres] en daaraan verbonden e-mailadressen). Volgens[eiser] dienen niet alleen deze websites en e-mailadressen te worden overgezet op zijn naam, maar ook de websites[mailadres], [mailadres], [mailadres],[mailadres],[mailadres] en [mailadres] en de e-mailaccounts[mailadres] en [mailadres]

4.6.

Niet weersproken is dat voornoemde websites en e-mailadressen bij Sienn als beheerder staan vermeld als lopende actieve abonnementen van Autobedrijf [gedaagde]. De stelling van [gedaagde] dat duidelijk is dat partijen zijn overeengekomen dat in ieder geval de domeinnaam[mailadres] zou worden verkocht, maar dat ten aanzien van de overige domeinnamen nog geen overeenstemming is bereikt, kan niet gevolgd worden. In de koopovereenkomst is expliciet vermeld dat de intellectuele eigendomsrechten verbonden aan Autobedrijf [gedaagde], voor zover deze bij [gedaagde] berustten, worden verkocht aan [eiser]. [gedaagde] heeft daarbij geen voorbehoud gemaakt en evenmin laten opnemen dat zijn naam[gedaagde] door [eiser] niet gebruikt mag worden. Onvoldoende aannemelijk is dan ook geworden dat de overige, hiervoor onder 4.5. genoemde domeinnamen, hier niet onder vallen. Bovendien heeft [eiser] het garagebedrijf in zijn geheel overgenomen van [gedaagde] en is voldoende aannemelijk dat indien [eiser] niet kan beschikken over de domeinnamen en de bijbehorende e-mailadressen hierdoor de bedrijfsvoering wordt belemmerd. De vordering onder I. ligt dan ook voor toewijzing gereed.

4.7.

Ten aanzien van de vordering onder II. geldt dat partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] enkel in het geval van calamiteiten in de elektrische- en/of gasinstallatie (artikel 9.3 van de huurovereenkomst) toegang tot het gehuurde heeft en als [gedaagde] onderhoud wil verrichten aan zijn auto’s, dan wel indien hij op de verdiepingsvloer dient te zijn (artikel 11.1 juncto 11.2 van de koopovereenkomst en artikel 9.5 van de huurovereenkomst). In de laatste twee gevallen dient de huurder of een vertegenwoordiger dan aanwezig te zijn.

Nu de alarminstallatie in het gehuurde tijdens de vakantie van [eiser], die geen andere werknemers in dienst heeft, vele malen aan en uit is gezet, en[gedaagde] als verhuurder de enige is die toegang heeft tot het gehuurde (en daarmee tot het kantoor, alwaar zich de stoppenkast en de alarminstallatie bevinden), ziet de voorzieningenrechter voldoende aanleiding om het gevorderde toe te wijzen.

4.8.

Tot slot de vordering tot restitutie van de gereedschapskist, de acculader en de starthulp. Niet weersproken is dat de inventaris van Autobedrijf[gedaagde] onder meer bestond uit voornoemde zaken en dat [gedaagde] deze zaken heeft meegenomen. Nu in artikel 2.1 sub f) van de koopovereenkomst is vastgelegd dat de materiële activa zouden worden verkocht (waarvoor [eiser] zo blijkt uit artikel 3.1 (i) een bedrag van € 14.850,00 betaalt) en uit artikel 6.4 van diezelfde overeenkomst volgt dat de levering zou plaatsvinden door middel van bezitsverschaffing, is voldoende aannemelijk geworden dat de betreffende zaken tot de inventaris behoorden (en behoren) en dat [gedaagde] deze dient te retourneren. Ook deze vordering ligt dan ook voor toewijzing gereed.

4.9.

De gevorderde dwangsommen zullen worden beperkt en gemaximeerd als volgt.

4.10.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van[eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 79,15

- griffierecht 282,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.177,15

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt[gedaagde] om binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis het door [eiser] als productie 6 overgelegde stuk van Sienn mede te ondertekenen en ter hand te stellen aan de advocaat van [eiser], en veroordeelt [gedaagde] om binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan overdracht van alle gespecificeerde domeinnamen en mailaccounts van Autobedrijf[gedaagde] (te weten:

[mailadres], [mailadres], [mailadres], [mailadres], [mailadres],[mailadres], [mailadres],[mailadres] en [mailadres] en de e-mailaccounts [mailadres],[mailadres] en [mailadres], aan [eiser], ook indien deze zijn ondergebracht bij een nieuwe provider,

5.2.

verbiedt [gedaagde] direct na betekening van dit vonnis het garagebedrijf van [eiser] te betreden, behoudens de kantoorruimte in verband met calamiteiten in de elektrische- en/of gasinstallatie, behoudens voor het uitvoeren van onderhoud aan auto’s (zoals bedoeld in de artikelen 11.1 en 11.2 van de koopovereenkomst) in aanwezigheid van [eiser], en behoudens in het geval zoals bepaald in artikel 9.15 van de huurovereenkomst in aanwezigheid van [eiser] of zijn vertegenwoordiger,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] om binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis de door hem ontvreemde zaken, te weten de gereedschapskist, de acculader en de starthulp aan [eiser] te restitueren,

5.4.

veroordeelt[gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor iedere dag dat hij niet aan de in 5.1. en/of 5.2. en/of 5.3. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,

5.5.

veroordeelt[gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.177,15,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J.M. Vermulst op 8 december 2014.