Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:7574

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-12-2014
Datum publicatie
09-12-2014
Zaaknummer
05/862237-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De militaire kamer van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, spreekt een 39-jarige militair vrij van joyriding met een militair voertuig en veroordeelt hem ter zake van diefstal (in vereniging en met braak en inklimming) van lege hulzen tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, met aftrek van de tijd die de militair in verzekering heeft doorgebracht. De militair dient de Staat een bedrag van € 1.402,50 te betalen vanwege wederrechtelijk verkregen voordeel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/862237-13

Datum zitting : 24 november 2014

Datum uitspraak : 8 december 2014

Tegenspraak

Vonnis van de militaire kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

Raadsman : mr. O.J. Ingwersen, advocaat te Arnhem.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeksde periode van 25 april 2013 tot en met 26 april 2013 te

Harskamp, gemeente Ede, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit

gebouw 102 gelegen op het infanterie Schiet Kamp te Harskamp (minutiecomplex),

althans een gebouw op een terrein van defensie, heeft weggenomen ongeveer 935

kilogram aan (munitie)hulzen, althans een groot aantal (munitie)hulzen, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het Ministerie van

defensie, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij als militair in of omstreeks de periode van 25 april 2013 tot en met 26

april 2013, te of nabij Harskamp, gemeente Ede, in elk geval in Nederland,

opzettelijk wederrechtelijk twee, althans één motorrijtuig, (militaire MB's),

bij de krijgsmacht in gebruik, als bestuurder heeft gebruikt.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 24 november 2014 ter terechtzitting onderzocht. Verdachte is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. O.J. Ingwersen voornoemd.

De officier van justitie, mr. S.Z. Wiarda, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van feit 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de nacht van 25 op 26 april 2013 wordt omstreeks 3:55 uur waargenomen dat het plexiglas van de linker roldeur van gebouw 102 van het Munitie Complex Hoenderloo 2 op de Generaal Winkelman Kazerne te Harskamp stuk is.2

Van buitenaf is met een armreiking door het gat in het glas de loopdeur aan de binnenzijde te openen.3 Diezelfde nacht tussen 0:00 uur en 00:20 uur was het raam van het betreffende gebouw nog intact.4 In de loods bevonden zich grote kratten met diverse koperkleurige hulzen van diverse kalibers.5

Op 26 april 2013 omstreeks 8:30 uur werd geconstateerd dat het draad, dat dient als omheining van het Infanterie Schiet Kamp Hoenderloo 2 te Harskamp (waar zich ook loods 102 bevindt), was doorgeknipt.6 In het hekwerk bevonden zich twee gaten, een van 80 centimeter bij 110 centimeter en een van 80 centimeter bij 90 centimeter, en in de directe omgeving werd een beschermhoes/omhulsel van een kniptang aangetroffen.7 Bij het tweede gat bevonden zich aan de binnenzijde negen, en aan de buitenzijde van het Munitie Complex vijf, grijze handkratten - deels gevuld met koperkleurige hulzen - met de tekst “Hoenderloo”.8

De grijze bakken worden normaal gesproken niet gebruikt voor munitieopslag en er is geen toestemming gegeven voor het wegnemen van goederen en het vernielen van het raam en hekwerk. Deze goederen behoren toe aan het ministerie van Defensie.9

Medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte]) heeft op 26 april 2013 tegen betaling hulzen ingeleverd in Harderwijk10, bij [getuige 1], te weten eenmaal 375 kilogram en eenmaal 560 kilogram.11

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat - gelet op de bekennende verklaring van [medeverdachte], de verklaring van getuige [getuige 1], de smartcard- en telefoongegevens, en de geflitste auto - wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem onder feit 1 ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem onder feit 1 ten laste gelegde. Daartoe heeft hij aangevoerd dat [medeverdachte] zijn eerder ten overstaan van de Koninklijke Marechaussee (hierna: Kmar) afgelegde bekennende verklaring heeft ingetrokken en dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs resteert voor een bewezenverklaring. De raadsman van verdachte heeft er voorts op gewezen dat verdachte heeft verklaard dat hij zijn telefoon in zijn PSU in de MB heeft laten liggen en dat dit het aanstralen van de telefoonmasten en ook het laatste telefoontje naar de vriendin van verdachte verklaart omdat een ander dan verdachte het laatste telefoongesprek immers aangetikt kan hebben. Ook heeft hij opgemerkt dat verdachte niet weet of hij op 26 april 2013 met [medeverdachte] bij [getuige 1] is geweest, daar dat dit – zelfs als dat het geval zou zijn – onvoldoende bewijs oplevert voor een bewezenverklaring van de ten laste gelegde diefstal.

Beoordeling door de militaire kamer

Op grond van de (onweersproken) feiten acht de militaire kamer bewezen dat één of meerdere personen in de nacht van 25 op 26 april 2013 op het Infanterie Schiet Kamp (een munitiecom-plex) Hoenderloo 2 in Harskamp, in de gemeente Ede, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit loods 102, munitiehulzen van het ministerie van Defensie heeft/hebben weggenomen, en zich de toegang tot dat munitiecomplex en die loods hebben verschaft en die hulzen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming.

De vraag die ter beantwoording voorligt, is of bewezen kan worden geacht dat verdachte (één van) de dader(s) is en of de door [medeverdachte] aan [getuige 1] aangeboden 935 kilogram munitiehulzen de weggenomen munitiehulzen betreffen. De militaire kamer beantwoordt die vraag bevesti-gend, aangezien [medeverdachte] daarover gedetailleerd heeft verklaard bij de Kmar en deze verklaring wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen, zodat de militaire kamer geen reden ziet om aan die verklaring te twijfelen. Daartoe wordt als volgt overwogen.

Het vervoer

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij en verdachte in de nacht van de inbraak, vanaf de Bernhardkazerne in Amersfoort, beiden een MB bij zich hadden. [medeverdachte] heeft de MB waarin hij reed op de parkeerplaats gezet, is toen bij verdachte in de MB gestapt en is samen met hem naar het munitiecomplex gereden.12 Hij heeft verklaard dat ze naar de achterpoort zijn gereden, een houten paal naast de slagboom uit de grond hebben gehaald, langs de slagboom zijn gereden en de MB naast het hek naast het munitiecomplex hebben gezet.13 Toen [medeverdachte] met verdachte bezig was met de inbraak, kwam de wacht eraan en zijn verdachte en hij in de auto gestapt, waar ze even hebben gewacht en vervolgens stapvoets zonder verlichting zijn weggereden.14 Verdachte heeft [medeverdachte] afgezet bij de parkeerplaats waar de MB van [medeverdachte] stond en [medeverdachte] kan zich herinneren dat er onderweg “een flits was”.15

Dat [medeverdachte] zijn MB bij aankomst op de Winkelman kazerne te Harskamp op het parkeerterrein zou hebben gezet, vindt bevestiging in de verklaringen van getuigen [getuige 2] en [getuige 3]. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op 26 april 2013 om 1:41 uur een militaire MB met kenteken [kenteken] op de openlijk toegankelijke parkeerplaats bij de MDD heeft waargenomen.16 Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij met [getuige 2] omstreeks 1:30 uur bij het gebouw van de MDD aan de Otterloseweg was en dat zij het hen was opgevallen dat er een militaire MB op de parkeerplaats nabij het schietterrein stond.17 De opmerking van [medeverdachte] dat verdachte de MB naast het hek op het munitiecomplex had gepositioneerd, wordt ondersteund door de bevindingen van het sporenonderzoek kort na de inbraak. Aan de buitenzijde van het (vernielde) hekwerk werden namelijk bandensporen aangetroffen die werden herkend als bandensporen van een MB.18 Voorts heeft een wachtcommandant gerapporteerd dat hij op

25 april 2013 in het kader van beveiligingswerkzaamheden omstreeks 3:55 uur met collega’s was gearriveerd op het Munitie Complex Hoenderloo 2, om te beginnen bij loods 102.19

Dat past in de verklaring van [medeverdachte] dat hij en verdachte de wacht zagen arriveren en zijn vertrokken, waarna [medeverdachte] zijn eigen MB heeft opgehaald. Dit sluit ook aan op de verklaring van getuige [getuige 3]. Getuige [getuige 3] heeft immers verklaard dat de MB die hij eerder met [getuige 2] op het parkeerterrein had zien staan, rond 5:00 uur niet meer op het parkeerterrein stond.20

De braaksporen

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij met een leatherman een gat in het hekwerk naast het munitiecomplex heeft geknipt en dat hij met verdachte door de opening in het hek naar het emballagehok is gegaan. Eén van hen heeft het raampje van de deur ingeslagen, waarna ze

- door een hand door het raam te steken - de deur aan de binnenkant konden openen.21

Situatie plaats delict

[medeverdachte] heeft verklaard dat de hulzen in de loods per kaliber in verschillende bakken gesorteerd lagen en hij en verdachte hulzen uit verschillende bakken hebben weggenomen.22

Ze hebben ongeveer 20 kratten met hulzen gevuld en deze, eerst handmatig en later met behulp van een karretje of steekwagentje, in de MB hebben geplaatst. Toen zij de wacht op het munitiecomplex zagen rijden, hebben ze alles laten vallen en zijn ze weggereden.23 Ook deze verklaring van [medeverdachte] vindt bevestiging in andere bewijsmiddelen.

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat tegen een wand in loods 102 palletkratten staan met hulzen van verschillende soorten, waaronder palletkratten met verschoten “blanks”.24

Hij heeft voorts verklaard dat tijdens werkzaamheden gebruik wordt gemaakt van hulpmiddelen waaronder plateauwagens, en dat deze in de nacht van de inbraak binnen stonden.25 Een wachtcommandant heeft met collega’s omstreeks 3:55 uur bij loods 102, behalve een gebroken ruit, palletkratten (voor het gebouw) en een plateauwagen (nabij de rechter roldeur) aangetroffen.26

Afgelegde route

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij samen met verdachte, nadat de wacht het munitiecomplex op was gereden, is weg gereden. Ze zijn vervolgens helemaal buitenom richting het dorp gereden en toen via allerlei tussendoor wegen - al dan niet via de Leusderheide - naar de Bernhardkazerne in Amersfoort om op zijn kamer plunjebalen op te halen. Nadat ze één plunjebaal vol hadden gepakt met hulzen, hebben ze op het oefenterrein op de Leusderheide een lekbak gepakt om de overige hulzen in te doen.27

Zoals de militaire kamer hiervoor heeft overwogen, heeft [medeverdachte] een “flits” waargenomen bij het wegrijden en past dit bij het feit dat de MB met kenteken [kenteken] om 4:06 uur op de Otterloseweg te Harskamp is geflitst vanwege een snelheidsovertreding.

De verklaring van [medeverdachte] dat hij en verdachte vervolgens over allerlei binnendoor wegen hebben gereden, past bij de volgorde van zendmasten die worden aangestraald door het telefoonnummer [nummer]. Verdachte heeft dit telefoonnummer op 1 mei 2013 bij de Kmar als zijn telefoonnummer opgegeven.28 Het telefoonnummer heeft op 26 april 2014 om 1:46 uur de zendmast aan de Apeldoornseweg te Otterlo aangestraald (in de nabije omgeving van het munitiecomplex) en na 4:06 uur achtereenvolgend de zendmast aan de Radioweg te Harskamp (om 4:09 uur), de zendmast aan de Lenderinkweg te Wekerom (om 4:12 uur en 4:13 uur), de zendmast aan de Drieenhuizerweg te Kootwijkerbroek (om 4:15 uur) en een zendmast aan de Rijksweg A1 te Ter Schuur (om 4:23 uur).29

Uit smartcardgegevens van de Bernhardkazerne te Amersfoort blijkt dat [medeverdachte] en verdachte beiden op 26 april 2013 ([medeverdachte] om 6:28:52 uur en verdachte om 6:28:45 uur) hun smartcard hebben aangeboden om toegang te verkrijgen tot de kazerne.30

Het aanbieden van de hulzen

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij en verdachte direct op de dag van de inbraak naar de hulzenboer zijn gegaan endat dit in Harderwijk zou kunnen zijn geweest.31 [medeverdachte] heeft verklaard dat hij de hulzen met een militaire MB, gekleed in camouflage uniform, heeft ingeleverd en zich daarbij met zijn rijbewijs heeft gelegitimeerd.32

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij namens [getuige 1] te Harderwijk koper en messing inneemt en klanten daarvoor contant uitbetaald. Hij heeft verklaard dat op 26 april 2013 een man bij hem kwam met een getinte huidskleur, kort (kalend) haar en een breed postuur. De man kwam met een camouflage jeep en had een militair camouflagepak aan. Omdat de man zich niet kon legitimeren, belde de man [medeverdachte] en die arriveerde een kwartier of half uur later en heeft zich gelegitimeerd. [getuige 1] heeft vervolgens de hulzen ingenomen die de andere man achterin de jeep had liggen. [getuige 1] heeft verklaard dat de mannen wel vaker bij hem kwamen en ze dan met een militaire jeep en in militair uniform kwamen.33 Op 26 april 2013 om 8:59 uur wordt met de diensttelefoon van verdachte telefonisch contact gezocht met voornoemd recyclingbedrijf te Harderwijk en om 11:33 uur diezelfde dag wordt door de diensttelefoon van [medeverdachte] een zendmast aangestraald aan de Industrieweg te Harderwijk (in de nabije omgeving van het recyclingbedrijf).34

Verdachte heeft verklaard dat hij mogelijk op 26 april 2013 met [medeverdachte] bij voornoemd recyclingbedrijf is geweest35 (maar dat hij geen hulzen heeft verkocht).

Gelet op het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, acht de militaire kamer bewezen dat verdachte de hiervoor omschreven diefstal met [medeverdachte] heeft gepleegd.

Met betrekking tot het betoog van de raadsman overweegt de rechtbank nog dat zij het niet geloofwaardig acht dat verdachte zijn telefoon in de MB heeft laten liggen.

De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij wel zijn (auto)sleutels uit de MB heeft gehaald en hij wisselend heeft verklaard over het sms-contact vanaf zijn telefoon, met zijn ex-vrouw en zijn vriendin, in de nacht van de diefstal.

Conclusie

De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem onder feit 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in de periode van 25 april 2013 tot en met 26 april 2013 te Harskamp, gemeente Ede, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit gebouw 102 gelegen op het infanterie Schiet Kamp te Harskamp (munitiecomplex), heeft weggenomen ongeveer 935 kilogram aan (munitie)hulzen, toebehorende aan het Ministerie van defensie, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Vrijspraak ten aanzien van feit 2

Op het registratieformulier van de MB met kenteken [kenteken] bevindt zich tussen 25 april 2013 om 15:35 uur en 26 april 2013 om 7:00 uur een verschil van 169 kilometer waar geen rijopdracht voor is gegeven. In de tussengelegen periode, te weten op 26 april 2013 om 4:06 uur, is met deze MB op de Otterloseweg te Harskamp een snelheidsovertreding begaan.

Verdachte heeft ontkend in de nacht van 25 op 26 april 2013 een MB te hebben gebruikt.

Uitsluitend [medeverdachte] verklaard dat verdachte de betreffende nacht een MB heeft gebruikt zonder daarvoor toestemming te hebben verkregen . Nu zich, behalve de verklaring van [medeverdachte], geen ander bewijs in het dossier bevindt dat verdachte in de betreffende nacht een MB heeft gebruikt zonder daarvoor toestemming te hebben verkregen, is er onvoldoende wettig bewijs om tot een bewezenverklaring van dit feit te komen en zal de militaire kamer verdachte vrijspreken van het hem onder feit 2 ten laste gelegde.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming.

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de onder 1 en 2, ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, ter vervangen door

40 dagen hechtenis als deze niet of niet naar behoren wordt uitgevoerd, en met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft verbleven.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft (nu hij heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken) geen opmerkingen gemaakt in het kader van een eventueel op te leggen straf.

Beoordeling door de militaire kamer

Bij de beslissing over de straf wordt door de militaire kamer rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Voorts wordt rekening gehouden met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij mede is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 7 oktober 2014.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal (in vereniging) met braak en inklimming, op een militair terrein. Een feit dat naar het oordeel van de militaire kamer illustreert dat verdachte weinig respect heeft voor het eigendom van het Ministerie van Defensie, zijn werkgever.

Gelet op de aard en ernst van de feiten acht de militaire kamer, hoewel zij één feit minder bewezen acht dan de officier van justitie, een werkstraf voor de duur van 80 uren passend en geboden. Een lagere straf doet naar haar oordeel geen recht aan de ernst en brutaliteit van het feit.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 27, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder feit 2 ten laste gelegde.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit als vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

het verrichten van een werkstraf gedurende 80 (tachtig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 40 (veertig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten 4 (vier) uren, zijnde 2 (twee) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door:

Mr. J.M.J.M. Doon, voorzitter, mr. H.G. Eskes, rechter, en kapitein ter zee van administratie, mr. F.N.J. Jansen, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. M.W.M. Heutinck, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 december 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de Koninklijke Marechaussee, Brigade Veluwe Apeldoorn, Afdeling Recherche en Informatie, opgemaakte proces-verbaal (relaas), dossiernummer 13-006848, gesloten op 6 januari 2014, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Specifiek rapport, p. 74, eerste en tweede alinea.

3 Het proces-verbaal sporenonderzoek, p. 165, eerste alinea.

4 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], p. 80, vierde tot en met zesde alinea, en het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], p. 77, vijfde, negende en tiende alinea.

5 Het proces-verbaal sporenonderzoek, p. 165, eerste alinea.

6 Het proces-verbaal (van bevindingen), p. 181, derde en vijfde alinea.

7 Het proces-verbaal sporenonderzoek, p. 165, eerste en tweede alinea.

8 Het proces-verbaal sporenonderzoek, p. 165, tweede alinea.

9 Het proces-verbaal van aangifte, p, 45, vijfde en zesde alinea.

10 Het proces-verbaal van verhoor van (medeverdachte) [medeverdachte], p. 144, vierde en vijfde alinea.

11 Het proces-verbaal van getuige [getuige 1], p. 107, tweede en vijfde alinea, en p. 108, eerste en derde alinea.

12 Het proces-verbaal van verhoor van (medeverdachte) [medeverdachte], p. 143, vierde alinea.

13 Het proces-verbaal van (medeverdachte) [medeverdachte], p. 138, vijfde alinea.

14 Het proces-verbaal van (medeverdachte) [medeverdachte], p. 151, derde alinea.

15 Het proces-verbaal van (medeverdachte) [medeverdachte], p. 143, vijfde alinea.

16 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], p. 77, elfde alinea.

17 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], p. 80, vijfde tot en met zevende alinea.

18 Het proces-verbaal sporenonderzoek, p. 165, tweede alinea, regel 33 tot en met 35, en de daarbij behorende foto met omschrijving, p. 177 bovenaan.

19 Specifiek rapport, p. 74, tweede alinea.

20 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], p. 80, tiende alinea.

21 Het proces-verbaal van verhoor van (medeverdachte) [medeverdachte], 138, vijfde en zesde alinea.

22 Het proces-verbaal van verhoor van (medeverdachte) [medeverdachte], p. 143, eerste alinea.

23 Het proces-verbaal van verhoor van (medeverdachte) [medeverdachte], p. 139, eerste tot en met derde alinea.

24 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], p. 65, vierde alinea.

25 Het proces-verbaal van verhoor getuige van [getuige 4], p. 65, vijfde alinea, en het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5], p. 61, tweede alinea.

26 Specifiek rapport, p. 74, tweede en derde alinea.

27 Het proces-verbaal van verhoor van (medeverdachte) [medeverdachte], p. 139, derde tot en met vijfde alinea.

28 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 122, tweede alinea, gelezen in samenhang met p. 123, vijfde alinea.

29 Het proces-verbaal van bevindingen (historische printgegevens), p. 205, vijfde en zesde alinea.

30 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 193, derde alinea.

31 Het proces-verbaal van verhoor van (medeverdachte) [medeverdachte], p. 144, vierde alinea.

32 Het proces-verbaal van verhoor van (medeverdachte) [medeverdachte], p. 152, vijfde alinea.

33 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1], p. 107, derde en vijfde alinea, en p. 108, vierde tot en met zevende alinea.

34 Het proces-verbaal van bevindingen (historische printgegevens), p. 206, tweede alinea.

35 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 24 november 2014.