Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:7126

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-11-2014
Datum publicatie
18-11-2014
Zaaknummer
05/820276-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 19-jarige vrouw uit Echteld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en een werkstraf van 150 uur wegens medeplichtigheid aan 2 woninginbraken in Tiel en omgeving en wegens schending van bedrijfsgeheimen. De vrouw heeft vertrouwelijke klantgegevens van haar werkgever, waaronder adressen en afwezigheidsperiodes van klanten, aan één van de inbrekers verstrekt. Dat sprake zou zijn geweest van psychische overmacht zoals door haar raadsman is gesteld, gelooft de rechtbank niet. De vrouw is niet eerder veroordeeld voor dergelijke feiten. De opgelegde straf is hoger dan de eis van de officier van justitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingslocatie Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/820276-14

Data zittingen : 23 mei 2014 (regie) en 03 november 2014

Datum uitspraak : 17 november 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum 1]

adres : [adres 1]

plaats : [woonplaats 1]

raadsman : mr. J.H. van Dijk, advocaat te Amsterdam.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

[medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] in of omstreeks de periode van 30 oktober 2013 tot en met 31 oktober 2013 te Maurik, gemeente Buren, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 2], heeft/hebben weggenomen een of meer notebook(s), Ipod(s), Iphone, Ipad, tablet, geheugenkaart, schoeisel, tas, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan[benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of die [medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 2] en/of[medeverdachte 3], waarbij die [medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 2] en/of[medeverdachte 3] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft hij/hebben zij het cilinderslot van de voordeur geforceerd/ opengebroken,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 januari 2013 tot en met 31 oktober 2013 te Tiel en/of Echteld en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door aan die [medeverdachte 1] een lijst te verstrekken met daarop (persoonlijke) gegevens van die[benadeelde 1], te weten naam, adres, reisbestemming, reisperiode, reissom en wijze van betaling (zaaksdossier 16);

2.

[medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] in of omstreeks de periode van 8 november 2013 tot en met 12 november 2013 te Tiel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 3], heeft weggenomen een Ipad, een of meer computer(s), een of meer lader(s), een geldkistje met inhoud, een blik met muntgeld, geldbedragen (in diverse coupures en valuta), een bestekcassette, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan[benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of die [medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of mededader(s), waarbij die [medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft hij/hebben zij een bovenlicht/klapraam van de woning geforceerd/opengebroken en heeft/hebben zij zich hierdoor de toegang tot voornoemde woning verschaft,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 januari 2013 tot en met 12 november 2013 te Tiel en/of Echteld en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door aan die [medeverdachte 1] een lijst te verstrekken met daarop (persoonlijke) gegevens van die[benadeelde 3], te weten naam, adres, reisbestemming, reisperiode, reissom en wijze van betaling (zaaksdossier 32);

3.

[medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] in of omstreeks de periode van 14 november 2013 tot en met 15 november 2013 te Maurik, gemeente Buren, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de woning gelegen aan de [adres 7] heeft weggenomen een kluis (met inhoud), een of meer laptop(s)/notebook(s), een sieradendoosje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of die [medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of[medeverdachte 3] en/of mededader(s), waarbij die [medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of[medeverdachte 3] en/of mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (immers heeft/hebben die [medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of[medeverdachte 3]

[medeverdachte 3] en/of mededader(s) het draairaam aan de voorzijde van voornoemde woning geforceerd/opengebroken),

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 januari 2013 tot en met 15 november 2013 te Tiel en/of Echteld en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door aan die [medeverdachte 1] een lijst te verstrekken met daarop (persoonlijke) gegevens van die [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5]

[benadeelde 5], te weten naam, adres, reisbestemming, reisperiode, reissom en wijze van Betaling (zaaksdossier 34);

4.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 03 november 2013, althans in de periode van 14 januari 2013 tot en met 11 december 2013, te Tiel, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk:

i. aangaande een onderneming van handel, nijverheid of dienstverlening, te weten [bedrijfsnaam 1], waar zij, verdachte, (toen) werkzaam was, bijzonderheden waarvan haar geheimhouding is opgelegd, bekend heeft gemaakt, en/of

ii. gegevens die door misdrijf zijn verkregen uit een geautomatiseerd werk van een onderneming van handel, nijverheid of dienstverlening, te weten [bedrijfsnaam 1], welke gegevens betrekking hebben op deze onderneming, bekend heeft gemaakt of uit winstbejag heeft gebruikt, terwijl deze gegevens ten tijde van die bekendmaking of het gebruik (telkens) niet algemeen bekend waren en daaruit enig nadeel kon ontstaan,

immers heeft zij, verdachte, en/of haar mededader (telkens):

- met gebruikmaking van een persoonlijke inlogcode uit het geautomatiseerde

werk van [bedrijfsnaam 1] gegevens, te weten een (groot) aantal

reisboekingen verzameld/geraadpleegd, en/of

- ( vervolgens) daarvan een lijst samengesteld met daarop gegevens betreffende (onder meer) persoonlijke gegevens van de boeker/klant als naam, leeftijd, adres en/of gegevens met betrekking tot de boeking als bestemming, vertrek- en retourdatum, reissom en wijze van betaling,

- ( vervolgens) (een kopie van) deze lijst verstrekt/bekend gemaakt aan [medeverdachte 1]

[medeverdachte 1] en/of (een) andere(n) (zaaksdossier 52).

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 03 november 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.H. van Dijk, advocaat te Amsterdam.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

[benadeelde 1] (t.a.v. feit 1),

 [benadeelde 4] (t.a.v. feit 3) en

[bedrijfsnaam 1] reisbureau (t.a.v. feit 4).

Als benadeelde partijen zijn ter terechtzitting verschenen:

 [benadeelde 4]

 [aangever], wettelijk vertegenwoordiger van [bedrijfsnaam 1] Reisbureau.

De officier van justitie, mr. H.G. Kuipers, heeft gerekwireerd.

Verdachte en haar raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

3.1

Overwegingen ten aanzien van het gebruik van de telefoonnummers.

De rechtbank heeft in het dossier een groot aantal afgeluisterde telefoongesprekken aangetroffen. De samenstellers van het dossier hebben in de weergave daarvan aan die telefoongesprekken regelmatig namen gekoppeld, kennelijk op basis van stemherkenning. De rechtbank overweegt allereerst dat de onderbouwing van die vermelde stemherkenningen te zwak is gebleken om de conclusies van de verbalisanten te kunnen dragen. De rechtbank zal dus geen gevolgen verbinden aan de vermelde stemherkenningen. Wel heeft de rechtbank in het dossier verschillende aanknopingspunten aangetroffen die hebben geleid tot de overtuiging dat de in het Boxer-onderzoek opgevoerde verdachten de gebruikers zijn van specifieke telefoonnummers.

Daar waar de rechtbank in het dossier geen aanleiding heeft gevonden om tot een andere conclusie te komen, zal de rechtbank dan ook in alle navolgende overwegingen en conclusies bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten, uitgaan van de hierna weergegeven combinatie van telefoonnummers en de gebruiker daarvan.

[medeverdachte 3]

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Op 23 juli 2013 vond een poging tot inbraak plaats aan de [adres 4] te Tiel. Daarbij werd een politieagent mishandeld door de overlopen daders. In de nabijheid van deze woning werden een rijbewijs en identiteitskaart ten name van[medeverdachte 3] gevonden alsmede een LG-telefoon.2 Deze telefoon bevatte een simkaart met genoemd telefoonnummer waarvan in het blue view systeem van de politie was vermeld dat dit nummer in gebruik was bij[medeverdachte 3].3 Bij doorzoeking van diens woning is in de slaapkamer van[medeverdachte 3] een simkaarthouder met dit telefoonnummer aangetroffen.4

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 3] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Op 29 juli 2013 heeft[medeverdachte 3] bij de politie melding gedaan van vermissing van zijn rijbewijs en identiteitskaart. Daarbij heeft hij als zijn telefoonnummer opgegeven [nr], als het nummer waarop hij bereikbaar zou zijn.5 Op 30 oktober 2013 werd door een politieagent gebeld naar dit telefoonnummer waarop de telefoon werd beantwoord door iemand die zich[medeverdachte 3] noemde. Er werd een afspraak gemaakt voor het ophalen van het rijbewijs en de identiteitskaart waarbij werd gezegd dat de politie de nodige vragen had over het kwijt raken van deze documenten.6 Dezelfde middag heeft[medeverdachte 3] zich gemeld bij de politie en is hij hierover gehoord.7
De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 3] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Tijdens de doorzoeking in de woning van[medeverdachte 3], [adres 5] te Tiel, op 11 december 2013 werd onder andere een Nokia telefoon aangetroffen en in beslag genomen waarin twee simkaarten konden worden geplaatst en die was voorzien van twee imei-nummers, te weten [nr] en [nr]. Daarnaast is (in de slaapkamer van[medeverdachte 3]) een Nokia telefoon aangetroffen en in beslag genomen met imei-nummer[nr].8 Een simkaart met genoemd telefoonnummer [nr] is gebruikt in deze twee telefoons.9De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 3] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Tijdens dezelfde doorzoeking in de woning van[medeverdachte 3] werd eveneens in diens slaapkamer een Samsung telefoon met imei-nr. [nr] aangetroffen en in beslag genomen (A.01.01.001).10 Deze telefoon is onderzocht en bleek een simkaart met telefoonnummer [nr] te bevatten.11

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 3] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

[medeverdachte 5]

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]
[medeverdachte 5] heeft op 19 december 2013 verklaard dat hij genoemd (prepaid) telefoonnummer gebruikt.12

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 5] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].


[medeverdachte 4]

Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]
Tijdens de doorzoeking in de woning van [medeverdachte 4], [adres 6] te Tiel, op 11 december 2013 is onder andere een Samsung telefoon aangetroffen en in beslag genomen (D.06.02.001). Deze telefoon bevatte een simkaart met telefoonnummer [nr].13 Op 12 november 2013 werd door de gebruiker van telefoonnummer [nr] gebeld naar een ander telefoonnummer. Op de vraag naar het telefoonnummer van [medeverdachte 4] geeft de gebelde het nummer [nr] door.14 [medeverdachte 5] heeft verklaard dat het telefoonnummer van [medeverdachte 4] eindigt op 50.15

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 4] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

[medeverdachte 1]
Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]

Op 15 en 20 oktober 2013 werd door twee verschillende personen naar dit telefoonnummer gebeld, waarbij de persoon die de telefoon beantwoordde [medeverdachte 1] respectievelijk[medeverdachte 1] werd genoemd.16 Op 22 oktober 2013 werd door de gebruiker van telefoonnummer [nr] gebeld naar een ander telefoonnummer, waarbij de persoon die de telefoon beantwoordde de beller[medeverdachte 1] noemde.17 Op 19 oktober 2013 heeft de gebruikster van telefoonnummer [nr], dat is verdachte[verdachte], zijnde de ex-vriendin van [medeverdachte 1], een sms-bericht gestuurd naar telefoonnummer [nr] met de tekst “[medeverdachte 1] dan blijf ik thuis.”18 Op 15 november 2013 werd door de gebruiker van telefoonnummer [nr] gebeld naar de gebruiker van telefoonnummer [nr],19 dat is [medeverdachte 5]. Hij heeft verklaard dat het klopt dat hij op die datum op laatstgenoemd telefoonnummer is gebeld door[medeverdachte 1], die eerder in het verhoor is aangeduid als [medeverdachte 1].20

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 1] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

[medeverdachte 2]
Ten aanzien van het telefoonnummer [nr]
Op 18 oktober 2013 heeft de gebruiker van dit telefoonnummer gebeld naar [naam school]. Tijdens dit gesprek noemt de beller zich [medeverdachte 2], met geboortedatum [geboortedatum 2] en woonplaats Tiel.21

De rechtbank gaat er daarom in het vervolg van uit dat [medeverdachte 2] de vaste gebruiker is geweest van het telefoonnummer [nr].

3.2

De beoordeling van de tenlastegelegde feiten



Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde (zaakdossier 16)

Dit feit betreft medeplichtigheid aan de inbraak aan de [adres 2] te Maurik, welke medeplichtigheid hierin zou bestaan dat zij [medeverdachte 1] informatie heeft verschaft over de afwezigheid van de bewoners. Nu [medeverdachte 1] zal worden vrijgesproken van betrokkenheid hierbij, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de haar ten laste gelegde medeplichtigheid.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde (zaakdossier 32)

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de periode van 8 november 2013 tot en met 12 november 2013 is ingebroken in de woning van[benadeelde 3] aan de [adres 3] te Tiel. Bij deze inbraak zijn - onder meer - de volgende goederen weggenomen:

  • -

    een computer, merk Lenovo X201, inclusief lader;

  • -

    een computer, merk Dell Inspiron 6000, inclusief lader;

  • -

    een tablet, merk Apple Ipad2, inclusief lader;

  • -

    bestek (cassette);

  • -

    een geldkist;

  • -

    een blik met muntgeld;

  • -

    geld in diverse coupures en valuta.22

Men heeft zich toegang tot de woning verschaft door met een breekvoorwerp de sloten te forceren van een bovenlicht dat zich bevindt aan de zijde van de woning die grenst aan perceel [nr] en binnen te klimmen.23

Verdachte was werkzaam bij [bedrijfsnaam 1]. Verdachte heeft op verzoek van haar toenmalige vriend [medeverdachte 1] een lijst gemaakt met klantgegevens en data waarop de klanten op vakantie waren.24 Op deze lijst stond ook het adres [adres 3].25

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, indien in de zaken tegen de daders/mededaders gehele of gedeeltelijke vrijspraak van de voorliggende inbraak volgt, dan eveneens een (gedeeltelijke) vrijspraak voor de aan verdachte ten laste gelegde medeplichtigheid aan de inbraak dient te volgen. Voor het overige refereert de verdediging zich.



Beoordeling door de rechtbank

Op 12 november 2013, omstreeks 17.35 uur, heeft in een vestiging van GWK Travelex aan de Stationshal 11 te Utrecht een transactie plaatsgevonden waarbij 11 verschillende vreemde valuta zijn omgewisseld tegen euro’s. Hiervoor is een bedrag van in totaal € 426,89 betaald.26

Op door GWK Travelex verstrekte camerabeelden wordt de persoon die rond voornoemd tijdstip verschillende valuta omwisselt tegen euro’s door een drietal verbalisanten herkend als [medeverdachte 4].27 Verbalisant [verbalisant 1] heeft verklaard dat hij vaak contact heeft gehad met [medeverdachte 4] tijdens surveillance diensten en dat hij hem herkent aan zijn houding en gezicht. Verbalisant [verbalisant 2] heeft verklaard dat hij regelmatig contact heeft met [medeverdachte 4] in het centrum van Tiel, dat hij meerdere malen bij hem thuis is geweest en dat hij hem herkent aan zijn gezicht, kleding en houding. Verbalisant [verbalisant 3] heeft verklaard dat hij [medeverdachte 4] wekelijks ziet op straat en dat hij hem herkent aan zijn gezicht en houding. Voorts hebben de verbalisanten allen verklaard dat zij [medeverdachte 4] ook herkennen aan de zwarte Nike pet, die hij naar hun zeggen regelmatig/vaak op straat draagt.

De rechtbank acht de herkenning door de verbalisanten betrouwbaar, gezien de door hen gegeven toelichting, mede in aanmerking genomen de zich in het dossier bevindende schermafdrukken.28 Op die schermafdrukken vallen postuur, houding, kleding en petje van deze persoon waar te nemen. Op de afbeeldingen op pag. 1589 en 1595 is te zien dat de persoon lange bakkenbaarden draagt.

Een verbalisant heeft de door GWK Travelex verstrekte camerabeelden uitgekeken en heeft beschreven wat hij op diverse tijdstippen tussen 17.14.53 uur en 17.37.03 uur heeft gezien, te weten, onder meer:

  • -

    dat over de schouder van de man een donkerkleurige schoudertas hangt;

  • -

    dat de man de schoudertas opent en de ritssluiting opent van een zich daarin bevindend tasje en dat hij iets uit het tasje pakt en onder het veiligheidsglas door naar de baliemedewerkster schuift;

  • -

    dat de man viermaal een plastic zakje uit de tas pakt en eenmaal iets dat op een enveloppe lijkt;

  • -

    dat de man de plastic zakjes leeg stort in de schuiflade;

  • -

    dat de baliemedewerkster bankbiljetten heeft gesorteerd en een stapel terug schuift naar de man, die deze aanneemt en terug stopt in de tas;

  • -

    dat op de tafel van de baliemedewerkster diverse stapels bankbiljetten liggen in verschillende kleuren;

  • -

    dat de baliemedewerkster een stapeltje bankbiljetten door de schuiflade schuift, welke de man aanpakt en in de schoudertas stopt.29


Tijdens een doorzoeking op 11 december 2013 in de woning aan de [adres 6] te Tiel, zijnde het woonadres van [medeverdachte 4], is in de meterkast een tas met papier- en muntgeld in vreemde valuta aangetroffen. Deze tas en onder meer een in de woning aangetroffen geldkistje zijn in beslag genomen.30

Er is onderzoek ingesteld naar de in beslag genomen tas en de verbalisant in kwestie heeft, bij het opnieuw uitkijken van de door GWK Travelex verstrekte camerabeelden, gezien dat de persoon op die beelden een tas droeg die soortgelijk was aan de tas die is aangetroffen in de woning aan de [adres 6] te Tiel.31
Diezelfde verbalisant heeft voorts in de tas een aantal losse papiertjes aangetroffen, waaronder een Cardmembercopy van een VISA creditcard, waarop de naam van de houdster leesbaar is, namelijk “[benadeelde 3]”. Ook is in de tas een kleiner schoudertasje aangetroffen, met daarin onder meer bankbiljetten en munten in vreemde valuta.32
Aangever[benadeelde 6], de echtgenoot van aangeefster, heeft het in beslag genomen geldkistje herkend als zijn eigendom. Naar zijn zeggen zaten er voorheen muntgeld en briefjes in.33 Voorts heeft[benadeelde 6] verklaard dat de valuta die vermeld zijn op de uitdraai van het grenswisselkantoor d.d. 12 november 2013 uit zijn woning zijn ontvreemd en dat de ontvreemde biljetten verpakt waren in giro-enveloppen en in plastic zakjes.34

Aangeefster heeft tegenover een verbalisant verklaard dat haar buurvrouw, die woonde op het adres [adres 3] en die op de woning van aangeefster paste, vanuit haar woning zicht heeft gehad op het bovenlicht aan de zijkant van de woning van aangeefster. De buurvrouw heeft verteld, aldus aangeefster, dat het bovenlicht op 12 november 2013 omstreeks 00.30 uur gesloten was en dat het zesenhalf uur later, omstreeks 07.00 uur, open stond. De verbalisant heeft deze door aangeefster verstrekte informatie telefonisch geverifieerd bij de buurvrouw.35 Dit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank de conclusie dat de inbraak heeft plaatsgevonden op 12 november 2013 tussen 00.30 uur en 07.00 uur.

Op die datum, in de periode tussen de beide genoemde tijdstippen, werden verschillende telefoongesprekken tussen de gebruikers van de telefoonnummers [nr] en [nr] opgenomen.

Zoals de rechtbank hiervoor in paragraaf 3.1 reeds heeft overwogen, zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] aan te merken als de respectievelijke gebruikers van de telefoonnummers [nr] en [nr]. Aangenomen mag dan ook worden dat [medeverdachte 1] heeft deelgenomen aan de na te noemen telefoongesprekken met de sessienummers 945 en 958, en dat zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 4] heeft deelgenomen aan de navolgende telefoongesprekken met de sessienummers 936, 937, 938, 954 en 957. (Weggelaten i.v.m. anonimiseren).


Vervolgens werden, in de middag van 12 november 2013, onder meer de volgende telefoongesprekken36 opgenomen:

(Weggelaten)

- Sessienummer 954, 15:58:59 uur, gesprek tussen beller met nummer [nr] De rechtbank constateert dat in de telefoongesprekken met de sessienummers 945 en 954 onder meer wordt gesproken over “Utrecht”, “GWK shit”, “veel andere landen doekoe” en “alles klaar leggen in een tas”. De rechtbank betrekt hierbij dat het een feit van algemene bekendheid is dat met “doekoe” wordt gedoeld op “geld’.37 Deze bewoordingen passen bij de hiervóór weergegeven bevindingen met betrekking tot het omwisselen van 11 soorten vreemde valuta bij een vestiging van GWK Travelex te Utrecht. Naar het oordeel van de rechtbank vloeit uit de inhoud van die telefoongesprekken en het gesprek met sessienummer 957, in onderling verband en nauwe samenhang bezien met de overige hiervóór weergegeven bewijsmiddelen, overtuigend voort dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] op 12 november 2013 omstreeks 16.00 uur naar de vestiging van GWK Travelex aan de Stationshal 11 te Utrecht zijn gegaan, waar [medeverdachte 4] omstreeks 17.35 uur buitenlandse valuta heeft omgewisseld tegen euro’s, welke valuta ontvreemd zijn uit de woning aan de [adres 3]. Dat [medeverdachte 4] zich in het gezelschap bevond van [medeverdachte 1] vindt nog bevestiging in de omstandigheid dat het telefoontoestel van [medeverdachte 1] tijdens het gesprek met sessienummer 958 gebruik maakte van een KPN-mast met cell-id 62040, welke mast staat op het Centraal Station te Utrecht waar zich ook het grenswisselkantoor bevindt.38 Indien de in de nacht van 12 november 2013 gevoerde telefoongesprekken vervolgens in dat licht worden bezien, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4], waar zij om 01.22.14 uur spraken over “Gaat nog door?” en “Hoe laat?”, doelden op de inbraak in de woning aan de [adres 3], en dat zij die inbraak vervolgens hebben gepleegd.

Concluderend kan gesteld worden dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] de inbraak hebben gepleegd in de woning in de [adres 3] in Tiel. In het dossier zijn geen bewijsmiddelen aangetroffen voor de betrokkenheid van medeverdachte[medeverdachte 2] bij de gepleegde inbraak zodat dit onderdeel in de tenlastelegging tot vrijspraak dient te leiden.

Ten aanzien van de vraag of verdachte als medeplichtig aan deze inbraak dient te worden aangemerkt, overweegt de rechtbank het navolgende.

Verdachte heeft tussen 14 oktober 2013 en 27 oktober 2013 in diens woning te Tiel persoonlijk aan [medeverdachte 1] een handgeschreven lijst gegeven.39 Op de lijst staan twintig adressen, met vermelding van onder meer namen, data, landen en geldbedragen. Ook het adres [adres 3] staat op de lijst, met bij dat adres onder andere de aanduidingen “24-10 t/m 12-11” “tiel” en “Bonaire”.40 Aangeefster,[benadeelde 3], en haar echtgenoot waren ten tijde van de inbraak op reis. De reis was geboekt bij [bedrijfsnaam 1] te Tiel. Zij zijn vertrokken op 24 oktober 2013 en teruggekeerd op 12 november 2013.41 Verdachte wist dat [medeverdachte 1] de lijst ging gebruiken voor het plegen van inbraken, zoals zij ter terechtzitting heeft verklaard.42

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van de genoemde inbraak door aan [medeverdachte 1] een lijst te verstrekken met daarop de voormelde gegevens van[benadeelde 3]. Zij is daarmee medeplichtige van die inbraak.


De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] in de periode van 8 november 2013 tot en met 12 november 2013 te Tiel, , tezamen en in vereniging met elkaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 3], hebben weggenomen een Ipad, een of meer computer(s), een of meer lader(s), een geldkistje met inhoud, een blik met muntgeld, geldbedragen (in diverse coupures en valuta), een bestekcassette, toebehorende aan[benadeelde 3], waarbij die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak, en inklimming, immers heeft hij/hebben zij een bovenlicht/klapraam van de woning geforceerd en heeft/hebben zij zich hierdoor de toegang tot voornoemde woning verschaft,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 14 oktober 2013 tot en met 27 oktober 2013 te Tiel opzettelijk inlichtingen heeft verschaft door aan die [medeverdachte 1] een lijst te verstrekken met daarop (persoonlijke) gegevens van die[benadeelde 3], te weten naam, adres, reisbestemming en reisperiode, .

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde (zaakdossier 34)

Feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de periode tussen 14 november 2013 tot en met 15 november 2013 is ingebroken in de woning van [benadeelde 4] aan de [adres 7] te Maurik. Bij deze inbraak zijn – onder
meer - de volgende aan hem toebehorende goederen weggenomen:

  • -

    een computer (notebook), van het merk/type Acer Aspire 930wsmi;

  • -

    een computer (notebook), van het merk Compaq;

  • -

    een kluis met inhoud;

  • -

    een sieradendoosje.43

Men heeft zich toegang tot de woning verschaft door met een breekvoorwerp een draairaam in de voorgevel van de woning open te breken.44

Verdachte was werkzaam bij [bedrijfsnaam 1]. Verdachte heeft op verzoek van haar toenmalige vriend [medeverdachte 1] een lijst gemaakt met klantgegevens en data waarop de klanten op vakantie waren.45 Op deze lijst stond ook het adres [adres 7].46

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat als in de zaken tegen de daders/mededaders een vrijspraak van de onderliggende inbraak volgt, dan eveneens een (gedeeltelijke) vrijspraak voor de aan verdachte ten laste gelegde medeplichtigheid aan de inbraak dient te volgen. Voor het overige refereert de verdediging zich.

De beoordeling door de rechtbank

Op 11 december 2013 heeft een doorzoeking plaatsgevonden van een schuur/bergruimte, behorende bij het adres [adres 8]te Tiel, zijnde (destijds) het woonadres van [medeverdachte 5]. Bij deze doorzoeking is onder meer een kluis aangetroffen en in beslag genomen.47 In de kluis, met een buitenmaat van 25 x 25 x 35 centimeter, bevond zich onder andere een kentekenbewijs van een Opel met kenteken [kenteken] op naam van “[benadeelde 7], [adres 7], [woonplaats 2]”.48 De kluis en de inhoud daarvan is getoond aan [benadeelde 4] en deze heeft verklaard de kluis voor 100% als de zijne te herkennen aan de kleur, de cijferslotcombinatie en de klembouten waarmee de kluis bevestigd was.49

Op de aangetroffen kluis lag een plastic tas.50 Op die tas is een vingerafdruk aangetroffen van [medeverdachte 1].51 [medeverdachte 1] heeft geen verklaring gegeven voor de aanwezigheid van die vingerafdruk.

[benadeelde 5], de dochter van [benadeelde 4], heeft tegenover een verbalisant verklaard dat de buurvrouw van haar ouders, [getuige], op 14 november 2013 omstreeks 17.00 uur nog in de woning van haar ouders is geweest, waarbij haar toen nog niets bijzonders was opgevallen. Voorts heeft [benadeelde 5] verklaard dat zij op 15 november 2013 omstreeks 10.00 uur bij de woning van haar ouders kwam en bij binnenkomst in de woonkamer zag dat er planten uit de vensterbank waren, dat de gordijnen scheef hingen en dat het draairaam was opengebroken.52 Dit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank de conclusie dat de inbraak heeft plaatsgevonden in de periode die is gelegen tussen 14 november 2013, 17.00 uur, en 15 november 2013, 10.00 uur.

De rechtbank betrekt bij de verdere beoordeling een aantal afgeluisterde telefoongesprekken.

Zoals de rechtbank hiervóór in paragraaf 3.1 reeds heeft overwogen, zijn de (mede)verdachten in het Boxer-onderzoek bij - onder meer - de navolgende telefoonnummers te plaatsen:

 [medeverdachte 1] als gebruiker van het telefoonnummer ;

[medeverdachte 3] als gebruiker van de telefoonnummers ;

[medeverdachte 2] als gebruiker van het telefoonnummer .

 [medeverdachte 4] als gebruiker van telefoonnummer ;

 [medeverdachte 5] als gebruiker van telefoonnummer

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet aannemelijk geworden dat genoemde telefoonnummers door anderen dan de daarbij vermelde medeverdachten zijn gebruikt. Gelet hierop gaat de rechtbank er van uit dat [medeverdachte 1] en[medeverdachte 3] en[medeverdachte 2] hebben deelgenomen aan de hierna weer te geven telefoongesprekken op grond van de aan die gesprekken gekoppelde telefoonnummers. De rechtbank neemt op dezelfde gronden aan dat [medeverdachte 1] op 15 november 2013 om 11:41:30 uur heeft gebeld met [medeverdachte 4] en dat hij later die dag, om 15:17:40 uur, heeft gebeld met [medeverdachte 5].

In de periode waarbinnen de inbraak heeft plaatsgevonden, werden de volgende telefoongesprekken opgenomen, waarbij de rechtbank voor de begrijpelijkheid telkens tussen haakjes zal vermelden wie volgens de hiervoor bedoelde overwegingen deelnemer aan het gesprek moet zijn:

- Sessienummer 274153, 14 november 2013, 18:57:25 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer

- Sessienummers 1083 en 48054, 15 november 2013, 03:38:18 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer

- Sessienummers 2820 en 48155, 15 november 2013, 04:07:57, gesprek tussen beller met telefoonnummer

Vervolgens werden, in de ochtend en middag van 15 november 2013, onder meer de volgende telefoongesprekken opgenomen:

- Sessienummer 109956, 11:41:30 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer “(…) Jou broer he?

  • -

    Ja.

  • -

    Heeft die een schuur?

  • -

    Ja, volgens mij wel.

  • -

    Denk je dat die het goed vindt als ik daar in de middag een kluis open.

  • -

    (…) Groot?

  • -

    Nee, nee, nee. Klein.”

- Sessienummer 1102,57 12:07:10 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer “(…) Ik ben over twee uurtjes terug in Tiel. Dan moeten we even naar [pseudoniem] toe.

  • -

    Naar [pseudoniem]?

  • -

    Ja naar zijn broer.

  • -

    Oo[pseudoniem] waarom?

  • -

    Met die ding.

  • -

    Maar hoe zit het, en die andere dingen dan?

  • -

    Welke andere dingen?

  • -

    Om te open.

  • -

    Die ga ik nu halen.

  • -

    (…) Daar over twee uur?

  • -

    Ja twee drie uurtjes.”

- Sessienummer 284258, 14:51:01 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer :

  • -

    “Is jouw broertje thuis. (…) Bel hem effe snel. Je weet een kloez die moet bij jullie in de schuur, je weet toch, even nagecheckt worden. (…) Is maar een kleine (…). Zit je in de schuur?

  • -

    Effe inpakken je weet toch.

  • -

    Zit je in de schuur?

  • -

    Ja man.

  • -

    Wacht even ik kom er aan met [alias] ciao.”

- Sessienummer 112759, 15:03:36 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer “(…) Je moet naar die flat in West komen daar. Die oranje flat.

  • -

    Is goed.

  • -

    Naar die schuur. Ik ga nu even met [medeverdachte 2] die ding halen.

  • -

    Ja.

  • -

    Dan moet je daar heen komen.”

- Sessienummer 112960, 15:17:40 uur, gesprek tussen beller met telefoonnummer “Ben je thuis? (…) Ik ben nou onderweg naar jou.

  • -

    Kom naar mij toe dan.

  • -

    Ja, ik kom naar jou toe, je moet klaar staan beneden al, ik ben er in 1 minuut.

  • -

    [pseudoniem] ik loop nu naar beneden.

  • -

    [pseudoniem] is goed.”

De rechtbank constateert dat in de telefoongesprekken met de sessienummers 1099, 1102, 2842 en 1127 onder meer werd gesproken over een schuur van een broer, over het openen van een kleine kluis, over het openen van “andere dingen”, en over een “kloez” die “nagecheckt” moet worden in de schuur. Deze bewoordingen passen bij de eerdergenoemde bevindingen met betrekking tot het aantreffen van een kluis in de schuur/bergruimte die behoort bij de woning van [medeverdachte 5], de broer van [medeverdachte 4]. Naar het oordeel van de rechtbank vloeit uit de op 15 november 2013 vanaf 11:41:30 uur door [medeverdachte 1] en[medeverdachte 3] en[medeverdachte 2] gevoerde telefoongesprekken, in onderling verband beschouwd, en voorts bezien in nauwe samenhang met de overige hiervóór weergegeven bewijsmiddelen, overtuigend voort dat zij omstreeks 15:17 uur zijn samengekomen bij de woning van [medeverdachte 5] om in de bij die woning behorende schuur/bergruimte een kluis te openen. Dit betreft de kluis die is ontvreemd bij de onderhavige inbraak. Immers, de aangetroffen kluis is herkend als de uit de woning aan de [adres 7] ontvreemde kluis en uit het gesprek met sessienummer 1099 herleidt de rechtbank dat gesproken wordt over een kleine kluis. Bij dit laatste overweegt de rechtbank dat de buitenmaat van de kluis 25 x 25 x 35 centimeter was61, hetgeen de rechtbank als een kleine kluis aanmerkt.

De omstandigheid dat [medeverdachte 1] en[medeverdachte 3] en[medeverdachte 2] korte tijd na de gepleegde inbraak in de woning aan de [adres 7] de beschikking hadden over een bij die inbraak weggenomen kluis rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank, bij gebreke van een aannemelijke alternatieve verklaring, reeds de conclusie dat zij die inbraak moeten hebben gepleegd. Voor deze conclusie kan bovendien steun worden gevonden in de hiervóór weergegeven telefoongesprekken. Immers, uit de door [medeverdachte 1],[medeverdachte 3] en[medeverdachte 2] gevoerde gesprekken met sessienummers 2820, 1083, 480 en 481, kan worden afgeleid dat deze drie personen met elkaar een ontmoeting afspreken in de nacht van 14 op 15 november 2013. Dat het daarbij de locatie Maurik betreft, blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit het eerder aangehaalde gesprek in de avond van 14 november 2013 (sessienummer 2741), waarin wordt gesproken over “vanavond”, “Jackpot” en “In M. Maurik”. Deze conclusie vindt bovendien steun in het gegeven dat de telefoontoestellen van zowel[medeverdachte 3] als [medeverdachte 1] en[medeverdachte 2] die nacht een zendmast in Maurik aanstraalden, wat naar het oordeel van de rechtbank een sterke aanwijzing vormt dat zij alle drie die nacht in Maurik waren. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking het feit van algemene bekendheid dat de afstand - hemelsbreed - tussen Tiel en Maurik ongeveer 8,5 kilometer bedraagt, hetgeen niet aannemelijk maakt dat op dat tijdstip deze drie telefoons contact zouden maken met een zendmast in Maurik als zij niet op die locatie waren.

Al het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat overtuigend kan worden bewezen dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zich gezamenlijk, in nauwe en bewuste samenwerking, schuldig hebben gemaakt aan de inbraak in de woning aan de [adres 7] te Maurik.

In het dossier zijn geen bewijsmiddelen aangetroffen voor de betrokkenheid van [medeverdachte 4] bij de gepleegde inbraak zodat dit onderdeel in de tenlastelegging tot vrijspraak dient te leiden.

Ten aanzien van de vraag of verdachte als medeplichtig aan deze inbraak dient te worden aangemerkt, overweegt de rechtbank het navolgende.

Verdachte heeft tussen 14 oktober 2013 en 27 oktober 2013 in diens woning in Tiel persoonlijk aan [medeverdachte 1] een handgeschreven lijst gegeven.62 Op de lijst staan twintig adressen, met vermelding van onder meer namen, data, landen en geldbedragen. Ook het adres [adres 7] te Maurik staat op de lijst, met bij dat adres onder andere de aanduiding “11-11 t/m 25-11” en “canarische”.63 [benadeelde 4] en zijn echtgenote waren ten tijde van de inbraak op een veertiendaagse reis. De reis was geboekt bij [bedrijfsnaam 1] te Tiel. Zij zijn vertrokken op 11 november 2013. Verdachte wist dat [medeverdachte 1] de lijst ging gebruiken voor het plegen van inbraken, zoals zij ter terechtzitting heeft verklaard.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van genoemde inbraak door aan [medeverdachte 1] een lijst te verstrekken met daarop de voormelde gegevens van [benadeelde 4]. Zij is daarmee medeplichtige van die inbraak.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

[medeverdachte 1] en[medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de periode van 14 november 2013 tot en met 15 november 2013 te Maurik, gemeente Buren, tezamen en in vereniging met elkaar, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit de woning gelegen aan de [adres 7] hebben weggenomen een kluis (met inhoud), een of meer laptop(s)/notebook(s), een sieradendoosje, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4] waarbij die [medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 2] en/of[medeverdachte 3] zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak(immers heeft/hebben die [medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 2][medeverdachte 3] het draairaam aan de voorzijde van voornoemde woning geforceerd,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 14 oktober 2013 tot en met 27 oktober 2013 te Tiel opzettelijk inlichtingen heeft verschaft door aan die [medeverdachte 1] een lijst te verstrekken met daarop (persoonlijke) gegevens van die [benadeelde 4] te weten naam, adres, reisbestemming en reisperiode,


Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde (zaakdossier 52)

Verdachte heeft het onder 4 ten laste gelegde feit bekend, met uitzondering van het onderdeel winstbejag. Nu de rechtbank haar van dit onderdeel zal vrijspreken wegens gebrek aan bewijs, is er sprake van een bekennende verdachte en kan worden volstaan met vermelding van de dragende bewijsmiddelen, te weten:

- het proces-verbaal van aangifte door [aangever] (pag. 2421)

- de bij de aangifte gevoegde arbeidsovereenkomst tussen [bedrijfsnaam 1] en verdachte (pg. 2436)

- de verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 3 november 2014.

Een en ander komt er, kort gezegd, op neer dat verdachte in dienst was van het [bedrijfsnaam 1] Reisbureau. Zij heeft gegevens verzameld van klanten die een vakantiereis hadden geboekt via dit reisbureau. Die gegevens zagen op hun namen en adressen, de vakantieperiode en de reissom. Zij heeft deze gegevens overhandigd aan [medeverdachte 1], haar toenmalige vriend, van wie zij wist dat deze al eens was opgepakt wegens inbraken. Zij wist ook wel dat deze lijst zou worden gebruikt om inbraken te plegen. Op enkele op deze lijst vermelde adressen is vervolgens inderdaad ingebroken. Het overhandigen van de lijst met klantgegevens is in strijd met de geheimhoudingsclausule in verdachtes arbeidsovereenkomst.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

zij op een tijdstip in de periode van 1 oktober 2013 tot en met 03 november 2013, , te Tiel, opzettelijk: aangaande een onderneming van handel, nijverheid of dienstverlening, te weten [bedrijfsnaam 1], waar zij, verdachte, toen werkzaam was, bijzonderheden waarvan haar geheimhouding is opgelegd, bekend heeft gemaakt, - doordat zij met gebruikmaking van een persoonlijke inlogcode uit het geautomatiseerde werk van [bedrijfsnaam 1] gegevens, te weten een (groot) aantal reisboekingen heeft verzameld/geraadpleegd, en

- vervolgens daarvan een lijst heeft samengesteld met daarop gegevens betreffende (onder meer) persoonlijke gegevens van de boeker/klant als naam, leeftijd, adres en/of gegevens met betrekking tot de boeking als bestemming, vertrek- en retourdatum, reissom en wijze van betaling, en

- (vervolgens) (een kopie van) deze lijst heeft verstrekt/bekend gemaakt aan [medeverdachte 1]

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

De raadsman heeft betoogd dat er sprake is van eendaadse samenloop tussen de feiten 2 en 3 (medeplichtigheid aan de woninginbraken) enerzijds en feit 4 (schenden van een geheimhoudingsplicht) anderzijds. Nu op beide feiten eenzelfde strafmaximum is gesteld vindt absorptie plaats van de strafbepalingen zodat het volgens de raadsman voor de hand zou liggen dat feit 4 wegvalt.

De rechtbank overweegt allereerst dat de kern van het bewezen verklaarde handelen is het overhandigen van de lijst met klantgegevens aan [medeverdachte 1]. Immers, hierdoor heeft verdachte haar contractuele geheimhoudingsplicht geschonden én heeft zij informatie verschaft aan [medeverdachte 1] die kon worden gebruikt bij de inbraken. Door dit handelen heeft zij zowel artikel 48 juncto 311 als artikel 273 Sr overtreden. Toch is er geen sprake van eendaadse samenloop. Er is weliswaar sprake van eenheid van tijd, plaats en handeling, maar de strekking van de betrokken strafbepalingen loopt uiteen. Artikelen 310 en 311 Sr strekken tot bescherming van de eigendommen en de woningen van anderen, terwijl artikel 273 Sr ziet op het beschermen van bedrijfsgeheimen en het voorkomen van schade voor het bedrijf door het uitlekken daarvan. Opmerking verdient nog dat, anders dan door de raadsman gesteld, op beide feiten niet hetzelfde strafmaximum is gesteld: overtreding van artikel 311 Sr wordt bedreigd met maximale gevangenisstraf van zes jaar en overtreding van artikel 273 Sr wordt bedreigd met maximale gevangenisstraf van zes maanden.

Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat er sprake is van een voortgezette handeling. Ook hier staat de ongelijksoortigheid van de betrokken strafbepalingen echter aan toepassing van deze samenloopvorm in de weg (vgl. HR 14 april 1998, NJ 1998, 609), zodat ook dit verweer wordt verworpen.

De rechtbank zal de bewezen verklaarde feiten daarom naast elkaar kwalificeren als meerdaadse samenloop.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 2 en 3 telkens:

Medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van feit 4:

Opzettelijke schending van een bedrijfsgeheim.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte de klantgegevens heeft verzameld en overhandigd aan [medeverdachte 1] onder invloed van de angst die zij voor hem had en de dreigementen die hij uitte jegens haar en haar familie. Zij heeft gedurende circa twee jaren een relatie met hem gehad, maar in die tijd veranderde [medeverdachte 1] en werd hij steeds agressiever. Hij maakte misbruik van het gegeven dat verdachte verliefd op hem was. [medeverdachte 1] was klaarblijkelijk in staat een politieagente te intimideren, waarom zou verdachte dan bestand moeten zijn tegen de druk en intimidaties van hem? Van verdachte kon daarom redelijkerwijs niet worden gevergd weerstand te bieden tegen alle druk en bedreigingen van de zijde van [medeverdachte 1], reden waarom zij moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich verzet tegen deze conclusie. Hij acht op grond van het psychologisch onderzoek wel aannemelijk dat verdachte lijdt aan een posttraumatische stress stoornis. Ook acht hij aannemelijk dat sprake was van een zekere mate van druk van de zijde van [medeverdachte 1]. Dat deze druk zodanig groot was dat van verdachte niet kon worden gevergd daaraan weerstand te bieden, vindt hij echter niet aannemelijk.

De beoordeling door de rechtbank

Ter beoordeling van de vraag of verdachte wel of niet heeft gehandeld onder invloed van enige vorm van overmacht, zal de rechtbank de strekking van de verklaringen van verdachte over haar beweegredenen hieronder op een rij zetten.

Verdachte heeft in haar eerste verhoor op 17 december 2013 (pag. 647) verklaard dat zij gedurende 2½ jaar een relatie heeft gehad met [medeverdachte 1]. In het tweede verhoor (eveneens 17 december 2013, pag. 649) heeft zij verklaard dat de relatie eind september / begin oktober 2013 is beëindigd omdat [medeverdachte 1] het niet meer zag zitten en het al een tijd niet lekker liep. Zij heeft echter ook verklaard dat zij na het beëindigen van de relatie [medeverdachte 1] nog ontmoette en contact had met zijn moeder bij wie zij nog wel ging eten en thee drinken. Zij wilde weten hoe het met [medeverdachte 1] ging en voorkomen dat hij zou terugvallen in zijn oude gewoontes. Zij wist dat hij al eerder, ook ten tijde van hun relatie, was gearresteerd wegens inbraken. Na het beëindigen van de relatie heeft zij ook nog wel eens seks gehad met [medeverdachte 1]. Met betrekking tot de lijst met klantgegevens heeft zij gezegd dat [medeverdachte 1] wilde weten wanneer die mensen op vakantie gingen, gewoon uit interesse.

In het derde verhoor (op 18 december 2013, pag. 663) heeft zij aangegeven nu te durven praten omdat [medeverdachte 1] vast zat. Zij vond het heel erg voor haar ouders omdat zij is opgevoed met andere normen en waarden. [medeverdachte 1] was de laatste maanden agressief geworden en kon boos worden om niets. Hij had haar gevraagd een lijst te maken met gegevens van de geboekte vakanties van klanten van het reisbureau. Als zij dat niet zou doen zou hij wel weten waar zij en haar familie waren. Daarna heeft hij de relatie verbroken. Later vroeg zij de lijst terug en dat leverde een fikse ruzie op (waarbij zij overigens niet door hem was geslagen, pag. 664). In het vierde verhoor (eveneens op 18 december 2013, pag. 666) heeft verdachte verklaard dat [medeverdachte 1] haar onder druk zette door te dreigen dat, als zij de klantgegevens niet zou verzamelen, hij zou zeggen dat zij dat wel gedaan had zodat haar familie en vrienden slecht over haar zouden denken.

Verdachte is op 24 september 2014 door de rechter-commissaris als getuige gehoord in de parallelle strafzaken. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de rechtbank met instemming van beide partijen besloten, voor zover noodzakelijk, dit proces-verbaal aan het strafdossier toe te voegen. Bij de rechter-commissaris heeft verdachte nader verklaard over de bedreigingen van de zijde van [medeverdachte 1]. Die waren gericht tegen haar en haar familie, met name tegen haar broertje. De bedreigingen waren niet heel concreet, zo begrijpt de rechtbank, maar kregen met name vorm door de manier waarop ze werden uitgesproken, tegen de achtergrond van hetgeen binnen de relatie was voorgevallen. [medeverdachte 1] gooide namelijk wel eens met spullen als hij kwaad was en had een keer met zijn vuist tegen de muur geslagen, vlak langs haar hoofd. [medeverdachte 1] had gezegd dat, als zij die lijst niet zou maken, de consequenties voor haar zouden zijn. Hij wist naar welke school haar broertje ging en waar haar ouders woonden. Hij heeft geen specifieke dingen genoemd wat er met haar familie zou gebeuren.

Blijkens de psychologische rapportage d.d. 8 juli 2014 heeft verdachte tegen de psycholoog gezegd dat zij tijdens de relatie met [medeverdachte 1] door hem werd mishandeld, waardoor zij allerlei angsten en fobieën ontwikkelde. Wanneer ze niet deed wat hij wilde, werd ze geschopt en geslagen. Uit angst voor wat [medeverdachte 1] haar familie zou aandoen, durfde zij de relatie niet te verbreken en heeft ze ook de lijst met klantgegevens opgesteld en aan hem overhandigd.

Ter zitting heeft verdachte dit laatste bevestigd; zij werd fysiek en psychisch mishandeld en onder druk gezet door [medeverdachte 1] zodat zij geen andere uitweg zag dan gehoor te geven aan zijn vraag om hem de klantgegevens te verstrekken.

Opvallend vindt de rechtbank dat de beschuldigingen van verdachte aan het adres van [medeverdachte 1] met het verstrijken van de tijd steeds sterker en belastender worden. Aanvankelijk verklaart zij bij de politie dat de relatie weliswaar ten einde liep, maar dat zij desondanks nog bij zijn moeder ging eten en thee drinken, mede omdat zij wilde weten hoe het met hem ging en zich zorgen maakte dat hij verder zou afglijden. Eerst bij de rechter-commissaris (nadat zij nog driemaal was gehoord door de politie en hierover niets heeft gezegd) heeft zij verklaard dat dit helemaal niet vrijwillig was en dat zij dit moest doen van [medeverdachte 1]. In alle verhoren bij de politie heeft zij niets verklaard over fysieke mishandelingen en bedreigingen tijdens hun relatie; dit komt voor het eerst naar voren in de gesprekken met de rapporterend psycholoog. Opmerkelijk vindt de rechtbank dat verdachte in het derde verhoor heeft verklaard dat zij zelfs bij de “hele erge ruzie” over het teruggeven van de lijst niet is geslagen door [medeverdachte 1] (pag. 664). Ook bij de rechter-commissaris heeft zij nog gezegd dat [medeverdachte 1] haar niet sloeg, maar wel met dingen gooide, terwijl dit verhoor plaatsvond drie maanden na de gesprekken met de psycholoog waarin zij wel gewag maakt van fysieke mishandeling.

Zij heeft gedurende al de tijd dat de relatie heeft geduurd en zij naar eigen zeggen zou worden bedreigd en mishandeld, hierover niets laten blijken aan de buitenwereld, niet aan haar familie en ook niet aan haar vriendin [vriendin], die zij wel in vertrouwen heeft genomen over een mogelijke zwangerschap na het einde van de relatie. Het dossier bevat geen enkel steunbewijs voor deze aantijgingen en ook ter zitting is een dergelijke ondersteuning niet aangereikt door de verdediging. Er zijn daarentegen wel aanwijzingen in het dossier die de nodige vraagtekens oproepen bij het verhaal van verdachte.

Verdachte heeft verklaard dat de relatie is beëindigd eind september c.q. begin oktober 2013. Dat was geen definitief einde omdat er daarna nog contact is geweest, zij het niet geheel vrijwillig volgens verdachte, achteraf. Dit roept echter vragen op in het licht van enkele tapgesprekken die verdachte en [medeverdachte 1] hebben gevoerd in die periode. In sms-berichten van 19 oktober 2013 (sessies 114 en 115, opgenomen in het aanvullend proces-verbaal d.d. 26 september 2014) zegt verdachte dat zij het vreemd vindt dat [medeverdachte 1] haar gewoon met enkele vrienden naar Amsterdam laat gaan voor een avond stappen. Wanneer [medeverdachte 1] antwoordt dat dat nergens op slaat en dat hij wil dat ze niet gaat (sessie 116) antwoordt zij: “kom dan op tijd terug alsjeblieft [medeverdachte 1] dan blijf ik thuis. Dan wacht ik op je” (sessies 117-119). Op 20 oktober 2013 wordt er diverse malen met de telefoon van verdachte gebeld naar de telefoon van [medeverdachte 1] zonder dat er wordt opgenomen. Dezelfde dag is er een tapgesprek waarin verdachte excuses aan [medeverdachte 1] aanbiedt voor de ruzie die ze hebben gehad; zij wil [medeverdachte 1] graag zien, maar hij wil haar niet zien (sessie 161). Op 22 oktober 2013 zijn er diverse sms-berichten over en weer waaruit blijkt dat verdachte over tijd is en vreest zwanger te zijn (sessies 304, 311, 313) en dat [medeverdachte 1] wil dat zij die (vermeende) zwangerschap niet voldraagt (sessies 319, 320, 324, 331). Op 23 oktober 2013 sms’t [medeverdachte 1]: “je hebt me beloofd het weg te halen. Ik hoop dat je je er aan houdt. Als je het nog opnieuw met me wilt proberen kun je me … altijd bereiken” (sessie 331/332). Zij antwoordt daarop “heb ik beloofd ja maar door wat jij op het laatst tegen mij zei, knapte er iets”(sessie 333).

Ter zitting heeft verdachte niet kunnen uitleggen hoe deze gesprekken en het feit dat zij nog seksueel contact heeft gehad met [medeverdachte 1] moeten worden geduid tegen de achtergrond van haar stelling dat zij al tijdens de relatie onder druk werd gezet, dat zij werd mishandeld en dat zij en haar familie werden bedreigd. Wat betreft het seksuele contact heeft verdachte ter zitting verklaard dat ook dat onder druk / tegen haar wil is gebeurd. De rechtbank merkt hierover op dat verdachte ook dit niet eerder heeft verklaard. Integendeel, op 17 december 2013 heeft zij bij de politie verklaard dat het niet tegen haar zin was (pag. 652). In de gesprekken met de rapporterend psycholoog heeft verdachte hiervan kennelijk evenmin gewag gemaakt. Op pagina 9 van het rapport wordt immers vastgesteld dat zich in de relatie met [medeverdachte 1] geen seksueel geweld heeft voorgedaan.


De rechtbank acht op grond van het vorenstaande niet geloofwaardig dat verdachte en/of haar familie door [medeverdachte 1] bedreigd is geweest op de wijze zoals zij ter terechtzitting heeft geschetst.

Daarenboven merkt de rechtbank op dat verdachte bij één van de door haar op de lijst vermelde adressen de opmerking “Goede!!!” heeft geplaatst, daarmee suggererend dat dit een geschikt adres zou zijn om in te breken. Bij de politie heeft zij verklaard dat deze klant goed aan het door [medeverdachte 1] opgegeven profiel voldeed omdat deze klant lange tijd afwezig zou zijn c.q. een verre reis zou maken en, direct daarna, dat zij niet meer weet waarom zij die opmerking erbij heeft geplaatst (pag. 668). Bij de rechter-commissaris daarentegen (bevestigd ter zitting) zegt ze dit gedaan te hebben omdat zij [medeverdachte 1] wilde misleiden. Het betreft, volgens verdachte, een appartement op de bovenste verdieping dat moeilijk bereikbaar was. Hij zou dan, aldaar aangekomen, misschien de moed verliezen. De rechtbank acht deze gewijzigde verklaring volstrekt ongeloofwaardig.

De rechtbank acht, gelet op het vorenoverwogene, op geen enkele wijze aannemelijk geworden dat verdachte door mishandelingen en/of bedreigingen of op welke wijze dan ook zozeer onder druk stond dat van haar redelijkerwijs niet verwacht kon worden hieraan weerstand te bieden. Het heeft er naar het oordeel van de rechtbank veeleer alle schijn van dat verdachte welbewust de lijst met klantgegevens heeft overhandigd aan [medeverdachte 1] omdat hij daar om vroeg, wellicht omdat zij dit zag als een mogelijkheid om de relatie met hem in stand te houden. Hoe het ook zij, de rechtbank is niet overtuigd van enige vorm van overmacht bij verdachte. Het verweer wordt daarom verworpen. Verdachte is strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 150 uren met aftrek.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte zeer schuldbewust is over wat zij heeft gedaan, openheid van zaken heeft gegeven, geen strafblad heeft en verwikkeld is geraakt in een wirwar van civiele en strafrechtelijke procedures. Een gematigde werkstraf is daarom op zijn plaats.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd
30 september 2014;

 een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, d.d. 20 mei 2014, betreffende verdachte;

 een monodisciplinair rapport van [psycholoog], GZ-psycholoog, gedateerd 8 juli 2014.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft in ernstige mate het vertrouwen geschaad dat haar werkgever in haar stelde en mocht stellen. Zij beschikte over vertrouwelijke informatie over de afwezigheid van klanten van het reisbureau waar zij werkte en heeft deze informatie doorgespeeld aan [medeverdachte 1], wetende dat hij daarvan gebruik wilde maken bij het beramen en plegen van inbraken. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Ook dreigt het reisbureau hierdoor grote schade te lijden, omdat klanten niet meer het vertrouwen zouden kunnen hebben dat hun gegevens bij het reisbureau in veilige handen zijn. Dit is een zeer voorzienbaar gevolg, maar verdachte heeft zich daaraan niets gelegen laten liggen.
Evenmin heeft zij zich iets gelegen laten liggen aan de emotionele en materiële gevolgen voor de op de lijst voorkomende families ingeval het tot een inbraak zou komen; voor de bewoners van twee op de lijst vermelde adressen is dit werkelijkheid geworden.
De rapporterend psycholoog heeft geconcludeerd dat verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd omdat zij handelde onder dwang van [medeverdachte 1] en door diens intimidaties en mishandelingen een posttraumatische stress stoornis heeft ontwikkeld. Zoals hiervoor overwogen, acht de rechtbank de feitelijke grondslag van deze conclusie onjuist. Het is niet aannemelijk dat verdachte gedurende de relatie werd geïntimideerd en mishandeld en dat zulks de reden was dat zij heeft gehandeld zoals ze heeft gehandeld.

De rechtbank beschouwt verdachte dan ook als geheel toerekeningsvatbaar.

Anders dan de raadsman naar voren heeft gebracht, is haar proceshouding maar zeer beperkt coöperatief geweest en hebben haar verklaringen op zichzelf helemaal niet bijgedragen aan de oplossing van de zaken tegen medeverdachten. Haar proceshouding reflecteert eerder een berekenende opstelling waarin zij alle verantwoordelijkheid afschuift op [medeverdachte 1] en het doet voorkomen alsof ze er zelf niets aan kon doen. De rechtbank accepteert dit niet en zal dan ook een zwaardere straf opleggen dan door de officier van justitie gevorderd.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

benadeelde partij[benadeelde 1]

De benadeelde partij[benadeelde 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 tenlastegelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 4319,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij[benadeelde 1], nu hij vrijspraak heeft gevorderd voor het feit waarin de benadeelde zich heeft gesteld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is het eens met de officier van justitie.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij[benadeelde 1] in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaren, nu aan verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd ter zake van het feit waarop de vordering van de benadeelde[benadeelde 1] ziet, noch toepassing wordt gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht ten aanzien van dit feit.

benadeelde partij [benadeelde 4]

De benadeelde partij [benadeelde 4] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 15.121,36.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] tot betaling van het volledige bedrag hoofdelijk toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, de benadeelde partij [benadeelde 4] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering. Hij stelt daartoe onder meer dat de vordering onvoldoende onderbouwd is en niet eenvoudig is te beoordelen.

De beoordeling van de rechtbank

De rechtbank zal de vordering van [benadeelde 4] wegens de materiële schade in zijn geheel - zij het hoofdelijk - toewijzen, zijnde een bedrag van bedrag van € 15.121.36 (met de wettelijke rente daarover vanaf 14 november 2013). Het taxatierapport in combinatie met de ondertekende brief van [bedrijfsnaam 2] B.V. levert naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwing op voor de post ‘ontvreemde sieraden’. Voorts is door de benadeelde partij ter zitting voldoende uitleg gegeven over de post ‘telefoonkosten’ in die zin dat dit bedrag het verschil vormt tussen de normale telefoonkosten en de kosten die benadeelde partij heeft moeten maken om een en ander te regelen na de inbraak. Zoals uit het voorgaande ten aanzien van de bewezenverklaring is overwogen, heeft verdachte een lijst met gegevens van klanten van het reisbureau [bedrijfsnaam 1] Reisbureau verstrekt aan de medeverdachte [medeverdachte 1] en wist verdachte dat er met behulp van die lijst inbraken zouden worden gepleegd. Het is naar het oordeel van de rechtbank dan ook redelijk om aan verdachte de door [benadeelde 4] gevorderde schade toe te rekenen.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door haar mededader is of wordt voldaan.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel, maar slechts tot ¼ deel van de schade, opleggen.

benadeelde partij [bedrijfsnaam 1] Reisbureau

De benadeelde partij [bedrijfsnaam 1] Reisbureau heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 4 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 90.700,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [bedrijfsnaam 1] Reisbureau hoofdelijk toe te wijzen tot het bedrag van € 2.051,93, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [bedrijfsnaam 1] Reisbureau niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Hij stelt daartoe onder meer dat de vordering te complex is om in het strafproces te beoordelen.

De beoordeling van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij [bedrijfsnaam 1] Reisbureau niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Van de drie genoemde aansprakelijkheidsstellingen is ongewis of een dergelijke vordering in rechte zal worden ingesteld. Immers, tot dusverre gaat het alleen om mondelinge mededelingen, aldus een toelichting door de benadeelde partij ter zitting. Voorts is, ter zake van de civiele procedure met als inzet het contractuele geheimhoudings- en relatiebeding, door de civiele rechter reeds bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten dient te betalen. De strafrechter kan deze beslissing in deze procedure niet terzijde stellen. Voor het overige is de vordering onvoldoende met stukken onderbouwd. Een nadere beoordeling van de vordering is mogelijk, maar zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen. Daarom zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 48, 57, 273, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 1 tenlastegelegde feit

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Veroordeelt verdachte voorts tot het verrichten van een werkstraf gedurende 150 (honderdvijftig) uren

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 75 (vijfenzeventig) dagen

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten twee (2 ) uren, zijnde 1 (één) dag hechtenis.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij[benadeelde 1] (feit 1)

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] (feit 3)

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover mededader(s) betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde 4] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde 4], te betalen € 15.121,36 (vijftienduizend honderdeenentwintig euro en zesendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 4], te betalen € 3780,34 (drieduizend zevenhonderdtachtig euro en vierendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom te vervangen door hechtenis voor de duur van 47 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [bedrijfsnaam 1] Reisbureau (feit 4)

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Aldus gewezen door:

mr. F.J.H. Hovens (voorzitter), mr. P.C. Quak en mr. K.A.M. van Hoof, rechters, in tegenwoordigheid van E. Terlouw-Boeijink en mr. D.G. Wessels-Harmsen, griffiers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 november 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant(en) van de regiopolitie Gelderland-Zuid, Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer BVH-2014003643, gesloten op 25 februari 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal, pag. 804 (p. 806).

3 Proces-verbaal, pag. 844

4 Proces-verbaal beslag, pag. 3443 (p. 3445).

5 Samenvattend proces-verbaal, pag. 54, en mutatie d.d. 29 juli 2013, p. 929.

6 Tapverslag sessie 389, pag. 930.

7 Proces-verbaal van verhoor, pag. 932.

8 Proces-verbaal, pag. 69.

9 Proces-verbaal, pag. 71.

10 Proces-verbaal beslag, pag. 3445.

11 Proces-verbaal, pag. 65 en 66.

12 Proces-verbaal, pag. 1864.

13 Proces-verbaal beslag, pag. 3449 en proces-verbaal bevindingen, pag. 458.

14 Tapverslag sessie 2663, pag. 1522 en 1523.

15 Proces-verbaal, pag. 1866.

16 Tapverslag sessies 56 en 163, pag. 293 en 295.

17 Tapverslag sessie 263, pag. 296.

18 Tapverslag sessie 118, pag. 294.

19 Tapverslag 1129, pag. 1741.

20 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5], pag. 1868.

21 Tapverslag sessie 383, pag. 176.

22 Proces-verbaal van aangifte[benadeelde 3], pag. 1470-1472, en bijlage weggenomen goederen, pag. 1473-1475.

23 Proces-verbaal van aangifte[benadeelde 3], pag. 1471, en proces-verbaal Sporenonderzoek d.d.
14 november 2013, pag. 1505.

24 Verklaring verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 3 november 2014.

25 Proces-verbaal bevindingen, opgemaakt op 16 december 2013, pag. 1635.

26 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 december 2013, pag. 1565 en 1566, en bijlage “GWK Utrecht Transacties 12-11-13 Vreemde Valuta omwisselen naar Euro (16:15-18:58)”, pag. 1567.

27 Processen-verbaal van bevindingen d.d. 3 en 5 december 2013, pag. 1604-1606.

28 Afbeeldingen, pag. 1574 - 1601

29 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 december 2013, pag. 1570-1572.

30 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 11 december 2013, pag. 1607, en Lijst van in beslag genomen goederen, pag. 1608.

31 Proces-verbaal d.d. 27 december 2013, pag. 1624.

32 Proces-verbaal d.d. 27 december 2013, pag. 1619.

33 Proces-verbaal verhoor aangever[benadeelde 6], pag. 1500 en 1501.

34 Proces-verbaal verhoor aangever[benadeelde 6], pag. 1495 en 1496.

35 Proces-verbaal van aangifte d.d. 15 november 2013, pag. 1471.

36 Tapverslagen, pag. 1509-1510, 1515, 1536 resp. 1516.

37 Bijvoorbeeld: [site]

38 Rapportage Bevindingen Analyse Tapgegevens d.d. 29 november 2013, pag. 1518.

39 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 1662.

40 Bijlage “Papier 2 met de lijst met adressen” bij het proces-verbaal van verhoor verdachte[verdachte] d.d.
18 december 2013, pag. 1665.

41 Proces-verbaal van aangifte d.d. 15 november 2013, pag. 1470, en boekingsbevestiging/factuur, pag. 1477 en 1478.

42 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 3 november 2014.

43 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 5] d.d. 15 november 2013, pag. 1680-1682, en Bijlage weggenomen goederen d.d. 4 december 2013, pag. 1689-1693.

44 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 5] d.d. 15 november 2013, pag. 1682, en proces-verbaal Sporenonderzoek d.d. 16 november 2013, pag. 1708.

45 Verklaring verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 3 november 2014.

46 Proces-verbaal bevindingen, opgemaakt op 16 december 2013, pag. 1829.

47 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 11 december 2013, pag. 1793, Lijst van inbeslaggenomen goederen, pag. 1794, en proces-verbaal doorzoeking d.d. 11 december 2013, pag. 1799 en 1800.

48 Proces-verbaal onderzoek kluis d.d. 11 december 2013, pag. 1803-1807.

49 Proces-verbaal verhoor getuige d.d. 13 december 2013, pag. 1826 en 1827.

50 Bovenste foto op pag. 1797, als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d.
11 december 2013.

51 Proces-verbaal Sporenonderzoek d.d. 17 december 2013, pag. 1809, 5de alinea, Rapport dactyloscopisch onderzoek d.d. 6 januari 2014, pag. 1817 en 1818, alsmede rapport NFO d.d. 22 oktober 2014 (contra-expertise).

52 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 5] d.d. 15 november 2013, pag. 1681.

53 Tapverslag, pag. 1724 en 1725.

54 Tapverslag, pag. 1728 en 1729.

55 Tapverslag, pag. 1730 en 1731.

56 Tapverslag, pag. 1733 en 1734.

57 Tapverslag, pag. 1736.

58 Tapverslag, pag. 1737.

59 Tapverslag, pag. 1739.

60 Tapverslag, pag. 1741.

61 Proces-verbaal onderzoek kluis d.d. 11 december 2013, pag. 1803.

62 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 1899.

63 Bijlage “Papier 2 met de lijst met adressen” bij het proces-verbaal van verhoor verdachte[verdachte]
d.d. 18 december 2013, pag. 1902.