Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:6310

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-08-2014
Datum publicatie
17-10-2014
Zaaknummer
224060
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art 6:212 BW ongerechtvaardigde verrijking. Getuigenbewijs slaagt niet. Stukken en getuigenverklaringen zijn niet eenduidig en in elk geval op onderdelen ongeloofwaardig. Sterke aanwijzingen dat getuigen betrokken zijn bij illegale transactie en dat het botercontract niet de werkelijk overeengekomen koopsom vermeldde, maar dat een aanzienlijk deel van de werkelijke koopsom langs een omweg zou worden afgerekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/224060 / HA ZA 11-1591

Vonnis van 13 augustus 2014

in de zaak van

de rechtspersoon naar vreemd recht

MUCOROLT HOLDINGS INC.,

gevestigd te Road Town, Tortola, Britse Maagdeneilanden,,

eiseres,

advocaat mrs. M.F. en R.S. Schouten te Zeist,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ECOVAL DAIRY TRADE B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Partijen zullen hierna Mucorolt en Ecoval genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 28 mei 2014

  • -

    de akte uitlating producties van Mucorolt.

1.2.

Daarna is weer vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Bij het tussenvonnis van 19 december 2012 heeft de rechtbank aan Mucorolt te bewijzen opgedragen feiten en omstandigheden waaruit volgt dat een rechtsgrond ontbrak aan haar betaling op of omstreeks 2010 aan Ecoval van het bedrag van USD 254.510,00.

2.2.

Ter voldoening aan deze bewijsopdracht heeft Mucorolt producties in het geding gebracht en vijf getuigen doen horen. Ecoval heeft van haar kant ook producties in het geding gebracht en één getuige in tegenverhoor doen horen. In hun conclusies beschuldigen partijen elkaar van het achterhouden en manipuleren van/met bewijsmiddelen. De rechtbank overweegt als volgt.

2.3.

Als eerste getuige heeft Mucorolt haar manager [naam 1] laten horen. In haar dagvaarding had Mucorolt gesteld dat de opdracht tot overmaking van het bedrag, waarbij bankrekeninggegevens zijn verwisseld, in haar betaalsysteem was ingevoerd door haar boekhouder, maar hierop is zij teruggekomen. Het zou niet de in de dagvaarding bedoelde boekhoudster, [naam 2], achternaam onbekend, zijn geweest maar de heer [naam 1]. Wie die boekhoudster [naam 2] is, is niet opgehelderd. [naam 1] heeft opgegeven dat de naam van de boekhouder van Mucorolt [naam 3] was. Volgens [naam 1] werkte er wel een [naam 2] bij Mucorolt, te weten [naam 2], maar dat is de algemeen directeur van dit bedrijf. Deze [naam 2] is niet als getuige gehoord, evenmin als [naam 3].

2.4.

[naam 1] verklaart, zakelijk weergegeven, dat hij van [naam 2] opdracht kreeg om de betaling uit te voeren van een partij boter, die volgens [naam 1] niet bij Ecoval maar bij Trade and Foods was gekocht. [naam 1] verklaart dat hij die opdracht zelf uitvoerde, omdat op dat moment de boekhouder van Mucorolt ziek was. [naam 1] verklaart dat hij daarbij per abuis het bedrag heeft laten overmaken naar Ecoval, waarvan de bankgegevens door die boekhouder eerder waren ingevoerd in het betaalsysteem van Mucorolt. Dat was gebeurd in opdracht van [naam 1] in het kader van een mogelijke handelsrelatie tussen beiden, waaraan geen vervolg is gegeven. [naam 1] verklaart dat hij de bankgegevens van Ecoval had gekregen van [getuige 5], de Russische handelsagent van Ecoval, met wie hij had onderhandeld over die handelsrelatie.
Nadat hij had ontdekt dat hij een vergissing had begaan heeft [naam 1], zo verklaart hij, eerst daarover gebeld met [getuige 5] en daarna met de na te noemen getuige [getuige 1] van Ecoval.
[naam 1] verklaart dat hij nooit in dienst is geweest bij Prodmilk, het bedrijf dat volgens Ecoval haar boter had gekocht en die boter moest betalen.

2.5.

Als tweede getuige aan de zijde van Mucorolt is gehoord [getuige 2], die volgens Ecoval in sociale media de bijnaam [getuige 2] voert. Deze getuige verklaart, zakelijk weergegeven, dat hij commercieel directeur bij Prodmilk is en dat hij daar in dienst is sinds begin december 2010. [getuige 2] verklaart dat hij bekend is met een overeenkomst tussen Prodmilk en Ecoval, waaronder onderhandeld was en die gesloten was toen hij nog niet werkte bij Prodmilk (de overeenkomst dateert volgens het door Ecoval overgelegde contract van 30 juli 2010, opmerking rechtbank). [getuige 2] verklaart dat, voor zover hem bekend, Mucorolt daar buiten stond. Hij kende Mucorolt niet en hij heeft van zijn collega’s niets gehoord over de betrokkenheid van Mucorolt bij die overeenkomst. Volgens [getuige 2] is de transactie met Ecoval niet doorgegaan, althans later ongedaan gemaakt omdat de boter niet kon worden ingevoerd. [getuige 2] is in december 2010 naar Ecoval toegegaan om te praten over de terugstorting van de koopsom. Het ging om circa USD 630.000,00 (zijnde het in het contract vastgelegde en door Prodmilk betaalde bedrag, opmerking rechtbank).

2.6.

Als derde getuige aan de zijde van Mucorolt is [getuige 3] gehoord. Deze getuige is commercieel directeur van Trade and Foods LLC en hij verklaart over een partij boter uit Nieuw-Zeeland die op 30 augustus 2010 door Trade and Foods aan Mucorolt is verkocht, maar door Mucorolt niet is betaald en daarom ook niet aan haar is uitgeleverd. [getuige 3] kent Ecoval niet en weet niets van een handelstransactie tussen Mucorolt en Ecoval. Hij verklaart ook niets over een mogelijke transactie tussen Prodmilk en Ecoval.

2.7.

De vierde getuige aan de zijde van Mucorolt was [getuige 4]. Het betreft de directeur van een incassobureau in Estland, dat door Mucorolt werd ingeschakeld om het aan Ecoval betaalde bedrag terug te vorderen. Nadat de jurist van Ecoval afwijzend had gereageerd omdat geen sprake zou zijn van onverschuldigde betaling maar om betaling van geleverde goederen, waarbij de naam van Prodmilk werd genoemd, heeft [getuige 4] de zaak via een ander incassobureau uit handen gegeven aan mr. Eisenmann. Dit was de Nederlandse advocaat die aan Ecoval heeft geschreven dat het geldbedrag was overgemaakt ‘on behalf of a third party’ (zie tussenvonnis 19 december 2012 onder 4.3, opmerking rechtbank). Daarbij heeft mr. Eisenmann volgens de getuige [getuige 4] een hele grote fout gemaakt, omdat daar niet had moeten staan dat de betaling was gedaan ten behoeve van een derde partij, maar gedaan had moeten worden áán een derde partij. [getuige 4] wijt dit aan een miscommunicatie omdat gecorrespondeerd werd in het Engels.

[getuige 4] verklaart verder dat hij naar aanleiding van de vermelding van Prodmilk nog contact heeft opgenomen met Prodmilk en dat hem daarbij is gezegd dat Prodmilk geen relatie had met Mucorolt. Hij heeft gesproken met mevrouw [naam 6] (zijnde de oprichter van Prodmilk, die zelf niet als getuige is gehoord, toelichting rechtbank).

2.8.

De door [naam 1] genoemde [getuige 5] is als vijfde en laatste getuige aan de zijde van Mucorolt gehoord. Omdat [getuige 5] in deze zaak een sleutelrol heeft bekleed – de overeenkomst tussen Ecoval en Prodmilk zou via hem tot stand zijn gekomen – zal de rechtbank zijn getuigenverklaring, zoals deze op schrift is gesteld en door hem is ondertekend, integraal weergeven. Hierbij licht de rechtbank toe dat het getuigenverhoor niet soepel verliep en moest worden uitgevoerd met behulp van een tolk Russisch omdat [getuige 5] geen Nederlands beheerst. De antwoorden van [getuige 5] zijn (even zoals bij de andere getuigen) in stukjes op papier gekomen. De rechter heeft telkens na de afronding van een item de antwoorden c.q. verklaring van [getuige 5] in het Nederlands gedicteerd aan de griffier, waarbij het dictaat telkens simultaan werd vertaald door de tolk. Eerst heeft de rechter zijn vragen gesteld en daarna hebben de advocaten dat gedaan. De antwoorden van [getuige 5] zijn ook in deze volgorde vastgelegd. Aan het eind is de gehele verklaring nog eens aan hem voorgelezen en simultaan vertaald. Daarna is deze ondertekend door [getuige 5].

2.9.

De verklaring van [getuige 5] luidt:

In 2009 ben ik agent geweest voor Ecoval en dat agentschap is juridisch nog niet ontbonden, maar feitelijk wel. Ik heb nu mijn eigen onderneming en ben niet meer afhankelijk van Ecoval. Ik heb een transportbedrijf en doe al lang niet meer in melkproducten. Ik heb in het verleden een schriftelijke verklaring afgegeven in deze zaak. Dat is de verklaring van 22 december 2012. Ik heb die verklaring zelf op schrift gesteld en blijf bij die verklaring. Die verklaring is helemaal juist. In het kort komt het erop neer dat ik in 2010 agent was voor Ecoval. Ik heb in dit jaar contact gehad met meneer [naam 1] van Mucorolt. Ik heb met hem gesproken over zaken doen en ik heb hem een voorbeeld contract gegeven met daarop de gegevens van Ecoval. Dit is een standaard procedure in Rusland omdat daar doorgaans met vooruitbetaling wordt gewerkt. Het betrof dus een standaard concept contract en het is uiteindelijk, voor zover ik weet, niet tot een concrete deal gekomen. Ecoval heeft niet middels mij boter verkocht aan Mucorolt.

U vraagt mij of ik Prodmilk ken. Ja ik ken Prodmilk. Met Prodmilk heb ik een soortgelijke procedure doorlopen. U vraagt mij met wie ik heb gesproken van Prodmilk. Dat was ene [getuige 2], van wie ik nu geen achternaam weet, en een vrouw, waarvan ik mij geen naam herinner, maar die kan ik wel uitzoeken. Het ging om een contract waarbij Prodmilk 250 ton. boter zou kopen, afkomstig uit Amerika. Dat was omstreeks september/oktober. Ik weet niet meer wat die prijs voor die boter zou zijn. U vraagt mij of ik er weet van heb dat de prijs mogelijk via twee verschillende kanalen betaald moest worden, te weten voor een gedeelte rechtstreeks en voor een ander gedeelte via een omweg. Daar weet ik niks van. Ik was slechts tussenpersoon en over dat soort dingen ging ik niet. Gebruikelijk was de gang van zaken dat ik met Nijmegen belde en dat ik dan vanuit Nijmegen kreeg te horen of betaald was. Pas daarna kreeg ik mijn betaling, dit wil zeggen mijn provisie. Ik werkte voor Ecoval op basis van een vast salaris van €1.500. per maand, zij het dat ik in al die tijd maar één keer ben betaald voor drie maanden salaris dat was eind 2009. Daarnaast zou ik provisie ontvangen over de via mijn gerealiseerde transacties. Ik zou iets van ongeveer een 0,5% van de contractswaarde ontvangen. Hoeveel precies weet ik nu niet, dat moet ik nazoeken. Ik heb een groot contract tot stand gebracht. Dat was met Unimilk, het op een na grootste melkproductiebedrijf in Rusland. Voor deze grote deal heb ik niet betaald gekregen van Ecoval. Wel heb ik provisie ontvangen over een veel kleiner contract. Dat was een contract met Boris & Pavel, een klein bedrijf in Petersburg. Hier was mijn provisie niet erg veel.

Hoe het afgelopen is met het contract met Prodmilk weet ik niet. Ik weet dus niet of die transactie ooit tot stand is gekomen. Ik heb zelf in ieder geval nooit provisie ontvangen voor die transactie. Daaruit leid ik af dat die transactie niet is doorgegaan. Ik heb überhaupt geen betalingen meer ontvangen van Ecoval. Dat had te maken met een directiewisseling bij Ecoval. De nieuwe directie leek niet geïnteresseerd in deals met Rusland via mij.

Ik weet dus niet of die deal tussen Ecoval en Mucorolt is doorgegaan. Ik heb daarvoor niet betaald gekregen. Wel werd ik op zeker moment gebeld door [naam 1]. Hij was erg bezorgd. Hij zei tegen mij dat hij een fout had gemaakt en dat hij geld had overgemaakt naar Ecoval, terwijl Mucorolt geen boter had gekocht. Ik heb toen tegen [naam 1] gezegd dat hij daarover moest overleggen met Nijmegen, omdat ik niet over de betalingen ging.

U vraagt mij nader naar mijn relatie met Prodmilk. Ik heb alleen die ene deal met Prodmilk tot stand gebracht, waarvoor ik niet betaald werd, en verder nooit meer met Prodmilk van doen gehad. Ik heb geen andere deals met Prodmilk tot stand gebracht en ik heb ook niet zelf voor Prodmilk gewerkt. Ik werkte alleen voor mijzelf.

Op vragen van mr. Schouten:

Via mij is niet overeengekomen dat Mucorolt een deel van de schuld van Prodmilk zou betalen. Zoals gezegd weet ik niets van betalingen en daar bemoeide ik mij niet mee. Ik heb wel eens swift berichten van Ecoval ontvangen. Ik deed namelijk navraag bij Ecoval over betalingen en dan ontving ik wel eens zo een swift bericht. Ik heb zelf geen swift berichten aan Ecoval gestuurd. Ik ontving ze wel.

In 2010 gebruikte ik meerdere e-mail adressen. U toont mij productie negen van Ecoval. Dit betreft de e-mail van 10 september 2010. Deze e-mail is door mij verzonden aan [getuige 1]. Het betrof een e-mail van een gmail afzender van Ecoval, die ik niet begreep, en die heb ik doorgestuurd met Fwd: !!!!!! aan [getuige 1]. Die uitroeptekens, daar bedoelde ik mee dat ik dit bericht niet begreep. Ik zag namelijk in dat bericht geen namen van mijn cliënten staan. Daarom heb ik dat bericht doorgestuurd naar [getuige 1] om nadere informatie te krijgen. U vraagt mij wie in Russische letters swift heeft getypt op die mail. Dat weet ik niet. Ik heb geen reactie van [getuige 1] gekregen . Dit was in de periode dat onze relatie verslechterde en dat ik geld eiste, maar niet kreeg.

Mijn andere zakelijke e-mail adressen in die periode waren: [e-mailadres].

U toont mij productie 10b van Mucorolt. Dat is mijn businesscard. U toont mij productie 10d van Mucorolt. Dat is de concept overeenkomst die ik aan Mucorolt heb toegestuurd. Uit de verzendgegevens in de kop volgt dat ik dit heb toe gefaxt op 10 augustus 2010. Op de laatste pagina staan de adres- en bankgegevens van Ecoval.

Ongeveer twee weken geleden ben ik gebeld door Serge [getuige 1]. Hij vroeg mij of ik van plan was om naar dit getuigenverhoor te gaan en hij zei tegen mij dat ik eigenlijk nog aanspraak had op betaling. Ik vond dit een merkwaardig telefoontje.

Op vragen van mr. S.M. Oude Alink:

U vraagt mij nader na aanleiding van productie negen waarom ik de swift gegevens van Glacio en Mucorolt aan Ecoval heb toegestuurd. Mijn antwoord is dat ik die gegevens van Ecoval had ontvangen en dat ik dat niet begreep. Ik had die gegevens van Ecoval ontvangen van het email adres [e-mailadres]. Dit was niet mijn persoonlijke Ecoval adres, maar dit gmail adres was toegankelijk voor veel meer mensen van Ecoval. Het was een algemeen e-mail adres. U vraagt mij of die swift gegevens betrekking hebben op de aankoop van boter. Dat weet ik niet. Ik heb die gegevens doorgestuurd omdat de namen van de klanten mij niet bekend voorkwamen en ik niet begreep waarop die swift gegevens betrekking hadden. Ik leg dit nader uit. Mijn relatie met Ecoval was op dat moment aan het verslechteren. Ik kreeg swift gegevens van twee bedrijven. De naam van het ene bedrijf, Glacio, zei mij niets. De naam van het andere bedrijf natuurlijk wel. Dat was Mucorolt. Voor zover mij op dat moment bekend was, was mijn transactie met Mucorolt niet doorgegaan. Ik dacht toen, toen ik die swift gegevens ontving, dat Ecoval misschien achter mijn rug om alsnog zaken had gedaan met Mucorolt en hierover wilde ik uitleg.

[getuige 2] ken ik niet. De [getuige 2] van Prodmilk, waar ik het over had, heet geen [naam 4]. Ik ken velen mensen met de naam [naam 5]. Zo heette mijn klasgenoot. Ik kan mij niet herinneren dat ik zaken heb gedaan met iemand met de naam [naam 5]. Ik heb ook een visitekaartje van Mucorolt . Dat heb ik gekregen van [naam 1] op een beurs in Moskou.

2.10.

De rechtbank vat samen dat [getuige 5] bevestigt dat hij in de zomer/herfst van 2010, toen hij nog agent was van Ecoval, in het kader van een mogelijke botertransactie een voorbeeld contract met de gegevens van Ecoval aan [naam 1] van Mucorolt heeft toegestuurd. [getuige 5] verklaart dat hij omstreeks september/oktober 2010 een soortgelijke procedure heeft doorlopen met Prodmilk in de personen van ene [getuige 2] en een vrouw, waarvan hij geen achternamen kan noemen. Dit ging over tonnen boter.

2.11.

[getuige 5]’s verklaring laat zich verder moeilijk duiden. Op de vraag of en welke transacties zijn doorgegaan verklaart hij eerst dat het, voor zover hij weet, niet tot een concrete deal met Mucorolt is gekomen, maar verderop verklaart hij dat hij niet weet of de deal tussen Ecoval en Mucorolt is doorgegaan. Ten aanzien van Prodmilk verklaart hij eerst dat hij niet weet hoe het is afgelopen met het contract met Prodmilk, maar verderop verklaart hij dat hij wel die ene deal met Prodmilk tot stand heeft gebracht, zij het dat hij daarvoor niet werd betaald.
Voorts is [getuige 5], nadat hij eerst had ontkend dat hij ooit swift-berichten aan Ecoval heeft gestuurd, de door hemzelf verzonden e-mail van 10 september 2010 getoond (productie E-9). Daarbij stuurt hij aan [getuige 1] de swiftberichten toe aangaande de betalingen van USD 254.510,00 door Mucorolt en van USD 262.810,00 door Glacio Ltd. In de aanhef bij ‘Subject’ plaatst hij ‘Fwd: !!!!!!’.

Op de vraag wat hij bedoelde met die uitroeptekens, antwoordt [getuige 5] eerst dat hij daarmee bedoelde dat hij dit bericht niet begreep, omdat hij in dat bericht geen namen van zijn cliënten zag staan. Deze uitleg kwam nogal ongeloofwaardig over. Het is niet onaannemelijk dat [getuige 5] Glacio Ltd niet kende, maar dat geldt niet voor Mucorolt Holding Inc., de bij de betaling van USD 254.510,00 genoemde klant. [getuige 5] heeft immers verklaard en uit de stukken blijkt, dat hij in de maanden die aan deze mail voorafgingen uitvoerig en verschillende keren met [naam 1] van Mucorolt had gesproken over een botertransactie en dat hij kort voor dat mailtje aan [naam 1] een voorbeeldcontract en een power of attorney had toegestuurd. Dat [getuige 5] geen van beide klantennamen herkende, was dan ook niet geloofwaardig. Veeleer lijkt het geval dat [getuige 5] uit de in zijn bezit gekomen swiftgegevens opmaakte dat met Mucorolt minst genomen een transactie ter waarde van USD 254.510,00 tot stand was gekomen en dat hij met zijn uitroeptekens onder de aandacht van [getuige 1] wilde brengen dat hij aanspraak maakte op de aan hem toekomende provisie. De advocaat van Ecoval heeft hier dan ook indringend op doorgevraagd en uiteindelijk heeft [getuige 5] dit wel min of meer toegegeven.

2.12.

In de contra-enquête heeft Ecoval de eerder genoemde [getuige 1] laten horen. [getuige 1] is handelaar/manager bij Ecoval. [getuige 1] bevestigt als getuige de lezing van Ecoval. Hij verklaart dat de prijs 4.500 USD per ton voor 300 ton boter was en dat op verzoek van- of namens Prodmilk de facturen gesplitst werden. Er moest een factuur van 2.100 USD per ton voor de afnemer in Rusland komen en een factuur van 2.400 USD per ton voor een bedrijf buiten Rusland. [getuige 1] verklaart dat dit heeft afgesproken met ene [getuige 2], die optrad voor Prodmilk. Uit latere mailwisseling maakte [getuige 1] op dat deze persoon [getuige 2] heette. [getuige 1] heeft ook over de transactie gesproken met [naam 6] en met [getuige 5]. [getuige 1] verklaart dat hij nooit contact heeft gehad met [naam 1].

[getuige 1] verklaart voorts dat hij tijdens dit geding in december 2013 een Russische website heeft bezocht waar verschillende bedrijven advertenties en hun gegevens kunnen plaatsen. Daar stond [naam 1] volgens [getuige 1] genoemd als de contactpersoon van Prodmilk, hetgeen wordt bevestigd met de door Ecoval overgelegde afdrukken van www.product.ru (productie E-24, prints van 23 april 2013 en 16 december 2013). Bij een later bezoek bleek de naam van [naam 1] verwijderd te zijn, aldus [getuige 1].

2.13.

Ecoval heeft voorts een printscreen overgelegd van een andere website, de Russische zoekmachine yandex.ru (productie E-25), waarop in 2012 achter de naam van [naam 1] stond opgegeven dat hij directeur van de afdeling verkoop van Prodmilk is. Mucorolt bestrijdt dat [naam 1] connecties heeft of had met Prodmilk en Mucorolt beschuldigt Ecoval ervan dat zij die data heeft gemanipuleerd.

2.14.

De rechtbank begrijpt dat het lastig is om tegenbewijs te leveren tegen een door de wederpartij gestelde overeenkomst c.q. betalingsafspraak tussen die wederpartij en een derde partij, die ‘om fiscale redenen’ niet schriftelijk is vastgelegd. Dan lijkt immers sprake te zijn van een transactie waarbij geprobeerd wordt om belastingen te ontduiken. Ecoval heeft toegelicht, zulks aan de hand van een schriftelijke verklaring van iemand die daarmee regelmatig wordt geconfronteerd, dat het in Rusland bij de internationale handel in zuivelproducten geregeld voorkomt dat in het koopcontract op papier een lagere inkoopprijs wordt vastgelegd dan in werkelijkheid is overeengekomen. Met dat contract in de hand wordt geprobeerd om zo min mogelijk invoerrechten te betalen. Anderzijds komt ook voor dat juist een hogere inkoopprijs op schrift wordt gesteld. Daarmee kan de winstbelasting worden beperkt. Dan is er uiteraard nog een verschil tussen de op schrift gestelde prijs en de in werkelijkheid tussen de handelspartners overeengekomen prijs. Dat verschil moet op de een of andere wijze worden afgerekend en Ecoval stelt dat dat veelal gebeurt via Russische betalingsvehikels die gevestigd zijn in het buitenland, in het bijzonder veelal op de Cariben.

De rechtbank overweegt dat voor zich spreekt dat de personen die bij een dergelijke illegale transactie zijn betrokken niet gauw het achterste van hun tong zullen laten zien en zullen toegeven en schriftelijk laten vastleggen dat en op welke wijze zij aan een dergelijke illegale transactie hebben meegewerkt. Dit brengt mee dat, indien sterke aanwijzingen bestaan dat sprake is van een degelijke transactie, de getuigenverklaringen van de natuurlijke personen, die daarbij betrokken zijn, kritisch moeten worden gelezen.

2.15.

Dergelijke sterke aanwijzingen bestaan in dit geval. Niet alleen heeft de getuige [getuige 1] van Ecoval met zoveel woorden bevestigd dat hij met [getuige 2] had afgesproken dat de facturen gesplitst zouden worden (2.100 USD per ton voor de afnemer in Rusland en 2.400 USD per ton voor een bedrijf buiten Rusland), maar daarnaast is bij de bewijslevering van de zijde van Mucorolt niet weerlegd dat de in het schriftelijke koopcontract met Prodmilk van 30 juli 2010 opgenomen koopprijs van USD 2.100,00 per ton boter ver onder de destijds geldende wereldmarktprijs van ongeveer USD 4.200,00 per ton lag, hetgeen Ecoval heeft gesteld en geadstrueerd met een overzicht van het Productschap Zuivel. Ook is van de zijde van Mucorolt bij de bewijslevering geen verklaring geleverd voor de door Ecoval overgelegde e-mail van de algemeen directeur van Prodmilk, [naam 6], van 20 december 2010, waarin zij melding maakt van een ‘official part of payment 630 000’, ‘You do acknowledge that $ 4500/mt was paid’ en ‘return 630. The rest already we will solve then’.

Dit een en ander maakt zeer aannemelijk dat het botercontract met Prodmilk niet de in werkelijkheid overeengekomen koopsom vermeldde en dat een zeer aanzienlijk deel van de werkelijke koopsom langs een omweg zou worden afgerekend.

2.16.

[getuige 1] geeft zijn aandeel dus wel toe, maar dat geldt niet voor de gehoorde medewerker van Prodmilk, noch die van Mucorolt.

Door Ecoval wordt volgehouden, ook door haar getuige [getuige 1], dat de fiscaal bedenkelijke prijs- en betalingsconstructie van de zijde van Prodmilk werd bedongen door ene [getuige 2], die zich in mailverkeer bediende van de naam [getuige 2] en die volgens Ecoval dezelfde persoon is als de getuige [getuige 2]. Ook [getuige 5] verklaart dat hij omstreeks september/oktober 2010 met een [getuige 2] van Prodmilk heeft gesproken over de koop van Amerikaanse boter.

[getuige 2] verklaart echter als getuige dat hij pas later, in december 2010, in dienst kwam van Prodmilk en deze getuige verklaart daarmee dat hijzelf niet betrokken kan zijn geweest bij de (illegale) transactie en daarover niet kan hebben gesproken met [getuige 1] en [getuige 5] in de door hen genoemde maanden, terwijl volgens [getuige 2] destijds geen andere [getuige 2] bij Prodmilk werkte. Ecoval heeft niets aan zijn raadselachtige getuigenverklaring, maar Mucorolt ook niet.

Wie dan wel (of tevens) van de zijde van Prodmilk zou hebben onderhandeld over betaling van een deel van de koopprijs via een ander kanaal, is volstrekt onduidelijk gebleven. Mucorolt heeft (overigens net zoals Ecoval) de persoon, die [getuige 1] noemt als zijn andere contactpersoon, [naam 6], buiten schot gelaten en niet als getuige opgeroepen. [naam 6] is de algemeen directeur van Prodmilk

2.17.

Wel is gehoord de voormalige agent van Ecoval, [getuige 5] - die aanvankelijk door Ecoval werd aangeduid als een agent van Prodmilk - die volgens [getuige 1] ook van de hoed en de rand zou moeten weten, maar deze persoon draagt Ecoval geen goed hart toe en legt voor haar geen gunstige getuigenverklaring af, waarbij wel moet worden vastgesteld dat [getuige 5] niet erg geloofwaardig overkwam. De rechtbank verwijst naar wat zij hierboven heeft overwogen. [getuige 5] lijkt zo zijn eigen redenen te hebben om Ecoval niet ter wille te zijn, maar met zijn geschipper helpt hij Mucorolt ook niet. [getuige 5] weerlegt niet dat onderhandeld is over een splitsing van de geldstromen. Hij zegt slechts dat hij daarvan geen weet heeft.

2.18.

De rechtbank overweegt dat op grond van het voorgaande dus wel kan worden aangenomen, en door Mucorolt bij de bewijslevering niet is weerlegd, dat Ecoval met Prodmilk was overeengekomen dat een groot deel van de koopsom via een rekening of bedrijf buiten Rusland zou worden betaald, maar daarmee is nog geen link gelegd met Mucorolt. Feit is dat Mucorolt op de Cariben is gevestigd en dat zij voor een partij boter heeft betaald vanaf een Amerikaanse rekening, terwijl Mucorolt overigens een puur Rusische onderneming lijkt te zijn (volgens [naam 1] hebben alle activiteiten plaats in Rusland). Dit maakt echter nog niet dat aangenomen kan worden dat Mucorolt een van de door Prodmilk bedoelde buitenlandse tussenschakels was.

2.19.

Van Prodmilk is alleen genoemde [getuige 2] gehoord. Zijn getuigenverklaring voegt in deze kwestie echter niets toe aan de waarheidsvinding. Aan zijn verklaring dat hij Mucorolt voorheen niet kende, hecht de rechtbank geen betekenis.

2.20.

Van Mucorolt is ook slechts één medewerker gehoord, de heer [naam 1]. Wat precies de connecties waren tussen [naam 1] (van Mucorolt) en Prodmilk, is daarbij niet duidelijk geworden. [naam 1] heeft weliswaar als getuige ontkend dat hij banden had met Prodmilk, maar de internetpagina’s die Ecoval heeft overgelegd wijzen op het tegendeel. Hoewel niet valt uit te sluiten dat die internetpagina’s niet de werkelijkheid weergeven, heeft de rechtbank geen valide redenen om eraan te twijfelen dat (de secretaresse van) de advocaat van Ecoval die data zo op het internet heeft aangetroffen.

[naam 1] heeft voorts bij het getuigenverhoor geen openheid willen geven over de identiteit van de verschillende handelscontacten van Mucorolt. [naam 1] beriep zich erop dat hij een geheimhoudingsbeding had getekend. [naam 1] ontkent dus ook niet dat Prodmilk een handelscontact van Mucorolt is of is geweest.

Verder beweert [naam 1] dat hij over de foutieve overmaking heeft getelefoneerd met [getuige 1], maar [getuige 1] ontkent dit.

Dit een en ander geeft wel redenen om vraagtekens te zetten bij de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring van [naam 1].

2.21.

Voorts overweegt de rechtbank dat zij geen redenen heeft om te twijfelen aan de waarachtigheid van de getuigenverklaring van [getuige 3], met dien verstande dat zijn uitleg over de samenstelling van het factuurnummer van Trade and Foods niet zonneklaar is. [getuige 3] verklaart dat van dit nummer, 100902/01, de 10 voor 2010 staat, 09 voor september en 02 voor de dag van september en dat /01 aanduidt dat het de eerste factuur van die dag was. De factuur is volgens het overgelegde document echter niet gedateerd op 2 september 2010, maar op 1 september 2010. Wat daar verder van zij, de rechtbank acht op zichzelf niet onaannemelijk dat Mucorolt destijds een (kleinere) partij Nieuw-Zeelandse boter heeft gekocht bij Trade and Foods - ogenschijnlijk voor een hogere prijs dan de wereldmarktprijs - maar dit sluit geenszins uit dat deze transactie een dekkingskoop betrof voor een deel van de Amerikaanse boter, die niet kon worden ingevoerd, dan wel daar helemaal los van stond en dat Mucorolt eerst en/of daarnaast met Prodmilk was overeengekomen dat via haar een deelbetaling zou worden gedaan op de door Prodmilk van Ecoval gekochte Amerikaanse boter.

2.22.

Ten slotte ligt daar de getuigenverklaring van [getuige 4], die verklaart dat mr. Eisenmann een grote fout heeft gemaakt in zijn brief aan Ecoval van juli 2011. [getuige 4] is zelf niet betrokken geweest bij de transactie en verwoordt, naar de rechtbank aanneemt, het standpunt van Mucorolt. Hij verklaart dat hij contact heeft opgenomen met Prodmilk en dat [naam 6] van Prodmilk tegen hem heeft gezegd dat Prodmilk geen relatie had met Mucorolt.

2.23.

Wat hier van zij, Mucorolt heeft ervan afgezien niet alleen om die [naam 6] zelf als getuige te horen maar in bijzonder ook om mr. Eisenmann als getuige voor te brengen. Daarmee is onduidelijk gebleven op wiens instructies en op basis van welke gegevens mr. Eisenmann als advocaat namens Mucorolt aan Ecoval heeft geschreven dat Mucorolt de betaling had gedaan ten behoeve van een derde partij, hetgeen Ecoval heeft opgevat en in de omstandigheden van het geval heeft mogen opvatten als ten behoeve van Prodmilk en waarin Ecoval niet heeft gelezen en niet heeft hoeven lezen dat de betaling gedaan had moeten aan een derde partij, in het bijzonder Trade and Foods. De naam van Trade and Foods wordt helemaal niet genoemd in de brief van mr. Eisenmann van 14 juli 2011.

Mr. Eisenmann geeft een andere reden op, waarom het bedrag zou moeten worden terugbetaald, en die reden was: ‘because the goods for which the money was transferred (on behalf of a third party) were never delivered’, hetgeen in verband kon worden gebracht met het gegeven dat de boter niet in Rusland kon worden ingevoerd.

De omstandigheid dat mr. Eisenmann later, nadat Ecoval zich bij haar conclusie van antwoord op die brief had beroepen, aan de huidige advocaten van Mucorolt heeft geschreven dat hij iets anders bedoelde te schrijven en dat hij, toen hij werd uitgenodigd voor het getuigenverhoor, aan die advocaten heeft laten weten dat hij zich beroept op zijn verschoningsrecht en dat hij daarom niet zal verschijnen, laat onverlet dat hij die brief destijds heeft geschreven, dat die brief nadere uitleg behoeft en dat voor rekening en risico van Mucorolt komt dat die nadere uitleg niet onder ede is gegeven.

2.24.

De slotsom is de volgende. De rechtbank is niet goed in staat om vast te stellen wat de werkelijke toedracht is geweest. De stukken en de getuigenverklaringen zijn niet eenduidig en in elk geval op onderdelen ook niet erg geloofwaardig. Het kan goed zijn dat Prodmilk en Mucorolt nauw verbonden zijn en dat Prodmilk, omdat nu eenmaal de boter niet ter plaatste is afgeleverd, via Mucorolt probeert om het gedeelte van de koopsom dat via Mucorolt is betaald terug te krijgen, maar het kan ook heel anders liggen en evengoed is mogelijk dat Mucorolt niets met Prodmilk te maken heeft.

Feit is echter dat Mucorolt nu eenmaal is belast met het bewijs dat zij onverschuldigd heeft betaald en/of dat Ecoval met die betaling ongerechtvaardigd is verrijkt. In deze zaak is daarover te veel twijfel gerezen om Mucorolt geslaagd te kunnen achten in het bewijs dat zij moest leveren. Dit leidt ertoe dat haar vorderingen moeten worden afgewezen.

2.25.

De rechtbank zal voorts Mucorolt als de uiteindelijk in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten. Het gaat nu alleen nog om de kosten van de hoofdzaak. Over de kosten van de incidenten is reeds beslist.

De kosten aan de zijde van Ecoval worden begroot op:

- griffierecht € 3.529,00

- getuigenkosten (tolk) 635,25

- salaris advocaat 10.000,00 (5,0 punten × tarief € 2.000,00)

Totaal € 14.164,25

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

wijst de vorderingen af,

3.2.

veroordeelt Mucorolt in de proceskosten, aan de zijde van Ecoval tot op heden begroot op € 14.164,25,

3.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2014.