Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:6873

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
01-10-2014
Datum publicatie
03-11-2014
Zaaknummer
267694
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incidentele vordering tot afgifte van bescheiden (art. 843 a RV). Vordering afgewezen want te ruim geformuleerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/267694 / HA ZA 14-405

Vonnis in incident van 1 oktober 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TOURELLE B.V.,

gevestigd te Rosmalen,

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EIFFEL HOLDING B.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. C.M.G.M. van Eijndhoven te Boxtel.

Partijen zullen hierna Tourelle en Eiffel worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding tevens incidentele vordering ex artikel 843a Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv)

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident ex artikel 843a Rv.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten

2.1.

In het kader van het incident gaat de rechtbank uit van de volgende feiten.

2.2.

Eiffel is de holdingvennootschap van een concern, hierna aangeduid als het Eiffel-concern. Tourelle en Dommels B.V. zijn grootaandeelhouders van Eiffel sinds haar oprichting in 2002. Naast Tourelle en Dommels B.V. heeft ook een aantal managers van vennootschappen in het Eiffel-concern aandelen van Eiffel.

2.3.

Op 28 juni 2013 vindt een algemene vergadering van aandeelhouders van Eiffel plaats. Op de agenda staan onder meer de volgende voorgenomen besluiten.

6. Besluit tot inkoop van de aandelen B, gehouden door [naam 1], [naam 2] en [naam 3] voor een prijs van € 1,= per aandeel B [zie toelichting].

7. Besluit tot uitgifte aan de in de bijlage te noemen werknemers/leden van het managementteam en Dommels BV, voor de in de bijlage genoemde aantallen aandelen B, voor zover nodig en vereist met uitsluiting van een bestaand voorkeursrecht voor andere aandeelhouders. Tevens wordt verzocht om toestemming aan de vennootschap om de uitgifte eventueel te realiseren door verkoop en levering van door Eiffel BV en de Stichting Administratiekantoor Eiffel gehouden aandelen B, voor laatstgenoemde stichting voor zover certificaten van de aandelen B niet zijn uitgegeven aan werknemers van Eiffel, met de opdracht aan de vennootschap om deze uitgifte c.q. verkoop te realiseren, door uitgifte c.q. verkoop van deze aandelen B tegen een prijs van € 1,= per aandeel B [zie toelichting]. Voor zover sprake is van uitgifte c.q. verkoop aan leden van het managementteam die nog niet zijn toegetreden tot de aandeelhoudersovereenkomst wordt voorgesteld te besluiten dat ter gelegenheid van de uitgifte c.q. verkoop als voorwaarde worden gesteld dat de nieuwe aandeelhouders toe zullen treden tot de bestaande aandeelhoudersovereenkomst.

2.4.

Agendapunt 6 wordt unaniem door de vergadering aangenomen. Agendapunt 7 wordt bij meerderheid van stemmen aangenomen. Alle aandeelhouders stemmen voor, behalve Tourelle.

2.5.

Als gevolg van deze beide besluiten dragen vertrekkende managers aandelen B in het geplaatst kapitaal van Eiffel tegen een prijs van € 1,00 per aandeel over aan onder meer Dommels B.V. In het kader van de aandelenoverdracht draagt Eiffel bovendien plankaandelen B over. De gevolgen van de overdracht worden op 1 juli 2013 ingeschreven in het aandeelhoudersregister. Volgens de berekeningen van Tourelle houdt Dommels B.V. sinds de aandelenoverdracht ongeveer 42,694% van de aandelen en Tourelle zelf 37,767%, terwijl zij tot 1 juli 2013 beide 37,767% van de aandelen hielden, en is het winst- en stemrecht van Tourelle gedaald van 40,448% naar 38,048%.

3 Het geschil in de hoofdzaak

3.1.

Tourelle vordert in de hoofdzaak, samengevat:

primair

  1. vernietiging van het besluit door de algemene vergadering van aandeelhouders van Eiffel van 28 juni 2013 conform agendapunt 6;

  2. vernietiging van het besluit door de algemene vergadering van aandeelhouders van Eiffel van 28 juni 2013 conform agendapunt 7;

subsidiair

vernietiging van het besluit door de algemene vergadering van aandeelhouders van Eiffel van 28 juni 2013 conform agendapunt 6, voor zover het de overdracht van aandelen aan Dommels B.V. betreft;

vernietiging van het besluit door de algemene vergadering van aandeelhouders van Eiffel van 28 juni 2013 conform agendapunt 7, voor zover het de overdracht van aandelen aan Dommels B.V. betreft;

(de rechtbank begrijpt:) primair en subsidiair

veroordeling van Eiffel in de proceskosten, inclusief nakosten.

3.2.

Tourelle legt aan haar vordering ten grondslag dat de besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders van 28 juni 2013 in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 2:8 Burgerlijk Wetboek (BW). Volgens Tourelle is zij door de aandelenoverdracht – waarin zij had willen participeren – in haar belangen geschaad, omdat de besluiten tot gevolg hebben gehad dat haar aandelenbelang is verwaterd, in ieder geval tegenover Dommels B.V. Door het overdragen van plankaandelen B door Eiffel zijn ook de winst- en stemrechten van Tourelle verwaterd, zo stelt zij. Bovendien zijn volgens Tourelle het management en Dommels B.V. onredelijk en onbillijk bevoordeeld als gevolg van het verschil tussen de koopprijs en de werkelijke waarde van de aandelen B. Zij vordert daarom vernietiging van de besluiten op grond van artikel 2:15 BW.

3.3.

Eiffel heeft nog niet geantwoord in de hoofdzaak.

4 Het geschil in het incident

4.1.

Tourelle vordert in het incident veroordeling van Eiffel om binnen zeven dagen na betekening van het te wijzen vonnis “de Bescheiden” aan haar af te geven, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat Eiffel hiermee in gebreke blijft, met veroordeling van Eiffel in de proceskosten.

4.2.

Met “de Bescheiden” doelt Tourelle op “alle schriftelijke stukken die ten grondslag liggen aan de waardering van de aandelen B die in het kader van de Aandelenoverdracht zijn overgedragen voor een bedrag van € 1,- in het kader van agendapunt 6 en 7 van de AVA d.d. 28 juni 2013, waaronder e-mails, brieven, faxen, financiële documentatie en rapporten van onder meer het bestuur en werknemers van EH [Eiffel – de rechtbank] en haar dochtervennootschappen, door EH ingeschakelde derden, waaronder een accountant of waarderingsdeskundige en andere bij EH betrokken (rechts)personen, zoals deze documenten betrekking hebben op de waardering van de aandelen die zijn overgedragen in het kader van de Aandelenoverdracht. Uit de Bescheiden moet eveneens blijken (i) wie ze heeft opgesteld en (ii) welke waarderingsmethode is gehanteerd.”

4.3.

Tourelle legt aan haar vordering ten grondslag dat zij de gevraagde bescheiden nodig heeft om te bepalen of de waarde die aan de aandelen is toegekend in het kader van de aandelenoverdracht ook de werkelijke waarde van de aandelen vertegenwoordigt. Is dit niet het geval en is een waardering van € 1,00 per aandeel lager dan de werkelijke waarde, dan is Tourelle naar eigen zeggen in haar belang geschaad als gevolg van het feit dat zij niet mocht participeren in de aandelenoverdracht. Bovendien hebben de leden van het management en Dommels B.V. dan een onrechtmatig voordeel genoten ten opzichte van Tourelle, zo stelt zij.

4.4.

Eiffel voert verweer. Zij stelt zich primair op het standpunt dat er geen stukken, en dus ook niet de gevraagde bescheiden, bestaan met betrekking tot de waardering ten tijde van de uitgifte/overdracht van de aandelen en er geen enkele verplichting bestaat voor Eiffel om enige berekening of rapport te maken. Desondanks heeft Eiffel opdracht gegeven aan [naam 4] om onderzoek te doen naar de prijsvorming met betrekking tot aandelen B. Zij heeft het betreffende onderzoeksrapport van 25 augustus 2014 overgelegd als productie 7 bij haar incidentele conclusie. Daarnaast heeft zij het budget 2014, inclusief realisatie en meerjarenbegroting 2014-2018 en de door de accountant gecontroleerde halfjaarcijfers in het geding gebracht (productie 8a en 9b bij incidentele conclusie), alsmede de diverse overeenkomsten met ABN AMRO Bank inzake de financiering en financieringsvoorwaarden van Eiffel (productie 9a en 9b bij incidentele conclusie). Uit het deskundigenrapport, waarin de aandelen zijn gewaardeerd per 1 januari 2014, blijkt volgens Eiffel dat grotendeels gebruik is gemaakt van al bestaande en over het algemeen bij Tourelle bekende stukken. Daarom kunnen noch het rapport, noch de daarvoor gebruikte financiële gegevens volgens Eiffel worden beschouwd als de in het incident gevraagde bescheiden. Verder voert Eiffel aan dat uit het rapport blijkt dat de waarde van de aandelen negatief is, althans zeker niet uitstijgt boven € 1,00 per aandeel, en dat de aandelentransacties van medio 2013 geen enkele invloed hebben gehad noch hebben op de waarde van de aandelen C van Tourelle. Verder blijkt volgens Eiffel uit het rapport dat de bij de uitgifte/overdracht bepaalde waarde van € 1,00 volstrekt gerechtvaardigd en terecht was.

4.5.

In het navolgende gaat de rechtbank nader in op de stellingen van partijen, voor zover voor de beoordeling van belang.

5 De beoordeling in het incident

5.1.

Artikel 843a Rv heeft betrekking op de situatie dat een schriftelijk bewijsmiddel aan een partij in beginsel bekend is, maar niet in haar bezit. In dat geval bestaat een bijzondere exhibitieplicht. Deze vormt een uitzondering op de hoofdregel dat iemand onder hem berustende bescheiden niet aan een ander ter inzage hoeft af te geven. Er is geen sprake van een algemeen inzagerecht. Een partij kan slechts om inzage vragen in bepaalde, met name genoemde stukken. Daarnaast stelt artikel 843a Rv als voorwaarden dat de partij die om inzage vraagt daarbij een rechtmatig belang heeft en dat het gaat om stukken met betrekking tot een rechtsverhouding waarin deze partij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn.

Artikel 843a lid 4 Rv bepaalt dat degene die de bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, niet is gehouden aan de vordering te voldoen indien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgd.

5.2.

Naar het oordeel van de rechtbank is de incidentele vordering van Tourelle dermate ruim geformuleerd, dat niet kan worden gesproken van een verzoek om inzage in bepaalde, met name genoemde stukken. Tourelle vordert immers afschrift van “alle schriftelijke stukken die ten grondslag liggen aan de waardering van de aandelen B die in het kader van de Aandelenoverdracht zijn overgedragen voor een bedrag van € 1,- in het kader van agendapunt 6 en 7 van de AVA d.d. 28 juni 2013”, “waaronder e-mails, brieven, faxen, financiële documentatie en rapporten van onder meer het bestuur en werknemers van EH (…)”. Tourelle heeft de gevraagde bescheiden niet nader aangeduid dan hiervoor en onder 4.2 is geciteerd. Dat is te algemeen en daarmee is geen sprake van “bepaalde” bescheiden in de zin van artikel 843a Rv. De incidentele vordering stuit hierop al af. De overige vereisten van artikel 843a Rv kunnen buiten bespreking blijven.

5.3.

Tourelle zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Eiffel worden begroot op € 452,00 wegens salaris advocaat (1,0 punt, tarief € 452,00).

6 De beoordeling in de hoofdzaak

6.1.

De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de rol voor conclusie van antwoord.

6.2.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

7 De beslissing

De rechtbank

in het incident

7.1.

wijst het gevorderde af,

7.2.

veroordeelt Tourelle in de kosten van het incident, aan de zijde van Eiffel tot op heden begroot op € 452,00,

7.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

7.4.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 12 november 2014 voor conclusie van antwoord,

7.5.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2014.

Coll.: JC