Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:8024

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30-12-2014
Datum publicatie
30-12-2014
Zaaknummer
05/861743-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van afpersing. Hij en zijn mededader hebben een jongen van wie verdachte zelf heeft verklaard dat hij wist dat hij begeleid woonde, dat diens vader zijn geld beheerde en dat hij gemakkelijk beïnvloedbaar was, gedwongen zijn pinpas en pincode af te staan. Daarbij zijn dreigende bewoordingen gebruikt en is ook gedreigd met een op een taser lijkend voorwerp.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]05/861743-13

Uitspraak d.d.: 30 december 2014

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te[geboortedatum],

wonende te [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
16 december 2014.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 20 juni 2013 te Gendringen, gemeente Oude IJsselstreek,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld[slachtoffer] heeft gedwongen tot de

afgifte van zijn pinpas en/of bijbehorende pincode, in elk geval van enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s),

- op en/of naar voornoemde[slachtoffer] (af) zijn/is gelopen en/of gegaan en/of bij

voornoemde[slachtoffer] zijn/is gaan staan en/of

- met voornoemde[slachtoffer] naar een pinautomaat in de buurt (van de Rabobank)

zijn/is gegaan en/of (vervolgens) die[slachtoffer] zijn pincode hebben/heeft laten

toetsen en/of drukken en/of inbrengen en/of (zonder geslaagde transactie

en/of geld en/of opbrengst en/of buit) en/of

- ( vervolgens) met voornoemde[slachtoffer] naar een afgelegen en/of minder drukke

hoek en/of (zij)straat zijn/is gelopen en/of gegaan en/of

- voornoemde[slachtoffer] zijn vader hebben/heeft laten bellen om geld te vragen

en/of krijgen en/of te laten overmaken en/of

- bij voorgenoemde handeling(en) meermalen, althans eenmaal, een taser en/of

hierop gelijkend voorwerp, uit hun/zijn zak hebben/heeft gepakt en/of

genomen en/of getrokken en/of

- bij voorgenoemde handeling(en) meermalen, althans eenmaal, al dan niet met

dit voorwerp in de hand en/of dit voorwerp (in het zicht) voor zich te

houden voornoemde[slachtoffer] dreigende de woorden hebben/heeft toegevoegd: 'als

je me aangeeft en als ik in de gevangenis kom, als ik eruit ben dan sla ik

je kapot' en/of 'geef geld' en/of 'geef je bankpas en code, anders gebeuren

er heftige dingen' en/of 'deze wil je vast niet voelen' en/of 'je moet echt
gaan betalen' en/of 'ken je dit apparaat nog' en/of 'als je naar de politie

gaat dan sla ik je', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 20 juni 2013 te Gendringen, gemeente Oude IJsselstreek,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meerdere

geldbedrag(en) te weten 5,50 euro en/of 100 euro, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan[slachtoffer], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (door (zonder

toestemming) te betalen en/of af te rekenen en/of pinnen en/of geld op te

nemen met een gestolen, in elk geval onrechtmatig verkregen en/of niet tot

verdachte en/of zijn mededader(s) toebehorende pinpas en/of bijbehorende code)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de feiten 1 en 2. Ter terechtzitting heeft hij de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van verdachte

Verdachte heeft betwist dat sprake was van medeplegen.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat een onbekende jongen hem op 20 juni 2013 aan de telefoon vroeg naar het Kerkplein te Gendringen te komen.[slachtoffer] is er heen gegaan. Hij zag een grijze scooter aankomen, bestuurd door verdachte. Verdachte zei tegen hem dat hij nog wat moest betalen voor [mededader]. Toen aangever zei dat dat gisteren al was uitgesproken, zei verdachte dat hij echt moest betalen. Hij haalde uit zijn rechterzak een taser, liet die aan[slachtoffer] zien en bedreigde hem ermee.[slachtoffer] moest met verdachte mee naar de Rabobank te Gendringen. Hij deed zijn pinpas in de geldautomaat en zag dat verdachte links achter hem stond mee te kijken. Nadat hij zijn pincode had ingedrukt, drukte verdachte de pijl voor opname van honderd euro in.[slachtoffer] kreeg geen geld omdat het saldo niet toereikend was. Ze liepen terug naar het Kerkplein en [mededader] (naar de rechtbank begrijpt [mededader]) kwam erbij.2[slachtoffer] moest vervolgens van [mededader] zijn vader bellen voor geld en zeggen dat het voor een concertkaartje was. [mededader] gebaarde dat ze beter een eenrichtingsweg konden inlopen. Die weg was minder druk, dus dan zouden minder mensen hen zien.3 Zijn vader heeft direct geld overgemaakt naar zijn rekening.[slachtoffer] moest zijn ABN-AMRO-bankpas en de daarbij behorende pincode afgeven aan verdachte. Als hij dat niet zou doen, zouden er heftige dingen gebeuren. Hij heeft zijn bankpas en pincode toen afgegeven.4 [mededader] was daarbij. Verdachte vroeg[slachtoffer] of hij dat apparaatje nog kende en of hij dan wist wat ze bedoelden.5

De rechtbank overweegt dat de verklaring van aangever op meerdere punten bevestiging vindt in de verklaring van verdachte.

Verdachte heeft verklaard dat hij op 20 juni 2013 met [slachtoffer] had afgesproken bij het Kerkplein te Gendringen. [slachtoffer] stond te wachten bij een bushalte. Verdachte ging naar [slachtoffer] toe, raakte met hem in gesprek en vroeg [slachtoffer] om met hem mee om de hoek te gaan. Toen ze om de hoek waren eiste hij geld van [slachtoffer]. Hij zei daarbij: “geef geld”. Toen [slachtoffer] zei dat hij niets had, is verdachte met [slachtoffer] naar de Rabobank gegaan om daar geld van hem te kunnen pinnen. Bij de Rabobank heeft hij tegen [slachtoffer] gezegd dat [slachtoffer] zijn pinpas in de geldautomaat moest stoppen. Hij heeft over de schouder van [slachtoffer] meegekeken en zag dat er € 5,90 op zijn rekening stond. Verdachte vond dat te weinig. [slachtoffer] moest zijn vader zeggen dat hij geld nodig had voor het bezoek van een concert. Hij heeft naar zijn vader gebeld en zijn vader ging akkoord. Verdachte heeft toen tegen [slachtoffer] gezegd dat hij zijn bankpas en pincode aan hem, verdachte, moest geven. Hij heeft daarbij tegen [slachtoffer] gezegd dat hij hem zou slaan als hij naar de politie zou gaan. [slachtoffer] gaf daarop zijn pinpas en noemde zijn pincode. Verdachte heeft de pincode opgeslagen in zijn mobiele telefoon. Volgens verdachte heeft hij ook tegen [slachtoffer] gezegd: “Als je mij aangeeft en als ik in de gevangenis kom, als ik eruit ben dan sla ik je kapot”. Over de bedreiging heeft verdachte verklaard dat hij een neptaser bij zich had. Toen hij [slachtoffer] bedreigde heeft hij de taser laten zien. Hij pakte deze uit zijn vest en hield hem voor zich. Hij zei daarbij tegen [slachtoffer]: “Deze wil je vast niet voelen”. Hij zag dat [slachtoffer] heel bang werd en heeft de taser toen in zijn vestzak gestopt. De bedreiging vond plaats om het hoekje bij het Kerkplein in Gendringen.6

Verdachte heeft voorts verklaard dat toen [slachtoffer] naar zijn vader belde [mededader] erbij was7. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat het kan zijn dat [mededader] zei dat [slachtoffer] tegen zijn vader moest zeggen dat het voor een concertkaartje was8.

De rechtbank overweegt allereerst dat zij de verklaring van aangever[slachtoffer] betrouwbaar acht, nu deze consistent en gedetailleerd is en op meerdere punten overeenkomt met de verklaring van verdachte. Uit de bewijsmiddelen volgt zonder meer dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft gepleegd. Anders dan verdachte is de rechtbank van oordeel dat ook kan worden bewezen dat sprake is van medeplegen van het delict. Zo heeft[slachtoffer] verklaard dat [mededader] bij[slachtoffer] en verdachte was toen[slachtoffer] zijn vader moest bellen, dat [mededader] heeft gezegd wat hij tegen zijn vader moest zeggen, dat ze beter in de eenrichtingsweg konden gaan staan en was [mededader] erbij toen[slachtoffer] zijn pinpas en pincode moest geven aan verdachte. De verklaring van[slachtoffer] wordt bevestigd door verdachtes verklaring dat [mededader] erbij was toen[slachtoffer] naar zijn vader belde en dat het kan zijn dat [mededader] heeft gezegd wat[slachtoffer] tegen zijn vader moest zeggen. De rechtbank leidt alleen al hieruit af dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en [mededader]).

Feit 2

Getuige [getuige 1], vader van aangever, heeft verklaard dat hij € 100,- heeft overgemaakt naar de rekening van [slachtoffer]. Op 20 juni (naar de rechtbank begrijpt 20 juni 2013) is om 16.53 uur voor een bedrag van € 5,50 gepind bij de [bedrijfsnaam]/[bedrijfsnaam].9

Getuige [getuige 2], eigenaresse van de [bedrijfsnaam], gevestigd aan de [adres 2], heeft verklaard dat ze op 20 juni 2013 twee jongens in de winkel heeft gehad, te weten een man met een donkere huidskleur, smal postuur en donker kroeshaar, en een man van ongeveer 1.85 meter met donker kort haar, kort baardje, Duits uiterlijk, goed Nederlands sprekend en gekleed in een geruite broek. De eerstgenoemde man kwam aan de kassa en vroeg om Camel sigaretten. De andere man zei dat hij deze niet lekker vond. Hij koos toen voor de donkerblauwe Camel met mint van € 5,50. Hij pakte een pinpas, stopte die in de pinautomaat, pakte zijn mobiele telefoon, las daarin de pincode af en toetste de pincode in.10

Verdachte heeft verklaard dat hij in Gendringen naar [bedrijfsnaam] is gegaan. Bij [bedrijfsnaam] heeft hij sigaretten gekocht van het merk Camel Mint. Het verschuldigde bedrag van € 5,50 heeft hij met de pinpas van [slachtoffer] gepind.11 [mededader] was erbij toen hij sigaretten ging kopen. [mededader] zei dat hij de gele van het merk Camel moest halen. Verdachte zei dat hij de blauwe van het merk Camel wilde. Hij heeft de sigaretten betaald in aanwezigheid van [mededader]. [mededader] wist dat hij met de pinpas van [slachtoffer] ging pinnen bij [bedrijfsnaam]. Hij wist ook op welke wijze verdachte aan de pinpas en de pincode van [slachtoffer] was gekomen.12

Bij de insluitingsfouillering had [mededader]) Camelsigaretten op zak13.

De rechtbank acht ook dit feit bewezen. Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat verdachte en [mededader]) samen naar de [bedrijfsnaam]/[bedrijfsnaam] zijn gegaan om sigaretten te kopen en daar hebben overlegd welke sigaretten ze zouden kopen. [mededader] was erbij toen verdachte met de pinpas van [slachtoffer] betaalde en hij wist hoe verdachte aan de pinpas was gekomen. Nu in de fouillering van [mededader] sigaretten van het merk Camel zijn aangetroffen, is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking en acht zij medeplegen van het feit door [mededader] bewezen.

De rechtbank acht het feit niet bewezen voor zover dit betreft de geldopname van € 100,-. Weliswaar heeft deze wel plaatsgevonden met de afgeperste pinpas en -code van [slachtoffer], maar uit de stukken komt naar voren dat deze niet heeft plaatsgevonden in Gendringen maar in Ulft. Nu ten laste is gelegd dat ook dit feit in Gendringen heeft plaatsgevonden, moet verdachte in zoverre worden vrijgesproken van dit feit.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 20 juni 2013 te Gendringen, gemeente Oude IJsselstreek, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn pinpas en bijbehorende pincode toebehorende aan[slachtoffer], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader,

- naar voornoemde[slachtoffer] is gegaan en bij voornoemde[slachtoffer] is gaan staan en

- met voornoemde[slachtoffer] naar een pinautomaat in de buurt van de Rabobank is gegaan en
vervolgens die[slachtoffer] zijn pincode heeft laten drukken (zonder geslaagde transactie en/of
geld en/of opbrengst en/of buit) en

- vervolgens met voornoemde[slachtoffer] naar een afgelegen en/of minder drukke hoek en/of
zijstraat is gelopen en/of gegaan en

- voornoemde[slachtoffer] zijn vader heeft laten bellen om geld te vragen en/of te laten overmaken
en

- bij voorgenoemde handelingen een taser en/of hierop gelijkend voorwerp, uit zijn zak heeft
gepakt en

- bij voorgenoemde handelingen, al dan niet met dit voorwerp in de hand en/of dit voorwerp (in
het zicht) voor zich te houden voornoemde[slachtoffer] dreigende de woorden heeft toegevoegd:
'als je me aangeeft en als ik in de gevangenis kom, als ik eruit ben dan sla ik je kapot' en/of
'geef geld' en/of 'geef je bankpas en code, anders gebeuren er heftige dingen' en/of 'deze wil je
vast niet voelen' en/of 'je moet echt gaan betalen' en/of 'ken je dit apparaat nog' en/of 'als je
naar de politie gaat dan sla ik je', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

2.

hij op 20 juni 2013 te Gendringen, gemeente Oude IJsselstreek, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag te weten 5,50 euro toebehorende aan[slachtoffer], waarbij verdachte en/of

zijn mededader het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (door zonder toestemming te betalen en/of af te rekenen met een onrechtmatig verkregen en/of niet tot verdachte en/of zijn mededader toebehorende pinpas en bijbehorende code).

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Feit 1:

Medeplegen van afpersing;

Feit 2:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van afpersing. Hij en zijn mededader hebben een jongen van wie verdachte zelf heeft verklaard dat hij wist dat hij begeleid woonde, dat diens vader zijn geld beheerde en dat hij gemakkelijk beïnvloedbaar was, gedwongen zijn pinpas en pincode af te staan. Daarbij zijn dreigende bewoordingen gebruikt en is ook gedreigd met een op een taser lijkend voorwerp. Verdachte heeft hierover verklaard dat het slachtoffer erg bang voor hem was. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij een zo’n kwetsbaar persoon op deze manier heeft behandeld puur uit financieel gewin. Ter zitting heeft verdachte immers verklaard dat dit was om te kunnen voorzien in onder meer softdrugs. Verdachte heeft samen met zijn mededader de pinpas en
-code van het slachtoffer later op de dag ook gebruikt om sigaretten te kopen. Door te handelen als bewezen verklaard hebben verdachte en zijn mededader het slachtoffer een traumatische ervaring bezorgd. Dat het handelen van verdachte en zijn mededader grote impact op het slachtoffer heeft gehad, blijkt wel uit de schriftelijke slachtofferverklaring en uit de toelichting bij de vordering van de benadeelde partij. Daaruit komt naar voren dat het incident tot zoveel spanning bij het slachtoffer heeft geleid dat hij in een psychose is geraakt en daarvoor moest worden opgenomen. Ook nu nog is het slachtoffer in behandeling voor zijn psychische problematiek ontstaan door het handelen van verdachte en zijn mededader. Hij is verder bang om naar buiten te gaan en is erg achterdochtig.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen de justitiële documentatie. Hieruit komt naar voren dat verdachte niet eerder voor soortgelijke delicten is veroordeeld.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen de oriëntatiepunten van het LOVS.

Alles in aanmerking nemend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 10 maanden passend en geboden. Deze straf is lager dan door de officier van justitie is gevorderd omdat de rechtbank het onder feit 2 slechts ten dele bewezen acht.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij[slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.315,50 te verhogen met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

  • -

    € 105,50, zijnde de gepinde bedragen;

  • -

    € 360,-, zijnde de eigen bijdrage voor ziektekosten;

  • -

    € 850,- voor immateriële schade.

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van de vordering.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 360,- voor materiële schade. De rechtbank acht de gevorderde vergoeding voor immateriële schade redelijk en billijk. De vordering is dus voor een bedrag van € 1.215,50 voor toewijzing vatbaar. Verdachte is daarvoor naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is.

De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering voor zover dit het bedrag van € 100,00 (het in Ulft gepinde bedrag) betreft, nu verdachte is vrijgesproken van dat deel van het onder 2 tenlastegelegde. De benadeelde partij kan dit deel van haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:


Feit 1:
Medeplegen van afpersing;

Feit 2:
Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij[slachtoffer], van een bedrag van € 1.215,50 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2013, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij[slachtoffer], een bedrag te betalen van € 1.215,50 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2013, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 22 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

 verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.


Aldus gewezen door mrs. Troost, voorzitter, Gerbranda en Gilhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 december 2014.

Mr. Troost is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0640 2013081360, Politie Oost-Nederland, team Recherche Achterhoek, gesloten en ondertekend op 18 oktober 2013.

2 Proces-verbaal van aangifte door[slachtoffer], p. 59

3 Proces-verbaal van verhoor van aangever[slachtoffer], p. 66

4 Proces-verbaal van aangifte door[slachtoffer], p. 59

5 Proces-verbaal van verhoor van aangever[slachtoffer], p. 66-67

6 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p. 186-188

7 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p. 192

8 Verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting

9 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], p. 85

10 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], p. 74-75

11 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p. 187

12 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p. 193

13 Proces-verbaal van aanhouding van [mededader], p. 173