Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:7970

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-11-2014
Datum publicatie
23-12-2014
Zaaknummer
05/862695-13
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2015:8627, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat een 19-jarige man uit Tiel bij een poging tot inbraak, tijdens de vlucht met zijn mededader, een agent hard op zijn hoofd heeft geslagen. Daarnaast is hij schuldig bevonden aan heling en 4 woninginbraken. De 19-jarige man is niet eerder veroordeeld voor dergelijke feiten. De rechtbank legt hem een gevangenisstraf van 30 maanden op. Daarnaast dient de man schadevergoeding te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/862695-13

Data zittingen : 7 maart (pro forma), 22 en 23 mei 2014 (regie), 28 oktober 2014

en 3 november 2014

Datum uitspraak : 17 november 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum 1]

adres : [adres 1]

plaats : [woonplaats]

raadsvrouw : mr. M. van Acquooij, advocaat te Zaltbommel.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 23 juli 2013 te gemeente Tiel, althans in Nederland, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de[adres 2]

[adres 2]) weg te nemen goed(eren)en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s) en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan

en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen [benadeelde 2] (agent van politie Gelderland-Zuid), te plegen met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, immers heeft/hebben hij,

verdachte en/of zijn mededader(s) een (harde) dreun/stomp/slag op het hoofd

van die [benadeelde 2] gegeven (waarna verdachte en/of zijn mededader(s) zijn

gevlucht), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(zaaksdossier 1)

2. Primair

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2013 tot en met 20 juli 2013 te

Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

woning gelegen aan het [adres 3], heeft weggenomen laptops en (een)

(nep)gouden voorwerp(en), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) het cilinderslot

van de voordeurgeforceerd/opengebroken (zaaksdossier 9);

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2013 tot en met 09 december 2013 te

Tiel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, laptops en (een)(nep)gouden voorwerp(en), in elk

geval enig(e) goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft

overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven

of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans

redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof;

3. Primair

hij in of omstreeks de periode van 30 oktober 2013 tot en met 31 oktober 2013

te Maurik, gemeente Buren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 4], heeft

weggenomen een of meer notebook(s), Ipod(s), Iphone, Ipad, tablet,

geheugenkaart, schoeisel, tas, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 5] en/of [benadeelde 6], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) het

cilinderslot van de voordeur geforceerd/opengebroken (zaaksdossier 16);

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 30 oktober 2013 tot en met 09 december 2013

te gemeente Tiel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, een of meer notebook(s), Ipod(s), Iphone,

Ipad, tablet, geheugenkaart, schoeisel, tas, in elk geval enig(e) goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen

van voormeld(e) goed(eren) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest vermoeden,

dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij op of omstreeks 02 december 2012 te gemeente Tiel met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de

[adres 14] heeft weggenomen een laptop, een postzegelverzameling

en/of een of meerdere siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde 7], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming

(immers heeft hij, verdachte, het raam van de keuken van voornoemde woning

opengebroken/geforceerd) (zaaksdossier 27);

5.

hij in of omstreeks de periode van 14 november 2013 tot en met 15 november

2013 te Maurik, gemeente Buren, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit de woning gelegen aan de[adres 5] heeft weggenomen een kluis

(met inhoud), een of meer laptop(s)/notebook(s), een sieradendoosje, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 8] en/of [benadeelde 9]

[benadeelde 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming (immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn

mededader(s) het draairaam aan de voorzijde van voornoemde woning

geforceerd/opengebroken);

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 15 november 2013 tot en met 09 december

2013 te Maurik, gemeente Buren en/of Tiel, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een kluis

(met inhoud), een of meer laptop(s)/notebook(s) en/of ander(e) goed(eren),

heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen

van voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en)

vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof (zaaksdossier 34);

6.

hij op of omstreeks 08 december 2013 te Biervliet, gemeente Terneuzen, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de[adres 6]

[adres 6]heeft weggenomen sieraden en/of (een) ander(e) goed(eren), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 10], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming (immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) het

zijraam van voornoemde woning uit de sponning genomen en zich zo de toegang

verschaft) (zaaksdossier 38);

7.

hij in of omstreeks 06 november 2013 tot en met 09 december 2013 te Herveld,

gemeente Overbetuwe en/of Tiel in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of

meer laptop(s)/computer(s), in elk geval enig(e) goed(eren), heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn

mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden,

dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof (zaaksdossier 40);

8.

hij in of omstreeks de periode van 05 december 2012 tot en met 09 december

2013 te gemeente Tiel, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer

laptop(s)/notebook(s), in elk geval enig(e) goed(eren), heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn

mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden,

dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof (zaaksdossier 45);

9.

hij in of omstreeks 29 december 2011 tot en met 09 december 2013 te gemeente

Tiel, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of

meer laptop(s)/tablet(s), in elk geval enig(e) goed(eren), heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn

mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden,

dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof (zaaksdossier 46).

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 28 oktober 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M. van Acquooij, advocaat te Zaltbommel.

Ter terechtzitting van 3 november 2014 is het onderzoek gesloten.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

 [benadeelde 3] (t.a.v. feit 2),

 [benadeelde 5] (t.a.v. feit 3),

 [benadeelde 7] (t.a.v. feit 4),

 [benadeelde 8] (t.a.v. feit 5),

 [benadeelde 11] (t.a.v. feit 7),

 [benadeelde 11] (t.a.v. feit 8),

 [benadeelde 12] (t.a.v. feit 9)

 [benadeelde 13] Reisbureau.

Als benadeelde partijen zijn ter terechtzitting verschenen:

 [benadeelde 8],

 [benadeelde 14], wettelijk vertegenwoordiger van [benadeelde 13] Reisbureau.

De officier van justitie, mr. H.G. Kuipers, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

3.1

Overwegingen ten aanzien van het gebruik van de telefoonnummers.

De rechtbank heeft in het dossier een groot aantal afgeluisterde telefoongesprekken aangetroffen. De samenstellers van het dossier hebben in de weergave daarvan aan die telefoongesprekken regelmatig namen gekoppeld, kennelijk op basis van stemherkenning. De rechtbank overweegt allereerst dat de onderbouwing van die vermelde stemherkenningen te zwak is gebleken om de conclusies van de verbalisanten te kunnen dragen. De rechtbank zal dus geen gevolgen verbinden aan de vermelde stemherkenningen. Wel heeft de rechtbank in het dossier verschillende aanknopingspunten aangetroffen die hebben geleid tot de overtuiging dat de in het Boxer-onderzoek opgevoerde verdachten de gebruikers zijn van specifieke telefoonnummers.

Daar waar de rechtbank in het dossier geen aanleiding heeft gevonden om tot een andere conclusie te komen, zal de rechtbank dan ook in alle navolgende overwegingen en conclusies bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten, uitgaan van de hierna weergegeven combinatie van telefoonnummers en de gebruiker daarvan.

[medeverdachte 1]

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Op 23 juli 2013 vond een poging tot inbraak plaats aan de [adres 7] te Tiel. Daarbij werd een politieagent mishandeld door de overlopen daders. In de nabijheid van deze woning werden een rijbewijs en identiteitskaart ten name van [medeverdachte 1] gevonden alsmede een LG-telefoon.2 Deze telefoon bevatte een simkaart met genoemd telefoonnummer waarvan in het blue view systeem van de politie was vermeld dat dit nummer in gebruik was bij [medeverdachte 1].3 Bij doorzoeking van diens woning is in de slaapkamer van [medeverdachte 1] een simkaarthouder met dit telefoonnummer aangetroffen.4

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 1] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Op 29 juli 2013 heeft [medeverdachte 1] bij de politie melding gedaan van vermissing van zijn rijbewijs en identiteitskaart. Daarbij heeft hij als zijn telefoonnummer opgegeven [nr], als het nummer waarop hij bereikbaar zou zijn.5 Op 30 oktober 2013 werd door een politieagent gebeld naar dit telefoonnummer waarop de telefoon werd beantwoord door iemand die zich [medeverdachte 1] noemde. Er werd een afspraak gemaakt voor het ophalen van het rijbewijs en de identiteitskaart waarbij werd gezegd dat de politie de nodige vragen had over het kwijt raken van deze documenten.6 Dezelfde middag heeft [medeverdachte 1] zich gemeld bij de politie en is hij hierover gehoord.7
De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 1] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Tijdens de doorzoeking in de woning van [medeverdachte 1],[adres 8]te Tiel, op 11 december 2013 werd onder andere een Nokia telefoon aangetroffen en in beslag genomen waarin twee simkaarten konden worden geplaatst en die was voorzien van twee imei-nummers, te weten [nr] en [nr]. Daarnaast is (in de slaapkamer van [medeverdachte 1]) een Nokia telefoon aangetroffen en in beslag genomen met imei-nummer [nr].8 Een simkaart met genoemd telefoonnummer [nr] is gebruikt in deze twee telefoons.9De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 1] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Tijdens dezelfde doorzoeking in de woning van [medeverdachte 1] werd eveneens in diens slaapkamer een Samsung telefoon met imei-nr. [nr] aangetroffen en in beslag genomen (A.01.01.001).10 Deze telefoon is onderzocht en bleek een simkaart met telefoonnummer [nr] te bevatten.11

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 1] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

[medeverdachte 2]

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]
[medeverdachte 2] heeft op 19 december 2013 verklaard dat hij genoemd (prepaid) telefoonnummer gebruikt.12

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 2] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].


[medeverdachte 3]

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]
Tijdens de doorzoeking in de woning van [medeverdachte 3], [adres 9] te Tiel, op 11 december 2013 is onder andere een Samsung telefoon aangetroffen en in beslag genomen (D.06.02.001). Deze telefoon bevatte een simkaart met telefoonnummer [nr].13 Op 12 november 2013 werd door de gebruiker van telefoonnummer [nr] gebeld naar een ander telefoonnummer. Op de vraag naar het telefoonnummer van [medeverdachte 3] geeft de gebelde het nummer [nr] door.14 [medeverdachte 2] heeft verklaard dat het telefoonnummer van [medeverdachte 3] eindigt op 50.15

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 3] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].



[medeverdachte 4]

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Op 15 en 20 oktober 2013 werd door twee verschillende personen naar dit telefoonnummer gebeld, waarbij de persoon die de telefoon beantwoordde [medeverdachte 4] respectievelijk [medeverdachte 4] werd genoemd.16 Op 22 oktober 2013 werd door de gebruiker van telefoonnummer [nr] gebeld naar een ander telefoonnummer, waarbij de persoon die de telefoon beantwoordde de beller [medeverdachte 4] noemde.17 Op 19 oktober 2013 heeft de gebruikster van telefoonnummer [nr], dat is [medeverdachte 5], de ex-vriendin van [medeverdachte 4], een SMS-bericht gestuurd naar telefoonnummer [nr] met de tekst “[medeverdachte 4] dan blijf ik thuis.”18 Op 15 november 2013 werd door de gebruiker van telefoonnummer [nr] gebeld naar de gebruiker van telefoonnummer [nr]19, dat is [medeverdachte 2]. Hij heeft verklaard dat het klopt dat hij op die datum op laatstgenoemd telefoonnummer is gebeld door [medeverdachte 4], die eerder in het verhoor is aangeduid als [medeverdachte 4].20

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 4] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

[verdachte]

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]
Op 18 oktober 2013 heeft de gebruiker van dit telefoonnummer gebeld naar ROC Rivierenland. Tijdens dit gesprek noemt de beller zich [verdachte], met geboortedatum [geboortedatum 2] en woonplaats Tiel.21

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [verdachte] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

3.2.

De beoordeling van de tenlastegelegde feiten

Ten aanzien van het onder 6 tenlastegelegde (zaaksdossier 38)

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. In het dossier bevinden zich onvoldoende aanknopingspunten om verdachte in verband te brengen met deze inbraak. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van dit feit.

Ten aanzien van het onder 8 tenlastegelegde (zaaksdossier 45)

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van dit feit.

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde (zaaksdossier 1)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 23 juli 2013, omstreeks 02.00 uur, vond een poging tot inbraak plaats aan de woning op het adres [adres 7] te Tiel.22 Na een melding kwamen twee opsporingsambtenaren, onder wie [benadeelde 2], agent van politie Gelderland-Zuid, ter plaatse. [benadeelde 2] stond op de oprit van de woning, met zijn rug naar de woning en zijn gezicht richting de straat, toen hij met een harde dreun op zijn hoofd werd geslagen. Hij voelde direct een hevige pijn en zakte door zijn knieën.

Op datzelfde moment hoorde hij geschreeuw en hij zag schimmen op zich af komen rennen. Nadat hij had geroepen “Politie. Staan blijven of ik schiet” en een waarschuwingsschot had gelost, renden twee donker geklede personen weg.23

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich tezamen en in vereniging met een ander schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde poging tot woninginbraak, gevolgd door geweld tegen politieagent [benadeelde 2].

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen overtuigend bewijs is dat verdachte betrokken is geweest bij het hem tenlastegelegde.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of verdachte één van de personen is geweest die betrokken zijn geweest bij het ten laste gelegde feit.

Ten aanzien van de poging tot inbraak

Met betrekking tot de poging tot woninginbraak overweegt de rechtbank dat het ging om twee personen die van de oprit van de [adres 7] te Tiel zijn weggerend, van wie één persoon een rugzak op de rug droeg toen de mannen nog bij de deur van de woning bezig waren, aldus een ter plaatse aanwezige getuige.24 Ook droeg één van deze personen een witte pet volgens een andere getuige.25 De twee personen zijn weggevlucht van de Batavenstraat naar de [adres 11] en vervolgens over het Oesterpad richting de Vissenbuurt.26 Haaks op het Oesterpad is de [adres 10] gelegen.27 De getuige [getuige 1], wonende aan de [adres 10], heeft verklaard dat zij in de vroege ochtend van 23 juli 2013 geschreeuw en een knal hoorde. Toen zij door het raam naar buiten keek, zag zij een donker geklede jongeman vanuit de [adres 11] in de richting van het Mosselpad voorbij rennen. Achter die jongeman kwam een politieman aanrennen. De jongeman gooide al rennend een tas bij de getuige in de voortuin. Die tas bleek een grijze rugzak te zijn, bevattende onder meer divers gereedschap. Deze rugzak heeft de getuige aan een andere politieman afgegeven.28 Van vier gereedschappen is later gebleken dat deze zijn gebruikt bij andere (poging tot) inbraken.29

Voorts heeft een buurtbewoner op 23 juli 2013 een hoesje met daarin pasjes (een identiteitskaart en een rijbewijs) gevonden bij rode paaltjes op de kruising [adres 11]/[adres 10] te Tiel.30

Op de kruising tegenover de onderhavige woning aan de [adres 7], heeft verbalisant [benadeelde 2] een witte LG telefoon gevonden.31 Verbalisant [verbalisant] heeft langs het Mosselpad een wit petje gevonden.32

Op grond van het vorenstaande, in onderling verband bezien, concludeert de rechtbank dat de daders van de inbraakpoging tijdens hun vlucht voor de politie de rugzak, het witte petje, de witte LG-telefoon en het hoesje met identiteitsbewijs en het paspoort hebben verloren of weggegooid.

Het identiteitsbewijs en het paspoort behoorden toe aan medeverdachte [medeverdachte 1]33 op wiens naam deze ook stonden34. Ook de witte LG-telefoon behoorde toe aan medeverdachte [medeverdachte 1].35

Op basis van DNA-onderzoek aan de rugzak en het petje is het volgende gerapporteerd:

 van het petje is een monster genomen met kenmerk AAGJ3025NL#01, in welk monster een DNA-profiel is aangetroffen dat past bij “onbekende man A”36

 van de rugzak zijn monsters genomen met kenmerk AAGJ3789NL#01 t/m #09;

o in monster AAGJ3789NL#03 is een DNA-profiel aangetroffen dat past bij “onbekende man A”37, en

o in monster AAGJ3789NL#01 is een DNA-profiel aangetroffen dat past bij “onbekende man B”38

 aan DNA-identiteitszegel AAGJ3025NL#01 is DNA-profielcluster 26307 gekoppeld39

 aan DNA-identiteitszegel AAGJ3789NL#01 is DNA-profielcluster 26337 gekoppeld40

 opname van DNA-referentiemateriaal van [medeverdachte 1] in de DNA-databank heeft een match opgeleverd met DNA-profielcluster 26307.41

 opname van DNA-referentiemateriaal van [verdachte] in de DNA-databank heeft een match opgeleverd met DNA-profielcluster 26337. 42

De rechtbank concludeert uit deze DNA-onderzoeken dat zowel het gevonden DNA-materiaal op het petje als dat op de rugzak afkomstig is van dezelfde “man A”, hetgeen buiten redelijke twijfel betreft medeverdachte [medeverdachte 1].

De rechtbank concludeert voorts uit het DNA-onderzoek dat het gevonden DNA-materiaal op de rugzak buiten redelijke twijfel afkomstig is van verdachte [verdachte].

Onderzoek naar de in de witte LG telefoon, toebehorend aan [medeverdachte 1], opgeslagen gegevens heeft aan het licht gebracht dat onder de naam “[verdachte]” het telefoonnummer [nr] was opgeslagen.43 Over deze “[verdachte]” heeft [medeverdachte 1] verklaard dat dit “onze [verdachte]” betreft, over wie de dag ervóór ook al is gesproken.44 Tijdens het verhoor van 11 december 2013 heeft [medeverdachte 1] een beschrijving van “[verdachte]” gegeven.45 De rechtbank begrijpt dat hiermee is gedoeld op verdachte [verdachte].

Voorts blijkt uit het onderzoek aan de LG telefoon dat op 23 juli 2013 omstreeks 01.49 uur van nummer [nr] naar de LG-telefoon een bericht is gestuurd inhoudende “Wabdnjd”? Kort hierop, omstreeks 01.53 uur, is van de LG-telefoon naar nummer [nr] het bericht gestuurd: “Zijkant”.46

De rechtbank betrekt bij de beoordeling van deze berichtenwisseling dat door getuigen van de inbraakpoging omstreeks 02.00 uur is gezien dat de twee daders naar de achterkant van de woning zijn gelopen en daarna terugkwamen naar de zijkant van de woning47 en komt tot de conclusie dat deze berichten betrekking hadden op de inbraakpoging aan de [adres 7] te Tiel.

Op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen, heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] de daders zijn geweest van de onderhavige poging tot woninginbraak.

Ten aanzien van het geweld tegen [benadeelde 2]

De volgende vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of de ten laste gelegde geweldpleging tegen politieagent [benadeelde 2] kan worden bewezen.

Daartoe overweegt de rechtbank allereerst dat uit de verklaringen van politieagent [benadeelde 2] en “getuige 2” volgt dat de daders van de inbraakpoging, zijnde verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1], gezamenlijk op [benadeelde 2] af kwamen rennen en aansluitend langs hem heen zijn weggerend.48 De rechtbank concludeert uit de verklaring van [benadeelde 2] dat hij kort vóór of tijdens het langsrennen van beide verdachten hard tegen zijn hoofd is geslagen.49 Onder die omstandigheden kan het niet anders dan dat hij is geslagen door één van beide verdachten.

Voorts overweegt de rechtbank dat uit de hiervoor besproken bewijsmiddelen voortvloeit dat voormeld gedrag van verdachte en zijn medeverdachte kan worden aangemerkt als een bewuste en nauwe samenwerking tot en met de vlucht voor de politie. Immers, beiden zijn samen, voorzien van één rugzak met inbrekersgereedschap, op pad gegaan met de kennelijke bedoeling om in te breken in de woning aan de [adres 7] te Tiel. Tussendoor hebben zij per telefoon contact met elkaar onderhouden. Nadat een politieman ten tonele is verschenen, hebben zij zich aanvankelijk verstopt achter een heg,50 waarna zij gezamenlijk in de richting van die politieman zijn gevlucht, met de kennelijke bedoeling uit handen van de politie te blijven. De rechtbank is van oordeel dat het gedrag van beide verdachten blijk geeft van de gezamenlijke intentie om te ontkomen aan een aanhouding en om daartoe voorbij de politieman te geraken.

Onder die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het niet uitmaakt wie van beiden daadwerkelijk tegen het hoofd van de politieman heeft geslagen. Immers, ook degene die de klap niet zelf heeft gegeven had de evidente bedoeling om voorbij de politieman te geraken waarbij redelijkerwijs voorzienbaar was voor beiden dat de mededader een geweldshandeling tegen die politieman zou plegen om de gezamenlijke vlucht mogelijk te maken en heeft uiteindelijk ook gebruik gemaakt van de daardoor bij de politieagent ontstane onmacht om weg te komen.

Die geweldshandeling heeft weliswaar een forse impact gehad op de getroffen politieman, maar is naar het oordeel van de rechtbank niet dermate excessief geweest dat de ander hiermee geen rekening behoefde te houden.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat onder deze omstandigheden in het midden kan blijven wie het geweld heeft uitgeoefend, nu beide verdachten bij hun gezamenlijke vlucht bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat één van hen geweld zou gebruiken tegen de hen in de weg staande politieman.

Aldus is naar het oordeel van de rechtbank sprake van (voorwaardelijk) opzet bij verdachte, gericht op het geweld tegen [benadeelde 2].

Verbeterde lezing tenlastelegging

De rechtbank begrijpt - gelet op zowel de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting als de zinsnede in de tenlastelegging “immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een (harde) dreun/stomp/slag op het hoofd van die [benadeelde 2] gegeven” - dat de opsteller van de tenlastelegging voor ogen heeft gehad ten laste te leggen, kort weergegeven: een poging tot inbraak, gevolgd van geweld. De tenlastelegging lijkt dan ook per abuis de zinsnede “terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid” aan het slot van de tenlastelegging te bevatten, alsmede per abuis de woorden “te doen voorafgaan, te doen vergezellen en te doen volgen”.

De rechtbank zal deze kennelijke verschrijvingen verbeterd lezen en overweegt daarbij dat de verdediging hierdoor niet in haar belangen is geschaad, temeer niet nu hier geen beroep op is gedaan.

Conclusie

De rechtbank acht - met inachtneming van het voorgaande - overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 23 juli 2013 te gemeente Tiel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 7]) goed(eren)en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], weg te nemen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke voorgenomen diefstal werd gevolgd van geweld tegen [benadeelde 2] (agent van politie Gelderland-Zuid), gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader een (harde) dreun op het hoofd van die [benadeelde 2] gegeven (waarna verdachte en zijn mededader zijn gevlucht).

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde (zaakdossier 9)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de nacht van 19 op 20 juli 2013 is ingebroken in de woning op het adres [adres 3] te Tiel. Daarbij is het cilinderslot van de voordeur geforceerd. Meegenomen zijn een laptop (Toshiba Satellite M40X), een laptop (Maxdata PRO 6100) en nepgoud, die toebehoren aan [benadeelde 3].51

Tijdens een doorzoeking op 9 december 2013 in de woning van [medeverdachte 6], adres [adres 12] te Tiel, zijn twee laptops aangetroffen, te weten een Toshiba Satellite M40X (in beslag genomen onder nummer F.01.01.001) en een Maxdata Pro 6100 (in beslag genomen onder nummer F.01.01.002).52 Beide laptops betroffen dezelfde laptops als die, welke waren ontvreemd bij de inbraak op het adres [adres 3] te Tiel.53

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen overtuigend bewijs is dat verdachte betrokken is geweest bij het hem tenlastegelegde. De verklaringen van [medeverdachte 6] kunnen niet tot het bewijs worden gebezigd, omdat deze verklaringen onbetrouwbaar zijn en bovendien zijn gestuurd door de verhorende opsporingsambtenaren.

Beoordeling door de rechtbank

De eerste vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is op welke wijze de uit de woning [adres 3] te Tiel gestolen laptops zijn terecht gekomen in de woning van [medeverdachte 6].

Hierover heeft [medeverdachte 6] verklaard dat hij de voorwerpen met beslagnummers F.01.01.001 en F.01.01.002 heeft verkregen van [medeverdachte 1] en zijn vriend die bijna altijd bij hem was.54 Deze voorwerpen betroffen een laptop Toshiba respectievelijk een laptop Maxdata.55 Later heeft [medeverdachte 6] hierover verklaard dat hij niet beter weet dan dat hij deze laptops heeft gekocht van [medeverdachte 1] en zijn vriend, en dat hij voor die laptops nog geen 20 euro heeft gegeven.56

Over “[medeverdachte 1]” heeft [medeverdachte 6] verklaard dat hij een Marokkaanse jongen is, van wie [medeverdachte 6] weet dat hij “doet stelen” en met verkeerde jongens om gaat.57 Voorts heeft [medeverdachte 6] verklaard dat “[medeverdachte 1]” aan de telefoon “[medeverdachte 1]” wordt genoemd.58 [medeverdachte 6] heeft “[medeverdachte 1]” herkend van een foto.59 De persoon die is afgebeeld op deze foto betreft [medeverdachte 1], geboren op [geboortedatum 3] te Tiel.60

De rechtbank betrekt hierbij nog dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zijn vrienden hem onder meer “[medeverdachte 1]” en “[medeverdachte 1]” noemen en komt tot de conclusie dat met “[medeverdachte 1]” wordt gedoeld op [medeverdachte 1].61

Over de vriend van “[medeverdachte 1]”, die bijna altijd bij [medeverdachte 1] was, heeft [medeverdachte 6] verklaard dat het gaat om een Marokkaanse jongen, slank en mager, net zo lang als “[medeverdachte 1]” en dat die hem vaker belde.62 [medeverdachte 6] heeft deze vriend van “[medeverdachte 1]” herkend van een foto, waarbij [medeverdachte 6] heeft opgemerkt

dat hij deze jongen ook betaald heeft voor spullen die gebracht zijn na een telefoongesprek op 31 oktober 2013 over het neerleggen van tassen.63 De persoon die is afgebeeld op deze foto betreft [verdachte], geboren op [geboortedatum 1].64

De rechtbank concludeert uit het vorenstaande dat met de “vriend van [medeverdachte 1]” wordt gedoeld op [verdachte].

Door de verdediging is de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 6] in twijfel getrokken, omdat hij wisselend zou verklaren en omdat hij met betrekking tot de identificatie van[verdachte] zou zijn geleid door de verhorende verbalisanten.

De rechtbank overweegt dat [medeverdachte 6] in zijn opvolgende verklaringen gaandeweg gedetailleerder is gaan verklaren, maar dat niet is gebleken van tegenstrijdige of ongeloofwaardige verklaringen. Daar komt bij dat de contacten tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] enerzijds en [medeverdachte 6] anderzijds, worden bevestigd door enkele tapgesprekken en sms-berichten, die worden vermeld in de bewijsvoering inzake feit 7 en feit 9. Kortheidshalve wordt volstaan met een verwijzing daarnaar.

[medeverdachte 6] heeft bij de politie aanvankelijk verklaard over ene “[medeverdachte 1]” (die hem laptops bracht en die hij later van de foto herkende als [medeverdachte 1]) en over een vriend die vaak met [medeverdachte 1] meekwam maar wiens naam hij niet kende. Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 6] verklaard dat hem de naam van [verdachte] niet bekend was, maar dat hem op zeker moment de naam “[verdachte]” werd genoemd door de politie. Hij kende die naam weliswaar niet, maar toen hem daarna een foto van [verdachte] werd getoond, heeft hij deze herkend als de eerder genoemde vriend van [medeverdachte 1]. Anders dan de raadsvrouw heeft aangevoerd, staat op de kennelijk getoonde foto, zoals opgenomen op dossierpagina 534, geen naam vermeld. De conclusie van de raadsvrouw dat [medeverdachte 6] is ‘gestuurd’ door de politie om [verdachte] aan te wijzen, deelt de rechtbank dan ook niet. Daar komt bij dat de contacten tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] enerzijds en [medeverdachte 6] anderzijds worden bevestigd door enkele tapgesprekken en sms-berichten, die worden vermeld in de bewijsvoering inzake feit 7 en feit 9. Kortheidshalve wordt volstaan met een verwijzing daarnaar.

De rechtbank ziet derhalve geen redenen om de verklaringen van [medeverdachte 6] uit te sluiten van het bewijs en komt tot de conclusie dat [medeverdachte 6] de onderhavige laptops heeft gekocht van [medeverdachte 1] en [verdachte].

Met betrekking tot de vraag of het voorgaande kan bijdragen tot een bewezenverklaring van het primair dan wel het subsidiair tenlastegelegde, overweegt de rechtbank als volgt.

In de nacht van 22 op 23 juli 2013 kreeg de politie een inbraakmelding betreffende de woning aan de [adres 7] te Tiel. Het zou daarbij gaan om twee personen die van de oprit van de [adres 7] te Tiel waren weggerend, van wie één persoon een rugzak op de rug droeg toen de mannen nog bij de deur van de woning bezig waren.65 Ook droeg één van deze personen een witte pet.66 De twee personen zijn weggevlucht van de Batavenstraat naar de [adres 11] en vervolgens over het Oesterpad richting de Vissenbuurt.67 Haaks op het Oesterpad is de [adres 10] gelegen.68 De getuige [getuige 1], wonende aan de [adres 10], heeft verklaard dat zij in de vroege ochtend van 23 juli 2013 geschreeuw en een knal hoorde. Toen zij door het raam naar buiten keek, zag zij een donker geklede jongeman vanuit de [adres 11] in de richting van het Mosselpad voorbij rennen. Achter die jongeman kwam een politieman aanrennen. De jongeman gooide al rennend een tas bij de getuige in de voortuin. Die tas bleek een grijze rugzak te zijn, bevattende onder meer divers gereedschap. Deze rugzak heeft de getuige aan een andere politieman afgegeven.69 Verbalisant [verbalisant] heeft langs het Mosselpad een wit petje gevonden.70

Op grond van het vorenstaande, in onderling verband bezien, concludeert de rechtbank dat de daders van die inbraakpoging tijdens hun vlucht voor de politie de rugzak en het witte petje hebben verloren of weggegooid.

Op basis van DNA-onderzoek aan de rugzak en het petje is het volgende gerapporteerd:

 van het petje is een monster genomen met kenmerk AAGJ3025NL#01, in welk monster een DNA-profiel is aangetroffen dat past bij “onbekende man A”71

 van de rugzak zijn monsters genomen met kenmerk AAGJ3789NL#01 t/m #09;

o in monster AAGJ3789NL#03 is een DNA-profiel aangetroffen dat past bij “onbekende man A”72, en

o in monster AAGJ3789NL#01 is een DNA-profiel aangetroffen dat past bij “onbekende man B”73

 aan DNA-identiteitszegel AAGJ3025NL#01 is DNA-profielcluster 26307 gekoppeld74

 aan DNA-identiteitszegel AAGJ3789NL#01 is DNA-profielcluster 26337 gekoppeld75

 opname van DNA-referentiemateriaal van [medeverdachte 1] in de DNA-databank heeft een match opgeleverd met DNA-profielcluster 26307.76

 opname van DNA-referentiemateriaal van [verdachte] in de DNA-databank heeft een match opgeleverd met DNA-profielcluster 26337.77

De rechtbank concludeert uit deze DNA-onderzoeken dat zowel het gevonden DNA-materiaal op het petje als dat op de rugzak afkomstig is van dezelfde “man A”, hetgeen buiten redelijke twijfel betreft [medeverdachte 1].

De rechtbank concludeert voorts uit het DNA-onderzoek dat het gevonden DNA-materiaal op de rugzak buiten redelijke twijfel afkomstig is van [verdachte].

De gereedschappen die zich in deze rugzak bevonden zijn vergeleken met sporen, die zijn veilig gesteld bij onder meer de onderhavige woninginbraak. Uit dit werktuigsporenonderzoek is gebleken dat braaksporen, afkomstig van het afgebroken cilinderslot78 van de woning [adres 3] te Tiel, zijn veroorzaakt met de verstelbare schroefsleutel [B], welke in de grijze rugzak is aangetroffen.79

Van [medeverdachte 1] en/of [verdachte] ontbreekt een redelijke verklaring voor de aanwezigheid van het DNA-materiaal, afkomstig van elk van hen, op de rugzak waarin zich de schroefsleutel bevond waarmee het cilinderslot van de voordeur van [adres 3] te Tiel is geforceerd. Bovendien vloeit uit de verklaringen van [medeverdachte 6] voort dat de bij hem aangetroffen laptops, afkomstig van de onderhavige woninginbraak, door hem zijn verkregen van [medeverdachte 1] en [verdachte].


De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de overtuiging dat [medeverdachte 1] en [verdachte] gezamenlijk deze woninginbraak hebben gepleegd.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2013 tot en met 20 juli 2013 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan het [adres 3], heeft weggenomen laptops en nep gouden voorwerpen, in toebehorende aan [benadeelde 3]

waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader het cilinderslot van de voordeur geforceerd/opengebroken.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde (zaaksdossier 16)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Tussen 30 oktober 2013, 22.45 uur, en 31 oktober 2013, 06.45 uur, is ingebroken in de woning aan de [adres 4] te Maurik, gemeente Buren. Daarbij is de cilinder van het voordeurslot afgebroken. Weggenomen zijn twee notebooks (te weten een Acer Aspire en een HP Pavilion), twee Ipods, een Iphone, een Ipad, een Samsung Galaxy tablet, een Western Digital harde schijf, een paar laarzen en een tas. De benadeelde is [benadeelde 5].80

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van dit feit. Zij stelt daartoe onder meer dat uit de tapgesprekken niet blijkt dat deze verband houden met de inbraak aan de Notarisappelhof.

Voorts stelt de raadsvrouw dat ook de heling niet bewezen kan worden verklaard nu de verklaringen van [medeverdachte 6] onbetrouwbaar zijn.

Beoordeling door de rechtbank

Het IMEI-nummer van de bij deze inbraak weggenomen Iphone luidde [nr].81 Tussen 31 oktober en 1 november 2013 was de Iphone met dit IMEI-nummer in gebruik bij [medeverdachte 6].82 Voorts was [medeverdachte 6] in december 2013 in het bezit van de bij onderhavige woninginbraak gestolen Samsung tablet (met registratienummer [nr])83 en één van de Ipods (met registratienummer [nr]).84

De eerste vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is op welke wijze de uit de woning [adres 13] te Maurik gestolen Iphone, Samsung tablet en Ipod zijn terecht gekomen bij [medeverdachte 6].

Hierover heeft [medeverdachte 6] verklaard dat hij deze Iphone gelijktijdig met de Samsung Galaxy tab 3 met registratienummer [nr] van [medeverdachte 1] heeft gekocht. 85 De volgende dag heeft [medeverdachte 6] verklaard dat hij van [medeverdachte 1] in totaal twee laptops (waaronder een Pavilion), de Samsung Tab 3, de Iphone 4 en de Ipod Classic heeft gekocht. [medeverdachte 6] heeft verklaard voor al deze goederen, behalve de Ipod, maximaal 450 euro te hebben betaald in drie termijnen. De eerste en derde termijn heeft hij betaald aan [medeverdachte 1] en de tweede termijn heeft hij betaald aan die jongen ”die altijd bij hem was”.86

Over “[medeverdachte 1]” heeft [medeverdachte 6] verklaard dat hij een Marokkaanse jongen is, van wie [medeverdachte 6] weet dat hij ”doet stelen” en met verkeerde jongens om gaat.87 Voorts heeft [medeverdachte 6] verklaard dat “[medeverdachte 1]” aan de telefoon “[medeverdachte 1]” wordt genoemd.88 [medeverdachte 6] heeft “[medeverdachte 1]” herkend van een foto.89 De persoon die is afgebeeld op deze foto betreft [medeverdachte 1], geboren op [geboortedatum 3] te Tiel.90

De rechtbank betrekt hierbij nog dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zijn vrienden hem onder meer “[medeverdachte 1]” en “[medeverdachte 1]” noemden en komt tot de conclusie dat met “[medeverdachte 1]” wordt gedoeld op [medeverdachte 1].91

Over “de vriend van [medeverdachte 1] die bijna altijd bij [medeverdachte 1] was”, heeft [medeverdachte 6] verklaard dat het gaat om een Marokkaanse jongen, slank en mager, net zo lang als “[medeverdachte 1]” en dat die hem vaker belde.92 [medeverdachte 6] heeft deze “vriend van [medeverdachte 1]” herkend van een foto, waarbij [medeverdachte 6] heeft opgemerkt dat hij

deze jongen ook betaald heeft voor spullen die gebracht zijn na een telefoongesprek op 31 oktober 2013 over het neerleggen van tassen.93 De persoon die is afgebeeld op deze foto betreft [verdachte], geboren op [geboortedatum 1].94


De rechtbank concludeert uit het vorenstaande dat met de “vriend van [medeverdachte 1]” wordt gedoeld op [verdachte].

Door de verdediging is de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 6] in twijfel getrokken, omdat hij wisselend zou verklaren en omdat hij met betrekking tot de identificatie van [verdachte] zou zijn geleid door de verhorende verbalisanten.

De rechtbank overweegt dat [medeverdachte 6] in zijn opvolgende verklaringen gaandeweg gedetailleerder is gaan verklaren, maar dat niet is gebleken van tegenstrijdige of ongeloofwaardige verklaringen. Daar komt bij dat de contacten tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] enerzijds en [medeverdachte 6] anderzijds, worden bevestigd door enkele tapgesprekken en sms-berichten, die worden vermeld in de bewijsvoering inzake feit 7 en feit 9. Kortheidshalve wordt volstaan met een verwijzing daarnaar.

[medeverdachte 6] heeft bij de politie aanvankelijk verklaard over ene “[medeverdachte 1]” (die hem laptops bracht en die hij later van de foto herkende als [medeverdachte 1]) en over een vriend die vaak met [medeverdachte 1] meekwam maar wiens naam hij niet kende. Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 6] verklaard dat hem de naam van [verdachte] niet bekend was, maar dat hem op zeker moment de naam “[verdachte]” werd genoemd door de politie. Hij kende die naam weliswaar niet, maar toen hem daarna een foto van [verdachte] werd getoond, heeft hij deze herkend als de eerder genoemde vriend van [medeverdachte 1]. Anders dan de raadsvrouw heeft aangevoerd, staat op de kennelijk getoonde foto, zoals opgenomen op dossierpagina 534, geen naam vermeld. De conclusie van de raadsvrouw dat [medeverdachte 6] is ‘gestuurd’ door de politie om [verdachte] aan te wijzen, deelt de rechtbank dan ook niet. Daar komt bij dat de contacten tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] enerzijds en [medeverdachte 6] anderzijds worden bevestigd door enkele tapgesprekken en sms-berichten, die worden vermeld in de bewijsvoering inzake feit 7 en feit 9. Kortheidshalve wordt volstaan met een verwijzing daarnaar.

De rechtbank ziet derhalve geen redenen om de verklaringen van [medeverdachte 6] uit te sluiten van het bewijs en komt tot de conclusie dat [medeverdachte 6] de hiervoor genoemde laptops, tablet, Iphone en Ipod heeft gekocht van [medeverdachte 1] en [verdachte].

Met betrekking tot de vraag of het voorgaande kan bijdragen tot een bewezenverklaring van het primair dan wel het subsidiair tenlastegelegde, overweegt de rechtbank als volgt.

Uit het hiervoor genoemde telefoongesprek van 31 oktober 2013, 14.23 uur, in samenhang met de verklaring van [medeverdachte 6] dat met de "twee tassen" in dit gesprek gedoeld werd op de levering van de laptops, 95 concludeert de rechtbank dat [verdachte] reeds op 31 oktober 2013 kon beschikken over de gestolen waar.

Enkele dagen later, op 2 november 2013 vond een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 6] en de gebruiker van telefoonnummer [nr] 96, zijnde het telefoonnummer van [verdachte] (zie de overwegingen van de rechtbank betreffende de gebruikte telefoonnummers, hiervoor in paragraaf 3.1). In dit gesprek werd gesproken over een betaling van 90 euro die [medeverdachte 6] ”een uurtje terug” aan [medeverdachte 1] had gedaan. Daarbij werd ook opgemerkt dat [medeverdachte 1] op dat moment naar een bruiloft was.

Uit het voorgaande - in onderlinge samenhang beschouwd - concludeert de rechtbank dat zowel [verdachte] als [medeverdachte 1] reeds op 31 oktober 2013 konden beschikken over goederen die tijdens de inbraak in de woning aan de [adres 4] te Maurik zijn ontvreemd, welke goederen door [medeverdachte 1] zijn geleverd aan [medeverdachte 6], die daarvoor aan zowel [medeverdachte 1] als [verdachte] geld heeft gegeven.

Ten slotte overweegt de rechtbank nog dat de telefoonnummers van zowel [medeverdachte 1] (nummer [nr]) als [verdachte] (nummer [nr]) in de nacht van 30 op 31 oktober 2013, omstreeks 02.13 uur, de KPN steunzender aan de Doejenburg te Maurik hebben aangestraald.97

Dit alles brengt de rechtbank tot de overtuiging dat de diefstal van goederen uit de woning aan de [adres 4] te Maurik gezamenlijk is gepleegd door [medeverdachte 1] en [verdachte].

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in de periode van 30 oktober 2013 tot en met 31 oktober 2013 te Maurik, gemeente Buren, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 4], heeft weggenomen notebooks, Ipods, een Iphone, een Ipad, een tablet, een geheugenkaart, schoeisel en een tas, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5] waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen goederen onder hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader het cilinderslot van de voordeur geforceerd

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde (zaakdossier 27)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 2 december 2012 is ingebroken in een woning aan de [adres 14] te Tiel. Door [benadeelde 7], de bewoner van dat pand, is aangifte gedaan van de diefstal van een Medion laptop, diverse sieraden en twee postzegelalbums.98 Aan de achterzijde van de woning zijn indruksporen van een breekwerktuig en bloedsporen op het keukenraamkozijn aangetroffen.99

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal door middel van braak en inklimming.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat het aantreffen van het DNA-materiaal van verdachte in een bloedspoor onvoldoende bewijs oplevert voor een bewezenverklaring. Het aantreffen van het DNA-spoor maakt dat hooguit geconcludeerd kan worden dat verdachte daar is geweest, maar is niet redengevend voor het oordeel dat verdachte het strafbare feit heeft gepleegd. Het bloedspoor kan hooguit worden gebruikt als ondersteunend bewijs. Gelet op het feit dat elk ander redengevend bewijs ontbreekt, is de raadsvrouw van oordeel dat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken.

De beoordeling door de rechtbank

Bij het opengebroken keukenraam zijn diverse sporen aangetroffen. Dit zijn braaksporen aan het keukenraamkozijn, een bloedspoor op de onderdorpel van dat raam aan de binnenkant, handschoensporen op het kozijn van het keukenraam en schoenzoolsporen op het aanrecht onder het inklimraam.100 Elders zijn geen braaksporen aan de woning waargenomen, waardoor de rechtbank van oordeel is dat het niet anders kan dan dat via het keukenraam de toegang tot de woning is verschaft.

Van het aangetroffen bloedspoor is een DNA-profiel opgesteld dat matcht met het DNA-profiel van verdachte.101Een aannemelijke verklaring voor de aanwezigheid van het aangetroffen bloedspoor, die zou kunnen leiden tot het oordeel dat het spoor niet van verdachte afkomstig is, dan wel dat het bloedspoor geen verband houdt met de inbraak, is door de verdediging niet gegeven en ook niet anderszins aannemelijk geworden. Verdachte heeft ervoor gekozen om zich bij de politie en ter terechtzitting op vragen met betrekking tot het aangetroffen DNA-spoor te beroepen op zijn zwijgrecht. Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat aan het bewijsminimum is voldaan.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 2 december 2012 te gemeente Tiel met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 14] heeft weggenomen een laptop, een postzegelverzameling en meerdere sieraden, toebehorende aan [benadeelde 7], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, en inklimming (immers heeft hij, verdachte, het raam van de keuken van voornoemde woning geforceerd).

Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde (zaaksdossier 34)

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de periode tussen 14 november 2013 tot en met 15 november 2013 is ingebroken in de woning van [benadeelde 8] aan de [adres 15] te Maurik. Bij deze inbraak zijn – onder
meer - de volgende aan hem toebehorende goederen weggenomen:

  • -

    een computer (notebook), van het merk/type Acer Aspire 930wsmi;

  • -

    een computer (notebook), van het merk Compaq;

  • -

    een kluis met inhoud;

  • -

    een sieradendoosje.102

Men heeft zich toegang tot de woning verschaft door met een breekvoorwerp een draairaam in de voorgevel van de woning open te breken.103

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van de bewijsmiddelen niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan. Hij heeft gerequireerd tot vrijspraak van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde feit.


Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat verdachte bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

De beoordeling door de rechtbank
Op 11 december 2013 heeft een doorzoeking plaatsgevonden van een schuur/bergruimte,behorende bij het adres [adres 17] te Tiel, zijnde (destijds) het woonadres van [medeverdachte 2]. Bij deze doorzoeking is onder meer een kluis aangetroffen en in beslag genomen.104 In de kluis, met een buitenmaat van 25 x 25 x 35 centimeter, bevond zich onder andere een kentekenbewijs van een Opel met kenteken [kenteken] op naam van “[benadeelde 15], [adres 15], [adres 16]”.105 De kluis en de inhoud daarvan is getoond aan [benadeelde 8] en deze heeft verklaard de kluis voor 100% als de zijne te herkennen aan de kleur, de cijferslotcombinatie en de klembouten waarmee de kluis bevestigd was.106

Op de aangetroffen kluis lag een plastic tas.107 Op die tas is een vingerafdruk aangetroffen van [medeverdachte 4].108 [medeverdachte 4] heeft geen verklaring gegeven voor de aanwezigheid van die vingerafdruk.

[benadeelde 9], de dochter van [benadeelde 8], heeft tegenover een verbalisant verklaard dat de buurvrouw van haar ouders, [betrokkene 1], op 14 november 2013 omstreeks 17.00 uur nog in de woning van haar ouders is geweest, waarbij haar toen nog niets bijzonders was opgevallen. Voorts heeft [benadeelde 9] verklaard dat zij op 15 november 2013 omstreeks 10.00 uur bij de woning van haar ouders kwam en bij binnenkomst in de woonkamer zag dat er planten uit de vensterbank waren, dat de gordijnen scheef hingen en dat het draairaam was opengebroken.109 Dit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank de conclusie dat de inbraak heeft plaatsgevonden in de periode die is gelegen tussen 14 november 2013, 17.00 uur, en 15 november 2013, 10.00 uur.

De rechtbank betrekt bij de verdere beoordeling een aantal afgeluisterde telefoongesprekken.

Zoals de rechtbank hiervóór in paragraaf 3.1 reeds heeft overwogen, zijn de (mede)verdachten in het Boxer-onderzoek bij - onder meer - de navolgende telefoonnummers te plaatsen:

 [medeverdachte 4] als gebruiker van het telefoonnummer [nr];

 [medeverdachte 1] als gebruiker van de telefoonnummers [nr] en [nr];

 [verdachte] als gebruiker van het telefoonnummer [nr];

 [medeverdachte 3] als gebruiker van telefoonnummer [nr];

 [medeverdachte 2] als gebruiker van telefoonnummer [nr].


Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet aannemelijk geworden dat genoemde telefoonnummers door anderen dan de daarbij vermelde verdachten zijn gebruikt. Gelet hierop gaat de rechtbank er van uit dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben deelgenomen aan de hierna weer te geven telefoongesprekken op grond van de aan die gesprekken gekoppelde telefoonnummers. De rechtbank neemt op dezelfde gronden aan dat [medeverdachte 4] op 15 november 2013 om 11:41:30 uur heeft gebeld met [medeverdachte 3] en dat hij later die dag, om 15:17:40 uur, heeft gebeld met [medeverdachte 2].

In de periode waarbinnen de inbraak heeft plaatsgevonden, werden de volgende telefoongesprekken opgenomen, waarbij de rechtbank voor de begrijpelijkheid telkens tussen haakjes zal vermelden wie volgens de hiervoor bedoelde overwegingen deelnemer aan het gesprek moet zijn:

(Telefoongesprek verwijderd door publicatie).

De rechtbank constateert dat in de telefoongesprekken met de sessienummers 1099, 1102, 2842 en 1127 onder meer werd gesproken over een schuur van een broer, over het openen van een kleine kluis, over het openen van “andere dingen”, en over een “kloez” die “nagecheckt” moet worden in de schuur. Deze bewoordingen passen bij de eerdergenoemde bevindingen met betrekking tot het aantreffen van een kluis in de schuur/bergruimte die behoort bij de woning van [medeverdachte 2], de broer van [medeverdachte 3].

Naar het oordeel van de rechtbank vloeit uit de op 15 november 2013 vanaf 11:41:30 uur door [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] en [verdachte] gevoerde telefoongesprekken, in onderling verband beschouwd, en voorts bezien in nauwe samenhang met de overige hiervóór weergegeven bewijsmiddelen, overtuigend voort dat zij omstreeks 15:17 uur zijn samengekomen bij de woning van [medeverdachte 2] om in de bij die woning behorende schuur/bergruimte een kluis te openen. Dit betreft de kluis die is ontvreemd bij de onderhavige inbraak. Immers, de aangetroffen kluis is herkend als de uit de woning aan de [adres 15] ontvreemde kluis en uit het gesprek met sessienummer 1099 herleidt de rechtbank dat gesproken wordt over een kleine kluis. Bij dit laatste overweegt de rechtbank dat de buitenmaat van de kluis
25 x 25 x 35 centimeter was110, hetgeen de rechtbank als een kleine kluis aanmerkt.

De omstandigheid dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] en [verdachte] korte tijd na de gepleegde inbraak in de woning aan de [adres 15] de beschikking hadden over een bij die inbraak weggenomen kluis rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank, bij gebreke van een aannemelijke alternatieve verklaring, reeds de conclusie dat zij die inbraak moeten hebben gepleegd. Voor deze conclusie kan bovendien steun worden gevonden in de hiervóór weergegeven telefoongesprekken. Immers, uit de door [medeverdachte 4], [medeverdachte 1] en [verdachte] gevoerde gesprekken met sessienummers 2820, 1083, 480 en 481, kan worden afgeleid dat deze drie personen met elkaar een ontmoeting afspreken in de nacht van 14 op 15 november 2013. Dat het daarbij de locatie Maurik betreft, blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit het eerder aangehaalde gesprek in de avond van 14 november 2013 (sessienummer 2741), waarin wordt gesproken over “vanavond”, “Jackpot” en “In [adres 18]”. Deze conclusie vindt bovendien steun in het gegeven dat de telefoontoestellen van zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 4] en [verdachte] die nacht een zendmast in Maurik aanstraalden, wat naar het oordeel van de rechtbank een sterke aanwijzing vormt dat zij alle drie die nacht in Maurik waren. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking het feit van algemene bekendheid dat de afstand - hemelsbreed - tussen Tiel en Maurik ongeveer 8,5 kilometer bedraagt, hetgeen niet aannemelijk maakt dat op dat tijdstip deze drie telefoons contact zouden maken met een zendmast in Maurik als zij niet op die locatie waren.

Al het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat overtuigend kan worden bewezen dat [medeverdachte 4], [medeverdachte 1] en [verdachte] zich gezamenlijk, in nauwe en bewuste samenwerking, schuldig hebben gemaakt aan de inbraak in de woning aan de [adres 15] te Maurik.

Conclusie

De rechtbank acht op basis van de hiervoor aangehaalde wettige bewijsmiddelen overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat



hij in de periode van 14 november 2013 tot en met 15 november 2013 te Maurik, gemeente Buren, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit de woning gelegen aan de [adres 15] heeft weggenomen een kluis (met inhoud), een of meer laptop(s)/notebook(s), een sieradendoosje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 8]

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak(immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) het draairaam aan de voorzijde van voornoemde woning geforceerd.



Ten aanzien van het onder 7 tenlastegelegde (zaaksdossier 40)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 6 november 2013 is ingebroken in de woning van [benadeelde 11] aan de [adres 19] te Herveld, gemeente Overbetuwe. Daarbij zijn onder meer weggenomen een Asus laptop (serienummer 90N M UYC41 C541 CAC) en een Dell computer (waarvan geen serienummer bekend is geworden).111

Op 9 december 2013 heeft een doorzoeking plaats gevonden van de woning en schuur van [medeverdachte 6] aan de [adres 12] te Tiel. Daarbij zijn onder meer in beslag genomen een zilverkleurige Asus laptop (F.01.08.002) en een zilverkleurige Dell laptop (F.02.08.001).112

Bij onderzoek aan de in beslag genomen computers is vastgesteld dat de Asus laptop het serienummer 90N M UYC41 C541 CAC droeg en dat de Dell laptop het servicenummer 368RYQ1 had. Dat servicenummer was in de administratie van Dell gekoppeld aan Kreijne, [adres 19] te Herveld.113

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde heling van de Asus laptop en tot vrijspraak van de heling van de Dell computer.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit omdat de verklaringen van [medeverdachte 6] onbetrouwbaar zijn en bovendien onvoldoende zijn tegenover de ontkennende verklaring van verdachte.

De beoordeling door de rechtbank

[medeverdachte 6] is verhoord over de herkomst van een aantal bij hem aangetroffen goederen. Hij heeft daarbij verklaard dat hij de Asus laptop (F.01.08.002) heeft gekocht van “[medeverdachte 1]” en diens vriend en de Dell computer (F.02.08.001) van ene [betrokkene 2].114 [medeverdachte 6] heeft voorts verklaard dat “[medeverdachte 1]” vaak met een andere persoon kwam, dat ze samen kwamen en zeiden dat de spullen van hun samen waren. Vervolgens wordt [medeverdachte 6] een foto getoond, van wie hij zegt dat dat “[medeverdachte 1]” is. Van de jongen die vaak bij “[medeverdachte 1]” was, kent hij de naam niet.115 De foto die [medeverdachte 6] getoond werd en waarop hij “[medeverdachte 1]” herkende, betreft een politiefoto van de verdachte [medeverdachte 1].116 Gevraagd over de naam [medeverdachte 1], verklaart [medeverdachte 6] dat dat “[medeverdachte 1]” zou kunnen zijn; als ze bij hem zijn, noemen ze hem “[medeverdachte 1]”, maar aan de telefoon [noemden ze hem] [medeverdachte 1]. Hij kwam regelmatig bij hem.117 Later wordt [medeverdachte 6] een foto getoond, waarvan hij zegt dat daarop de persoon is afgebeeld die hij herkent als de jongen die altijd bij “[medeverdachte 1]” was als deze bij hem kwam. “[medeverdachte 1]” en hij waren eigenlijk onafscheidelijk, aldus [medeverdachte 6].118 Dit betreft een politiefoto van verdachte [verdachte].119

De rechtbank betrekt bij de verdere beoordeling een aantal afgeluisterde telefoongesprekken.

Zoals de rechtbank hiervóór in paragraaf 3.1 reeds heeft overwogen, zijn de (mede)verdachten in het Boxer-onderzoek bij - onder meer - de navolgende telefoonnummers te plaatsen:

 [medeverdachte 1] als gebruiker van de telefoonnummers ;

 [verdachte] als gebruiker van het telefoonnummer .

 [medeverdachte 6] als gebruiker van telefoonnummer .

Op grond daarvan concludeert de rechtbank dat aan de navolgende gesprekken is deelgenomen door de vermelde personen.

(Verwijderd tapsessie publicatie).

Conclusie

Uit deze tapgesprekken (ook al valt niet te herleiden dat deze betrekking hebben op onderhavige Asus laptop en Dell computer) leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 1] en [verdachte] bespreken om spullen (waarbij gesproken wordt over “tablet”, “lapie”, twee zakken met “taart” waarmee [verdachte] niet te lang buiten wil rondlopen) af te leveren bij [medeverdachte 6], dat zij hierover contact onderhouden met elkaar en samenwerken. Dit bevestigt de opmerking van [medeverdachte 6] dat beiden vaak samen kwamen en dat “de spullen” van hen beiden waren. Daarmee is sprake van medeplegen van de heling.

Op basis van het voorgaande concludeert de rechtbank dat de Asus laptop en de Dell computer afkomstig zijn van de inbraak in de woning van Kreijne en dat deze spullen zijn aangetroffen bij [medeverdachte 6]. Van de Asus laptop heeft [medeverdachte 6] verklaard deze binnen een maand na de inbraak te hebben gekocht van “[medeverdachte 1]” en diens vriend en de Dell computer te hebben gekocht van [betrokkene 2]. Nu de rechtbank op grond van hetgeen hiervoor reeds is overwogen, geen redenen heeft om te twijfelen aan de verklaringen van [medeverdachte 6] - die hiermee ook zichzelf incrimineert - volgt daaruit dat [medeverdachte 1] en [verdachte] de gestolen Asus hebben verkocht aan [medeverdachte 6]. Nu [medeverdachte 1] en [verdachte] geen verklaring hebben gegeven voor het feit dat zij klaarblijkelijk in bezit waren van deze gestolen laptop, meer in het bijzonder niet dat zij op rechtmatige wijze in het bezit daarvan zijn gekomen, dringt zich onontkoombaar de conclusie op, en kan het niet anders zijn dan dat zij wisten dat deze laptop afkomstig was van diefstal. In zoverre is de ten laste gelegde heling van de Asus laptop bewezen. Van heling van de Dell computer zullen [medeverdachte 1] en [verdachte] worden vrijgesproken nu [medeverdachte 6] verklaart deze te hebben gekocht van [betrokkene 2] en enige binding tussen hen en [betrokkene 2] niet is gebleken.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in de periode 06 november 2013 tot en met 09 december 2013 te Herveld,

gemeente Overbetuwe en/of Tiel tezamen en in vereniging met een ander heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

voormeld goed wisten

dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Ten aanzien van het onder 9 tenlastegelegde (zaaksdossier 46)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de periode van 29 december 2011 tot 6 januari 2012 is ingebroken in de woning van [benadeelde 16] aan de [adres 20]te Tiel. Daarbij is onder meer weggenomen een Sony laptop.120

Op 9 december 2013 heeft een doorzoeking plaats gevonden van de woning en schuur van [medeverdachte 6] aan de [adres 12] te Tiel. Daarbij is onder meer in beslag genomen een Sony notebook (beslagnummer F.02.04.002).121

Bij onderzoek aan deze laptop is vastgesteld dat de harde schijf documenten bevatte die betrekking hadden op [betrokkene 3] als secretaris van de kampeervereniging alsmede een adres van hem in Den Haag, [adres 21]122 Nader onderzoek wees uit dat [betrokkene 3] stond ingeschreven op het adres [adres 20]te Tiel. [betrokkene 3] is de man van aangeefster en heeft voorheen in Den Haag gewoond aan de [adres 21]123

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde heling van de Sony laptop.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geconcludeerd tot vrijspraak, gezien de onbetrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 6].

De beoordeling door de rechtbank

[medeverdachte 6] is verhoord over de herkomst van een aantal bij hem aangetroffen goederen. Hij heeft daarbij verklaard dat hij de Sony laptop (met beslagnummer F.02.04.002) heeft gekocht van “[medeverdachte 1]” en diens vriend.124 [medeverdachte 6] heeft voorts verklaard dat “[medeverdachte 1]” vaak met een andere persoon kwam, dat ze samen kwamen en zeiden dat de spullen van hun samen waren. Vervolgens wordt [medeverdachte 6] een foto getoond, van wie hij zegt dat dat “[medeverdachte 1]” is. Van de jongen die vaak bij “[medeverdachte 1]” was, kent hij de naam niet.125 De foto die [medeverdachte 6] getoond werd en waarvan hij “[medeverdachte 1]” herkende, betreft een politiefoto van de verdachte [medeverdachte 1].126 Gevraagd over de naam [medeverdachte 1], verklaart [medeverdachte 6] dat dat “[medeverdachte 1]” zou kunnen zijn; als ze bij hem waren, noemden ze hem “[medeverdachte 1]”, maar aan de telefoon [noemden ze hem] [medeverdachte 1]. Hij kwam regelmatig bij hem.127 Later wordt [medeverdachte 6] een foto getoond, waarvan hij zegt dat daarop de persoon is afgebeeld die hij herkent als de jongen die altijd bij “[medeverdachte 1]” was als deze bij hem kwam. “[medeverdachte 1]” en hij waren eigenlijk onafscheidelijk.128 Dit betreft een politiefoto van verdachte [verdachte].129 Nadien heeft [medeverdachte 6] nogmaals verklaard dat hij de Sony laptop (met beslagnummer F.02.04.002) heeft gekocht van “[medeverdachte 1]” en zijn vriend; de laptop was kapot.130

De rechtbank betrekt bij de verdere beoordeling een aantal afgeluisterde telefoongesprekken.

Zoals de rechtbank hiervóór in paragraaf 3.1 reeds heeft overwogen, zijn de (mede)verdachten in het Boxer-onderzoek bij - onder meer - de navolgende te plaatsen:

 [medeverdachte 1] als gebruiker van de telefoonnummers [nr] en [nr];

 [verdachte] als gebruiker van het telefoonnummer [nr].

 [medeverdachte 6] als gebruiker van telefoonnummer [nr].

Op grond daarvan concludeert de rechtbank dat aan de navolgende gesprekken is deelgenomen door de vermelde personen.

Een tapgesprek (Verwijderd publicatie)

Conclusie

Uit deze tapgesprekken (ook al gaan die gesprekken niet over onderhavige Sony laptop) leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 1] en [verdachte] bespreken om spullen (waarbij gesproken wordt over “tablet”, “lapie”, twee zakken met “taart” waarmee [verdachte] niet te lang buiten wil rondlopen) af te leveren bij [medeverdachte 6], dat zij hierover contact onderhouden met elkaar en samenwerken. Dit bevestigt de opmerking van [medeverdachte 6] dat beiden vaak samen kwamen en “de spullen” van hen beiden waren. Daarmee is er sprake van medeplegen van de heling.

Op basis van het voorgaande staat vast dat de Sony laptop afkomstig is van de inbraak in de woning van [benadeelde 16] en [benadeelde 17] en dat deze laptop is gevonden bij [medeverdachte 6]. [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben deze gestolen Sony laptop verkocht aan [medeverdachte 6]. Nu beiden geen verklaring hebben gegeven voor het feit dat zij klaarblijkelijk in bezit waren van deze gestolen laptop, meer in het bijzonder niet dat zij op rechtmatige wijze in het bezit daarvan zijn gekomen, dringt zich onontkoombaar de conclusie op dat zij wisten dat deze laptop afkomstig was van diefstal. Daarmee is de tenlastegelegde heling van de Sony laptop bewezen. Het tijdsverloop tussen de inbraak en de vondst van de laptop doet hier niet aan af.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:



hij in de periode van 29 december 2011 tot en met 09 december 2013 te gemeente Tiel tezamen en in vereniging met een ander een laptop heeft overgedragen, terwijl hij en zijn

mededader ten tijde van het verwerven van voormeld goed wisten, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

poging tot diefstal in vereniging, gevolgd van geweld tegen personen met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad de vlucht mogelijk te maken

Ten aanzien van feit 2, 3 en 5 telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

Ten aanzien van feit 4:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

Ten aanzien van feit 7 en 9, telkens:

opzetheling, in vereniging gepleegd

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van onder 1, 2 primair, 3 primair, 4, 7 en 9 tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk met aftrek.

Gelet op het feit dat verdachte nog niet behoort tot de harde kern van jonge veelplegers, heeft de officier van justitie ruimte gezien voor een voorwaardelijk deel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat bij de strafoplegging rekening gehouden dient te worden met het feit dat verdachte een first offender betreft en dat het meest recente feit zich een jaar geleden heeft afgespeeld. Verdachte is sindsdien niet meer met politie en justitie in aanraking geweest. Dat wijst er op dat er geen sprake is van recidivegevaar. Voor zover er wordt aangenomen dat op basis van de tenlastelegging recidivegevaar wordt aangenomen, kan dit enkel betrekking hebben op een reguliere recidive en niet op de zogenoemde frequente recidive, zodat niet is voldaan aan die vorm van recidive. Verdachte werkt via een uitzendbureau vijf dagen per week en wordt door zijn ouders nauwlettend in de gaten gehouden. Bij de strafoplegging dient voorts rekening gehouden met het feit dat een deel van de feiten is gepleegd in de periode dat verdachte pas 17 jaar oud was, zodat de bijzondere bepalingen voor jeugdige personen in acht genomen dienen te worden. Gelet op het vorenstaande heeft de verdediging verzocht aan verdachte een geheel voorwaardelijke straf op te leggen dan wel een onvoorwaardelijk deel dat gelijk is aan de tijd dat verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd
30 september 2014; en

 voorlichtingsrapportages van Reclassering Nederland, respectievelijk gedateerd 20 mei 2014 en 16 september 2014, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Minderjarigenstrafrecht of meerderjarigenstrafrecht?

Verdachte was ten tijde van het hem onder 4 ten laste gelegde feit 17 jaar oud.

Ten aanzien van personen die ten tijde van het begaan van het strafbare feit de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt is de hoofdregel ingevolge artikel 77a van het Wetboek van Strafrecht dat het sanctierecht voor jeugdigen wordt toegepast. Van deze mogelijkheid kan echter op grond van artikel 77b van het Wetboek van Strafrecht worden afgeweken indien de ernst van het feit, de persoonlijkheid van de dader óf de omstandigheden waaronder het feit is begaan hiertoe aanleiding geven.

Enerzijds heeft de rechtbank het belang van de persoon van de verdachte beoordeeld. In de hiervoor genoemde reclasseringsrapporten heeft de rechtbank geen aanknopingspunten aangetroffen waaruit blijkt dat verdachte gezien dient te worden als een erg ‘kinderlijk’ persoon. In de rapportages wordt over verdachte ook gesproken als iemand die een “emotioneel/psychisch stabiele indruk’ maakt. Door de raadsvrouw zijn geen voorbeelden genoemd die maken dat de rechtbank dit anders zou moeten zien.

Anderzijds weegt de rechtbank zwaar mee dat de feiten waaraan verdachte schuldig is bevonden ernstige strafbare feiten betreffen. De rechtbank merkt daarbij voorts op dat het een fors aantal feiten betreft, die binnen korte tijd zijn gepleegd en dat die feiten een enorme impact hebben gehad op de woonomgeving waar de inbraken zijn gepleegd. De rechtbank overweegt dat met name de manier van ‘werken’ maakt dat gesproken kan worden van ‘volwassen criminaliteit’.

Met ‘de omstandigheden waaronder het feit is begaan’ heeft de wetgever, zo blijkt uit de memorie van toelichting, onder andere voor ogen gehad dat bij hetzelfde feit meerderjarige en minderjarige daders betrokken kunnen zijn. Om in die gevallen ‘gelijkwaardige’ straffen op te kunnen leggen is de mogelijkheid opgenomen om in die gevallen het meerderjarigen-strafrecht toe te passen. Van een dergelijke situatie is hier ook sprake.

In dit geval kan dus, zowel op grond van de ernst van de feiten als op grond van de omstandigheden van het geval, besloten worden tot toepassing van het meerderjarigenstrafrecht.

De rechtbank heeft bij lezing van het dossier waargenomen dat verdachte een grote (volwassen) rol had binnen de groep van personen die woninginbraken pleegden. Het beeld dat verdachte ter terechtzitting van zichzelf heeft laten zien, is dat van een onverschillige jongeman, die zeer bewust verkeerde keuzes heeft gemaakt.

De rechtbank vindt dan ook zowel in de persoon van de verdachte, als in de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan reden om af te wijken van de hoofdregel om het jeugdsanctierecht toe te passen en zal het volwassenensanctierecht toepassen.

De rechtbank overweegt vervolgens als volgt.

Verdachte heeft in een paar maanden tijd samen met zijn mededaders een aantal woninginbraken gepleegd. Midden in de nacht trokken verdachte en zijn mededaders erop uit en daarbij werd in één geval zelfs niet geschuwd om geweld te gebruiken. Deur- en/of raamkozijnen zijn voorts op zijn minst fors beschadigd, maar ook geregeld totaal vernield. De woningen werden vervolgens volledig overhoop gehaald. Dergelijke feiten brengen voorts gevoelens van onveiligheid, verdriet en wantrouwen teweeg bij niet alleen de slachtoffers maar ook de maatschappij. De inbraken werden bovendien veelal gepleegd terwijl de bewoners op vakantie waren. Naar het oordeel van de rechtbank getuigt een dergelijke werkwijze van een grote mate van disrespect voor de persoonlijke levenssfeer van anderen. Verdachte en zijn mededaders hebben daarop in ernstige mate inbreuk gemaakt. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De bewoners van de getroffen woningen in Tiel en hun omgeving hebben zich, onder andere door de veelheid aan woninginbraken, niet meer veilig kunnen voelen in hun woning, wijk en stad. Naast dit wijdverbreide onveiligheidsgevoel en de materiële schade die de slachtoffers van de door inbraak getroffen woningen opliepen, werden bij de woninginbraken ook nog veel onvervangbare sieraden en andere persoonlijke goederen, zoals bijvoorbeeld gegevensdragers of werkafspraken, meegenomen. De grote emotionele waarde die deze sieraden en de overige goederen voor de slachtoffers vertegenwoordigden, is door de verdachte en zijn mededaders botweg genegeerd. Zij waren louter uit op eigen, ‘gemakkelijk’ financieel gewin.

Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan heling, ook vanuit financieel gewin.

Ter afdoening van de soort en het aantal strafbare feiten, zoals door verdachte gepleegd, acht de rechtbank enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur passend en geboden. Uit de opgemaakte rapportages blijkt dat verdachte geen inzicht heeft willen geven in (zijn achtergrond en zijn beweegredenen ) . Tijdens de behandeling ter terechtzitting is daarin geen verandering gekomen. Hij heeft geen enkel berouw getoond. Een voorwaardelijk strafdeel is ook daarom naar het oordeel van de rechtbank niet aan de orde. Verdachte is weliswaar niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten, maar de rechtbank heeft bij het opleggen van de straf mede gelet op de straffen die gewoonlijk worden opgelegd voor dit soort feiten. Ook de veelheid aan strafbare feiten maakt dat de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal opleggen van de hierna te noemen duur. In de door de raadsvrouw genoemde omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding om tot een andere straf te komen. De rechtbank komt daarbij tot een hogere strafoplegging dan door de officier van justitie is geëist nu de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat er meer feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zal op de straf in mindering moeten worden gebracht.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verbeurdverklaring van de Volkswagen Golf gevorderd, omdat voldoende aannemelijk is geworden dat het voertuig op enig moment is gebruikt bij het plegen of voorbereiden van strafbare feiten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor teruggave van de personenauto. Hiertoe is aangevoerd dat er geen sprake is van aanschaf van de auto met geld dat afkomstig is van een strafbaar feit. Evenmin is vastgesteld dat het voertuig is gebruikt bij strafbare feiten.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven Volkswagen Golf personenauto toebehoort aan verdachte en aan verdachte zal moeten worden teruggegeven, nu niet is komen vast te staan dat verdachte de door hem gepleegde feiten met behulp van de in beslag genomen auto heeft gepleegd.

6b. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

benadeelde partij [benadeelde 3]

De benadeelde partij [benadeelde 3] zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk moet verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw is het eens met de officier van justitie.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat de benadeelde partij [benadeelde 3] niet ontvankelijk dient te worden verklaard nu hij heeft nagelaten het bedrag van de vordering te noemen.

benadeelde partij [benadeelde 5]

De benadeelde partij [benadeelde 5] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 4319,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5] tot betaling van het volledige bedrag hoofdelijk toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, de benadeelde partij [benadeelde 5] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard dan wel afgewezen dient te worden. Zij stelt daartoe onder meer dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en niet eenvoudig van aard.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de vordering van [benadeelde 5] tot een bedrag van € 100,00 aan telefoonkosten toewijzen, waarbij de omvang van de schade door de rechtbank op basis van de overgelegde stukken op dat bedrag is begroot.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is of wordt voldaan.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering ter zake van vergoeding van materiële schade omdat dit deel van de vordering onvoldoende met stukken is onderbouwd. Nader onderzoek ter onderbouwing zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

benadeelde partij [benadeelde 7]

De benadeelde partij [benadeelde 7] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 4 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 581,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7] tot betaling van het volledige bedrag hoofdelijk toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7] niet-ontvankelijk verklaard dient te worden dan wel afgewezen dient te worden. Zij stelt daartoe onder meer dat de vordering onvoldoende onderbouwd is.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 7] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering omdat de vordering onvoldoende met stukken is onderbouwd. Een nadere beoordeling van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen.

benadeelde partij [benadeelde 8]

De benadeelde partij [benadeelde 8] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 5 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 15.121,36.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij [benadeelde 8], nu hij vrijspraak heeft gevorderd voor het feit waarin de benadeelde zich heeft gesteld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8] niet-ontvankelijk verklaard dient te worden dan wel afgewezen dient te worden. Zij stelt daartoe onder meer dat de vordering onvoldoende onderbouwd is en niet eenvoudig is vast te stellen.

De beoordeling van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering van [benadeelde 8] wegens de materiële schade in zijn geheel - hoofdelijk - toewijzen, zijnde een bedrag van bedrag van € 15.121.36 (met de wettelijke rente daarover vanaf 14 november 2013). Het taxatierapport in combinatie met de ondertekende brief van [naam bv] B.V. levert naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwing op voor de post ‘ ontvreemde sieraden’. De overige posten zijn naar het oordeel van de rechtbank ook een voldoende onderbouwing voor de geleden schade.

De verdachte is dus niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is of wordt voldaan.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

benadeelde partij [benadeelde 11]

De benadeelde partij [benadeelde 11] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 7 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1434,50.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11] tot betaling van het volledige bedrag hoofdelijk toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11] niet-ontvankelijk verklaard dient te worden dan wel afgewezen dient te worden. Zij stelt daartoe onder meer dat de vordering niet eenvoudig is vast te stellen.

De beoordeling van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 11] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de gevorderde schade niet rechtstreeks is toegebracht door het door verdachte begane feit.

benadeelde partij [benadeelde 11]

De benadeelde partij [benadeelde 11] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 8 tenlastegelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1150,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11].

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11] niet-ontvankelijk verklaard dient te worden dan wel afgewezen dient te worden. Zij stelt daartoe onder meer dat het causale verband tussen de schade en het feit waarvan verdachte verdacht wordt ontbreekt.

De beoordeling van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 11] in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaren, nu aan verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd ter zake van het feit waarop de vordering van de benadeelde [benadeelde 11] ziet, noch toepassing wordt gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht ten aanzien van dit feit.

benadeelde partij [benadeelde 12]

De benadeelde partij [benadeelde 12] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 9 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 600,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 12] tot betaling van het volledige bedrag hoofdelijk toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 12] niet-ontvankelijk verklaard dient te worden dan wel afgewezen dient te worden. Zij stelt daartoe onder meer dat het causale verband tussen de schade en het feit waarvan verdachte verdacht wordt ontbreekt.

De beoordeling van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 12] niet-ontvankelijk verklaren nu de gevorderde schade niet rechtstreeks is toegebracht door het door verdachte begane feit.

benadeelde partij [benadeelde 13] Reisbureau

De benadeelde partij [benadeelde 13] Reisbureau heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 90.700,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van benadeelde partij [benadeelde 13] Reisbureau, nu er een te ver verwijderd verband is tussen de gevorderde schade en de bewezenverklaarde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [benadeelde 13] Reisbureau niet-ontvankelijk verklaard dient te worden dan wel dat de vordering dient te worden afgewezen. Zij stelt daartoe onder meer dat de vordering niet eenvoudig is vast te stellen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 13] Reisbureau niet-ontvankelijk verklaren. Voor een goede beoordeling van de vordering is meer onderbouwing nodig, maar dat zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 45, 47, 57, 310, 311, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van de onder 6 en 8 tenlastegelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Beveelt de teruggave van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een Volkswagen Golf personenauto met kenteken JZ-JB-15, aan de veroordeelde.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] (feit 2)

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5] (feit 3)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover de mededader betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde 5] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde 5], te betalen € 100,-- (honderd euro).

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover de mededader betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover[benadeelde 5] zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 5], te betalen € 100,-- (honderd euro) te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7] (feit 4)

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8] (feit 5)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover mededader(s) betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde 8] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde 8], te betalen € 15.121,36 (vijftienduizend honderdeenentwintig euro en zesendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 8], te betalen € 3780,34 (drieduizend zevenhonderdtachtig euro en vierendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 47 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11] (feit 7)

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 11] (feit 8)

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 12] (feit 9)

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 13] Reisbureau

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Aldus gewezen door:

mr. P.C. Quak (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. K.A.M. van Hoof, rechters,

in tegenwoordigheid van E. Terlouw-Boeijink en mr. D.G. Wessels-Harmsen, griffiers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 november 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant(en) van de regiopolitie Gelderland-Zuid, Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer BVH-2014003643, gesloten op 25 februari 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal, pag. 804 (p. 806).

3 Proces-verbaal, pag. 844

4 Proces-verbaal beslag, pag. 3443 (p. 3445).

5 Samenvattend proces-verbaal, pag. 54, en mutatie d.d. 29 juli 2013, p. 929.

6 Tapverslag sessie 389, pag. 930.

7 Proces-verbaal van verhoor, pag. 932.

8 Proces-verbaal, pag. 69.

9 Proces-verbaal, pag. 71.

10 Proces-verbaal beslag, pag. 3445.

11 Proces-verbaal, pag. 65 en 66.

12 Proces-verbaal, pag. 1864.

13 Proces-verbaal beslag, pag. 3449 en proces-verbaal bevindingen, pag. 458.

14 Tapverslag sessie 2663, pag. 1522 en 1523.

15 Proces-verbaal, pag. 1866.

16 Tapverslag sessies 56 en 163, pag. 293 en 295.

17 Tapverslag sessie 263, pag. 296.

18 Tapverslag sessie 118, pag. 294.

19 Tapverslag 1129, pag. 1741.

20 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2], pag. 1868.

21 Tapverslag sessie 383, pag. 176.

22 Proces-verbaal van verhoor ‘getuige 1’(van wie de nadere gegevens bekend zijn bij de politie), pag. 813, en proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’(van wie de nadere gegevens bekend zijn bij de politie), pag. 816, alsmede proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1], pag. 820

23 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 804/805, alsmede het proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’, pag. 816

24 Proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’, pag. 816

25 Proces-verbaal van verhoor ‘getuige 1’, pag. 813 en proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’, pag. 816

26 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 805

27 Luchtfoto, pag. 815

28 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], pag. 895, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] pag. 897, alsmede de kennisgeving van inbeslagneming, pag. 810

29 Proces-verbaal van werktuigsporenonderzoek d.d. 2 december 2013, pag. 944

30 Proces-verbaal van bevindingen (buurtonderzoek) d.d.29 juli 2013, pag. 829, alsmede proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 september 2013, pag. 834

31 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 806, alsmede de kennisgeving van inbeslagneming, pag. 810

32 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 806, alsmede de kennisgeving van inbeslagneming, pag. 809

33 Mutatierapport d.d. 29 juli 2013, alsmede proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1], pag. 994

34 Fotobijlage op pag. 837 bij de kennisgeving van inbeslagneming, pag. 835

35 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1], pag. 997

36 Rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 977 in combinatie met “tabel 1”, 2e rij, pag. 978

37 Rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 977 in combinatie met “tabel 1”, 6e rij, pag. 978

38 Rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 977 in combinatie met “tabel 1”, 4e rij, pag. 978

39 Bijlage bij rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 981

40 Bijlage bij rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 982

41 Rapport NFI d.d. 8 januari 2014, pag. 985

42 Rapport NFI d.d. 10 januari 2014, pag. 989

43 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2103, pag. 844

44 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 12 december 2013, pag. 995

45 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 11 december 2013, pag. 110

46 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2013, pag. 844 resp. 845

47 Proces-verbaal van verhoor ‘getuige 1’, pag. 813 en proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’, pag. 816

48 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 804, alsmede proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’, pag. 816

49 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 2], pag. 822, alsmede het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 804

50 In het bijzonder proces-verbaal van verhoor ‘getuige 1’, pag. 813, laatste alinea

51 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 3], pag. 1009, alsmede proces-verbaal verhoor aangever, pag. 1052.

52 Proces-verbaal “aangetroffen laptops” d.d. 17 december 2013, pag. 1050, alsmede stam proces-verbaal d.d. 24 februari 2014, pag. 1007.

53 Proces-verbaal verhoor aangever, pag. 1052-1053, alsmede proces-verbaal “aangetroffen laptops” d.d. 17 december 2013, pag. 1050.

54 Proces-verbaal van verhoor d.d. 12 december 2013 van [medeverdachte 6], pag. 1057.

55 Bijlage in beslag genomen goederen [adres 12] te Tiel, pag. 1058.

56 Proces-verbaal van verhoor d.d. 5 februari 2014 van [medeverdachte 6], pag. 1063.

57 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6] d.d. 9 december 2013, pag. 513.

58 Verhoor van [medeverdachte 6] door de rechter-commissaris d.d. 26 september 2014 (pag. 2), alsmede het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 6] d.d. 9 december 2013, pag. 513, laatste alinea.

59 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6] d.d. 9 december 2013, pag. 518. Desbetreffende foto is opgenomen op pag. 521.

60 Proces-verbaal d.d. 10 december 2013, pag. 522

61 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] d.d. 11 december 2013, pag. 110.

62 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6] d.d. 9 december 2013, pag. 518, laatste alinea.

63 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6] d.d. 11 december 2013, pag. 533, alsmede de weergave van een telefoongesprek op 31 oktober 2013 tussen [medeverdachte 6] en de gebruiker van telefoonnummer [nr], pag. 1250. De foto betreft pag. 534.

64 Proces-verbaal d.d. 30 januari 2014, pag. 546

65 Proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’, pag. 816

66 Proces-verbaal van verhoor ‘getuige 1’, pag. 813, en proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’, pag. 816.

67 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 805.

68 Luchtfoto, pag. 815.

69 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], pag. 895, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] pag. 897, alsmede de kennisgeving van inbeslagneming, pag. 810

70 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 806, alsmede de kennisgeving van inbeslagneming, pag. 809.

71 Rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 977 in combinatie met “tabel 1”, 2e rij, pag. 978.

72 Rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 977 in combinatie met “tabel 1”, 6e rij, pag. 978.

73 Rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 977 in combinatie met “tabel 1”, 4e rij, pag. 978.

74 Bijlage bij rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 981.

75 Bijlage bij rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 982.

76 Rapport NFI d.d. 8 januari 2014, pag. 985.

77 Rapport NFI d.d. 10 januari 2014, pag. 989.

78 Proces-verbaal van werktuigsporenonderzoek d.d. 2 december 2013, pag. 937.

79 Proces-verbaal van werktuigsporenonderzoek d.d. 2 december 2013, pag. 944 en pag. 938, 3e alinea.

80 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 6], pag. 1167, alsmede een goederenbijlage d.d. 12 november 2013, pag. 1170.

81 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 november 2013, pag. 1183.

82 Proces-verbaal bevindingen analyse verkeersgegevens, pag. 1217, alsmede proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6] d.d. 9 december 2013, pag. 1251.

83 Proces-verbaal van verhoor d.d. 9 december 2013 van [medeverdachte 6], pag. 1255 (laatste regel)/pag. 1256, alsmede afstandsverklaring, pag. 1245.

84 Proces-verbaal d.d. 13 december 2013, pag. 1244, alsmede de afstandsverklaring, pag. 1245.

85 Processen-verbaal van verhoor d.d. 9 december 2013 van [medeverdachte 6], pag. 1251 resp. pag. 1255.

86 Proces-verbaal van verhoor d.d. 10 december 2013 van [medeverdachte 6], pag. 1262 en 1263, bovenste alinea

87 Proces-verbaal van verhoor d.d. 9 december 2013 van [medeverdachte 6], pag. 513.

88 Verhoor van [medeverdachte 6] door de rechter-commissaris d.d. 26 september 2014 (pag. 2), alsmede het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 6] d.d. 9 december 2013, pag. 513, laatste alinea.

89 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6] d.d. 9 december 2013, pag. 518.

90 Proces-verbaal d.d. 10 december 2013, pag. 522.

91 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] d.d. 11 december 2013, pag. 110.

92 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6] d.d. 9 december 2013, pag. 518, laatste alinea.

93 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6] d.d. 11 december 2013, pag. 533, alsmede de weergave van een telefoongesprek op 31 oktober 2013 tussen [medeverdachte 6] en de gebruiker van telefoonnummer [nr], pag. 1250

94 Proces-verbaal d.d. 30 januari 2014, pag. 546

95 Proces-verbaal van verhoor d.d. 10 december 2013 van [medeverdachte 6], pag. 1262, laatste regel.

96 Weergave (sessienr. 2095) van een telefoongesprek op 2 november 2013 tussen [medeverdachte 6] en de gebruiker van telefoonnummer [nr], pag. 1277, alsmede proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 6], pag. 1273.

97 Proces-verbaal mastlocatie d.d. 5 februari 2014, pag. 1210.

98 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde 7], pag. 1421, en de goederenbijlage, pag. 1424 en 1425.

99 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde 7], pag.1422, en proces-verbaal sporenonderzoek, pag. 1437.

100 Proces-verbaal sporenonderzoek, pag. 1437.

101 Proces-verbaal sporenonderzoek, pag. 1438, en NFI-rapport met bijlage, pag. 1454.

102 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 9] d.d. 15 november 2013, pag. 1680-1682, en Bijlage weggenomen goederen d.d. 4 december 2013, pag. 1689-1693.

103 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 9] d.d. 15 november 2013, pag. 1682, en proces-verbaal Sporenonderzoek d.d. 16 november 2013, pag. 1708.

104 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 11 december 2013, pag. 1793, lijst van inbeslaggenomen goederen, pag. 1794, en proces-verbaal doorzoeking d.d. 11 december 2013, pag. 1799 en 1800.

105 Proces-verbaal onderzoek kluis d.d. 11 december 2013, pag. 1803-1807.

106 Proces-verbaal verhoor getuige d.d. 13 december 2013, pag. 1826 en 1827.

107 Bovenste foto op pag. 1797, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 11 december 2013.

108 Proces-verbaal Sporenonderzoek d.d. 17 december 2013, pag. 1809, 5de alinea, Rapport dactyloscopisch onderzoek d.d. 6 januari 2014, pag. 1817 en 1818, alsmede rapport NFO d.d. 22 oktober 2014 (contra-expertise).

109 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 9] d.d. 15 november 2013, pag. 1681.

110 Proces-verbaal onderzoek kluis d.d. 11 december 2013, pag. 1803.

111 Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 11], pag. 2075 en bijbehorende goederenbijlage.

112 Proces-verbaal doorzoeking, pag. 3524 en bijbehorende beslaglijst pag. 3530 resp. pag. 3531.

113 Proces-verbaal bevindingen, pag. 2082.

114 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 6], pag. 2087.

115 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6], pag. 517 (pag. 518). Bedoelde foto is als bijlage bij het proces-verbaal gevoegd, pag. 521.

116 Proces-verbaal, pag. 522.

117 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6], pag. 510 (pag. 513).

118 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6], pag. 530 (pag. 533). Bedoelde foto is als bijlage bij het proces-verbaal gevoegd, pag. 534.

119 Proces-verbaal. pag. 546.

120 Proces-verbaal van aangifte [benadeelde 16], pag. 2319 en bijbehorend overzicht van gestolen spullen, pag. 2322.

121 Proces-verbaal doorzoeking, pag. 3524 en bijbehorende beslaglijst pag. 3530.

122 Proces-verbaal, pag. 2310-2311.

123 Proces-verbaal, pag. 2332.

124 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 6], pag. 2335.

125 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6], pag. 517 (pag. 518). Bedoelde foto is als bijlage bij het proces-verbaal gevoegd, pag. 521.

126 Proces-verbaal, pag. 522.

127 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6], pag. 510 (pag. 513).

128 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6], pag. 530 (pag. 533). Bedoelde foto is als bijlage bij het proces-verbaal gevoegd, pag. 534.

129 Proces-verbaal. pag. 546.

130 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 6], pag. 2340 (pag. 2342).