Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:6824

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
31-10-2014
Datum publicatie
26-11-2014
Zaaknummer
06/080360-04 (TBS)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar

en aanhouding van de beslissing omtrent de dwangverpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/080360-04 (TBS)

raadsman: mr. B.A.T. Brouwer, advocaat te Apeldoorn.

Ter griffie van deze rechtbank is ingediend een vordering gedateerd 5 september 2014 van de officier van justitie in dit arrondissement, strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling van:

[betrokkene],

geboren te [geboortedatum],

thans verblijvende bij [verblijfadres],

met een termijn van één jaar.

De maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege is opgelegd bij vonnis van de rechtbank 19 april 2005, is ingegaan op 9 oktober 2006 en laatstelijk verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 26 september 2012.

De vordering is op de openbare terechtzitting behandeld door de rechtbank op 17 oktober 2014. Van deze behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

De rechtbank heeft de stukken bezien, waaronder:

  • -

    een verlengingsadvies gedateerd 16 juli 2014, opgemaakt door drs. [deskundige 1], hoofd orthopedagogisch behandelcentrum[naam], dr. [deskundige 2], eerste geneeskundige, drs. [deskundige 3], behandelverantwoordelijke en drs. [psychiater], psychiater;

  • -

    de wettelijke aantekeningen vanaf week 3 van 2012 tot en met week 23 van 2014;

Motivering

De vordering is binnen de in artikel 509o van het Wetboek van Strafvordering vermelde termijn ingediend.

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij zijn vordering en daaraan toegevoegd dat hij aanhouding van de behandeling vordert met betrekking tot het doen opmaken van een rapport door de reclassering over een (eventuele) voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

Door en namens betrokkene is bij de behandeling van de vordering bepleit de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen en de reclassering te laten rapporteren omtrent een (eventuele) voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit het verlengingsadvies - in samenhang met de wettelijke aantekeningen - en de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige [deskundige 3], komt onder meer het volgende naar voren.

Betrokkene is een man met een verstandelijke beperking, op het grensvlak van licht verstandelijk beperkt tot zwakbegaafd niveau. Er is sprake van een manisch depressief beeld waarbij psychotische periode(n) zijn voorgekomen. Daarnaast heeft betrokkene door verwaarlozing, mishandeling, pesterijen en het door hem gepleegde indexdelict een posttraumatische stress stoornis ontwikkeld. Wanneer betrokkene medicatie blijft nemen, begeleiding heeft en geen middelen gebruikt, neemt de kans op recidive aanzienlijk af. Beschermende factoren zijn in het geval van betrokkene een duidelijke en veilige structuur. De behandeling is gericht op het verminderen van betrokkene’s rigide opvattingen en het bevorderen van een meer realistisch zelfbeeld. Ook zorgen medicatiegebruik, toezicht en controle op middelengebruik en verblijf binnen een behandelsetting waar voldoende ondersteuning geboden wordt, ervoor dat betrokkene stabiel functioneert. Daardoor heeft hij een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Vanwege zijn verstandelijke beperking is hij blijvend aangewezen op professionele begeleiding. Hij accepteert dit ook. Momenteel verblijft betrokkene op een zorgboerderij met 24-uurs begeleiding. Een vervolgplek, (een vorm van) reguliere zorg voor mensen met een verstandelijke beperking is nog niet in beeld. Er is reeds contact gelegd met de reclassering om te onderzoeken of er al een maatregelrapport kan worden geschreven of dat de TBS-verlengingszitting eerst wordt afgewacht. De reclassering heeft te kennen gegeven dat zij eerst de verlengingszitting wil afwachten. Betrokkene is aangemeld bij het ambulante team van Trajectum Noord als ook bij verschillende woonvoorzieningen. In de huidige omstandigheden wordt het risico op een agressief delict als laag ingeschat, mits betrokkene zijn voorgeschreven medicatie blijft innemen en geen drugs of alcohol gebruikt. Betrokkene houdt zich aan de afspraken en hij heeft een reëel toekomstperspectief. Er wordt daarom geen noodzaak gezien om de dwangmaatregel voort te zetten. Bij een voorwaardelijke beëindiging van de dwangmaatregel zal betrokkene onder dezelfde omstandigheden en met dezelfde voorwaarden kunnen wonen bij een vervolgvoorziening.

Geadviseerd wordt om de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen en de dwangmaatregel voorwaardelijk te laten beëindigen op het moment dat er een maatregelrapport is en een vervolgvoorziening.

De rechtbank overweegt verder als volgt.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van hetgeen hiervoor is overwogen en op grond van de omstandigheid dat de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen een verlenging van de maatregel vereist en wel met een periode van één jaar.

Gelet op het advies van de kliniek, het verhandelde ter zitting en de toelichting van de deskundige ter zitting, ziet de rechtbank aanknopingspunten voor een onderzoek naar de mogelijkheid en haalbaarheid van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

De rechtbank ziet hierin aanleiding om het onderzoek in zoverre te heropenen en schorsen, teneinde zoals geadviseerd wordt, door de kliniek in samenspraak met de reclassering te doen rapporteren omtrent de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van betrokkene in het maatschappelijk verkeer zou kunnen geschieden.

De rechtbank beslist daarom als volgt.

Beslissing

De rechtbank:

- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene]

voornoemd voor de duur van één jaar;

- houdt de beslissing omtrent de dwangverpleging aan onder de bepaling dat de

rechtbank nadere voorlichting, in de vorm van een rapport van de reclassering, wenst

te ontvangen omtrent de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer

van betrokkene in het maatschappelijk verkeer zou kunnen geschieden;

- heropent het onderzoek ter fine als voormeld en draagt de reclassering op daaromtrent te rapporteren;

- schorst daartoe het onderzoek voor onbepaalde tijd, doch ten hoogste voor drie maanden, en stelt daartoe de stukken in handen van de officier van justitie teneinde de reclassering een rapport te laten opstellen en beveelt de oproeping van betrokkene, zijn raadsvrouw, de deskundige [deskundige 3] of een collega-deskundige en de reclasseringswerker die belast is met het opstellen van het voorlichtingsrapport, tegen een nader te bepalen terechtzitting.

Deze beslissing is gegeven door mrs. Hovens, voorzitter, Van der Mei en Teekens, rechters, in tegenwoordigheid van Van Aalst, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 oktober 2014.

mrs. Hovens en Teekens zijn buiten staat

deze beslissing mede te ondertekenen.