Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:6472

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-10-2014
Datum publicatie
14-10-2014
Zaaknummer
05/820341-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Opnamen met verborgen kamer in badkamer leidt tot een deels voorwaardelijk gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden en een werkstraf van 150 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen

Team strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 05/820341-14

Uitspraak d.d. 14 oktober 2014

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1],

wonende te [woonplaats 2], [adres].

Raadsman: mr. E.J. Moll, advocaat te Doetinchem.



Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 september 2014.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 12 december 2013,

te Wehl, in elk geval in Nederland,

een afbeelding/multimediafile (te weten een filmfragment),

danwel een gegevensdrager (te weten een Samsung 8 gb SD-kaart) bevattende die

afbeelding/multimediafile,

in zijn bezit heeft gehad en/of die afbeelding/multimediafile heeft vervaardigd

zijnde een afbeelding van de minderjarige [slachtoffer] (geboortedatum

[geboortedatum 2]) die kennelijk heimelijk gefilmd wordt terwijl zij in bad gaat,

waarbij zij geheel naakt te zien is en door het gekozen lage camerastandpunt

nadrukkelijk haar schaamstreek en haar billen in beeld zijn gebracht, waarbij

de afbeelding kennelijk strekt tot seksuele prikkeling;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot

en met 12 december 2013 te Wehl, gemeente Doetinchem,

gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een digitale camera,

waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt,

opzettelijk en wederrechtelijk, van een persoon, te weten [slachtoffer],

aanwezig in de woning van verdachte, een afbeelding, te weten een filmopname,

heeft vervaardigd;

art 139f ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft een aantal keren in Wehl heimelijk filmopnamen gemaakt van de dochter van zijn ex-vriendin, [slachtoffer], terwijl zij in de badkamer in bad ging.

Namens [slachtoffer] is door haar moeder aangifte2 gedaan van het stiekem maken van filmpjes van [slachtoffer] door verdachte.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van beide aan verdachte ten laste gelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht. Aan de verklaring van verdachte dat het hem enkel ging om de kick van de ontdekking van het heimelijk filmen en de verklaring van verdachte dat hij de gemaakte opnamen niet heeft bekeken, wordt door de officier geen geloof gehecht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte weliswaar heimelijk filmopnamen heeft gemaakt van [slachtoffer], maar dat niet kan worden vastgesteld dat het de intentie van verdachte is geweest om over de opnames als zodanig te beschikken.

De intentie/kick van verdachte was naar eigen zeggen gericht op de ontdekking van de gecamoufleerde filmcamera door de persoon die werd gefilmd en [slachtoffer] was bij toeval de proefpersoon. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd3 over het heimelijk filmen van [slachtoffer]. Hij heeft in de ten laste gelegde periode in zijn woning in Wehl verschillende malen met behulp van een heimelijk opgesteld cameraatje opnamen gemaakt van [slachtoffer]. Hij heeft meerdere keren de camera op de badkamer neergezet en ingeschakeld als [slachtoffer] naar de badkamer ging.

[slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2], heeft verklaard4 dat zij op 12 december 2013 bij verdachte in zijn woning was. Zij is daar naar de badkamer gegaan en is in bad gegaan. Zij ontdekte dat er iets kleins in de vensterbank van de badkamer stond en constateerde vervolgens dat het een cameraatje was. Zij heeft het SD-kaartje uit de camera verwijderd en heeft later bij haar thuis via de computer gekeken wat er op het SD-kaartje stond. Zij zag toen dat zij was gefilmd terwijl zij zich uitkleedde en terwijl zij naakt in bad stapte. Later op het politiebureau heeft zij alle filmpjes gezien die op de SD-kaart stonden. Er stonden acht filmpjes op waarop zij was gefilmd, waarvan zeven in de badkamer bij verdachte thuis. Het eerste filmpje was gemaakt vlak nadat de relatie tussen haar moeder en verdachte was beëindigd, begin maart 2013. Dat was bij haar thuis in de badkamer.

De SD-kaart is door de politie inbeslaggenomen5 en vervolgens onderzocht. Bij onderzoek6 werd geconstateerd dat de SD kaart merk Samsung 8 GB twaalf videobestanden bevatte, waaronder een film van 8 minuten en 58 seconden, waarop onder meer te zien is dat een jonge vrouw zich in een badkamer bevindt, zich doucht en zich aansluitend in een bad laat zakken. De camerapositie is laag.

“Vanaf 4 minuut 39 seconden gaat deze vrouw staan en komt volledig in beeld en blijkt dan ook geheel naakt te zijn. Te zien is dat deze vrouw een handdoek pakt, zich omdraait en met haar achterzijde van haar lichaam zeer kort voor de camera komt te staan. Aangezien de camera omhoog gericht staat is er op dat moment vrij en onbelemmerd zicht op de billen van deze vrouw en op haar schaamstreek. Te zien is dat de vrouw zich in haar kruis afdroogt en zich omdraait waarna ze met haar front naar de camera gericht staat. Vervolgens droogt de vrouw zich verder af. Door haar houding en positie is er wederom vrij en onbelemmerd zicht op de voorzijde van de schaamstreek en op haar borsten. De vrouw wikkelt vervolgens de handdoek om haar hoofd. Daarna is de vrouw en profiel te zien, en dat ze een onderbroek aantrekt. De vrouw keert zich vervolgens weer naar de camera waarbij haar borsten duidelijk in beeld komen. De jonge vrouw is gedurende deze film een aantal malen zeer herkenbaar in beeld. De camera wordt gedurende de gehele opname niet bewogen en de opnames ontstaan door de posities die de vrouw voor de camera inneemt”.

Door verbalisant werd de vrouw die op de filmbeelden is te zien, geïdentificeerd als [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2].

De rechtbank heeft ter terechtzitting samen met de raadsman en de officier de betreffende filmbeelden bekeken, waarbij door de rechtbank is waargenomen dat de filmbeelden overeenkomen met de feitelijke beschrijving zoals door de verbalisant is weergegeven. Daarbij constateerde de rechtbank dat zodra [slachtoffer] uit het bad komt haar edele delen voornamelijk beeldvullend en kennelijk vanaf een korte afstand zijn gefilmd.

Door de verdediging is aangevoerd dat verdachte nooit heeft beoogd om opnamen te maken die als kinderporno kunnen worden beschouwd, maar dat het hem enkel ging om de kick en de spanning van het betrapt worden op het heimelijk filmen. Die verklaring acht de rechtbank niet geloofwaardig. Verdachte heeft er welbewust voor gekozen om de opnames te maken in de badkamer. Deze ruimte is bestemd om te douchen en te baden en, naar eigen zeggen van verdachte, beperkt in omvang7. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de gemaakte beelden, gelet op de wijze waarop deze tot stand zijn gekomen, geen ander doel hebben dan het opwekken van seksuele prikkeling. De camera was immers dusdanig opgesteld dat de minderjarige [slachtoffer] bij het aan- en uitkleden goed in beeld was en ook haar borsten en schaamstreek duidelijk in beeld waren. Dit was onontkoombaar en voorspelbaar, gelet op de positie van de camera en de afmetingen van de badkamer en kan niet anders dan de bedoeling zijn geweest van verdachte. De verklaring van verdachte dat het hem niet te doen was om de filmopnamen als zodanig, acht de rechtbank evenmin geloofwaardig. Op het moment dat verdachte bespeurde dat de SD kaart uit de camera was verdwenen, het ultieme moment van de door verdachte naar zijn zeggen in spanning afgewachte ontdekking, heeft hij onmiddellijk getracht te achterhalen waar de SD kaart was gebleven, waarbij hij tegenover de politie heeft verklaard de SD-kaart terug te willen hebben omdat hij dacht ‘ik ben erbij’.

De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van zowel het onder 1 als onder 2 tenlastegelegde. Ten aanzien van de gebezigde bewijsmiddelen geldt dat elk bewijsmiddel

- ook in zijn onderdelen - is gehanteerd voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in de periode van 1 maart 2013 tot en met 12 december 2013,

te Wehl,

een afbeelding/multimediafile (te weten een filmfragment),

danwel een gegevensdrager (te weten een Samsung 8 gb SD-kaart) bevattende die

afbeelding/multimediafile,

in zijn bezit heeft gehad en die afbeelding/multimediafile heeft vervaardigd

zijnde een afbeelding van de minderjarige [slachtoffer] (geboortedatum

[geboortedatum 2]) die kennelijk heimelijk gefilmd wordt terwijl zij in bad gaat,

waarbij zij geheel naakt te zien is en door het gekozen lage camerastandpunt

nadrukkelijk haar schaamstreek en haar billen in beeld zijn gebracht, waarbij

de afbeelding kennelijk strekt tot seksuele prikkeling;

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 maart 2013 tot

en met 12 december 2013 te Wehl, gemeente Doetinchem,

gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een digitale camera,

waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt,

opzettelijk en wederrechtelijk, van een persoon, te weten [slachtoffer],

aanwezig in de woning van verdachte, afbeeldingen, te weten filmopnamen,

heeft vervaardigd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert de navolgende strafbare feiten op:

1.

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben;

2.

gebruik makend van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning, een afbeelding vervaardigen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake van het door hem bewezen geachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden waarvan een gedeelte van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, met als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact ook als dit inhoudt een ambulante behandelverplichting zoals aangegeven in het over verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport.

Als redengevend voor zijn eis heeft de officier onder meer aangevoerd dat verdachte in totaal tien filmopnamen heeft gemaakt van [slachtoffer] en zodoende een aanzienlijke inbreuk heeft gemaakt op haar privacy. De officier vermeldt bovendien dat verdachte door [slachtoffer] werd ervaren als lief, zorgzaam en begripvol, een persoon in wie zij het volste vertrouwen had. De impact die het gebeuren op [slachtoffer] heeft gehad en zoals dat door haar is verwoord in haar slachtofferverklaring, is goed voorstelbaar. Een werkstraf zou niet passend zijn, gelet op de ernst van het feit en het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht.

Door de raadsman is aangevoerd dat verdachte geen relevant strafblad heeft en als first offender is aan te merken. Bovendien gaat het, slechts om één opname die onder de bepaling van artikel 240b zou kunnen worden gebracht. De raadsman brengt hierbij naar voren dat het niet om een ernstige vorm van kinderporno gaat. Verdachte is woonachtig in een kleine woongemeenschap waarin de tegen verdachte bestaande verdenking als een lopend vuurtje is rondgegaan en waarop hij ook voortdurend is en wordt aangesproken. In die zin is verdachte ook al gestraft.

Gezien de diverse jurisprudentie op dit terrein kan ook worden volstaan met het opleggen van een deels voorwaardelijke werkstraf naast één dag gevangenisstraf, waarbij als bijzondere voorwaarde aan het voorwaardelijke strafdeel kan worden verbonden reclasseringscontact en meewerken aan een onderzoek gericht op een ambulante behandeling. Het opleggen van een gevangenisstraf zou als onomkeerbaar gevolg hebben dat verdachte zijn werk en inkomen verliest, met alle gevolgen van dien.

De rechtbank acht na te melden beslissing in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft verschillende malen met een verdekt opgestelde camera opnamen gemaakt van [slachtoffer]. Hij heeft zodoende een gevoelige inbreuk gemaakt op haar privacy, hetgeen haar bijzonder zwaar valt nu [slachtoffer] hem als ex-partner van haar moeder volledig vertrouwde. Dat vertrouwen heeft verdachte ernstig beschaamd. Uit de ter terechtzitting door [slachtoffer] voorgelezen schriftelijke slachtoffer-verklaring blijkt ook de tweestrijd waarin zij verzeild is geraakt, haar beschadigd vertrouwen en haar toegenomen angst om bedrogen te worden, aangezien verdachte van alle mensen die zij kende wel de laatste was van wie zij zo iets had verwacht.

Ten voordele van de verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte blijkens zijn justitiële documentatie niet eerder is veroordeeld.

Door de reclassering is geadviseerd om bij schuldig bevinding aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden de meldplicht en, indien geïndiceerd, een ambulante behandelverplichting. De kans op recidive wordt laag ingeschat. Daarbij signaleert de reclassering als zorgpunt dat het door verdachte vermelde motief voor zijn handelen, de kick van een mogelijke ontdekking, en de omstandigheid dat hij zich naar zijn eigen zeggen niet gerealiseerd heeft welke impact en gevolgen een en ander zou kunnen hebben voor het slachtoffer, in schril contrast staat met het beeld dat van betrokkene naar voren is gekomen, een gevoelige man, die zich het lot van een ander aantrekt en altijd bereid is om anderen te helpen.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de ernst van de feiten de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zonder meer rechtvaardigt. De rechtbank ziet evenwel in de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de gevolgen die het opleggen van een vrijheidsstraf met zich zou brengen, aanleiding om verdachte niet een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen. De rechtbank zal naast een deels voorwaardelijke vrijheidsstraf een forse werkstraf opleggen. Aan het voorwaardelijk strafdeel worden de bijzondere voorwaarden verbonden zoals door de reclassering geadviseerd. De rechtbank zal daaraan de door de officier van justitie gevorderde proeftijd van drie jaar verbinden, teneinde de – weliswaar als laag ingeschatte – kans op recidive zoveel mogelijk te minimaliseren.

In beslag genomen voorwerpen

Door de officier is de onttrekking aan het verkeer gevorderd van de onder verdachte inbeslaggenomen SD-kaart.

Dit in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Vordering tot schadevergoeding en/of schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding – bij wijze van voorschot – tot een bedrag van € 1.185,95 (€ 1.000,00 wegens immateriële schade (smartengeld) en € 185,95 wegens materiële schade) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2013, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde.

Bij de onderbouwing van de vordering is verwezen naar vergelijkbare jurisprudentie, te weten een vonnis van de rechtbank Alkmaar van 3 februari 2011, ECLI:NL:RBALK:2011:BP3038, waarbij aan slachtoffers van heimelijk filmen een bedrag van € 1.000,00 aan smartengeld werd toegekend.

De raadsvrouw van de benadeelde partij, mr. D.W. Jansen, heeft de vordering ter terechtzitting nader toegelicht aan de hand van haar schriftelijke toelichting.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij integraal kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdachte heeft zich bereid verklaard de vordering te voldoen. De raadsman heeft de vordering niet betwist, behoudens op het punt van de toekenning van de wettelijke rente, hetgeen volgens de raadsman moet worden gerelateerd aan de datum waarop de camera voor het eerst werd ontdekt door [slachtoffer], namelijk in december 2013.

Nu niet is weersproken dat de benadeelde partij, zoals deze heeft gesteld, als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag en de vordering de rechtbank niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, zal deze vordering worden toegewezen. De wettelijke rente zal worden toegekend vanaf 12 december 2013, het moment waarop betrokkene ontdekte dat zij heimelijk was gefilmd en de schade ook daadwerkelijk heeft kunnen ontstaan.

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van na te melden bedrag ten behoeve van genoemd slachtoffer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 36b, 36c, 36f, 57, 139f en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

 verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;

 verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1.

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben

2.

gebruik makend van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning, een afbeelding vervaardigen, meermalen gepleegd

en verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 91 dagen;

  • -

    bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 90 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de navolgende voorwaarden niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

1.

zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2.

ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3.

medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich binnen 14 dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij reclassering te Zutphen aan de Houtwal 16d (0575-582744) en zich vervolgens gedurende het reclasseringstoezicht zal blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht (meldplicht);

 stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zal meewerken aan een intake, onderzoek en indien geïndiceerd een (zeden)behandeling bij de forensische ambulante psychiatrie of soortgelijke ambulante forensische zorg en zich alsdan zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling of behandelaar zullen worden gegeven (behandelverplichting - ambulante behandeling);

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht – te weten 1 dag –, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 veroordeelt de verdachte tot de navolgende taakstraf, te weten:

een werkstraf gedurende 150 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 dagen;

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: SD-kaart, merk Samsung, registratienummer MBSS8GVCDBCA;

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] terzake de tot op heden geleden schade van een bedrag van € 1.185,95, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 december 2013, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] voornoemd, een bedrag te betalen van € 1.185,95 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 december 2013, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 22 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mr. Troost, voorzitter, mr. Van Apeldoorn en mr. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van Van Bun, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van
14 oktober 2014.

Mr. Troost voornoemd is buiten staat mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het stamproces-verbaal nr.2013 168 464 van de regiopolitie Oost Gelderland, Team Recherche Achterhoek, gedateerd 25 februari 2014, opgemaakt door de verbalisant brigadier [verbalisant 1] (voor zover niet anders is vermeld).

2 Aangifte [betrokkene] namens [slachtoffer], dossierpag.37, 38

3 Verklaring verdachte ter terechtzitting en bij de politie, doorgenummerde dossierpag. 72, 73

4 Verhoor [slachtoffer], doorgenummerde dossierpag. 49, 50, in samenhang met het proces-verbaal informatief gesprek, doorgenummerde dossierpag. 32, 33

5 Kennisgeving van inbeslagneming, doorgenummerde dossierpag. 3 en het proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde dossierpag. 56

6 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, relaas en bevindingen verbalisant [verbalisant 2], doorgenummerde dossierpag. 57, 58 en 59

7 Verklaring verdachte ter terechtzitting