Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:6553

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-10-2014
Datum publicatie
16-10-2014
Zaaknummer
05/840566-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft een 20-jarige man veroordeeld voor openlijk geweld tijdens de wedstijd NEC-Sparta van 11 mei 2014. De man heeft samen met een groep personen een hekwerk vernield en heeft een ruit van het stadion vernield. De man wilde zich daarmee toegang verschaffen tot de voor de groep afgesloten gedeelten van het stadion en de daar aanwezige spelers van NEC. De rechtbank ziet geen reden om in deze zaak het jeugdstrafrecht toe te passen. De rechtbank vindt dat de man die dag in zijn keuzes niet door andere personen werd beïnvloed. De rechtbank heeft de man een werkstraf van 80 uren opgelegd. Daarnaast moet de man een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, nu in de vorm van 120 uren werkstraf, uitvoeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/840566-14

Datum zitting : 02 oktober 2014

Datum uitspraak : 16 oktober 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans wonende aan [adres] te [woonplaats],

raadsman : mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 11 mei 2014 te Nijmegen met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten in een/het voetbalstadion (genaamd De Goffert), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen, te weten een aldaar geplaatst hekwerk, welk geweld bestond uit

- het opzettelijk gewelddadig rukken en/of trekken aan en/of duwen tegen dat hekwerk en/of (daarbij) de woorden: "rot op" en/of "de club is van ons" en/of "hooligans, hooligans, hooligans", althans woorden van gelijke aard en/of strekking te roepen/schreeuwen (incident 1) en/of

- het opzettelijk gewelddadig slaan en/of schoppen en/of trappen op/tegen één of meer ruiten (incident 4), waarbij hij, verdachte, opzettelijk een of meer ruit(en) heeft vernield;

2. hij op of omstreeks 11 mei 2014 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer ruit(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de betaald voetbalorganisatie NEC, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

1a. De vorderingen na voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevinden zich twee vorderingen na voorwaardelijke veroordelingen. Deze betreffen:

  • -

    parketnummer: 07-654009-11, een veroordeling door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Nederland op 12 maart 2013, en

  • -

    parketnummer: 05/720033-13, een veroordeling door de politierechter van deze rechtbank op 26 april 2013.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 2 oktober 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem.

De officier van justitie, mr. A.C.J. Nettenbreijers, heeft gerekwireerd. Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs 1

Ten aanzien van het onder feit 1 tenlastegelegde

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 tenlastegelegde.

Beoordeling door de rechtbank

Op 11 mei 2014 is in het voetbalstadion De Goffert te Nijmegen door meerdere personen gewelddadig aan een hekwerk getrokken en geduwd.2 Een in het stadion aanwezige verbalisant heeft verklaard te hebben waargenomen dat rond 17:10 uur een aantal mensen richting een afgesloten hek liep. Daarbij zetten verschillende personen hun capuchon op en riepen: “rot op”, “het is onze club” en “hooligan, hooligan, hooligan”. Deze groep mensen begonnen aan het afgesloten hek te trekken en te duwen, kennelijk met de intentie dit open te breken en zo doorgang te krijgen tot de rest van het stadion.3 Het hekwerk is vernield.4

Na het bekijken van beelden van deze gebeurtenissen zijn elf personen als betrokkene bij deze geweldpleging aangemerkt.5 Verdachte is herkend als één van hen.6 Verdachte heeft verklaard dat hij tezamen met deze groep tegen het hek heeft geduwd en aan het hek heeft getrokken.7

Uit het vorenstaande leidt de rechtbank af dat verdachte een voldoende significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het door de groep personen uitgeoefende geweld tegen het hekwerk. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1. hij op 11 mei 2014 te Nijmegen met anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten in het voetbalstadion (genaamd De Goffert), openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen, te weten een aldaar geplaatst hekwerk, welk geweld bestond uit

- het opzettelijk gewelddadig rukken en trekken aan en duwen tegen dat hekwerk en (daarbij) de woorden: "rot op" en "de club is van ons" en "hooligans, hooligans, hooligans", althans woorden van gelijke aard en/of strekking te roepen/schreeuwen

Ten aanzien van het onder feit 2 tenlastegelegde

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [woonplaats], namens NEC Nijmegen, p. 23 ;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 oktober 2014.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

2. hij op 11 mei 2014 te Nijmegen opzettelijk en wederrechtelijk een ruit geheel toebehorende aan de betaald voetbalorganisatie NEC, heeft vernield

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Openlijk in vereniging plegen van geweld tegen goederen

Ten aanzien van feit 2 :

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort, vernielen.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis. Daartoe heeft de officier van justitie onder meer aangevoerd dat dit feit past in een reeks van strafbare feiten gepleegd rondom de degradatiewedstrijd van NEC. Tegen dergelijke strafbare feiten rondom voetbalwedstrijden dient hard te worden opgetreden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat het jeugdstrafrecht dient te worden toegepast. Hiertoe is gewezen op de beïnvloedbaarheid van verdachte en op zijn zwakbegaafdheid en autisme. Mogelijk kan worden volstaan met een lagere taakstraf.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 5 september 2014, en

 reclasseringsadviezen betreffende verdachte, gedateerd 27 juni 2014 en 31 juli 2014.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van openlijk geweld tegen goederen. Tijdens een voetbalwedstrijd is hij samen met een groep anderen opgetrokken naar een hekwerk en heeft hij geprobeerd dit hekwerk te vernielen. Daarnaast heeft hij een ruit vernield. Beide feiten hadden kennelijk het doel om zich toegang te verschaffen tot voor de groep afgesloten gedeelten van het stadion en de aldaar aanwezige spelers van NEC. Slechts met behulp van stewards en de politie is voorkomen dat een grote groep NEC-aanhangers verhaal konden halen bij de spelers.

Met deze handelingen heeft verdachte bijgedragen aan een zeer rumoerige situatie, welke situatie voor de spelers, andere stadionbezoekers en medewerkers van NEC als uitermate bedreigend moet hebben gevoeld. Voorts komen uiteindelijk de kosten die worden gemaakt om bij wedstrijden extra politie-eenheden in te zetten voor rekening van de gehele gemeenschap. Het voetbalspel, dat vreugde zou moeten bieden en toegankelijk zou moeten zijn voor iedereen, verliest zijn glans door voetbalvandalisme als waaraan verdachte zich schuldig heeft gemaakt.

De rechtbank ziet geen aanleiding tot het toepassen van het jeugdstrafrecht. Wellicht kent verdachte psychische beperkingen, echter in deze zaak is niet gebleken van voldoende verband tussen deze beperkingen, waaronder verdachte’s beïnvloedbaarheid, en het plegen van de onderhavige feiten. Verdachte is als individu meegegaan in een groep en niet is gebleken dat hij daarbij door anderen werd beïnvloed in zijn keuzes.

Ten gunste van verdachte houdt de rechtbank bij de strafoplegging en het beslissen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging rekening ermee dat hij thans de benodigde hulp lijkt te ontvangen om de kans op recidive te verminderen.

6A. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Op grond van het verhandelde ter terechtzitting acht de rechtbank de feitelijke grondslag van de beide vorderingen van de officier van justitie juist. Om het ingezette traject van hulp en begeleiding niet te doorkruisen, ziet de rechtbank aanleiding, in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie te gelasten, met betrekking tot de zaak onder parketnummer 07/654009-11 een taakstraf van 120 (eenhonderd twintig) uren te gelasten, bij het niet voldoen te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis. Met betrekking tot de zaak onder parketnummer 05/720033-13 zal de rechtbank de proeftijd verlengen met één jaar en daarbij de bijzondere voorwaarden wijzigen als hierna te vermelden.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14f, 14g, 22c, 22d, 57, 141 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

het verrichten van een werkstraf gedurende 80 (tachtig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 40 (veertig) dagen.

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 07/654009-11

Gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) maanden dat veroordeelde een werkstraf voor de duur van 120 (eenhonderd twintig) uren zal verrichten.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid. De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast en stelt deze vervangende hechtenis vast op 60 (zestig) dagen.

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 05/720033-13

Verlengt de proeftijd met één jaar.

Wijzigt de bijzondere voorwaarden opdat deze komen te luiden:

  • -

    dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd blijft melden bij de Reclassering Nederland, Stieltjesstraat 1 te Nijmegen, voor zolang en zover de reclassering zulks nodig acht;

  • -

    dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd laat behandelen bij Kairos Nijmegen – of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd houdt aan aanwijzingen die hem door reclassering Nederland worden gegeven, ook indien dit inhoudt dat veroordeelde zich laat begeleiden door stichting Zorgdrager, voor zover en zolang de reclassering zulks nodig acht.

Aldus gewezen door:

mr. S.H. Keijzer (voorzitter), mr. M.F. Gielissen en mr. D.R. Sonneveldt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 oktober 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant van de politie Eenheid Oost-Nederland, districtsrecherche Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal met OPS dossiernummer 2014049371, gesloten op 10 juli 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte door [woonplaats], namens NEC Nijmegen, p. 22 en 23.

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1016.

4 Proces-verbaal van aangifte door [woonplaats], namens NEC Nijmegen, p. 22 en 23.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1017.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 1024.

7 Verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 2 oktober 2014.