Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:7845

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-12-2014
Datum publicatie
09-01-2015
Zaaknummer
AWB - 13 _ 4996
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen de weigering omgevingsvergunningen te verlenen voor het oprichten en gebruiken van het voormalige veilingterrein en – hallen op het perceel aan de Veilingweg 16 te Bemmel ten behoeve van een automarkt en evenementen, onder de naam Expo Gelderland, omdat geen zienswijze als bedoeld in artikel 3:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is ingediend. Zowel van het schriftelijk als het mondeling indienen van een zienswijze is volgens de rechtbank geen sprake. In het gesprek dat met de gemeente heeft plaatsgevonden stond alleen een aangepast businessplan voor de automarkt in Bemmel centraal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 13/4996

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

Expo Holding Lingewaard B.V., te Houten, eiseres

(gemachtigde: L.T. de Lange),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 9 juli 2013, verzonden op 16 juli 2013, (het bestreden besluit) heeft verweerder geweigerd om een omgevingsvergunningen te verlenen voor het oprichten en gebruiken van het voormalige veilingterrein en – hallen op het perceel aan de Veilingweg 16 te Bemmel ten behoeve van een automarkt en evenementen, onder de naam Expo Gelderland.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2014. Namens eiseres is

[naam] verschenen, bijgestaan door zijn

gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W. Leistra, advocaat te Nijmegen, en[ambtenaar 1] en[ambtenaar 2], ambtenaren bij de gemeente Lingewaard.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 3.10, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb), de uniforme openbare voorbereidingsprocedure.

Ingevolge artikel 3:11, eerste lid, van de Awb legt het bestuursorgaan het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage.

Ingevolge artikel 3:12, eerste lid, van de Awb geeft het bestuursorgaan voorafgaand aan de terinzagelegging in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op andere geschikte wijze kennis van het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud.

Ingevolge artikel 3:15, eerste lid, van de Awb kunnen belanghebbenden bij het bestuursorgaan naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen.

Ingevolge artikel 6:13 van de Awb – voor zover hier van belang – kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 Awb naar voren heeft gebracht.

2. In “Het Gemeente Nieuws” van de gemeente Lingewaard, zijnde een huis-aan-huisblad, van 25 juli 2012, heeft verweerder de terinzagelegging van het ontwerpbesluit met ingang van 26 juli 2012 – gedurende zes weken – bekendgemaakt. Verder heeft verweerder de terinzagelegging op de gemeentelijke website geplaatst en het ontwerpbesluit bij brief van 18 juli 2012 aan eiseres toegezonden.

De rechtbank stelt vast dat met het vorenstaande is voldaan aan het bepaalde in artikel 3:12, eerste lid, van de Awb. Door eiseres is dit ook niet bestreden.

3. De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen zienswijze heeft ingediend als bedoeld in artikel 3:15, eerste lid, van de Awb.

De e-mail van eiseres van 14 augustus 2012 aan [ambtenaar 2] kan, gelet op de bewoordingen daarvan, niet worden aangemerkt als een schriftelijke zienswijze tegen het ontwerpbesluit. De e-mail van eiseres betreft een antwoord op de e-mail van [ambtenaar 2] van 13 augustus 2012 om op donderdag 16 augustus 2012 bij de gemeente het aangepaste initiatief Expo Gelderland toe te lichten. Eiseres schrijft in haar e-mail dat indien over het aangepaste initiatief overeenstemming kan worden bereikt het voor de hand ligt om pas daarna de formele weigering van de eerder aangevraagde omgevingsvergunning en de gevolgen daarvan met de gemeente te bespreken. Van een schriftelijke zienswijze is dan ook geen sprake.

Eiseres betoogt dat zij tijdens de bespreking op 16 augustus 2012 een mondelinge zienswijze heeft ingediend. De rechtbank overweegt dat [ambtenaar 2] in zijn e-mail van

13 augustus 2012 het karakter van het gesprek heeft vermeld, namelijk – zoals hiervoor reeds is weergegeven – het toelichten van een aangepast initiatief Expo Gelderland. Uit hetgeen De Lange en[naam] ter zitting hebben verklaard kan de rechtbank niet anders afleiden dan dat ook het verloop van het gesprek op 16 augustus 2012 er op wijst dat er geen sprake is geweest van het indienen van een mondelinge zienswijze. In het gesprek stond centraal het vinden van een oplossing door middel van een aangepast businessplan voor de automarkt in Bemmel. Van het indienen van een mondelinge zienswijze over het ontwerpbesluit is dan ook geen sprake.

4. Al hetgeen eiseres overigens hebben aangevoerd kan de rechtbank niet tot een ander oordeel leiden.

5. Het beroep van eiseres is derhalve niet-ontvankelijk. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. Jue, rechter, in tegenwoordigheid van W.C. Knoester, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.