Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:7842

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-12-2014
Datum publicatie
23-12-2014
Zaaknummer
05/720147-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan een ander hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit gepleegd wordt gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, op de openbare weg, door twee of meer verenigde personen; smaadschrift;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: 05/720147-14

Uitspraak d.d.: 16 december 2014

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum],

wonende te [adres 1],

verblijvende PI [adres 2].

Raadsman: mr. Van Dam, advocaat te ‘s-Hertogenbosch.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van de onderzoeken op de terechtzittingen van

6 oktober 2014 en 2 december 2014.

De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt na de vordering nadere omschrijving tenlastelegging, tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 08 december 2013 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland,

gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, op/aan de openbare weg (te weten

[adres 3]), tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen

-een of meerdere kledingstuk(ken)(te weten een spijkerbroek en/of een

trainingsbroek) en/of

-een paar schoenen, merk Nike, type Airmax en/of

-twee mobiele telefoons(merk Blackberry en/of Apple I-phone) en/of

-een hoeveelheid geld (te weten 100,- euro) en/of

-een tas met inhoud(te weten een paspoort en/of bankpassen) en/of

-een rugtas (merk Brittain) met inhoud (te weten slippers, merk Adidas en/of

een broekriem, kleur zwart) en/of

-sieraden (te weten twee oorbellen), merk Versace, en/of

-een jas, merk South Pool, kleur zwart (met witte vlekjes) in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal

werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging

met geweld tegen die [benadeelde 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

-die [benadeelde 1] meermalen, althans eenmaal (met kracht) met een honkbalknuppel,

althans een daarop gelijkend (metalen) voorwerp, op tegen het hoofd en/of het

lichaam is geslagen en/of

-er is geroepen door een van de (mede)daders, "ik ga je schieten" en/of

-die [benadeelde 1] (vervolgens) een zwart en/of zilverkleurig pistool, althans een

daarop gelijkend voorwerp, op zich gericht zag en/of gericht zag

gehouden(waarbij die [benadeelde 1] geluiden hoorde alsof de trekker van dat pistool

meerdere malen werd overgehaald) en/of

-(mede)verdachte(n) die [benadeelde 1] naar de grond werkten en/of (vervolgens) boven

op die [benadeelde 1] ging(en) zitten, waarbij werd geroepen/gezegd dat die [benadeelde 1]

stil moest blijven en/of niet hard mocht praten en/of schreeuwen en/of

-tegen die [benadeelde 1] is gezegd/geroepen dat hij op zijn buik moest gaan liggen,

waarbij/waarna die [benadeelde 1] nogmaals meerdere malen, althans eenmaal, (met

kracht) met voornoemde honkbalknuppel, althans het daarop gelijkende metalen

voorwerp, op/tegen het hoofd werd geslagen (waarna (vervolgens)voornoemde

goederen van die [benadeelde 1] werden weggenomen/afgepakt);

of

hij op of omstreeks 08 december 2013 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland,

gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd op/aan de openbare weg (te weten

[adres 3]), tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld [benadeelde 1] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van

-een of meerdere kledingstuk(ken)(te weten een spijkerbroek en/of een

trainingsbroek) en/of

-een paar schoenen, merk Nike, type Airmax en/of

-twee mobiele telefoons(merk Blackberry en/of Apple I-phone) en/of

-een hoeveelheid geld (te weten 100,- euro) en/of

-een tas met inhoud(te weten een paspoort en/of bankpassen) en/of

-een rugtas (merk Brittain) met inhoud (te weten slippers, merk Adidas en/of

een broekriem, kleur zwart) en/of

-sieraden (te weten twee oorbellen), merk Versace, en/of

-een jas, merk South Pool, kleur zwart (met witte vlekjes), in elk geval van

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 1], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld

en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

-die [benadeelde 1] meermalen, althans eenmaal (met kracht) met een honkbalknuppel,

althans een daarop gelijkend (metalen) voorwerp, op tegen het hoofd en/of het

lichaam is geslagen en/of

-er is geroepen door een van de (mede)daders, "ik ga je schieten" en/of

-die [benadeelde 1] (vervolgens) een zwart en/of zilverkleurig pistool, althans een

daarop gelijkend voorwerp, op zich gericht zag en/of gericht zag

gehouden(waarbij die [benadeelde 1] geluiden hoorde alsof de trekker van dat pistool

meerdere malen werd overgehaald) en/of

-(mede)verdachte(n) die [benadeelde 1] naar de grond werkten en/of (vervolgens) boven

op die [benadeelde 1] ging(en) zitten, waarbij werd geroepen/gezegd dat die [benadeelde 1]

stil moest blijven en/of niet hard mocht praten en/of schreeuwen en/of

-tegen die [benadeelde 1] is gezegd/geroepen dat hij op zijn buik moest gaan liggen,

waarbij/waarna die [benadeelde 1] nogmaals meerdere malen, althans eenmaal, (met

kracht) met voornoemde honkbalknuppel, althans het daarop gelijkende metalen

voorwerp, op/tegen het hoofd werd geslagen (waarna (vervolgens) voornoemde

goederen van die [benadeelde 1] werden weggenomen/afgepakt);

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 17 februari 2014 te Utrecht en/of 's-Heerenberg, gemeente

Montferland, in elk geval in Nederland, opzettelijk door middel van het

openlijk tentoonstellen en/of aanslaan van (een)

geschrift(en), de eer en/of de goede naam van (o.a.) [wijkagent 1] (te weten

wijkagent te 's-Heerenberg Oost) heeft aangerand door

telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om

daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel

op een (niet afgeschermde, althans voor meerdere personen toegankelijke)

Facebookpagina de hiernavolgende tekst geplaatst:

"Aan wijkagenten [wijkagent 2] jij bent een vieze kklijer wat dacht je nou je kan mij

beter komen opzoeken voor dat ik jou carriere na de klote help hoe zit het

nou met die kilo's die jij hebt afgepakt wat we met zn tweetjes zouden

regelen kk hond jou familie moet op zoutzuur en ff dat is een mening en die

mag geuit worden ik vind dat jij jzezelf moet ophangen dat verdien jij met

heel mijn hart je weet wat je me hebt geflikt dat zal ik jou ook flikken jij

kk hond sterven zal je in je pisbed moge mager heijn jou onthoofden met

vriendelijke groeten je zwarte neger gatz"(zie Proces Verbaal, pag. 736);

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Op 8 december 2013 om 01.00 uur ontvangt de politie een telefonische melding van een getuige, wonende aan [adres 3], dat een man aan de deur verzocht om de politie te bellen (p. 514). Deze man, die later blijkt te zijn genaamd [benadeelde 1], zegt dat hij in het park door twee mannen is beroofd van zijn kleding, telefoons, geld en tas met inhoud en daarvan aangifte wil doen. De politie ziet dat [benadeelde 1] geen broek aan heeft en op kousenvoeten loopt. Een van de twee overvallers, een negroïde man, zou hem hebben geslagen met een (honkbal)knuppel en de andere overvaller, een lichter getinte man, zou een pistool gehad hebben waarvan [benadeelde 1] tot tweemaal toe de trekker hoorde overgaan.

Door de politie wordt onder de naam Mergier een onderzoek gestart.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de onder het onder feit 1, ten eerste en onder feit 2 tenlastegelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen uitvoerig toegelicht en opgesomd.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat diefstal met geweld in vereniging gepleegd, bewezen kan worden verklaard. Verdachte dient te worden vrijgesproken van de diefstal van het geld, de verbale bedreiging: “ik ga schieten”, het richten van een wapen op het slachtoffer en het overhalen van de trekker, en het meermalen met kracht slaan van het slachtoffer. Met betrekking tot feit 2 refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Aangezien verdachte bij de politie en ter terechtzitting duidelijk en ondubbelzinnig een

bekennende verklaring heeft afgelegd ten aanzien van deze feiten, zal worden volstaan met

een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van

Strafvordering.

Ten aanzien van feit 1 onder ten eerste is, naast de bekennende verklaring van verdachte,

voor het bewijs voorhanden de aangifte van het slachtoffer [benadeelde 1]2 en de verklaring

van medeverdachte [medeverdachte].

De rechtbank acht onvoldoende overtuigend bewijs voorhanden voor het tijdens de

beroving dreigen en hanteren van een pistool of een daarop gelijkend voorwerp.

Er is geen wapen aangetroffen en geen van de medeverdachten bevestigt de aanwezigheid

van een (nep)pistool. Eveneens ontbreekt overtuigend bewijs voor het wegnemen van geld.

Ten aanzien van feit 2 is naast de bekennende verklaring van verdachte bij de politie3 en ter

terechtzitting voorhanden de aangifte van wijkagent [wijkagent 1]4 en een afdruk van de

facebookpagina met de betreffende tekst5.

De rechtbank komt op basis van vorenstaande tot een bewezenverklaring van deze aan

verdachte tenlastegelegde feiten.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.(ten eerste):

hij op 08 december 2013 te 's-Heerenberg, gemeente Montferland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, op de openbare weg, te weten [adres 3], tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- kledingstukken, te weten een spijkerbroek en een trainingsbroek en

- een paar schoenen, merk Nike, type Airmax en

- twee mobiele telefoons en

- een tas met inhoud, te weten een paspoort en bankpassen en

- een rugtas, merk Brittain, met inhoud, te weten slipper, merk Adidas en

- een jas, merk South Pool, kleur zwart, met witte vlekjes, in elk geval enig goed, toebehorende aan [benadeelde 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen die [benadeelde 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat

-die [benadeelde 1] met een metalen voorwerp, op het hoofd is geslagen en

-die [benadeelde 1] naar de grond is gewerkt en vervolgens boven op die [benadeelde 1] ging zitten, waarbij werd geroepen/gezegd dat die [benadeelde 1] stil moest blijven en niet hard mocht praten en/of schreeuwen en

-tegen die [benadeelde 1] is gezegd/geroepen dat hij op zijn buik moest gaan liggen, waarbij/waarna die [benadeelde 1] nogmaals met voornoemde metalen voorwerp, tegen het hoofd werd geslagen waarna vervolgens voornoemde goederen van die [benadeelde 1] werden weggenomen/afgepakt;

2.

hij omstreeks 17 februari 2014 te Utrecht en 's-Heerenberg, gemeente Montferland, opzettelijk door middel van het openlijk tentoonstellen van een geschrift, de eer en de goede naam van [wijkagent 1] (wijkagent te 's-Heerenberg Oost) heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel op een voor meerdere personen toegankelijke Facebookpagina de hiernavolgende tekst geplaatst:

"Aan wijkagenten [wijkagent 2] jij bent een vieze kklijer wat dacht je nou je kan mij

beter komen opzoeken voor dat ik jou carriere na de klote help hoe zit het

nou met die kilo's die jij hebt afgepakt wat we met zn tweetjes zouden

regelen kk hond jou familie moet op zoutzuur en ff dat is een mening en die

mag geuit worden ik vind dat jij jzezelf moet ophangen dat verdien jij met

heel mijn hart je weet wat je me hebt geflikt dat zal ik jou ook flikken jij

kk hond sterven zal je in je pisbed moge mager heijn jou onthoofden met

vriendelijke groeten je zwarte neger gatz"

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1, onder ten eerste: diefstal, voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan een ander hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit gepleegd wordt gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, op de openbare weg, door twee of meer verenigde personen;

Feit 2: smaadschrift;

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden, met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie heeft onder meer aangevoerd dat hij - gezien het feit dat eerdere voorwaardelijke veroordelingen geen resultaat hebben opgeleverd - nu geen aanleiding ziet in het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte uit eigen beweging openheid van zaken heeft gegeven en de feiten heeft bekend. Verdachte is nu op een punt gekomen om zijn leven een andere wending te geven. De raadsman stelt zich op het standpunt dat de LOVS-richtlijnen met betrekking tot de straatroof meer recht doen aan het onder feit 1 tenlastegelegde, dan de richtlijnen voor de overval. Naar zijn mening is een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk of veertien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk op zijn plaats. Als bijzondere voorwaarden wil verdachte zich onder het door hem al eerder verzochte, maar nooit verkregen reclasseringstoezicht stellen.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.


Verdachte heeft samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een zeer brutale straatroof.

Kort van te voren hebben zij samen het plan gemaakt de man - die dacht dat hij kennis kwam maken met zijn internetdate - te beroven van zijn gouden ketting die hij op de foto van de datingsite droeg en van geld. Nadat het slachtoffer die nacht onder valse voorwendselen naar het park was gelokt, heeft verdachte hem tweemaal met een ijzeren staaf op het hoofd geslagen. Het slachtoffer is beroofd en bijna geheel ontkleed achtergelaten. Dit is een ernstig feit. Door aldus te handelen heeft verdachte zich eigendommen van een ander toegeëigend en diens lichamelijke integriteit aangetast. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke delicten zich nog lang onveilig kunnen voelen als zij zich op straat begeven. Gezien het openlijke karakter van dit gepleegde strafbare feit kan het voorts gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving teweegbrengen.

Uit het uittreksel justitiële documentatie blijkt dat verdachte eerder met justitie en politie voor soortgelijke geweldsdelicten in aanraking is geweest. Zijn laatste veroordeling dateert van oktober 2014.

Uit het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport blijkt dat er sprake is van agressieproblematiek. Verder zijn er financiële problemen en heeft verdachte een negatief sociaal netwerk. Het recidive risico wordt indien er geen begeleiding en behandeling plaatsvindt door de reclassering ingeschat als hoog/gemiddeld. Verdachte heeft naar eigen zeggen nu ingezien dat hij zijn leven wil en moet veranderen, waarbij zijn zoontje als beschermende factor kan worden gezien. Hij wil graag een goede vader worden. Verdachte heeft aangegeven gemotiveerd te zijn om mee te werken aan begeleiding en behandeling. Binnen een voorwaardelijk strafdeel kan verdachte met begeleiding en behandeling werken aan factoren die tot delicten leiden, met als doel recidivevermindering.

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de inhoud van het reclasseringsrapport van 26 november 2014, waarin geadviseerd wordt om aan verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen onder de bijzondere voorwaarden dat verdachte zich dient te melden en zich dient te houden aan de opdrachten en aanwijzingen die hij krijgt van de reclassering. Huisbezoeken, urinecontroles, blaastesten en de methodiek “Stap voor Stap” kunnen onderdeel uitmaken van het toezicht waaraan verdachte medewerking dient te verlenen. Verder wordt verdachte verplicht om mee te werken aan behandeling voor zijn gedragsproblematiek en zijn eventuele psychische problematiek bij Kairos of soortgelijke ambulante forensische psychiatrische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling of behandelaar zullen worden gegeven.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat de navolgende straf passend en geboden is.

In het feit dat verdachte niet eerder onder reclasseringstoezicht heeft gestaan en zich niet eerder heeft laten behandelen ziet de rechtbank aanleiding - in tegenstelling tot de eis van de officier van justitie - een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op te leggen, met hieraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Dit met als doel verdachte voldoende structuur te geven en hem de mogelijkheid te bieden zijn leven positief te veranderen teneinde het gevaar voor herhaling te minimaliseren.

Vordering tot schadevergoeding

De gemachtigde van benadeelde mr. M.J.R. Roethof, advocaat te Arnhem, heeft namens de benadeelde partij [benadeelde 1], met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 4.333,00 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder feit 1 (ten eerste) tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering, daarbij stellende dat de vordering voldoende is onderbouwd. Tevens vordert de officier van justitie oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toewijzing van de wettelijke rente.

De raadsman heeft aangevoerd dat hij zich refereert ten aanzien van het eigen risico en de immateriële schade, maar dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard voor de posten diefstal van 100 euro, advocaatkosten en kosten rechtsbijstand. Voor de diefstal van het geld is geen wettig en overtuigend bewijs geleverd. De advocaatkosten voor het oproepen als getuige zijn niet van toepassing in deze zaak en de kosten rechtsbijstand vallen onder de toevoeging. Voor de posten telefoons, kleding en slippers verzoekt hij de rechtbank een schatting toe te passen.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden, tot na te melden bedrag, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank begroot het bedrag van de telefoons, rekening houdende met een afschrijving, op totaal € 150,00 en de slipper op € 10,00. Het eigen risico dat benadeelde heeft moeten betalen (€ 360,00) komt eveneens voor vergoeding in aanmerking. De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard voor zover de vordering ziet op de spijkerbroek (kan teruggegeven worden aan de benadeelde partij), het geldbedrag van

€ 100,00 (geen wettig en overtuigend bewijs) en de advocaatkosten voor bijstand bij getuigenverhoor (te ver verwijderd belang).

De rechtbank zal het smartengeld in redelijkheid en billijkheid stellen op € 1.500,00. De rechtbank acht niet bewezen dat bij de beroving een (vuur)wapen is gebruikt, terwijl de door de raadsvrouw overgelegde casus, waarnaar zij in dit verband verwijst, daarop geënt zijn.

Zij zal de benadeelde partij voor het meergevorderde in de vordering niet-ontvankelijk verklaren, nu dit deel niet zo eenvoudig van aard is dat het zich leent voor afdoening door de strafrechter.

Met betrekking tot de kosten van rechtsbijstand voor de benadeelde partij overweegt de rechtbank dat deze, gelet op de toegekende schadevergoeding, vallen binnen het zogenaamde eerste liquidatietarief in civiele zaken. Er worden twee punten toegekend (indienen vordering en bijwonen zitting). De waarde per punt is € 384,00, zodat verdachte wordt veroordeeld tot betaling van € 768,00 aan proceskosten.

De rechtbank ziet, gelet op hetgeen is overwogen omtrent de vordering tot schadevergoeding aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na te melden som geld ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 57, 63, 310, 261 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1. (ten eerste) en onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1, onder ten eerste: diefstal, voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan een ander hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit gepleegd wordt gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, op de openbare weg, door twee of meer verenigde personen;

Feit 2: smaadschrift;

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

 bepaalt, dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel de navolgende algemene dan wel bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

 legt als algemene voorwaarden op dat de veroordeelde:

o zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

o ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

o medewerking verleent aan reclasseringstoezicht. Veroordeelde dient zich te houden aan de opdrachten en aanwijzingen die hij krijgt van de reclassering. Huisbezoeken, urinecontroles, blaastesten en de methodiek “Stap voor Stap” kunnen onderdeel uit maken van het toezicht waaraan veroordeelde medewerking dient te verlenen;

 legt als bijzondere voorwaarden op dat de veroordeelde:

o zich binnen twee dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis persoonlijk zal melden bij de reclassering Iriszorg in Arnhem, Nieuwe Oeverstraat 65 te Arnhem. Hierna moet veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. De veroordeelde wordt verplicht om mee te werken aan behandeling voor zijn gedragsproblematiek en zijn eventuele psychische problematiek bij Kairos of soortgelijke ambulante forensische psychiatrische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling of behandelaar zullen worden gegeven;

 geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

 beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1. (ten eerste), tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 1], van een bedrag van € 2.020,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 december 2013 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 768,00;

 verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], een bedrag te betalen van € 2.020,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 december 2013, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 40 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

Aldus gewezen door:

mr. Prisse, voorzitter,

mr. Gerbranda en mr. Cremers rechters,

in tegenwoordigheid van De Badts, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 december 2014.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, dossiernummer 2013166049, politie Oost Nederland, district Noord- en Oost Gelderland, gesloten en ondertekend op 14 oktober 2014(p. 417-448).

2 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 1], met foto’s,p. 483-488.

3 Proces-verbaal verhoor [verdachte], p. 242-243

4 Proces-verbaal van aangifte [wijkagent 1], p. 733-735

5 Afdruk van de facebookpagina, p. 736