Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:7212

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-11-2014
Datum publicatie
01-12-2014
Zaaknummer
05/862372-13, 05/731294-11 (tul) en 05/731297-12 (tul)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2015:8625, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat een 21-jarige man uit Tiel bij een poging tot inbraak, tijdens de vlucht met zijn mededader, een agent hard op zijn hoofd heeft geslagen. Daarnaast is hij schuldig bevonden aan heling en 3 woninginbraken. De man liep nog in een proeftijd voor soortgelijke delicten. De rechtbank veroordeelt hem tot een gevangenisstraf van 36 maanden. Ook moet hij de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen alsnog uitzitten. Daarnaast dient de man schadevergoeding te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummers : 05/862372-13, 05/731294-11 (tul) en 05/731297-12 (tul)

Data zittingen : 7 maart 2014 (pro forma), 22 en 23 mei 2014 (regie), 27 oktober 2014

en 3 november 2014

Datum uitspraak : 17 november 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

inschrijfadres : [adres 1] te [woonplaats 1]

verblijfadres : [verblijfadres] te [woonplaats 2]

raadsman : mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 23 juli 2013 te gemeente Tiel, althans in Nederland, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 2]

[adres 2]) weg te nemen goed(eren)en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan

[benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s) en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan

en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen[slachtoffer] (agent van politie Gelderland-Zuid), te plegen met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, immers heeft/hebben hij,

verdachte en/of zijn mededader(s) een (harde) dreun/stomp/slag op het hoofd

van die [slachtoffer] gegeven (waarna verdachte en/of zijn mededader(s) zijn

gevlucht), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

(zaaksdossier 1);

2. Primair

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2013 tot en met 20 juli 2013 te

Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

woning gelegen aan het [adres 3], heeft weggenomen laptops en (een)

(nep)gouden voorwerp(en), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) het cilinderslot

van de voordeurgeforceerd/opengebroken (zaaksdossier 9);

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2013 tot en met 09 december 2013 te

Tiel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, laptops en (een)(nep)gouden voorwerp(en), in elk

geval enig(e) goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft

overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven

of het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans

redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof; (zaaksdossier 9);

3. Primair

hij in of omstreeks de periode van 30 oktober 2013 tot en met 31 oktober 2013

te Maurik, gemeente Buren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de[adres 4], heeft

weggenomen een of meer notebook(s), iPod(s), iPhone, iPad, tablet,

geheugenkaart, schoeisel, tas, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) het

cilinderslot van de voordeur geforceerd/opengebroken (zaaksdossier 16);

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 30 oktober 2013 tot en met 09 december 2013

te gemeente Tiel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, een of meer notebook(s), iPod(s), iPhone,

iPad, tablet, geheugenkaart, schoeisel, tas, in elk geval enig(e) goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen

van voormeld(e) goed(eren) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest vermoeden,

dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof (zaaksdossier 16);

4.

hij in of omstreeks de periode van 16 april 2013 tot en met 17 april 2013 te

Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een woning gelegen aan het [slachtoffer 5], heeft

weggenomen gouden tientjes, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) het bovenlicht

van/bij de voordeur geforceerd/opengebroken (zaaksdossier 19);

5.

hij in of omstreeks de periode van 14 november 2013 tot en met 15 november

2013 te Maurik, gemeente Buren, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit de woning gelegen aan de [adres 5] heeft weggenomen een kluis

(met inhoud), een of meer laptop(s)/notebook(s), een sieradendoosje, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8]

[slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming (immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn

mededader(s) het draairaam aan de voorzijde van voornoemde woning

geforceerd/opengebroken) (zaaksdossier 34);

6.

hij op of omstreeks 08 december 2013 te Biervliet, gemeente Terneuzen, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 6]

[adres 6] heeft weggenomen sieraden en/of (een) ander(e) goed(eren), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming (immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) het

zijraam van voornoemde woning uit de sponning genomen en zich zo de toegang

verschaft (zaaksdossier 38);

7.

hij in of omstreeks 06 november 2013 tot en met 09 december 2013 te Herveld,

gemeente Overbetuwe en/of Tiel in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of

meer laptop(s)/computer(s), in elk geval enig(e) goed(eren), heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn

mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden,

dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof (zaakdossier 40);

8.

hij in of omstreeks de periode van 05 december 2012 tot en met 09 december

2013 te gemeente Tiel, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer

laptop(s)/notebook(s), in elk geval enig(e) goed(eren), heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn

mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden,

dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof (zaakdossier 45);

9.

hij in of omstreeks 29 december 2011 tot en met 09 december 2013 te gemeente

Tiel, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of

meer laptop(s)/tablet(s), in elk geval enig(e) goed(eren), heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn

mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van

voormeld(e) goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden,

dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof (zaakdossier 46).

1a. De vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevinden zich vorderingen na voorwaardelijke veroordeling:

  • -

    parketnummer 05/731294-11 betreffende de voorwaardelijke veroordeling door de politierechter te Arnhem op 11 december 2012, en

  • -

    parketnummer 05/731297-12 betreffende de voorwaardelijke veroordeling door de politierechter te Arnhem op 28 juni 2013.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 27 oktober 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht. Ter terechtzitting van 3 november 2014 is het onderzoek gesloten.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

 [slachtoffer 2] (t.a.v. feit 2),

 [slachtoffer 4] (t.a.v. feit 3),

 [slachtoffer 7] (t.a.v. feit 5),

 [slachtoffer 10] (t.a.v. feit 7),

[slachtoffer 11] (t.a.v. feit 8),

 [slachtoffer 11] (t.a.v. feit 9),

 [benadeelde 3].

Als benadeelde partijen zijn ter terechtzitting verschenen:

 [slachtoffer 7]

 [benadeelde 2], wettelijk vertegenwoordiger van [benadeelde 3].

De officier van justitie, mr. H.G. Kuipers, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

3.1

Overwegingen ten aanzien van het gebruik van de telefoonnummers.

De rechtbank heeft in het dossier een groot aantal afgeluisterde telefoongesprekken aangetroffen. De samenstellers van het dossier hebben in de weergave daarvan aan die telefoongesprekken regelmatig namen gekoppeld, kennelijk op basis van stemherkenning. De rechtbank overweegt allereerst dat de onderbouwing van die vermelde stemherkenningen te zwak is gebleken om de conclusies van de verbalisanten te kunnen dragen. De rechtbank zal dus geen gevolgen verbinden aan de vermelde stemherkenningen. Wel heeft de rechtbank in het dossier verschillende aanknopingspunten aangetroffen die hebben geleid tot de overtuiging dat de in het [naam onderzoek] opgevoerde verdachten de gebruikers zijn van specifieke telefoonnummers.

Daar waar de rechtbank in het dossier geen aanleiding heeft gevonden om tot een andere conclusie te komen, zal de rechtbank dan ook in alle navolgende overwegingen en conclusies bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten, uitgaan van de hierna weergegeven combinatie van telefoonnummers en de gebruiker daarvan.

[verdachte]

Ten aanzien van het telefoonnummer 06-644861729

Op 23 juli 2013 vond een poging tot inbraak plaats aan de [adres 2] te Tiel. Daarbij werd een politieagent mishandeld door de overlopen daders. In de nabijheid van deze woning werden een rijbewijs en identiteitskaart ten name van [verdachte] gevonden alsmede een LG-telefoon.2 Deze telefoon bevatte een simkaart met genoemd telefoonnummer waarvan in het blue view systeem van de politie was vermeld dat dit nummer in gebruik was bij [verdachte].3 Bij doorzoeking van diens woning is in de slaapkamer van [verdachte] een simkaarthouder met dit telefoonnummer aangetroffen.4

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [verdachte] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer 06-44861729.

Ten aanzien van het telefoonnummer 06-44881161

Op 29 juli 2013 heeft [verdachte] bij de politie melding gedaan van vermissing van zijn rijbewijs en identiteitskaart. Daarbij heeft hij als zijn telefoonnummer opgegeven 06-44881161, als het nummer waarop hij bereikbaar zou zijn.5 Op 30 oktober 2013 werd door een politieagent gebeld naar dit telefoonnummer waarop de telefoon werd beantwoord door iemand die zich [verdachte] noemde. Er werd een afspraak gemaakt voor het ophalen van het rijbewijs en de identiteitskaart waarbij werd gezegd dat de politie de nodige vragen had over het kwijt raken van deze documenten.6 Dezelfde middag heeft [verdachte] zich gemeld bij de politie en is hij hierover gehoord.7
De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [verdachte] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer 06-44881161.

Ten aanzien van het telefoonnummer [nummer 4]

Tijdens de doorzoeking in de woning van [verdachte], [adres 7] te Tiel, op 11 december 2013 werd onder andere een Nokia telefoon aangetroffen en in beslag genomen waarin twee simkaarten konden worden geplaatst en die was voorzien van twee imei-nummers, te weten [nummer 1] en [nummer 2]. Daarnaast is (in de slaapkamer van [verdachte]) een Nokia telefoon aangetroffen en in beslag genomen met imei-nummer [nummer 3].8 Een simkaart met genoemd telefoonnummer [nummer 4] is gebruikt in deze twee telefoons.9De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [verdachte] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nummer 4].

Ten aanzien van het telefoonnummer [nummer 6]

Tijdens dezelfde doorzoeking in de woning van [verdachte] werd eveneens in diens slaapkamer een Samsung telefoon met imei-nr. [nummer 5] aangetroffen en in beslag genomen (A.01.01.001).10 Deze telefoon is onderzocht en bleek een simkaart met telefoonnummer [nummer 6] te bevatten.11

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [verdachte] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nummer 6].

[naam 1]

Ten aanzien van het telefoonnummer [nummer 6]
[naam 1] heeft op 19 december 2013 verklaard dat hij genoemd (prepaid) telefoonnummer gebruikt.12

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [naam 1] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nummer 6].


[naam 2]

Ten aanzien van het telefoonnummer [nummer 8]
Tijdens de doorzoeking in de woning van [naam 2], [adres 8] te Tiel, op 11 december 2013 is onder andere een Samsung telefoon aangetroffen en in beslag genomen (D.06.02.001). Deze telefoon bevatte een simkaart met telefoonnummer [nummer 8].13 Op
12 november 2013 werd door de gebruiker van telefoonnummer[nummer 9] gebeld naar een ander telefoonnummer. Op de vraag naar het telefoonnummer van [naam 2] geeft de gebelde het nummer [nummer 8] door.14 [naam 1] heeft verklaard dat het telefoonnummer van [naam 2] eindigt op 50.15

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [naam 2] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nummer 8].



[naam 3]

Ten aanzien van het telefoonnummer [nummer 11]

Op 15 en 20 oktober 2013 werd door twee verschillende personen naar dit telefoonnummer gebeld, waarbij de persoon die de telefoon beantwoordde [alias 2] respectievelijk [naam 3] werd genoemd.16 Op 22 oktober 2013 werd door de gebruiker van telefoonnummer [nummer 11] gebeld naar een ander telefoonnummer, waarbij de persoon die de telefoon beantwoordde de beller [naam 3] noemde.17 Op 19 oktober 2013 heeft de gebruikster van telefoonnummer [nummer 12], dat is [naam 4], de ex-vriendin van [naam 3], een SMS-bericht gestuurd naar telefoonnummer [nummer 11] met de tekst “[alias 2] dan blijf ik thuis.”18 Op 15 november 2013 werd door de gebruiker van telefoonnummer [nummer 11] gebeld naar de gebruiker van telefoonnummer [nummer 6]19, dat is [naam 1]. Hij heeft verklaard dat het klopt dat hij op die datum op laatstgenoemd telefoonnummer is gebeld door [naam 3], die eerder in het verhoor is aangeduid als [naam 3].20

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [naam 3] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nummer 11].

[naam 5]

Ten aanzien van het telefoonnummer[nummer 9]
Op 18 oktober 2013 heeft de gebruiker van dit telefoonnummer gebeld naar ROC Rivierenland. Tijdens dit gesprek noemt de beller zich [naam 5], met geboortedatum[geboortedatum 2] en woonplaats Tiel.21

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [naam 5] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer[nummer 9].

3.2

De beoordeling van de tenlastegelegde feiten.

Ten aanzien van feit 4 (zaaksdossier 19)

Aan verdachte wordt kort gezegd, verweten dat hij in de periode van 16 april 2013 tot en met 17 april 2013 samen met anderen een woninginbraak heeft gepleegd in de woning aan de [slachtoffer 5] in Tiel waarbij er een aantal goederen zijn weggenomen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden gelet op de DNA match op de handschoen die nabij de plaats delict is aangetroffen en de verklaring van een getuige.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en stelt zich op het standpunt dat niet bewezen kan worden geacht dat verdachte de inbraak gepleegd heeft. Er is slechts één belastend bewijsmiddel jegens verdachte in die zin dat zijn DNA gevonden is op een handschoen, die is aangetroffen in de tuin van de buren van de aangever. Naar de mening van de raadsman kan echter weinig waarde aan dit bewijsmateriaal worden toegekend nu de handschoen een verplaatsbaar object is. Niet duidelijk is wanneer het DNA-materiaal op de handschoen terecht is gekomen. Voorts wijst de raadsman op het feit dat op de handschoen ook een DNA profiel is aangetroffen van een onbekende man. Ten slotte is de raadsman van mening dat de getuigenverklaring van de buurvrouw, [getuige 1], niet gebruikt kan worden voor het bewijs nu zij niet het signalement geeft van verdachte.

De beoordeling door de rechtbank

Tussen 16 april 2013 18.45 uur en 17 april 2013 02.40 uur is ingebroken in de woning aan het [slachtoffer 5] te Tiel. Daarbij zijn meerdere goederen gestolen. Tijdens het buurtonderzoek heeft de politie van een getuige een paar zwarte Nike handschoenen aangenomen die door deze getuige in zijn tuin zijn aangetroffen. Na bemonstering van de handschoenen kon een DNA-spoor veilig gesteld worden dat een match opleverde met het DNA-profiel van verdachte (zoals blijkt uit het proces-verbaal resultaten DNA onderzoek, gedateerd 29 januari 2014, pag.1396).

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de Nike handschoenen verplaatsbaar zijn en daardoor niet in rechtstreeks verband te brengen zijn met de plaats delict. Indien verdachte immers de handschoenen in een eerder stadium zou hebben gedragen, dan is het niet uitgesloten dat een deel van zijn celmateriaal op dat moment is achtergebleven op de handschoenen. Gelet op dit alternatieve scenario levert de DNA-match onvoldoende bewijs op voor betrokkenheid van verdachte bij de woninginbraak. Ook de verklaring van de getuige [getuige 1] levert geen bewijs op voor betrokkenheid van verdachte bij de woninginbraak. Zij geeft weliswaar een signalement van de personen die zich in de buurt van het [slachtoffer 5] bevonden, maar dit signalement komt niet overeen met het signalement van verdachte. De rechtbank constateert vervolgens dat in het dossier geen ander bewijs is te vinden om een bewezenverklaring op te kunnen baseren.

Gelet hierop is de rechtbank dan ook van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de dader van de inbraak is zodat hij hiervoor zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 6 (zaaksdossier 38)

Ten aanzien van hetgeen ten laste is gelegd, is de rechtbank net als de officier van justitie en de raadsman van oordeel, dat dit feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. In het dossier bevinden zich onvoldoende aanknopingspunten om verdachte in verband te brengen met deze inbraak. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van dit feit.

Ten aanzien van feit 8 (zaaksdossier 45)

Ten aanzien van hetgeen ten laste is gelegd, is de rechtbank net als de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van dit feit.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde (zaaksdossier 1)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 23 juli 2013, omstreeks 02.00 uur, heeft verdachte samen met een ander geprobeerd in te breken in de woning op het adres [adres 2] te Tiel.22

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich tezamen en in vereniging met een ander schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde poging tot woninginbraak, gevolgd door geweld tegen politieagent [slachtoffer].

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich weliswaar heeft schuldig gemaakt aan de poging tot woninginbraak, maar dat er geen overtuigend bewijs is dat verdachte betrokken is geweest bij het ten laste gelegde geweld. Verdachte ontkent dit geweld te hebben gepleegd.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft weliswaar ter terechtzitting erkend samen met een - niet nader genoemde - ander te hebben geprobeerd in te breken in de woning aan de [adres 2] te Tiel, maar hij stelt niets af te weten van geweld tegen politieagent [slachtoffer].

De rechtbank overweegt allereerst dat zij op grond van de verklaringen van[slachtoffer] de overtuiging heeft gekregen dat geweld is toegepast tegen hem. [slachtoffer] heeft verklaard23 dat hij na een inbraakmelding betreffende de woning aan de [adres 2] te Tiel met een collega ter plaatse is gekomen. [slachtoffer] stond op de oprit van de woning, met zijn rug naar de woning en zijn gezicht richting de straat, toen hij met een harde dreun op zijn hoofd werd geslagen. Hij voelde direct een hevige pijn en zakte door zijn knieën. Op datzelfde moment hoorde hij geschreeuw en hij zag schimmen op zich af komen rennen. Nadat hij had geroepen “Politie. Staan blijven of ik schiet” en een waarschuwingsschot had gelost, renden twee donker geklede personen weg.24

De vraag die de rechtbank derhalve dient te beantwoorden, is of verdachte als (mede)dader kan worden aangemerkt van deze poging inbraak en geweldshandeling.

Daartoe overweegt de rechtbank allereerst dat een getuige heeft verklaard dat het ging om twee personen die van de oprit van de [adres 2] te Tiel zijn weggerend, van wie één persoon een rugzak op de rug droeg toen de mannen nog bij de deur van de woning bezig waren.25 Ook droeg één van deze personen een witte pet, aldus deze en nog een andere getuige.26 De twee personen zijn weggevlucht van de [straat 1] naar de [straat 2] en vervolgens over het [straat 3] richting de[straat 4].27 Haaks op het [straat 3] is de [straat 5] gelegen.28 De getuige [getuige 2], wonende aan de [straat 5], heeft verklaard dat zij in de vroege ochtend van 23 juli 2013 geschreeuw en een knal hoorde. Toen zij door het raam naar buiten keek, zag zij een donker geklede jongeman vanuit de [straat 2] in de richting van het [straat 6] voorbij rennen. Achter die jongeman kwam een politieman aanrennen. De jongeman gooide al rennend een tas bij de getuige in de voortuin. Die tas bleek een grijze rugzak te zijn, bevattende onder meer diverse gereedschappen. Deze rugzak heeft de getuige aan een andere politieman afgegeven.29 Van vier gereedschappen is later gebleken dat deze zijn gebruikt bij andere (poging tot) inbraken.30

Voorts heeft een buurtbewoner op 23 juli 2013 een hoesje met daarin pasjes (een identiteitskaart en een rijbewijs) gevonden bij rode paaltjes op de kruising [straat 2]/[straat 5] te Tiel.31 En op de kruising tegenover de onderhavige woning aan de [adres 2], heeft verbalisant [slachtoffer] een witte LG telefoon gevonden.32 Verbalisant [verbalisant 1] heeft langs het [straat 6] een wit petje gevonden.33

Op grond van het vorenstaande, in onderling verband bezien, concludeert de rechtbank dat de daders van de inbraakpoging tijdens hun vlucht voor de politie de rugzak, het witte petje, de witte LG-telefoon en het hoesje met identiteitsbewijs en het paspoort hebben verloren of weggegooid.

Het identiteitsbewijs en het paspoort behoorden toe aan verdachte [verdachte]34 op wiens naam deze ook stonden.35 Ook de witte LG-telefoon behoorde toe aan verdachte.36

Op basis van DNA-onderzoek aan de rugzak en het petje is het volgende gerapporteerd:

 van het petje is een monster genomen met kenmerk [nummer 10]#01, in welk monster een DNA-profiel is aangetroffen dat past bij “onbekende man A” 37

 van de rugzak zijn monsters genomen met kenmerk [kenmerk 1]#01 t/m #09;

o in monster [kenmerk 1]#03 is een DNA-profiel aangetroffen dat past bij “onbekende man A”38, en

o in monster [kenmerk 1]#01 is een DNA-profiel aangetroffen dat past bij “onbekende man B”,39

 aan DNA-identiteitszegel [nummer 10]#01 is DNA-profielcluster [nummer 13] gekoppeld40.

 aan DNA-identiteitszegel [kenmerk 1]#01 is DNA-profielcluster [nummer 14] gekoppeld41.

 opname van DNA-referentiemateriaal van [verdachte] in de DNA-databank heeft een match opgeleverd met DNA-profielcluster [nummer 13]. 42

 opname van DNA-referentiemateriaal van [naam 5] in de DNA-databank heeft een match opgeleverd met DNA-profielcluster [nummer 14]. 43

De rechtbank concludeert uit deze DNA-onderzoeken dat zowel het gevonden DNA-

materiaal op het petje als dat op de rugzak afkomstig is van dezelfde “man A”, hetgeen buiten redelijke twijfel betreft verdachte [verdachte].

De rechtbank concludeert voorts uit het DNA-onderzoek dat het gevonden DNA-materiaal op de rugzak buiten redelijke twijfel afkomstig is van medeverdachte [naam 5].

Onderzoek naar de in de witte LG telefoon opgeslagen gegevens heeft aan het licht gebracht dat onder de naam “[naam 6]” het telefoonnummer[nummer 9] was opgeslagen.44 Over deze “[naam 6]” heeft verdachte verklaard dat dit “onze [naam 6]” betreft, over wie de dag ervóór ook al is gesproken.45 Tijdens het verhoor van 11 december 2013 heeft verdachte een beschrijving van “[naam 6]” gegeven.46 De rechtbank begrijpt dat hiermee is gedoeld op medeverdachte [naam 5].

Voorts blijkt uit het onderzoek aan de LG telefoon dat op 23 juli 2013 omstreeks 01.49 uur van nummer[nummer 9] naar die LG-telefoon een bericht is gestuurd inhoudende “Wabdnjd”? Kort hierop, omstreeks 01.53 uur is van die LG-telefoon naar nummer[nummer 9] het bericht gestuurd: “Zijkant”.47

De rechtbank betrekt bij de beoordeling van deze berichtenwisseling dat door getuigen van de inbraakpoging omstreeks 02.00 uur is gezien dat de twee daders naar de achterkant van de woning zijn gelopen en daarna terugkwamen naar de zijkant van de woning48 en komt tot de conclusie dat deze berichten betrekking hadden op de inbraakpoging aan de [adres 2] te Tiel.


Op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen, heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat [naam 5] de mededader van verdachte is geweest betreffende de onderhavige poging tot woninginbraak.

De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of de ten laste gelegde geweldpleging tegen politieagent [slachtoffer] aan verdachte kan worden toegerekend.

Daartoe overweegt de rechtbank allereerst dat uit de verklaringen van politieagent [slachtoffer] en “getuige 2” volgt dat de daders van de inbraakpoging, zijnde verdachte en medeverdachte [naam 5], gezamenlijk op [slachtoffer] af kwamen rennen en aansluitend langs hem heen zijn weggerend.49 De rechtbank concludeert uit de verklaring van [slachtoffer] dat hij kort vóór of tijdens het langsrennen van beide verdachten hard tegen zijn hoofd is geslagen.50 Onder die omstandigheden kan het niet anders dan dat hij is geslagen door één van beide verdachten.

Voorts overweegt de rechtbank dat uit de hiervoor besproken bewijsmiddelen voortvloeit dat voormeld gedrag van verdachte en zijn medeverdachte kan worden aangemerkt als een bewuste en nauwe samenwerking tot en met de vlucht voor de politie. Immers, beiden zijn samen, voorzien van één rugzak met inbrekersgereedschap, op pad gegaan met de kennelijke bedoeling om in te breken in de woning aan de [adres 2] te Tiel. Tussendoor hebben zij per telefoon contact met elkaar onderhouden. Nadat een politieman ten tonele is verschenen, hebben zij zich aanvankelijk verstopt achter een heg51, waarna zij gezamenlijk in de richting van die politieman zijn gevlucht, met de kennelijke bedoeling uit handen van de politie te blijven. De rechtbank is van oordeel dat het gedrag van beide verdachten blijk geeft van de gezamenlijke intentie om te ontkomen aan een aanhouding en om daartoe voorbij de politieman te geraken.

Onder die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het niet uitmaakt wie van beiden daadwerkelijk tegen het hoofd van de politieman heeft geslagen. Immers, ook degene die de klap niet zelf heeft gegeven had de evidente bedoeling om voorbij de politieman te geraken, waarbij redelijkerwijs voorzienbaar was voor beiden dat de mededader een geweldshandeling tegen die politieman zou plegen om de gezamenlijke vlucht mogelijk te maken en heeft uiteindelijk ook gebruik gemaakt van de daardoor bij de politieagent ontstane onmacht om weg te komen.

Die geweldshandeling heeft weliswaar een forse impact gehad op de getroffen politieman, maar is naar het oordeel van de rechtbank niet dermate excessief geweest dat de ander hiermee geen rekening behoefde te houden.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat onder deze omstandigheden in het midden kan blijven wie het geweld heeft uitgeoefend, nu beide verdachten bij hun gezamenlijke vlucht bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat één van hen geweld zou gebruiken tegen de hen in de weg staande politieman.

Aldus is naar het oordeel van de rechtbank sprake van (voorwaardelijk) opzet bij verdachte, gericht op het geweld tegen [slachtoffer].

Verbeterde lezing tenlastelegging

De rechtbank begrijpt - gelet op zowel de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting als de zinsnede in de tenlastelegging “immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een (harde) dreun/stomp/slag op het hoofd van die [slachtoffer] gegeven” - dat de opsteller van de tenlastelegging voor ogen heeft gehad ten laste te leggen, kort weergegeven: een poging tot inbraak, gevolgd van geweld. De tenlastelegging lijkt dan ook per abuis de zinsnede “terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid” aan het slot van de tenlastelegging te bevatten, alsmede per abuis de woorden “te doen voorafgaan, te doen vergezellen en te doen volgen”.

De rechtbank zal deze kennelijke verschrijvingen verbeterd lezen en overweegt daarbij dat de verdediging hierdoor niet in haar belangen is geschaad, temeer niet nu hier geen beroep op is gedaan.

Conclusie

De rechtbank acht - met inachtneming van het voorgaande - overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 3 juli 2013 te gemeente Tiel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 2]) goed(eren)en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], weg te nemen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke voorgenomen diefstal werd gevolgd van geweld tegen[slachtoffer] (agent van politie Gelderland-Zuid), gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader een (harde) dreun op het hoofd van die [slachtoffer] gegeven (waarna verdachte en zijn mededader zijn gevlucht).

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde (zaakdossier 9)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de nacht van 19 op 20 juli 2013 is ingebroken in de woning op het adres [adres 3] te Tiel. Daarbij is het cilinderslot van de voordeur geforceerd. Meegenomen zijn een laptop (Toshiba Satellite M40X), een laptop (Maxdata PRO 6100) en nep goud, die toebehoren aan [slachtoffer 2].52 Tijdens een doorzoeking op 9 december 2013 in de woning van [naam 7], adres [adres 9] te Tiel, zijn twee laptops aangetroffen, te weten een Toshiba Satellite M40X (in beslag genomen onder nummer F.01.01.001) en een Maxdata Pro 6100 (in beslag genomen onder nummer F.01.01.002).53 Beide laptops betroffen dezelfde laptops als die, welke waren ontvreemd bij de inbraak op het adres [adres 3] te Tiel.54


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen overtuigend bewijs is dat verdachte betrokken is geweest bij het hem tenlastegelegde. De verklaringen van [naam 7] kunnen niet tot het bewijs worden gebezigd, omdat deze verklaringen onbetrouwbaar zijn.

Beoordeling door de rechtbank

De eerste vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is op welke wijze de uit de woning [adres 3] te Tiel gestolen laptops zijn terecht gekomen in de woning van [naam 7].

Hierover heeft [naam 7] verklaard dat hij de voorwerpen met beslagnummers F.01.01.001 en F.01.01.002 heeft verkregen van [alias verdachte] en zijn vriend die bijna altijd bij hem was.55 Deze voorwerpen betroffen een laptop Toshiba respectievelijk een laptop Maxdata.56 Later heeft [naam 7] hierover verklaard dat hij niet beter weet dan dat hij deze laptops heeft gekocht van [alias verdachte] en zijn vriend, en dat hij voor die laptops nog geen 20 euro heeft gegeven.57

Over “[alias verdachte]” heeft [naam 7] verklaard dat hij een Marokkaanse jongen is, van wie [naam 7] weet dat hij “doet stelen” en met verkeerde jongens om gaat.58 Voorts heeft [naam 7] verklaard dat “[alias verdachte]” aan de telefoon “[voornaam verdachte]” wordt genoemd.59 [naam 7] heeft “[alias verdachte]” herkend van een foto.60 De persoon die is afgebeeld op deze foto betreft [verdachte], geboren op 1 maart 1993 te Tiel.61

De rechtbank betrekt hierbij nog dat [verdachte] heeft verklaard dat zijn vrienden hem onder meer “[alias 2 verdachte]” en “[alias 3 verdachte]” noemen en komt tot de conclusie dat met “[alias verdachte]” wordt gedoeld op [verdachte].62

Over de vriend van “[alias verdachte]”, die bijna altijd bij [alias verdachte] was, heeft [naam 7] verklaard dat het gaat om een Marokkaanse jongen, slank en mager, net zo lang als “[alias verdachte]” en dat die hem vaker belde.63 [naam 7] heeft deze vriend van “[alias verdachte]” herkend van een foto, waarbij [naam 7] heeft opgemerkt dat hij deze jongen ook betaald heeft voor spullen die gebracht zijn na een telefoongesprek op 31 oktober 2013 over het neerleggen van tassen.64 De persoon die is afgebeeld op deze foto betreft [naam 5], geboren op[geboortedatum 2] te Tiel.65

De rechtbank concludeert uit het vorenstaande dat met de “vriend van [alias verdachte]” wordt gedoeld op [naam 5].

Door de verdediging is de betrouwbaarheid van de verklaringen van [naam 7] in twijfel getrokken, omdat hij wisselend zou verklaren.

De rechtbank overweegt dat [naam 7] in zijn opvolgende verklaringen gaandeweg gedetailleerder is gaan verklaren, maar dat niet is gebleken van tegenstrijdige of ongeloofwaardige verklaringen. Daar komt bij dat de contacten tussen [naam 5] en [verdachte] enerzijds en [naam 7] anderzijds, worden bevestigd door enkele tapgesprekken (onder meer het afgeluisterde telefoongesprek d.d. 31 oktober 2013) en sms-berichten, die worden vermeld in de bewijsvoering inzake feit 7 en feit 9. Kortheidshalve wordt volstaan met een verwijzing daarnaar.

De rechtbank ziet derhalve geen redenen om de verklaringen van [naam 7] uit te sluiten van het bewijs en komt tot de conclusie dat [naam 7] de onderhavige laptops heeft gekocht van [verdachte] en [naam 5].

Met betrekking tot de vraag of het voorgaande kan bijdragen tot een bewezenverklaring van het primair dan wel het subsidiair tenlastegelegde, overweegt de rechtbank als volgt.

In de nacht van 22 op 23 juli 2013 kreeg de politie een inbraakmelding betreffende de woning aan de [adres 2] te Tiel. Het zou daarbij gaan om twee personen die van de oprit van de [adres 2] te Tiel waren weggerend, van wie één persoon een rugzak op de rug droeg toen de mannen nog bij de deur van de woning bezig waren.66 Ook droeg één van deze personen een witte pet.67 De twee personen zijn weggevlucht van de [straat 1] naar de [straat 2] en vervolgens over het [straat 3] richting de[straat 4].68 Haaks op het [straat 3] is de [straat 5] gelegen.69 De getuige [getuige 2], wonende aan de [straat 5], heeft verklaard dat zij in de vroege ochtend van 23 juli 2013 geschreeuw en een knal hoorde. Toen zij door het raam naar buiten keek, zag zij een donker geklede jongeman vanuit de [straat 2] in de richting van het [straat 6] voorbij rennen. Achter die jongeman kwam een politieman aanrennen. De jongeman gooide al rennend een tas bij de getuige in de voortuin. Die tas bleek een grijze rugzak te zijn, bevattende onder meer divers gereedschap. Deze rugzak heeft de getuige aan een andere politieman afgegeven.70 Verbalisant [verbalisant 1] heeft langs het [straat 6] een wit petje gevonden.71

Op grond van het vorenstaande, in onderling verband bezien, concludeert de rechtbank dat de daders van die inbraakpoging tijdens hun vlucht voor de politie de rugzak en het witte petje hebben verloren of weggegooid.


Op basis van DNA-onderzoek aan de rugzak en het petje is het volgende gerapporteerd:

 van het petje is een monster genomen met kenmerk [nummer 10]#01, in welk monster een DNA-profiel is aangetroffen dat past bij “onbekende man A”72

 van de rugzak zijn monsters genomen met kenmerk [kenmerk 1]#01 t/m #09;

o in monster [kenmerk 1]#03 is een DNA-profiel aangetroffen dat past bij “onbekende man A”73, en

o in monster [kenmerk 1]#01 is een DNA-profiel aangetroffen dat past bij “onbekende man B”74

 aan DNA-identiteitszegel [nummer 10]#01 is DNA-profielcluster [nummer 13] gekoppeld75

 aan DNA-identiteitszegel [kenmerk 1]#01 is DNA-profielcluster [nummer 14] gekoppeld76

 opname van DNA-referentiemateriaal van [verdachte] in de DNA-databank heeft een match opgeleverd met DNA-profielcluster [nummer 13].77

 opname van DNA-referentiemateriaal van [naam 5] in de DNA-databank heeft een match opgeleverd met DNA-profielcluster [nummer 14].78

De rechtbank concludeert uit deze DNA-onderzoeken dat zowel het gevonden DNA-materiaal op het petje als dat op de rugzak afkomstig is van dezelfde “man A”, hetgeen buiten redelijke twijfel betreft [verdachte].

De rechtbank concludeert voorts uit het DNA-onderzoek dat het gevonden DNA-materiaal op de rugzak buiten redelijke twijfel afkomstig is van [naam 5].

De gereedschappen die zich in deze rugzak bevonden zijn vergeleken met sporen, die zijn veilig gesteld bij onder meer de onderhavige woninginbraak. Uit dit werktuigsporenonderzoek is gebleken dat braaksporen, afkomstig van het afgebroken cilinderslot79 van de woning [adres 3] te Tiel, zijn veroorzaakt met de verstelbare schroefsleutel [B], welke in de grijze rugzak is aangetroffen.80

Van [verdachte] en/of [naam 5] ontbreekt een redelijke verklaring voor de aanwezigheid van het DNA-materiaal, afkomstig van elk van hen, op de rugzak waarin zich de schroefsleutel bevond waarmee het cilinderslot van de voordeur van [adres 3] te Tiel is geforceerd.

Bovendien vloeit uit de verklaringen van [naam 7] voort dat de bij hem aangetroffen laptops, afkomstig van de onderhavige woninginbraak, door hem zijn verkregen van [verdachte] en [naam 5].

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de overtuiging dat [verdachte] en [naam 5] gezamenlijk deze woninginbraak hebben gepleegd.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2013 tot en met 20 juli 2013 te Tiel, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan het [adres 3], heeft weggenomen laptops en nep gouden voorwerpen, in toebehorende aan [slachtoffer 2] waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader het cilinderslot van de voordeur geforceerd/opengebroken.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde (zaaksdossier 16)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Tussen 30 oktober 2013, 22.45 uur, en 31 oktober 2013, 06.45 uur, is ingebroken in de woning aan de[adres 4] te Maurik, gemeente Buren. Daarbij is de cilinder van het voordeurslot afgebroken. Weggenomen zijn twee notebooks (te weten een Acer Aspire en een HP Pavilion), twee iPods, een iPhone, een iPad, een Samsung Galaxy tablet, een Western Digital harde schijf, een paar laarzen en een tas. De benadeelde is [slachtoffer 4].81

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van dit feit. Hij stelt daartoe onder meer dat onbekend is wanneer het DNA van verdachte op de rugtas terecht is gekomen. Ook zijn de verklaringen van [naam 7] onbetrouwbaar zodat deze niet betrokken kunnen worden bij het bewijs.

Beoordeling door de rechtbank

Het IMEI-nummer van de bij deze inbraak weggenomen IPhone luidde [nummer 15].82 Tussen 31 oktober en 1 november 2013 was de IPhone met dit IMEI-nummer in gebruik bij [naam 7].83 Voorts was [naam 7] in december 2013 in het bezit van de bij onderhavige woninginbraak gestolen Samsung tablet (met registratienummer [nummer 16])84 en één van de iPods (met registratienummer [nummer 17]).85

De eerste vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is op welke wijze de uit de woning[adres 4]

[adres 4] te Maurik gestolen iPhone, Samsung tablet en iPod zijn terecht gekomen bij [naam 7].

Hierover heeft [naam 7] verklaard dat hij deze iPhone gelijktijdig met de Samsung Galaxy tab 3 met registratienummer [nummer 16] van [alias verdachte] heeft gekocht.86 De volgende dag heeft [naam 7] verklaard dat hij van [alias verdachte] in totaal twee laptops (waaronder een Pavilion), de Samsung Tab 3, de iPhone 4 en de iPod Classic heeft gekocht. [naam 7] heeft verklaard voor al deze goederen, behalve de iPod, maximaal 450 euro te hebben betaald in drie termijnen. De eerste en derde termijn heeft hij betaald aan [alias verdachte] en de tweede termijn heeft hij betaald aan die jongen ”die altijd bij hem was”. 87

Over “[alias verdachte]” heeft [naam 7] verklaard dat hij een Marokkaanse jongen is, van wie [naam 7] weet dat hij ”doet stelen” en met verkeerde jongens om gaat.88 Voorts heeft [naam 7] verklaard dat “[alias verdachte]” aan de telefoon “[voornaam verdachte]” wordt genoemd.89 [naam 7] heeft “[alias verdachte]” herkend van een foto.90 De persoon die is afgebeeld op deze foto betreft [verdachte], geboren op 1 maart 1993 te Tiel.91

De rechtbank betrekt hierbij nog dat [verdachte] heeft verklaard dat zijn vrienden hem onder meer “[alias 2 verdachte]” en “[alias 3 verdachte]” noemden en komt tot de conclusie dat met “[alias verdachte]” wordt gedoeld op [verdachte].92

Over “de vriend van [alias verdachte] die bijna altijd bij [alias verdachte] was”, heeft [naam 7] verklaard dat het gaat om een Marokkaanse jongen, slank en mager, net zo lang als “[alias verdachte]” en dat die hem vaker belde.93 [naam 7] heeft deze “vriend van [alias verdachte]” herkend van een foto, waarbij [naam 7] heeft opgemerkt dat hij deze jongen ook betaald heeft voor spullen die gebracht zijn na een telefoongesprek op 31 oktober 2013 over het neerleggen van tassen.94 De persoon die is afgebeeld op deze foto betreft [naam 5], geboren op[geboortedatum 2] te Tiel.95

De rechtbank concludeert uit het vorenstaande dat met de “vriend van [alias verdachte]” wordt gedoeld op [naam 5].

Door de verdediging is de betrouwbaarheid van de verklaringen van [naam 7] in twijfel getrokken, omdat hij wisselend zou verklaren.

De rechtbank overweegt dat [naam 7] in zijn opvolgende verklaringen gaandeweg gedetailleerder is gaan verklaren, maar dat niet is gebleken van tegenstrijdige of ongeloofwaardige verklaringen. Daar komt bij dat de contacten tussen [naam 5] en [verdachte] enerzijds en [naam 7] anderzijds worden bevestigd door enkele tapgesprekken (onder meer het afgeluisterde telefoongesprek d.d. 31 oktober 2013) en sms-berichten, die worden vermeld in de bewijsvoering inzake feit 7 en feit 9. Kortheidshalve wordt volstaan met een verwijzing daarnaar.

De rechtbank ziet derhalve geen redenen om de verklaringen van [naam 7] uit te sluiten van het bewijs en komt tot de conclusie dat [naam 7] de hiervoor genoemde laptops, tablet, IPhone en IPod heeft gekocht van [verdachte] en [naam 5].

Met betrekking tot de vraag of het voorgaande kan bijdragen tot een bewezenverklaring van het primair dan wel het subsidiair tenlastegelegde, overweegt de rechtbank als volgt.

Uit het hiervoor genoemde telefoongesprek van 31 oktober 2013, 14.23 uur, in samenhang met de verklaring van [naam 7] dat met de "twee tassen" in dit gesprek gedoeld werd op de levering van de laptops96, concludeert de rechtbank dat [naam 5] reeds op 31 oktober 2013 kon beschikken over de gestolen waar. Enkele dagen later, op 2 november 2013 vond een telefoongesprek plaats tussen [naam 7] en de gebruiker van telefoonnummer[nummer 9]97, zijnde het telefoonnummer van [naam 5] (zie de overwegingen van de rechtbank betreffende de gebruikte telefoonnummers, hiervoor in paragraaf 3.1). In dit gesprek werd gesproken over een betaling van 90 euro die [naam 7] ”een uurtje terug” aan [alias verdachte] had gedaan. Daarbij werd ook opgemerkt dat [alias verdachte] op dat moment naar een bruiloft was. De rechtbank brengt dit in verband met de verklaring van [verdachte] ter terechtzitting dat hij rond die tijd een bruiloft had98 en de verklaring van [naam 7] dat [alias verdachte] naar een bruiloft moest ten tijde van de derde betaling.99

Uit het voorgaande - in onderlinge samenhang beschouwd - concludeert de rechtbank dat zowel [naam 5] als [verdachte] reeds op 31 oktober 2013 konden beschikken over goederen die tijdens de inbraak in de woning aan de[adres 4] te Maurik zijn ontvreemd, welke goederen door [verdachte] zijn geleverd aan [naam 7], die daarvoor aan zowel [verdachte] als [naam 5] geld heeft gegeven.

Ten slotte overweegt de rechtbank nog dat de telefoonnummers van zowel [verdachte] (nummer [nummer 4]) als [naam 5] (nummer[nummer 9]) in de nacht van 30 op 31 oktober 2013, omstreeks 02.13 uur, de KPN steunzender aan de[straat 7] te Maurik hebben aangestraald.100

Dit alles brengt de rechtbank tot de overtuiging dat de diefstal van goederen uit de woning aan de[adres 4] te Maurik gezamenlijk is gepleegd door [verdachte] en [naam 5].

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in de periode van 30 oktober 2013 tot en met 31 oktober 2013 te Maurik, gemeente Buren, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de[adres 4], heeft weggenomen notebooks, IPods, een IPhone, een Ipad, een tablet, een geheugenkaart, schoeisel en een tas, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 4] waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen goederen onder hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader het cilinderslot van de voordeur geforceerd.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde (zaaksdossier 34)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de periode tussen 14 november 2013 tot en met 15 november 2013 is ingebroken in de woning van [slachtoffer 7] aan de [adres 5] te Maurik. Bij deze inbraak zijn – onder
meer - de volgende aan hem toebehorende goederen weggenomen:

  • -

    een computer (notebook), van het merk/type Acer Aspire 930wsmi;

  • -

    een computer (notebook), van het merk Compaq;

  • -

    een kluis met inhoud;

  • -

    een sieradendoosje.101

Men heeft zich toegang tot de woning verschaft door met een breekvoorwerp een draairaam in de voorgevel van de woning open te breken.102

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht op grond van de bewijsmiddelen niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan. Hij heeft gerequireerd tot vrijspraak van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat verdachte bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.



De beoordeling door de rechtbank
Op 11 december 2013 heeft een doorzoeking plaatsgevonden van een schuur/bergruimte, behorende bij het adres [adres 10] te Tiel, zijnde (destijds) het woonadres van [naam 1]. Bij deze doorzoeking is onder meer een kluis aangetroffen en in beslag genomen.103 In de kluis, met een buitenmaat van 25 x 25 x 35 centimeter, bevond zich onder andere een kentekenbewijs van een Opel met kenteken [kenteken 1] op naam van [naam 8]”.104 De kluis en de inhoud daarvan is getoond aan [slachtoffer 7] en deze heeft verklaard de kluis voor 100% als de zijne te herkennen aan de kleur, de cijferslotcombinatie en de klembouten waarmee de kluis bevestigd was.105

Op de aangetroffen kluis lag een plastic tas.106 Op die tas is een vingerafdruk aangetroffen van [naam 3].107 [naam 3] heeft geen verklaring gegeven voor de aanwezigheid van die vingerafdruk.

[naam 9], de dochter van [slachtoffer 7], heeft tegenover een verbalisant verklaard dat de buurvrouw van haar ouders, J. Hovenstad, op 14 november 2013 omstreeks 17.00 uur nog in de woning van haar ouders is geweest, waarbij haar toen nog niets bijzonders was opgevallen. Voorts heeft [naam 9] verklaard dat zij op 15 november 2013 omstreeks 10.00 uur bij de woning van haar ouders kwam en bij binnenkomst in de woonkamer zag dat er planten uit de vensterbank waren, dat de gordijnen scheef hingen en dat het draairaam was opengebroken.108 Dit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank de conclusie dat de inbraak heeft plaatsgevonden in de periode die is gelegen tussen 14 november 2013, 17.00 uur, en 15 november 2013, 10.00 uur.


De rechtbank betrekt bij de verdere beoordeling een aantal afgeluisterde telefoongesprekken.

Zoals de rechtbank hiervóór in paragraaf 3.1 reeds heeft overwogen, zijn de (mede)verdachten in het [naam onderzoek] bij - onder meer - de navolgende telefoonnummers te plaatsen:

 [naam 3] als gebruiker van het telefoonnummer [nummer 18];

 [verdachte] als gebruiker van de telefoonnummers [nummer 19] en [nummer 20];

 [naam 5] als gebruiker van het telefoonnummer [nummer 21];

 [naam 2] als gebruiker van telefoonnummer [nummer 22];

 [naam 1] als gebruiker van telefoonnummer [nummer 23].


Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet aannemelijk geworden dat genoemde telefoonnummers door anderen dan de daarbij vermelde verdachten zijn gebruikt. Gelet hierop gaat de rechtbank er van uit dat [naam 3] en [verdachte] en [naam 5] hebben deelgenomen aan de hierna weer te geven telefoongesprekken op grond van de aan die gesprekken gekoppelde telefoonnummers. De rechtbank neemt op dezelfde gronden aan dat [naam 3] op 15 november 2013 om 11:41:30 uur heeft gebeld met [naam 2] en dat hij later die dag, om 15:17:40 uur, heeft gebeld met [naam 1].

In de periode waarbinnen de inbraak heeft plaatsgevonden, werden de volgende telefoongesprekken opgenomen, waarbij de rechtbank voor de begrijpelijkheid telkens tussen haakjes zal vermelden wie volgens de hiervoor bedoelde overwegingen deelnemer aan het gesprek moet zijn:

- Sessienummer 2741109, 14 november 2013, 18:57:25 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer [nummer 21] [rechtbank: [naam 5]] en gebelde met telefoonnummer [nummer 24]:

  • -

    “(…) Nee, heb je wat gepakt of niet?

  • -

    Nee vanavond Jackie Jackpot.

  • -

    Wat zeg?

  • -

    Jackpot.

  • -

    Moet je nog doen?

  • -

    In M. Maurik.”

- Sessienummers 1083 en 480110, 15 november 2013, 03:38:18 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer [nummer 19] [rechtbank: [verdachte]] en gebelde met telefoonnummer [nummer 18] [rechtbank: [naam 3]], locatie gebelde respectievelijk beller:[straat 7] 4021 BE Maurik:

  • -

    “Ja.

  • -

    Kom naar de plek waar jij en ik zo straks hebben geparkeerd.

  • -

    Waar? O ja ciao.”

- Sessienummers 2820 en 481111, 15 november 2013, 04:07:57, gesprek tussen beller met telefoonnummer [nummer 19] [rechtbank: [verdachte]] en gebelde met telefoonnummer [nummer 21] [rechtbank: [naam 5]], locatie gebelde respectievelijk beller:[straat 7] 4021 BE Maurik :

  • -

    “Yo.

  • -

    Rij door de straat dan moet je gelijk naar links.

  • -

    Yo.”

Vervolgens werden, in de ochtend en middag van 15 november 2013, onder meer de volgende telefoongesprekken opgenomen:

- Sessienummer 1099112, 11:41:30 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer [nummer 18] [rechtbank: [naam 3]] en gebelde met telefoonnummer [nummer 22] [rechtbank: [naam 2]]:

  • -

    “(…) Jou broer he?

  • -

    Ja.

  • -

    Heeft die een schuur?

  • -

    Ja, volgens mij wel.

  • -

    Denk je dat die het goed vindt als ik daar in de middag een kluis open.

  • -

    (…) Groot?

  • -

    Nee, nee, nee. Klein.”

- Sessienummer 1102,113 12:07:10 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer [nummer 21] [rechtbank: [naam 5]] en gebelde met telefoonnummer [nummer 18] [rechtbank: [naam 3]]:

  • -

    “(…) Ik ben over twee uurtjes terug in Tiel. Dan moeten we even naar [naam 24] toe.

  • -

    Naar [naam 24]?

  • -

    Ja naar zijn broer.

  • -

    Oo saffie waarom?

  • -

    Met die ding.

  • -

    Maar hoe zit het, en die andere dingen dan?

  • -

    Welke andere dingen?

  • -

    Om te open.

  • -

    Die ga ik nu halen.

  • -

    (…) Daar over twee uur?

  • -

    Ja twee drie uurtjes.”

- Sessienummer 2842114, 14:51:01 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer [nummer 21] [rechtbank: [naam 5]] en gebelde met telefoonnummer 31687121708:

  • -

    “Is jouw broertje thuis. (…) Bel hem effe snel. Je weet een kloez die moet bij jullie in de schuur, je weet toch, even nagecheckt worden. (…) Is maar een kleine (…). Zit je in de schuur?

  • -

    Effe inpakken je weet toch.

  • -

    Zit je in de schuur?

  • -

    Ja man.

  • -

    Wacht even ik kom er aan met [alias] ciao.”

- Sessienummer 1127115, 15:03:36 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer [nummer 18] [rechtbank: [naam 3]] en gebelde met telefoonnummer [nummer 20] [rechtbank: [verdachte]]:

  • -

    “(…) Je moet naar die flat in West komen daar. Die oranje flat.

  • -

    Is goed.

  • -

    Naar die schuur. Ik ga nu even met [naam 5] die ding halen.

  • -

    Ja.

  • -

    Dan moet je daar heen komen.”

- Sessienummer 1129116, 15:17:40 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer [nummer 18] [rechtbank: [naam 3]] en gebelde met telefoonnummer [nummer 23] [rechtbank: [naam 1]]:

  • -

    “Ben je thuis? (…) Ik ben nou onderweg naar jou.

  • -

    Kom naar mij toe dan.

  • -

    Ja, ik kom naar jou toe, je moet klaar staan beneden al, ik ben er in 1 minuut.

  • -

    Safie ik loop nu naar beneden.

  • -

    Safie is goed.”

De rechtbank constateert dat in de telefoongesprekken met de sessienummers 1099, 1102, 2842 en 1127 onder meer werd gesproken over een schuur van een broer, over het openen van een kleine kluis, over het openen van “andere dingen”, en over een “kloez” die “nagecheckt” moet worden in de schuur. Deze bewoordingen passen bij de eerdergenoemde bevindingen met betrekking tot het aantreffen van een kluis in de schuur/bergruimte die behoort bij de woning van [naam 1], de broer van [naam 2]. Naar het oordeel van de rechtbank vloeit uit de op15 november 2013 vanaf 11:41:30 uur door [naam 3] en [verdachte] en [naam 5] gevoerde telefoongesprekken, in onderling verband beschouwd, en voorts bezien in nauwe samenhang met de overige hiervóór weergegeven bewijsmiddelen, overtuigend voort dat zij omstreeks 15:17 uur zijn samengekomen bij de woning van [naam 1] om in de bij die woning behorende schuur/bergruimte een kluis te openen. Dit betreft de kluis die is ontvreemd bij de onderhavige inbraak. Immers, de aangetroffen kluis is herkend als de uit de woning aan de [adres 5] ontvreemde kluis en uit het gesprek met sessienummer 1099 herleidt de rechtbank dat gesproken wordt over een kleine kluis. Bij dit laatste overweegt de rechtbank dat de buitenmaat van de kluis
25 x 25 x 35 centimeter was117, hetgeen de rechtbank als een kleine kluis aanmerkt.

De omstandigheid dat [naam 3] en [verdachte] en [naam 5] korte tijd na de gepleegde inbraak in de woning aan de [adres 5] de beschikking hadden over een bij die inbraak weggenomen kluis rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank, bij gebreke van een aannemelijke alternatieve verklaring, reeds de conclusie dat zij die inbraak moeten hebben gepleegd. Voor deze conclusie kan bovendien steun worden gevonden in de hiervóór weergegeven telefoongesprekken. Immers, uit de door [naam 3], [verdachte] en [naam 5] gevoerde gesprekken met sessienummers 2820, 1083, 480 en 481, kan worden afgeleid dat deze drie personen met elkaar een ontmoeting afspreken in de nacht van 14 op 15 november 2013. Dat het daarbij de locatie Maurik betreft, blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit het eerder aangehaalde gesprek in de avond van 14 november 2013 (sessienummer 2741), waarin wordt gesproken over “vanavond”, “Jackpot” en “In M. Maurik”. Deze conclusie vindt bovendien steun in het gegeven dat de telefoontoestellen van zowel [verdachte] als [naam 3] en [naam 5] die nacht een zendmast in Maurik aanstraalden, wat naar het oordeel van de rechtbank een sterke aanwijzing vormt dat zij alle drie die nacht in Maurik waren. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking het feit van algemene bekendheid dat de afstand
- hemelsbreed - tussen Tiel en Maurik ongeveer 8,5 kilometer bedraagt, hetgeen niet aannemelijk maakt dat op dat tijdstip deze drie telefoons contact zouden maken met een zendmast in Maurik als zij niet op die locatie waren.

Al het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat overtuigend kan worden bewezen dat [naam 3], [verdachte] en [naam 5] zich gezamenlijk, in nauwe en bewuste samenwerking, schuldig hebben gemaakt aan de inbraak in de woning aan de [adres 5] te Maurik.

Conclusie

De rechtbank acht op basis van de hiervoor aangehaalde wettige bewijsmiddelen overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat



hij in de periode van 14 november 2013 tot en met 15 november 2013 te Maurik, gemeente Buren, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit de woning gelegen aan de [adres 5] heeft weggenomen een kluis (met inhoud), een of meer laptop(s)/notebook(s), een sieradendoosje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak en inklimming (immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) het draairaam aan de voorzijde van voornoemde woning geforceerd

Ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde (zaaksdossier 40)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 6 november 2013 is ingebroken in de woning van [slachtoffer 10] aan de [adres 11], gemeente Overbetuwe. Daarbij zijn onder meer weggenomen een Asus laptop (serienummer 90N M UYC41 C541 CAC) en een Dell computer (waarvan geen serienummer bekend is geworden).118

Op 9 december 2013 heeft een doorzoeking plaats gevonden van de woning en schuur van [naam 7] aan de [adres 9] te Tiel. Daarbij zijn onder meer in beslag genomen een zilverkleurige Asus laptop (F.01.08.002) en een zilverkleurige Dell laptop (F.02.08.001).119

Bij onderzoek aan de in beslag genomen computers is vastgesteld dat de Asus laptop het serienummer 90N M UYC41 C541 CAC droeg en dat de Dell laptop het servicenummer 368RYQ1 had. Dat servicenummer was in de administratie van Dell gekoppeld aan[adres 12] te Herveld.120

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde heling van de Asus laptop en tot vrijspraak van de heling van de Dell computer.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van ieder geval heling van de Dell computer, maar ook van heling van de Asus laptop.

De beoordeling door de rechtbank

[naam 7] is verhoord over de herkomst van een aantal bij hem aangetroffen goederen. Hij heeft daarbij verklaard dat hij de Asus laptop (F.01.08.002) heeft gekocht van “[alias verdachte]” en diens vriend en de Dell computer (F.02.08.001) van ene [naam 27].121 [naam 7] heeft voorts verklaard dat “[alias verdachte]” vaak met een andere persoon kwam, dat ze samen kwamen en zeiden dat de spullen van hun samen waren. Vervolgens wordt [naam 7] een foto getoond, van wie hij zegt dat dat “[alias verdachte]” is. Van de jongen die vaak bij “[alias verdachte]” was, kent hij de naam niet.122 De foto die [naam 7] getoond werd en waarop hij “[alias verdachte]” herkende, betreft een politiefoto van de verdachte [verdachte].123 Gevraagd over de naam [verdachte], verklaart [naam 7] dat dat “[alias verdachte]” zou kunnen zijn; als ze bij hem zijn, noemen ze hem “[alias verdachte]”, maar aan de telefoon [noemden ze hem] [voornaam verdachte]. Hij kwam regelmatig bij hem.124 Later wordt [naam 7] een foto getoond, waarvan hij zegt dat daarop de persoon is afgebeeld die hij herkent als de jongen die altijd bij “[alias verdachte]” was als deze bij hem kwam. “[alias verdachte]” en hij waren eigenlijk onafscheidelijk, aldus [naam 7].125 Dit betreft een politiefoto van verdachte [naam 5].126

De rechtbank betrekt bij de verdere beoordeling een aantal afgeluisterde telefoongesprekken.

Zoals de rechtbank hiervóór in paragraaf 3.1 reeds heeft overwogen, zijn de (mede)verdachten in het [naam onderzoek] bij - onder meer - de navolgende telefoonnummers te plaatsen:

 [verdachte] als gebruiker van de telefoonnummers [nummer 19] en [nummer 20];

 [naam 5] als gebruiker van het telefoonnummer [nummer 21].

 [naam 7] als gebruiker van telefoonnummer [nummer 25].

Op grond daarvan concludeert de rechtbank dat aan de navolgende gesprekken is deelgenomen door de vermelde personen.

Een tapgesprek (sessie 275)127 waarin met nr. [nummer 19] wordt gebeld naar nr. [nummer 21] op 16 oktober 2013, 17.04 uur, waarbij het volgende wordt gezegd:

“NN over die dinge, [naam 31] (fon) zei 125 euro per stuk,

F: 125?

NN: ja voor die ouwe

OVS hij zei, voor 150 toch?

NN daarom die man zei, hij dacht dat het nieuwe types waren, je weet toch?

F: ja

NN: hij zei voor deze kan hij maximaal 250 euro geven, alle twee

F: uuh, de man 125

NN: ja want ik heb ovs bij [naam 28] (fon)

F: ja ik weet niet, en die andere?

NN: die andere ovs, we moeten even kijken, je weet toch

F: savi, is goed, pak die twee barkies ovs

NN: ja savi, luister

F: ja

NN: we moeten langs [naam 28] (fon)

F: ja, savi, is goed, jooh, ciao”

Op 20 oktober 2013 wordt vanaf nr [nummer 25] een sms verstuurd (sessie 614)128 naar nr. [nummer 21] met de volgende inhoud:

“Hen een lapie verkocht voor 135”

Op 23 oktober 2013 wordt vanaf nr [nummer 25] een sms verstuurd (sessie 1006)129 naar nr. [nummer 21] met de volgende inhoud:

“Er zijn lapie opgehaald denk dat er geld binnen is”

Een tapgesprek (sessie 1867)130 waarin met nr. [nummer 21] wordt gebeld naar nr. [nummer 25] op 31 oktober 2013, 14.23 uur, waarbij het volgende wordt gezegd:

“NNman: Hallo

[naam 5]: Hallo abi ben je thuis man

NNman: Nee ben niet thuis. Sorry man ben nu aan het werk

[naam 5]: 0 ik moet.. Kan ik wat thuis bij jou leggen?

NNman: Ik weet niet ben zo thuis. ben zo thuis ja?

[naam 5]: Ik heb al die spullen zijn twee zakken is met taart voor vanavond ja

NNman: Ja is goed

[naam 5]: ja is goed. Zo snel mogelijk je weet. ik hier niet de hele tijd mee buiten lopen”

Een tapgesprek (sessie 1873)131 waarin met nr. [nummer 21] wordt gebeld met nr. [nummer 19] op 31 oktober 2013, 14.31 uur, waarbij wordt gezegd:

“[voornaam verdachte]: Ja

[naam 5]: Ja luister

[voornaam verdachte]: Ja

[naam 5]: Hij is over vijf minuten thuis

[voornaam verdachte]: Ja

[naam 5]: Ik loop bij Emte nou. Ik ga hem ook die tablet laten zien ja

[voornaam verdachte]: Ik ben er over vijf minuten jongen

[naam 5]: Over vijf minuten in Tiel?

[voornaam verdachte]: Ja

[naam 5]: Wat zei je

[voornaam verdachte]: Ik kom met de fiets”

Uit deze tapgesprekken (ook al valt niet te herleiden dat deze betrekking hebben op onderhavige Asus laptop en Dell computer) leidt de rechtbank af dat [verdachte] en [naam 5] bespreken om spullen (waarbij gesproken wordt over “tablet”, “lapie”, twee zakken met “taart” waarmee [naam 5] niet te lang buiten wil rondlopen) af te leveren bij [naam 7], dat zij hierover contact onderhouden met elkaar en samenwerken. Dit bevestigt de opmerking van [naam 7] dat beiden vaak samen kwamen en dat “de spullen” van hen beiden waren. Daarmee is sprake van medeplegen van de heling.

Op basis van het voorgaande concludeert de rechtbank dat de Asus laptop en de Dell computer afkomstig zijn van de inbraak in de woning van Kreijne en dat deze spullen zijn aangetroffen bij [naam 7]. Van de Asus laptop heeft [naam 7] verklaard deze binnen een maand na de inbraak te hebben gekocht van “[alias verdachte]” en diens vriend en de Dell computer te hebben gekocht van [naam 27]. Nu de rechtbank geen redenen heeft om te twijfelen aan de verklaringen van [naam 7] - die hiermee ook zichzelf incrimineert - volgt daaruit dat [verdachte] en [naam 5] de gestolen Asus hebben verkocht aan [naam 7]. Nu [verdachte] en [naam 5] geen verklaring hebben gegeven voor het feit dat zij klaarblijkelijk in bezit waren van deze gestolen laptop, meer in het bijzonder niet dat zij op rechtmatige wijze in het bezit daarvan zijn gekomen, dringt zich onontkoombaar de conclusie op, en kan het niet anders zijn dan dat zij wisten dat deze laptop afkomstig was van diefstal. In zoverre is de ten laste gelegde heling van de Asus laptop bewezen. Van heling van de Dell computer zullen [verdachte] en [naam 5] worden vrijgesproken nu [naam 7] verklaart deze te hebben gekocht van [naam 27] en enige binding tussen hen en [naam 27] niet is gebleken.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in de periode 06 november 2013 tot en met 09 december 2013 te Herveld, gemeente Overbetuwe en/of Tiel tezamen en in vereniging met een ander een laptop heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld goed wisten, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Ten aanzien van het onder 9 ten laste gelegde (zaaksdossier 46)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de periode van 29 december 2011 tot 6 januari 2012 is ingebroken in de woning van [naam 29] aan de [straat 11] te Tiel. Daarbij is onder meer weggenomen een Sony laptop.132

Op 9 december 2013 heeft een doorzoeking plaats gevonden van de woning en schuur van [naam 7] aan de [adres 9] te Tiel. Daarbij is onder meer in beslag genomen een Sony notebook (beslagnummer F.02.04.002).133

Bij onderzoek aan deze laptop is vastgesteld dat de harde schijf documenten bevatte die betrekking hadden op [naam 30] als secretaris van de kampeervereniging alsmede een adres van hem in Den Haag, [straat 12].134 Nader onderzoek wees uit dat [naam 30] stond ingeschreven op het adres [straat 11] te Tiel. [naam 30] is de man van aangeefster en heeft voorheen in Den Haag gewoond aan de [straat 12].135

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde heling van de Sony laptop.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gewezen op het grote tijdsverloop tussen de inbraak en het aantreffen van de laptop bij [naam 7]. Diens verklaring is voorts onbetrouwbaar, hetgeen moet leiden tot vrijspraak.

De beoordeling door de rechtbank

[naam 7] is verhoord over de herkomst van een aantal bij hem aangetroffen goederen. Hij heeft daarbij verklaard dat hij de Sony laptop (met beslagnummer F.02.04.002) heeft gekocht van “[alias verdachte]” en diens vriend.136 [naam 7] heeft voorts verklaard dat “[alias verdachte]” vaak met een andere persoon kwam, dat ze samen kwamen en zeiden dat de spullen van hun samen waren. Vervolgens wordt [naam 7] een foto getoond, van wie hij zegt dat dat “[alias verdachte]” is. Van de jongen die vaak bij “[alias verdachte]” was, kent hij de naam niet.137 De foto die [naam 7] getoond werd en waarvan hij “[alias verdachte]” herkende, betreft een politiefoto van de verdachte [verdachte].138 Gevraagd over de naam [verdachte], verklaart [naam 7] dat dat “[alias verdachte]” zou kunnen zijn; als ze bij hem waren, noemden ze hem “[alias verdachte]”, maar aan de telefoon [noemden ze hem] [voornaam verdachte]. Hij kwam regelmatig bij hem.139 Later wordt [naam 7] een foto getoond, waarvan hij zegt dat daarop de persoon is afgebeeld die hij herkent als de jongen die altijd bij “[alias verdachte]” was als deze bij hem kwam. “[alias verdachte]” en hij waren eigenlijk onafscheidelijk.140 Dit betreft een politiefoto van verdachte [naam 5].141 Nadien heeft [naam 7] nogmaals verklaard dat hij de Sony laptop (met beslagnummer F.02.04.002) heeft gekocht van “[alias verdachte]” en zijn vriend; de laptop was kapot.142

De rechtbank betrekt bij de verdere beoordeling een aantal afgeluisterde telefoongesprekken.

Zoals de rechtbank hiervóór in paragraaf 3.1 reeds heeft overwogen, zijn de (mede)verdachten in het [naam onderzoek] bij - onder meer - de navolgende telefoonnummers te plaatsen:

 [verdachte] als gebruiker van de telefoonnummers [nummer 19] en [nummer 20];

 [naam 5] als gebruiker van het telefoonnummer [nummer 21];

 [naam 7] als gebruiker van telefoonnummer [nummer 25].

Een tapgesprek (sessie 275)143 waarin met nr. [nummer 19] wordt gebeld naar nr. [nummer 21] op 16 oktober 2013, 17.04 uur, waarbij het volgende wordt gezegd:

“NN over die dinge, [naam 31] (fon) zei 125 euro per stuk,

F: 125?

NN: ja voor die ouwe

OVS hij zei, voor 150 toch?

NN daarom die man zei, hij dacht dat het nieuwe types waren, je weet toch?

F: ja

NN: hij zei voor deze kan hij maximaal 250 euro geven, alle twee

F; uuh, de man 125

NN ja want ik heb ovs bij [naam 28] (fon)

F: ja ik weet niet, en die andere?

NN: die andere ovs, we moeten even kijken, je weet toch

F: savi, is goed, pak die twee barkies ovs

NN: ja savi, luister

F: ja

NN: we moeten langs [naam 28] (fon)

F: ja, savi, is goed, jooh, ciao”

Op 20 oktober 2013 wordt vanaf nr [nummer 25] een sms verstuurd (sessie 614)144 naar nr [nummer 21] met de volgende inhoud:

“Hen een lapie verkocht voor 135”

Op 23 oktober 2013 wordt vanaf nr [nummer 25] een sms verstuurd (sessie 1006)145 naar nr [nummer 21] met de volgende inhoud:

“Er zijn lapie opgehaald denk dat er geld binnen is”

Een tapgesprek (sessie 1867)146 waarin met nr. [nummer 21] wordt gebeld naar nr [nummer 25] op 31 oktober 2013, 14.23 uur, waarbij het volgende wordt gezegd:

“NNman: Hallo

[naam 5]: Hallo abi ben je thuis man

NNman: Nee ben niet thuis. Sorry man ben nu aan het werk

[naam 5]: 0 ik moet.. Kan ik wat thuis bij jou leggen?

NNman: Ik weet niet ben zo thuis. ben zo thuis ja?

[naam 5]: Ik heb al die spullen zijn twee zakken is met taart voor vanavond ja

NNman: Ja is goed

[naam 5]: ja is goed. Zo snel mogelijk je weet. ik hier niet de hele tijd mee buiten lopen”

Een tapgesprek (sessie 1873)147 waarin met nr. [nummer 21] wordt gebeld met nr. [nummer 19] op 31 oktober 2013, 14.31 uur, waarbij wordt gezegd:

“[voornaam verdachte]: Ja

[naam 5]: Ja luister

[voornaam verdachte]: Ja

[naam 5]: Hij is over vijf minuten thuis

[voornaam verdachte]: Ja

[naam 5]: Ik loop bij Emte nou. Ik ga hem ook die tablet laten zien ja

[voornaam verdachte]: Ik ben er over vijf minuten jongen

[naam 5]: Over vijf minuten in Tiel?

[voornaam verdachte]: Ja

[naam 5]: Wat zei je

[voornaam verdachte]: Ik kom met de fiets”

Conclusie

Uit deze tapgesprekken (ook al gaan die gesprekken niet over onderhavige Sony laptop) leidt de rechtbank af dat [verdachte] en [naam 5] bespreken om spullen (waarbij gesproken wordt over “tablet”, “lapie”, twee zakken met “taart” waarmee [naam 5] niet te lang buiten wil rondlopen) af te leveren bij [naam 7], dat zij hierover contact onderhouden met elkaar en samenwerken. Dit bevestigt de opmerking van [naam 7] dat beiden vaak samen kwamen en “de spullen” van hen beiden waren. Daarmee is er sprake van medeplegen van de heling.

Op basis van het voorgaande staat vast dat de Sony laptop afkomstig is van de inbraak in de woning van [naam 29] en [naam 30] en dat deze laptop is gevonden bij [naam 7]. [verdachte] en [naam 5] hebben deze gestolen Sony laptop verkocht aan [naam 7]. Nu beiden geen verklaring hebben gegeven voor het feit dat zij klaarblijkelijk in bezit waren van deze gestolen laptop, meer in het bijzonder niet dat zij op rechtmatige wijze in het bezit daarvan zijn gekomen, dringt zich onontkoombaar de conclusie op dat zij wisten dat deze laptop afkomstig was van diefstal. Daarmee is de tenlastegelegde heling van de Sony laptop bewezen. Het tijdsverloop tussen de inbraak en de vondst van de laptop doet hier niet aan af.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in de periode van 29 december 2011 tot en met 09 december 2013 te gemeente Tiel, tezamen en in vereniging met een ander een laptop heeft overgedragen, terwijl hij en zijn

mededader ten tijde van het verwerven van voormeld goed wisten, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

poging tot diefstal in vereniging, gevolgd van geweld tegen personen met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad de vlucht mogelijk te maken.

Ten aanzien van feit 2, feit 3 en feit 5, telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van feit 7 en feit 9, telkens:

opzetheling, in vereniging gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de onder 1, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 7 en 9 tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 35 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Ten aanzien van de voorlopige hechtenis, heeft de officier van justitie gevorderd de schorsing op te heffen.

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is aangevoerd dat de eis van de officier van justitie alleen ziet op de vergelding, maar dat bij jeugdige verdachten maatwerk wordt gevraagd. Verdachte heeft het vertrouwen met zijn ouders opnieuw moeten opbouwen en is -zoals blijkt uit de overgelegde stukken- serieus met zijn leven aan de slag gegaan door weer naar school te gaan en vakantiewerk te verrichten. Dit alles zal door het opleggen van een gevangenisstraf worden onderbroken. Dat met de reclassering het contact niet tot stand is gekomen, valt verdachte niet te verwijten. De reclassering laat wel ruimte open voor het opleggen van een voorwaardelijke straf. Dat blijkt ook uit eerder opgemaakte rapporten. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat een voorwaardelijke gevangenisstraf met toezicht van de reclassering een passende straf kan zijn. Voorts bestaat de mogelijkheid tot het opleggen van een werkstraf.

Met betrekking tot de voorlopige hechtenis verzoekt de raadsman de schorsing niet op te heffen, maar door te laten lopen tot het vonnis onherroepelijk wordt.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd
30 september 2014; en

 voorlichtings- en adviesrapporten van Reclassering Nederland, d.d. 8 januari 2014 (beknopt), 31 januari 2014, 17 februari 2014 (beknopt), 16 april 2014, 23 september 2014, betreffende verdachte;

 een trajectconsult rapportage van het NIFP, d.d. 15 januari 2014.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft in een paar maanden tijd, samen met zijn mededaders, een aantal woninginbraken gepleegd. Midden in de nacht trokken verdachte en zijn mededaders erop uit en daarbij werd niet geschuwd om geweld te gebruiken. Deur- en/of raamkozijnen zijn daarbij op zijn minst fors beschadigd, maar ook geregeld totaal vernield. De woningen werden vervolgens volledig overhoop gehaald. Dergelijke feiten brengen gevoelens van onveiligheid, verdriet en wantrouwen teweeg niet alleen bij de slachtoffers, maar ook in de maatschappij. De inbraken werden bovendien veelal gepleegd terwijl de bewoners op vakantie waren. Naar het oordeel van de rechtbank getuigt een dergelijke werkwijze van een groot gebrek aan respect voor de persoonlijke levenssfeer van anderen. Verdachte en zijn mededaders hebben daarop in ernstige mate inbreuk gemaakt. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De bewoners van de getroffen woningen in Tiel en hun omgeving hebben zich, onder andere door de veelheid aan woninginbraken, niet meer veilig kunnen voelen in hun woning, wijk en stad. Naast dit wijdverbreide onveiligheidsgevoel en de materiële schade die de slachtoffers van de door inbraak getroffen woningen opliepen, werden bij de woninginbraken ook nog onvervangbare sieraden en andere persoonlijke goederen, zoals bijvoorbeeld gegevensdragers of werkafspraken, meegenomen. De grote emotionele waarde die deze sieraden en de overige goederen voor de slachtoffers vertegenwoordigden, is door de verdachte en zijn mededaders botweg genegeerd. Zij waren louter uit op eigen, ‘gemakkelijk’ financieel gewin.

Verdachte laat zich niets gelegen aan gevoelens van onveiligheid van de slachtoffers nu hij zich ook schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging plegen van een poging tot diefstal gevolgd door geweld tegen een politieagent. De agent werd daarbij op zijn achterhoofd geslagen en heeft hiervan veel pijn ondervonden. Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan heling.

Ter afdoening van de soort en het aantal strafbare feiten, zoals door verdachte gepleegd, acht de rechtbank enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur passend en geboden. Uit de opgemaakte rapportages blijkt dat verdachte geen inzicht heeft willen geven in zijn achtergrond en zijn beweegredenen. Tijdens de behandeling ter terechtzitting heeft verdachte slechts een summiere verklaring willen afleggen. Daarbij komt dat verdachte in juni 2013 wegens een poging tot woninginbraak is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf. Hij is hiermee echter klaarblijkelijk gewoon doorgegaan en blijft volharden in het plegen van strafbare feiten. Een voorwaardelijk strafdeel is naar het oordeel van de rechtbank daarom, nu dit verdachte kennelijk niet van het plegen van strafbare feiten weerhoudt, niet aan de orde. De rechtbank zal dan ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van de hierna te noemen duur.

Mede gelet op de voorgaande omstandigheden wordt het persoonlijk belang van de verdachte, om op vrije voeten te blijven, zodanig ondergeschikt geacht aan het algemeen belang om te worden beschermd tegen personen bij wie recidivegevaar bestaat, dat termen aanwezig zijn om de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte niet langer te laten voortduren. De vordering van de officier van justitie om de opheffing van de schorsing te bevelen zal dan ook worden toegewezen.

6a. De beoordeling ten aanzien van het beslag

Tijdens het opsporingsonderzoek is een groot aantal goederen in beslag genomen. De goederen die bij het parketnummer van verdachte zijn ondergebracht, staan genoemd in de aan dit vonnis gehechte Bijlage I.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle in beslag genomen goederen verbeurd verklaard dienen te worden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor teruggave van de iPhone en heeft daartoe aangevoerd dat de gsm hooguit is gebruikt als communicatiemiddel en niet dusdanig aan een strafbaar feit gerelateerd kan worden, dat deze vatbaar is voor verbeurdverklaring.

Beoordeling door de rechtbank

De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen met nummer 1 tot en met 22, zoals die zijn weergegeven op de als bijlage I aangehechte lijst, betreffen voorwerpen met behulp waarvan de feiten zijn begaan en/of voorbereid. De rechtbank zal deze voorwerpen verbeurd verklaren. Zoals hiervoor is overwogen bij de bewezenverklaring is naar het oordeel van de rechtbank de iPhone ook gebruikt bij het plegen van het strafbare feit. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.

6b. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk moet verklaard nu de benadeelde partij geen bedrag heeft ingevuld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is het eens met de officier van justitie.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet ontvankelijk dient te worden verklaard nu hij heeft vermeld geen schade meer te hebben.

benadeelde partij [slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 4319,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] tot betaling van het volledige bedrag hoofdelijk toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Hij stelt daartoe onder meer dat de vordering onvoldoende onderbouwd is.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de civiele vordering van [slachtoffer 4] tot een bedrag van € 100,00 aan telefoonkosten (hoofdelijk) toewijzen, waarbij de omvang van de schade door de rechtbank op basis van de overgelegde stukken op dat bedrag is begroot.

De verdachte is dus niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is of wordt voldaan.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering ter zake van vergoeding van materiële schade omdat dit deel van de vordering onvoldoende met stukken is onderbouwd. Nader onderzoek ter onderbouwing zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

benadeelde partij [slachtoffer 7]

De benadeelde partij [slachtoffer 7] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 5 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 15.121,36.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van benadeelde partij [slachtoffer 7], nu hij vrijspraak heeft gevorderd voor het feit waarin de benadeelde zich heeft gesteld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is het eens met de officier van justitie.

De beoordeling van de rechtbank

Nu de rechtbank dit feit wel bewezen acht, zal zij de vordering van [slachtoffer 7] wegens de materiële schade in zijn geheel toewijzen, zijnde een bedrag van bedrag van € 15.121.36 (met de wettelijke rente daarover vanaf 14 november 2013). Het taxatierapport in combinatie met de ondertekende brief van Dekra Experts B.V. levert naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwing op voor de post ‘ontvreemde sieraden’. De overige posten zijn naar het oordeel van de rechtbank ook voldoende onderbouwd.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is of wordt voldaan.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

benadeelde partij [slachtoffer 10]

De benadeelde partij [slachtoffer 10] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 7 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1434,50.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] tot betaling van het volledige bedrag hoofdelijk toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] grotendeels niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Hij stelt daartoe dat de vordering alleen kan zien op de laptops en niet op de overige gevorderde schadeposten.

De beoordeling van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 10] niet-ontvankelijk verklaren nu de gevorderde schade niet rechtstreeks is toegebracht door het door verdachte begane feit.



benadeelde partij[slachtoffer 11]

De benadeelde partij[slachtoffer 11] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 8 tenlastegelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1150,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van benadeelde partij[slachtoffer 11], nu hij vrijspraak heeft gevorderd voor het feit waarin de benadeelde zich heeft gesteld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, de benadeelde partij[slachtoffer 11] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Hij stelt daartoe onder meer dat de vordering de heling betreft van een aantal goederen. Daarnaast wordt er inkomstenderving geclaimd, wat een onevenredige belasting van het strafproces oplevert.

De beoordeling van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij[slachtoffer 11] niet-ontvankelijk verklaren, nu aan verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd ter zake van het feit waarop de vordering van de benadeelde[slachtoffer 11] ziet, noch toepassing wordt gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht ten aanzien van dit feit.

benadeelde partij [slachtoffer 11]

De benadeelde partij [slachtoffer 11] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 9 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 600,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11] tot betaling van het volledige bedrag hoofdelijk toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, de benadeelde partij [slachtoffer 11] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Hij stelt daartoe onder meer dat de vordering onvoldoende onderbouwd is.

De beoordeling van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 11] niet-ontvankelijk verklaren nu de gevorderde schade niet rechtstreeks is toegebracht door het door verdachte begane feit.

[benadeelde 3]

De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 90.700,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij [benadeelde 3], nu de gevorderde schade in een te ver verwijderd verband staat ten opzichte van de tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Hij stelt daartoe onder meer dat de vordering niet eenvoudig is vast te stellen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk verklaren. Voor een goede beoordeling van de vordering is meer onderbouwing nodig, maar dat zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen.

6c. De beoordeling van de vorderingen na voorwaardelijke veroordeling

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank zal gelasten dat de nog niet ten uitvoer gelegde straffen alsnog ten uitvoer zullen worden gelegd.

Het standpunt van de verdediging

Door de raadsman is aangevoerd dat de tenuitvoerlegging van beide veroordelingen en verdachte zal verhinderen een andere weg in te slaan. De raadsman heeft verzocht een van de vorderingen toe te wijzen en tevens om te zetten in een werkstraf. Ten aanzien van de andere vordering heeft de raadsman verzocht de proeftijd te verlengen.

Beoordeling door de rechtbank

Op grond van het verhandelde ter terechtzitting acht de rechtbank de feitelijke grondslag van de vorderingen van de officier van justitie juist. De rechtbank ziet geen aanleiding het voorstel van de raadsman te volgen. Zij zal derhalve de tenuitvoerlegging gelasten van de voorwaardelijke gevangenisstraffen die aan verdachte zijn opgelegd bij vonnis van de politierechter te Arnhem op 11 december 2012 respectievelijk 28 juni 2013, te weten telkens 1 maand gevangenisstraf.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14g, 24, 24c 27, 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 63, 310, 311, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van de onder 4, 6 en 8 ten laste gelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zoals genoemd onder de nummers 1 tot en met 22 op de aangehechte beslaglijst.

Gelast met ingang van heden de opheffing van de ter terechtzitting van 22 mei 2014 uitgesproken schorsing van de voorlopige hechtenis.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 2)

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] (feit 3)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover de mededader betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer 4] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [slachtoffer 4], te betalen € 100,-- (honderd euro).

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover de mededader betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer 4] zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], te betalen € 100,-- (honderd euro) te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] (feit 5)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover mededader(s) betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer 7] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [slachtoffer 7], te betalen € 15.121,36 (vijftienduizend honderdeenentwintig euro en zesendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 7], te betalen € 3780,34 (drieduizend zevenhonderdtachtig euro en vierendertig eurocent, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 47 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] (feit 7)

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij[slachtoffer 11] (feit 8)

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11] (feit 9)

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vorderingen na voorwaardelijke veroordeling.

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Arnhem op 11 december 2012, onder parketnummer 05/731294-11.

Gelast tevens de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Arnhem op 28 juni 2013, onder parketnummer 05/731297-12.

Aldus gewezen door:

mr. P.C. Quak (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. K.A.M. van Hoof, rechters,

in tegenwoordigheid van E. Terlouw-Boeijink en mr. D.G. Wessels-Harmsen, griffiers.

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 november 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant(en) van de regiopolitie Gelderland-Zuid, Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer BVH-2014003643, gesloten op 25 februari 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal, pag. 804 (p. 806).

3 Proces-verbaal, pag. 844.

4 Proces-verbaal beslag, pag. 3443 (p. 3445).

5 Samenvattend proces-verbaal, pag. 54, en mutatie d.d. 29 juli 2013, p. 929.

6 Tapverslag sessie 389, pag. 930.

7 Proces-verbaal van verhoor, pag. 932.

8 Proces-verbaal, pag. 69.

9 Proces-verbaal, pag. 71.

10 Proces-verbaal beslag, pag. 3445.

11 Proces-verbaal, pag. 65 en 66.

12 Proces-verbaal, pag. 1864.

13 Proces-verbaal beslag, pag. 3449 en proces-verbaal bevindingen, pag. 458.

14 Tapverslag sessie 2663, pag. 1522 en 1523.

15 Proces-verbaal, pag. 1866.

16 Tapverslag sessies 56 en 163, pag. 293 en 295.

17 Tapverslag sessie 263, pag. 296.

18 Tapverslag sessie 118, pag. 294.

19 Tapverslag 1129, pag. 1741.

20 Proces-verbaal van verhoor [naam 1], pag. 1868.

21 Tapverslag sessie 383, pag. 176.

22 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 3 november 2014, proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1], pag. 820, alsmede het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 804.

23 Proces-verbaal van aangifte door[slachtoffer], pag. 822, alsmede het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 804.

24 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 804/805, alsmede het proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’(van wie de nadere gegevens bekend zijn bij de politie), pag. 816.

25 Proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’, pag. 816.

26 Proces-verbaal van verhoor ‘getuige 1’(van wie de nadere gegevens bekend zijn bij de politie), pag. 813, en proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’, pag. 816.

27 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 805.

28 Luchtfoto, pag. 815.

29 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], pag. 895, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], pag. 897, alsmede de kennisgeving van inbeslagneming, pag. 810.

30 Proces-verbaal van werktuigsporenonderzoek d.d. 2 december 2013, pag. 944.

31 Proces-verbaal van bevindingen (buurtonderzoek) d.d. 29 juli 2013, pag. 829, alsmede proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 september 2013, pag. 834.

32 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 806, alsmede de kennisgeving van inbeslagneming, pag. 810.

33 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 806, alsmede de kennisgeving van inbeslagneming, pag. 809.

34 Mutatierapport d.d. 29 juli 2013, alsmede proces-verbaal van verhoor B. [verdachte], pag. 994.

35 Fotobijlage op pag. 837 bij de kennisgeving van inbeslagneming, pag. 835.

36 Proces-verbaal van verhoor B. [verdachte], pag. 997.

37 Rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 977 in combinatie met “tabel 1”, 2e rij, pag. 978.

38 Rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 977 in combinatie met “tabel 1”, 6e rij, pag. 978.

39 Rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 977 in combinatie met “tabel 1”, 4e rij, pag. 978.

40 Bijlage bij rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 981.

41 Bijlage bij rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 982.

42 Rapport NFI d.d. 8 januari 2014, pag. 985.

43 Rapport NFI d.d. 10 januari 2014, pag. 989.

44 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2103, pag. 844.

45 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 12 december 2013, pag. 995.

46 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] d.d. 11 december 2013, pag. 110.

47 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 september 2013, pag. 844 resp. 845.

48 Proces-verbaal van verhoor ‘getuige 1’, pag. 813 en proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’, pag. 816.

49 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 804, alsmede proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’, pag. 816.

50 Proces-verbaal van aangifte door[slachtoffer], pag. 822, alsmede het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 804.

51 In het bijzonder proces-verbaal van verhoor ‘getuige 1’, pag. 813, laatste alinea.

52 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2], pag. 1009, alsmede proces-verbaal verhoor aangever, pag. 1052.

53 Proces-verbaal “aangetroffen laptops” d.d. 17 december 2013, pag. 1050, alsmede stam proces-verbaal d.d. 24 februari 2014, pag. 1007.

54 Proces-verbaal verhoor aangever, pag. 1052-1053, alsmede proces-verbaal “aangetroffen laptops” d.d. 17 december 2013, pag. 1050.

55 Proces-verbaal van verhoor d.d. 12 december 2013 van [naam 7], pag. 1057.

56 Bijlage in beslag genomen goederen [adres 9] te Tiel, pag. 1058.

57 Proces-verbaal van verhoor d.d. 5 februari 2014 van [naam 7], pag. 1063.

58 Proces-verbaal van verhoor [naam 7] d.d. 9 december 2013, pag. 513.

59 Verhoor van [naam 7] door de rechter-commissaris d.d. 26 september 2014 (pag. 2), alsmede het proces-verbaal van verhoor van [naam 7] d.d. 9 december 2013, pag. 513, laatste alinea.

60 Proces-verbaal van verhoor [naam 7] d.d. 9 december 2013, pag. 518. Desbetreffende foto is opgenomen op pag. 521.

61 Proces-verbaal d.d. 10 december 2013, pag. 522.

62 Proces-verbaal van verhoor [verdachte] d.d. 11 december 2013, pag. 110.

63 Proces-verbaal van verhoor [naam 7] d.d. 9 december 2013, pag. 518, laatste alinea.

64 Proces-verbaal van verhoor [naam 7] d.d. 11 december 2013, pag. 533, alsmede de weergave van een telefoongesprek op 31 oktober 2013 tussen [naam 7] en de gebruiker van telefoonnummer[nummer 9], pag. 1250. De foto betreft pag. 534.

65 Proces-verbaal d.d. 30 januari 2014, pag. 546

66 Proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’, pag. 816

67 Proces-verbaal van verhoor ‘getuige 1’, pag. 813, en proces-verbaal van verhoor ‘getuige 2’, pag. 816

68 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 805

69 Luchtfoto, pag. 815

70 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], pag. 895, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], pag. 897, alsmede de kennisgeving van inbeslagneming, pag. 810

71 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 juli 2013, pag. 806, alsmede de kennisgeving van inbeslagneming, pag. 809.

72 Rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 977 in combinatie met “tabel 1”, 2e rij, pag. 978.

73 Rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 977 in combinatie met “tabel 1”, 6e rij, pag. 978.

74 Rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 977 in combinatie met “tabel 1”, 4e rij, pag. 978.

75 Bijlage bij rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 981.

76 Bijlage bij rapport NFI d.d. 29 oktober 2013, pag. 982.

77 Rapport NFI d.d. 8 januari 2014, pag. 985.

78 Rapport NFI d.d. 10 januari 2014, pag. 989.

79 Proces-verbaal van werktuigsporenonderzoek d.d. 2 december 2013, pag. 937.

80 Proces-verbaal van werktuigsporenonderzoek d.d. 2 december 2013, pag. 944 en pag. 938, 3e alinea.

81 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 5], pag. 1167, alsmede een goederenbijlage d.d. 12 november 2013, pag. 1170.

82 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 november 2013, pag. 1183.

83 Proces-verbaal bevindingen analyse verkeersgegevens, pag. 1217, alsmede proces-verbaal van verhoor [naam 7] d.d. 9 december 2013, pag. 1251.

84 Proces-verbaal van verhoor d.d. 9 december 2013 van [naam 7], pag. 1255 (laatste regel)/pag. 1256, alsmede afstandsverklaring, pag. 1245.

85 Proces-verbaal d.d. 13 december 2013, pag. 1244, alsmede de afstandsverklaring, pag. 1245.

86 Processen-verbaal van verhoor d.d. 9 december 2013 van [naam 7], pag. 1251 resp. pag. 1255

87 Proces-verbaal van verhoor d.d. 10 december 2013 van [naam 7], pag. 1262 en 1263, bovenste alinea

88 Proces-verbaal van verhoor d.d. 9 december 2013 van [naam 7], pag. 513

89 Verhoor van [naam 7] door de rechter-commissaris d.d. 26 september 2014 (pag. 2), alsmede het proces-verbaal van verhoor van [naam 7] d.d. 9 december 2013, pag. 513, laatste alinea

90 Proces-verbaal van verhoor [naam 7] d.d. 9 december 2013, pag. 518

91 Proces-verbaal d.d. 10 december 2013, pag. 522

92 Proces-verbaal van verhoor [verdachte] d.d. 11 december 2013, pag. 110

93 Proces-verbaal van verhoor [naam 7] d.d. 9 december 2013, pag. 518, laatste alinea

94 Proces-verbaal van verhoor [naam 7] d.d. 11 december 2013, pag. 533, alsmede de weergave van een telefoongesprek op 31 oktober 2013 tussen [naam 7] en de gebruiker van telefoonnummer[nummer 9], pag. 1250

95 Proces-verbaal d.d. 30 januari 2014, pag. 546

96 Proces-verbaal van verhoor d.d. 10 december 2013 van [naam 7], pag. 1262.

97 Weergave (sessienr. 2095) van een telefoongesprek op 2 november 2013 tussen [naam 7] en de gebruiker van telefoonnummer[nummer 9], pag. 1277, alsmede proces-verbaal van verhoor van [naam 7], pag. 1273.

98 Verklaring [verdachte] ter terechtzitting.

99 Proces-verbaal van verhoor d.d. 10 december 2013 van [naam 7], pag. 1263, 11e regel van boven.

100 proces-verbaal mastlocatie d.d. 5 februari 2014, pag. 1210.

101 Proces-verbaal van aangifte door [naam 9] d.d. 15 november 2013, pag. 1680-1682, en Bijlage weggenomen goederen d.d. 4 december 2013, pag. 1689-1693.

102 Proces-verbaal van aangifte door [naam 9] d.d. 15 november 2013, pag. 1682, en proces-verbaal Sporenonderzoek d.d. 16 november 2013, pag. 1708.

103 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 11 december 2013, pag. 1793, Lijst van inbeslaggenomen goederen, pag. 1794, en proces-verbaal doorzoeking d.d. 11 december 2013, pag. 1799 en 1800.

104 Proces-verbaal onderzoek kluis d.d. 11 december 2013, pag. 1803-1807.

105 Proces-verbaal verhoor getuige d.d. 13 december 2013, pag. 1826 en 1827.

106 Bovenste foto op pag. 1797, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 11 december 2013.

107 Proces-verbaal Sporenonderzoek d.d. 17 december 2013, pag. 1809, 5de alinea, Rapport dactyloscopisch onderzoek d.d. 6 januari 2014, pag. 1817 en 1818, alsmede rapport NFO d.d. 22 oktober 2014 (contra-expertise).

108 Proces-verbaal van aangifte door [naam 9] d.d. 15 november 2013, pag. 1681.

109 Tapverslag, pag. 1724 en 1725.

110 Tapverslag, pag. 1728 en 1729.

111 Tapverslag, pag. 1730 en 1731.

112 Tapverslag, pag. 1733 en 1734.

113 Tapverslag, pag. 1736.

114 Tapverslag, pag. 1737.

115 Tapverslag, pag. 1739.

116 Tapverslag, pag. 1741.

117 Proces-verbaal onderzoek kluis d.d. 11 december 2013, pag. 1803.

118 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 10], pag. 2075 en bijbehorende goederenbijlage.

119 Proces-verbaal doorzoeking, pag. 3524 en bijbehorende beslaglijst pag. 3530 resp. pag. 3531.

120 Proces-verbaal bevindingen, pag. 2082.

121 Proces-verbaal van verhoor van [naam 7], pag. 2087.

122 Proces-verbaal van verhoor [naam 7], pag. 517 (pag. 518). Bedoelde foto is als bijlage bij het proces-verbaal gevoegd, pag. 521.

123 Proces-verbaal, pag. 522.

124 Proces-verbaal van verhoor [naam 7], pag. 510 (pag. 513).

125 Proces-verbaal van verhoor [naam 7], pag. 530 (pag. 533). Bedoelde foto is als bijlage bij het proces-verbaal gevoegd, pag. 534.

126 Proces-verbaal. pag. 546.

127 Tapverslag, pag. 491.

128 Tapverslag, pag. 496.

129 Tapverslag, pag. 497.

130 Tapverslag, pag. 499.

131 Tapverslag, pag. 500.

132 Proces-verbaal van aangifte [naam 29], pag. 2319 en bijbehorend overzicht van gestolen spullen, pag. 2322.

133 Proces-verbaal doorzoeking, pag. 3524 en bijbehorende beslaglijst pag. 3530.

134 Proces-verbaal, pag. 2310-2311.

135 Proces-verbaal, pag. 2332.

136 Proces-verbaal van verhoor van [naam 7], pag. 2335.

137 Proces-verbaal van verhoor [naam 7], pag. 517 (pag. 518). Bedoelde foto is als bijlage bij het proces-verbaal gevoegd, pag. 521.

138 Proces-verbaal, pag. 522.

139 Proces-verbaal van verhoor [naam 7], pag. 510 (pag. 513).

140 Proces-verbaal van verhoor [naam 7], pag. 530 (pag. 533). Bedoelde foto is als bijlage bij het proces-verbaal gevoegd, pag. 534.

141 Proces-verbaal. pag. 546.

142 Proces-verbaal van verhoor [naam 7], pag. 2340 (pag. 2342).

143 Tapverslag, pag. 491.

144 Tapverslag, pag. 496.

145 Tapverslag, pag. 497.

146 Tapverslag, pag. 499.

147 Tapverslag, pag. 500.