Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:8121

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-12-2014
Datum publicatie
23-01-2015
Zaaknummer
269884
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incidentele vorderingen tot opheffing van beslagen bij wege van voorlopige voorziening (art. 223 RV.). Vorderingen afgewezen omdat zij naar hun aard geen tijdelijke maatregel zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/269884 / HA ZA 14-489

Vonnis in incident van 24 december 2014

in de zaak van

[eiser][eiser]

wonende te Bemmel,

eiser in conventie in de hoofdzaak,

verweerder in reconventie in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat mr. J. de Graaf te Nijmegen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde].,

gevestigd te Lent, gemeente Nijmegen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GUAPO BEHEER B.V.,

gevestigd te Lent, gemeente Nijmegen,

3. [gedaagde],

wonende te Lent, gemeente Nijmegen,

4. [gedaagde],

wonende te Lent, gemeente Nijmegen,

gedaagden in conventie in de hoofdzaak,

eisers in reconventie in de hoofdzaak,

eisers in het incident,

advocaat mr. H.J. Ligtenbarg te Velp.

Partijen zullen hierna [eiser]en [gedaagde]c.s. worden genoemd. [gedaagde]c.s. zal afzonderlijk ook respectievelijk [gedaagde]., Guapo, [gedaagde]en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de akte aanbrengen zaak, waarin mr. C.G. Klomp, in hoedanigheid van curator van de na de dagvaarding failliet verklaarde Van Meegen, meedeelt dat hij ex artikel 27 Fw de procedure overneemt en persisteert bij het in de dagvaarding gevorderde

  • -

    de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie alsmede houdende een incident ex artikel 223 Rv

  • -

    de akte wijziging persoon eisende partij, waarin [eiser]meedeelt dat hij – als gevolg van de vernietiging van het faillissement in hoger beroep – in de plaats treedt van de curator en persisteert bij het in de dagvaarding gevorderde

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten

2.1.

In het kader van het incident gaat de rechtbank uit van de volgende feiten.

2.2.

Guapo is enig aandeelhouder van [gedaagde]. Tot 28 november 2013 was zij ook bestuurder van [gedaagde]. [gedaagde]en [gedaagde] zijn bestuurders van Guapo en [gedaagde]is enig aandeelhouder van Guapo. Sinds 28 november 2013 is [gedaagde]bestuurder van [gedaagde].

2.3.

Op grond van een op 22 december 2009 tussen [gedaagde]. en [eiser]gesloten overeenkomst tot geldlening heeft [gedaagde]. een bedrag van € 350.000,00 geleend aan Van Meegen. Op 15 februari 2010 heeft [gedaagde]. nog een extra bedrag van € 60.000,00 geleend aan Van Meegen.

2.4.

Productie 7 bij dagvaarding is een stuk met als opschrift ‘overeenkomst tot geldlening’. Guapo wordt in de kop aangeduid als crediteur en [eiser]Holding B.V. (hierna: [eiser]Holding) als debiteur. Het stuk luidt onder meer als volgt:

Verklaren te zijn overeengekomen als volgt:

Debiteur heeft op 11 en 17 Februari een totaal bedrag van € 235.000,00 (zegge tweehonderdvijfendertigduizend euro) boven op de bestaande reeds betaalde bedrag groot € 350.000,00 (zegge driehonderdvijftigduizend euro) betaald, dus totaal reeds € 585.000,00 (zegge vijfhonderdvijfentachtigduizend euro). Deze extra storting is gedaan onder de zelfde voorwaarde als de hoofdlening van € 350.000,00 die overeengekomen is op 22-12-2009, maar dan met een rente percentage van 13%. Hierbij komt crediteur overeen dat de leningen die verstrekt zijn onder de zelfde voorwaarde als de overeenkomst van 22-12-2009 over gaan naar Guapo Beheer BV gevestigd te Randerade 10 5807 BM te Oostrum en dat de debiteur [eiser]Holding BV zal worden met terug werkende kracht.

2.5.

Op 23 februari 2011 is een overeenkomst tot geldlening tot stand gekomen, waarbij Guapo optreedt als geldgever en Euro Shipping Voyages B.V. (hierna: Euro Shipping), vertegenwoordigd door [eiser]als haar bestuurder, als geldnemer. De overeenkomst (productie 19 bij dagvaarding) luidt onder meer als volgt:

Artikel 1 Geldlening

1. Geldgever verstrekt op 25 februari 2011 (de “Ingangsdatum”) aan Geldnemer ter leen, gelijk Geldnemer op de Ingangsdatum van Geldgever zal ontvangen, een bedrag van € 800.000,- (zegge: achthonderdduizend euro) (de “Lening”).

1.2.

Geldgever zal de Lening op de Ingangsdatum aan Geldnemer ter beschikking stellen. Feitelijk heeft ter beschikkingstelling van de Lening reeds in de loop van 2010 plaatsgevonden blijkens het aan deze overeenkomst gehechte betalingsoverzicht.

2.6.

Bij akte van cessie van 12 april 2011 (productie 20 bij dagvaarding) heeft Guapo de helft van haar vordering op Euro Shipping van € 800.000,00 oftewel € 400.000,00 per 1 januari 2011 verkocht en overgedragen aan [gedaagde].

2.7.

Bij overeenkomst van vennootschap onder firma van 21 januari 2011 (productie 21 bij dagvaarding) is VOF Melu opgericht door [gedaagde]. en Euro Shipping, waarbij laatstgenoemde indirect werd vertegenwoordigd door Van Meegen. [gedaagde]. heeft daarbij haar vordering van € 400.000,00 op Euro Shipping ingebracht.

2.8.

Op 14 februari 2012 is tussen Guapo en [gedaagde]. als pandhouders en [eiser]als pandgever een ‘pandakte inventaris en rollend materieel’ tot stand gekomen. In deze pandakte (productie 9 bij dagvaarding) is onder meer het volgende opgenomen:

In aanmerking nemende:

a. a) dat de pandhouder met de pandgever overeenkomsten heeft gesloten de dato 22 december

2009 en 15 februari 2010, waarbij aan de pandgever financiële middelen ad € 410.000 ter beschikking zijn gesteld en de pandhouder vorderingen heeft op de pandgever uit hoofde van deze overeenkomsten;

(…)

Zijn overeengekomen dat de pandakte inventaris en rollend materieel wordt beheerst door de volgende voorwaarden en bepalingen:

Artikel 1 - Verpanding

1. Ter meerdere zekerheid voor de nakoming van de betaling door de pandgever van al

hetgeen deze aan de pandhouder verschuldigd is of zal worden (ondermeer) uit hoofde

van of krachtens de onder sub a. van de considerans genoemde overeenkomst(en) geeft de

pandgever hierbij zijn huidige en toekomstige inventaris en zijn huidige en toekomstig

Rollend Materieel aan de pandhouder in pand. (…)

2. Onder Inventaris in de zin van deze akte wordt verstaan: alle huidige en toekomstige

inventaris en uitrusting behorende tot de woning aan de [adres]

[adres]van de pandgever, één en ander in de ruimste zin van het woord. Tevens behoort

het registergoed het schip van het merk Jan van Gent, type 10.35 Cabin met bouwjaar

2005 tot de Inventaris.

3. Onder rollend materieel in de zin van deze akte wordt verstaan: alle huidige en

toekomstig rollend materieel behorende aan de pandgever, waaronder in ieder geval

begrepen alle denkbare voertuigen zoals auto’s, vrachtwagens, vorkheftrucks,

rolcontainers, draglines, aanhangers, bulldozers, tractoren, caravans, bouwketen,

laswagens, compressoren, enzovoorts, één en ander in de ruimste zin. Onder Rollend

Materieel vallen in ieder geval de auto’s met de kentekens:

a) Cadillac de Ville Convertible (kenteken: AL-85-00);

b) Cadillac de Ville Convertible (kenteken: DH-64-06);

c) S&S Coach Cadillac Brougham limousine U9 (kenteken: HB-SF-11);

(…)

e) Peugeot 301, bouwjaar 1933, kenteken: LZ-92-NY;

f) Fiat 501, bouwjaar 1919, kenteken:………;

g) Fiat 500, bouwjaar 1968, kenteken:……….;

h) Fiat 1500, bouwjaar 1966, kenteken:……….;

i) Fiat Topolino, bouwjaar 1936, kenteken:……….;

j) Fiat 130 Berlina, bouwjaar 1962, kenteken:……….;

2.9.

Productie 10 bij dagvaarding betreft een notariële hypotheekakte van 21 februari 2012, gesloten tussen [eiser]als hypotheekgever en [gedaagde]namens Guapo en Guapo op haar beurt voor zichzelf en namens [gedaagde]. als hypotheeknemers. In deze akte is onder meer het volgende opgenomen:

Overeenkomst tot het vestigen van hypotheek- en pandrechten

De hypotheekgever en de hypotheeknemer verklaarden te zijn overeengekomen dat door de hypotheekgever ten behoeve van de hypotheeknemer het recht van hypotheek en het recht van pandrecht wordt gevestigd op de in deze akte omschreven goederen, tot zekerheid als in deze akte omschreven.

Hypotheekverlening

Ter uitvoering van voormelde overeenkomst verklaarde de hypotheekgever aan de hypotheeknemer hypotheek te verlenen tot het hierna te noemen bedrag op het hierna te noemen registergoed, tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen de hypotheeknemer blijkens haar administratie van de hierna te noemen debiteur te vorderen heeft of mocht hebben, ondermeer doch niet uitsluitend uit hoofde van de blijkens twee onderhandse akten respectievelijk gedateerd tweeëntwintig december tweeduizend negen en vijftien februari tweeduizend tien verstrekte geldleningen, in totaal groot vierhonderd tien duizend euro (€ 410.000,00).

(…)

Hypotheekbedrag

De hypotheekgever verklaarde dat het recht van hypotheek is verleend tot:

a. a) een bedrag van honderdduizend euro (€ 100.000,00) te vermeerderen met:

b) renten, vergoedingen, boeten en kosten, welke samen worden begroot op vijftig procent (50%) van het hiervoor onder a vermelde bedrag, derhalve tot een bedrag van vijftig duizend euro (€ 50.000,00) met dien verstande dat het hypotheekrecht slechts mede tot zekerheid voor de rente strekt voor zover deze is vervallen gedurende de laatste drie jaren voorafgaand aan het begin van de uitwinning van het onderpand, alsmede voor de rente gedurende de loop van de uitwinning van het onderpand,

derhalve tot een totaalbedrag van honderd vijftig duizend euro (€ 150.000,00), op:

Onderpand

de polyester sloep genaamd “Beautje”, brandmerk 33897 B 2010, microdotnummer KAD0014894, gebouwd te Loosdrecht bij scheepswerf Jan van Gent Motorsloepen B.V. onder bouwnummer NL-JGL-10110L301, bouwjaar tweeduizendvier (…)

hierna te noemen: onderpand,

(…)

Pandrechten

De hypotheekgever verklaarde ter uitvoering van voormelde overeenkomst aan de hypotheeknemer te verpanden, voor zover nodig bij voorbaat, tot gelijke zekerheid als waarvoor hypotheek is verleend:

- alle roerende zaken die volgens verkeersopvatting bestemd zijn of bestemd zullen worden

om het onderpand duurzaam te dienen en door hun vorm als zodanig zijn te herkennen;

  • -

    alle roerende zaken die van het onderpand worden afgescheiden; en

  • -

    alle scheepstoebehoren zoals vermeld in artikel 1 lid 4 Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek,

waaronder begrepen de roeiboten, sloepen en alle reserve-onderdelen, ongeacht of deze

zich al dan niet aan boord van het onderpand bevinden.

2.10.

Na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 1 november 2013 is op 16 januari 2014 in opdracht van [gedaagde]. een groot deel van de inboedel uit het woonhuis van [eiser]in beslag genomen, afgevoerd en afgegeven aan een bewaarder. De inboedel is vervolgens verkocht en [gedaagde]. heeft de verkoopopbrengst behouden.

2.11.

Op 14 februari 2014 heeft [eiser][gedaagde]. en [gedaagde]in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter van deze rechtbank, teneinde zijn in beslag genomen inboedelgoederen terug te krijgen. [gedaagde]. en [gedaagde]hebben daarop in reconventie gevorderd, kort gezegd, dat [eiser]zou worden veroordeeld om aan [gedaagde]. mee te delen waar de bij de akte van 14 februari 2012 verpande zaken en de verhypothekeerde sloep ‘Beautje’ (zie onder 2.8 en 2.9) zich bevinden. Bij vonnis van 12 maart 2014 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van [eiser]afgewezen en de reconventionele vorderingen van [gedaagde]. en [gedaagde]toegewezen.

2.12.

[eiser]heeft geen uitvoering gegeven aan de veroordeling in bovengenoemd kortgedingvonnis. [gedaagde]. heeft daarop [eiser]in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter van deze rechtbank, teneinde daadwerkelijke afgifte van de bovengenoemde verpande en verhypothekeerde zaken te bewerkstelligen. Bij vonnis van 22 april 2014 heeft de voorzieningenrechter, kort gezegd, [eiser]op straffe van lijfsdwang veroordeeld om aan [gedaagde]. de locaties mee te delen waar de betreffende zaken zich bevinden, [gedaagde]. toegang tot die locaties te verschaffen en de sleutels, eigendomsbewijzen en alle andere bij de betreffende zaken behorende bescheiden en zaken aan [gedaagde]. af te geven. De vordering in reconventie van Van Meegen, die strekte tot schorsing van de executie die [gedaagde]. op grond van de pandakte van 14 februari 2012 en de hypotheekakte van 21 februari 2012 in gang had gezet, is afgewezen.

2.13.

Op basis van het onder 2.9 genoemde verlof heeft [gedaagde]. op 28 april 2014 de sloep van Van Meegen, genaamd ‘Beautje’, in beslag genomen, op 30 april 2014 gevolgd door verschillende personenauto’s van Van Meegen.

2.14.

Op 15 augustus 2014 heeft Van Meegen, na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, de volgende conservatoire beslagen gelegd:

  • -

    ten laste van Guapo op haar aandelen in River Cruise Company B.V.;

  • -

    ten laste van [gedaagde] op de onverdeelde helft die zij houdt in de onroerende zaak aan de [adres] (kadastraal bekend als Lent[adres]) en op de onverdeelde helft die zij houdt in het te boek gestelde schip Mathiba (kadastraal bekend als Mathiba [adres]);

  • -

    ten laste van [gedaagde]op de onverdeelde helft die hij houdt in de onroerende zaak aan de [adres] (kadastraal bekend als Lent[adres]), op het aandeel dat hij houdt in de onroerende zaken aan de [adres] (kadastraal bekend als respectievelijk Nijmegen [adres], Nijmegen[adres]), op de onverdeelde helft die hij houdt in het te boek gestelde schip Mathiba (kadastraal bekend als Mathiba [adres]) en op de aandelen die hij houdt in Guapo.

2.15.

Eveneens op 15 augustus 2014 is [eiser]bij vonnis van deze rechtbank, zittingsplaats Zutphen, op verzoek van [gedaagde]. in staat van faillissement verklaard.

2.16.

[eiser]is van laatstgenoemd vonnis in hoger beroep gegaan. Bij arrest van 8 september 2014 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, kort gezegd, het vonnis van 15 augustus 2014 vernietigd en het verzoek tot faillietverklaring van [eiser]alsnog afgewezen. Het arrest is op 26 september 2014 aan [gedaagde]. betekend.

2.17.

Bij brief van 26 september 2012 (productie 27 bij antwoord in conventie/eis in reconventie) heeft de advocaat van [gedaagde]. aan de deurwaarder meegedeeld dat de schuld waaraan wordt gerefereerd in het betekeningsexploot al is voldaan, namelijk door middel van verrekening met de vordering van [gedaagde]. op Van Meegen. De brief verwijst naar de daarbij gevoegde verrekeningsverklaring van 12 september 2012.

2.18.

Eveneens op 26 september 2014 heeft [eiser]ten laste van [gedaagde]. executoriaal beslag doen leggen onder F. van Lanschot Bankiers N.V., in verband waarmee F. van Lanschot Bankiers N.V. aan [gedaagde]. een bedrag van € 169,40 in rekening heeft gebracht in verband met gemaakte kosten voor het beslag.

2.19.

Na daartoe op 6 oktober 2014 verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft [eiser]ten laste van [gedaagde], [gedaagde], Guapo en [gedaagde]. conservatoir beslag gelegd onder SNS Bank N.V., Rabobank Rijk van Nijmegen U.A. en F. van Lanschot Bankiers N.V.

3 Het geschil in de hoofdzaak

in conventie

3.1.

[eiser]vordert in de hoofdzaak in conventie, samengevat:

  1. verklaring voor recht dat [gedaagde]c.s. hoofdelijk aansprakelijk is voor de door [eiser]geleden en nog te lijden schade op grond van onrechtmatig handelen door [gedaagde]c.s.;

  2. hoofdelijke veroordeling van [gedaagde]c.s. tot betaling van de door [eiser]als gevolg van dit onrechtmatig handelen geleden schade, nader op te maken bij staat, te vermeerderen met wettelijke rente;

  3. hoofdelijke veroordeling van [gedaagde]c.s. om ten titel van voorschot op een nader te begroten schadevergoeding een bedrag van € 100.000,00 aan [eiser]te betalen, zijnde een gedeelte van de door [eiser]geleden schade, althans een bedrag door de rechtbank in goede justitie te bepalen;

  4. hoofdelijke veroordeling van [gedaagde]c.s. in de proceskosten, waaronder nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

Ter onderbouwing van zijn vorderingen voert Van Meegen, samengevat, het volgende aan. De overeenkomsten tot geldlening van 22 december 2009 en 15 februari 2010 zijn vervangen door de overeenkomst tot geldlening van 17 februari 2010. Op grond van deze overeenkomst heeft Guapo de vordering van [gedaagde]. op [eiser]overgenomen en heeft [eiser]Holding gelijktijdig de schuld van [eiser]aan [gedaagde]., thans Guapo, overgenomen. Vervolgens is de schuld van [eiser]Holding aan Guapo overgenomen door Euro Shipping. Bij akte van cessie van 12 april 2011 hebben Guapo, [gedaagde]. en Euro Shipping vastgesteld dat Guapo per 31 december 2010 een opeisbare vordering heeft op Euro Shipping van € 800.000,00 en zijn zij overeengekomen dat deze vordering voor 50% wordt overgedragen aan [gedaagde]. Zowel Guapo als [gedaagde]. hadden vanaf dat moment dus een vordering van € 400.000,00 op Euro Shipping. Bij overeenkomst van vennootschap onder firma van 21 januari 2011 heeft [gedaagde]. haar vordering van € 400.000,00 op Euro Shipping ingebracht. Daarmee verloor [gedaagde]. haar vordering op Euro Shipping. Er resteert dus slechts een vordering van Guapo op Euro Shipping van € 400.000,00. Omdat [gedaagde]. geen vordering meer heeft op Van Meegen, had zij dus ook geen rechtsgrond om op 16 januari 2014 de inboedel van [eiser]in vuistpand te nemen c.q. in beslag te doen nemen en te laten afvoeren en evenmin om op 28 respectievelijk 30 april 2014 de sloep en de personenauto’s van [eiser]in beslag te doen nemen en te laten afvoeren, zo stelt Van Meegen. Aldus heeft [gedaagde]. volgens [eiser]onrechtmatig gehandeld door een niet bestaand pandrecht in te roepen en daarbij als grondslag een niet bestaande vordering van [gedaagde]. op [eiser]in te roepen. [gedaagde], Guapo en [gedaagde] hebben volgens [eiser]als (indirect) bestuurders van [gedaagde]. bewust bewerkstelligd dat [gedaagde]. onrechtmatig de inboedel, de auto’s en de sloep in beslag heeft laten nemen en heeft laten afvoeren, zodat ook [gedaagde], Guapo en [gedaagde] jegens [eiser]onrechtmatig hebben gehandeld. [eiser]stelt dat hij als gevolg van de onrechtmatige beslagen en verkopen schade heeft geleden, die hij begroot op ten minste € 100.000,00.

3.3.

[gedaagde]c.s. voert verweer. Hij stelt zich op het standpunt dat [eiser]een betalingsverplichting heeft jegens [gedaagde]. en dat voor deze schuld zekerheidsrechten zijn gevestigd, zodat [gedaagde]. rechtmatig heeft gehandeld door haar zekerheidsrechten uit te winnen. Daarnaast betoogt [gedaagde]c.s. dat van bestuurdersaansprakelijkheid van [gedaagde], Guapo en [gedaagde] geen sprake is.

in reconventie

3.4.

[gedaagde]c.s. vordert in de hoofdzaak in reconventie, samengevat:

  1. opheffing van alle ten laste van [gedaagde]. gelegde beslagen, waaronder in het bijzonder (1) het beslag onder SNS Bank N.V., (2) het beslag onder Rabobank Rijk van Nijmegen U.A. en (3) het beslag onder F. van Lanschot Bankiers N.V.;

  2. opheffing van alle ten laste van Guapo gelegde beslagen, waaronder in het bijzonder (1) het beslag op de aandelen die Guapo houdt in River Cruise Company B.V., (2) het beslag onder SNS Bank N.V., (3) het beslag onder Rabobank Rijk van Nijmegen U.A. en (4) het beslag onder F. van Lanschot Bankiers N.V.;

  3. opheffing van alle ten laste van [gedaagde]gelegde beslagen, waaronder in het bijzonder (1) het beslag op de aandelen die [gedaagde]houdt in Guapo, (2) het beslag op de onverdeelde helft die [gedaagde]houdt in de onroerende zaak aan de [adres] (kadastraal bekend als Lent[adres]), (3) het beslag op het aandeel dat [gedaagde]houdt in de onroerende zaken aan de [adres] (kadastraal bekend als respectievelijk Nijmegen [adres], Nijmegen[adres]), (4) het beslag dat is gelegd op de onverdeelde helft die hij houdt in het te boek gestelde schip Mathiba (kadastraal bekend als Mathiba [adres]), (5) het beslag onder SNS Bank N.V., (6) het beslag onder Rabobank Rijk van Nijmegen U.A. en (7) het beslag onder F. van Lanschot Bankiers N.V.;

  4. opheffing van alle ten laste van [gedaagde] gelegde beslagen, waaronder in het bijzonder (1) het beslag op de onverdeelde helft die [gedaagde] houdt in de onroerende zaak aan de [adres] (kadastraal bekend als Lent[adres]), (2) het beslag op de onverdeelde helft die zij houdt in het te boek gestelde schip Mathiba (kadastraal bekend als Mathiba [adres]), (3) het beslag onder SNS Bank N.V., (4) het beslag onder Rabobank Rijk van Nijmegen U.A. en (5) het beslag onder F. van Lanschot Bankiers N.V.;

  5. bepaling dat het vonnis, voor zover daarbij beslagen op aandelen, op onroerende zaken en/of op te boek gestelde schepen worden opgeheven, kan worden ingeschreven in de betreffende registers (aandeelhoudersregister dan wel kadastrale registers), althans machtiging van [gedaagde]., Guapo, [gedaagde]en [gedaagde], ieder voor zich, om de aantekeningen van de door [eiser]gelegde conservatoire beslagen te laten doorhalen in de betreffende registers met veroordeling van [eiser]in de daaraan verbonden kosten;

  6. veroordeling van [eiser]tot terugbetaling aan [gedaagde]. van het bedrag dat door F. van Lanschot Bankiers N.V. is afgedragen op grond van het op 26 september 2014 gelegde executoriaal beslag;

  7. veroordeling van [eiser]tot betaling aan [gedaagde]. van een bedrag van € 169,40 als schade als gevolg van de beslaglegging op 26 september 2014;

  8. veroordeling van [eiser]in de proceskosten in reconventie.

3.5.

[gedaagde]c.s. legt aan zijn vorderingen, kort samengevat, ten grondslag dat [eiser]geen vordering op hem heeft en dat de beslagen dus onrechtmatig zijn gelegd.

3.6.

[eiser]voert verweer.

4 Het geschil in het incident

4.1.

[gedaagde]c.s. vordert in het incident, samengevat:

a) veroordeling van [eiser]tot opheffing, binnen 48 uur na betekening van het vonnis, van alle ten laste van Guapo gelegde beslagen, waaronder in het bijzonder (1) het beslag op de aandelen die Guapo houdt in River Cruise Company B.V., (2) het beslag onder SNS Bank N.V., (3) het beslag onder Rabobank Rijk van Nijmegen U.A. en (4) het beslag onder F. van Lanschot Bankiers N.V.;

b) veroordeling van [eiser]tot opheffing, binnen 48 uur na betekening van het vonnis, van alle ten laste van [gedaagde]gelegde beslagen, waaronder in het bijzonder (1) het beslag op de aandelen die [gedaagde]houdt in Guapo, (2) het beslag op de onverdeelde helft die [gedaagde]houdt in de onroerende zaak aan de [adres] (kadastraal bekend als Lent[adres]), (3) het beslag op het aandeel dat [gedaagde]houdt in de onroerende zaken aan de [adres] (kadastraal bekend als respectievelijk Nijmegen [adres], Nijmegen[adres]), (4) het beslag dat is gelegd op de onverdeelde helft die hij houdt in het te boek gestelde schip Mathiba (kadastraal bekend als Mathiba [adres]), (5) het beslag onder SNS Bank N.V., (6) het beslag onder Rabobank Rijk van Nijmegen U.A. en (7) het beslag onder F. van Lanschot Bankiers N.V.;

c) veroordeling van [eiser]tot opheffing, binnen 48 uur na betekening van het vonnis, van alle ten laste van [gedaagde] gelegde beslagen, waaronder in het bijzonder (1) het beslag op de onverdeelde helft die [gedaagde] houdt in de onroerende zaak aan de [adres] (kadastraal bekend als Lent[adres]), (2) het beslag dat is gelegd op de onverdeelde helft die zij houdt in het te boek gestelde schip Mathiba (kadastraal bekend als Mathiba [adres]), (3) het beslag onder SNS Bank N.V., (4) het beslag onder Rabobank Rijk van Nijmegen U.A. en (5) het beslag onder F. van Lanschot Bankiers N.V.;

d) veroordeling van [eiser]tot opheffing, binnen 48 uur na betekening van het vonnis, van alle ten laste van [gedaagde]. gelegde beslagen, waaronder in het bijzonder (1) het beslag onder SNS Bank N.V., (2) het beslag onder Rabobank Rijk van Nijmegen U.A. en (3) het beslag onder F. van Lanschot Bankiers N.V.;

e) veroordeling van [eiser]tot betaling van een dwangsom van € 25.000,00 voor iedere dag dat hij in gebreke blijft om uitvoering te geven aan het vonnis, met een maximum van € 1.000.000,00;

f) een verbod aan [eiser]om opnieuw beslag te leggen ten laste van Guapo, [gedaagde]en/of [gedaagde], op straffe van een dwangsom van € 500.000,00 per overtreding van het verbod;

g) een verbod aan [eiser]om opnieuw beslag te leggen ten laste van [gedaagde]. indien daarbij niet alle tussen [gedaagde]. en [eiser]gewezen rechterlijke uitspraken, waaronder het in dit incident te wijzen vonnis, zijn overgelegd aan de voorzieningenrechter op straffe van een dwangsom van € 500.000,00 per overtreding van dit verbod;

h) veroordeling van [eiser]in de proceskosten van het incident.

4.2.

[gedaagde]c.s. legt aan zijn incidentele vorderingen hetzelfde ten grondslag als aan zijn reconventionele vorderingen in de hoofdzaak (zie hierboven 3.5).

4.3.

[eiser]voert verweer.

4.4.

De rechtbank zal hierna nader ingaan op de stellingen van partijen, voor zover van belang.

5 De beoordeling in het incident

5.1.

Toewijzing van een voorlopige voorziening zoals gevraagd is alleen mogelijk wanneer zij is gericht op een voorziening die voor de duur van de bodemprocedure kan worden gegeven (artikel 223 lid 1 Rv). Daarvan is ten aanzien van de vordering genoemd in 4.1 onder a tot en met d geen sprake. De gevorderde veroordeling van [eiser]om, kort gezegd, alle ten laste van Guapo, [gedaagde], [gedaagde] en [gedaagde]. gelegde beslagen op te heffen, is immers naar haar aard geen tijdelijke maatregel. Deze onderdelen van de provisionele vordering stuiten hierop al af.

5.2.

Nu de onderdelen a tot en met d van de provisionele vordering worden afgewezen, bestaat voor een veroordeling van [eiser]tot betaling van een dwangsom – de vordering genoemd in 4.1 onder e – geen grond. Ook dit onderdeel van de provisionele vordering zal worden afgewezen.

5.3.

De gevorderde verboden aan [eiser]om opnieuw beslag te leggen ten laste van Guapo, [gedaagde]en/of [gedaagde] (zie 4.1 onder f) of ten laste van [gedaagde]. (zie 4.1 onder g) zullen eveneens worden afgewezen. Bij die vorderingen bestaat immers geen belang, nu uit de afwijzing van de vorderingen onder a tot en met d volgt dat de beslagen blijven liggen.

5.4.

[gedaagde]c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser]worden tot op heden begroot op € 452,00 (1,0 punt × tarief € 452,00).

6 De beoordeling in de hoofdzaak

6.1.

De rechtbank zal een comparitie bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. De comparitie zal worden gehouden bij de meervoudige kamer.

6.2.

De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen – ook in het nadeel van die partij – kan maken die zij geraden zal achten.

6.3.

De behandeling van de zaak ter comparitie zal in beginsel de volgende onderwerpen bevatten. De rechtbank zal beginnen met een aantal formaliteiten. Vervolgens zal de rechtbank zo nodig vragen stellen over de feiten en over de standpunten van partijen waarin inzicht moet bestaan om tot een oordeel te kunnen komen.

6.4.

In beginsel wordt ter comparitie aan de raadslieden van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van beknopte spreekaantekeningen. Uitgebreide mondelinge en schriftelijke uiteenzettingen zullen echter niet worden toegestaan.

6.5.

Op de comparitie zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking of inschakeling van een mediator aan de orde komen. Partijen moeten erop voorbereid zijn dat de rechtbank een mondeling tussenvonnis kan wijzen. De zitting eindigt met een aantal formaliteiten.

6.6.

Van de verklaringen ter zitting zullen geen ondertekende weergaven in het proces-verbaal worden opgenomen. Naast een verkort proces-verbaal worden de griffiersaantekeningen in het dossier bewaard.

7 De beslissing

De rechtbank

in het incident

7.1.

wijst het gevorderde af,

7.2.

veroordeelt [gedaagde]c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiser]tot op heden begroot op € 452,00,

7.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

7.4.

beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. N.W. Huijgen, mr. D.M.I. de Waele en mr. F.M.Th. Quaadvliet in het Paleis van Justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

7.5.

bepaalt dat Van Meegen, [gedaagde]en [gedaagde] dan in persoon aanwezig moeten zijn en dat [gedaagde]. en Guapo Beheer B.V. dan moeten zijn vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is hen te vertegenwoordigen,

7.6.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 14 januari 2015 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op de donderdagen in de maanden februari tot en met april 2015, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,

7.7.

bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

7.8.

bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

7.9.

wijst partijen erop dat voor de zitting 2,5 uur zal worden uitgetrokken.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2014.

Coll.: JCFORMULIER DATUMBEPALING

Lokale instructie aan concipiënt, bijv:

Instructies aan de concipiënt: print dit formulier uit en lever het samen met het griffiedossier en de uitspraak in bij de griffiemedewerker die met de datumbepaling is belast.

Na het uitprinten mag je dit formulier verwijderen uit dit bestand. Het moet in ieder geval zijn verwijderd in de definitieve versie van de uitspraak, die wordt opgeslagen in de map met uitgesproken vonnissen.

Standaardtekst waarbij via de wizard gegevens uit de beslissing worden ingevuld (zaaknummer hoeft niet omdat dat al in de koptekst staat):

LET OP: het bestand "formulier datumbepaling 2" is nodig omdat daarin andere velden worden gebruikt.

Uitspraak: 24 december 2014

Rechter zitting: mr. N.W. Huijgen

Plaats zitting: gerechtsgebouw

Als de hierna vermelde documentvariabelen uit dit formulier worden verwijderd, moeten ze ook uit het variabelenoverzicht worden verwijderd om te voorkomen dat ze later als niet ingevulde variabelen problemen opleveren (knop Invoegen documentvariabelen op de werkbalk Justword Beheer, klik op huidige document, klik op te overbodige variabelen en dan op Verwijderen)

Standaardtekst te gebruiken door rechtbanken die het verhinderdagensysteem hanteren:

Roldatum opgave verhinderdata: 14 januari 2015

Verhinderdata van februari tot april 2015

Zitting op: [zitting1_dag]

Duur zitting: 2,5

Standaardtekst te gebruiken door rechtbanken die systeem direct datumbepaling hanteren (te verwijderen als dit formulier dan juist is bedoeld voor instructies van de concipiënt aan een andere medewerker die de datum moet vaststellen):

Datum zitting: [zitting1_datum] van [zitting1_begintijd] tot [zitting1_eindtijd]

Hier lokale instructies opnemen t.b.v. de ontvanger van dit formulier. Let op dat dit formulier voor alle soorten zittingen wordt gebruikt. Bijvoorbeeld:

Zittingzaal: groot / klein

Bijstand parketpolitie: ja / nee

Dienstwagen reserveren: ja / nee

Wensen ivm griffier:

Wensen ivm termijn waarop zitting gepland wordt:

Wensen ivm duur zitting:

Overige wensen / instructies: