Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:6846

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
31-10-2014
Datum publicatie
31-10-2014
Zaaknummer
05/820549-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens het veroorzaken van een verkeersongeval met letsel tot gevolg, tot een geldboete ter hoogte van € 500,- en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van twee jaren

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/820549-14

Datum zitting : 17 oktober 2014

Datum uitspraak : 31 oktober 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats].

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 25 december 2013 te Ewijk, gemeente Beuningen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, Fiat, kenteken [kenteken]), daarmede rijdende op de weg, te weten de van Heemstraweg en gaande in de richting van de rotonde, gevormd door de van Heemstraweg en de Julianastraat, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte

- terwijl het zicht van verdachte ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt of gehinderd, en/of

- terwijl rechts van de rijbaan (direct) voor het parallel aan genoemde rotonde lopende fietspad duidelijk zichtbaar een in zijn richting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 was geplaatst (inhoudende: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg), en/of

- terwijl op de rijbaan van de van Heemstraweg (direct) voor het parallel aan genoemde rotonde lopende fietspad op het wegdek (zogenaamde) haaientanden (genoemd in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) waren aangebracht (inhoudende: voorrang geven aan bestuurders op de kruisende weg), en/of

- heeft verdachte (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het op genoemde rotonde rijdende verkeer gelet en/of is blijven letten, en/of

- heeft verdachte een over het parallel aan genoemde rotonde lopend fietspad rijdende fietser niet, althans te laat opgemerkt, en/of

- is verdachte (vervolgens) genoemde rotonde opgereden zonder daarbij voorrang te verlenen aan die op dat fietspad rijdende fietser, en/of

- is verdachte (vervolgens) met dat door hem bestuurde motorrijtuig gebotst, althans in aanrijding gekomen met die fietser,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor een ander (te weten [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 25 december 2013 te Ewijk, gemeente Beuningen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, Fiat, kenteken [kenteken]), daarmede rijdende op de weg, te weten de van Heemstraweg en gaande in de richting van de rotonde, gevormd door de van Heemstraweg en de Julianastraat,

- terwijl het zicht van verdachte ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt of gehinderd, en/of

- terwijl rechts van de rijbaan (direct) voor het parallel aan genoemde rotonde lopende fietspad duidelijk zichtbaar een in zijn richting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 was geplaatst (inhoudende: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg), en/of

- terwijl op de rijbaan van de van Heemstraweg (direct) voor het parallel aan genoemde rotonde lopende fietspad op het wegdek (zogenaamde) haaientanden (genoemd in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) waren aangebracht (inhoudende: voorrang geven aan bestuurders op de kruisende weg), en/of

- heeft verdachte (daarbij) niet, althans in onvoldoende mate op het op genoemde rotonde rijdende verkeer gelet en/of is blijven letten, en/of

- heeft verdachte een over het parallel aan genoemde rotonde lopend fietspad rijdende fietser niet, althans te laat opgemerkt, en/of - is verdachte (vervolgens) genoemde rotonde opgereden zonder daarbij voorrang te verlenen aan die op dat fietspad rijdende fietser, en/of

- is verdachte (vervolgens) met dat door hem bestuurde motorrijtuig gebotst, althans in aanrijding gekomen met die fietser,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 17 oktober 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen.

De officier van justitie, M. Rasing, heeft gerekwireerd.

Verdachte heeft het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 25 december 2013 reed verdachte als bestuurder van zijn auto, een Fiat met kenteken

[kenteken], over de van Heemstraweg te Ewijk, gaande in de richting van de rotonde. De rotonde wordt gevormd door de van Heemstraweg en de Julianastraat.

Direct voor de rotonde, aan de rechterkant van de rijbaan, stond een voorrangsbord (te weten: model B6 van Bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) en op het wegdek waren haaientanden (als bedoeld in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) aangebracht. Over het parallel aan genoemde rotonde lopend fietspad reed fietser, [slachtoffer] (hierna:[slachtoffer]). Verdachte heeft[slachtoffer] pas op het allerlaatste moment opgemerkt en is genoemde rotonde opgereden zonder aan[slachtoffer] voorrang te verlenen. Verdachte is daarbij met zijn auto tegen[slachtoffer] aangereden.2[slachtoffer] is daarbij ten val gekomen en gewond geraakt aan zijn rechter been. Enige tijd nadien is een trombosebeen gediagnosticeerd.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, waarbij verdachte aanmerkelijke schuld had en bij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is ontstaan.

Het standpunt van verdachte

Verdachte heeft ter terechtzitting verteld dat hij de fietser niet heeft gezien omdat de fietser waarschijnlijk in zijn dode hoek zat. Op het moment dat verdachte de van links fietsende[slachtoffer] zag, heeft hij direct geremd. Verdachte heeft[slachtoffer] daarbij echter wel geraakt. Ten slotte is verdachte van mening dat hij de fietser weliswaar voorrang had moeten verlenen, maar dat de fietser geen voorrang had mogen nemen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt het volgende voorop. Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, is vereist dat het rijgedrag van verdachte roekeloos, zeer dan wel aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van ten minste een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zijn zicht werd belemmerd door de linker raamstijl van zijn auto. Verdachte is bekend met de situatie, omdat hij ongeveer één keer in de maand over die rotonde pleegt te rijden.4

Uit het proces-verbaal Verkeers Ongevallen Analyse komt naar voren dat het zicht van beide bestuurders op elkaar niet werd belemmerd.5

De rechtbank is daarom, in tegenstelling tot hetgeen verdachte heeft aangevoerd, van oordeel dat het zicht van verdachte niet dusdanig werd belemmerd door de raamstijl van de auto dat verdachte de fietser niet heeft kunnen waarnemen. De rechtbank overweegt voorts op basis van de zich in het dossier bevinden foto’s6 dat sprake was van een overzichtelijke verkeerssituatie. Ook voorafgaand aan de rotonde had verdachte voldoende gelegenheid om de rotonde goed te overzien en de mogelijkheid om de fietser tijdig waar te nemen.

Dat verdachte de fietser niet heeft waargenomen kan naar het oordeel van de rechtbank, slechts worden verklaard doordat verdachte onvoldoende heeft gekeken. Dit wordt bevestigd door de omstandigheid dat verdachte heeft verklaard dat hij de fietser in het geheel niet heeft waargenomen tot het te laat was.

Verdachte heeft derhalve bij het oprijden van de rotonde niet de oplettendheid betracht die redelijkerwijs van de bestuurder van een motorrijtuig onder de vorengenoemde omstandigheden mag worden verwacht. De rechtbank concludeert dat verdachte zich aanmerkelijk onoplettend heeft gedragen en daarmee schuld heeft aan het ongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Voor wat betreft het standpunt van verdachte, dat hij de fietser weliswaar voorrang had moeten verlenen, maar dat anderzijds de fietser niet het recht had om voorrang te nemen, merkt de rechtbank het navolgende op.[slachtoffer] heeft verklaard dat hij zag dat verdachte snelheid minderde op het moment dat verdachte de rotonde naderde. De rechtbank is daarom van oordeel dat[slachtoffer], gelet op het verminderen van snelheid door verdachte en gelet op de voorrangsregels ter plaatse, er op mocht vertrouwen dat verdachte hem voorrang zou verlenen.

Letsel

De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] als gevolg van het ongeval korte tijd in het gips heeft gezeten en een trombosebeen heeft opgelopen. De behandeling daarvan neemt 3 tot 6 maanden in beslag. De rechtbank kwalificeert dit letsel als lichamelijk letsel waaruit tijdelijke ziekte en verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 25 december 2013 te Ewijk, gemeente Beuningen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto, Fiat, kenteken [kenteken]), daarmede rijdende op de weg, te weten de Van Heemstraweg en gaande in de richting van de rotonde, gevormd door de Van Heemstraweg en de Julianastraat, aanmerkelijk onoplettend heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

- terwijl het zicht van verdachte ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt of gehinderd, en

- terwijl rechts van de rijbaan (direct) voor het parallel aan genoemde rotonde lopende fietspad duidelijk zichtbaar een in zijn richting gekeerd bord B6 van bijlage 1 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 was geplaatst (inhoudende: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg), en

- terwijl op de rijbaan van de Van Heemstraweg (direct) voor het parallel aan genoemde rotonde lopende fietspad op het wegdek (zogenaamde) haaientanden (genoemd in artikel 80 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) waren aangebracht (inhoudende: voorrang geven aan bestuurders op de kruisende weg), en

- ( daarbij) in onvoldoende mate op het op genoemde rotonde rijdende verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en

- een over het parallel aan genoemde rotonde lopend fietspad rijdende fietser te laat heeft opgemerkt, en

- ( vervolgens) genoemde rotonde is opgereden zonder daarbij voorrang te verlenen aan die op dat fietspad rijdende fietser, en

- ( vervolgens) met dat door hem bestuurde motorrijtuig in aanrijding is gekomen met die fietser, en

aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor een ander (te weten [slachtoffer]) zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Het feit is strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 1.000,-, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vier maanden met een proeftijd van twee jaren.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ten aanzien van de eis van de officier van justitie opgemerkt dat hij de geldboete erg hoog vindt en verwacht in betalingsproblemen te komen. Daarnaast heeft verdachte zijn rijbewijs nodig voor zijn hobbywerkzaamheden.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan alsmede de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 24 september 2014.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende. De rechtbank acht bewezen dat door de schuld van verdachte een ongeval heeft plaatsgevonden. Verdachte had beter zijn aandacht op de naderende rotonde en het verkeer op die rotonde moeten richten. Verdachte heeft daarmee niet aan zijn zorgplicht jegens overige verkeersdeelnemers voldaan. Verdachte heeft door dit verwijtbaar gedrag een aanrijding veroorzaakt met letsel voor de heer[slachtoffer] tot gevolg. Dit rekent de rechtbank verdachte dan ook aan.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf niet op zijn plaats is. De door de officier van justitie geëiste geldboete is naar het oordeel van de rechtbank te zwaar, gelet op de financiële omstandigheden van verdachte. De rechtbank zal de hoogte van de geldboete dan ook matigen en daarbij tevens termijnbetaling toestaan.

De rechtbank acht een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op zijn plaats, omdat verdachte de verkeersveiligheid in gevaar heeft gebracht. Doel van de voorwaardelijke ontzegging is om verdachte extra te motiveren om beter op te letten in het verkeer. De rechtbank heeft rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor de voor hem belangrijke hobbywerkzaamheden.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het primair bewezenverklaarde tot

A. een betaling van een geldboete van € 500,- (vijfhonderd euro),

bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door de duur van 10 dagen hechtenis.

Bepaalt voorts dat deze geldboete kan worden betaald in 5 (vijf) maandelijkse termijnen van telkens € 100,- (honderd euro).

ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat deze ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Aldus gewezen door:

mr. J.M. Hamaker (voorzitter), mr. P.C. Quak en mr. B.F.M. Klappe, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 oktober 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de regiopolitie Gelderland-Zuid, district Tweestromenland, team Beuningen, Maas en Waal, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL082M 2013127989, gesloten op 7 mei 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 oktober 2014.

3 Het proces-verbaal van verhoor benadeelde, [slachtoffer], d.d. 18 februari 2014, p. 9, alsmede de geneeskundige verklaring, pag. 12

4 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 oktober 2014.

5 Het proces-verbaal van Verkeers Ongevallen Analyse, d.d. 4 april 2014, p., 17, onder het kopje 4.4 uitzicht.

6 Het proces-verbaal van Verkeers Ongevallen Analyse, d.d. 4 april 2014, p. 6 afbeelding 1 en bijlage 2, Fotomap de foto’s DSC_4490.JPG en DSC 4491.JPG