Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:7681

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-12-2014
Datum publicatie
11-12-2014
Zaaknummer
05/701069-12
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2015:7610, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplichtigheid aan het opzettelijk telen, bereiden, bewerken en verwerken van 78 kilogram henneptoppen en 1550 hennepplanten.

Verdachte heeft anderen gelegenheid gegeven een hennepkwekerij in te richten in het pand dat hij huurde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/701069-12

Datum zitting : [adres 2] oktober 2013, 7 november 2013 en 3 december 2014

Datum uitspraak : 03 december 2014

VERSTEK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te Rhenen

adres : zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande

1 De betekening van de dagvaarding.

Verdachte woonde ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde feit op het adres waar de hennepkwekerij was gevestigd, te weten, [adres 1] in Velp.

Op 6 november 2013 heeft verdachte zich laten uitschrijven uit de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA). Hierbij heeft verdachte alleen een plaatsnaam in Duitsland opgegeven en geen adres. Dit terwijl verdachte wist dat er een strafzaak tegen hem aanhangig was. Er is al tweemaal eerder op zijn adres een dagvaarding betekend. De eerste betekening vond plaats op [adres 2] september 2013. Hoewel verdachte op dat moment volgens het GBA daar stond ingeschreven, kon de akte niet worden uitgereikt omdat het pand leegstond en de geadresseerde daar niet woonde. Op 28 oktober 2013 is opnieuw getracht de dagvaarding aan verdachte uit te reiken. Hij zou daar niet wonen. Van hem was geen ander adres bekend. Inmiddels heeft hij zich uitgeschreven uit het GBA, maar heeft daarbij zijn nieuwe adres niet (volledig) doorgegeven. Hierdoor bemoeilijkt verdachte de betekening van gerechtelijke stukken. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank een betekening aan de griffier van de rechtbank voldoende en heeft zij de zaak buiten aanwezigheid van verdachte behandeld.

2 De inhoud van de tenlastelegging

Verdachte wordt verweten dat hij in de periode van 1 januari 2012 tot en met 25 januari 2012 in Velp:

  • -

    samen met één of meer anderen stroom heeft gestolen door een illegale aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om te plaatsen, dan wel dat hij opzettelijk behulpzaam is geweest bij die diefstal;

  • -

    samen met één of meer anderen 1550 hennepplanten en/of 78 kilo henneptoppen opzettelijk heeft geteeld, bereid, bewerkt en verwerkt, dan wel dat hij opzettelijk behulpzaam is geweest hierbij.

3 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 3 december 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte niet verschenen, noch iemand namens hem.

Als benadeelde partij heeft [benadeelde] zich ten aanzien van feit 1 schriftelijk in het geding gevoegd.

De officier van justitie, mr. A.C.J. Nettenbreijers, heeft geconcludeerd tot vrijspraak ten aanzien van de diefstal van stroom en heeft de veroordeling van verdachte geëist ten aanzien van het medeplegen van het kweken van hennep.

4. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van feit 1

De rechtbank is, in navolging van de officier van justitie, van oordeel dat op grond van de bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van stroom, dan wel dat verdachte hier opzettelijk behulpzaam bij is geweest. Op grond van het dossier is onvoldoende vast komen te staan dat verdachte ermee bekend was dat de elektriciteit buiten de meter om liep. Verdachte zal van feit 1 worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat in een pand gelegen aan de [adres 1] in Velp op 25 januari 2012 een in werking zijnde hennepkwekerij is aangetroffen. Verdachte huurde het pand en bewoonde het ook. Nu in en om het pand, ook in delen van het pand die verdachte moest betreden om in zijn woning te komen, een zeer sterke wietgeur is waargenomen en verdachte het gedeelte van het pand waar de hennepkwekerij is aangetroffen ter beschikking heeft gesteld en verhuurd aan de medeverdachten (waarvoor verdachte maandelijks een contant geldbedrag van € 2.500,- ontving) acht de rechtbank bewezen dat verdachte de medeverdachten gelegenheid en middelen heeft verschaft tot het opzettelijk telen, bereiden, bewerken en verwerken van hennep.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde medeplegen nu hiervoor onvoldoende bewijs is.

Conclusie

De rechtbank acht dan ook bewezen dat:

een of meer onbekend gebleven personen in de periode 1 januari 2012 tot en met 25 januari 2012 te Velp, gemeente Rheden, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt, in een pand aan pand aan de [adres 1] te Velp (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in totaal) ongeveer 78 kilogram henneptoppen en ongeveer 1550, hennepplanten en/of delen daarvan, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 2 subsidiair

Medeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

7 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De officier van justitie heeft bij het formuleren van zijn eis rekening gehouden met de grote hoeveelheid hennep die is aangetroffen. Ten voordele van verdachte heeft de officier van justitie onder meer rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte geen strafblad heeft.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 21 oktober 2014.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft anderen gelegenheid gegeven een hennepkwekerij in te richten in het pand dat hij huurde. De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de grote hoeveelheid hennepplanten en henneptoppen die in het pand dat verdachte huurde zijn aangetroffen.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een gevangenisstraf passend en geboden is voor de duur van acht maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Deze straf is lager dan door de officier van justitie is geëist nu de rechtbank de medeplichtigheid van verdachte aan de hennepteelt bewezen acht en niet het medeplegen.

7A. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 tenlastegelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 22.843,54.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering omdat – nu verdachte is vrijgesproken van (medeplichtigheid bij de diefstal van elektriciteit - de gestelde schade niet rechtstreeks is toegebracht door enig bewezenverklaard feit.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 48 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11 en 13 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 primair tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 subsidiair tenlastegelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] (t.a.v. feit 1)

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Aldus gewezen door:

mr. M.F. Gielissen (voorzitter), mr. H.P.M. Kester-Bik en mr. J.J.H. van Laethem, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N. Baaziz, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 03 december 2014.

Bijlage I

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks de periode 01 januari 2012 tot en met 25 januari 2012 te

Velp, gemeente Rheden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het

pand aan de [adres 1] te Velp heeft weggenomen stroom, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming (door middel van het plaatsen van een illegale aansluiting buiten

de elektriciteitsmeter om, waardoor de afgenomen elektriciteit niet werd

geregistreerd);

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks de periode 1 januari 2012 tot en met 25 januari 2012 te

Velp, gemeente Rheden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het

pand aan de [adres 1] te Velp heeft weggenomen stroom, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan die verdachte en/of zijn mededader(s) en/of aan

verdachte, waarbij die verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot

de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf

verdachte op of omstreeks 1 januari 2012 tot en met 25 januari 2012 te Velp,

gemeente Rheden, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen

en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest

door het verhuren van het pand aan de [adres 1] te Velp;

2.

hij op of omstreeks de periode van 01 januari 2012 tot en met 25 januari 2012

te Velp, gemeente Rheden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of

verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van

ongeveer 1550 hennepplanten en/of 78 kilo henneptoppen, in elk geval een

hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde

hennep een middel, vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks de periode 1 januari

2012 tot en met 25 januari 2012 te Velp, gemeente Rheden, met elkaar, althans

één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of

verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad in een pand aan

pand aan de [adres 1] te Velp (een) hoeveelheid/hoeveelheden van (in

totaal) ongeveer 78 kilogram hennep(toppen) en/of ongeveer 1550, althans een

groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een

hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde

hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of

bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 01

augustus 2011 te Velp, gemeente Rheden, in elk geval in Nederland, meermalen,

althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan

die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken

van hennepplanten ter beschikking te stellen.

Bijlage II

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Politie Gelderland-Midden, AVZ/Staf District/Leiding, AVZ/Unit IJsselwaarden/Leiding, AVZ/unit IJsselwaarden/Basis Politiezorg, opgemaakte proces-verbaal, registratienummer PL078H 2012010328, gesloten op 9 juli 2012 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

Proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] d.d. 25 januari 2012, p. 6 en 7:

(…) “Op woensdag 25 januari 2012 (…) kregen we de opdracht (…) te gaan naar de [adres 2] te Velp, waar men een hevige weedlucht zou ruiken.

Ter plaatse troffen wij verschillende medewerkers van het bedrijf wat gevestigd is op nummer [adres 2] welke ons vertelden dat zij weed roken. Wij roken dat op de drie verschillende verdiepingen in het gebouw, in verschillende ruimtes een weedlucht waar te nemen was. (…) Wij hoorden dat zij vertelden dat het mogelijk uit het naastgelegen, leegstaande, bedrijfspand zou kunnen komen, gelegen aan [adres 1] te Velp.

(…) Wij klommen op het balkon en roken een sterke weedlucht om en rond het pand. Wij hadden door deze aanwijzingen een zeer sterk vermoeden van een overtreding van de Opiumwet in het leegstaande bedrijfspand. (…)

Wij riepen luid: politie maak uzelf kenbaar. Hierop hoorden wij boven gestommel en een stem roepen. (…) Wij zagen dat er een man van ongeveer 60 jaar de trap af liep (…)ik hoorde dat hij vertelde dat hij boven woonde, het pand huurde (…) Wij roken op dat moment wel een indringende weedlucht. (…)

Hij (verdachte; rechtbank) gaf aan dat (…) hij wel de sleutel van de deur had en ons het winkelgedeelte kon laten zien. (…)

Wij hebben hierop de woning verlaten en zijn de winkel op de begane grond binnen gegaan. (…) wij roken in deze ruimte wel een zeer bedompte, zware weedlucht. (…)

Buiten voelden wij dat er een warme lucht uit twee roosters aan de voorzijde van het pand in het trottoir kwam. Wij roken dat aan de lucht uit deze kokers een weedlucht hing.” (…)

Proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] d.d. 29 mei 2012, p. 8 en 9:

(…) “Ik, verbalisant, rook door ventilatieroosters die zich aan de voorzijde van het pand bevonden, de mij ambtshalve bekende geur van hennep. Tevens kwam er een warme stroom lucht uit de ventilatieroosters.

(…) Ik kon zien, met behulp van deze warmtebeeldcamera, dat de ventilatieroosters aan de voorzijde van het pand [adres 1] te Velp, een extreme warmtebron uitstraalde. Mij is ambtshalve bekend dat voor een succesvolle binnenkweek van hennepplanten een tropisch klimaat nodig is. (…)

Hierop betrad ik, samen met de aanwezige collega’s genoemde winkel/woning. Nadat wij een globaal onderzoek hadden ingesteld in de woning troffen wij in de (…) kelder onder het winkelpand een compleet ingericht en in werking zijnde hennepkwekerij aan. Tevens werd een droogruimte voor de geoogste hennep aangetroffen met naar later bleek te zijn ongeveer 78 kilogram aan henneptoppen. En er werd in het achterste gedeelte van de schuur die aan het pand verbonden was een stekkenkwekerij aangetroffen. (…)

De in beslag genomen planten waren allen gelijksoortig. Een gedeelte van de in beslag genomen op hennepplanten gelijkende planten, is getest met de daarvoor bestemde testset “MMC-Cannabis”. Deze test had een positief resultaat. (…)

De bewoner die boven het pand woont, wat bleek uit de opgevraagde huurovereenkomst van het pand gelegen aan de [adres 1] te Velp, [verdachte], werd (…) aangehouden.” (…)

Proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] d.d. 14 mei 2012, p. 12:

(…) “De hennepplanten stonden per ruimte in drie (3) grote afgetimmerde bakken.

In kwekerij A stonden twee (2) bakken van ongeveer een (1) meter bij 12 meter, en een (1) bak van ongeveer twee (2) meter bij acht(8) meter. Deze bakken waren gevuld met zwarte aarde.

In kwekerij B1 stonden twee (2) bakken van ongeveer (1) meter bij zes (6) meter, en een (1) bak van ongeveer twee (2) meter bij acht (8) meter. Deze bakken waren gevuld met zwarte aarde.

In kwekerij B1 stonden twee (2) bakken van ongeveer een (1) meter bij zes (6) meter, en een (l) bak van ongeveer een (1) meter bij zeven (7) meter. Deze bakken waren gevuld met zwarte aarde.

In kwekerij B2 stonden drie(3) bakken van ongeveer een (l) meter bij drie (3) meter. Deze bakken waren gevuld met zwarte aarde.

In kwekerij Cl stonden drie (3) bakken van ongeveer een (1) meter bij drie (3) meter. Deze bakken waren gevuld met zwarte aarde.

In kwekerij C2 stonden drie (3) bakken van ongeveer een (l) meter bij vijf (5) meter. Deze bakken waren gevuld met zwarte aarde.

(…) Er werden door ons, verbalisanten, in totaal 1550 hennepplanten aangetroffen. Door mij werd een willekeurige selectie gemaakt uit de aangetroffen hennepplanten. Deze planten werden door mij onderzocht. Ik zag dat de planten zich in het beginstadium en tussenstadium van de groei bevonden. De hoogte van de planten varieerde rond de 10 tot 50 centimeter.

Alle onderzochte planten hadden hun wortelvorming ontwikkeld in een steenwolblokje.

(…) Bij het onderzoek dat ik ter plaatse instelde zag ik dat er aanwijzingen waren dat er twee (2) maal eerder was geoogst.” (…)

Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte], d.d. 8 februari 2012, p. 49:

(…) “Ik heb het pand gehuurd in maart, april 2011. (…) Ik ben zelf omstreeks november 2011 boven het winkelgedeelte gaan wonen. (…) Achter het winkelgedeelte zaten nog twee grote ruimten en er zat een soort schuur aan vast. (…) Er kwamen twee mannen de winkel binnen lopen. (…) Ik (…) heb hem toen aangeboden het achterste gedeelte van het pand te huren. (…) Ik heb zelf een huurcontract gemaakt (…) De huurprijs voor de mannen was 2500 euro per maand, en met ingang van 1 januari zou dat verhogen met 500 euro per maand. De man heeft toen netjes betaald, dit deed hij contant.” (…)

Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte], d.d. 9 februari 2012, p. 53:

(…) “Die polen (…) betaalden keurig elke maand 2500 euro huur. Ik heb dus ongeveer 17.500 euro huur ontvangen van die Polen. Lag elke maand keurig klaar in de bijkeuken op tafel. Meestal biljetten van 50 en 100.” (…)

1 De bewijsmiddelen zijn in Bijlage II van dit vonnis opgenomen.