Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:7322

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
26-11-2014
Datum publicatie
26-11-2014
Zaaknummer
05/720123-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal in vereniging van een trilplaat en diefstal met geweld en een bedreiging met geweld tegen een politieagent op 18 mei 2014 in Bennekom. Gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/720123-14

Datum zitting : 27 augustus 2014 en 12 november 2014

Datum uitspraak : 26 november 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum 1] te [geboorteplaats]

adres : [adres 1]

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in [verblijfplaats].

raadsman : mr. J.P.J. Botterblom, advocaat te Nijkerk.

1. De inhoud van de tenlastelegging1

Verdachte wordt verweten dat hij op 18 mei 2014 in Bennekom:

- tijdens de nachtelijke uren, aan de openbare weg een trilplaat van [benadeelde 1] heeft gestolen en daarbij geweld heeft gebruikt door bij betrapping op heterdaad als bestuurder van een bedrijfsvoertuig achteruit op een politievoertuig in te rijden waardoor een aanrijding is ontstaan

en/of

- door op het politievoertuig in te rijden verbalisant [verbalisant 1] heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht, dan wel met zware mishandeling.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 12 november 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.P.J. Botterblom, advocaat te Nijkerk.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

  • -

    de heer [verbalisant 1];

  • -

    [benadeelde 2] (hierna: [benadeelde 2]).

Ter terechtzitting van 12 november 2014 was de heer [verbalisant 1] aanwezig, bijgestaan door de heer [gemachtigde] van Bureau Juridische Zaken van de Politie, Oost-Nederland. Voorts was aanwezig mr. J.P.A. van Schaik als gemachtigde van [benadeelde 2].

De officier van justitie, mr. A. Waterman, heeft de veroordeling van verdachte gevorderd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit nu niet bewezen kan worden dat verdachte degene is geweest die de trilplaat heeft gestolen en de bedrijfsauto heeft bestuurd.

De verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] zijn op meerdere onderdelen aantoonbaar onjuist; zij verklaren leugenachtig over hun telefonische contacten met verdachte in de nacht en ochtend van 18 mei 2014. Wat zij verklaren komt niet overeen met de historische verkeersgegevens van de telefoon van verdachte.

Daarnaast stelt de verdediging zich op het standpunt dat de gedraging van de bestuurder van de bedrijfsauto geen geweld oplevert tegen verbalisant [verbalisant 1]. De verklaring van verbalisant [verbalisant 1] dat de bedrijfsauto met hoge snelheid achteruit is gereden, kan niet juist zijn. De bedrijfsauto kan vanuit stilstand over een afstand van vijftien meter in slechts enkele seconden geen hoge snelheid bereiken. Bovendien had verbalisant [verbalisant 1] gezien de schade aan de politieauto nimmer door de laadklep geraakt kunnen worden als hij in de auto was blijven zitten. Ook van bedreiging van verbalisant [verbalisant 1] was dan ook geen sprake.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft geen redenen te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige 1]. Dat [getuige 1] bij de politie heeft verklaard dat hij die nacht tweemaal heeft gesproken met verdachte terwijl uit de historische verkeersgegevens van de telefoon van verdachte blijkt dat er eenmaal een gesprek heeft plaatsgevonden (en eenmaal een oproep met tijdsduur 0 seconden) doet niet af aan de betrouwbaarheid. Immers de rest van de verklaring van [getuige 1], namelijk dat verdachte hem een half uur na het telefoongesprek een sms-bericht heeft gestuurd en in de ochtend nogmaals heeft gebeld, vindt steun in de historische verkeersgegevens. Het dossier bevat voorts geen aanknopingspunten dat [getuige 1] een persoonlijk belang heeft bij het geven van een leugenachtige verklaring.

Ook heeft de rechtbank geen redenen te twijfelen aan de verklaring van [getuige 2]. In het op pagina 107 opgenomen overzicht van de historische verkeersgegevens van de telefoon van verdachte staan enkel uitgaande gesprekken (en data up streams) vermeld. Dat hieruit niet blijkt dat [getuige 2] die ochtend met verdachte heeft gebeld, betekent dan ook niet dat er geen telefoongesprek heeft plaatsgevonden.

Dat de verklaring van [getuige 2] voorts op punten niet overeenkomt met de verklaring van [getuige 1], maakt zijn verklaring noch die van [getuige 1] onbetrouwbaar nu de verklaringen elkaar in belangrijke mate wel steunen. De rechtbank zal beide verklaringen dan ook gebruiken voor het bewijs.

Vast staat dat de verdachten van de diefstal van de trilplaat, in de bedrijfsauto die in gebruik is bij verdachte, op de vlucht slaan voor de politie. De politie ziet vervolgens, nadat de trilplaat in een bocht uit de laadruimte valt, een manspersoon de auto uit springen en een bosperceel inrennen. Op zijn vluchtroute worden een identiteitskaart en bankpas op naam van [betrokkene 1] gevonden, alsook een stukje gescheurde spijkerstof aan prikkeldraad van een hek. Na DNA-onderzoek aan het stukje spijkerstof komt vast te staan dat het DNA van [betrokkene 1] is. Bij [betrokkene 1] worden ook krassen/sneden op zijn benen geconstateerd.

De rechtbank overweegt op grond van het voorgaande dat [betrokkene 1] de manspersoon is die de politie uit de [benadeelde 2] bedrijfsauto ziet springen en vluchten. [betrokkene 1] was dan ook niet de bestuurder van de bedrijfsauto.

De rechtbank vindt ook bewezen dat verdachte de bestuurder van de bedrijfsauto was.

Verdachte heeft in de nacht van 18 mei 2014 om 4:52 uur telefonisch contact gehad met zijn neef [betrokkene 1]. Dit is net een half uur nadat de politie melding krijgt van de diefstal van de trilplaat en slechts enkele minuten nadat verdachte gebeld heeft met zijn werkgever [getuige 1] waarin verdachte hem vertelt dat hij achterna is gezeten door de politie en dat de politie op hem in is gereden. Uit de historische verkeersgegevens van de telefoon van verdachte blijkt ook dat er die nacht belcontact is geweest tussen de telefoon van verdachte en die van [getuige 1]. Later, in de ochtend, belt verdachte opnieuw met [getuige 1] en vertelt hem dat hij de bedrijfsauto achter heeft gelaten bij de kerk in Bennekom. Dit is ook de plek waar de bedrijfsauto door de politie is aangetroffen. Tenslotte heeft de getuige [getuige 2] verklaard dat verdachte hem de ochtend na de diefstal de sleutels van de bedrijfsauto heeft overhandigd.

Voor het alternatieve scenario van verdachte dat hij die nacht met [getuige 1] belde omdat hij net ontdekt had dat zijn bus was weggenomen, zijn onvoldoende aanknopingspunten in het dossier te vinden. Ter terechtzitting verklaart verdachte wisselend over zijn band/contact met [betrokkene 1]. Aanvankelijk zegt hij hem “wel eens te spreken”. Wanneer verdachte vervolgens geconfronteerd wordt met de gegevens van zijn telefoon waaruit blijkt dat hij die nacht om 4.52:32 uur telefonisch contact heeft gehad met de telefoon van [betrokkene 1] zegt verdachte dat hij [betrokkene 1] belde om zijn verhaal kwijt te kunnen dat zijn bedrijfsauto gestolen was en dat ze elkaar de dagen ervoor ook hebben gesproken. Deze verklaring van verdachte acht de rechtbank niet geloofwaardig gelet op het nachtelijk tijdstip waarop verdachte hem belde alsook de korte tijdsduur (26 seconden) van het gesprek. Daarom is het alternatieve scenario van verdachte niet aannemelijk geworden.

Ten aanzien van de geweldscomponent van de diefstal blijkt uit het dossier niet dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte. De medeverdachte was immers al tijdens de achtervolging door de politie uit de bedrijfsauto gesprongen en gevlucht.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte vervolgens, als bestuurder van de bedrijfswagen, geweld heeft gebruikt tegen verbalisant [verbalisant 1] door achteruit op het politievoertuig en de verbalisant in te rijden waardoor een aanrijding is ontstaan.

Gezien de korte afstand tussen de bedrijfsauto en de politiewagen en de omstandigheid dat verdachte vanuit stilstand achteruit ging rijden, acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte objectief gezien met hoge of aanzienlijke snelheid reed. Echter, door met een open laadklep achteruit in te rijden op een politieauto, die verdachte al enige tijd zichtbaar achtervolgde, staat vast dat verdachte geweld heeft gebruikt tegen verbalisant [verbalisant 1]. Hij was immers de bestuurder van die politieauto en zat op het moment dat verdachte achterwaarts ging rijden nog in de auto. Het politievoertuig heeft door de aanrijding aanzienlijke schade opgelopen. Verbalisant [verbalisant 1] kon nog net voor de aanrijding zijn auto verlaten, maar is door het handelen van verdachte wel bedreigd met zware mishandeling.

Conclusie

De rechtbank acht bewezen dat verdachte:

op 18 mei 2014 te Bennekom, gemeente Ede, tijdens de nachtelijke uren en op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een trilplaat, toebehorende aan [benadeelde 1],

en

welke diefstal werd gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld door verdachte tegen [verbalisant 1] (werkzaam bij de politie Gelderland-Midden), gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte als bestuurder van een bedrijfsvoertuig (nadat hij na een achtervolging door politie tot stilstand was gekomen), met dit bedrijfsvoertuig vanaf een korte afstand en met open laadklep, achteruit op het (achtervolgende) politievoertuig en daarmee op voornoemde [verbalisant 1] af is gereden en ten gevolge waarvan er een aanrijding is ontstaan en het politievoertuig de (verdere) achtervolging diende te staken;

en

op 18 mei 2014 te Bennekom, gemeente Ede,

[verbalisant 1] (werkzaam bij de politie Gelderland-Midden) heeft bedreigd met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend als bestuurder van een bedrijfsvoertuig, op voornoemde [verbalisant 1] (en/of het politievoertuig waarin die [verbalisant 1] zich bevond af te rijden en op het politie voertuig in te rijden.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

diefstal, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad zich zelf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd en op de openbare weg

in eendaadse samenloop met

Bedreiging met zware mishandeling

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde op te leggen reclasseringstoezicht met meldplicht, ook als dit inhoudt behandeling bij (forensische) verslavingszorg - IrisZorg of een soortgelijke instelling en een drugsverbod, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft bij het formuleren van haar eis rekening gehouden met de ernst van het feit. Verdachte heeft een trilplaat met aanzienlijke waarde gestolen en heeft door de wijze waarop hij deze heeft vervoerd tijdens zijn vlucht voor de politie bovendien een gevaarlijke verkeerssituatie doen ontstaan. Bovendien had verdachte geen geldig rijbewijs.

Als strafverzwarende omstandigheid weegt de officier van justitie mee dat verdachte door in te rijden op de politieauto, geweld heeft gebruikt tegen een persoon met een publieke taak. De politie is door het handelen van verdachte belemmerd in de uitoefening van haar functie, hetgeen hem zwaar wordt aangerekend.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 10 oktober 2014; en

 een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, Adviesunit 1 Oost, d.d. 18 augustus 2014, betreffende verdachte.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld en een bedreiging met geweld, beiden begaan tegen een politieambtenaar gedurende de uitoefening van zijn publieke taak. Toen verdachte werd betrapt en probeerde te ontsnappen aan de politie heeft hij fors geweld niet geschuwd. De rechtbank rekent het verdachte voorts aan dat hij totaal geen berouw toont en de schuld probeert af te schuiven op anderen.

Daarom vindt de rechtbank voor de afdoening van deze zaak een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk passend en geboden. De rechtbank volgt daarmee de eis van de officier van justitie.

De rechtbank ziet aanleiding aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat mocht inhouden het volgen van een ambulante behandeling bij Iriszorg voor zijn verslavingsproblematiek en/of zijn agressieregulatieproblematiek. Verdachte wordt verboden om drugs te gebruiken zolang de Reclassering dit noodzakelijk acht.

6A. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [verbalisant 1] en [benadeelde 2] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding.

De vordering van benadeelde partij [verbalisant 1]

De officier van justitie heeft verzocht de vordering geheel toe te wijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft de vordering betwist en om afwijzing, dan wel niet-ontvankelijk-verklaring verzocht. De schade is onvoldoende onderbouwd.

De rechtbank overweegt dat aan de benadeelde partij door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid wordt de schade begroot op € 500,--.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De vordering van benadeelde partij [benadeelde 2]

De officier van justitie heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, nu de gevorderde schade niet is toegebracht door de bewezenverklaarde strafbare feiten.

De verdediging heeft de vordering betwist en om afwijzing, dan wel niet-ontvankelijkverklaring verzocht. De schade aan de ruit is veroorzaakt door de politie, niet verdachte. Er was geen noodzaak de ruit te vernielen.

Ten aanzien van de huurauto ontbreekt de onderbouwing dat het inzetten van een huurauto noodzakelijk was. Ook ontbreekt de onderbouwing ten aanzien van de schadeposten ‘gederfde omzet’ en ‘kosten gemaakt ter beperking van schade’. De kosten voor rechtsbijstand zijn onnodig gemaakt, nu slachtofferhulp had kunnen worden ingeschakeld.

De rechtbank overweegt het volgende.

Naar het oordeel van de rechtbank staat voldoende vast dat [benadeelde 2] schade heeft geleden door het bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte. Zowel de diefstal van de trilplaat als het daarop gevolgde geweld en de bedreiging met geweld tegen verbalisant [verbalisant 1] zijn immers gepleegd met behulp van de bedrijfsauto die toebehoorde aan [benadeelde 2]. Het causaal verband met de geleden schade staat daarmee voldoende vast. De vordering zal nu per schadepost worden besproken.

Schade bus (ruit)

De rechtbank zal de vordering op dit punt niet-ontvankelijk verklaren nu op grond van het dossier vast is komen te staan dat de ruit door de politie is ingeslagen en de schade daarmee niet rechtsreeks door toedoen van verdachte is ontstaan.

Huurauto

De rechtbank acht de vordering ten aanzien van de inzet van een huurauto voldoende onderbouwd voor het deel dat ziet op de periode 19 mei 2014 tot en met 26 mei 2014, het moment dat [benadeelde 2] de bedrijfsauto terugkreeg van de politie. Dit deel van de vordering zal tot een bedrag van € 500,-- worden toegewezen, waarbij de omvang van de schade door de rechtbank op basis van de overgelegde stukken op dat bedrag is begroot. De dagen dat de auto vanwege reparatie aan de ruit niet kon worden ingezet, is niet toe te rekenen aan verdachte. Zoals hiervoor is overwogen, is deze schade niet rechtsreeks door toedoen van verdachte ontstaan.

Gederfde omzet

Naar het oordeel van de rechtbank vergt behandeling van dit deel van de civiele vordering een nader onderzoek naar de grondslag daarvan en het daartegen ingebrachte verweer. Een dergelijke behandeling betekent een onevenredige belasting van het strafgeding. De benadeeldepartij zal daarom ten aanzien van dit onderdeel niet-ontvankelijk worden verklaard.

Kosten gemaakt ter beperking van schade

De rechtbank zal de civiele vordering tot een bedrag van € 118,-- aan materiële schade toewijzen, waarbij de omvang van de schade door de rechtbank op basis van de overgelegde stukken op dat bedrag is begroot. De vordering is op dit punt voldoende onderbouwd door de benadeelde partij.

Kosten voor rechtsbijstand

De benadeelde partij vordert tevens vergoeding van de rechtsbijstandskosten die zij heeft gemaakt ter verkrijging van schadevergoeding in de onderhavige strafprocedure. De advocaat van de benadeelde partij heeft daarbij een declaratie van € 387,50 overgelegd.

De stelling van de verdediging dat de benadeelde partij ook slachtofferhulp in had kunnen schakelen om de schade te verhalen, volgt de rechtbank niet. De keuze voor rechtsbijstand via een advocaat staat de benadeelde partij vrij.

De rechtbank overweegt dat in strafzaken doorgaans wordt uitgegaan van het liquidatietarief in kantonzaken. De rechtbank ziet geen reden om daarvan af te wijken. Gelet op de hoogte van het toegewezen bedrag worden twee punten toegekend (één voor het opstellen van het voegingsformulier en één voor de aanwezigheid ter terechtzitting op 12 november 2014), zijnde in totaal (2 x € 91,- =) € 182,--.

Schadevergoedingsmaatregel

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 55, 57, 285, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 6 (zes) maanden niet tenuitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren navolgende (bijzondere) voorwaarde(n) niet is nagekomen:

Algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en

  3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

4. dat veroordeelde zich onder behandeling zal stellen van (forensische) verslavingszorg – Iriszorg, of een soortgelijke ambulante forensische zorg, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, om zich te laten behandelen voor zijn verslavingsproblematiek en/of agressieregulatieproblematiek;

5. dat veroordeelde zich zal onthouden van het gebruik van drugs en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek.

6. dat veroordeelde zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis meldt bij de reclassering van Iriszorg, [locatie], zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland Iriszorg, te [locatie] tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [verbalisant 1]

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [verbalisant 1] te betalen € 500,-- (vijfhonderd euro).

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [verbalisant 1] te betalen € 500,-- (vijfhonderd euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde 2], te betalen € 618,-- (zeshonderd achttien euro),

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op € 182,-- (honderd tweeëntachtig euro) en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2] te betalen € 618,-- (zeshonderd achttien euro) bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 12 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. J.J.H. van Laethem (voorzitter), mr. H.P.M. Kester-Bik en mr. M.F. Gielissen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N. Baaziz, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 november 2014.

Bijlage I

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen aanvulling van de tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 18 mei 2014 te Bennekom, gemeente Ede,

tijdens de nachtelijke uren en/of op of aan de openbare weg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

trilplaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1]

[benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s),

welke diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen [verbalisant 1] (werkzaam bij de politie Gelderland-Midden), gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte als bestuurder van een vrachtwagen/bedrijfsvoertuig (nadat hij na

een achtervolging door politie tot stilstand was gebracht/gekomen), met deze

vrachtwagen/dit bedrijfsvoertuig met hoge, althans aanzienlijke snelheid en/of

vanaf een korte afstand en/of met open laadklep, achteruit op het

(achtervolgende) politievoertuig en/of (daarmee) in en/of op voornoemde [verbalisant 1]

af is gereden en/of ten gevolge waarvan er een aanrijding is ontstaan en/of

het politievoertuig de (verdere) achtervolging diende te staken;

en/of

hij op of omstreeks 18 mei 2014 te Bennekom, gemeente Ede,

[verbalisant 1] (werkzaam bij de politie Gelderland-Midden) heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

door opzettelijk dreigend als bestuurder van een vrachtwagen/bedrijfsvoertuig,

op voornoemde [verbalisant 1] (en/of het politievoertuig waarin die [verbalisant 1] zich bevond)

af en/of in te rijden;

Bijlage II

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Politie, Eenheid Oost Nederland, Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 07WDR14019, gesloten op 25 augustus 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden en het nagezonden proces-verbaal relaas omtrent nagezonden stukken, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

Proces-verbaal van aangifte door [verbalisant 1], d.d. 19 mei 2014, p. 23 en 24:

(…) “Op zondag 18 mei 2014 was ik aan het werk in de noodhulpnachtdienst in Ede. Om ongeveer 04.00 uur kreeg ik samen met mijn collega een melding van een diefstal die op dat moment plaats vond in Bennekom. (...) Ik ben de [adres 3] ingereden en reed daar bijna tegen een trilplaat aan. Ik kon deze trilplaat ternauwernood ontwijken. Ik zag ter hoogte van de trilplaat een man staan. Deze man begon na het zien van ons te rennen. Ik zag dat de man in een tuin sprong en hierbij struikelde over een hek. (...) Mijn collega [betrokkene 2] stapte uit en rende in de richting van de man. Ik zag dat er op ongeveer dertig meter afstand van ons dienstvoertuig een witte vrachtwagen stil stond. (...) Ik zag dat de vrachtwagen op een gegeven moment ging rijden (...) Ik zag dat de vrachtwagen vanuit de Prins Bernhardlaan de Margrietlaan in reed. Ik zag dat de vrachtwagen stil ging staan. Ik heb toen ook de auto stil gezet. De afstand tussen de beide voertuigen bedroeg op dat moment ongeveer vijftien meter. Ik zag dat de vrachtwagen vervolgens met een hoge snelheid naar achteren reed en op mij kwam afrijden. Op dat moment had de bestuurder nog steeds de laadklep geopend. Het ging zo snel dat ik geen tijd meer had om de auto in zijn achteruit te zetten en mijn voertuig naar achter te verplaatsen. Ik zag op dat moment maar een (1) mogelijkheid en dat was meteen uit de auto gaan. Gelukkig had ik mijn gordel al afgedaan, anders was ik niet op tijd uit de auto geweest. Ik ben vervolgens uit de auto gesprongen en besefte dat als ik dat niet had gedaan dat ik wellicht zwaar gewond zou zijn geraakt. Toen ik uit de auto was, kon ik zien dat de vrachtwagen met volle vaart tegen de auto aan reed. Ik hoorde een harde klap en zag dat de vrachtwagen tegen de auto aan stond. Ik zag dat de laadklep van de vrachtwagen de gehele motorkap omhoog had geduwd richting de voorruit van de auto. (...) Ik hoorde en zag dat het voertuig met hoge snelheid vooruit reed.” (...)

Proces-verbaal van aangifte door [betrokkene 3] d.d. 21 mei 2014, p. 54:

(…) “Ik werk als werkvoorbereider bij het bedrijf [benadeelde 1]. (...) Op de Weerkruislaan met de Schoolstraat in Bennekom hadden wij een grote kraan staan. Wij hadden de Wacker trilplaat klem gezet tussen de kraan en de bak. De trilplaat weegt ongeveer 800 tot 900 kilo en stond vast tussen deze kraan en bak.

Op maandag 19 mei 2014 omstreeks 07:15 uur werd ik gebeld door mijn collega’s, die in Bennekom weer aan het werk wilden. Ik hoorde toen dat de trilplaat, die op de Weerkruislaan stond, was weggenomen.” (...)

Proces-verbaal van aangifte door [getuige 1], d.d. 19 mei 2014, p. 50 en 51:

(…) “Ik doe aangifte van diefstal. Ik ben eigenaar van het bedrijf [benadeelde 2] (…) Ik heb diverse voertuigen voor mijn bedrijf in mijn beheer waaronder een witte zogenaamde bakwagen met kenteken [kenteken 1]. (…) nieuwe werknemer die op 1 mei 2014 bij mij in dienst is gekomen. Dit betreft [verdachte] van [geboortedatum 1]. (…) [verdachte] vertelde mij dat hij geen eigen vervoer heeft en daarom heb ik met hem afgesproken dat bij een bedrijfsvoertuig ter beschikking krijgt en die ook mee naar huis mag nemen. (…)

In de nacht van zaterdag 17 mei 2014 op zondag 18 mei 2014(...) om 04:50 uur werd ik wakker gebeld via mijn mobiele telefoon. Ik hoorde dat [verdachte] mij vroeg of de politie mij had gebeld. Ik zei hem dat dat niet het geval was en ik vroeg hem waarom. Ik hoorde dat [verdachte] toen tegen mij zei dat hij achterna was gezeten door de politie en dat ze de blauwe zwaailichten aan hadden gehad. Ook hoorde ik dat [verdachte] toen zei dat hij ervandoor was gegaan. (...) Een paar minuten later hoorde ik weer mijn mobiele telefoon overgaan. Ik nam op en ik hoorde dat het weer [verdachte] was. Ik hoorde dat [verdachte] mij weer vroeg of de politie mij had gebeld en ik hoorde dat hij zei dat de politie bij hem achterop de auto was gereden. (...) Om 05.30 uur ontving ik een SMS op mijn telefoon (...) afkomstig was van [verdachte] en dat hij daarin had geschreven “helikopter en alles”. (...) Rond 08.00 uur diezelfde morgen werd ik weer gebeld op mijn mobiele telefoon. Ik hoorde dat het weer [verdachte] was aan de telefoon en ik hoorde dat hij weer iets zei over een achtervolging en dat hij de auto had achtergelaten bij de kerk in Bennekom.” (…)

Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1], bijlage C bij proces-verbaal relaas nagezonden stukken:

Gedurende de hele achtervolging heb ik blauwe zwaai/flitsverlichting gevoerd. Ik heb de blauwe zwaai/flitsverlichting pas uitgeschakeld nadat het politievoertuig was geramd door de vrachtwagen.

Proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] d.d. 1 juli 2014, p. 104-106:

(…) “In de historische telecommunicatie gegevens is te zien dat het mobiele telefoonnummer [nummer 1], in gebruik bij verdachte [verdachte] op zondag 18 mei 2014 te 04.47 uur, (...) 04:49 uur (...) en 07:45 uur uitbelt naar het telefoonnummer [nummer 2], in gebruik bij [getuige 1].** (…)

In de historische telecommunicatie gegevens is te zien dat het mobiele telefoonnummer [nummer 1], in gebruik bij verdachte [verdachte] op zondag 18 mei 2014 te 05.19 uur een Sms-bericht verstuurd naar het telefoonnummer [nummer 2], in gebruik bij [getuige 1].** (...)

In de historische telecommunicatie gegevens voornoemd is tevens te zien dat het telefoonnummer [nummer 1], in gebruik bij verdachte [verdachte], op zondag 18 mei 2014 te 04.52 uur uitbelt naar het mobiele telefoonnummer [nummer 3], welke blijkens CIOT bevraging geregistreerd staat op naam van: [betrokkene 1].” (…)

Proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door verbalisant [betrokkene 2] d.d. 19 mei 2014, p. 59 en 60:

(…) “In de nacht van zaterdag 17 mei 2014 op zondag 18 mei 2014 waren wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [betrokkene 2], belast met de noodhulpdienst (...) Omstreeks 04:20 uur op zondagochtend de 18e mei kregen wij van de meldkamer het verzoek te rijden naar Bennekom alwaar een heterdaad diefstal gepleegd werd aan de Schoolstraat. (...) Aanrijdend via het centrum vernamen wij van de meldkamer dat er zojuist een witte bus was weggereden vanaf de locatie waar de diefstal had plaatsgevonden. (...) Op het moment dat wij de bocht inreden zagen wij, verbalisanten, dat een wit vrachtwagentje ons met hoge snelheid tegemoet kwam rijden. (...) Terwijl de vrachtwagen afsloeg de [adres 3] in, zag ik, [betrokkene 2], dat een groot voorwerp uit de laadruimte van de witte vrachtwagen, via de laadklep, naar buiten viel, tijdens het nemen van de bocht. (...) Hierbij konden wij ternauwernood, de op het wegdek, belandde trilplaat, ontwijken. Ik, [betrokkene 2], (...) zag dat een manspersoon uit- of van de vrachtwagen afsprong (...) een bosperceel inrennen. Ik, [betrokkene 2], heb op de plek waar ik de man het bosperceel in zag rennen ons dienstvoertuig verlaten en ik ben de vluchtende man achterna gerend het bosperceel in. De vluchtende man was ongeveer 1.80 meter lang en fors van postuur. (...) Ik hoorde het bewegen van het gaas en steunende geluiden van de verdachte. (...) Hieruit maakte ik op dat de verdachte met enige moeite over liet instabiele gazen hekwerk was geklommen. (...) Ik heb de man vanaf dat moment ook niet meer gehoord of gezien.”

Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] d.d. 18 mei 2014, p. 71 en 72:

(…) “Wij kregen het verzoek van, collega [verbalisant 5], om een onderzoek in te stellen naar

eventuele achtergebleven sporen op de volgende locaties: (...)

Op de [adres 3] is de passagier/verdachte uit de bestelauto gevlucht. Deze passagier/verdachte is via een platliggend hek de tuin in gevlucht horend bij de woning gelegen aan de [adres 3]. Collega [betrokkene 2] heeft hierbij te voet de achtervolging ingezet. (...)

Emmalaan te Bennekom ter hoogte van de Kerk genaamd, De Ontmoeting:

Hier hebben de betrokken collega's de bestelauto aangetroffen zonder bestuurder/verdachte. (...)

Wij zagen dat op de [adres 3] tussen perceel [nummers] een tuinhek stond. Wij zagen dat dit tuinhek een hoogte had van ongeveer 1 meter met aan de bovenzijde prikkeldraad. In dit prikkeldraad troffen wij een stuk stof aan vermoedelijk van een stuk afgescheurd spijkerstof. Hierdoor kregen wij het vermoeden dat de passagier/verdachte hoogstwaarschijnlijk over het tuinhek is geklommen. Als men vanaf de [adres 3] het tuinhek van perceel [nummers] volgt, staat aan het einde een gemetselde muur van ongeveer 2 a 2,5 meter hoog. Ongeveer 2 a 3 meter voor deze eerder genoemde muur troffen wij het stuk stof in het prikkeldraad aan. Het eerder genoemde stuk stof is op, zondag 18 mei 2014 omstreeks 09:24 uur, veiliggesteld door, [verbalisant 10], brigadier technisch rechercheur van de Politie-Eenheid Oost Nederland, district Gelderland-Midden.” (…)

Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] d.d. 19 mei 2014, p. 82:

(…) “Op maandag 19 mei 2014 omstreeks 11:30 uur kregen wij een melding van de Centrale Meldkamer Gelderland-Midden om te gaan naar de [adres 4] te Bennekom. Aldaar zou de melder een identiteitskaart en een pinpas gevonden hebben. De foto’s zijn hij dit proces verbaal van bevindingen gevoegd. (...) ID-kaart, Nederland, registratienummer [reg.nr.], [betrokkene 1]” (…)

Stamproces-verbaal, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] d.d. 25 augustus 2014, p. 11:

(…) “Door getuige [getuige 3] is een identiteitsbewijs en een pinpas gevonden. (...) pinpas, ING-bank t.a.v. [betrokkene 1]. Onderzoek heeft uitgewezen dat de identiteitskaart op naam staat van verdachte [betrokkene 1], geboren [geboortedatum 2] te Ede.” (…)

Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 2] d.d. 25 juni 2014, p. 87:

(…) “De afstand tussen de plek waar de verdachte de bosschages in is gerend en de plek alwaar de identiteitskaart en pinpas zijn aangetroffen, bedraagt circa honderd meter. Aan het einde van het perceel waar de verdachte de bosschages in is gerend, is in het prikkeldraad een stuk spijkerstof aangetroffen. (...) het stuk spijkerstof is aangetroffen in het prikkeldraad op circa dertig meter afstand, vanwaar de verdachte de bosschages in is gerend.” (…)

Proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 2] d.d. 28 mei 2014, p. 93:

(…) “Op woensdag 28 mei 2014 werd er op bevel van Hulpofficier van Justitie [hovj] onderzoek verricht aan het lichaam van verdachte [betrokkene 1]. Daarbij zijn verwondingen aan de benen en rechter arm geconstateerd. Op foto 06 zijn drie krassen/snedes op het linker bovenbeen van verdachte [betrokkene 1] zichtbaar. Op foto 07 zijn eveneens drie krassen/snedes op het rechterbovenbeen van verdachte [betrokkene 1] zichtbaar.” (…)

Proces-verbaal sporenonderzoek, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 9] d.d. 9 juli 2014, p. 149:

(…) “Bij nader onderzoek in de omgeving waar deze verdachte gevlucht was, werd een stuk spijkerstof aangetroffen in een omheining, welke was voorzien van prikkeldraad. Dit zou zijn op de tuingrens van de [adres 3] met de [adres 3]. Het stuk blauwe spijkerstof is door mij, [verbalisant 9], veiliggesteld en gewaarmerkt met: (...) SIN AAGU5344NL” (...)

Een schriftelijk bescheid, zijnde het rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van een diefstal gepleegd in Bennekom op 18 mei 2014 van het Nederlands Forensisch Instituut:

Diefstal Bennekom 18 mei 2014

Kenmerk aanvrager PLO7B5-2014053949-36

Sin AAHI3209NL#01, bemonstering (van een stukje spijkerstof)

Match [betrokkene 1]

Matchkans kleiner één op één miljard.

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], d.d. 18 mei 2014, p. 189:

(…) “[adres 2] Bennekom. Zondag 18 mei 2014, omstreeks 4.30 uur, werd ik wakker. (...) van een dieselgeluid van een voertuig. Ik ben toen naar het raam gelopen aan de voorzijde van de woning om te kijken. Ik zag toen een bus schuin op de weg staan met zijn neus tegen de daar staande lantaarnpaal. (...) Op de zijkant van de bus stond rechtsboven VIG, dat stond met grote groene of blauwe letters op de bak. (...) Op het moment dat de bus voorbij reed zag ik dat de laadklep van de bus nog open was en dat er een trilplaat op de zijkant in lag. Naast de trilplaat zat iemand die de trilplaat vasthield. (...) De trilplaat lag ook niet helemaal in de bus deze lag nog een stuk op de laadklep. (...) 1e persoon: - De chauffeur, degene die om de bus was heen gelopen heb ik in een flits gezien. Het was een man. (…)

2e persoon: — De tweede persoon zat op de laadklep.” (…)

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], d.d. 20 mei 2014, p. 194 en 195:

(…) "Ik ben werkzaam als bedrijfsleider bi j [benadeelde 2] (...) [verdachte] is een chauffeur van ons. [verdachte] had tegen [getuige 1] (Rechtbank: [getuige 1]) gezegd dat hij was gevlucht voor de politie. [getuige 1] zei dat [verdachte] van de wereld klonk en schijnbaar al vanaf 5 uur in de ochtend had geprobeerd contact op te nemen met [getuige 1]. [verdachte] had tegen een politie auto aan gezeten. (...) Ik heb toen contact gezocht met [verdachte], (...) [verdachte] wilde niet over de telefoon praten. [verdachte] vroeg mij hem op te pikken bij de Lidl in Bennekom. (...) Ik heb hem gevraagd waarom hij was gevlucht. [verdachte] zei dat hij het niet wist, gewoon ik kreeg een stopteken, het lampje ging uit en ik ben weggereden en eruit gesprongen zei [verdachte]. (...) Ik heb gevraagd naar de sleutel en de tankpas van de bus. Ik kreeg de sleutel. De rest was nog in de bus. (...) De bus die [verdachte] bij zich had is een Opel Movano type bakwagen met een automatische laadklep, bouwjaar 2013 denk ik. De bus heeft kenteken [kenteken 2].” (…)

1 De tenlastelegging is als Bijlage I aan dit vonnis gehecht.

2 De bewijsmiddelen zijn in Bijlage II van dit vonnis opgenomen.