Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:7746

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15-12-2014
Datum publicatie
15-12-2014
Zaaknummer
05/780072-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Internationaal publiekrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensenhandel: De rechtbank Gelderland veroordeelt een 26-jarige vrouw voor mensenhandel van twee Roemeense slachtoffers tot een gevangenisstraf van 27 maanden. Ook moet de vrouw een schadevergoeding betalen aan beide slachtoffers. Strafmaat: de rechtbank motiveert welke punten bij de beoordeling van de stafmaat van belang zijn geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/780072-14

Data zittingen : 22 september 2014 en 1 december 2014

Datum uitspraak : 15 december 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum 1] te [geboorteplaats 1] (Roemenië)

adres : [adres 1]

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in [verblijfplaats]

raadsman : mr. B.J. Sanders, advocaat te Zutphen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 maart

2014 tot en met 4 juli 2014 te Doetinchem en/of elders in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal (telkens),

een ander, te weten, [slachtoffer 1]

telkens door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met

geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, misleiding dan wel door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door

misbruik van een kwetsbare positie,

(sub 1°)

- heeft geworven en/of gehuisvest en/of opgenomen en/of vervoerd en/of

overgebracht met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1]

en/of

(sub 4°)

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten

van arbeid of diensten

dan wel

onder die omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte

en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten

van arbeid of diensten

en/of

(sub 6°)

telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 1]

en/of

(sub 9°)

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachte(s) mededader(s) te

bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1], seksuele handelingen met of voor

een derde tegen betaling

immers heeft verdachte en/of haar mededader(s) (telkens)

(terwijl die [slachtoffer 1] de Nederlandse taal niet machtig is en/of schulden had

en/of schulden kreeg)

- die [slachtoffer 1] beloofd werk te regelen in Nederland en/of

- de reiskosten voor die [slachtoffer 1] voorgeschoten en/of

- die [slachtoffer 1] gezegd dat zij nog meer schulden had en/of

- die [slachtoffer 1] gehuisvest en/of

- die [slachtoffer 1] kranten laten verkopen en/of

- die [slachtoffer 1] in de prostitutie laten werken en/of

- die [slachtoffer 1] naar haar werkplaats vervoerd en/of

- die [slachtoffer 1] mishandeld en/of bedreigd en/of

- naaktfoto's van die [slachtoffer 1] gemaakt en/of

- de telefoon van die [slachtoffer 1] kapot gegooid en/of

- die [slachtoffer 1] vastgebonden en/of

- het door die [slachtoffer 1] verdiende geld afgenomen en/of

- die [slachtoffer 1] laten betalen voor de huisvesting en/of het vervoeren

door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [slachtoffer 1] een

(afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen

onttrekken en/of tengevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en/of

diens mededader(s) heeft kunnen bieden;

2.

zij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 maart

2014 tot en met 4 juli 2014 te Doetinchem en/of elders in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal (telkens),

een ander, te weten, [slachtoffer 2]

telkens door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met

geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, misleiding dan wel door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door

misbruik van een kwetsbare positie,

(sub 1°)

- heeft geworven en/of gehuisvest en/of opgenomen en/of vervoerd en/of

overgebracht met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 2]

en/of

(sub 4°)

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten

van arbeid of diensten

dan wel

onder die omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte

en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten

van arbeid of diensten

en/of

(sub 6°)

telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 2],

immers heeft verdachte en/of haar mededader(s) (telkens)

(terwijl die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet machtig is en/of schulden had

en/of schulden kreeg)

- die [slachtoffer 2] beloofd werk te regelen in Nederland en/of

- de reiskosten voor die [slachtoffer 2] voorgeschoten en/of

- die [slachtoffer 2] gezegd dat hij nog meer schulden had en/of

- die [slachtoffer 2] gehuisvest en/of

- die [slachtoffer 2] kranten laten verkopen en/of

- die [slachtoffer 2] naar zijn werkplaats vervoerd en/of

- die [slachtoffer 2] mishandeld en/of bedreigd en/of

- het door die [slachtoffer 2] verdiende geld afgenomen en/of

- die [slachtoffer 2] laten betalen voor de huisvesting en/of het vervoeren;

door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [slachtoffer 2] een

(afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan hij zich niet heeft kunnen

onttrekken en/of tengevolge waarvan hij geen weerstand aan verdachte en/of

diens mededader(s) heeft kunnen bieden;

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 1 december 2014 ter terechtzitting onderzocht in aanwezigheid van een tolk in de Roemeense taal, de heer C.A. Colceru.

Verdachte is verschenen en bijgestaan door mr. B.J. Sanders, advocaat te Zutphen.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

 mevrouw [slachtoffer 1]

 meneer [slachtoffer 2]

De officier van justitie, mr. E.D.I. Martens, heeft gerekwireerd.

Verdachte en haar raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het haar onder feit 1 en 2 ten laste gelegde en in dat kader nauw en bewust heeft samengewerkt met een medeverdachte (hierna: [medeverdachte]). Ten aanzien van [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1]) gaat het om de periode van 30 maart 2014 tot en met 4 juli 2014 in Doetinchem, Terborg en elders in Nederland. Ten aanzien van [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]) heeft de officier van justitie opgemerkt dat deze [slachtoffer 2] begin juni 2014 benaderd zou zijn door verdachte. [slachtoffer 2] is twee weken daadwerkelijk in Nederland geweest. Dit was in Doetinchem en elders in Nederland.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat verdachte vrijgesproken moet worden van het haar onder feit 1 en 2 ten laste gelegde. Daartoe heeft hij aangevoerd dat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor dwang tot het verrichten van (prostitutie)werkzaamheden, dat niet is aangetoond dat het naar Roemenië gestuurde geld niet aan [slachtoffer 1] ten goede zou zijn gekomen en dat niet is gebleken van misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht dan wel misbruik van een kwetsbare positie.

Op deze standpunten en op hetgeen overigens nog naar voren is gebracht, wordt hieronder voor zover relevant ingegaan.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 579-587

“Mijn vrouw heet [slachtoffer 1] ([slachtoffer 1]). (p. 580)”

Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] p. 551-560

“Ik had mijn man [slachtoffer 2] gebeld… (p. 556)”

Het proces-verbaal van verhoor verdachte ([medeverdachte]) p. 87-90

“Ik ken ze als [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. De echte namen is iets van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 2] iets in die geest. (p. 88)”

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte ([verdachte]) p. 188-203

“O: Verbalisanten tonen de verdachte een foto (…) Het betreft foto’s van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. (…)

V: Wie zijn deze mensen?

A: Dat zijn [slachtoffer 1]. Die andere is [slachtoffer 2]. (p. 194)”

Periode, taal en inleiding

Het proces-verbaal van verhoor verdachte ([medeverdachte]) p. 155-159

“[verdachte] is eindverantwoordelijke. Ik ben er wel bij betrokken geweest. (…)
Het was haar plan om [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar Nederland te halen. Ook de bedreigingen en de intimidaties waren haar idee. Het doel van de bedreigingen en intimidaties was ook om het bedrag van € 850,- zo snel mogelijk terug te laten betalen door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]” (p. 158)

Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] p. 551-560

“ik spreek en versta Roemeens, Oekraïense en Russisch. (p. 554) (…) Ik ben op 29 maart 2014 met een minibus vanuit Roemenië naar Nederland gekomen. (p. 556)”

Het proces-verbaal van bevindingen

“Op 4 juli 2014 (…) kreeg ik een melding dat er een brandweerman door twee Roemeense personen was aangesproken, die volkomen in paniek waren.(…)

Ze spraken mij aan in de vermoedelijk Roemeense taal. (…) Ik zag dat de man mij een Roemeense identiteitskaart gaf. Ik zag dat de man was [slachtoffer 2]. (…) Ik hoorde dat ze graag naar het politiebureau wilden gaan en aangifte wilden komen doen. (p. 535) (…)

Ik zag dat in de auto de mij ambtshalve bekende [medeverdachte] zat. Ik zag dat [medeverdachte] zijn auto stil zette naast ons en riep dat hij ze al 2 uur aan het zoeken was. (…) Ik zag dat de twee Roemeense personen achter mij kwamen staan. (…) Ik zag dat [medeverdachte] nog wees naar beide Roemenen en wat roepen in een voor mij overstaanbare taal. Ik zag aan de reactie van de Roemenen dat ze hiervan onder de indruk waren. Ik zag dat ze een stap achteruit deden en zich klein maakte. (…) (p. 536)”

Het proces-verbaal van verhoor verdachte (6e verhoor [medeverdachte]) p. 126-133

“Soms belde ik aan bij de klant omdat [slachtoffer 1] geen Nederlands sprak… (p. 131)”

[slachtoffer 1] beloofd werk te regelen in Nederland

Het proces-verbaal van bevindingen (aangifte [slachtoffer 1]) p. 537-539A

[verdachte] heeft aan mij gevraagd of ik naar Nederland wilde komen om extra geld te verdienen. (p. 538)”

Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] p. 551-560

“Ik wist via de familie van [verdachte] dat ik voor de verkoop van kranten naar Nederland ging. (p. 555)”

Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 579-587

“Tijdens de gesprekken met [verdachte] over de bouw beloofde [verdachte] mijn echtgenote dat ze mee kon komen naar Nederland om geld te verdienen. (…) Mijn echtgenote is daarom 3,5e maand geleden naar Nederland vertrokken. (p. 580)”

Reiskosten voor die [slachtoffer 1] voorgeschoten

Het proces-verbaal van bevindingen (aangifte [slachtoffer 1]) p. 537-539A

“[verdachte] heeft mijn reiskosten betaald en deze zou ik later aan haar terug betalen als ik geld ging verdienen. Zij heeft € 120,00 voorgeschoten, zodat ik naar Nederland kon komen. (p. 538)”

Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 579-587

“Een andere keer had ik [verdachte] weer aan de telefoon en zij vertelde mij dat mijn echtgenote nog schulden had. (…) [verdachte] vertelde mij dat de reis naar Nederland 120 euro kostte. (p. 581)”

Tegen [slachtoffer 1] gezegd dat ze (nog meer) schulden had

Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] p. 551-560

“[medeverdachte] zei dat ik gewoon moest gaan want hij zou me niet naar 1 klant op een dag brengen als het er ook meer konden zijn en dat [verdachte] immers haar geld moest terugkrijgen. (…) Met het geld terug krijgen bedoelde [medeverdachte] de schuld die ik bij hen zou hebben. (p. 545)

[verdachte] heeft mij verteld dat ik naast de schuld van € 120,- voor de reis ook een schuld had van € 100,- voor de kranten. (p. 555) Ik begreep zelf niet waarom ik nog een schuld zou hebben. Ik had het bedrag van € 220,- (de kosten voor de reis en de kranten) afgelost en voor zover ik wist had ik geen andere schulden. Later heeft [verdachte] mij verteld dat mijn man een schuld van € 750,- bij haar had (…) Volgens [verdachte] moest ik het bedrag van € 750,- samen met mijn man terugbetalen. (p. 556).”

Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 579-587

“Een andere keer had ik [verdachte] weer aan de telefoon en zij vertelde mij dat mijn echtgenote nog schulden had. Ik snapte dit niet omdat mijn echtgenote had verteld dat ze al het geld terug had betaald. [verdachte] vertelde mij dat de reis naar Nederland 120 euro kostte. De inkoop van de kranten, die [medeverdachte] had betaald, was 0,75 euro per krant. Vervolgens waren er nog schulden voor het eten en drinken. In totaal was er volgens [verdachte] een schuld van 300 euro. (p. 581) In het laatste telefoongesprek met [verdachte] heb ik aangegeven dat ik wilde dat [slachtoffer 1] terug kwam naar huis. (…) [verdachte] gaf echter aan dat dit niet kon omdat [slachtoffer 1] nog schulden had (p. 581)”

Het proces-verbaal van bevindingen uitlezen laptop ([medeverdachte]) p. 693-695

“(…) onderzoek gedaan naar de inhoud van de laptop die op 6 juli 2014 in beslag is genomen in de woning van verdachte [medeverdachte], [adres 1] te Doetinchem. (p. 693) (…)

Map users/G/documents

In deze directory zag ik verbalisant [verbalisant] een videobestand met de naam ‘[bestand]’. [slachtoffer 1] is de bijnaam die verdachte [medeverdachte] conform zijn eigen verklaringen gaf aan [slachtoffer 1]. Het is een video van 50 minuten. (…) Op de video zag ik de eerste 5 seconden beeld, waarna het beeld zwart werd terwijl de geluidsopname wel doorging. Ik hoorde een gesprek tussen een man en twee of mogelijk drie vrouwen. Het gesprek werd gevoerd in een mij onbekende taal. Op 1.15 minuten na het begin zag ik gedurende 10 seconden beeld. Ik zag de mij bekende [verdachte] (…) Het gesprek tussen de drie of vier personen duurde voort tot het einde van de video. (p. 694)”

Het proces-verbaal van verhoor verdachte ([medeverdachte]) p. 143-146

“Ik was boven in mijn woning en ging naar beneden en zag daar inderdaad [slachtoffer 1] geknield en vastgebonden op de grond. Ik begreep van [verdachte] dat zij dat had gedaan. (…) daarom heb ik dat allemaal (…) opgenomen (p. 145).”

Schriftelijk bescheid, vertaald gesprek ‘[bestand]’ p. 1376-1389

“Gesprek in de Roemeense taal tussen [verdachte] en [slachtoffer 1]

Gesprek in de Roma taal tussen [verdachte] en nnman [vermoedelijk [medeverdachte] (de rechtbank begrijpt dat bedoeld zal zijn: [medeverdachte], verdachte]

(...) [verdachte]: Weet je waarom je hier bent? Wat heb jij gedaan dat je dit is overkomen… Vertel me wat er met je is gebeurd dat je vastgebonden bent, dat je in deze toestand ben... (p. 1376). (…)
Nnman: [Roemeens] waarom zei je dat je hier tegen je wil zit. (…)

[verdachte]: ik zei tegen haar’ ik laat je met je man praten, dat je zegt, ‘het gaat goed met mij.. stuur het geld naar [verdachte] dat ik haar afbetaal. (p. 1381) (…)

Nnman: [ntv] ik wil mijn investering terug (p. 1384) (…)

Nnman: Luister...Het is voor haar bestwil...dat ze haar schuld aflost

[verdachte]; Dat zeg ik tegen haar net.. (p. 1385)”

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] p. 206-209

“O: Verbalisanten laten een deel van het videofilmpje met de naam ‘[bestand]’horen. Wat denk je dat er op deze video te horen is? Wie hoor jij hier praten?

A: [slachtoffer 1], [medeverdachte] en ik. (p. 208)”

Verdachte heeft ter terechtzitting van 1 december 2014 verklaard dat hij de NNman is, die bij dit gesprek aanwezig is geweest.

Het proces-verbaal van verhoor [verdachte] p. 222-228

“(..) Mijn opa heeft 1000 euro aan [slachtoffer 2] gegeven en 1000 aan [slachtoffer 1]. (..) Dat was de schuld.

De rechtbank overweegt dat op basis van het voorgaande bewezen kan worden geacht dat verdachte en [medeverdachte] [slachtoffer 1] hebben gezegd dat zij en haar man schulden hebben bij hen. De eerdere verklaring van [slachtoffer 1] hieromtrent vindt bevestiging in de verklaring van haar man, [slachtoffer 2], die zegt dat hij van verdachte heeft gehoord dat [slachtoffer 1] bij haar een schuld zou hebben, en de video/het geluidsfragment (aangetroffen op de laptop van [medeverdachte] en waarover [medeverdachte] heeft verklaard dat het [slachtoffer 1] betreft en hij de video heeft gemaakt), waarop te horen is dat [slachtoffer 1], verdachte en [medeverdachte] spreken over een schuld van [slachtoffer 1] en de verklaring van verdachte over het bestaan van een schuld.

[slachtoffer 1] gehuisvest

Het proces-verbaal van bevindingen (aangifte [slachtoffer 1]) p. 537-539A

“Mijn partner en ik wonen vanaf begin af aan bij [medeverdachte] en [verdachte] in. (p. 538)”

Het proces-verbaal van verhoor verdachte ([verdachte]) p. 188-203

“V: Wie woonden er op de [adres 1] in Doetinchem op het moment dat jij werd aangehouden?

A: [medeverdachte], ik, het kind van [medeverdachte], die [betrokkene 2], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. (p. 192)”

Op grond van de verklaringen van verdachte en [slachtoffer 1] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en [medeverdachte] [slachtoffer 1] huisvestten.

[slachtoffer 1] kranten laten verkopen

Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] p. 551-560

“Ik wist via de familie van [verdachte] dat ik voor de verkoop van kranten naar Nederland ging. (…) Ik heb zelf nooit bijgehouden hoeveel kranten ik in totaal van [verdachte] heb gekregen. (…) afgesproken [was] met [medeverdachte] en [verdachte] dat ik de opbrengst van de kranten mocht houden, nadat ik de schuld van € 220,- afgelost had. (p. 555) Zoals ik al eerder heb verklaard hebben wij kranten moeten verkopen (p. 556) De eerste dag ging [verdachte] mee. Ik heb haar gevraagd wat ik moest doen. Ik moest de krant voor mij houden. Het enig wat ik moest zeggen was “hallo hallo”. (…) De instructie van [verdachte] klopte ook. (…) Van [medeverdachte] kreeg ik een badge die ik moest dragen op de kleding tijdens de verkoop van de kranten. (p. 557) Ik werkte van maandag tot en met zaterdag van 08.00 uur tot 19.00 a 20.00 uur. (…) [verdachte] en [medeverdachte] kwamen 2 tot 3 keer per dag controleren of ik wel op mijn plek stond. (p. 558)”

Het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 2] p. 588-595

“[medeverdachte] ging per maand kranten kopen. (…) We moesten 75 cent per krant betalen. Ook moesten wij ieder aan [medeverdachte] € 10,- betalen voor het ophalen van de kranten. Met ieder bedoel ik mijn vrouw [slachtoffer 1], de eerder genoemde [betrokkene 2] en ik. (...) Voor deze maand (…) heeft mijn vrouw 50 kranten gekregen. (…) Wij werden ’s ochtends rond 08.00 uur naar de supermarkt gebracht en ’s avonds tussen 18.00 en 19.00 uur werden wij opgehaald. (…) Alle opbrengsten uit de verkoop van de kranten hebben wij moeten afstaan aan [medeverdachte] en [verdachte]. (p. 594)”

Het proces-verbaal van verhoor verdachte ([medeverdachte]) p. 92-99

“Wie verkochten er allemaal kranten?

[slachtoffer 1] ([slachtoffer 1]), [slachtoffer 2] [verdachte] en de oom van [verdachte] [betrokkene 2]. De supermarkten hebben het telefoonnummer van mij, voor als er problemen zijn. (p. 94)”

[slachtoffer 1] in de prostitutie laten werken

Het proces-verbaal van bevindingen (aangifte [slachtoffer 1]) p. 537-539A

“[verdachte] zei, je kunt met kranten verkopen mij niet terugbetalen, dus dan moet je maar met andere klanten het geld verdienen. (p. 538) [verdachte] en [medeverdachte] zeiden tegen mij denk maar goed over na. Ik heb anders wel een klant voor je. (…) Ik heb toen met [medeverdachte] toegestemd, dus dat ik er mee akkoord ging dat zij klanten voor mij gingen regelen. (…) Ik wilde zsm mijn schulden afbetalen en stemde in, zoals ik al eerder verklaard, om in de prostitutie te gaan werken. (p. 539)”

Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] p. 540-548

“Nadat ik mij had aangekleed, kwam [verdachte] naar boven. Zij vertelde mij dat mijn foto’s door [medeverdachte] op het internet waren gezet. Ik vertelde dat ik dat niet wilde. [verdachte] vertelde mij toen dat het niet uitmaakte wat ik wilde. Tussen 7 en 8 uur ’s avonds vertelde [verdachte] mij dat ik mij moest aankleden omdat [medeverdachte] al een klant voor mij had. (…) Ik werd door [medeverdachte] naar de klant gebracht. (p. 544) (…) dan zei [medeverdachte] dat ik mij aan moest kleden en dat er een klant was. (…) Voor zover ik weet werden de afspraken alleen via internet gemaakt. Ik heb hem over de telefoon nooit afspraken horen maken. (545) Ik heb 4 klanten gehad zonder condoom. [medeverdachte] had de afspraken gemaakt op het internet met de klant. Ik moest doen wat de klanten wilden van [medeverdachte]. (p. 546) (…) De klant had [[verdachte]] gevraagd of ze iemand wist met wie hij seks zou kunnen hebben. Ze belde mij toen (…) dat ik naar haar moest komen met de trein. (p. 547)”

Het proces-verbaal van bevindingen (roepnaam [betrokkene 3]) p. 645-651

“(…) [medeverdachte] gebruikt de vrouw van [slachtoffer 2] als prostituee, hij bracht haar naar klanten. (…) Ik heb eens gezien, dat [medeverdachte], [slachtoffer 1] met de auto wegbracht. [medeverdachte] vertelde mij dan dat hij haar weer naar een klant had gebracht. (p. 649)”

Het proces-verbaal van verhoor verdachte (6e verhoor [medeverdachte]) p. 126-133

“Ik had een account op de sex site. De eerste keer dat ik zelf een echte advertentie heb aangemaakt was de advertentie voor [slachtoffer 1]. (…) Klanten voor de advertentie van [slachtoffer 1] konden reageren via het emailadres [betrokkene 5]. (…) Ik heb de correspondentie via het mailadressen gevoerd met de klanten. (p. 131) De klant heette volgens mij Robert Roddinghof. Met hem heb ik mailcontact gehad. (p. 132)”

Een schriftelijk bescheid te weten een uitdraai van emailwisselingen tussen [betrokkene 4] en [betrokkene 5] p. 663-670

From: [betrokkene 4]

Date: Wed, 28 May 2014 21:29:33 +0200

in de advertentie stond dat alles ook zonder condoom mogelijk was?

en is het mogelijk om meer dan 1 x klaar te komen?

en in haar klaarkomen, is dat een probleem? (p. 669)"

From: [betrokkene 5]

Date: Wed, 28 May 2014 21:30:52 +0200

u kunt haar helemaal gebruiken zoals u wilt,

voor 75 euro blijft ze een uur de uwe ;) (p. 668)

From: [betrokkene 4]

Date: Wed, 2 jul 2014 10:44:33 +0200 (…)

75 euro was de prijs toch?

en is alles nog mogelijk?

anaal, seks zonder condoom?

het adres is [adres 2].

jullie zijn er al eens geweest. (p. 665)

From: [betrokkene 5]

Date: Wed, 2 juli 2014 10:53:03 +0200

Ja hoor dat is geen probleem…

75 euro klopt. (…) (p. 665)

[slachtoffer 1] naar haar werkplaats vervoerd

Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] p. 540-548

“Ik werd door [medeverdachte] naar de klant gebracht. (p. 544) [medeverdachte] wachtte in de auto tot ik klaar was. (…) De eerste week ben ik door [medeverdachte] 3 keer naar een klant gebracht. (…) De tweede en derde week waren [medeverdachte] en [verdachte] beiden mee. (p. 545)”

Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] p. 551-560

“Ik heb de eerste 3 dagen bij Albert Heijn in Doetinchem – De Huet gewerkt. [medeverdachte] heeft mij met zijn auto naar deze Albert Heijn gebracht. (p. 556)”

Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 579-587

“V: Wie bracht u en uw vrouw naar de plek om de kranten te verkopen?

A: [medeverdachte] als chauffeur (…). Soms ging [verdachte] mee. (p. 584) ”

Het proces-verbaal van verhoor verdachte (4e verhoor [medeverdachte]) p. 92-99

“Hoe zag de werkdag van de krantenverkoper er uit?

(…) Als ik er langs kom breng ik ze weg. (p. 94)”

Het proces-verbaal van verhoor verdachte (6e verhoor [medeverdachte]) p. 126-133

“Klanten voor de advertentie van [slachtoffer 1] konden reageren via het emailadres [betrokkene 5]. (…) Daarna bracht ik haar met mijn VW Passat naar de klant. (…) Ik heb dit enkele weken gedaan. (p. 131)

Emailwisseling tussen [betrokkene 4] en [betrokkene 5] p. 663-670

“From: [betrokkene 5]

ik zal haar vertellen in normale casual kleding te komen, ik breng haar aan de deur dan kunt u met mij afrekenen, de dame gaat met u mee, u doet u ding zal ik maar zeggen en een uurtje later laat u haar uit en pik ik haar weer op met de auto. (p. 668)

Op grond van de verklaringen van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [medeverdachte] acht de rechtbank bewezen dat [medeverdachte] [slachtoffer 1] bracht naar de plekken waar zij kranten moest verkopen. Gelet op de verklaringen van [slachtoffer 1] en [medeverdachte], maar ook het emailcontact tussen [medeverdachte] met een klant waarmee [slachtoffer 1] als prostituee seksuele handelingen moest verrichten, volgt dat [medeverdachte] [slachtoffer 1] (al dan niet in aanwezigheid van verdachte) met zijn auto naar klanten bracht.

[slachtoffer 1] mishandeld en/of bedreigd

Het proces-verbaal van verhoor ([slachtoffer 1]) p. 450-548

“[medeverdachte] zou mijn kinderen naar Nederland halen om geld te verdienen als ik niet genoeg geld zou verdienen. (...) Ook heeft [medeverdachte] mij bedreigd toen hij werd opgepakt dat hij mij en mijn kinderen zou vermoorden. [verdachte] heeft mij bedreigd toen zij werd opgepakt. Pas op want het is laat voor kinderen en je familie in Roemenië. (p. 544)”

Het proces-verbaal van bevindingen (aangifte [slachtoffer 1]) p. 537-539A

“Ongeveer 1.5 maand geleden was ik bij AH kranten aan het verkopen. Omstreeks 12.00 uur kwam [verdachte] naar mij toe om mijn opbrengst op te halen. Ik had € 12,00 op zak. [verdachte] vond dit te weinig en pakte mij vast en zei waarom ik zo weinig verdiende. Ik zei dat ik niet meer kon bedelen / verdienen. Hierna is [medeverdachte] op verzoek van [verdachte] naar AH gekomen. Ik ben achterin de auto van [medeverdachte] gaan zitten en [verdachte] ging naast [medeverdachte] zitten. [medeverdachte] pakte en mes en wilde dit tegen mij keel zetten. (p. 539).”

Schriftelijk bescheid, vertaald gesprek ‘[bestand]’ p. 1376-1389

(...) [verdachte]: Weet je waarom je hier bent? Wat heb jij gedaan dat je dit is overkomen… Vertel me wat er met je is gebeurd dat je vastgebonden bent, dat je in deze toestand ben... (p. 1376). (…)
[verdachte]: Dit moet je onthouden…weet je wat ik met je zou willen doen?..maar ik kan het
niet over mijn hart brengen, God houdt me tegen...ik zou je willen wurgen vrouw...Nnman: Van mij was ze niet ontkomen. (p. 1379) (…)
Nnman: Nee..zeg het tegen haar...Heb ze haar lesje geleerd of moeten we ze de hele dag

vastbinden

[verdachte]: Is het tot je doorgedrongen? Hm? (p. 1380) (...)

[verdachte]; maar luister wat ze tegen de man zei…ik zei tegen haar ik laat je met je man praten, dat je zegt, ‘ het gaat goed met mij.. stuur het geld naar [verdachte] dat ik haar afbetaal.”

Nnman: [ntv] ALQaida.[lacht] (p. 1381) (…)

[verdachte]: Ik maak ruzie met iedereen, vrouw… (…) …en als je zegt wat ik je nu heb aangedaan… ik hoor het.

Nnman: Luister..ik ben 32 jaar …ik heb mensen die ik in elkaar wil rammen om woorden die zij 15-20 geleden hebben gezegd, ik vergeet geen woord…wat denkt ze wel, dat ze van mij af is?...als zij naar Roemenië gaat…wat denk je, ben je van me af? (p. 1383) (…)

Nnman: Wat moet ik met haar doen ik heb haar telefoon afgepakt, haar ID-kaart...wat

moet ik haar nog meer aandoen? haar benen breken?"

[verdachte]: Heb je het nu begrepen?..He?

Nnman: Of wat wil ze ...al ze geen geld verdient dat ik een vinger afsnijd? [ntv] (...)

[verdachte]: Als ik een woord hoor, in Roemenië ...zal ik je zoeken, bij je familie, bij je

man...als ik hoor, bij de politie…of ...het stoort mij niet. (p. 1385)”

De rechtbank overweegt dat op basis van het voorgaande bewezen wordt geacht dat verdachte en [medeverdachte] [slachtoffer 1] hebben mishandeld en/of bedreigd. In de video/het geluidsfragment (aangetroffen op de laptop van [medeverdachte] en waarover [medeverdachte] heeft verklaard dat het [slachtoffer 1] betreft en hij de video heeft gemaakt), is te horen dat verdachte en [medeverdachte] diverse dreigementen uiten tegen [slachtoffer 1]. Voorts is er de verklaring van [slachtoffer 1] dat verdachte vond dat [slachtoffer 1] te weinig had verdiend en er [medeverdachte] bij haalde, die haar een mes tegen de keel wilde zetten. Ook heeft [slachtoffer 1] verklaard dat verdachte en [medeverdachte] hebben gedreigd (onder meer) de kinderen van [slachtoffer 1] iets aan te doen.

Naaktfoto’s van die [slachtoffer 1] gemaakt

Het proces-verbaal van Bevindingen uitlezen laptop p. 693-695

“(…) onderzoek gedaan naar de inhoud van de laptop die op 6 juli 2014 in beslag is genomen in de woning van verdachte [medeverdachte] (…).

Map: windows/xxx/[slachtoffer 1]

(…) Op deze foto’s zag ik een vrouw naakt onder de douche staan. (…) Op deze foto’s zag ik dezelfde vrouw achterover naakt op een bed liggen, waarbij zij soms haar benen gespreid heeft en soms haar vagina met haar handen gespreid houdt. Daarnaast zag ik foto’s waarbij de vrouw haar borsten vasthoudt en optilt. (…) Ik herkende de vrouw als [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] te Roemenië (p. 693).”

Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] p. 540-548

“Ik was op een gegeven moment aan het douchen. (…) [verdachte] heeft toen foto’s van mij genomen terwijl ik naakt was. (p. 542) [verdachte] zei dat ik languit op het matras moest gaan liggen. Ik was toen naakt en toen heeft ze weer foto’s genomen. (p. 543)”

Het proces-verbaal van verhoor verdachte ([medeverdachte]) p. 126-133

“[verdachte] heeft de foto’s van [slachtoffer 1] [slachtoffer 1] gemaakt. (p. 128) (…) [verdachte] heeft de foto’s gemaakt in onze badkamer. (p. 129)”

De telefoon van die [slachtoffer 1] kapot gegooid

Het proces-verbaal van bevindingen (aangifte [slachtoffer 1]) p. 537-539A

“Een (1) maand geleden heeft [medeverdachte] mijn gsm kapot gemaakt, dus ik heb helemaal geen contact meer met mijn kinderen en familie in Roemenië. (p. 538)

Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] p. 540-548

“Ik had de telefoon bij me die [medeverdachte] later heeft kapot gegooid. (p. 547).”

Schriftelijk bescheid, vertaald gesprek ‘[bestand]’ p. 1376-1389

“Nnman: Wat moet ik met haar doen ik heb haar telefoon afgepakt” (p. 1385)

[slachtoffer 1] vastgebonden

Het proces-verbaal van bevindingen (afbeeldingen Mijnalbum.nl) p. 715-716

“Op zondag 6 juli 2014 werd er uit de fouillering van de verdacht [medeverdachte] een mobiele telefoon van het merk Apple, type iPhone (SVO-nummer V01.001) in beslag genomen. (…) bleek dat er via deze mobiele telefoon verbinding was geweest met de website [site] en dat er naar deze website foto’s waren geupload. (…) Er werd bij alle albums gebruik gemaakt van (…) het IP-adres [IP] (dit betreft het IP-adres van [adres 1] te Doetinchem). (p. 715)

Bijlage afbeeldingen 7 t/m 11:

(…) Afbeeldingen van aangeefster [slachtoffer 1] waarbij zij met haar handen en vermoedelijk ook haar voeten is vastgebonden en op de grond zit. (p. 716)”

Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] p. 540-548

“Op een later moment moest ik van [verdachte] naar de woonkamer. Ik moest daar op mijn knieën gaan zitten en toen heeft [verdachte] mijn benen aan elkaar gebonden en mijn polsen aan elkaar gebonden. (p. 543)”

Het proces-verbaal van Bevindingen uitlezen laptop ([medeverdachte]) p. 693-695

“(…) onderzoek gedaan naar de inhoud van de laptop die op 6 juli 2014 in beslag is genomen in de woning van verdachte [medeverdachte], [adres 1] te Doetinchem. (p. 693)

(…)

Map users/G/documents

In deze directory zag ik verbalisant [verbalisant] een videobestand met de naam ‘[bestand]’. [slachtoffer 1] is de bijnaam die verdachte [medeverdachte] conform zijn eigen verklaringen gaf aan [slachtoffer 1]. Het is een video van 50 minuten. (…) Op de video zag ik de eerste 5 seconden beeld, waarna het beeld zwart werd terwijl de geluidsopname wel doorging. Ik hoorde een gesprek tussen een man en twee of mogelijk drie vrouwen. Het gesprek werd gevoerd in een mij onbekende taal. Op 1.15 minuten na het begin zag ik gedurende 10 seconden beeld. Ik zag de mij bekende [verdachte] (…) Het gesprek tussen de drie of vier personen duurde voort tot het einde van de video. (p. 694)”

Het proces-verbaal van verhoor verdachte ([medeverdachte]) p. 143-146

“Ik was boven in mijn woning en ging naar beneden en zag daar inderdaad [slachtoffer 1] geknield en vastgebonden op de grond. Ik begreep van [verdachte] dat zij dat had gedaan. Ze had dit gedaan omdat [slachtoffer 1] naar Roemenië had gebeld en verteld had dat ze vastgehouden werd. Omdat [verdachte] het er niet mee eens was heeft ze [slachtoffer 1] laten merken wat echt vastzitten is. (…) (p. 145).”

Schriftelijk bescheid, vertaald gesprek ‘[bestand]’ p. 1376-1389

‘(...) [verdachte]: Weet je waarom je hier bent? Wat heb jij gedaan dat je dit is overkomen. Vertel me wat er met je is gebeurd dat je vastgebonden bent, dat je in deze toestand ben... (p. 1376).

(…)

[verdachte]: Waarom hebben wij ruzie? Waarom ben je nu vastgebonden? Waarom heb ik dit met je gedaan? (p. 1377) (…)
[verdachte]: Vertel me, waarom ben je hier vastgebonden? (p. 1378) (..)

Nnman: Nee..zeg het tegen haar...Heb ze haar lesje geleerd of moeten we ze de hele dag

vastbinden. (p. 1380) (…)

En aan het einde van de weergave van het gesprek:

[verdachte]: ik maak haar los.

Nnman: Waarom?

[verdachte]: kijk naar haar hand. (p. 1389)”

Het proces-verbaal van verhoor verdachte ([verdachte]) p. 222-228

“Ik heb haar vastgebonden (…). Ik heb het gedaan om haar een lesje te leren. (p. 224)”

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] heeft vastgebonden (en met [medeverdachte] vastgebonden heeft gehouden). Dat het “slechts” enkele minuten zou hebben geduurd, volgt de rechtbank niet nu uit het dossier blijkt dat de video 50 minuten heeft geduurd en pas aan het einde wordt gesproken over het losmaken van [slachtoffer 1].

Het door die [slachtoffer 1] verdiende geld afgenomen

Het proces-verbaal van bevindingen (aangifte [slachtoffer 1]) p. 537-539A

“Ik verdien tussen de € 15.00 en € 45.00 per dag en ik werkte dagelijks van 08.00 tot 19.00 uur behalve zondagen. Tussen 12.00 en 13.00 uur kwam [verdachte] altijd langs om geld op te halen, dus wat ik verdiend had. Volgens [verdachte] had mijn partner een restschuld (…) Ik betaalde zijn schuld met het geld, welke ik hier per dag aan krantenverkoop verdiende. (p. 538) Ik wilde zsm mijn schulden betalen en stemde in, zoals ik al eerder verklaarde, om in de prostitutie te gaan werken. (…) De klant betaalde mij € 75,00. € 50,00 was voor [medeverdachte], dus om mijn schulden af te lossen. [medeverdachte] gaf dit bedrag ook aan [verdachte]. Ik moest hem tevens € 25,00 aan benzine kosten betalen, dus zelf kreeg ik niets. (p. 539)”

Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] p. 540-548

“Wanneer [verdachte] geld naar haar ouders stuurden moest ik altijd mee naar het postkantoor Primera in Doetinchem. Vlakbij de deur kreeg ik dan mijn ID document en dan moet ik geld sturen naar de familie van [verdachte] onder mijn naam. Na het overmaken van het geld moest ik mijn ID weer aan haar terug geven. (…)

V: Is er weleens geld naar uw familie gegaan?

A: Op 50 euro na is er niks naar mijn familie gestuurd. (p. 546)”

Het proces-verbaal van verhoor [slachtoffer 1] p. 551-560

“Feitelijk heb ik nooit geld ontvangen bij [medeverdachte] en [verdachte] voor de verkoop van de kranten. Ik moest dagelijks alle opbrengsten van de kranten afgeven aan [medeverdachte] en [verdachte]. (p. 555)”

Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 588-595

Alle opbrengsten uit de verkoop van de kranten hebben wij moeten afstaan aan [medeverdachte] en [verdachte]. (p. 594)”

Schriftelijk bescheid, vertaald gesprek ‘[bestand]’ p. 1376-1389

Nnman: Ik heb haar ID-kaart afgepakt dat ze geen geld stiekem naar familie stuurt (...)

Nnman: Alleen daarom heb ik haar ID-kaart afgepakt.[ntv] voor [bank].

[verdachte]: Voor [bank] pakte hij je ID-kaart af.

Nnman: Zodat ze geen kans heeft om geld achter te houden...(p. 1387)”

Het proces-verbaal van bevindingen p. 835-837

“(…) de overboekingen gevorderd die bij [bank] zijn gedaan door benadeelde [slachtoffer 1] (…) voor de periode 29 maart 2014 tot en met 4 juli 2014 zijn verkregen.(…)

Overboekingen door [slachtoffer 1]

In de voornoemde periode bleek [slachtoffer 1] 12 maal geld te hebben overgeboekt via [bank]. [slachtoffer 1] heeft zich gelegitimeerd met haar ID-kaart (…). Op 14 april 2014 maakte zij € 100,- over naar ‘[betrokkene 3]’ in Roemenië. (…) vervolgens zijn in totaal 9 keer bedragen overgemaakt naar “[betrokkene 6]”. (p. 835) (…)

Het telefoonnummer dat [slachtoffer 1] opgeeft bij haar stortingen, [nummer], staat volgens CIOT op naam van [medeverdachte]. (p. 836)”

Het proces-verbaal van verhoor getuige ([betrokkene 3]) p. 645-651

“Mijn vrouw [betrokkene 6]” (p. 647) (…) [verdachte] is een nicht, een dochter van mijn zus. (p. 648)”

De rechtbank acht bewezen dat verdachte met [medeverdachte] het door [slachtoffer 1] verdiende geld heeft ingenomen. Daartoe acht de rechtbank de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] redengevend. Deze verklaringen worden op verschillende punten ondersteund door andere bewijsmiddelen, zoals door de opmerking (van [medeverdachte]) in het videofragment - dat hij de ID-kaart van [slachtoffer 1] heeft afgepakt, zodat ze geen geld stiekem naar Roemenië kan sturen - en de omstandigheid dat [slachtoffer 1] meermalen geld heeft overgemaakt naar ene [betrokkene 6], een tante van verdachte.

[slachtoffer 1] laten betalen voor huisvesting en/of het vervoeren

Het proces-verbaal van bevindingen (aangifte [slachtoffer 1]) p. 537-539A

“Mijn partner en ik wonen van begin af aan bij [medeverdachte] en [verdachte] in. Ik slaap met mijn partner op de zolder op een matras. Hiervoor betalen wij € 20,00 per nacht. Daarnaast moeten wij extra geld betalen, wanneer [medeverdachte] ons naar een plek brengt waar wij kranten kunnen verkopen. Wij betalen per rit hiervoor € 10,00. (p. 538) Ik (…) stemde in, zoals ik al eerder verklaarde, om in de prostitutie te gaan werken. (…) De klant betaalde mij € 75,00. € 50,00 was voor [medeverdachte], dus om mijn schulden af te lossen. [medeverdachte] gaf dit bedrag ook aan [verdachte]. Ik moest hem tevens € 25,00 aan benzine kosten betalen. (p. 539)”

Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 588-595

“Later bleek dit € 10,- per nacht per persoon te zijn. Op zaterdag en zondag was het zelfs
€ 20,- per nacht per persoon. Voor dit bedrag sliepen wij samen op 1 matras op de betonnen vloer van de zolder in de woning van [medeverdachte]. (p. 594)”

Schriftelijk bescheid, vertaald gesprek ‘[bestand]’ p. 1376-1389

[slachtoffer 1]: Ik zei dat [medeverdachte] mij met de auto weg heeft gebracht….en van daar breng jij mij met de fiets.

[verdachte]: [medeverdachte] heeft je met de auto weggebracht…en [medeverdachte] brengt je niet meer met de auto en ik breng je op de fiets en je betaalt mij 10 euro.

[slachtoffer 1]: Hij vroeg aan mij hoeveel huur ik betaal.. .ik zei 10 euro (…)

[verdachte]: Voor 10 euro…heb ik mijn rug beschadigd om je naar de winkel te brengen…en dat had je niet moeten zeggen dat je mij het geld geeft…je gaf mij de schuld terug…en als je in de woning verblijft..weet je hoeveel de huur is? …600-700-1000 euro aan huur. (p. 1383)”

De rechtbank acht op grond van de verklaringen van [slachtoffer 1] en Popesco, en ook hetgeen over huurbetalingen en betalingen voor vervoer wordt gezegd in het videofragment, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en [medeverdachte] [slachtoffer 1] geld lieten betalen voor het overnachten in hun woning en het vervoeren van [slachtoffer 1].

Voorts merkt de rechtbank op dat zij, al het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, tevens wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte (steeds al dan niet samen met [medeverdachte]) heeft beloofd werk voor [slachtoffer 1] te zoeken in Nederland, haar reiskosten heeft voorgeschoten, haar na haar aankomst in Nederland op 29 maart 2014 kranten heeft laten verkopen, haar in de prostitutie heeft laten werken, naaktfoto’s van haar heeft gemaakt en dat [medeverdachte] de telefoon van [slachtoffer 1] kapot heeft gegooid. Uitgangspunt vormt hierbij steeds de verklaring van [slachtoffer 1], die op diverse punten door andere bewijsmiddelen wordt ondersteund. De rechtbank ziet geen aanleiding aan haar verklaringen te twijfelen. De verschillende verklaringen van verdachte, onder meer over dat [slachtoffer 1] vrijwillig in de prostitutie zou hebben gewerkt en verdachte geen rol heeft gehad voor wat betreft de krantenverkoop, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Temeer nu verdachte bijzonder wisselend heeft verklaard. Overigens doet eventuele vrijwilligheid (en of door de verdediging gestelde ervaring van aangeefster op prostitutiegebied in Roemenië) niet ter zake nu vaststaat dat er dwangmiddelen jegens aangeefster zijn ingezet.

Dwangmiddelen

De rechtbank overweegt dat gelet op het voorgaande bewezen kan worden geacht dat ten aanzien van [slachtoffer 1] sprake was van dwang, geweld (zoals het vastbinden), feitelijkheden (zoals het afpakken van het ID-bewijs en het kapot gooien van de telefoon) en het dreigen met geweld (zoals [medeverdachte] in het video/geluidsfragment: of [slachtoffer 1] wil dat hij haar vinger eraf zal snijden). Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank sprake van het dreigen met een andere feitelijkheid (zoals verdachte in het video/geluidsfragment: als verdachte een woord hoort, zal ze [slachtoffer 1] zoeken bij haar familie, haar man en ook de dreigementen naar [slachtoffer 1] met betrekking tot haar kinderen, door verdachte en [medeverdachte]), van afpersing ([medeverdachte] en verdachte vragen [slachtoffer 1] in het video/geluidsfragment of ze haar lesje heeft geleerd/het tot haar is doorgedrongen, of dat ze haar de hele dag moeten vastbinden) en van misleiding (door haar naar Nederland te lokken om geld te verdienen voor zichzelf). Ook acht de rechtbank bewezen dat sprake is van misbruik van een uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht/een kwetsbare positie, nu [slachtoffer 1] de Nederlandse taal niet machtig is, niet over financiële middelen beschikt en hier geen contacten heeft.

Nauwe en bewuste samenwerking

De rechtbank is van oordeel dat voor wat betreft het onderdak bieden aan [slachtoffer 1], de krantenverkoop en prostitutiewerkzaamheden door [slachtoffer 1], sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte]. Verdachte beloofde werk voor [slachtoffer 1] te regelen en schoot de reiskosten voor, “lokte” haar op deze wijze naar Nederland. [slachtoffer 1] mocht, tegen betaling, verblijven in de woning waar verdachte en [medeverdachte] samenwoonden, en door [slachtoffer 1] op verschillende manieren onder druk te zetten (te denken valt aan het vastbinden door verdachte, het vernielen van de telefoon door [medeverdachte], het – door zowel verdachte als [medeverdachte] – benadrukken dat ze schulden heeft) bewogen ze [slachtoffer 1] ertoe kranten te verkopen en in de prostitutie te werken en het verdiende geld aan hen af te staan. [medeverdachte] bracht haar met de auto naar klanten en verdachte liet [slachtoffer 1] geld overmaken naar familie van verdachte in Roemenië waarna [slachtoffer 1] haar ID-kaart weer moest inleveren.


Nu er sprake is van het verrichten van werkzaamheden door [slachtoffer 1], waarbij lange dagen werden gemaakt, het verdiende geld afgestaan moest worden en er gecontroleerd werd op inkomsten, stelt de rechtbank vast dat er, ook ten aanzien van de verkoop van straatkranten, sprake is van uitbuiting.

Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat verdachte en [medeverdachte] [slachtoffer 1] hebben geworven, gehuisvest, opgenomen, vervoerd en overgebracht met het oogmerk van uitbuiting, dat zij [slachtoffer 1] hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en diensten, dat zij opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 1] en haar hebben gedwongen en/of bewogen hen te bevoordelen uit de opbrengsten van haar prostitutiewerkzaamheden.

Ten aanzien van feit 2

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 579-587

“Mijn vrouw heet [slachtoffer 1] ([slachtoffer 1]). (p. 580)”

Het proces-verbaal van verhoor (I [slachtoffer 1]) p. 551-560

“Ik had mijn man [slachtoffer 2] gebeld (..). (p. 556)”

Het proces-verbaal van verhoor verdachte ([medeverdachte]) p. 87-90

“Ik ken ze als [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. De echte namen is iets van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 2] iets in die geest. (p. 88)”

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte ([verdachte]) p. 188-203

“O: Verbalisanten tonen de verdachte een foto (…) Het betreft foto’s van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. (…)

V: Wie zijn deze mensen?

A: Dat zijn [slachtoffer 1]. Die andere is [slachtoffer 2]. (p. 194)”

Periode, taal en inleiding

Het proces-verbaal van verhoor verdachte ([medeverdachte]) p. 155-159

“(..) Het was haar plan om [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar Nederland te halen. Ook de bedreigingen en de intimidaties waren haar idee. Het doel van de bedreigingen en intimidaties was ook om het bedrag van € 850,- zo snel mogelijk terug te laten betalen door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].” (p. 158)

Het proces-verbaal van verhoor verdachte ([verdachte]) p. 222-228

“(..) Mijn opa heeft 1000 euro aan [slachtoffer 2] gegeven en 1000 aan [slachtoffer 1]. (..) Dat was de schuld.” (p. 225)

Proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 579-587

“Mijn echtgenote is daarom 3,5e maand geleden naar Nederland vertrokken. (..) Ik heb vervolgens 2,5e maand geen contact met mijn vrouw gehad. (p. 580)

(..) In het laatste telefoongesprek met [verdachte] heb ik aangegeven dat ik wilde dat [slachtoffer 1] terug kwam naar huis. (..) In het telefoongesprek stelde [verdachte] mij voor om ook naar Nederland te komen en in hun huis te verblijven, zodat ik kon helpen met geld terug te verdienen en om langer te verblijven om meer geld te verdienen in Nederland. (..) Ik ben vrijdag twee weken geleden in Nederland aangekomen.” (p. 581)

Ze hadden kranten voor mij gekocht. [medeverdachte] schreef op een stuk papier wat ik moest zeggen en hoeveel ik voor de kranten moest vragen. Ik moest de tekst maar de hele nacht uit mijn hoofd leren.” (p. 581)

Het proces-verbaal van bevindingen p. 535-536

“Op 4 juli 2014 (…) kreeg ik een melding dat er een brandweerman door twee Roemeense personen was aangesproken, die volkomen in paniek waren.(…)

Ze spraken mij aan in de vermoedelijk Roemeense taal. (…) Ik zag dat de man mij een Roemeense identiteitskaart gaf. Ik zag dat de man was [slachtoffer 2]. (…) Ik hoorde dat ze graag naar het politiebureau wilde gaan en aangifte wilden komen doen. (p. 535)

(…)

Ik zag dat in de auto de mij ambtshalve bekende [medeverdachte] zat. Ik zag dat [medeverdachte] zijn auto stil zette naast ons en riep dat hij ze al 2 uur aan het zoeken was. (…) Ik zag dat de twee Roemeense personen achter mij kwamen staan. (…) Ik zag dat [medeverdachte] nog wees naar beide Roemenen en wat roepen in een voor mij overstaanbare taal. Ik zag aan de reactie van de Roemenen dat ze hiervan onder de indruk waren. Ik zag dat ze een stap achteruit deden en zich klein maakte. (…)” (p. 536)

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat bij verdachte en [medeverdachte] al geruime tijd een plan bestond om [slachtoffer 2] (en [slachtoffer 1]) naar Nederland te halen. Derhalve wordt dit telefoongesprek als start van de bewezenverklaarde periode aangemerkt, immers het oogmerk bestond op dat moment al bij verdachte en [medeverdachte]. De schuld bij de opa van verdachte bestond immers al. De periode liep tot het contact met de politie op 4 juli 2014.

[slachtoffer 2] beloofd werk te regelen in Nederland

Het proces-verbaal van bevindingen ([slachtoffer 1]) p. 537-539

“[verdachte] heeft vervolgens ervoor gezorgd dat mijn partner naar Nederland kon komen. [medeverdachte] heeft haar hiermee geholpen.” (p. 538)

Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 579-587

“In het telefoongesprek stelde [verdachte] mij voor om ook naar Nederland te komen en in hun huis te verblijven, zodat ik kon helpen het geld terug te verdienen en om langer te verblijven om meer geld te verdienen in Nederland.” (p. 581)

De reiskosten van [slachtoffer 2] voorgeschoten

Het proces-verbaal verhoor ([betrokkene 3]) p. 644-651

“Een man die personen vervoerd tussen Resita Roemenië en hier. (..) Ik ben samen gereisd met [slachtoffer 2] en we zijn samen bij [medeverdachte] thuis afgezet in Doetinchem. Ik heb er 100 euro voor betaald en [medeverdachte] heeft 100 euro voor [slachtoffer 2] betaald. Toen we bij [medeverdachte] aankwamen betaalde [medeverdachte] de 100 euro cash aan de chauffeur.” (p. 647)

Het proces-verbaal van bevindingen ([slachtoffer 1]) p. 537-539

“Reiskosten van mijn partner was volgens [medeverdachte] € 100,00.” (p. 538)

Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 579-587

“[verdachte] gaf aan dat ik gewoon naar Nederland kon komen met de Bosniër en dat [medeverdachte] dan de 100 a 120 euro zou betalen voor de reis.” (p. 581)

[slachtoffer 2] gezegd dat hij nog meer schulden had

Het proces-verbaal van bevindingen ([slachtoffer 1]) p. 537-539

“Volgens [verdachte] had mijn partner een restschuld van € 750,-, want [verdachte] vond dat mijn partner in Roemenië zijn werk niet afgemaakt had. Hiermee bedoel ik dan zijn werkzaamheden aan het huis van [verdachte].” (p. 538)

Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 579-587

“Uiteindelijk kwam [medeverdachte] tot de conclusie dat er nog 750 euro betaald moest worden voor het niet afmaken van de bouw van de woning en 100 euro voor de reis naar Nederland. In het totaal moest ik van [medeverdachte] 850 euro betalen.” (p. 581)



Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 588-595

“Als ik hem minder gaf dan zei hij, wat ga je nou doen. Je kunt nog niet eens de huur, het vervoer en je schulden betalen.” (p. 591)



De rechtbank overweegt dat op basis van het voorgaande bewezen kan worden geacht dat verdachte en [medeverdachte] [slachtoffer 2] hebben gezegd dat hij en zijn vrouw schulden hebben bij hen. De verklaring van [slachtoffer 2] hieromtrent vindt bevestiging in de verklaring van [slachtoffer 1].

[slachtoffer 2] gehuisvest

Het proces-verbaal van bevindingen ([slachtoffer 1]) p. 537-539

“Mijn partner en ik wonen van begin af aan bij [medeverdachte] en [verdachte].” (p. 538)

Het proces-verbaal van verhoor verdachte ([verdachte]) p. 188-203

“V: Wie woonden er op de [adres 1] in Doetinchem op het moment dat jij werd aangehouden?

A: [medeverdachte], ik, het kind van [medeverdachte], die [betrokkene 2], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. (p. 192)”

Op grond van de verklaringen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en [medeverdachte] [slachtoffer 2] huisvestten.

[slachtoffer 2] kranten laten verkopen

Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 588-595

“[medeverdachte] ging per maand 200 tot 200 kranten kopen. (…) We moesten 75 cent per krant betalen. (…) Voor deze maand heb ik van [medeverdachte] 66 kranten gekregen. (…) Wij werden ’s ochtends rond 08.00 uur naar de supermarkt gebracht en ’s avonds tussen 18.00 en 19.00 uur werden wij opgehaald. (…) Alle opbrengsten uit de verkoop van de kranten hebben wij moeten afstaan aan [medeverdachte] en [verdachte]. (p. 594)”

Het proces-verbaal van verhoor verdachte ([medeverdachte]) p. 92-99

“Wie verkochten er allemaal kranten?

[slachtoffer 1] ([slachtoffer 1]), [slachtoffer 2], [verdachte] en de oom van [verdachte] [betrokkene 2]. (p. 94)”

[slachtoffer 2] vervoerd naar werkplaats

Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 579-587

“V: Wie bracht u en uw vrouw naar de plek om de kranten te verkopen?
A: [medeverdachte] als chauffeur (…). Soms ging [verdachte] mee.” (p. 584)

Op grond van bovengenoemde verklaringen acht de rechtbank bewezen dat [slachtoffer 2] kranten moest verkopen. [medeverdachte] bracht [slachtoffer 2] en zijn vrouw naar de plekken waar zij kranten moesten verkopen.

[slachtoffer 2] mishandeld en/of bedreigd; uitbuiting

Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 579-587

“[verdachte] nam mijn ID-kaart af. (..) [verdachte] vertelde dat ze zijn ID-kaart nodig hadden voor het verblijf. (p. 582)

[medeverdachte] hoorde vervolgens dat ik maar 12 euro had verdiend. [medeverdachte] werd daarop boos en begon te schreeuwen. Ik moest maar doorwerken en op straat blijven in de nacht omdat ik onvoldoende geld verdiend had om in zijn woning te verblijven. (p. 582)

We kregen van [verdachte] een brood en twee patés en dat moesten we verdelen en daar moesten we de hele week mee doen. (..) In de avond werden we van zolder geroepen en dan kregen we nog iets op een bord wat we konden eten. (p. 583)
Wij moesten vanuit de auto altijd snel de woning in gaan. Het was niet mogelijk om naar buiten te gaan. Het was ons verboden (p. 583)

[medeverdachte] had tegen mij gezegd dat als ik bij de politie zou komen [medeverdachte] mij eruit zou halen en mij zou vermoorden. (..)
[medeverdachte] en [verdachte] beiden begonnen te zeggen dat als wij iets verkeerd zouden zeggen dat [medeverdachte] naar Roemenië zou komen en hij zijn eigen wet zou toepassen. (p. 585)
Dit was niet de eerste keer dat [medeverdachte] ons bedreigd heeft. Hij heeft vaker gezegd dat hij naar Roemenië zou gaan en mijn oudste dochter zou ophalen en mee over de grens zou nemen. Hij zou haar dan laten produceren. [wat bedoelt u met produceren]. Het zelfde als ze met mijn vrouw hebben gedaan, in de prostitutie laten werken. (..) [medeverdachte] en [verdachte] hebben ons met zoete woorden verleidt om naar Nederland te komen en het vervolgens een hel laten worden. (p. 586)

[medeverdachte] heeft mij uit de auto gezet. Vervolgens is [medeverdachte] uitgestapt en heeft [medeverdachte] mij twee keer geschopt en drie keer in mijn gezicht geslagen. Daardoor had ik mijn rechteroog blauw en mijn neus bloedde. De schoppen waren op mijn bekken en in mijn ribben. Ik heb het toen ook in mijn broek gedaan. (..) Ik kreeg een tissue zodat er geen bloed in de auto zou komen. [verdachte] en haar oom waren ook aanwezig bij dit voorval. Onderweg naar huis zijn we gestopt bij een Jumbo. [verdachte] heeft daar een zak diepvriesdoperwten gekocht om als kompres tegen mijn neus te houden.
[medeverdachte] zou een belangrijke persoon zijn in die plaats, in Doetinchem, hij kon welk probleem dan ook snel oplossen, omdat hij daar veel mensen kende. Hij dreigde ook dat wij niet naar de politie moesten gaan. Hij maakte ons duidelijk dat we er niet aan moesten denken om contact met de politie op te nemen. (…) Dat heeft hij vaker gezegd. Bijna iedere dag. (..)
Als ik niet genoeg had verdiend dreigde hij dat ik dan eventueel in de bosjes moest gaan slapen.” (p. 590-591)

Het proces-verbaal verhoor ([betrokkene 3]) p. 645-651

“Ik zat samen met [slachtoffer 2] achterin de auto. [medeverdachte] stopte en stapte uit. Hij liep naar [slachtoffer 2] toe en trok hem uit de auto. Ik heb gezien dat [medeverdachte] met zijn vuist in het gezicht van [slachtoffer 2] sloeg. Ze stonden buiten de auto. [verdachte] en ik zaten nog in de auto. Ik zag gelijk dat er bloed uit de neus van [slachtoffer 2] kwam. Ik heb ook gezien dat [medeverdachte] [slachtoffer 2] ging schoppen. [medeverdachte] heeft zeker een paar de ribben en het gezicht van [slachtoffer 2] geraakt. (..) We zijn daarna de Jumbo gereden en ik moest diepvries doperwten kopen, om deze op de neus van [slachtoffer 2] te zetten.” (p. 650)

De rechtbank overweegt dat op basis van het voorgaande bewezen kan worden geacht dat verdachte en [medeverdachte] [slachtoffer 2] hebben mishandeld en/of bedreigd. [slachtoffer 2] werd gecontroleerd op verdiensten. Als [slachtoffer 2] niet genoeg verdiende dan moest hij buiten slapen. Ook is hij door [medeverdachte] dusdanig mishandeld dat hij een pak diepvriesdoperwten nodig had om de zwelling tegen te gaan. Verdachte heeft deze dopertwen gekocht.

Het door die [slachtoffer 2] verdiende geld afgenomen

Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 579-587

“Ik zou wel willen vertrekken, maar wij hadden totaal geen geld. Twee keer per dag werden wij gecontroleerd door [medeverdachte] en [verdachte] of wij geen geld achterhielden. ’s Avonds moesten wij ons helemaal uitkleden tot dat we naakt waren. Ik voor [medeverdachte] en mijn vrouw voor [verdachte]. Zo konden ze controleren of wij geen geld achterhielden. (p. 582)

Een keer kwam er een vrouw bij mij en die gaf mij 20 euro als cadeau voor mijn kinderen. (..) 10 minuten nadat de dame mij het briefje van 20 euro had gegeven kwamen [verdachte] en [medeverdachte] met de oom van [verdachte]. (..) Toen ik het geld uit mijn zakken haalde zat daar ook de 20 euro bij. Ik zag dat het briefje van 20 euro gecontroleerd werd. Ik zag dat [verdachte] een foto op haar telefoon had van het serienummer van het briefje van 20 euro. (..) Ook de schuilplaats werd gecontroleerd. Ze keken zelfs in mijn schoenen of ik geen geld achterhield. (p. 582-583)

[medeverdachte] vertelde mij dat ik 10 euro per dag moest betalen voor het wonen in zijn woning, 5 euro voor het brengen naar de plaats om krantjes te verkopen. Als ik meer dan die 15 euro verdiend had moest ik dit ook aan hem geven omdat ik nog een schuld had van 850 euro. (p. 582)
Er werden verschillende bedragen betaald voor de kranten. Soms kreeg ik geld en wilden mensen geen kranten. Het is een verkapte vorm van bedelarij. De bedragen wisselden heel erg. Het minst wat ik verdiend heb was 12 euro en het meest 48 euro. (..) Ik heb voor 116 kranten 120 euro moeten betalen voor het kopen van de kranten. Ook moesten wij één keer in de week 10 euro betalen per persoon voor het halen van de kranten. (..) Wij moesten ze zelf kopen en de opbrengst ging naar [medeverdachte]. (p. 584-585)

Vorige week heb ik gemiddeld 30 euro per dag betaald. Deze week ging het beter en dit was 40 a 41 euro per dag tot vrijdag.” (p. 585)

Het proces-verbaal van verhoor verdachte ([medeverdachte]) p. 92-98

“Dat verhaal [van het biljet van 20 euro] klopt. (…) Ik heb mijn moeder gebruikt om de integriteit van [slachtoffer 2] te testen. (…) Ik had het serienummer van het bankbiljet overgeschreven en er een foto van gemaakt.”

Het proces-verbaal van verhoor verdachte ([medeverdachte]) p. 155-158

“(..) [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hadden een schuld bij [verdachte]. Dit is de schuld van € 850,- vermeld op het overzicht dat u mij gisteren heeft laten zien. (..) Het doel van de bedreigingen en intimidaties was ook om het bedrag van € 850,- zo snel mogelijk terug te laten betalen door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].” (p. 158)

De rechtbank acht bewezen dat verdachte met [medeverdachte] het door [slachtoffer 2] verdiende geld heeft ingenomen. Daartoe acht de rechtbank de verklaringen van [slachtoffer 2] en [medeverdachte] redengevend. [slachtoffer 2] werd gecontroleerd op zijn verdiensten zodat hij geen geld achter kon houden.

[slachtoffer 2] laten betalen voor huisvesting en het vervoeren

Het proces-verbaal van bevindingen ([slachtoffer 1]) p. 537-539

“Mijn partner en ik wonen van begin af aan bij [medeverdachte] en [verdachte] in. Ik slaap met mijn partner op de zolder op een matras. Hiervoor betalen wij € 20,00 per nacht. Daarnaast moeten wij extra geld betalen, wanneer [medeverdachte] ons naar een plek brengt waar wij kranten kunnen verkopen. Wij betalen per rit hiervoor € 10,00. (p. 538)

Ik (…) stemde in, zoals ik al eerder verklaarde, om in de prostitutie te gaan werken. (…) De klant betaalde mij € 75,00. € 50,00 was voor [medeverdachte], dus om mijn schulden af te lossen. [medeverdachte] gaf dit bedrag ook aan [verdachte]. Ik moest hem tevens € 25,00 aan benzine kosten betalen.” (p. 539)

Het proces-verbaal van verhoor aangever ([slachtoffer 2]) p. 588-595

“Later bleek dit € 10,- per nacht per persoon te zijn. Op zaterdag en zondag was het zelfs
€ 20,- per nacht per persoon. Voor dit bedrag sliepen wij samen op 1 matras op de betonnen vloer van de zolder in de woning van [medeverdachte]. (p. 594)”

De rechtbank acht op grond van de verklaringen van [slachtoffer 1] en Popesco wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en [medeverdachte] [slachtoffer 1] geld lieten betalen voor het overnachten in de woning en het vervoeren van [slachtoffer 2].

Voorts merkt de rechtbank op dat zij, al het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, tevens wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte (steeds al dan niet samen met [medeverdachte]) heeft beloofd werk voor [slachtoffer 2] te zoeken in Nederland, zijn reiskosten heeft voorgeschoten en hem na zijn aankomst in Nederland omstreeks 1 juni 2014 kranten heeft laten verkopen. Uitgangspunt vormt hierbij steeds de verklaring van [slachtoffer 2], die op diverse punten door andere bewijsmiddelen wordt ondersteund. De rechtbank ziet geen aanleiding aan zijn verklaringen te twijfelen. De verschillende verklaringen van verdachte, onder meer over dat verdachte geen rol heeft gehad voor wat betreft de krantenverkoop, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Temeer nu verdachte bijzonder wisselend heeft verklaard.

Dwangmiddelen

De rechtbank overweegt dat gelet op het voorgaande bewezen kan worden geacht dat ten aanzien van [slachtoffer 2] sprake was van dwang, geweld (zoals het slaan en schoppen), feitelijkheden (zoals het buiten laten slapen) en het dreigen met geweld (onder meer het zeggen dat als [medeverdachte] [slachtoffer 2] niet bij de COOP zou vinden, hij hem af zou maken alsmede dat [medeverdachte] zijn eigen wet toe zou passen in Roemenië als [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] iets verkeerds tegen de politie zouden zeggen). Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank sprake van het dreigen met een andere feitelijkheid (zoals het dreigen dat de dochter van [slachtoffer 2] naar Nederland gehaald zou worden om zich te laten prostitueren), van afpersing ([medeverdachte] dreigde dat [slachtoffer 2] in de bosjes moest slapen als hij niet genoeg verdiende) en van misleiding (door hem naar Nederland te laten komen om geld te verdienen voor zichzelf). Ook acht de rechtbank bewezen dat sprake is van misbruik van een uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht/een kwetsbare positie, nu [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet machtig is, niet over financiële middelen beschikt en hier geen contacten heeft.

Nauwe en bewuste samenwerking

De rechtbank is van oordeel dat voor wat betreft het onderdak bieden aan [slachtoffer 2], de krantenverkoop door [slachtoffer 2], sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte]. Verdachte beloofde werk voor [slachtoffer 2] te regelen en [medeverdachte] schoot de reiskosten voor. Op deze manier “lokten” ze hem naar Nederland. [slachtoffer 2] mocht, tegen betaling, verblijven in de woning waar verdachte en [medeverdachte] samenwoonden, en door [slachtoffer 2] op verschillende manieren onder druk te zetten (het – door zowel verdachte als [medeverdachte] – benadrukken dat hij schulden had) bewogen ze [slachtoffer 2] ertoe kranten te verkopen en het verdiende geld aan hen af te staan. [medeverdachte] bracht hem naar zijn plek toe en haalde hem daarna weer op waarna hij naar binnen moest snellen en daar moest blijven.

Nu er sprake is van het verrichten van werkzaamheden door [slachtoffer 2], waarbij lange dagen werden gemaakt, het verdiende geld afgestaan moest worden en er gecontroleerd werd op inkomsten – zelfs op een listige manier – stelt de rechtbank vast dat er sprake is van uitbuiting.

Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat verdachte en [medeverdachte] [slachtoffer 2] hebben geworven, gehuisvest, opgenomen, vervoerd en overgebracht met het oogmerk van uitbuiting, dat zij [slachtoffer 2] hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en diensten, dat zij opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 2].

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

zij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 maart 2014 tot en met 4 juli 2014 te Doetinchem en elders in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander

een ander, te weten, [slachtoffer 1]

telkens door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met

geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, misleiding dan wel door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door

misbruik van een kwetsbare positie,

(sub 1°)

- heeft geworven en gehuisvest en opgenomen en vervoerd en overgebracht met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1]

en

(sub 4°)

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten

van arbeid of diensten

en

(sub 6°)

telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 1]

en

(sub 9°)

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en verdachtes mededader te

bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1], seksuele handelingen met een derde tegen betaling

immers heeft verdachte en haar mededader telkens

terwijl die [slachtoffer 1] de Nederlandse taal niet machtig is en schulden had

en schulden kreeg

- die [slachtoffer 1] beloofd werk te regelen in Nederland en

- de reiskosten voor die [slachtoffer 1] voorgeschoten en

- die [slachtoffer 1] gezegd dat zij nog meer schulden had en

- die [slachtoffer 1] gehuisvest en

- die [slachtoffer 1] kranten laten verkopen en

- die [slachtoffer 1] in de prostitutie laten werken en

- die [slachtoffer 1] naar haar werkplaats vervoerd en

- die [slachtoffer 1] mishandeld en/of bedreigd en

- naaktfoto's van die [slachtoffer 1] gemaakt en

- de telefoon van die [slachtoffer 1] kapot gegooid en

- die [slachtoffer 1] vastgebonden en

- het door die [slachtoffer 1] verdiende geld afgenomen en

- die [slachtoffer 1] laten betalen voor de huisvesting en het vervoeren

door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [slachtoffer 1] een

(afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen

onttrekken en tengevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en

diens mededader heeft kunnen bieden.

2.

zij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2014 tot en met 4 juli 2014 te Doetinchem en elders in Nederland,

(lid 3, onder 1°)

tezamen en in vereniging met een ander,

een ander, te weten, [slachtoffer 2]

telkens door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met

geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, misleiding dan wel door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door

misbruik van een kwetsbare positie,

(sub 1°)

- heeft geworven en/of gehuisvest en opgenomen en vervoerd en

overgebracht met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 2]

en

(sub 4°)

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten

van arbeid of diensten

en/of

(sub 6°)

telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer 2],

immers heeft verdachte en haar mededader telkens

terwijl die [slachtoffer 2] de Nederlandse taal niet machtig is en schulden had

en schulden kreeg

- die [slachtoffer 2] beloofd werk te regelen in Nederland en

- de reiskosten voor die [slachtoffer 2] voorgeschoten en

- die [slachtoffer 2] gezegd dat hij nog meer schulden had en

- die [slachtoffer 2] gehuisvest en

- die [slachtoffer 2] kranten laten verkopen en

- die [slachtoffer 2] naar zijn werkplaats vervoerd en

- die [slachtoffer 2] mishandeld en/of bedreigd en

- het door die [slachtoffer 2] verdiende geld afgenomen en

- die [slachtoffer 2] laten betalen voor de huisvesting en het vervoeren;

door welke feiten en omstandigheden voor voornoemde [slachtoffer 2] een

(afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan hij zich niet heeft kunnen

onttrekken en tengevolge waarvan hij geen weerstand aan verdachte en

diens mededader heeft kunnen bieden.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 en 2 telkens:

Mensenhandel, door twee of meer verenigde personen

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De officier van justitie is hiertoe gekomen gelet op de ernst van de feiten alsmede de richtlijnen ter zake van seksuele uitbuiting en arbeidsuitbuiting.


Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft gepleit voor een andere strafmaat gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte verblijft reeds acht jaar in Nederland en heeft geen documentatie. Verdachte heeft een kind. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen met daarbij eventueel een voorwaardelijk strafdeel. De raadsman heeft verzocht om de voorlopige hechtenis op te heffen bij vonnis.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 1 september 2014.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan mensenhandel van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], beiden inwoners van Roemenië. Verdachte en haar mededader vertelden [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dat zij in Nederland konden werken. In Nederland aangekomen echter, vertelden verdachte en haar medeverdachte dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een schuld hadden die terugbetaald moest worden. Zij moesten hiervoor kranten gaan verkopen. Verdachte en haar medeverdachte lieten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zes dagen per week, urenlang zonder pauze krantjes verkopen op straat. De ID kaarten van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] werden afgepakt en er mocht geen contact gezocht worden met het thuisfront. Toen bleek dat het geld verdienen te langzaam ging, werd [slachtoffer 1] gedwongen om zich te laten prostitueren. Als klanten geen condoom wilden gebruiken dan hoefde dat niet. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] moesten bijna alle inkomsten afstaan aan verdachte en haar mededader. De omstandigheden waaronder [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] moesten werken en leven, waren erbarmelijk. Ze kregen weinig eten en sliepen op zolder. Verdachte en haar mededader schuwden geen geweld, zoals is gebleken uit het filmfragment waaruit blijkt dat [slachtoffer 1] vastgebonden zit.

De rechtbank houdt rekening met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.

Mensenhandel is een ernstige vorm van criminaliteit. Het leed en de gevolgen voor de slachtoffers zijn groot.

De rechtbank houdt rekening met de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.

Voor zover uit het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 november 2014 (GHARL:2014:9146) zou kunnen worden afgeleid dat een gevangenisstraf van 3 maanden per maand seksuele uitbuiting als uitgangspunt zou gelden, volgt de rechtbank dit uitgangspunt niet. Dit komt immers niet overeen met straffen in soortgelijke zaken en wijkt ook te zeer af van het door het LOVS vastgestelde oriëntatiepunt voor verkrachting - waar seksuele uitbuiting tot op zekere hoogte mee te vergelijken is - van 24 maanden voor één verkrachting, los van strafvermeerderende factoren als minderjarigheid van het slachtoffer of ernstig geweld.

Bij de straftoemeting is met name rekening gehouden met de volgende factoren:

- de periode van de seksuele uitbuiting was minder dan een maand;

- er hebben meerdere daadwerkelijke door dwangmiddelen afgedwongen seksuele contacten met klanten plaatsgevonden;

- naast seksuele uitbuiting was er uitbuiting door de verkoop van straatkranten;

- er zijn ten aanzien van de niet-seksuele uitbuiting twee slachtoffers;

- de niet-seksuele uitbuiting van de twee slachtoffers vond plaats in een periode van maanden, respectievelijk enkele weken;

- (bijna) al het geld moest worden afgedragen, waarbij streng werd gecontroleerd of niets werd achter gehouden;

- er is gehandeld in vereniging, maar er is geen sprake van een georganiseerd verband;

- de dwang bestond mede uit geweld, bedreiging en het vastbinden van een van de slachtoffers, het slachtoffer van de seksuele uitbuiting;

- het gebruikte geweld bestond uit het eenmalig schoppen en slaan van het slachtoffer van de niet seksuele uitbuiting, waarbij een blauw oog en kneuzingen zijn opgelopen;

- het gaat om meerderjarige slachtoffers;

- de slachtoffers waren kwetsbaar nu zij de Nederlandse taal niet spraken en hier geen andere contacten hadden dan verdachte(n);

- er was sprake van seks zonder condooms; richting klanten werden geen beperkingen genoemd op seksueel gebied. Verdachte mailde een klant daarover: “u kunt haar helemaal gebruiken zoals u wilt, voor 75 euro blijft ze een uur de uwe ;)”

- er is geen sprake van zaken als gedwongen abortussen, of tatoeages;

- verdachte speelde een wezenlijke rol in de uitbuiting; Hij is daarbij degene die aangaf waar de grenzen van de prostitutie lagen (geen grenzen mbt anale seks, seks zonder condooms), de contacten met de klanten onderhield en het slachtoffer daarheen bracht;

- er is geen sprake van recidive op het gebied van uitbuiting, wel op het gebied van geweld;

- verdachte heeft maar zeer beperkt inzicht getoond in de kwalijkheid van zijn gedrag.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf van na te noemen duur, passend en geboden is.

Er bestaat, gelet op het voorgaande, geen aanleiding het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis in te willigen.

6A. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel


[slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 7.050,- bestaande uit een bedrag van € 2.050,- aan materiële schade en een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft - onder verwijzing naar de vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 1] - verzocht de vordering van de benadeelde tot betaling van het bedrag van € 7.500,- hoofdelijk toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 72 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van het materieel opgevoerde bedrag de hoogte van de dagopbrengst betwist. Onvoldoende is onderbouwd welk deel van de opbrengst aan kosten

– zoals reiskosten, inkoop- en transportkosten en de kosten van levensonderhoud – is gemaakt.
Omdat vrijspraak is bepleit met betrekking tot het laten prostitueren van Tuich heeft de verdediging verzocht de vordering te matigen.



Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de civiele vordering van [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 2.050,- aan materiële schade toewijzen, waarbij de omvang van de schade door de rechtbank op basis van de overgelegde stukken op dat bedrag is begroot. De gederfde inkomsten zijn goed onderbouwd. De kosten zijn in minderheid gebracht op de omzet, wat maakt dat de rechtbank dit bedrag in zijn geheel toewijsbaar acht.

Aan de benadeelde partij is door het onder 1 bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid wordt deze schade begroot op € 2.500,-.
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering ter zake van vergoeding van de immateriële schade omdat dit deel van de vordering onvoldoende met stukken is onderbouwd en daar nadere bewijsvoering en onderbouwing voor nodig zou zijn. Dit zou echter een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen, zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is of wordt voldaan.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 4 juli 2014.

[slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 740,- bestaande uit een bedrag van € 240,- aan materiële schade en een bedrag van € 500,- aan immateriële schade.


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot betaling van het bedrag van € 740,- hoofdelijk toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 14 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van het materieel opgevoerde bedrag de hoogte van de dagopbrengst betwist. Onvoldoende is onderbouwd welk deel van de opbrengst aan kosten

– zoals reiskosten, inkoop- en transportkosten en de kosten van levensonderhoud – is gemaakt.

Beoordeling door de rechtbank

De verdediging heeft de vordering van [slachtoffer 2] (gedeeltelijk) weersproken. De rechtbank acht het bedrag dat ziet op het materiële deel van de vordering - nu het tenlastegelegde bewezen is verklaard en de vordering voldoende is onderbouwd - toewijsbaar. Bij het vaststellen van de hoogte van de gederfde inkomsten, zijn de kosten reeds meegenomen.

De vordering zal dan ook in zijn geheel worden toegewezen.

Aan de benadeelde partij is door het onder 2 bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid wordt deze schade begroot op na te melden bedrag.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is of wordt voldaan.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 4 juli 2014.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 (zevenentwintig) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]


Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover [medeverdachte] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer 1] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [slachtoffer 1], te betalen € 4.550,- (zegge vierduizend vijfhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover [medeverdachte] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer 1] zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], te € 4.550,- (zegge vierduizend vijfhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 55 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover [medeverdachte] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer 2] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [slachtoffer 2], te betalen € 740,- (zegge: zevenhonderdveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover [medeverdachte] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer 2] zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], te betalen € 740,- (zegge: zevenhonderdveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 14 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. H.G. Eskes (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. M.J. Ouweneel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.W.M. Heutinck en mr. H.L. Miedema, griffiers

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 december 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant A.M.G.T.J. Mannie van de Politie Eenheid Oost Nederland, Team Opsporing Mensenhandel, opgemaakte proces-verbaal, OPS-dossiernummer PL0700-2014073033, gesloten op 10 september 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld, een en ander in dit vonnis steeds zakelijk weergegeven. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.