Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:6919

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
01-10-2014
Datum publicatie
05-11-2014
Zaaknummer
247866
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Provisionele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening op de voet van artikel 223 RV. De onderhavige gevorderde voorziening, die neerkomt op nakoming van de bindend adviesovereenkomst, althans om medewerking aan de voltooiing van het bindend advies te verlenen, heeft een definitief karakter en kan niet slechts voor de duur van de procedure worden gegeven. Nu toewijzing van een voorlopige voorziening alleen mogelijk is, wanneer zij voor de duur van de bodemprocedure kan worden gegeven, zal de rechtbank de provisionele vordering afwijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/247866 / HA ZA 13-520

Vonnis in incident van 1 oktober 2014

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EM-EM BEHEER B.V.,

gevestigd te Geldermalsen,

2. [eiser sub 2],

wonende te [plaats],

eisers in conventie in de hoofdzaak,

verweerders in reconventie in de hoofdzaak,

eisers in het incident ex artikel 223 Rv,

advocaat mr. H.A. Stein te Breda,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KH BEHEER B.V.,

gevestigd te Brakel,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [plaats],

gedaagden in conventie in de hoofdzaak,

eisers in reconventie in de hoofdzaak,

verweerders in het incident ex artikel 223 Rv,

advocaat mr. H.J.J. Verhoeven te ‘s-Hertogenbosch.

Partijen zullen hierna Em-Em Beheer B.V. c.s. en KH Beheer B.V. c.s. genoemd worden. Afzonderlijk worden partijen aangeduid met Em-Em Beheer en Monteba enerzijds en KH Beheer en [gedaagde sub 2] anderzijds.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis in het incident van 12 maart 2014

  • -

    de conclusie van antwoord in de hoofdzaak tevens bevattende eis in reconventie van 23 april 2014

  • -

    het schrijven van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem d.d. 24 april 2014, met daarin de mededeling dat de zaak op de rol van 4 juni 2014 is geplaatst voor repliek in conventie/ antwoord in reconventie

  • -

    de beslissing van de rolrechter van 18 juni 2014 tot het verlenen van uitstel met zes weken voor repliek in conventie/antwoord in reconventie

  • -

    de incidentele conclusie van eis in provisie van 13 augustus 2014

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord van 27 augustus 2014, tevens inhoudende een vermindering van eis in reconventie in de hoofdzaak.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident ex artikel 223 Rv.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

Em-Em Beheer BV c.s. vordert dat de rechtbank een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding, inhoudende dat de rechtbank

I. KH Beheer B.V. c.s. veroordeelt om op straffe van verbeurte van een dwangsom binnen één week na dit vonnis aan de bindend adviseur schriftelijk te hebben bericht dat hij de overeengekomen werkzaamheden dient voort te zetten en te voltooien,

II. KH Beheer B.V. c.s. veroordeelt om op straffe van verbeurte van een dwangsom met ingang van de datum van dit vonnis aan de bindend adviseur alle medewerking te verlenen om de gegeven opdracht te voltooien binnen een redelijke termijn en daartoe te bepalen dat KH Beheer B.V. c.s. dient te reageren binnen de door de bindend adviseur te stellen termijnen – bij gebreke waarvan het recht op een reactie is vervallen – en tijdig de nodige betalingen aan de bindend adviseur te voldoen – bij gebreke waarvan die betalingen door Em-Em Beheer B.V. c.s. zullen mogen worden voorgeschoten en op KH Beheer B.V. c.s. zullen mogen worden verhaald – alsmede al datgene te doen en na te laten wat voor een spoedige voltooiing van het bindend advies door de bindend adviseur wenselijk of noodzakelijk wordt geacht,

III. bepaalt dat bij gebreke aan voldoening aan de ad I en/of ad II uit te spreken veroordeling binnen één maand na dit vonnis, dit vonnis in de plaats treedt van de voor de totstandkoming van het bindend advies noodzakelijke wilsuitingen en dat KH Beheer B.V. c.s. niet (meer) gerechtigd is zich nader met de bindend adviseur te verstaan en mitsdien de bindend adviseur gehouden is tot een bindend advies te komen zonder nader aandacht te besteden aan de standpunten en/of visies van KH Beheer B.V. c.s. en/of aan andere bescheiden die door KH Beheer B.V. c.s. ter kennis van de bindend adviseur worden gebracht,

IV. KH Beheer B.V. c.s. veroordeelt aan Em-Em Beheer B.V. c.s. te betalen binnen twee weken na dit vonnis de volgens het gebruikelijke tarief te begroten bijdrage in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de ter zake van deze kosten toegewezen bedragen vanaf de veertiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, en

V. het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaart.

2.2.

In de hoofdzaak vordert Em-Em Beheer B.V. c.s. in conventie, kort gezegd, aanvulling van het kapitaalsaldo in de maatschap van partijen, overdracht van de aandelen in het kapitaal van EmHaWa B.V. en een afrekening ter zake, alsmede betaling van een openstaande declaratie van de adviseur, die in opdracht van partijen bindend adviseert inzake de ontvlechting. In reconventie vordert KH Beheer B.V. c.s. overdracht van de aandelen in kapitaal van EmHaWa B.V. en subsidiair dat [gedaagde sub 2] de aandelen kan overdragen aan derden.

2.3.

De provisionele eis van Em-Em Beheer B.V. c.s. behelst dus eigenlijk een vordering tot nakoming van de bindend adviesovereenkomst van 9 februari 2012.

2.4.

Em-Em Beheer B.V. c.s. stelt dat KH Beheer B.V. c.s. inmiddels aan haar financiële verplichtingen jegens de bindend adviseur heeft voldaan, zodat de bindend adviseur in de gelegenheid is om zijn werkzaamheden voort te zetten. Op enkele geschilpunten na, is het gehele geschil behandeld en het gereed voor eindrapport, aldus Em-Em Beheer B.V. c.s.

2.5.

KH Beheer B.V. c.s. voert verweer en stelt kort gezegd dat zij de bindend adviesovereenkomst bij brief van 19 juni 2014 heeft opgezegd, zodat het geschil ten volle voorligt aan de rechtbank.

2.6.

De rechtbank stelt voorop dat voor een provisionele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening op de voet van artikel 223 Rv is vereist, dat een bodemprocedure aanhangig is, dat samenhang bestaat tussen hetgeen bij wijze van voorlopige voorziening wordt gevorderd en het gevorderde in de bodemzaak en dat de eiser een belang heeft bij zijn vordering in die zin dat van hem niet gevergd kan worden dat hij de afloop van de bodemprocedure afwacht.

2.7.

De onderhavige gevorderde voorziening, die erop neerkomt dat KH Beheer B.V. c.s. wordt veroordeeld tot nakoming van de bindend adviesovereenkomst, althans om medewerking aan de voltooiing van het bindend advies te verlenen, heeft een definitief karakter en kan niet slechts voor de duur van de procedure worden gegeven. Nu toewijzing van een voorlopige voorziening alleen mogelijk is, wanneer zij voor de duur van de bodemprocedure kan worden gegeven, zal de rechtbank de provisionele vordering afwijzen.

2.8.

Em-Em Beheer B.V. c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

3 De beoordeling in de hoofdzaak

3.1.

Nu de rechtbank partijen reeds op 24 april 2014 heeft bericht dat de zaak op de rol zou worden geplaatst voor repliek in conventie/antwoord in reconventie van de zijde van Em-Em Beheer B.V. c.s., zal dit thans opnieuw gebeuren.

4 De beslissing

De rechtbank

in het incident

4.1.

wijst het gevorderde af,

4.2.

veroordeelt Em-Em Beheer B.V. c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van KH Beheer B.V. c.s. tot op heden begroot op € 1.421,00,

in de hoofdzaak

4.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 12 november 2014 voor repliek in conventie/antwoord in reconventie van de zijde van Em-Em Beheer B.V. c.s.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2014.

Coll.: BV