Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:6251

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-09-2014
Datum publicatie
09-10-2014
Zaaknummer
264813
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kort geding. Verstekvonnis. Vordering tot voorschot op geleden schade afgewezen. Onder gegeven omstandigheden is het, mede gezien het voorlopige karakter van de kort geding procedure, thans niet doenlijk de schade te begroten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/264813 / KG ZA 14-245

Vonnis in kort geding van 3 september 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KAMAR TRADING B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

eiseres,

advocaat mr. D.J.R.M. Braakenburg te Amsterdam

tegen

de vennootschap naar het recht van de Republiek Bulgarije

FANTY-GT AD,

gevestigd te Vidin, Bulgarije

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna Kamar en Fanty worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Nu Fanty gevestigd is in Bulgarije en de vorderingen dus een internationaal karakter dragen, dient allereerst te worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt om van de vorderingen kennis te nemen. In artikel 8 van de tussen partijen geldende koopovereenkomst zijn partijen overeengekomen dat de rechtbank Arnhem (thans rechtbank Gelderland, locatie Arnhem) bevoegd is om van geschillen die voortkomen uit de koopovereenkomst kennis te nemen. Op grond van artikel 23 lid 1 van de Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Vo) komt de voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland, locatie Arnhem dan ook rechtsmacht toe.

2.2.

Partijen zijn, eveneens in artikel 8 van de tussen partijen geldende koopovereenkomst, overeengekomen dat Nederlands recht van toepassing is.

2.3.

Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend.

2.4.

De door Kamar gevorderde veroordeling van Fanty tot betaling van een voorschot op de door Kamar geleden schade zal worden afgewezen. Met betrekking tot de Vienna 4 is op dit moment onbekend of zij inderdaad aan Kamar zal worden afgegeven. Verder is de staat waarin de Vienna 4 verkeerd niet bekend en is ook nog niet duidelijk wat de Vienna 4 en de Navin 93 zullen opleveren bij verkoop aan een derde. Bij deze stand van zaken en mede gezien het voorlopige karakter van de kort geding procedure is het thans niet doenlijk de te lijden schade te begroten. Kamar zal daarvoor desgewenst een bodemprocedure aanhangig kunnen maken.

2.5.

De gevorderde dwangsom zal worden gemaximeerd tot een bedrag van € 250.000,00.

2.6.

Het gevorderde komt de voorzieningenrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.

2.7.

Fanty zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:

- dagvaarding € 77,52

- griffierecht 3.829,00

- salaris advocaat 527,00

Totaal € 4.433,52

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,

3.2.

veroordeelt Fanty tot afgifte van de duwbak Vienna 4 aan Kamar, in de staat zoals beschreven in “Übergabeprotokoll” van 18 april 2013 geheel compleet met luikenkap, in Russe (Bulgarije), althans waar de duwbak Vienna 4 zich bevindt, binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis;

3.3.

veroordeelt Fanty om aan Kamar een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag dat zij niet aan de in 3.2. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 250.000,00 is bereikt, met dien verstande dat geen verdere dwangsommen worden verbeurd indien de veroordeling ten uitvoer is gelegd door middel van de onder 3.4. genoemde machtiging;

3.4.

machtigt Kamar de duwbak Vienna 4 met alle bij het schip horende scheepsdelen, waaronder de luikenkap, tot zich te nemen ten last van Fanty ongeacht waar de Vienna 4 zich bevindt om daarna over de duwbak als eigenaar te kunnen beschikken;

3.5.

veroordeelt Fanty in de proceskosten, aan de zijde van Kamar tot op heden begroot op € 4.433,52,

3.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2014.

Coll. MBR