Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:6822

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30-10-2014
Datum publicatie
30-10-2014
Zaaknummer
05/069265-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 21-jarige man uit Velp is vrijgesproken van zware mishandeling en openlijk geweld tegen een persoon en is veroordeeld tot een werkstraf van 80 uren voor het eveneens tenlastegelegde openlijk geweld tegen een goed, te weten een brommobiel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/069265-14

Data zittingen : 8 juli 2014 ( PR ) en 16 oktober 2014

Datum uitspraak : 30 oktober 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

raadsvrouw : mr. J.G.T. Stapelbroek-Klooken, advocaat te Arnhem.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 5 maart 2014, in de gemeente Westervoort, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, en/althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (gebroken (onder(arm met operatieve behandeling), heeft toegebracht door - (met kracht) meermalen, althans eenmaal, tegen de (onder)arm van die

[slachtoffer] te trappen en/of te schoppen en/of - (met kracht) meermalen, althans eenmaal, met een kruk, althans met een voorwerp op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of - (op het moment dat die [slachtoffer] op de grond lag) met een scooter/snorfiets

over/tegen het lichaam van die [slachtoffer] te rijden

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij op of omstreeks 5 maart 2014, in de gemeente Westervoort, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen of een ander, en/althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet - (met kracht) meermalen, althans eenmaal, tegen de (onder)arm van die [slachtoffer] heeft getrapt en/of geschopt en/of - (met kracht) meermalen, althans eenmaal, met een kruk, althans met een voorwerp op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of - (op het moment dat die [slachtoffer] op de grond lag) met een scooter/snorfiets

over/tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

Meer subsidiair

hij op of omstreeks 5 maart 2014, in de gemeente Westervoort, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, "'t Jufferblock", in elk geval op of aan een openbare weg , openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd [slachtoffer], welk geweld bestond uit het - indringen op en/of aanvallen van die [slachtoffer] en/of - (met kracht) meermalen, althans eenmaal, slaan en/of stompen in/op/tegen het het gezicht en/althans in/op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of - (met kracht) meermalen, althans eenmaal, trappen en/of schoppen tegen de (onder)arm van die [slachtoffer] en/of - (met kracht) meermalen, althans eenmaal, met een kruk, althans met een voorwerp slaan op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of - (op het moment dat die [slachtoffer] op de grond lag) rijden van/met een scooter/snorfiets over/tegen het lichaam van die [slachtoffer];

2.

Primair

hij op of omstreeks 5 maart 2014, in de gemeente Westervoort, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, 't Jufferblock, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een auto/brommobiel (45 km/uur autootje), welk geweld bestond uit het (opzettelijk) rijden van/met deze auto tegen een boom, waarbij hij,

verdachte, opzettelijk deze auto heeft vernield;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij op of omstreeks 5 maart 2014, in de gemeente Westervoort, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een brommobiel/automobiel (gemotoriseerd 45 km/uur auto), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt

door toen aldaar met voornoemde auto in/op/tegen een boom te rijden;

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 16 oktober 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.G.T. Stapelbroek-Klooken, advocate te Arnhem.

Als benadeelde partij heeft de heer [slachtoffer] zich schriftelijk in het geding gevoegd. Namens deze zijn ter terechtzitting van 16 oktober 2014 verschenen de heer [vader slachtoffer] (de vader van de benadeelde partij) en een medewerker van Slachtofferhulp Nederland.

De officier van justitie, mr. M.J.M. Verhoeven, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

Vaststaande feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

[slachtoffer] ([slachtoffer], hierna te noemen [slachtoffer]) is op 5 maart 2014 met zijn brommobiel – een zogenaamd 45 km/uur autootje) naar het Steendersenspark in de gemeente Westervoort gereden. Daar is schade toegebracht aan de brommobiel van [slachtoffer].2

Verdachte was op 5 maart 2014 tezamen met anderen in voornoemd Steendersenspark.3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 1 en dat het onder feit 2 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder feit 1 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Ook voor het tenlastegelegde onder feit 2 bestaat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs zodat verdachte hiervan eveneens dient te worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op basis van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat verdachte betrokken is geweest bij de tegen [slachtoffer] gepleegde geweldshandelingen. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het onder feit 1 tenlastegelegde.

Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank het volgende.

In zijn aangifte heeft [slachtoffer] verklaard dat hij, nadat hij uit het ziekenhuis terugkwam, met zijn vader op zoek is gegaan naar zijn brommobiel. [slachtoffer] heeft hierover onder meer verklaard:

“We troffen de auto bij het park aan en we zagen dat ze bezig waren mijn autootje op te takelen met een takelwagen. Ik zag dat het een heel stuk van de plek was waar ik mijn auto had geparkeerd. Ik denk dat het wel tachtig tot honderd meter verder was. (…) Ik zag wel dat er schade was. De man van de takelauto hoorde ik tegen mij zeggen dat de auto total loss was. Ik hoorde hem zeggen dat de hele vooras weggetrapt was en de band lek was.” 4

Aan medeverdachte [medeverdachte] is door de politie gevraagd:

“Je gaf gister al aan dat [slachtoffer] in een 45 kilometer autootje aan kwam rijden. Dit autootje is later deze avond/nacht vernield aangetroffen. Wat weet jij hiervan?”

[medeverdachte] heeft hierop verklaard:

“Ik weet dat 2 jongens het autootje gepakt hebben, even later hoorde ik een harde knal. Het autootje botste hard tegen een boom of bankje aan. (…) Een kwartiertje of half uurtje nadat [slachtoffer] geslagen is.”

Verder heeft[medeverdachte] op de vraag van de politie “er is ook tegen de auto aangeslagen/getrapt wat weet je daarvan?” geantwoord:

“Ik heb met de kruk van [medeverdachte 2] er 1 keer een klap op gegeven. Ook heb ik aan het portier getrokken en geprobeerd om het wagentje op zijn kant te krijgen maar dit lukte niet.”5

Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat er openlijk geweld is gepleegd tegen de brommobiel van [slachtoffer]. Vervolgens is de vraag aan de orde of verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de openlijke geweldpleging tegen de brommobiel.

Er is onderzoek gedaan naar de whatsapp-berichten in de mobiele telefoons van medeverdachte [medeverdachte 2] en verdachte.

In de mobiele telefoon van verdachte zijn de volgende berichten aangetroffen:

  • -

    Uitgaand bericht van 6 maart 2014: “hahaha was wel lachen effe rijden daarna vlogen we bijna door se ruit vol tegen die boom haha.”Inkomend bericht van 6 maart 2014: “Ja nadat ze die gozer hadde geslagen met zun alle”

  • -

    Inkomend bericht van 6 maart 2014: “Sloeg nergens op dat ze met zun alle die jonge gasn slaan”

  • -

    Uitgaand bericht van 6 maart 2014: “Neee zij ik gister tg al”

  • -

    Uitgaand bericht van 6 maart 2014: “Ik vond oom zielig”

  • -

    Inkomend bericht van 6 maart 2014: “Joggie van 16 ff met vier man er heen gaan laf man”

  • -

    Uitgaand bericht van 6 maart 2014: “Jaah anders durft die niet jong laf vind ik”

  • -

    Uitgaand bericht van 6 maart 2014: ”ik hb wel die autotje gepakt van.hem. haha.”

  • -

    Inkomend bericht van 6 maart 2014: “Waar hb je die gelaten dan”

  • -

    Uitgaand bericht van 6 maart 2014: “Ik en[medeverdachte 3] ongeluk gehad,”

  • -

    Uitgaand bericht van 6 maart 2014: “Met 40 ofo raakte die het gras verloor je de macht tg zijn we met 40tegen een boom geknalt kk zooi kop tegen raam”6

In de mobiele telefoon van medeverdachte [medeverdachte 2] zijn de volgende berichten aangetroffen:

  • -

    Inkomend bericht van 9 maart 2014: “Maar wat is met die auto dan”

  • -

    Uitgaand bericht van 9 maart 2014: “Weet ik veel hebbe gwn pa tikke gegeven en gegaan”.

  • -

    Inkomend bericht van 9 maart 2014: “[verdachte] zei tegen boom enzo”7

Na het geweldsincident van 5 maart 2014 is een bloedspoor aangetroffen op het dashboard van de brommobiel. Dit bloed is bemonsterd.8 Van het DNA in de bemonstering met bloed is een DNA-profiel verkregen. Dit DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van medeverdachte [medeverdachte 3]. De matchkans van het uit het bloedspoor verkregen DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard.9

Op 12 maart 2014 heeft er een vergelijkend schoensporenonderzoek van een schoenafdruk op de zijruit van de brommobiel plaatsgevonden. Hierbij is geconstateerd dat de het schoenspoorafdruk op de brommobiel overeenkomt met de schoenen van het merk Cruyff.10 Onder verdachte zijn schoenen van het merk Cruijff in beslag genomen.11

Gelet op de in de mobiele telefoons van verdachte respectievelijk medeverdachte [medeverdachte 2] aangetroffen whatsapp-berichten, de resultaten van het DNA-onderzoek naar het in de brommobiel aangetroffen bloed en het schoensporenonderzoek stelt de rechtbank vast dat verdachte tezamen met een ander de brommobiel van [slachtoffer] tegen een boom heeft gereden en dat hij daarmee opzettelijk de brommobiel (mede) heeft vernield. Daarmee heeft hij een voldoende significante of wezenlijke bijdrage geleverd aan het openlijk geweld tegen de brommobiel. De rechtbank is daarom van oordeel dat het onder feit 2 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend is bewezen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

2.

Primair

hij op 5 maart 2014, in de gemeente Westervoort, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een brommobiel (45 km/uur autootje), welk geweld bestond uit het (opzettelijk) rijden van/met deze auto tegen een boom, waarbij hij,

verdachte, opzettelijk deze auto heeft vernield;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 2 primair:

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen, terwijl de schuldige opzettelijk goederen vernielt.

Het feit is strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde onder feit 2 zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 25 uren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft, indien de rechtbank tot een veroordeling van verdachte zou komen, bepleit op basis van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, het -in het kader van een veroordeling in een andere zaak- opgestarte reclasseringscontact en ambulante behandeling alsmede de omstandigheid dat verdachte net een verlenging van zijn arbeidscontract heeft gekregen, aan verdachte een (deels) onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 18 september 2014, en;

 een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, d.d. 23 juni 2014, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van openlijk geweld tegen goederen, te weten een brommobiel van [slachtoffer]. Nadat [slachtoffer] was mishandeld, heeft verdachte tezamen met een ander of anderen de brommobiel van verdachte vernield.

Gelet op het letsel, namelijk een gebroken arm, is sprake geweest van een heftige geweldpleging tegen [slachtoffer] en hoewel niet is bewezen dat verdachte hierbij was betrokken, kan het niet anders dan dat verdachte hiervan ten minste iets heeft meegekregen. De rechtbank baseert dit met name op de in de telefoon van verdachte aangetroffen whats-app berichten. Verdachte heeft misbruik gemaakt van deze situatie en de rechtbank ziet dan ook de vernieling van de brommobiel van [slachtoffer] als een voortzetting van de geweldpleging. Dit is zeer kwalijk en is een ernstig feit dat naast schade ook gevoelens van onveiligheid bij het slachtoffer en in de maatschappij veroorzaakt.

Tevens neemt de rechtbank ten nadele van verdachte in aanmerking de, in ieder geval schijnbare, laconieke en onverschillige houding van verdachte tijdens het politieonderzoek en ter terechtzitting.

De reclassering heeft in voornoemde rapportage onder andere overwogen:

“Risicofactoren zijn geconstateerd waar het gaat om zijn alcoholgebruik. Hier was op beide vermeende pleegdata sprake van. Daarnaast hebben wij de indruk gekregen dat betrokkene iemand is die zich negatief laat beïnvloeden door anderen.(…) Er is bij hem ADHD vastgesteld en de impulsiviteit die hieruit voortvloeit kan eveneens als risicofactor worden aangemerkt. Positief gegeven is het feit dat hij recentelijk is verhuisd uit Westervoort bij een begeleid wonen traject van stichting Boriz. Niet alleen het feit dat hij nu op praktisch gebied ondersteuning krijgt, maar ook zijn fysieke afwezigheid uit de overlast gevende groep is daarbij belangrijk.”

De rechtbank neemt in aanmerking dat verdachte op 26 juni 2014 - dus nadat het thans voorliggende feit is gepleegd - door de politierechter is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, waarbij een meldplicht, ambulante behandeling en reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarden zijn opgelegd.

Gelet op het vooroverwogene is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie onvoldoende recht doet aan de ernst van het feit en dat een werkstraf voor de duur van 80 uur, subsidiair 40 dagen hechtenis passend en geboden is.

De rechtbank zal bevelen dat de –ten behoeve van de waarheidsvinding- in beslag genomen en nog niet teruggegeven schoenen van het merk Cruijff toebehoren aan de verdachte en aan verdachte moeten worden teruggegeven.

6A. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.657,60 aan materiële schade en een immateriële schade van € 1.500,00.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] hoofdelijk toe te wijzen tot het bedrag van € 1.000,-, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Het standpunt van de verdediging

Primair heeft de verdediging gesteld dat de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering althans voor zover dit ziet op het immateriële deel aangezien verdacht geheel of gedeeltelijk dient te worden vrijgesproken.

Daarnaast betwist de verdediging de gestelde en gevorderde materiële schade aan de brommobiel, t-shirt en reiskosten.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de civiele vordering van [slachtoffer] tot een bedrag van € 1.500,- aan materiële schade toewijzen, waarbij de omvang van de schade door de rechtbank is begroot op basis van de door [slachtoffer] zelf bij de politie afgelegde verklaring over de aanschafprijs..

De rechtbank zal de benadeelde [slachtoffer] niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering ter zake van vergoeding van materiële schade omdat dit deel van de vordering onvoldoende met stukken is onderbouwd. Een nadere beoordeling van deze schadeposten zou een onevenredige belasting van het strafgeding meebrengen, zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Ter zake van de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank dat niet is gebleken dat door het onder 2 bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel bestaande uit immateriële schade is toegebracht die aan verdachte is toe te rekenen.

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voorzover het gevorderde door zijn mededaders is of wordt voldaan.

Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De gevorderde en toegewezen rente/vergoeding voor proceskosten, zijn daar niet bij inbegrepen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 5 maart 2014.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 24c, 36f, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 tenlastegelegde.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

het verrichten van een werkstraf gedurende 80 (tachtig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 40 (veertig) dagen.

Beveelt de teruggave van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten schoenen van het merk Cruijff, aan de veroordeelde.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover medeverdachten betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [slachtoffer], te betalen € 1.500,00 (vijftienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

  • -

    Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

  • -

    Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding

  • -

    Legt op aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover medeverdachten betalen ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer] zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], te betalen € 1.500,- (vijftienhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van de hoofdsom] te vervangen door hechtenis voor de duur van 25 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

  • -

    Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. W.A. Holland (voorzitter), mr. D.R. Sonneveldt en mr. S.H. Keijzer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M.B. Moll van Charante, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 oktober 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de regiopolitie Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0796-2014025359, gesloten op 7 mei 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] p. 68, het proces-verbaal van verhoor medeverdachte[medeverdachte] p. 159, het proces-verbaal verhoor getuige [getuige] p. 110.

3 De ververklaring van verdachte ter terechtzitting.

4 Het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] p. 68

5 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte[medeverdachte] p. 159.

6 Het proces-verbaal van bevindingen p. 167-168.

7 Het proces-verbaal van bevindingen p. 163

8 Het proces-verbaal van bevindingen opgesteld door verbalisant op [verbalisant] op 15 juli 2014.

9 NFI-rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een mishandeling gepleegd in Westervoort op 5 maart 2014, met bijlagen.

10 Het proces-verbaal van Unit forensische Opsporing p. 180-181.

11 Kennisgeving van inbeslagneming p. 199.