Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:6308

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-08-2014
Datum publicatie
07-10-2014
Zaaknummer
05/980515-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Belastingfraude. Bij het bepalen van de strafmaat neemt de rechtbank het fiscale benadelingsbedrag, oftewel het beoogde fiscale nadeel, als uitgangspunt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/980515-10

Datum zitting : 6 juni 2013, 24 april 2014 en 14 augustus 2014

Datum uitspraak : 28 augustus 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres 1]

plaats : [woonplaats]

raadsman : mr. F. Visser, Hilhorst Advocaten, advocaat te Utrecht.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

[naam BV 1] BV op of omstreeks 12 of 19 februari 2009, althans in de maand februari 2009, te Westervoort en/of te Almere en/of te Zwolle en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of een of meer natuurlijke personen, althans alleen, opzettelijk als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een aangifte voor de omzetbelasting over de periode 1 november 2008 tot en met 31 januari 2009 of over de maand januari 2009, onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen/Belastingdienst Randmeren/kantoor Almere en/of Zwolle, terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan, dat in de (digitale) aangifte over die periode of die maand een (te hoog) bedrag aan

voorbelasting en/of ten onrechte een terug te betalen bedrag of een te hoog terug te betalen bedrag werd vermeld,

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen en/of met een of meer andere rechtspersonen tot bovenomschreven strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging.

2.

[naam BV 1] BV op een of meer verschillende tijdstippen in de periode 01 mei 2009 tot en met 30 juni 2009 te Arnhem en/of te Westervoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een of meer natuurlijke personen, althans alleen, na te noemen of een of meer van na te noemen (kopie-)facturen, te weten:

a. a) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd aan [naam BV 2] BV, gedateerd 7 mei 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van hovenierswerkzaamheden, met een factuurbedrag van Euro 11.237,46 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-23-01, doorgenummerde bladzijde 1383)

en/of

b) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd aan [naam BV 2] BV, gedateerd 11 mei 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van verf en/of schilderswerkzaamheden, met een factuurbedrag van Euro 29.892,80 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-23-02, doorgenummerde bladzijde 1385)

en/of

c) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd aan [naam BV 2] BV, gedateerd 14 mei 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van bouwmaterialen en/of bouwwerkzaamheden, met een factuurbedrag van Euro 43.845,55 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-23-03, doorgenummerde bladzijde 1387)

en/of

d) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd aan [naam BV 2] BV, gedateerd 26 mei 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van bouwmaterialen, bouw- en/of installatiewerkzaamheden, met een factuurbedrag van Euro 33.801,95 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-23-04, doorgenummerde bladzijde 1389)

en/of

e) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd aan [naam BV 2] BV, gedateerd 10 juni 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van (kantoor-)meubelen en/of inrichtingswerkzaamheden van werkplekken, met een factuurbedrag van Euro 31.017,35 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-24-01, doorgenummerde bladzijde 1392)

en/of

f) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd aan [naam BV 2] BV, gedateerd 18 juni 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van hovenierswerkzaamheden, met een factuurbedrag van Euro 8.001,97 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-24-02, doorgenummerde bladzijde 1394)

en/of

g) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd [naam BV 3] BV, gedateerd 25 mei 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop fotografiewerkzaamheden in opdracht van [naam site] en/of (inbegrepen) internetwerkzaamheden, met een factuurbedrag van Euro 4.248,30 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-13-02, doorgenummerde bladzijde 1206)

en/of

h) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd [naam BV 3] BV, gedateerd 28 mei 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop commissiewerkzaamheden, met een factuurbedrag van Euro 86.483,25 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-13-03, doorgenummerde bladzijde 1208)

en/of

i. i) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd [naam BV 3] BV, gedateerd 12 juni 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van fotografiewerkzaamheden in opdracht van [naam site] en/of (inbegrepen) internetwerkzaamheden, met een factuurbedrag van Euro 47.793,38 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-14-04, doorgenummerde bladzijde 1271)

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -,

(telkens) valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die facturen/factuur als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken (telkens) hierin bestaan, dat genoemde facturen/factuur (telkens) geheel fictief waren/was en/of waren die facturen telkens voorzien van een BTW-nummer van een andere onderneming dan van [naam BV 1] BV zelf en/of hierin:

1) dat die levering(en) en/of verko(o)p(en) van hovenierswerkzaamheden genoemd in bovengenoemde facturen/factuur onder sub a en/of sub f (telkens) in werkelijkheid niet hebben/heeft plaatsgevonden;

en/of

2) dat die levering en/of verkoop van verf en/of schilderwerkzaamheden genoemde in de factuur onder sub b in werkelijkheid niet heeft plaatsgevonden, althans dat die levering en/of verkoop voor een lager bedrag heeft plaatsgevonden door [naam VOF] VOF;
en/of
3) dat die levering(en) en/of verko(o)p(en) van bouwmaterialen en/of bouwwerkzaamheden en/of installatiewerkzaamheden genoemd in de facturen/factuur genoemd onder sub c en/of sub d (telkens) in werkelijkheid niet hebben/heeft plaatsgevonden;

en/of

4) dat die levering en/of verkoop van (kantoor-)meubelen en/of inrichtingswerkzaamheden van werkplekken genoemd in de factuur onder sub e in werkelijkheid niet heeft plaatsgevonden;

en/of

5) dat die levering(en) en/of verko(o)p(en) van fotografiewerkzaamheden in opdracht van [naam site] en/of (inbegrepen) internetwerkzaamheden genoemd in de facturen/factuur onder sub g en/of sub i (telkens) in werkelijkheid niet hebben/heeft plaatsgevonden;

en/of

6) dat die levering en/of verkoop van commissiewerkzaamheden genoemd in de factuur onder sub h in werkelijkheid niet heeft plaatsgevonden;

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen en/of met een of meer andere rechtspersonen tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en).

3.

[naam BV 4] BV op een of meer veschillende tijdstippen in de periode 01 mei 2009 tot en met 30 juni 2009 te Arnhem en/of te Westervoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere rechtspersonen en/of met een of meer natuurlijke personen, althans alleen, na te noemen of een of meer van na te noemen (kopie-) facturen, te weten:

a. a) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 4] BV en geadresseerd aan [naam BV 5], gedateerd 12 mei 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van promotiewerkzaamheden en/of grafische dienstverlening, met een factuurbedrag van Euro 20.503,70 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-18-01-10, doorgenummerde bladzijde 1294)

en/of

b) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 4] BV en geadresseerd aan [naam BV 5], gedateerd 2 juni 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van promotiewerkzaamheden en/of grafische dienstverlening, met een factuurbedrag van Euro 26.899,95 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-18-01-26, doorgenummerde bladzijde 1313)

en/of

c) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 4] BV en geadresseerd aan [naam BV 5], gedateerd 16 juni 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van promotiewerkzaamheden en/of grafische dienstverlening, met een factuurbedrag van Euro 23.020,55 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-18-01-35, doorgenummerde bladzijde 1338)

en/of

d) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 4] BV en geadresseerd aan [naam BV 5], gedateerd 29 juni 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van promotiewerkzaamheden en/of grafische dienstverlening, met een factuurbedrag van Euro 26.888,05 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-18-36-01, doorgenummerde bladzijde 1346)

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -,

(telkens) valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die facturen/factuur als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken (telkens) hierin bestaan, dat genoemde facturen/factuur (telkens) geheel fictief waren/was en/of hierin dat die levering(en) en/of verko(o)p(en) van promotiewerkzaamheden en/of grafische dienstverlening genoemd in bovengenoemde facturen/factuur(telkens) in werkelijkheid niet hebben/heeft plaatsgevonden,

zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer anderen en/of met een of meer andere rechtspersonen tot bovenomschreven strafbare feiten/strafbaar feit opdracht heeft gegeven dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en).

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 14 augustus 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. F. Visser, Hilhorst Advocaten, advocaat te Utrecht.

De officier van justitie, mr. H.M. Pluimers heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs1

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In februari 2009 was verdachte bestuurder van [naam BV 1] B.V.2 Verdachte heeft voor [naam BV 1] B.V. aangifte voor de omzetbelasting (hierna: aangifte) over de periode van 1 november 2008 tot en met 31 januari 2009 gedaan.3 Deze aangifte is ondertekend door verdachte op 12 februari 2009 in Arnhem en op 19 februari 2009 bij de Belastingdienst in Zwolle binnengekomen.4 In de aangifte wordt een bedrag van € 283.540,- aan voorbelasting teruggevraagd.5

Ter onderbouwing van de teruggevraagde voorbelasting heeft verdachte onder meer een factuur gedateerd 18 december 2008 van [bedrijfsnaam 1] aan [naam BV 1] B.V. overgelegd waarin een bedrag van € 1.725.500,- (inclusief € 275.500,- BTW) aan commissie in rekening wordt gebracht.6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit1 nu de door verdachte overgelegde en aan de aangifte in hoofdzaak ten grondslag liggende commissiefactuur een valse factuur is, dan wel niet een factuur is waaraan qua aard en omvang reële diensten ten grondslag liggen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogt dat verdachte geen opzet heeft gehad op het doen van een onjuiste aangifte. Hij had van medeverdachte [medeverdachte] gehoord dat de Belastingdienst de constructie had goedgekeurd. Verdachte heeft vanuit dat vertrouwen gehandeld.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat hij middels [naam BV 1] B.V. een pand wilde aankopen in Duitsland en dat hij was getipt door de heer [betrokkene bedrijfsnaam] van [bedrijfsnaam 1].7 Ten tijde van het opmaken van de factuur was Stichting administratiekantoor camping [naam camping] bestuurder van [bedrijfsnaam 1] B.V. en was [bedrijfsnaam 2] voorzitter van Stichting administratiekantoor camping [naam camping].8 [betrokkene bedrijfsnaam] heeft verklaard dat hij aandelen had in [bedrijfsnaam 2]9 [betrokkene bedrijfsnaam] heeft met betrekking tot commissiefacturen verklaard dat het pro forma facturen zijn, met de bedoeling ze mee te kunnen financieren. Als de financiering niet kwam, dan werd de factuur niet betaald omdat er geen overname was.10

Gelijk met de door verdachte ter staving van de belastingaangifte overgelegde factuur heeft verdachte aan de Belastingdienst een commissieovereenkomst, en stukken, waaronder een taxatierapport, met betrekking tot het te koop staande pand aan de [adres 2] overgelegd.11

Naar het oordeel van de rechtbank is de commissiefactuur een valse factuur en wel om de volgende reden:

  • -

    In de commissieovereenkomst staat dat de door [naam BV 1] B.V. verschuldigde commissie wordt verrekend met een hypothecaire inschrijving ‘op de in de bijlage genoemde objecten’. Een bijlage ontbreekt zodat niet blijkt op welk pand de overeenkomst betrekking heeft . Evenmin blijkt hoe hoog de commissie is en/of hoe de hoogte van de commissie wordt bepaald. De commissieovereenkomst is tot slot ongedateerd.

  • -

    Uit een zich tussen de door verdachte aan de Belastingdienst overgelegde stukken bevindende brief van 3 februari 2009 van [bedrijfsnaam 3],12 wordt verwezen naar een e-mail van verdachte van 24 februari 2009 en wordt verwezen naar de veiling van het onroerend goed in Hamm-Heesen op 4 maart 2009. Dit terwijl de commissiefactuur dateert van 18 december 2012 en de BTW op de factuur op 12 februari 2009, te weten nog voor de veiling, als voorbelasting is opgegeven.

 Uit de door verdachte overgelegde stukken blijkt niet dat aankoop van het bewuste pand op enig moment daadwerkelijk is beoogd en/of in gang is gezet. Niet blijkt dat is geboden op de veiling, niet blijkt dat financiering mogelijk was, terwijl financiering naar het oordeel van de rechtbank, reeds gelet op de hoogte van de commissienota, niet vanzelfsprekend mogelijk was, in het bijzonder niet gelet op de getaxeerde waarde van € 7.300.000,-13 en in het licht van verdachtes verklaring dat hij met Link Investments B.V. niets heeft verdiend14 hetgeen lijkt te worden bevestigd nu van enig vermogen binnen [naam BV 1] B.V. niet is gebleken.

 Verdachte heeft verklaard op voorhand een koper te hebben gehad voor het pand, zonder een koper met naam en toenaam te noemen of anderszins zijn verklaring concreet te maken.15

 De in rekening gebrachte commissie bedraagt € 1.725.500,-. Dit is 23,64% van de taxatiewaarde. In het licht van de datum van het taxatierapport, te weten 16 augustus 2006, waaruit kan worden afgeleid dat het pand al langer te koop stond en niet zo courant was, en gelet op verdachtes verklaring dat [naam BV 1] € 2.000.000 had geboden,16 in welk geval de commissie 86,28% van de gestelde beoogde aankoopwaarde bedroeg, is sprake van een ogenschijnlijk buitenproportioneel hoog percentage aan verschuldigde commissie. Nu gesteld noch gebleken is dat werkzaamheden van enige substantie ten grondslag lagen aan de verschuldigdheid van de commissie, is de rechtbank van oordeel dat zonder meer niet aannemelijk is dat de commissie daadwerkelijk verschuldigd was. In ieder geval staat de in rekening gebrachte commissie niet in verhouding tot de gestelde werkzaamheden, namelijk het tippen over een goed object.

 Hoewel verdachte de op de facturen vermeldde BTW wel als voorbelasting bij de Belastingdienst heeft teruggevraagd, is het pand waarop de commissieovereenkomst kennelijk betrekking heeft niet daadwerkelijk aangekocht en is de factuur ook niet betaald.17

 [bedrijfsnaam 1] B.V. heeft de BTW niet aangegeven en/of afgedragen aan de Belastingdienst.18

 [naam BV 1] B.V. heeft in haar aangifte over de periode van 1 november 2008 tot 31 januari 2009 slechts een bedrag van € 1685,- opgegeven aan verschuldigde omzetbelasting.19 [naam BV 1] B.V. heeft over de maanden februari 2009 tot en met juni 2009 geen aangiften omzetbelasting gedaan.20

De rechtbank verwerpt het verweer dat verdachte geen opzet zou hebben gehad nu hij heeft vertrouwd op het verhaal dat hij van medeverdachte [medeverdachte] had gehoord dat een medewerker van de Belastingdienst een dergelijke constructie toelaatbaar vond. Uitgaande van verdachtes verklaring heeft verdachte zich geheel verlaten op de verklaring van [medeverdachte], zonder zich daarin nader te verdiepen. De rechtbank heeft in de zaak van medeverdachte [medeverdachte] aangenomen dat [medeverdachte] de Belastingdienst onvolledig had geïnformeerd, zodat [medeverdachte] geen beroep op het vertrouwensbeginsel toe kwam. Niet blijkt dat verdachte zelf informatie heeft ingewonnen bij de Belastingdienst over de door hem beoogde constructie. Gelet op het vorenstaande kan verdachte zich niet beroepen op het vertrouwensbeginsel. Verdachte heeft, zonder nader onderzoek te doen naar de basis waarop de uitlatingen in de richting van [medeverdachte] waren gedaan, niet mogen varen op de informatie die hij van [medeverdachte] had gekregen.

Resumerend is uit het strafrechtelijk onderzoek gebleken dat het pand niet is aangekocht en de factuur niet is betaald. Dat op het moment van factureren en op het moment van het doen van de belastingaangifte daadwerkelijk een verplichting tot betaling van commissie bestond of binnen afzienbare tijd zou ontstaan, blijkt niet uit de overgelegde stukken en verdachte heeft ook niet concreet en verifieerbaar gesteld dat dit het wel het geval was. De rechtbank acht verdachtes stelling, dat hij de commissie daadwerkelijk verschuldigd was en dat daadwerkelijk een pand zou gaan worden aangekocht, dan ook niet aannemelijk geworden.

Gelet op de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, alles in samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de door verdachte aan de Belastingdienst overgelegde factuur valselijk is opgemaakt en dat verdachte dit wist ten tijde van het doen van de aangifte. Nu de BTW van deze valse factuur in de aangifte van 1 november 2008 tot en met 31 januari 2009als voorbelasting is teruggevraagd, is de rechtbank van oordeel dat verdachte opzettelijk onjuist aangifte heeft gedaan over deze periode door op de aangifte een te hoog bedrag aan voorbelasting op te voeren. Dit strekte ertoe dat te weinig belasting werd geheven.

Verdachte droeg, nu hij de aangifte heeft gedaan, als bestuurder van [naam BV 1] B.V. kennelijk zorg voor de belastingaangifte van de vennootschap. Verdachte kan derhalve worden geacht gedurende de ten laste gelegde perioden feitelijk leiding te hebben gegeven aan het doen van de aangifte omzetbelasting door de vennootschap.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde feit

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de periode van mei tot en met juni 2009 was verdachte bestuurder van [naam BV 1] B.V.21 Door of namens [naam BV 2] B.V. en door [naam BV 3] B.V. zijn de in de tenlastelegging genoemde facturen, die volgens de facturen afkomstig zijn van [naam BV 1] B.V. aan de Belastingdienst overgelegd ter staving van de door [naam BV 2] B.V. en door [naam BV 3] B.V. opgegeven voorbelasting. 22

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 2 nu bewezen kan worden dat verdachte de facturen heeft opgemaakt en niet aannemelijk is geworden dat de op de facturen beschreven en gefactureerde werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht, dan wel, voor zover het gaat om gefactureerde schilderwerkzaamheden dat geen sprake is van een factuur waaraan qua aard en omvang reële diensten ten grondslag liggen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte van de meeste in de tenlastelegging genoemde facturen niets afweet en bij het opmaken daarvan niet betrokken is geweest. Op een aantal stukken staat aantoonbaar een vervalste handtekening van verdachte. Het valselijk opmaken van de facturen kan ook niet aan de vennootschap worden toegerekend nu de valse facturen de vennootschap niet dienstbaar zijn.

Beoordeling door de rechtbank

De facturen aan [naam BV 2]B.V.

Door [naam BV 2]B.V. is over het tweede kwartaal van 2009 een bedrag van € 27.465,- aan voorbelasting, teruggevraagd van de Belastingdienst. Dit bedrag bestaat hoofdzakelijk uit omzetbelasting die op de facturen van [naam BV 1] B.V. in rekening is gebracht, te weten € 25.194,49.23 Het gaat om de volgende zes facturen van in totaal € 157.797,08 (inclusief BTW):

- een factuur gedateerd 07 mei 2009 van in totaal € 11.237,46 (inclusief € 1.794,22 BTW)24 betreft ‘extern fatsoeneren van gehele grondstuk te weten egaliseren gehele parkeerterrein, aanleggen/onderhouden van de tuinen, hoveniersdiensten met betrekking tot de gehele kavel incl de kavel waarop kantoorruimte is gelegen. Alle struiken/bomen etc op de kavel snoeien + onkruid verwijderen uit alle terrassen + egaliseren’ (D-23-01)

- een factuur gedateerd 11-05-09 van in totaal € 29.892,80 (inclusief € 4.772,80 BTW)25 betreft ‘Schilder werkzaamheden complete buitenzijde van het pand incl. alle gevenls, kozijnen, muren, deuren, en houtwerk (incl. Voorbehandeling)’ (D-23-02)

- een factuur gedateerd 14-05-09 van in totaal € 43.845,55 (inclusief € 7.000,55 BTW)26 betreft ‘Het verbouwen van zowel de heren als de dames toiletten, in zowel het restaurant gedeelte alsmede het discotheek gedeelte, hierbij ingbegrepen het verleggen van meerdere waterleidingen, vernieuwen van sanitair/ventilatiepunten/spoelbakken/urinoirs en het grondwaterpompsysteem in bijgebouw’ (D-23-03)

- een factuur gedateerd 26-05-09 van in totaal € 33.801,95 (inclusief € 5.369,95 BTW)27betreft ‘Het verbouwen van de voormalige rookruimte. Inbegrepen: realiseren van een bar (steen)/afwerking (hout), betegeling, extra nooduitgang, technische ruimte voor licht/geluid/Dj, verbindingen realiseren naar hoofd technische ruimte (kelder) incl verbinding naar versterker + realiseren van sprinkler installatie, en watertoevoer vanuit Grondwaterpomp systee, voor koeling van de laser techniek.’ (D-23-04)

- een factuur gedateerd 10-06-09 van in totaal € 31.017,35 (inclusief € 4.952,35 BTW)28betreft ‘inrichten van 8 werkplekken incl bureau, bureaustoelen, 5x systeemkast, TFT schermen, printers, laptops, dossierkasten, spreektafel, spreektafelstoelen, decoratiemateriaal etc’ (D-24-01)

- een factuur gedateerd 18-06-09 van in totaal € 8.001,97 (inclusief € 1.277,62 BTW)29betreft ‘afbreken van speeltuin + fatsoeneren van de huidige kavel incl repareren van diverse aanwezige houten bloembakken, verwijderen van enkele grote sierstenen het onderhoud en fatsoeneren van gehele grondstuk. Herhaling van egaliseren gehele parkeerterrein, aanleggen/onderhouden van de tuinen, hoveniersdiensten met betrekking tot de gehele kavel incl. de kavel waar de kantoorruimte is gelegen’ (D-24-02).

[naam BV 1] B.V. heeft over de maanden mei en juni 2009 geen aangifte omzetbelasting gedaan.30 [naam BV 2] B.V. heeft aangiftes omzetbelasting gedaan over het tweede kwartaal van 2009 en over de maanden juli tot en met september 2009. In deze aangiftes heeft [naam BV 2] B.V. geen omzet opgegeven, maar enkel voorbelasting teruggevraagd.31

[directeur BV 2] was in de maanden mei en juni 2009 directeur van [naam BV 2] B.V.32 [verdachte] was in de maanden mei en juni 2009 directeur van [naam BV 1] B.V.33

[directeur BV 2] is, zo verklaart hij, door [medeverdachte] benaderd of hij de discotheek in Haaksbergen wilde runnen en hij moest zich daarom bij de Kamer van Koophandel voor [naam BV 2] laten inschrijven. [directeur BV 2] heeft, zo verklaart hij, geen belastingaangifte gedaan, weet niets van de facturen en de daarop vermelde werkzaamheden en heeft geen verbouwing gezien.34

De belastingaangifte van [naam BV 2]is op 29 juni 2009 gedaan vanaf het woonadres van [medeverdachte] in Westervoort gedaan, een half uur nadat van hetzelfde IP-adres belastingaangifte werd gedaan voor [naam BV 5]B.V. en vijf minuten voordat vanaf dit IP-adres een belastingaangifte werd gedaan voor [naam BV 3] B.V.35 [medeverdachte] heeft verklaard de belastingaangiften voor [naam BV 3] B.V. en [naam BV 5]B.V. te hebben gedaan36 [medeverdachte] ook heeft gevraagd naar de stand van zaken met betrekking tot de aangifte.37

Gelet op het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte] feitelijk betrokken is bij [naam BV 2] B.V. en bij het doen van de belastingaangifte voor [naam BV 2] B.V.

Factuur D-23-02 betreffende schilderwerkzaamheden

[eigenaar vof], die met zijn bedrijf [naam VOF] schilderwerkzaamheden aan de buitenkant van het [bedrijf] in Haaksbergen heeft verricht, heeft contact gehad met verdachte over de werkzaamheden en, na offertes d.d. 13 mei 2009 en 18 mei 2009, voor de schilderwerkzaamheden d.d. 19 mei 2009 een bedrag van € 10.115,- inclusief BTW aan [naam BV 1] B.V. gefactureerd. Het factureren aan [naam BV 1] B.V. gebeurde op verzoek van verdachte. De werkzaamheden zijn in week 21 en 22 van 2009 (rechtbank: de laatste twee weken van mei 2009) verricht en de factuur is nooit betaald.38

Gelet op de hoogte van de factuur van [eigenaar vof] en gelet op de datum van de offertes en de factuur, is het opmerkelijk dat de factuur van [naam BV 1] B.V. dateert van 11 mei 2009, te weten van voor de eerste offerte, en in totaal bijna drie maal zoveel als de factuur van [eigenaar vof], namelijk € 29.892,80 inclusief BTW, bedraagt.

Verdachte heeft verklaard dat hij met [naam BV 1] B.V. een keer voor [naam BV 2] schilderwerkzaamheden heeft laten uitvoeren. Hij heeft de factuur van de schilder gekregen en dat aan [naam BV 2] B.V. doorbelast met ‘ietsje’ ertussen. De factuur met betrekking tot de schilderwerkzaamheden (D-23-02) van € 29.892,80 heeft verdachte opgemaakt. De rekening van de schilder is volgens verdachte niet betaald en [naam BV 2] B.V. heeft de factuur van [naam BV 1] B.V. met betrekking tot de schilderwerkzaamheden ook niet betaald.39

Gelet op alle omstandigheden, te weten samengevat:

  • -

    het niet betaald zijn van de factuur van [naam BV 1] B.V. aan [naam BV 2] B.V. en nu gesteld noch gebleken is dat daadwerkelijke betaling van de factuur is verlangd en nu de factuur ook geen bankrekeningnummer vermeldt

  • -

    het grote verschil in hoogte tussen de factuur van [naam VOF] ([eigenaar vof]) aan [naam BV 1] B.V. en de aan de belastingaangifte ten grondslag gelegde factuur van [naam BV 1] B.V. aan [naam BV 2] B.V., terwijl gesteld noch gebleken is dat dit verschil door enige prestatie wordt gerechtvaardigd

  • -

    het opmaken van de factuur nog voordat de werkzaamheden door [eigenaar vof] waren gefactureerd

  • -

    en nu door [naam BV 1] B.V. en door [naam BV 2] B.V. geen omzet is opgegeven

acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de factuur D-23-02 betreffende de schilderwerkzaamheden valselijk is opgemaakt voor zover het betreft de hoogte van de factuur. De rechtbank acht gelet op voornoemde omstandigheden eveneens wettig en overtuigend bewezen dat de facturen zijn opgemaakt met het doel de factuur als echt en onvervalst te gebruiken en de Belastingdienst tot uitkering van voorbelasting aan [naam BV 2] B.V. te bewegen. Dat verdachte ‘ietsje’ bij heeft gefactureerd aan [naam BV 2] B.V. om er zo wat extra omzet/inkomen te genereren, acht de rechtbank niet aannemelijk nu geen omzet is aangegeven en gesteld noch gebleken is dat om betaling is verzocht. Voor zover verdachte ter terechtzitting heeft ontkend de factuur te hebben opgemaakt, is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van [eigenaar vof] wijst op een dusdanige betrokkenheid van verdachte bij de schilderwerkzaamheden en de afspraken rondom de facturering, welke afspraken het doorfactureren vanuit [naam BV 1] B.V. naar [naam BV 2] B.V. mogelijk maakten, dat verdachte het opmaken van de valse factuur in ieder geval heeft medegepleegd.

De overige facturen (D-23-01, D-23-03, D-23-04, D-24-01en D-24-02)

Verdachte heeft tegenover de Fiod niets weten te verklaren over andere werkzaamheden dan de hiervoor besproken schilderwerkzaamheden die zouden zijn verricht vanuit [naam BV 1] B.V. voor [naam BV 2]. Gevraagd naar de overige facturen van [naam BV 1] B.V. aan [naam BV 2] BV (D-23-01, D-23-03, D-23-04, D-24-01en D-24-02) en de daarop vermelde werkzaamheden beroept [verdachte]zich op zijn zwijgrecht.40 Ter terechtzitting heeft verdachte ontkend deze facturen te hebben opgemaakt.

Getuige [getuige 1], heeft namens [naam BV 6] B.V., de verhuurder van het [bedrijf] in Haaksbergen, verklaard41 dat het [bedrijf] per 1 mei 2009 is verhuurd aan [naam BV 2] B.V., dat de huur niet betaald is en dat hij altijd van doen had met medeverdachte [medeverdachte] en een zekere [getuige 2]. [getuige 1] verklaart, gevraagd naar de gefactureerde werkzaamheden, dat de schilderwerkzaamheden buiten zijn verricht, dat het zou kunnen dat de grond/het kavel is gefatsoeneerd, maar dat hij niets weet van verbouwingen van toiletten en de rookruimte en van het inrichten van acht werkplekken. Voor het verleggen van leidingen is voorts toestemming van de verhuurder nodig, zo verklaart [getuige 1]. Ook een door [getuige 1] tijdens het verhoor gebelde vertegenwoordiger, die, zo begrijpt de rechtbank, het kennelijk zou moeten weten als er iets verbouwd wordt, vertelt niets te weten van interne verbouwingen. Wel weet de vertegenwoordiger dat de buitenkant netjes is gemaakt en dat het pand is geschilderd.42

[getuige 2]43 verklaart dat medeverdachte [medeverdachte] hem heeft gevraagd bepaalde zaken te regelen voor het [bedrijf] in Haaksbergen, zoals het onderhoud van de tuin. Concreet heeft hij, zo verklaart hij, de tuin opgeruimd bij het [bedrijf]. Hiervoor heeft hij niets betaald gekregen. Hij heeft verdachte ook gezien bij het [bedrijf].

Zeker gezien de kennelijk bij de betrokken bedrijven ontbrekende omzet, gaat het om relatief grote bedragen die in een betrekkelijk korte tijd gefactureerd zijn. Gelet op de bedragen en de aard van de werkzaamheden, moeten er ook werkzaamheden van aanzienlijke omvang zijn verricht, danwel moet zijn afgesproken dat deze werkzaamheden van aanzienlijke omvang zouden gaan worden verricht. De gefactureerde werkzaamheden (onder meer hoveniersdiensten, egalisatie van het parkeerterrein, onderhoud van de tuin en tamelijk ingrijpende verbouwingenverklaring waaronder de realisatie van een technische ruimte voor licht, geluid en DJ en het verbouwen van de toiletruimtes) zijn bovendien in hoge mate specialistische van aard. Gesteld noch gebleken is dat verdachte de werkzaamheden zelf heeft verricht of zou (kunnen) verrichten, hetgeen gelet op de diversiteit aan specialistische werkzaamheden ook niet voor de hand ligt. Nu gesteld noch gebleken is dat er op het moment dat de facturen werden opgemaakt nog anderen dan verdachte werkzaam waren binnen [naam BV 1] B.V., zal een derde moeten zijn gecontracteerd voor de gefactureerde werkzaamheden. Dat dit is gebeurd en wie dit dan is geweest is gesteld noch gebleken.

Nu geen van de gehoorde getuigen de verrichting van werkzaamheden die qua aard en omvang overeen kunnen komen met de gefactureerd werkzaamheden kan bevestigen en nu in het strafrechtelijk onderzoek ook anderszins geen aanknopingspunten te vinden zijn dat de op de facturen vermelde prestaties daadwerkelijk zijn verricht of dat iemand zich heeft verbonden tot het tegen betaling verrichten van de op de facturen genoemde prestaties, is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de gefactureerde werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht of dat overeengekomen is dat de werkzaamheden tegen betaling van de op de facturen opgenomen bedragen zouden gaan worden verricht.

Gelet hierop is de rechtbank dan ook van oordeel dat de hiervoor genoemde facturen op naam van [naam BV 1] B.V. aan[naam BV 2] B.V. valselijk zijn opgemaakt.

Nu van werkzaamheden niets is gebleken, de facturen niet zijn betaald, gesteld noch gebleken is dat is geprobeerd betaling te verkrijgen, en nu door [naam BV 1] B.V. geen omzet is aangegeven, moet het opmaken tot doel hebben gehad de Belastingdienst tot uitkering van voorbelasting aan[naam BV 2] B.V. te bewegen.

De rechtbank acht niet alleen bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het opmaken van de valse factuur betreffend de schilderswerkzaamheden, maar ook dat hij het opmaken van de overige valse facturen van [naam BV 1] B.V. aan [naam BV 2] B.V. heeft medegepleegd. Verdachte heeft verklaard de valse factuur betreffende de schilderwerkzaamheden te hebben opgemaakt, en verdachte heeft overigens verklaard in het algemeen degene te zijn die de facturen van [naam BV 1] B.V. opmaakt.44 De factuur betreffende de schilderwerkzaamheden komt qua opmaak en lettertype met de overige facturen overeen en bevat evenals de overige facturen geen rekeningnummer van [naam BV 1] B.V en een foutief omzetbelastingnummer, namelijk een nummer van een bedrijf van de zus van verdachte.45 Verder zijn de factuurnummers oplopend, waarbij de factuur betreffende de schilderswerkzaamheden met factuurnummer 1049, zowel qua datum als qua factuurnummer in de lijn ligt tussen de overige facturen (met factuurnummers 1047, 1051, 1053, 1055 en 1058).

Gelet op verdachtes betrokkenheid bij de facturen, gelet op het kennelijke doel van de facturen, gelet op [medeverdachte] vergaand betrokken was bij [naam BV 2] B.V. en de belastingaangifte van [naam BV 2]en nu verdachte en [medeverdachte] bovendien in de tenlastegelegde periode goede vrienden waren46, kan het niet anders dan dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen beide verdachten en hun betrokken vennootschappen.

Verdachte heeft als bestuurder gebruik/misbruik gemaakt van zijn vennootschap, door op naam van de vennootschap valse facturen uit te schrijven. Het valselijk opmaken van de facturen kan de vennootschap worden toegerekend nu de facturen door de bestuurder van de vennootschap uit naam en op naam van de vennootschap zijn opgemaakt. Verdachte kan derhalve ook worden geacht gedurende de ten laste gelegde perioden feitelijk leiding te hebben gegeven aan het opmaken van de facturen.

De facturen aan [naam BV 3] B.V.

[medeverdachte] heeft voor [naam BV 3] B.V. over mei 2009 een bedrag van € 14.256,- aan voorbelasting teruggevraagd en over juni 2009 een bedrag van € 8.643,- aan voorbelasting teruggevraagd.47 Ter onderbouwing van deze aangiftes heeft [medeverdachte] een drietal facturen van [naam BV 1] B.V. aan [naam BV 3] overgelegd,48te weten:

- een factuur gedateerd 25 mei 2009 ten bedrag van in totaal € 4.248,30 met betrekking tot betreft het fotograferen, bewerken en plaatsen van 4 foto albums in opdracht van [naam site]. In begrepen: bijhouden van de albums/site (D-13-02)49

- een factuur gedateerd 28 mei 2009 ten bedrag van in totaal € 86.483,25 met betrekking tot aankoop commissie op onroerende zaak (D-13-03) 50

- een factuur gedateerd 12 juni 2009 ten bedrage van € 47.793,38 met betrekking tot het fotograferen, bewerken en plaatsen van 45 foto albums in opdracht van [naam site]. In begrepen: bijhouden van de albums/site (agenda vastleggen voor 45 evenementen en vaste locaties (D-14-04)51

Factuur D-13-03 betreffende een commissievergoeding

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij met [naam BV 3] B.V. druk doende is met het aankopen van onroerend goed in Duitsland en dat hij daarvoor verschillende tipgevers heeft.52 Aan de door [medeverdachte] aan de Belastingdienst overgelegde factuur ter staving van de belastingaangifte over de maand mei 2009, ligt een commissieovereenkomst met als kennelijke bijlage een taxatierapport ten grondslag (taxatierapport met betrekking tot [adres 3], D-13-03-03, p. 1214 t/m 1258). In de commissieovereenkomst staat vermeld dat [naam BV 3] B.V. bij aankoop van een bedrijfspand een percentage van het aankoopbedrag aan commissie verschuldigd is aan [verdachte] namens [naam BV 1] B.V.53 Hoewel [medeverdachte] de op de factuur vermeldde BTW wel als voorbelasting bij de Belastingdienst heeft teruggevraagd, is door hem echter geen bewijs overlegd dat ziet op (bezigheden met betrekking tot) daadwerkelijke aankoop van het pand. Onduidelijk is op welk moment de op de factuur vermelde commissie aan [naam BV 1] B.V. al dan niet verschuldigd zou zijn. Op de vraag of de factuur door [medeverdachte] is voldaan, beroept [verdachte?][medeverdachte] zich op zijn zwijgrecht.

Verdachte heeft ten overstaan van de opsporingsambtenaren verklaard dat hij het grootste gedeelte van de boekhouding van [naam BV 1] B.V. zelf doet en dat hij de facturen maakt en verstuurd.54 Met dit bedrijf heeft hij niets verdiend.55 [naam BV 1] B.V. heeft in de periode dat verdachte directeur was geen winst gemaakt.56 Gevraagd naar de werkzaamheden die [naam BV 1] B.V. zou hebben verricht, antwoord [verdachte]dat de bedoeling was om onroerend goed te kopen, dat is niet gelukt, aldus [verdachte].57 Op de vraag of de koop met betrekking tot de commissie over € 225.000,-- (D-13-03) is doorgegaan, beroept [verdachte]zich op zijn zwijgrecht.

Niet is gebleken dat [medeverdachte] op zijn minst de bedoeling heeft gehad het pand na de tip van verdachte daadwerkelijk aan te kopen. In het dossier zitten geen objectieve gegevens waaruit blijkt of waarin aanwijzingen besloten liggen dat [medeverdachte] daadwerkelijk bezig was met het aankopen van het pand.

De rechtbank stelt verder het volgende vast:

- De aan de factuur onderliggende commissieovereenkomst is ongedateerd;58

- De factuur en de daaraan onderliggende commissieovereenkomst verwijzen niet naar een onderwerpelijk object;59

- De commissieovereenkomst vermeldt dat als bijlage een koopcontract is gevoegd, terwijl dit contract niet is bijgevoegd;60

- De factuur vermeldt een BTW nummer dat niet aan [naam BV 1] B.V. toebehoort, maar aan [naam BV 7] B.V., zijnde een bedrijf dat toebehoort aan de zus van verdachte;61

- De factuur vermeldt geen bankrekeningnummer;62

- Door de factuur uitschrijvende partij, [naam BV 1] B.V., is de in rekening gebrachte BTW niet bij de Belastingdienst aangegeven en afgedragen.63

- Bij [naam BV 1] B.V. heeft een administratieve controle door de Belastingdienst plaatsgevonden. Daarbij is niet aangetoond dat tot de dag van de controle prestaties zijn verricht door deze onderneming.64

  • -

    De in rekening gebrachte commissie is berekend aan de hand van de taxatieprijs en de in rekening gebrachte commissie bedraagt 28,5%. Zeker ook nu gesteld noch gebleken is dat werkzaamheden van enige substantie ten grondslag lagen aan de verschuldigdheid van de commissie, is de rechtbank van oordeel dat zonder meer niet aannemelijk is dat de commissie daadwerkelijk verschuldigd was. In ieder geval staat de in rekening gebrachte commissie niet in verhouding tot de gestelde werkzaamheden.

  • -

    Niet blijkt dat het pand daadwerkelijk is aangekocht en evenmin blijkt dat de commissiefactuur is betaald of dat op betaling is aangedrongen.

Resumerend is in het strafrechtelijk onderzoek niet komen vast te staan dat het pand is aangekocht danwel dat daadwerkelijk aankoop van het pand werd beoogd en dat ter uitvoering daarvan stappen zijn ondernomen, evenmin is komen vast te staan dat de gefactureerde commissie verschuldigd was, niettemin is de factuur door [medeverdachte] ten grondslag gelegd aan een verzoek tot teruggave van voorbelasting bij de Belastingdienst. Nu door [naam BV 1] B.V. ook geen omzet is aangegeven is de rechtbank gelet op de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de factuur valselijk is opgemaakt en dat het opmaken tot doel moet hebben gehad de facturen als echt en onvervalst te (laten) gebruikten tegenover de Belastingdienst, teneinde de Belastingdienst tot uitkering van voorbelasting aan [naam BV 3] B.V. te bewegen.

Ten aanzien van facturen D-13-02 en D-14-04

Verdachte heeft ter zitting verklaard niet meer te weten of hij deze facturen voor [naam BV 1] B.V. heeft opgemaakt. Hij zegt wel foto’s te hebben gemaakt voor [naam site] en deze op de website gezet. [naam site] was onderdeel van [naam BV 1] B.V.

Verdachte verklaart niet zo handig te zijn met computers en denkt daarom dat hij niet alle op de facturen genoemde werkzaamheden heeft verricht. Gevraagd of er dan derden bij betrokken waren, verklaart verdachte dat ‘er andere mensen waren die hem weleens hielpen’ en dat er in Arnhem een designer was, ‘ik zou niet meer weten wie dat was’.65

Verdachte heeft ten overstaan van de opsporingsambtenaren verklaard dat hij het grootste gedeelte van de boekhouding van [naam BV 1] B.V. zelf doet en dat hij de facturen maakt en verstuurd.66 Met dit bedrijf heeft hij niets verdiend.67 [naam BV 1] B.V. heeft in de periode dat verdachte directeur was geen winst gemaakt.68 Voorts heeft hij verklaard dat [naam site] een fotosite is die hij met [naam BV 1] B.V. had.69 Gevraagd naar wat er wordt bedoeld met de omschrijving op factuur D-14-04, alsmede op de vraag of deze factuur is betaald, beroept verdachte zich op zijn zwijgrecht. Ook ter terechtzitting heeft verdachte hier niets over verklaard.

De rechtbank stelt verder het volgende vast:

- Ook deze facturen vermelden een BTW nummer dat niet aan [naam BV 1] B.V. toebehoort, maar aan [naam BV 7] B.V., zijnde een bedrijf dat toebehoort aan de zus van verdachte ;70

- Ook deze facturen vermelden geen bankrekeningnummer;71

- Door de facturen uitschrijvende partij, [naam BV 1] B.V., is de in rekening gebrachte BTW niet bij de Belastingdienst aangegeven en afgedragen.72

- Bij [naam BV 1] B.V. heeft een administratieve controle door de Belastingdienst plaatsgevonden. Daarbij is niet aangetoond dat tot de dag van de controle prestaties zijn verricht door deze onderneming.73

Overigens merkt de rechtbank op dat:

  • -

    Zij het opmerkelijk acht dat ook deze facturen op aanmerkelijk andere werkzaamheden betrekking hebben dat factuur D-13-03 en voorts geen raakvlakken hebben met de eerder vermelde bedrijfsomschrijving van [naam BV 1] B.V.

  • -

    Zij het voorts opmerkelijk acht dat, zoals door verdachte wordt gesteld, werkzaamheden vanuit zijn B.V. worden gefactureerd voor fotograferen, bewerken en plaatsen van een groot aantal fotoalbums en het bijhouden van de albums/site (agenda vastleggen voor evenementen en vaste locaties) terwijl verdachte heeft verklaard geen eigen computer te hebben en niet handig te zijn in het maken van een logo.74

In het strafrechtelijk onderzoek is niet komen vast te staan dat de op de facturen vermelde prestaties daadwerkelijk zijn verricht en evenmin dat de facturen zijn betaald, terwijl wel om teruggave van BTW is verzocht bij de Belastingdienst. Verdachte heeft ter staving van zijn niet concrete en niet verifieerbare verklaring dat de werkzaamheden zijn verricht, geen objectieve gegevens overgelegd en evenmin aanknopingspunten geboden voor nader onderzoek naar de gefactureerde werkzaamheden. Foto’s, namen van en/of contracten met bij de werkzaamheden betrokken derden of anderszins bewijs van verrichting van de werkzaamheden zijn in het dossier niet aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet aannemelijk is geworden dat de gefactureerde werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht.

Gelet op de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, alles in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat ook de door [medeverdachte] aan de Belastingdienst overgelegde facturen D-13-02 en D-14-04 valselijk zijn opgemaakt.

Nu door [naam BV 1] B.V. ook geen omzet is aangegeven is de rechtbank gelet op de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, van oordeel dat de facturen valselijk zijn opgemaakt en dat het opmaken tot doel moet hebben gehad de facturen als echt en onvervalst te (laten) gebruikten tegenover de Belastingdienst, teneinde de Belastingdienst tot uitkering van voorbelasting aan [naam BV 3] B.V. te bewegen.

Daderschap verdachte, daderschap rechtspersoon en feitelijk leiding geven/opdracht geven

De rechtbank acht ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de valse facturen van [naam BV 1] aan [naam BV 3] B.V. heeft opgemaakt, althans het opmaken heeft medegepleegd. De rechtbank verwijst hierbij naar hetgeen hiervoor met betrekking tot verdachtes betrokkenheid bij de facturen van [naam BV 1] B.V. aan [naam BV 2]B.V. is overwogen. De facturen van [naam BV 1] aan [naam BV 3] B.V. komen qua opmaak en lettertype overeen met deze hiervoor besproken facturen van [naam BV 1] B.V. aan [naam BV 2]B.V. en bevat evenals die facturen geen rekeningnummer van [naam BV 1] B.V en een foutief omzetbelastingnummer, namelijk een nummer van een bedrijf van de zus van verdachte.75 Verder heeft de commissiefactuur (D-13-03) factuurnummer 001053 en hebben de facturen betreffende de fotografiewerkzaamheden (D-13-02 en D-14-04) factuurnummers 1052 en 1056. Deze facturen liggen qua datum en factuurnummer in lijn met de facturen van [naam BV 1] B.V. aan [naam BV 2]B.V. (met factuurnummers 1047, 1049, 1051, 1053, 1055 en 1058).

Dat op de door [medeverdachte] ter onderbouwing van D-13-03 aan de Belastingdienst verstrekte commissieovereenkomst –kort gezegd- een waarschijnlijk niet door verdachte geplaatste en dus waarschijnlijk valse handtekening van verdachte staat, doet aan het vorenstaande naar het oordeel van de rechtbank niet af.

Gelet op verdachtes betrokkenheid bij de facturen, gelet op het kennelijke doel van de facturen, gelet op [medeverdachte] betrokkenheid bij [naam BV 3] B.V. en de belastingaangifte van [naam BV 3] en nu verdachte en [medeverdachte] bovendien in de tenlastegelegde periode goede vrienden waren76, kan het niet anders dan dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen beide verdachten en hun betrokken vennootschappen.

Verdachte heeft als bestuurder gebruik/misbruik gemaakt van zijn vennootschap, door op naam van de vennootschap valse facturen uit te schrijven. Het valselijk opmaken van de facturen kan de vennootschap worden toegerekend nu de facturen door de bestuurder van de vennootschap uit naam en op naam van de vennootschap zijn opgemaakt. Verdachte kan derhalve ook worden geacht gedurende de ten laste gelegde perioden feitelijk leiding te hebben gegeven aan het opmaken van de facturen.



Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte is directeur geweest van [naam BV 4] B.V. van 18 februari 2009 tot 19 mei 2009 en vervolgens weer vanaf 2 juni 2009.77 Door [medeverdachte], in die periode bestuurder van [naam BV 5] B.V78 is voor [naam BV 5]B.V. aangifte voor de omzetbelasting over het tweede kwartaal 2009 gedaan.79 Van de in de aangifte teruggevraagde voorbelasting wordt een bedrag van € 15.537,25 door [medeverdachte] onderbouwd80 door middel van facturen [naam BV 4] B.V. aan [naam BV 5] B.V./Beatloverz waarop omzetbelasting in rekening is gebracht.81

Het gaat om vier facturen van in totaal € 97.366,73 (inclusief € 15.537,25 omzetbelasting), betreffende telkens ‘promotie werkzaamheden, grafische dienstverlening totaalpakket grafisch ontwerp’ te weten:

- een factuur gedateerd 12 mei 2009 van in totaal € 20.503,7082

- een factuur gedateerd 02 juni 2009 van in totaal € 26.899,9583

- een factuur gedateerd 16 juni 2009 van in totaal € 23.020,5584

- een factuur gedateerd 29 juni 2009 van in totaal € 26.888,05.85

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft kort gezegd gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 3. Verdachte heeft bij de Fiod verklaard de facturen te hebben opgemaakt terwijl niet aannemelijk is geworden dat de op de facturen beschreven en gefactureerde werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht en dat de facturen zijn betaald zodat sprake is van fictieve facturen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogt dat verdachte van de in de tenlastelegging genoemde facturen niets afweet en bij het opmaken daarvan niet betrokken is geweest. Op een aantal stukken in het dossier staat aantoonbaar een valse handtekening van verdachte. Het valselijk opmaken van de facturen kan ook niet aan de vennootschap worden toegerekend nu de valse facturen de vennootschap niet dienstbaar zijn.

Beoordeling door de rechtbank

Door [naam BV 4] B.V. is geen aangifte omzetbelasting gedaan over mei en juni 2009.86 Door [naam BV 5]B.V. is geen omzet aangegeven over het tweede kwartaal 2009.87

Verdachte heeft verklaard88 dat hij de vier facturen van [naam BV 4] heeft opmaakt en verstuurd. Over de gefactureerde werkzaamheden kon of wilde hij niet meer zeggen dan dat hij opdracht heeft gegeven een promotiepakket samen te stellen. Ook verdachte heeft niet kunnen of willen zeggen wat de wat de aard en omvang van de onderliggende werkzaamheden is geweest. Verdachte heeft ook verklaard dat de facturen nooit zijn betaald.89

Verdachte is ter terechtzitting teruggekomen op zijn eerder afgelegde verklaring en heeft ontkent iets met de facturen van doen te hebben gehad. Gevraagd naar de reden waarom hij bij de Fiod heeft verklaard zoals staat genoteerd in het proces-verbaal van verhoor, heeft verdachte verklaard dat dat lag aan de situatie waarin hij toen zat en de stress.

De rechtbank acht ondanks dat verdachte op zijn verklaring is teruggekomen, de door hem in eerste instantie afgelegde verklaring dat hij betrokken is geweest bij het opmaken en versturen van de in de tenlastelegging opgenomen facturen D-18-01-10, D-18-01-26, D-18-01-35 en D-18-01-36 van [naam BV 4] aan [naam BV 5]B.V. betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt redelijkerwijs niet in te zien hoe de door verdachte niet concreet beschreven situatie waarin hij zat en stress redelijkerwijs kunnen leiden tot genoemde verklaring ten aanzien van zijn betrokkenheid bij de facturen. Als de aangehaalde onderdelen van verdachtes verklaring ook worden bekeken in de context van de rest van de door hem bij de Fiod afgelegde verklaring, valt op dat verdachte zowel voor als na de aangehaalde onderdelen zich regelmatig ten aanzien van bepaalde vragen op zijn zwijgrecht heeft beroepen en overigens adequaat en to the point op vragen antwoord weet te geven dan wel zijn standpunt te bepalen.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de facturen heeft opgemaakt. Dat in de woning van [medeverdachte] kwitanties zijn aangetroffen waaruit zou moeten worden afgeleid dat de facturen zijn betaald90 met daarop –kort gezegd- waarschijnlijk niet door verdachte geplaatste waarschijnlijk valse handtekeningen van verdachte,91 maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat verdachte niet betrokken is of kan zijn geweest bij het opmaken van de facturen.

Zeker gezien de kennelijk bij de betrokken bedrijven ontbrekende omzet, gaat het om relatief grote bedragen die in een betrekkelijk korte tijd gefactureerd door zijn. Gelet op de bedragen en de aard van de werkzaamheden, moeten er ook werkzaamheden van aanzienlijke omvang zijn verricht, danwel moet zijn afgesproken dat deze werkzaamheden van aanzienlijke omvang zouden gaan worden verricht. Gelet op de verklaring van verdachte dat hij geen computer heeft en niet handig is in het maken van een logootje op een factuur, en nu gesteld noch gebleken is dat er op het moment dat de facturen werden opgemaakt nog anderen dan verdachte werkzaam waren binnen [naam BV 4] B.V., zal een derde moeten zijn gecontracteerd voor de gefactureerde werkzaamheden.

In het dossier zijn (terwijl de administratie van verdachte en [medeverdachte] door de Fiod is onderzocht) geen aanknopingspunten te vinden dat de op de facturen vermelde prestaties daadwerkelijk zijn verricht of dat iemand zich heeft verboden tot het verrichten van de op de facturen genoemde prestaties. Verdachte – maar ook medeverdachte [medeverdachte] - heeft ook niets concreets en verifieerbaars gesteld over de aard en de omvang van de werkzaamheden en door wie en wanneer de werkzaamheden zijn of zouden gaan worden verricht, terwijl het wel op hun weg had gelegen. De door hen in algemene termen gestelde realiteitswaarde van de gefactureerde prestaties is door de verdachten niet onderbouwd en door hen zijn evenmin aanknopingspunten verstrekt op grond waarvan nader onderzoek zou kunnen plaatsvinden naar de gefactureerde werkzaamheden. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de gefactureerde werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht of zouden worden verricht.

Nu de werkzaamheden niet zijn gebleken, de facturen niet zijn betaald, gesteld noch gebleken is dat is geprobeerd betaling te verkrijgen en door [naam BV 4] B.V.

ook geen omzet is aangegeven, is de rechtbank van oordeel dat de facturen van [naam BV 4] B.V. aan [naam BV 5] B.V. valselijk zijn opgemaakt en dat het opmaken tot doel moet hebben gehad de facturen als echt en onvervalst te (laten) gebruikten tegenover de Belastingdienst, teneinde de Belastingdienst tot uitkering van voorbelasting aan [naam BV 5] B.V. te bewegen.

Nu verdachte heeft verklaard de facturen te hebben opgemaakt, nu gesteld noch gebleken is dat in de tenlastegelegde periode een ander of anderen dan [verdachte]betrokken was of waren bij [naam BV 4] B.V., nu [medeverdachte] enig bestuurder was van [naam BV 5] B.V., nu [medeverdachte] tevens de belastingaangifte van [naam BV 5] B.V. heeft opgemaakt en de facturen aan de belastingdienst heeft overgelegd en nu verdachte en [medeverdachte] in de tenlastegelegde periode goede vrienden waren92, kan het niet anders dan dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen beide verdachten en hun betrokken vennootschappen.

Verdachte heeft als bestuurder gebruik/misbruik gemaakt van zijn vennootschap, door op naam van de vennootschap valse facturen uit te schrijven. Het valselijk opmaken van de facturen kan de vennootschap worden toegerekend nu de facturen door de bestuurder van de vennootschap uit naam en op naam van de vennootschap zijn opgemaakt. Verdachte kan derhalve ook worden geacht gedurende de ten laste gelegde perioden feitelijk leiding te hebben gegeven aan het opmaken van de facturen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

[naam BV 1] BV op of omstreeks 12 of 19 februari 2009, in Nederland, opzettelijk als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een aangifte voor de omzetbelasting over de periode 1 november 2008 tot en met 31 januari 2009 of over de maand januari 2009, onjuist heeft gedaan bij de Inspecteur der belastingen, terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid hierin bestaan, dat in de aangifte over die periode een te hoog bedrag aan

voorbelasting en een te hoog terug te betalen bedrag werd vermeld,

zulks terwijl hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging.

2.

[naam BV 1] BV op een of meer verschillende tijdstippen in de periode 01 mei 2009 tot en met 30 juni 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met een andere rechtspersoon en met een natuurlijke persoon na te noemen (kopie-)facturen, te weten:

a. a) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd aan [naam BV 2] BV, gedateerd 7 mei 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van hovenierswerkzaamheden, met een factuurbedrag van Euro 11.237,46 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-23-01, doorgenummerde bladzijde 1383)

en

b) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd aan [naam BV 2] BV, gedateerd 11 mei 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van verf en/of schilderswerkzaamheden, met een factuurbedrag van Euro 29.892,80 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-23-02, doorgenummerde bladzijde 1385)

en

c) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd aan [naam BV 2] BV, gedateerd 14 mei 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van bouwmaterialen en/of bouwwerkzaamheden, met een factuurbedrag van Euro 43.845,55 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-23-03, doorgenummerde bladzijde 1387)

en

d) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd aan [naam BV 2] BV, gedateerd 26 mei 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van bouwmaterialen, bouw- en/of installatiewerkzaamheden, met een factuurbedrag van Euro 33.801,95 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-23-04, doorgenummerde bladzijde 1389)

en

e) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd aan [naam BV 2] BV, gedateerd 10 juni 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van (kantoor-)meubelen en/of inrichtingswerkzaamheden van werkplekken, met een factuurbedrag van Euro 31.017,35 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-24-01, doorgenummerde bladzijde 1392)

en

f) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd aan [naam BV 2] BV, gedateerd 18 juni 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van hovenierswerkzaamheden, met een factuurbedrag van Euro 8.001,97 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-24-02, doorgenummerde bladzijde 1394)

en

g) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd [naam BV 3] BV, gedateerd 25 mei 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop fotografiewerkzaamheden in opdracht van [naam site] en/of (inbegrepen) internetwerkzaamheden, met een factuurbedrag van Euro 4.248,30 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-13-02, doorgenummerde bladzijde 1206)

en

h) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd [naam BV 3] BV, gedateerd 28 mei 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop commissiewerkzaamheden, met een factuurbedrag van Euro 86.483,25 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-13-03, doorgenummerde bladzijde 1208)

en

i. i) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 1] BV en geadresseerd [naam BV 3] BV, gedateerd 12 juni 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van fotografiewerkzaamheden in opdracht van [naam site] en/of (inbegrepen) internetwerkzaamheden, met een factuurbedrag van Euro 47.793,38 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-14-04, doorgenummerde bladzijde 1271)

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -,

(telkens) valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die facturen als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken hierin bestaan, dat genoemde facturen geheel fictief waren en/of waren die facturen telkens voorzien van een BTW-nummer van een andere onderneming dan van [naam BV 1] BV zelf en hierin:

1) dat die leveringen van hovenierswerkzaamheden genoemd in bovengenoemde facturen/factuur onder sub a en/of sub f (telkens) in werkelijkheid niet hebben/ plaatsgevonden;

en

2) dat die levering van verf en schilderwerkzaamheden voor een lager bedrag heeft plaatsgevonden door [naam VOF] VOF;
en
3) dat die levering(en) van bouwmaterialen en bouwwerkzaamheden en installatiewerkzaamheden genoemd in de facturen genoemd onder sub c en sub d (telkens) in werkelijkheid niet hebben plaatsgevonden;

en

4) dat die levering van (kantoor-)meubelen en inrichtingswerkzaamheden van werkplekken genoemd in de factuur onder sub e in werkelijkheid niet heeft plaatsgevonden;

en

5) dat die leveringen van fotografiewerkzaamheden in opdracht van [naam site] en (inbegrepen) internetwerkzaamheden genoemd in de facturen onder sub g en sub i (telkens) in werk elijkheid niet hebbenplaatsgevonden;

en

6) dat die levering van commissiewerkzaamheden genoemd in de factuur onder sub h in werkelijkheid niet heeft plaatsgevonden;

zulks terwijl hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedraging(en).

3.

[naam BV 4] BV op een of meer veschillende tijdstippen in de periode 01 mei 2009 tot en met 30 juni 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met een andere rechtspersoon en met een natuurlijke persoon na te noemen (kopie-) facturen, te weten:

a. a) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 4] BV en geadresseerd aan [naam BV 5], gedateerd 12 mei 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van promotiewerkzaamheden en/of grafische dienstverlening, met een factuurbedrag van Euro 20.503,70 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-18-01-10, doorgenummerde bladzijde 1294)

en

b) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 4] BV en geadresseerd aan [naam BV 5], gedateerd 2 juni 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van promotiewerkzaamheden en/of grafische dienstverlening, met een factuurbedrag van Euro 26.899,95 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-18-01-26, doorgenummerde bladzijde 1313)

en

c) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 4] BV en geadresseerd aan [naam BV 5], gedateerd 16 juni 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van promotiewerkzaamheden en/of grafische dienstverlening, met een factuurbedrag van Euro 23.020,55 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-18-01-35, doorgenummerde bladzijde 1338)

en

d) een (kopie-)factuur, afkomstig van [naam BV 4] BV en geadresseerd aan [naam BV 5], gedateerd 29 juni 2009, betreffende (zakelijk weergegeven) de levering en/of verkoop van promotiewerkzaamheden en/of grafische dienstverlening, met een factuurbedrag van Euro 26.888,05 (incl. BTW); (vindplaats factuur: bijlage D-18-36-01, doorgenummerde bladzijde 1346)

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -,

telkens valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die facturen als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende dat valselijk opmaken telkens hierin bestaan, dat genoemde facturen telkens geheel fictief ware en hierin dat die leveringen van promotiewerkzaamheden en grafische dienstverlening genoemd in bovengenoemde facturen(telkens) in werkelijkheid niet hebben/heeft plaatsgevonden,

zulks terwijl hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven aan bovenomschreven verboden gedragingen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Feitelijk leiding geven aan het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon.

Ten aanzien van feit 2:

Feitelijk leiding geven aan medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 3:

Feitelijk leiding geven aan medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft bij deze eis in het bijzonder rekening gehouden met de ernst van de feiten en de listiglijkheid van de fraude, maar ook met een forse overschrijding van de redelijke termijn.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gevraagd rekening te houden met overschrijding van de redelijke termijn en verzoekt de rechtbank om bij veroordeling aan verdachte een werkstraf op te leggen. Verdachte heeft zijn leven net een beetje op de rit. Een geldboete zou hem gelet op de hoge schulden nog verder in de problemen brengen.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 5 augustus 2014; en

 een voorlichtingsrapportage van reclassering Iriszorg, d.d. 16 september 2013, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van feitelijk leiding geven aan belastingfraude en valsheid in geschrift. De Belastingdienst moet er op kunnen vertrouwen dat documenten die zij van belastingplichtigen krijgt ten bewijze van betalingen echt en onvervalst zijn. Verdachte heeft dit vertrouwen beschaamd en de rechtbank rekent hem zijn handelen dan ook aan.

Bij het bepalen van de strafmaat houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte niet eerder ten aanzien van soortgelijke feiten is veroordeeld, alsmede dat de bewezenverklaarde feiten een relatief korte periode omvatten. Ook houdt de rechtbank rekening met de ten opzichte van medeverdachte [medeverdachte], relatief kleinere rol van verdachte in het geheel.

Bij het bepalen van de strafmaat neemt de rechtbank het fiscale benadelingsbedrag, oftewel het beoogde fiscale nadeel, als uitgangspunt.

De rechtbank houdt echter ook rekening met het feit dat de redelijke termijn is overschreden. Uit vaste jurisprudentie van het EHRM en de Hoge Raad volgt dat de redelijke termijn aanvangt op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. In dit geval is de redelijke termijn aangevangen op het moment van de doorzoeking onder leiding van de rechter-commissaris, op 27 april 2010. Als uitgangspunt dient te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen. Van eventuele uitzonderingen op dit uitgangspunt is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Dat brengt mee dat de redelijke termijn met twee jaren en vier maanden is overschreden. Een deel van het tijdsverloop is een gevolg van door de verdediging ingediende en door de rechtbank toegewezen onderzoekshandelingen, die belangrijk waren voor het onderzoek. Voorts heeft het enige tijd geduurd voordat de zaak een eerste maal door het openbaar ministerie voor regie bij de rechtbank werd aangebracht.

De reclassering heeft in haar rapport bijzondere voorwaarden omschreven. Ter zitting heeft verdachte in reactie daarop kenbaar gemaakt dat hij op dit moment al begeleiding geniet in de vorm van begeleid wonen en langzaam zijn leven op de rit krijgt.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, alles in samenhang bezien, oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak de maximaal op te leggen werkstraf alsmede een voorwaardelijke vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur passend en geboden is. Omdat verdachte reeds begeleiding krijgt, die aansluit bij zijn hulpvraag, zal de rechtbank in het kader van het voorwaardelijke strafdeel geen bijzondere voorwaarden bepalen.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 47, 51, 57, 91 en 225 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 68, 69 en 72 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

het verrichten van een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 120 (honderdtwintig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten 4 (vier) uren, zijnde 2 (twee) dagen hechtenis.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde feit tevens tot

een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf niet tenuitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Aldus gewezen door:

mr. G.M.L. Tomassen (voorzitter), mr. W.A. Holland en mr. F.M.A. 't Hart, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Kolkman, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 augustus 2014.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [ambtenaar 1] en[ambtenaar 2], opsporingsambtenaren Belastingdienst/FIOD, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 45188, getekend 21 februari 2011 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het schriftelijke bescheid inhoudende een uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel D-31, p. 1433 en D-31-01 p.1434 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 augustus 2014.

3 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 augustus 2014 en de schriftelijke bescheiden inhoudende de aangifte voor de omzetbelasting D-40-01 p.1541 en een begeleidende brief D-40-02 p.1543 en het schriftelijke bescheid inhoudende een ambtsedige verklaring Omzetbelasting van [ambtenaar 3], ambtenaar Belastingdienst/Centrale administratie, met bijlagen, D-37-04, p. 1505-1506.

4 De schriftelijke bescheiden inhoudende aangiften voor de omzetbelasting over het tweede kwartaal van 2009, D-18, p. 1280 en de maand juli 2009, D-19, p. 1351.

5 De schriftelijke bescheiden inhoudende aangiften voor de omzetbelasting over het tweede kwartaal van 2009, D-18, p. 1280 en de maand juli 2009, D-19, p. 1351.

6 Het schriftelijke bescheid inhoudende de factuur D-40-04-01 p.1546 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 augustus 2014.

7 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 augustus 2014.

8 Het schriftelijke bescheid inhoudende een uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel D-47, p. 1683

9 Het proces-verbaal van ambtshandeling verb. [ambtenaar 1] en [ambtenaar 4], AH-32, p. 673 onderaan en p. 674 bovenaan.

10 Verhoor van [betrokkene bedrijfsnaam] d.d.16 januari 2014 bij de rechter-commissaris p.5 middenin.

11 De verklaring van verdachte afgelegd te terechtzitting van 14 augustus 2014 en de schriftelijke bescheiden inhoudende de commissieovereenkomst D-40-04-01A p.1547 en de stukken met betrekking tot het pand D-40-04-01B p.1548-1615.

12 Het schriftelijk bescheid zijnde een brief van [bedrijfsnaam 3] te Munchen D40-04-01-B, p.1584.

13 Het schriftelijke bescheid inhoudende een taxatierapport D-40-04-01B p.1570 en de tukken met betrekking tot het pand D-40-04-01B

14 Proces-verbaal van verhoor van verdachte p.224.

15 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte p.233.

16 Een schriftelijk bescheid inhoudende het verslag van een bij [naam BV 1] B.V. d.d. 1 april 2009 ingesteld deelonderzoek D-43-02 p.1662 en p.1664.

17 De verklaring van verdachte afgelegd te terechtzitting van 14 augustus 2014 en het proces-verbaal van verhoor van verdachte p.233.

18 Overzichtsproces-verbaal p.77.

19 Het schriftelijke bescheid inhoudende de aangifte voor de omzetbelasting D-40-01 p.1541.

20 Het schriftelijke bescheid inhoudende een ambtsedige verklaring Omzetbelasting van [ambtenaar 3], ambtenaar Belastingdienst/Centrale administratie, met bijlagen, D-37-04, p. 1505.

21 Het schriftelijke bescheid inhoudende een uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel D-31, p. 1433 en D-31-01 p.1434 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 augustus 2014.

22 Een proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] p.166; het overzichtsproces-verbaal p.61; het proces-verbaal van ambtshandeling AH-02 p.495; het schriftelijke bescheid inhoudende een op 21 augustus 2009 door de Belastingdienst ontvangen brief van J. [directeur BV 2], namens [naam BV 2] B.V.; het proces-verbaal van ambtshandeling AH-04 p. 502-503.

23 Een proces-verbaal van ambtshandeling, AH -03, p.498 4e en 5e alinea.

24 Het schriftelijke bescheid inhoudende de factuur D-23-01 p.1383

25 Het schriftelijke bescheid inhoudende de factuur D-23-02 p.1385

26 Het schriftelijke bescheid inhoudende de factuur D-23-03 p.1387

27 Het schriftelijke bescheid inhoudende de factuur D-23-04 p.1389

28 Het schriftelijke bescheid inhoudende de factuur D-24-01 p.1392

29 Het schriftelijke bescheid inhoudende de factuur D-24-02 p.1394

30 Het schriftelijke bescheid inhoudende een ambtsedige verklaring omzetbelasting met betrekking tot [naam BV 1] B.V. D-37-04 p.1505

31 Het schriftelijke bescheid inhoudende een ambtsedige verklaring Omzetbelasting van [ambtenaar 3], ambtenaar Belastingdienst/Centrale administratie, met bijlagen, D-37-08, p. 1525 en p.1530-1434; proces-verbaal van ambtshandeling Ah-04, p.503 4e alinea.

32 Het schriftelijk bescheid inhoudende een uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel D-25, p.1398.

33 Het schriftelijk bescheid inhoudende een uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel D-31, p.1433 en D-31-01 p.1434.

34 Proces-verbaal van verhoor [directeur BV 2] (V-08-01) p.249, 2e en 5e alinea, en p.251, 1e alinea.

35 Proces-verbaal van ambtshandeling AH-10 p.518 en p.520.

36 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] p.166.

37 Proces-verbaal van ambtshandeling AH-04 p.502.

38 Proces-verbaal van verhoor[eigenaar vof] (G-07) p.328-329 en de bijlage bij het verhoor p.334.

39 Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 augustus 2014; Proces-verbaal van verhoor verdachte (V-05-03) p. 234 en (V-05-04) p.239.

40 Proces-verbaal van verhoor verdachte (V-05-04) p.239-240.

41 Proces-verbaal van verhoor [getuige 1] (G-01-01) p. 255-256

42 Proces-verbaal van verhoor [getuige 1] (G-01-01) p. 256

43 Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] (G-08-01) p.338.

44 Proces-verbaal van verhoor van verdachte p.224.

45 Proces-verbaal van ambtshandeling AH-04 p.502, proces-verbaal van verhoor van verdachte V-05-04 p.240.

46 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 augustus 2014, getuige [getuige 3] (G4) p.320.

47 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] p.166.

48 Overzichtsproces-verbaal p.61 en proces-verbaal van ambtshandeling AH-02 p.495.

49 Een schriftelijk bescheid zijnde de factuur D-13-02 p.1206

50 Een schriftelijk bescheid zijnde de factuur D-13-03 p.1208

51 Een schriftelijk bescheid zijnde de factuur D-14-04 p.1271

52 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte], V-01-01, p. 167.

53 Het schriftelijke bescheid inhoudende een commissieovereenkomst tussen [naam BV 1] B.V. en [naam BV 3] B.V., D-13-03-01, p. 1210.

54 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte], V-05-01, p. 224, midden.

55 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte], V-05-01, p. 224, boven het midden.

56 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte], V-05-02, p. 228, bovenaan.

57 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte], V-05-02, p. 228, bovenaan.

58 Het schriftelijke bescheid inhoudende een commissieovereenkomst tussen [naam BV 1] B.V. en [naam BV 3] B.V., D-13-03-01, p. 1210.

59 Het schriftelijke bescheid inhoudende een commissieovereenkomst tussen [naam BV 1] B.V. en [naam BV 3] B.V., D-13-03-01, p. 1210 en het schriftelijke bescheid inhoudende een (kopie)factuur van [naam BV 1] B.V. d.d. 28 mei 2009, D-13-03, p. 1208.

60 Het schriftelijke bescheid inhoudende een commissieovereenkomst tussen [naam BV 1] B.V. en [naam BV 3] B.V., D-13-03-01, p. 1210.

61 Het schriftelijke bescheid inhoudende een (kopie)factuur van [naam BV 1] B.V. d.d. 28 mei 2009, D-13-03, p. 1208 en het schriftelijke bescheid inhoudende een proces-verbaal van ambtshandeling, AH-17, p. 549, onderaan.

62 Het schriftelijke bescheid inhoudende een (kopie)factuur van [naam BV 1] B.V. d.d. 28 mei 2009, D-13-03, p. 1208.

63 Het schriftelijke bescheid inhoudende een proces-verbaal van ambtshandeling, AH-17, p. 550, onder 12B.

64 Het schriftelijke bescheid inhoudende een brief van[betrokkene 1] en [betrokkene 2] van de Belastingdienst Apeldoorn, D-41-01, p. p. 1626, midden.

65 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 augustus 2014.

66 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte], V-05-01, p. 224, midden.

67 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte], V-05-01, p. 224, boven het midden.

68 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte], V-05-02, p. 228, bovenaan.

69 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte], V-05-04, p. 240, midden.

70 Het schriftelijke bescheid inhoudende een (kopie)factuur van [naam BV 1] B.V. d.d. 25 mei 2009, D-13-02, p. 1206 en het schriftelijke bescheid inhoudende een (kopie)factuur van [naam BV 1] B.V. d.d. 12 juni 2009, D-14-04, p. 1271 en het schriftelijke bescheid inhoudende een proces-verbaal van ambtshandeling, AH-18, p. 552.

71 Het schriftelijke bescheid inhoudende een (kopie)factuur van [naam BV 1] B.V. d.d. 25 mei 2009, D-13-02, p. 1206 en het schriftelijke bescheid inhoudende een (kopie)factuur van [naam BV 1] B.V. d.d. 12 juni 2009, D-14-04, p. 1271.

72 Het schriftelijke bescheid inhoudende een proces-verbaal van ambtshandeling, AH-17, p. 550, onder 12B.

73 Het schriftelijke bescheid inhoudende een brief van[betrokkene 1] en [betrokkene 2] van de Belastingdienst Apeldoorn, D-41-01, p. p. 1626, midden.

74 Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [verdachte], p. 231.

75 Proces-verbaal van ambtshandeling AH-04 p.502, proces-verbaal van verhoor van verdachte V-05-04 p.240.

76 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 augustus 2014, getuige [getuige 3] (G4) p.320.

77 Het schriftelijke bescheid inhoudende een uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel D-32 en D32-01 p.1440-1443.

78 Het schriftelijke bescheid inhoudende een uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel d.d. 1 juli 2009, D-30, p. 1423 en Het schriftelijke bescheid inhoudende een uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel d.d. 26 mei 2010, D-30-01, p. 1426.

79 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 augustus 2014 en de schriftelijke bescheiden inhoudende aangiften voor de omzetbelasting over het tweede kwartaal van 2009, D-18, p. 1280 en de maand juli 2009, D-19, p. 1351 en het schriftelijke bescheid inhoudende een ambtsedige verklaring Omzetbelasting van [ambtenaar 3], ambtenaar Belastingdienst/Centrale administratie, met bijlagen, D-37-03, p. 1498, tweede alinea.

80 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] p.166een schriftelijk bescheid te weten een brief van 27 augustus 2009 van de Belastingdienst aan [naam BV 5] B.V., D-19-01 p. 1352; een proces-verbaal van ambtshandeling, AH -03, p.496 4e en 5e alinea.

81 Een proces-verbaal van ambtshandeling, AH -03, p.498 4e en 5e alinea.

82 Het schriftelijke bescheid inhoudende de factuur D-18-01-10 p.1294.

83 Het schriftelijke bescheid inhoudende de factuur D-18-01-26 p.1313.

84 Het schriftelijke bescheid inhoudende de factuur D-18-01-35 p.1338.

85 Het schriftelijke bescheid inhoudende de factuur D-18-36-01 p.1346.

86 Een proces-verbaal van ambtshandeling, AH -03, p.498 en schriftelijke bescheiden D-26-01 en D-26-02 P.1405 en 1406

87 Een proces-verbaal van ambtshandeling, AH -03, p.499 en schriftelijke bescheiden D-33-05 p. 1451 en D-18 p.1280

88 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] p.231.

89 Proces-verbaal van verhoor van verdachte p.185 en verklaring ter terechtzitting van 14 augustus 2014.

90 Overzichtsproces-verbaal p.83; schriftelijke bescheiden, te weten de kwitanties p.1315, p.1320, p.1325, p.1340.

91 Rapportage ‘Vergelijkend onderzoek handtekeningen [verdachte]’ d.d. 24 januari 2014 van het Nederlands Forensisch Instituut.

92 De verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 14 augustus 2014, getuige [getuige 3] (G4) p.320.