Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:7969

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-11-2014
Datum publicatie
23-12-2014
Zaaknummer
05/863052-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 20-jarige man uit Tiel tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een werkstraf van 150 uur wegens een woninginbraak en het witwassen van de buit door buitenlandse valuta om te wisselen bij een GWK. De man is niet eerder veroordeeld voor dergelijke feiten. De opgelegde straf is gelijk aan de eis van de officier van justitie. Ook dient de man schadevergoeding te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/863052-13

Data zittingen : 23 mei 2014 (regie), 31 oktober 2014 en 3 november 2014

Datum uitspraak : 17 november 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres 1]

plaats : [woonplaats]

raadsvrouw : mr. S. Grilk, advocaat te Arnhem.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 8 november 2013 tot en met 12 november 2013

te Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een woning gelegen aan de [adres 2], heeft weggenomen een

Ipad, een of meer computer(s), een of meer lader(s), een geldkistje met

inhoud, een blik met muntgeld, geldbedragen (in diverse coupures en valuta),

een bestekcassette, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een

bovenlicht/klapraam van de woning geforceerd/opengebroken en heeft/hebben zij

zich hierdoor de toegang tot voornoemde woning verschaft (zaaksdossier 32);

2.

hij op of omstreeks 12 november 2013 te Utrecht en/of Tiel en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) een of meerdere voorwerp(en), te weten een geldbedrag aan (diverse) buitenlandse valuta (totaal 426,89 euro) -de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel heeft verborgen of verhuld

wie de rechthebbende op dat voorwerp en/of vermogensrecht is/zijn of het

voorhanden heeft/hebben, terwijl hij wist dat het voorwerp en/of

vermogensrecht -onmiddellijk of middellijk- afkomstig is/zijn uit enig

misdrijf, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededaders voornoemd

geldbedrag in buitenlandse valuta omgewisseld bij een grenswisselkantoor (GWK); en/of hij op of omstreeks 12 november 2013 te Utrecht en/of Tiel en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) een of meerdere voorwerp(en), te weten een geldbedrag aan (diverse) buitenlandse valuta (totaal 462,89 euro) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of

heeft omgezet of van genoemde voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat die diverse buitenlandse valuta en/of het geldbedrag -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf (zaaksdossier 32);

en/of

hij op of omstreeks 12 november 2013 te Utrecht en/of Tiel en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(van) een of meerdere voorwerp(en), te weten een geldbedrag aan (diverse)

buitenlandse valuta (totaal 462,89 euro) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet of van genoemde voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat die diverse buitenlandse valuta en/of het geldbedrag -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

3.

hij in of omstreeks de periode van 15 november 2013 tot en met 09 december

2013 te Maurik, gemeente Buren en/of Tiel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een kluis (met inhoud), een of meer laptop(s)/notebook(s) en/of ander(e) goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en)

vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof (zaaksdossier 34).

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 31 oktober 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. S. Grilk, advocaat te Arnhem. Ter terechtzitting van 3 november 2014 is het onderzoek gesloten.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

 [benadeelde 2] (t.a.v. feit 3)

[benadeelde 3] Reisbureau

Als benadeelde partij is ter terechtzitting verschenen [benadeelde 2], wettelijk vertegenwoordiger van[benadeelde 3] Reisbureau.

De officier van justitie, mr. H.G. Kuipers, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

3.1

Overwegingen ten aanzien van het gebruik van de telefoonnummers.

De rechtbank heeft in het dossier een groot aantal afgeluisterde telefoongesprekken aangetroffen. De samenstellers van het dossier hebben in de weergave daarvan aan die telefoongesprekken regelmatig namen gekoppeld, kennelijk op basis van stemherkenning. De rechtbank overweegt allereerst dat de onderbouwing van die vermelde stemherkenningen te zwak is gebleken om de conclusies van de verbalisanten te kunnen dragen. De rechtbank zal dus geen gevolgen verbinden aan de vermelde stemherkenningen. Wel heeft de rechtbank in het dossier verschillende aanknopingspunten aangetroffen die hebben geleid tot de overtuiging dat de in het Boxer-onderzoek opgevoerde verdachten de gebruikers zijn van specifieke telefoonnummers.

Daar waar de rechtbank in het dossier geen aanleiding heeft gevonden om tot een andere conclusie te komen, zal de rechtbank dan ook in alle navolgende overwegingen en conclusies bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten, uitgaan van de hierna weergegeven combinatie van telefoonnummers en de gebruiker daarvan.

[medeverdachte 1]

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Op 23 juli 2013 vond een poging tot inbraak plaats aan de [adres 3]. Daarbij werd een politieagent mishandeld door de overlopen daders. In de nabijheid van deze woning werden een rijbewijs en identiteitskaart ten name van[medeverdachte 1] gevonden alsmede een LG-telefoon.2 Deze telefoon bevatte een simkaart met genoemd telefoonnummer waarvan in het blue view systeem van de politie was vermeld dat dit nummer in gebruik was bij[medeverdachte 1].3 Bij doorzoeking van diens woning is in de slaapkamer van[medeverdachte 1] een simkaarthouder met dit telefoonnummer aangetroffen.4

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 1] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Op 29 juli 2013 heeft[medeverdachte 1] bij de politie melding gedaan van vermissing van zijn rijbewijs en identiteitskaart. Daarbij heeft hij als zijn telefoonnummer opgegeven [nr], als het nummer waarop hij bereikbaar zou zijn.5 Op 30 oktober 2013 werd door een politieagent gebeld naar dit telefoonnummer waarop de telefoon werd beantwoord door iemand die zich[medeverdachte 1] noemde. Er werd een afspraak gemaakt voor het ophalen van het rijbewijs en de identiteitskaart waarbij werd gezegd dat de politie de nodige vragen had over het kwijt raken van deze documenten.6 Dezelfde middag heeft[medeverdachte 1] zich gemeld bij de politie en is hij hierover gehoord.7
De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 1] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Tijdens de doorzoeking in de woning van[medeverdachte 1], [adres 4], op 11 december 2013 werd onder andere een Nokia telefoon aangetroffen en in beslag genomen waarin twee simkaarten konden worden geplaatst en die was voorzien van twee imei-nummers, te weten [nr]en [nr]. Daarnaast is (in de slaapkamer van[medeverdachte 1]) een Nokia telefoon aangetroffen en in beslag genomen met imei-nummer [nr].8 Een simkaart met genoemd telefoonnummer [nr] is gebruikt in deze twee telefoons.9

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 1] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Tijdens dezelfde doorzoeking in de woning van[medeverdachte 1] werd eveneens in diens slaapkamer een Samsung telefoon met imei-nr. [nr] aangetroffen en in beslag genomen (A.01.01.001).10 Deze telefoon is onderzocht en bleek een simkaart met telefoonnummer [nr] te bevatten.11

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 1] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

[medeverdachte 2]

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

[medeverdachte 2] heeft op 19 december 2013 verklaard dat hij genoemd (prepaid) telefoonnummer gebruikt.12

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 2] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].


[verdachte]

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Tijdens de doorzoeking in de woning van [verdachte], [adres 1] te Tiel, op 11 december 2013 is onder andere een Samsung telefoon aangetroffen en in beslag genomen (D.06.02.001). Deze telefoon bevatte een simkaart met telefoonnummer [nr].13 Op 12 november 2013 werd door de gebruiker van telefoonnummer [nr] gebeld naar een ander telefoonnummer. Op de vraag naar het telefoonnummer van [verdachte] geeft de gebelde het nummer [nr] door.14 [medeverdachte 2] heeft verklaard dat het telefoonnummer van [verdachte] eindigt op 50.15

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [verdachte] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].



[medeverdachte 3]

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Op 15 en 20 oktober 2013 werd door twee verschillende personen naar dit telefoonnummer gebeld, waarbij de persoon die de telefoon beantwoordde [medeverdachte 3] respectievelijk [medeverdachte 3] werd genoemd.16 Op 22 oktober 2013 werd door de gebruiker van telefoonnummer [nr] gebeld naar een ander telefoonnummer, waarbij de persoon die de telefoon beantwoordde de beller [medeverdachte 3] noemde.17 Op 19 oktober 2013 heeft de gebruikster van telefoonnummer [nr], dat is [medeverdachte 4], de ex-vriendin van [medeverdachte 3], een SMS-bericht gestuurd naar telefoonnummer [nr] met de tekst “[medeverdachte 3] dan blijf ik thuis.”18 Op 15 november 2013 werd door de gebruiker van telefoonnummer [nr] gebeld naar de gebruiker van telefoonnummer [nr]19, dat is [medeverdachte 2]. Hij heeft verklaard dat het klopt dat hij op die datum op laatstgenoemd telefoonnummer is gebeld door [medeverdachte 3], die eerder in het verhoor is aangeduid als [medeverdachte 3].20

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 3] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

[medeverdachte 5]

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Op 18 oktober 2013 heeft de gebruiker van dit telefoonnummer gebeld naar ROC Rivierenland. Tijdens dit gesprek noemt de beller zich [medeverdachte 5], met geboortedatum 24 februari 1995 en woonplaats Tiel.21

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 5] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

3.2.

De beoordeling van de tenlastegelegde feiten.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde (zaaksdossier 34)

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. In het dossier bevinden zich onvoldoende aanknopingspunten om verdachte in verband te brengen met de heling van de in de tenlastelegging genoemde goederen.

De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van dit feit.

Ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde (zaaksdossier 32)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de periode van 8 november 2013 tot en met 12 november 2013 is ingebroken in de woning van [benadeelde 1] aan de [adres 2] te Tiel. Bij deze inbraak zijn - onder meer - de volgende goederen weggenomen:

  • -

    een computer, merk Lenovo X201, inclusief lader;

  • -

    een computer, merk Dell Inspiron 6000, inclusief lader;

  • -

    een tablet, merk Apple Ipad2, inclusief lader;

  • -

    bestek (cassette);

  • -

    een geldkist;

  • -

    een blik met muntgeld;

  • -

    geld in diverse coupures en valuta.22

Men heeft zich toegang tot de woning verschaft door met een breekvoorwerp de sloten te forceren van een bovenlicht en hierdoor binnen te klimmen.23

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte beide ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs moet worden vrijgesproken van beide hem ten laste gelegde feiten 1 en 2. Wat betreft het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de verdediging meer specifiek aangevoerd -kort weergegeven- dat niet kan worden vertrouwd op de herkenning van verdachte door de politie op de camerabeelden die door GWK Travelex zijn verstrekt.

Beoordeling door de rechtbank

Op 12 november 2013, omstreeks 17.35 uur, heeft in een vestiging van GWK Travelex aan de [adres 6] te Utrecht een transactie plaatsgevonden waarbij 11 verschillende vreemde valuta zijn omgewisseld tegen euro’s. Hiervoor is een bedrag van in totaal € 426,89 betaald.24

Op door GWK Travelex verstrekte camerabeelden is de persoon die rond voornoemd tijdstip verschillende valuta omwisselt tegen euro’s door een drietal verbalisanten herkend als zijnde [verdachte].25
Verbalisant [verbalisant 1] heeft verklaard dat hij vaak contact heeft gehad met [verdachte] tijdens surveillancediensten en dat hij hem op de beelden herkent aan zijn houding en gezicht. Verbalisant [verbalisant 2] heeft verklaard dat hij regelmatig contact heeft gehad met [verdachte] in het centrum van Tiel, dat hij meermalen bij hem thuis is geweest en dat hij hem op de beelden herkent aan zijn gezicht, kleding en houding. Verbalisant [verbalisant 3] heeft verklaard dat hij [verdachte] wekelijks zag op straat en dat hij hem op de beelden herkent aan zijn gezicht en houding. Voorts hebben de verbalisanten allen verklaard dat zij [verdachte] ook herkennen aan de zwarte Nike pet, die hij naar hun zeggen regelmatig op straat draagt.
De rechtbank acht de herkenning door de verbalisanten betrouwbaar, gezien de door hen gegeven toelichting, mede in aanmerking genomen de waarneming van de rechtbank ten aanzien van de camerabeelden, die ter terechtzitting is gedaan. De rechtbank heeft op die beelden namelijk gezien dat de door de verbalisanten genoemde uiterlijke kenmerken van de man in kwestie inderdaad zichtbaar zijn, te weten: houding, postuur, kleding en linker zijkant van het gezicht met bakkebaard.26

Bovengenoemde uiterlijke kenmerken zijn meer in detail benoemd door een verbalisant die de door GWK Travelex verstrekte camerabeelden heeft uitgekeken en heeft beschreven wat hij op de beelden heeft gezien, zijnde, naast uiterlijke kenmerken, onder meer:

  • -

    dat over de schouder van de man een donkerkleurige schoudertas hangt;

  • -

    dat de man de schoudertas opent en de ritssluiting opent van een zich daarin bevindend tasje en dat hij iets uit het tasje pakt en onder het veiligheidsglas door naar de baliemedewerkster schuift;

  • -

    dat de man viermaal een plastic zakje uit de tas pakt en eenmaal iets dat op een enveloppe lijkt;

  • -

    dat de man de plastic zakjes leeg stort in de schuiflade;

  • -

    dat de baliemedewerkster bankbiljetten heeft gesorteerd en een stapel terug schuift naar de man, die deze aanneemt en terug stopt in de tas;

  • -

    dat op de tafel van de baliemedewerkster diverse stapels bankbiljetten liggen in verschillende kleuren;

  • -

    dat de baliemedewerkster een stapeltje bankbiljetten door de schuiflade schuift, die de man aanpakt en in de schoudertas stopt.27

Tijdens een doorzoeking op 11 december 2013 van de woning aan de [adres 1] te Tiel, het woonadres van verdachte [verdachte], is in de meterkast een tas met papier- en muntgeld in vreemde valuta aangetroffen. Deze tas en onder meer een in de woning aangetroffen geldkistje zijn in beslag genomen.28

Er is onderzoek ingesteld naar de in beslag genomen tas en de verbalisant in kwestie heeft, bij het opnieuw uitkijken van de door GWK Travelex verstrekte camerabeelden, gezien dat de persoon op die beelden een tas droeg die soortgelijk was aan de tas die is aangetroffen in de woning aan de [adres 1] te Tiel.29
Diezelfde verbalisant heeft voorts in de tas een aantal losse papiertjes aangetroffen, waaronder een Cardmembercopy van een VISA creditcard, waarop de naam van de houdster leesbaar is, namelijk [benadeelde 4]”. Ook is in de tas een kleiner schoudertasje aangetroffen, met daarin onder meer bankbiljetten en munten in vreemde valuta.30
Aangever[aangever], de echtgenoot van aangeefster, heeft het in beslag genomen geldkistje herkend als zijn eigendom. Naar zijn zeggen zaten er voorheen muntgeld en briefjes in.31 Voorts heeft[aangever] verklaard dat de valuta die vermeld zijn op de uitdraai van het grenswisselkantoor d.d. 12 november 2013 overeenkomen met die uit zijn woning zijn ontvreemd en dat de ontvreemde biljetten verpakt waren in giro-enveloppen en in plastic zakjes.32

Aangeefster heeft tegenover een verbalisant verklaard dat haar buurvrouw, die woonde op het adres [adres 5] en die op de woning van aangeefster paste, vanuit haar woning zicht heeft gehad op het bovenlicht aan de zijkant van de woning van aangeefster. De buurvrouw heeft verteld, aldus aangeefster, dat het bovenlicht op 12 november 2013 omstreeks 00.30 uur gesloten was en dat het zesenhalf uur later, omstreeks 07.00 uur, open stond. De verbalisant heeft deze door aangeefster verstrekte informatie telefonisch geverifieerd bij de buurvrouw.33 Dit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank de conclusie dat de inbraak heeft plaatsgevonden op 12 november 2013 omstreeks de tijdstippen van 00.30 uur tot 07.00 uur.

Op die datum, in de periode tussen de beide genoemde tijdstippen, zijn verschillende telefoongesprekken tussen de gebruikers van de telefoonnummers [nr] en [nr] opgenomen. (Verwijderd door publicatie).

Zoals de rechtbank hiervoor onder 3.1 reeds heeft overwogen, zijn [medeverdachte 3] en [verdachte] de gebruikers van de telefoonnummers [nr] respectievelijk [nr]. Aangenomen mag dan ook worden (te meer daar uit het onderzoek ter terechtzitting geen aannemelijke andersluidende verklaring is gebleken) dat [medeverdachte 3] heeft deelgenomen aan de navolgende telefoongesprekken met de sessienummers 945 en 958, en dat zowel [medeverdachte 3] als [verdachte] heeft deelgenomen aan de navolgende telefoongesprekken met de De rechtbank constateert dat in de telefoongesprekken met de sessienummers 945 en 954 onder meer wordt gesproken over “Utrecht”, “GWK shit”, “veel andere landen doekoe” en “alles klaar leggen in een tas”. De rechtbank betrekt hierbij dat het een feit van algemene bekendheid is dat met “doekoe” wordt gedoeld op “geld’.34 Deze bewoordingen passen bij de hiervóór weergegeven bevindingen met betrekking tot het omwisselen van 11 soorten vreemde valuta bij een vestiging van GWK Travelex te Utrecht.
Uit het tapgesprek met sessienummer 954 kan naar het oordeel van de rechtbank voorts worden afgeleid dat [medeverdachte 3], de beller en daarmee de eerste die spreekt, [verdachte] opdraagt alles in een tas klaar te leggen. Hieruit maakt de rechtbank op dat de bij de inbraak op 12 november 2013 buitgemaakte spullen, reeds enkele uren na de inbraak, kennelijk bij [verdachte] liggen en dat hij deze moet inpakken om mee te nemen naar Utrecht.

Naar het oordeel van de rechtbank vloeit uit de inhoud van de genoemde telefoongesprekken en het gesprek met sessienummer 957, in onderling verband en nauwe samenhang bezien met de overige hiervóór weergegeven bewijsmiddelen, overtuigend voort dat [medeverdachte 3] en [verdachte] op 12 november 2013 omstreeks 16.00 uur naar de vestiging van GWK Travelex aan de [adres 6] te Utrecht zijn gegaan, waar [verdachte] omstreeks 17.35 uur buitenlandse valuta heeft omgewisseld tegen euro’s, welke valuta ontvreemd zijn uit de woning aan de [adres 2].

Dit vindt nog bevestiging in de omstandigheid dat het telefoontoestel van [medeverdachte 3] tijdens het gesprek met sessienummer 958 gebruik maakte van een KPN-mast met cell-id 62040, welke mast staat op het Centraal Station te Utrecht waar zich ook het grenswisselkantoor bevindt.35
Indien de in de nacht van 12 november 2013 gevoerde telefoongesprekken vervolgens in dat licht worden bezien, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat [medeverdachte 3] en [verdachte], waar zij om 01.22.14 uur spraken over “Gaat nog door?” en “Hoe laat?”, doelden op de inbraak in de woning aan de [adres 2], en dat zij die inbraak vervolgens hebben gepleegd.
Al het voorgaande leidt de rechtbank tot de slotsom dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [medeverdachte 3] en [verdachte] zich in nauwe en bewuste samenwerking schuldig hebben gemaakt aan de inbraak in de woning aan de [adres 2] te Tiel.

Ook acht de rechtbank op grond van het voorgaande overtuigend bewezen dat [medeverdachte 3] en [verdachte] in nauwe en bewuste samenwerking de gestolen valuta hebben gewisseld bij het GWK-kantoor in Utrecht. De rechtbank merkt deze geldwisseling aan als een handeling die erop was gericht de criminele herkomst van de bij deze inbraak weggenomen vreemde valuta te verhullen. De verhullingshandeling is naar het oordeel van de rechtbank immers gelegen in het omwisselen van 11 verschillende soorten vreemde valuta in één valutasoort, de euro, waardoor de oorspronkelijke verschijningsvorm van het weggenomen geld onherkenbaar is gemaakt.

Conclusie

De rechtbank acht op basis van de hiervoor aangehaalde wettige bewijsmiddelen overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat

1:

hij omstreeks 12 november 2013 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 2], heeft weggenomen een Ipad, computer(s), lader(s), een geldkistje met inhoud, een blik met muntgeld, geldbedragen (in diverse coupures en valuta), een bestekcassettegeheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak en inklimming, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader een bovenlicht/klapraam van de woning ge forceerden heeft/hebben hij/zij zich hierdoor de toegang tot voornoemde woning verschaft.

2 primair:

hij op 12 november 2013 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander (van) een of meerdere voorwerp(en), te weten een geldbedrag aan (diverse) buitenlandse valuta (totaal 426,89 euro), de werkelijke aard en de herkomst, heeft verhuld, terwijl hij wist dat het/de voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk- afkomstig is/zijn uit enig misdrijf, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader voornoemd geldbedrag in buitenlandse valuta omgewisseld bij een grenswisselkantoor (GWK).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Ten aanzien van feit 2:

Medeplegen van witwassen.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden voorwaardelijk, en voorts tot 150 uren werkstraf, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Gelet op de beperkte rol van verdachte, zijn jonge leeftijd en het ontbreken van eerdere relevante veroordelingen, is de officier van justitie van oordeel dat een gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm volstaat.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte van de gehele tenlastelegging dient te worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd
30 september 2014; en

 een retourzending opdracht reclasseringsadvies, d.d. 10 september 2014;

 een advies indicatie-overleg van NIFP Oost, d.d. 13 januari 2014.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft samen met zijn mededader midden in de nacht een woninginbraak gepleegd, in andermans privédomein rondgesnuffeld en persoonlijke bezittingen van anderen gestolen. Dergelijke feiten brengen niet alleen veel schade toe aan de slachtoffers maar veroorzaken daarnaast gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. Verdachte en zijn mededader hebben vervolgens op brutale wijze het gestolen buitenlandse geld omgezet in euro’s. De rechtbank ziet in deze omstandigheden, de ernst van de feiten, en verdachtes eerdere justitiële contacten, aanleiding om de door de officier van justitie gevorderde werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De voorwaardelijke straf dient als waarschuwing om verdachte er van te weerhouden in de toekomst wederom strafbare feiten te plegen.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 3 tenlastegelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 15.121,36.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van benadeelde partij [benadeelde 2].

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw is het eens met de officier van justitie.

De beoordeling van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk verklaren nu ter zake van het feit waarop de vordering van de benadeelde [benadeelde 2] ziet, aan verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd, noch toepassing wordt gegeven aan artikel 9a Wetboek van Strafrecht.

benadeelde partij[benadeelde 3] Reisbureau

De benadeelde partij[benadeelde 3] Reisbureau heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 90.700,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van benadeelde partij[benadeelde 3] Reisbureau, nu er een te ver verwijderd verband is tussen de gevorderde schade en de bewezenverklaarde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij[benadeelde 3] Reisbureau niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Zij stelt daartoe onder meer dat de vordering niet eenvoudig is vast te stellen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij[benadeelde 3] Reisbureau niet-ontvankelijk verklaren. Voor een goede beoordeling van de vordering is meer onderbouwing nodig, maar dat zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 47, 57, 420bis, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 3 ten laste gelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Veroordeelt verdachte voorts tot het verrichten van een werkstraf gedurende 150 (honderdvijftig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 75 (vijfenzeventig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten 36 (zesendertig) uren, zijnde 18 (achttien) dagen hechtenis.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] (feit 3)

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij[benadeelde 3] Reisbureau

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Aldus gewezen door:

mr. P.C. Quak (voorzitter), mr. F.J.H.. Hovens en mr. K.A.M. van Hoof, rechters,

in tegenwoordigheid van E. Terlouw-Boeijink en mr. D.G. Wessels-Harmsen, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 november 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant(en) van de regiopolitie Gelderland-Zuid, Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer BVH-2014003643, gesloten op 25 februari 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal, pag. 804 (p. 806).

3 Proces-verbaal, pag. 844.

4 Proces-verbaal beslag, pag. 3443 (p. 3445).

5 Samenvattend proces-verbaal, pag. 54, en mutatie d.d. 29 juli 2013, p. 929.

6 Tapverslag sessie 389, pag. 930.

7 Proces-verbaal van verhoor, pag. 932.

8 Proces-verbaal, pag. 69.

9 Proces-verbaal, pag. 71.

10 Proces-verbaal beslag, pag. 3445.

11 Proces-verbaal, pag. 65 en 66.

12 Proces-verbaal, pag. 1864.

13 Proces-verbaal beslag, pag. 3449 en proces-verbaal bevindingen, pag. 458.

14 Tapverslag sessie 2663, pag. 1522 en 1523.

15 Proces-verbaal, pag. 1866.

16 Tapverslag sessies 56 en 163, pag. 293 en 295.

17 Tapverslag sessie 263, pag. 296.

18 Tapverslag sessie 118, pag. 294.

19 Tapverslag 1129, pag. 1741.

20 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 2], pag. 1868.

21 Tapverslag sessie 383, pag. 176.

22 Proces-verbaal van aangifte d.d. 15 november 2013, pag. 1470-1472, en bijlage weggenomen goederen,
pag. 1473-1475.

23 Proces-verbaal van aangifte d.d. 15 november 2013, pag. 1471, en proces-verbaal Sporenonderzoek d.d.
14 november 2013, pag. 1505.

24 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 december 2013, pag. 1565 en 1566, en bijlage “GWK Utrecht Transacties 12-11-13 Vreemde Valuta omwisselen naar Euro (16:15-18:58)”, pag. 1567.

25 Processen-verbaal van bevindingen d.d. 3 en 5 december 2013, pag. 1604-1606.

26 Eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting.

27 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 december 2013, pag. 1570-1572.

28 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 11 december 2013, pag. 1607, en Lijst van in beslag genomen goederen, pag. 1608.

29 Proces-verbaal d.d. 27 december 2013, pag. 1624.

30 Proces-verbaal d.d. 27 december 2013, pag. 1619.

31 Proces-verbaal verhoor aangever d.d. 17 december 2013, pag. 1500 en 1501.

32 Proces-verbaal verhoor aangever d.d. 30 november 2013, pag. 1495 en 1496.

33 Proces-verbaal van aangifte d.d. 15 november 2013, pag. 1471.

34 Bijvoorbeeld: http://www.encyclo.nl/begrip/doekoe

35 Rapportage Bevindingen Analyse Tapgegevens d.d. 29 november 2013, pag. 1518.