Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:7887

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-12-2014
Datum publicatie
20-12-2014
Zaaknummer
AWB - 14 _ 5343
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep met betrekking tot last onder dwangsom gegrond. Geen beoordeling meer bij beoordeling beroep met betrekking tot verlenging begunstigingstermijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 14/5343

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eisers], eisers

(gemachtigde: mr. A.M. van Eik),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe, verweerder.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:

[derde-partij][derde-partij]

(gemachtigde: mr. drs. D.H. Pols).

Procesverloop

Bij besluit van 16 januari 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eisers afgewezen om de begunstigingstermijn van de bij besluit (a) van verweerder van 23 april 2013 aan hen opgelegde de last onder dwangsom te verlengen tot zes weken na de uitspraak van de rechtbank op het door hen ingestelde beroep (zaak 14/164) tegen het besluit (b) van verweerder van 19 november 2013, verzonden 27 november 2013, op hun bezwaar.

Bij besluit van 26 juni 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting in de zaken AWB 14/107, 14/164, 14/3704 en 14/5343 heeft gevoegd plaatsgevonden op 23 september 2014.

Eisers zijn verschenen, bijgestaan door mr. A.M. van Eik.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M. van Laar.

Voor de derde-partij zijn verschenen [naam] en mr. drs. D.H. Pols.

Overwegingen

Bij uitspraak van heden in zaak AWB 14/164 heeft de rechtbank – voor zover hier van belang – het beroep van eisers tegen voormeld besluit (b) van 19 november 2013 gegrond verklaard, dit besluit (b) vernietigd, het besluit (a) van 23 april 2013 herroepen en het verzoek om handhaving van de derde-partij afgewezen.

Hieruit volgt dat, nu er geen aanwijzingen zijn voor het tegendeel, eisers geen belang meer hebben bij een rechterlijke beoordeling van het thans bestreden besluit.

Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

In verband met de samenhang van deze procedure met zaak AWB 14/164 en de evenbedoelde uitspraak, waarin verweerder tevens is veroordeeld in de proceskosten van eisers in die zaak, acht de rechtbank – gelet op de artikelen 2 en 3, eerste lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht – geen termen aanwezig voor een nadere proceskostenveroordeling in verband met de onderhavige procedure.

Wel ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht vergoedt.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

gelast dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht groot € 165 aan hen vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Groverman, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. M.G.J. Litjens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.