Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:6646

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21-10-2014
Datum publicatie
21-10-2014
Zaaknummer
05/740049-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 38-jarige man vrijgesproken van een poging tot doodslag.

Van een personenauto was de remslang losgemaakt. Een buurtbewoner werd als verdachte aangewezen, maar de rechtbank acht niet wettig bewezen dat hij degene is geweest die de handelingen heeft verricht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/740049-14

Datum zitting : 07 oktober 2014

Datum uitspraak : 21 oktober 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op :[geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres :[adres]

plaats : [woonplaats]

raadsman : mr. B.J. Driessen, advocaat te Nijmegen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair

hij in of omstreeks de periode van 27 maart 2012 tot en met 28 maart 2012 te

Millingen aan de Rijn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen

misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] van het leven te

beroven, met dat opzet een vacuümslang/remslang (verbindt de motor met de

rembekrachtiging) van het remsysteem van de personenauto van die [slachtoffer 1] heeft

verwijderd en/of een vacuümslag/remslang op een ongebruikelijke plaats heeft

geklemd/geplaatst en/of een vacuümslang/remslang heeft ingesneden over een

lengte van circa 3 centimeter, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 27 maart 2012 tot en met 28 maart 2012 te

Millingen aan de Rijn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen

misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een

vacuümslang/remslang (verbindt de motor met de rembekrachtiging) van het

remsysteem van de personenauto van die [slachtoffer 1] heeft verwijderd en/of een

vacuümslag/remslang op een ongebruikelijke plaats heeft geklemd/geplaatst

en/of een vacuümslang/remslang heeft ingesneden over een lengte van circa 3

centimeter, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 07 oktober 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. B.J. Driessen, advocaat te Nijmegen.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd en is ter terechtzitting verschenen: [slachtoffer 1], bijgestaan door mr. A.R. Mes en een medewerkster van Slachtofferhulp.

De officier van justitie, mr. A.E. Postma, heeft gerekwireerd tot vrijspraak.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd en gepleit tot vrijspraak.

3 De beslissing

Na onderzoek aan de auto van aangeefster [slachtoffer 1] is vastgesteld dat de remvoorziening van het voertuig niet meer werkte. De slang die aan de rembekrachtiger bevestigd hoort te zijn, was los. De monteur die de auto heeft onderzocht, heeft verklaard dat de slang onmogelijk uit zichzelf los heeft kunnen gaan. Het vermoeden is ontstaan dat de slang door een persoon los gemaakt moet zijn.

Vast staat dat de remmen van de auto van aangeefster bewust onklaar zijn gemaakt. De rechtbank is echter van oordeel dat op grond van het opsporingsdossier niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat het verdachte is geweest die de remmen heeft gesaboteerd. De rechtbank zal verdachte vrijspreken.

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering, nu er geen straf of maatregel is opgelegd.

Aldus gewezen door:

mr. M.G.J. Post (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. J. Barrau, rechters,

in tegenwoordigheid van E. Terlouw-Boeijink, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 oktober 2014.