Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:6561

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
06-10-2014
Datum publicatie
17-10-2014
Zaaknummer
3407007 EZ VERZ 14-293
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanspraak vereffenaar op loon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2015-0073
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team bewind en erfrecht

Zittingsplaats Zutphen

Zaakgegevens 3407007 EZ VERZ 14-293

uitspraak van 6 oktober 2014

Artikel 4:218 lid 1 BW

naar aanleiding van het verzoek van

[notaris], notaris te [plaats],

kantoorhoudende bij [kantoor] te [plaats],

verzoeker

De procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van het verzoekschrift van 1 september 2014.

De feiten

Op [2012] is te [plaats] overleden[erflater], geboren te [plaats] op [1913]. De erflater woonde laatstelijk in [plaats].

Eén of meer erfgenamen hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard.

Bij beschikking van 9 december 2013 heeft deze rechtbank de [kantoor], gevestigd te [plaats], tot vereffenaar benoemd.

Bij beschikking van 23 januari 2014 heeft de kantonrechter een uiterste datum, te weten 3 maart 2014, bepaald voor het indienen van de vorderingen van de schuldeisers van de nalatenschap in de zin van artikel 4:214 lid 1 BW.

Het verzoek in verband met artikel 4:218 lid 1 BW

De verzoeker verzoekt de kantonrechter op grond van artikel 4:218 lid 1 BW de termijn van zes maanden voor het neerleggen van de rekening en verantwoording en de uitdelingslijst te verlengen met zes maanden.

De beoordeling

Het verzoek zal worden toegewezen, nu de verzoeker aannemelijk heeft gemaakt daar belang bij te hebben. Niet gebleken is van feiten en/of omstandigheden die aan toewijzing in de weg staan.

Het verzoek in verband met de vereffeningskosten

De verzoeker verzoekt voorts in zijn hoedanigheid van wettelijk vereffenaar om de bij het verzoekschrift overgelegde declaraties als vereffeningskosten vast te stellen, onder bijsluiting van een urenspecificatie meegezonden. Verzoeker baseert zich op het bepaalde in artikel 4:7 lid 2 jo lid 1 sub c BW, danwel het bepaalde van artikel 4:208 lid 5 BW jo de artikelen van de Faillissementswet (waaronder artikel 71 FW).

Verder verzoekt verzoeker om machtiging te verlenen om periodiek zijn
(vereffenings-)kosten in rekening te kunnen brengen tegen het gebruikelijke notariële uurtarief, waarbij rekening wordt gehouden met het tarief van de persoon die de werkzaamheden verricht.

De beoordeling

De kantonrechter stelt voorop dat vereffeningskosten slechts kunnen worden vastgesteld ingeval de wet daarvoor de mogelijkheid biedt, zoals in artikel 4:209 BW terzake van de opheffing van de vereffening. De kantonrechter constateert dat de door verzoeker genoemde wetsartikelen niet de mogelijkheid bieden om in onderhavige situatie vereffeningskosten vast te stellen.

Ten aanzien van een aanspraak van een vereffenaar op loon overweegt de kantonrechter als volgt. Vaststelling van het loon van een door de rechter benoemde vereffenaar dient overeenkomstig artikel 4:206 lid 3 BW plaats te vinden vóór het opmaken van de uitdelingslijst wordt vastgesteld. De verzoeker heeft verzocht om een verlenging van de termijn om de termijn voor het neerleggen van de rekening en verantwoording en de uitdelingslijst, waaruit de kantonrechter concludeert dat een uitdelingslijst niet op korte termijn is te verwachten. In feite kan het verzoek dus worden gelezen als een verzoek om een voorschot vast te stellen. Verzoeker heeft niet gesteld en ook overigens is niet gebleken waarom een voorschot in onderhavige situatie is gerechtvaardigd. Daarbij speelt een rol dat de vereffenaar niet inzichtelijk heeft gemaakt wat de omvang van de boedel is en of het uiteindelijke vereffenaarsloon zal kunnen worden voldaan, rekening houdende met de werkzaamheden die nog in het verschiet liggen. Het loon en de redelijke omvang van de werkzaamheden houden immers verband met de omvang van de nalatenschap. Voorts heeft verzoeker niet onderbouwd waarom hij op een eerder tijdstip dan een jaar na zijn benoeming al verzoekt om een voorschot. Tot slot overweegt de kantonrechter dat een vereffenaar pas vanaf zijn benoeming als zodanig aanspraak kan maken op loon.

Het verzoek om een machtiging om periodiek zijn (vereffenings-)kosten in rekening te kunnen brengen kan niet worden toegewezen nu hiervoor een grondslag in de wet ontbreekt.

Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter het verzoek afwijzen.

De beslissing

De kantonrechter

verlengt de termijn voor het neerleggen van de rekening en verantwoording en uitdelingslijst tot 3 maart 2015,

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. P.A. Huidekoper en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2014.