Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:6821

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-10-2014
Datum publicatie
30-10-2014
Zaaknummer
05/800055-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Jeugddetentie en voorwaardelijke PIJ-maatregel voor poging tot afpersing in Apeldoorn en diefstal van een scooter

De rechtbank Gelderland heeft vandaag een 17-jarige jongen veroordeeld tot jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest en een voorwaardelijke PIJ-maatregel met een proeftijd van twee jaren.

Op 11 januari 2014 heeft de veroordeelde samen met twee anderen gepoogd een vrouw af te persen. Eerder had de veroordeelde zich schuldig gemaakt aan de diefstal van een scooter.

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de persoon van verdachte en de omstandigheid dat deze maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde in het geval hij ondanks de goede opvang en begeleiding in Groot Emaus in zijn oude gedrag zou vervallen.

De uitspraak is gelijk aan de eis van de officier van justitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team Strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken

Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]05/800055-14

Uitspraak d.d.: 28 oktober 2014

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op[geboortedatum],

thans verblijvende in [verblijfadres].

Raadsman mr. P.P. Verdoorn te Apeldoorn.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen met gesloten deuren van 22 april 2014, 27 mei 2014, 22 juli 2014 en 14 oktober 2014.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 11 januari 2014 in de

gemeente Apeldoorn op/of aan de openbare weg en/of bij een woning gelegen aan

de [adres 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen

misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen van

hun gading, althans goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te

doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld

tegen [benadeelde 1], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn

mededader

- in donkere kleding en/of gemaskerd en/of met (een) over het hoofd getrokken

muts(en) en/of capuchon(s) en/of met een zwarte sjaal/zakdoek voor hun

gezicht en/of met (een) pisto(o)l(en), althans op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, althans een (langwerpig) voorwerp (in de hand(en)) heeft/hebben

aangebeld bij de woning van die [benadeelde 1] en/of

- via het geopende raam die [benadeelde 1] om een zakdoek heeft/hebben gevraagd en/of

- ( nadat die [benadeelde 1] even later de voordeur geopend had) op die [benadeelde 1]

is/zijn afgelopen en/of hierbij heeft/hebben dreigend geschreeuwd en/of

geroepen: "Handen omhoog, handen omhoog!" en/of die [benadeelde 1] (een)

pisto(o)l(en), althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, althans een

(langwerpig) voorwerp, heeft/hebben voorgehouden en/of getoond en/of op/in

de richting van die [benadeelde 1] gericht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

en/of

hij op of omstreeks 11 januari 2014 in de gemeente Apeldoorn op of aan de

openbare weg en/of bij een woning gelegen aan de [adres 1], ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 1] te dwingen tot de afgifte

van goederen van hun gading, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan die [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn/haar mededader(s), welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en)dat verdachte en/of zijn mededader

- in donkere kleding en/of gemaskerd en/of met (een) over het hoofd getrokken

muts(en) en/of capuchon(s) en/of met een zwarte sjaal/zakdoek voor hun

gezicht en/of met (een) pisto(o)l(en), althans op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, althans een (langwerpig) voorwerp (in de hand(en)) heeft/hebben

aangebeld bij de woning van die [benadeelde 1] en/of

- via het geopende raam die [benadeelde 1] om een zakdoek heeft/hebben gevraagd en/of

- ( nadat die [benadeelde 1] even later de voordeur geopend had) op die [benadeelde 1]

is/zijn afgelopen en/of hierbij heeft/hebben dreigend geschreeuwd en/of

geroepen: "Handen omhoog, handen omhoog!" en/of die [benadeelde 1] (een)

pisto(o)l(en), althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, althans een

(langwerpig) voorwerp, heeft/hebben voorgehouden en/of getoond en/of op/in

de richting van die [benadeelde 1] gericht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

Hij op of omstreeks 04 november 2013 in de gemeente Apeldoorn met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scooter (merk Peugeot,

type Vivacity met kenteken/verzekeringsplaat [kenteken]), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte;

Art 310 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

A. Vaststaande feiten/aanleiding onderzoek

Feit 1

Op 11 januari 2014, omstreeks 21.15 uur, kwam bij de meldkamer van de politie Oost-Nederland de melding binnen van een bedreiging, gepleegd in een woning aan de [adres 1] te Apeldoorn.

Feit 2

Door [benadeelde 2] is bij de politie aangifte gedaan van diefstal van een scooter, merk Peugeot Vivacity, kleur zwart. Deze scooter is op 4 november 2013 gestolen in Apeldoorn.

B. Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 1 primair tenlastegelegde feit en tot bewezenverklaring van de onder 1 subsidiair ten laste gelegde poging tot afpersing, in vereniging gepleegd en de onder 2 tenlastegelegde diefstal van een scooter. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie aangegeven welke bewijsmiddelen daartoe voorhanden zijn.

C. Standpunt van de verdediging

Door de raadsman is – kort gezegd - aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair tenlastegelegde feit te komen. Voor bewezenverklaring van de onder 1 subsidiaire tenlastegelegde poging tot afpersing in vereniging wel voldoende bewijs voorhanden, echter het plan om een overval te plegen was niet van verdachte afkomstig, hij heeft zich heeft laten overhalen om mee te doen.

Voor wat betreft feit 2 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

D. Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende bewijs aanwezig is voor de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot diefstal met geweld in vereniging en zal de verdachte hiervan dan ook vrijspreken.

De rechtbank is van oordeel dat er voldoende wettig én overtuigend bewijs aanwezig is voor de onder 1 subsidiair ten laste gelegde poging tot afpersing, in vereniging gepleegd.

De rechtbank acht voor haar bewijsoordelen de volgende bewijsmiddelen redengevend.

Door [benadeelde 1] is aangifte gedaan. Zij verklaart, zakelijk weergegeven, dat zij woont aan de [adres 1] te Apeldoorn. Op 11 januari 2014 rond 21.15 uur werd aangebeld. Aangeefster deed het keukenraam open en zag een jongen met een zwarte pet/muts en een zwarte zakdoek/sjaal voor de mond bij de voordeur staan die om een zakdoek vroeg. Aangeefster zei geen zakdoek te hebben en sloot het raam2. Aangeefster opende even later toch de voordeur en zag drie personen in haar tuin staan. De drie personen kwamen direct op haar aflopen. Eén van de drie riep ‘handen omhoog, handen omhoog’. De voorste persoon had vermoedelijk een pistool in handen. Aangeefster rende naar binnen en sloot de voordeur. Zij zag twee jongens op een scooter stappen. De derde persoon stapte op een andere scooter. Alle drie de jongens droegen een zwarte muts/pet en een zwarte sjaal/zakdoek om het gezicht te bedekken3.

Uit een proces-verbaal bevindingen blijkt dat whatsapp-berichten zijn uitgelezen van de telefoon van verdachte. Hij stuurde op 11 januari 2014 een printscreen van een twitterbericht van de politie Apeldoorn met betrekking tot een overval in de [adres 1] door en schreef dat de informatie niet klopt en dat het is gegaan zoals hij het zegt. Ook blijkt uit de telefoongegevens dat hij die dag contact heeft gehad met medeverdachte [medeverdachte]. [medeverdachte] schreef om 16.25 uur dat ze ‘eerst die vrouw gaan doen’ waarna wordt gesproken over het regelen van een gun en bivak4. Uit whatsappberichten tussen [medeverdachte] en verdachte blijkt dat [medeverdachte] op 11 januari 2014, 16.32 uur schreef dat[ medeverdachte 2] het laat afweten en vervolgens om 18.09 uur volgde de app van [medeverdachte] aan verdachte ‘[ medeverdachte 2] zegt fock dit ik doe mee. Hij wil wel!’.5

Door verdachte is, zakelijk weergegeven, verklaard dat hij erbij was toen het gebeurde op

11 januari 2014 om 21.15 uur in Apeldoorn-Zuid. Ze waren met drie personen. Ze hadden een alarmpistool en een neppistool bij zich.6 Hij droeg die avond een groene pet met klep, soort van bivakmuts met klep, een zwarte trui en een zwarte broek.7

Bij het huis is eerst besproken hoe ze het zouden doen. Eén van de jongens zou aanbellen en als die vrouw open zou doen, zouden ze gelijk naar binnen gaan. Eén van de jongens belde aan en vroeg om een zakdoek. De vrouw kwam naar buiten en zijn vriend richtte het nepwapen op die vrouw. De jongens zijn naar de scooters gerend. Een jongen zat er al op. Verdachte stond met de andere jongen te wachten. Ze waren van tevoren langsgefietst en hadden gezien dat de vrouw alleen thuis was.8 Als de vrouw open zou doen, zouden ze naar binnen gaan en vragen om haar pas en pincode.9 De jongen bij het raam was [medeverdachte]. Hij regelde de spullen.10 Verdachte heeft[ medeverdachte 2] horen zeggen ‘naar binnen, omdraaien, ga liggen’. Hij zei dat terwijl hij het wapen op de vrouw richtte. Toen[ medeverdachte 2] zijn wapen op de vrouw richtte, heeft verdachte dat ook gedaan.11

Door medeverdachte [medeverdachte] is, zakelijk weergegeven, met betrekking tot de poging tot overval op aangeefster verklaard dat ze met z’n drieën bij de woning waren. [medeverdachte] heeft aangebeld en gevraagd om een zakdoek. Toen de vrouw niet opendeed, is hij weggelopen. De andere twee stonden bij de vuilniscontainers. Hij liep naar de scooters. De andere jongens bleven staan. Verdachte was erbij. [medeverdachte] droeg een zwarte jas met capuchon, zwarte schoenen, grijze muts en sjaal om nek. Ze wilden geld en spullen, sieraden en dergelijke. De andere twee waren in bezit van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp.12 Verdachte had een alarmpistool en de ander een neppistool. Verdachte hoorde tijdens de overval ‘Ga liggen. Omdraaien’, dat soort dingen.13 De derde persoon is[ medeverdachte 2].14

Ter terechtzitting is door verdachte verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij die avond met twee anderen snel geld wilde maken. Ze zagen dat de vrouw alleen thuis was en daardoor zag het er makkelijk uit. Hij had een muts opgedaan zodat hij niet herkend zou worden. Daar had hij van tevoren over nagedacht. Alle drie hadden ze dat.15


Door medeverdachte [ medeverdachte 2] is, zakelijk weergegeven, verklaard over de overval bij de woning aan de [adres 1] te Apeldoorn, dat hij op 11 januari 2014 met [medeverdachte] en verdachte was.16 Verdachte liep de tuin in van het huis.17 Verdachte had een muts op en een shawl om.18

Feit 2

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem onder 2 tenlastegelegde diefstal van een scooter.

Door [benadeelde 2] is bij de politie aangifte gedaan van de diefstal van een scooter, merk Peugeot, type Vivacity, kleur zwart, kenteken [kenteken]. Het framenummer van de scooter was [nr]. De scooter stond op 4 november 2013 voor de woning van aangeefster aan [adres 2]te Apeldoorn. Waarschijnlijk zaten de sleutels nog in het slot. Zij hoorde op een gegeven moment een geluid van buiten en even later zag zij dat haar scooter was verdwenen.19

Door de politie is de zwarte scooter van het merk Peugeot, type Vivacity, framenummer [nr] bij de verdachte in beslag genomen. 20

De verdachte heeft, zakelijk weergegeven, verklaard, dat hij de scooter, een zwarte Peugeot Vivacity, ergens in november 2013 heeft weggenomen.21 Ter terechtzitting is door de verdachte verklaard dat hij de scooter ergens heeft meegenomen. De scooter stond geparkeerd met de sleutels er nog in. Hij was van plan om de scooter te houden.22


Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de

1. subsidiair en onder 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1. subsidiair.

hij op 11 januari 2014 in de gemeente Apeldoorn bij een woning gelegen aan de [adres 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen

door bedreiging met geweld [benadeelde 1] te dwingen tot de afgifte van goederen van hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 1], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader

- in donkere kleding en/of met (een) over het hoofd getrokken muts(en) en/of met een zwarte sjaal/zakdoek voor hun gezicht en met op een vuurwapen gelijkend voorwerp, althans een (langwerpig) voorwerp (in de hand(en)) heeft/hebben aangebeld bij de woning van die [benadeelde 1] en

- via het geopende raam die [benadeelde 1] om een zakdoek heeft/hebben gevraagd en

- nadat die [benadeelde 1] even later de voordeur geopend had op die [benadeelde 1] is/zijn afgelopen en/of hierbij heeft/hebben dreigend geschreeuwd en/of geroepen: "Handen omhoog, handen omhoog!" en die [benadeelde 1] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, althans een

(langwerpig) voorwerp, heeft/hebben voorgehouden en/of getoond en/of op/in de richting van die [benadeelde 1] gericht,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

Hij op of omstreeks 04 november 2013 in de gemeente Apeldoorn met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scooter (merk Peugeot,

type Vivacity met kenteken/verzekeringsplaat [kenteken]), toebehorende aan [benadeelde 2].

Vrijspraak van het meer of anders tenlastegelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde feit:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Door [psychiater], kinder- en jeugdpsychiater, is psychiatrisch onderzoek verricht naar de persoon van de verdachte. Uit het door Lenssen, voornoemd, opgemaakte Pro Justitia rapport van 11 juli 2014 komt het volgende naar voren:

De verdachte is een vriendelijke, voorkomende, afwachtende, makkelijk beïnvloedbare, ego-zwakke, affectief verwaarloosde, sterk geïnstitutionaliseerde jongeman met een zeer beperkte autonomieontwikkeling en een grote behoefte aan affectie en structuur. Hij lijkt moeite te hebben zijn (impulsieve) gedrag te beheersen en de gevolgen ervan te overzien. Met name opvallend is de verhoogde behoefte aan affectie, gepaard gaand met afhankelijk, niet-assertief gedrag dat snel wordt aangepast aan de vermeende sociale verwachtingen, waardoor zijn gedrag vooral situationeel bepaald lijkt te worden. Deze voortdurende aanpassing aan zijn leefomgeving kan beschouwd worden als een overlevingsstrategie. Het feit dat hij niet verder lijkt te kunnen kijken dan de situatie waarin hij zich bevindt, komt tot uitdrukking in de uitspraak dat hij zowel bang was voor de afwijzing van zijn medeverdachten als voor het tenlastegelegde, terwijl hij in de interviewsituatie stelt dat hij eigenlijk nooit bang is.

Onderzochte lijkt door de door hem gerapporteerde angst voor zowel de overval als voor de reactie van zijn vermeende mededaders, de emotionele druk die hij ervoer en het roken van een joint tegen de spanning die de overval bij hem opriep, niet in staat zijn eigen wil bij te stellen dan wel te bepalen, hetgeen maakt dat hij in deze situatie als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd te kunnen worden. In het geval van het tweede tenlastegelegde lijken zijn beïnvloedbaarheid en zijn impulsiviteit een rol te hebben gespeeld. Ten tijde van dit delict kan onderzochte als toerekeningsvatbaar worden beschouwd.

Door [psycholoog], GZ-psycholoog, is op 14 juli 2014 onder meer gerapporteerd:

In het geval van de overval was onderzochte door de emotionele druk die hij ervoer, i.c. de door hem gerapporteerde angst voor zowel de reactie van zijn mededaders en het roken van aan joint tegen de spanning die de overval bij hem opriep, niet in staat zijn eigen wil bij te stellen dan wel te bepalen, hetgeen maakte dat hij in deze situatie als licht verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd kan worden. In het geval van het stelen van de scooter lijken zijn beïnvloedbaarheid en zijn impulsiviteit een rol gespeeld te hebben, waarbij hij als toerekeningsvatbaar beschouwd kan worden.

De rechtbank neemt de conclusie van de psychiater, te weten dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten was ten tijde van het plegen van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde delict, over en maakt deze tot de hare.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ten aanzien van de onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde feiten te veroordelen tot een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest, alsmede tot een voorwaardelijke plaatsing in een justitiële jeugdinrichting, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, ook als dat het volgen van een behandeling inhoudt. De officier van justitie heeft de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden verzocht.

De raadsman heeft verzocht om aan de verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest, alsmede een deels voorwaardelijke jeugddetentie om begeleiding en therapieën mogelijk te maken. Een voorwaardelijke PIJ-maatregel als door de officier van justitie is verzocht, acht de raadsman gelet op de ernst van het feit niet passend en niet proportioneel.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot overval in vereniging op een bejaarde vrouw bij haar eigen woning. Bij de overval is aangeefster bedreigd met een op een vuurwapen lijkend voorwerp. Dit is een zeer ernstig feit met een grote impact voor het slachtoffer. Zij geeft in de toelichting op haar verzoek tot schadevergoeding ook aan dat zij het gebeuren zeer indrukwekkend vond en dat het zien van het voorwerp dat op een vuurwapen leek haar veel angst heeft aangejaagd. De eerste nacht heeft het slachtoffer door de angst en schrik helemaal niet geslapen. Nog steeds moet het slachtoffer regelmatig aan het voorval denken en heeft zij last van slaapproblemen. Zij is angstiger dan voorheen. Sinds het voorval voelt zij zich veel minder veilig in haar eigen huis. Haar gevoel van veiligheid zal naar verwachting nooit meer helemaal worden zoals het was. Het slachtoffer doet nooit meer zomaar de deur open, let goed op dat alle ramen en deuren goed afgesloten zijn en doet zodra het donker wordt de gordijnen dicht. Wanneer zij met haar nichtje de deur uitgaat, wordt zij tot aan de voordeur weer thuisgebracht. Ook heeft het slachtoffer een buitenlamp met bewegingsmelder bij haar voordeur laten plaatsen.

Bij deze poging tot overval heeft verdachte, in tegenstelling tot wat door zijn raadsman is bepleit, tot het laatste moment een actieve rol gespeeld. Hij heeft een groot aandeel gehad in de voorbereiding en is ook betrokken geweest bij de uitvoering, onder meer door een alarmpistool op haar te richten. Naast de directe gevolgen voor het slachtoffer, heeft een dergelijk feit ook tot gevolg dat anderen die ervan horen in hun gevoel van veiligheid aangetast worden.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de diefstal van een scooter. Een dergelijk feit geeft blijk van een gebrek aan respect voor het eigendomsrecht van anderen en bezorgt als regel de benadeelden veel ergernis en overlast.


De rechtbank houdt bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. Ook houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat de verdachte oprecht spijt heeft getoond en het slachtoffer middels en brief zijn excuses heeft aangeboden.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het feit dat de verdachte ten aanzien van het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde feit verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden geacht.

De rechtbank heeft voorts bij de strafoplegging rekening gehouden met eerdergenoemd psychiatrisch rapport d.d. 11 juli 2014 en psychologisch rapport d.d. 14 juli 2014, waarin wordt aangegeven dat bij verdachte gezien zijn IQ, zijn beïnvloedbaarheid en zijn ego-zwakte, sprake is van een hoog recidive risico. Een sterke vorm van dwang en drang wordt dan ook noodzakelijk geacht. Geadviseerd wordt om de hulp en begeleiding aan verdachte te laten plaatsvinden in het kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel.

De rechtbank heeft daarnaast gelet op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 9 oktober 2014. In dit rapport staat onder meer het navolgende:

Er bestaan zeer veel zorgen over de psychosociale situatie van verdachte. Hij heeft een zeer belaste voorgeschiedenis , heeft geen adequaat netwerk en er zijn zorgen over zijn ontwikkeling en persoonlijk functioneren die de kans op recidive groot maken. Het recidive risico wordt dan ook als hoog ingeschat. Verdachte heeft begeleiding en behandeling nodig ter beïnvloeding van zijn persoonlijke problematiek en ter vermindering van de ingeschatte kans op recidive. Hij zou voor de komende jaren nog moeten kunnen profiteren van een structurerende, positief stimulerende omgeving waarin hij zich serieus genomen voelt en waarbij hij weet waar hij aan toe is. `een voorwaardelijke PIJ-maatregel is wenselijk om hem te motiveren en om de nodige behandeling en begeleiding kans van slagen te geven. Geadviseerd wordt dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

Gelet op voormelde omstandigheden acht de rechtbank de oplegging van jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest passend en geboden.

De rechtbank zal, naast de onvoorwaardelijke jeugddetentie, aan verdachte voorwaardelijk de PIJ-maatregel opleggen. Naar het oordeel van de rechtbank is deze maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte in het geval hij ondanks de goede opvang en begeleiding in Groot Emaus in zijn oude gedrag zou vervallen. Ook aan de overige voorwaarden van artikel 77s, eerste lid, Wetboek van Strafrecht, is voldaan. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte ter zitting heeft aangevoerd dat hij eindelijk op een voor hem fijne plek zit en hij hier voorlopig ook wel zou willen blijven. Echter, nu deze positieve en meer coöperatieve houding van verdachte kan worden gezien als een prille kentering, is een straf als door de raadsman verzocht naar het oordeel van de rechtbank niet passend.

Uit voornoemde rapporten blijkt dat het gevaar voor recidive als hoog wordt ingeschat. De rechtbank acht het opleggen van een voorwaardelijke PIJ-maatregel ook daarom passend en geboden, teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De proeftijd zal worden gesteld op twee jaren.

Alles overwegende komt de rechtbank tot de oplegging van een jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest, alsmede tot oplegging van een voorwaardelijke PIJ-maatregel, met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde als nader omschreven.

Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte – gelet op zijn persoon - opnieuw een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen zal de rechtbank, gelet op artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht, de gestelde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaren.

Vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 1.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2014, gevoegd in het onderhavige strafgeding ten aanzien van het tenlastegelegde.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen rechtstreeks tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar en zal hoofdelijk worden toegewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som gelds ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging is gegrond op de artikelen 27, 36f, 45, 77a, 77g, 77h, 77i, 77s, 77x, 77y, 77z, 310 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart niet bewezen, dat verdachte de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot diefstal met geweld en bedreiging met geweld in vereniging gepleegd heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als volgt:

ten aanzien van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit:

diefstal;

 verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest;

beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, hierbij in mindering wordt gebracht;

 legt de verdachte op de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;

 bepaalt, dat deze maatregel niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende de proeftijd de hierna te melden andere algemene dan wel bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

 Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan strafbare feiten;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt

 stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens Bureau Jeugdzorg Gelderland, afdeling jeugdreclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit het volgen van een behandeling inhoudt;

 geeft genoemde reclasseringsinstelling opdracht de veroordeelde bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen;

 verklaart de op grond van artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 1], van een bedrag van € 1.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2014 en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd.

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], een bedrag te betalen van € 1.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2014, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 25 dagen vervangende jeugddetentie zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

heft op het -geschorste- bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Bögemann, voorzitter, tevens kinderrechter, Vos en Van der Hooft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Wegter, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 oktober 2014.

Mr. Van der Hooft is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal nummer 2014005545, politie Noord- en Oost Gelderland, Districtelijk Overvallen Team, gesloten en ondertekend op 21 maart 2014.

2 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1], p. 109.

3 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1], p. 110.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 55.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 75.

6 Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 176.

7 Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 177.

8 Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 184.

9 Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 185.

10 Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 190.

11 Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 202.

12 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte], p. 244.

13 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte], p. 245.

14 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte], p. 249.

15 Proces-verbaal van de terechtzitting van 14 oktober 2014

16 Proces-verbaal van verhoor [ medeverdachte 2], p. 307.

17 Proces-verbaal van verhoor [ medeverdachte 2], p. 309.

18 Proces-verbaal van verhoor [ medeverdachte 2], p. 310.

19 Afschrift aangifte [benadeelde 2], p. 376

20 Afstandsverklaring in beslag genomen voorwerp, p. 52

21 Proces-verbaal verhoor [verdachte], p. 212-213

22 Proces-verbaal van de terechtzitting van 14 oktober 2014