Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:7892

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
27-11-2014
Datum publicatie
18-12-2014
Zaaknummer
272245 / KG VK 14-864
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Nog daargelaten of de stelling van verzoekster juist is, dat sprake is van een aanvulling van het verweer van haar wederpartij door de rechter,

geldt dat de vraag van de rechter niet kan worden aangemerkt als een feit of omstandigheid waaruit een schijn van vooringenomenheid dan wel een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor moet worden afgeleid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: 272245 / KG VK 14-864

Beschikking van 27 november 2014

in de zaak van

[verzoekster tot wraking],

wonende te [woonplaats],

verzoekster tot wraking,

gemachtigde V. Quacken,

tegen

mr. C.H.M. Pastoors, in haar hoedanigheid van rechter in de zaak van verzoekster tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland en de zaak van verzoekster tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijnwaarden (zaaknummers AWB 13/8187 en 13/8178)

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van 13 oktober 2014 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld

- het schriftelijke verweer van mr. Pastoors van 6 november 2014.

1.2.

Bij de mondelinge behandeling is niemand verschenen. Kort voor de aanvang van de zitting heeft de gemachtigde van verzoekster de rechtbank bericht dat hij wegens ziekte verhinderd is om ter zitting te verschijnen, waarbij hij een korte samenvatting van het standpunt van verzoekster heeft gegeven. Verzoekster is evenmin verschenen. Mr. Pastoors heeft bij brief van 6 november 2014 reeds laten weten niet te zullen verschijnen.

2 Het wrakingsverzoek

2.1.

Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. Pastoors als rechter in de zaken met nummers AWB 13/8187 en 13/8178 tussen verzoekster en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijnwaarden.

2.2.

Verzoekster heeft blijkens het proces-verbaal van de zitting van 13 oktober 2014 aan haar (mondelinge) verzoek ten grondslag gelegd dat mr. Pastoors buiten de omvang van het geding is getreden door het standpunt van de gemeente Rijnwaarden aan te vullen, in die zin dat zij aan die gemeente heeft gevraagd of sprake was van een niet aan hen te wijten onrechtmatigheid in de zin van artikel 7:15 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Hiermee heeft mr. Pastoors, aldus verzoekster, blijk gegeven van vooringenomenheid.

2.3.

Mr. Pastoors heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft verweer gevoerd. Dat verweer wordt hierna zover nodig besproken.

3 De beoordeling

3.1.

Wraking van een rechter is slechts mogelijk op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan kan sprake zijn indien de rechter jegens een partij vooringenomen is of indien de vrees van een partij daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Bij de beoordeling daarvan moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (HR 24 oktober 1995 NJ 1996,484). Uit de artikelen 8:15 en 8:16 Awb en het vermoeden van onpartijdigheid volgt dat de verzoeker concrete feiten en omstandigheden moet aanvoeren waaruit objectief afgeleid moet worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is of de vrees van een partij dat dat zo is objectief gerechtvaardigd is. Met inachtneming hiervan overweegt de rechtbank het volgende.

3.2.

Nog daargelaten of de stelling van verzoekster juist is, dat sprake is van een aanvulling van het verweer van de gemeente Rijnwaarden door mr. Pastoors, geldt dat de vraag van mr. Pastoors niet kan worden aangemerkt als een feit of omstandigheid waaruit een schijn van vooringenomenheid dan wel een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor moet worden afgeleid.

3.3.

De rechtbank wijst het verzoek tot wraking van mr. Pastoors dan ook af.

4 De beslissing

De rechtbank

wijst het verzoek tot wraking af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. van Lee, als voorzitter, en mr. P.J. Wiegman en mr. drs. H.P.M. Kester-Bik als rechters en in het openbaar uitgesproken door mr. P.J. Wiegman in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J.M. Vermulst op 27 november 2014.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.