Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:5992

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-09-2014
Datum publicatie
22-09-2014
Zaaknummer
2438066 CV EXPL 13-6291
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Hennepkwekerij. Stroom buiten de meter afgenomen. Aansprakelijkheid voor de gevolgen van een onrechtmatige aanpassing aan het elektriciteitsnet op het naburig perceel omdat via de elektriciteitsmeter dat perceel energie werd geleverd. Verzuim om elektriciteitsleverancier te vragen om een eigen meter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

Zaaknummer: 2438066 CV EXPL 13-6291

Grosse aan: Liander

Afschrift aan: partijen

Verzonden d.d.: 3 september 2014

vonnis d.d. 3 september 2014 van de kantonrechter

in de zaak van:

de naamloze vennootschap Liander N.V.,

gevestigd te Arnhem,

eisende partij,

gemachtigde: M.G. de Jong te Arnhem,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats, gemeente],

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. J.M.E.F. Hoofs te Breda.

Partijen worden hierna Liander en [gedaagde] genoemd.

1 Het (verdere) procesverloop

Dit blijkt uit:

- het vonnis in het incident van 8 januari 2014

- de conclusie van antwoord

- het tussenvonnis van 19 februari 2014

- de akte houdende uitleg producties van Liander

- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 24 april 2014

- de akte houdende uitlaten van Liander.

Ten slotte is vonnis bepaald.



2.De feiten

2.1.

[gedaagde] is met ingang van 1 september 2011 eigenaar van een woning met grond, gelegen aan [adres 1 te plaats]. Voorheen vormden deze woning samen met een schuur één - groter - perceel, dat is gesplitst. Ten tijde van de juridische splitsing waren de woning alsmede de schuur aangesloten op één energienetwerk. De elektriciteitsmeter
- eigendom van Liander - bevond zich in de schuur. Het perceel waarop de schuur is gesitueerd heeft na de splitsing als adres [adres 2 te plaats]. [naam] is eigenaar van het perceel waarop de schuur staat. Toen [gedaagde] de woning in eigendom verkreeg bevond zich daarin geen eigen elektriciteitsmeter.

2.2.

[gedaagde] heeft ingaande 28 oktober 2011 een overeenkomst gesloten met Nuon ter zake van levering van elektriciteit.

2.3.

Op 26 juli 2012 heeft de politie samen met een fraudespecialist van Liander een onderzoek ingesteld naar de meetinrichting van het perceel [adres 2 te plaats] (de schuur). Uit onderzoek is gebleken dat in de schuur een hennepkwekerij was ingericht. Tevens is gebleken dat er een elektriciteitsaansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit. Deze - illegale - aansluiting was rechtstreeks aangesloten op het distributienet van Liander.
Liander heeft vervolgens het transport van elektriciteit onderbroken en de elektriciteitsmeter weggehaald.

2.4.

Liander heeft bij brief van 1 augustus 2012 [gedaagde] aansprakelijk gesteld en [gedaagde] gesommeerd tot betaling van een bedrag van € 27.700,02 ter zake van ongeregistreerd verbruik in 2011 en 2012, vermeerderd met kosten. [gedaagde] heeft op
17 september 2012 een bedrag van € 2.000,-- betaald en op 16 oktober 2012 een bedrag van € 4.941,--. Het resterende bedrag van € 20.759,02 heeft [gedaagde] ondanks daartoe strekkende sommaties niet betaald.

3 De vordering en het verweer


3.1. Liander vordert - kort gezegd - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 22.124,15, vermeerderd met rente en kosten.

3.2

Liander heeft aan haar vordering tegen de achtergrond van de feiten het volgende ten grondslag gelegd.
[gedaagde] heeft met Nuon gecontracteerd voor de levering van elektriciteit ten behoeve van zijn woning. Als gevolg hiervan is [gedaagde] ook in een contractuele relatie komen te staan met Liander als netbeheerder ter zake van de aansluiting en het transport van elektriciteit met betrekking tot de onderhavige aansluiting. Liander draagt op grond van deze overeenkomst zorg voor transport van alle elektriciteit naar de woning van [gedaagde]. Op de overeenkomst met Liander zijn van toepassing de Algemene voorwaarden 2006 voor aansluiting en transport voor kleinverbruikers (hierna: de algemene voorwaarden).
[gedaagde] heeft onrechtmatige aanpassingen gedaan, althans er hebben onrechtmatige aanpassingen plaatsgevonden aan de elektrische aansluiting van Liander. Op [gedaagde] rust jegens Liander een zorgplicht om te waarborgen dat de ten behoeve van zijn aansluiting afgenomen elektriciteit wordt afgenomen via de meetinstallatie. Door de onrechtmatige aanpassingen is het mogelijk geworden om elektriciteit aan het netwerk te onttrekken zonder dat dit door de elektriciteitsmeter gemeten kan worden. [gedaagde] is aansprakelijk voor het illegaal aftappen van de stroom en de overige schade die Liander daardoor heeft geleden.
De hennepkwekerij is ingericht geweest in de periode van december 2011 tot 26 juli 2012.
Omdat de elektriciteit aan het netwerk is onttrokken zonder dat deze door de elektriciteitsmeter kon worden gemeten, is Liander op grond van artikel 13.5 van de algemene voorwaarden bevoegd de omvang van de getransporteerde hoeveelheid over het desbetreffende tijdvak in redelijkheid te schatten. Aan de hand van de ter plaatse aangetroffen apparatuur, de mate van vervuiling van deze apparatuur, de algehele staat van de hennepkwekerij en de ouderdom van de aangetroffen hennepplanten heeft Liander berekend dat er minimaal 194293 kWh aan elektriciteit is verbruikt, dat niet door de meter is geregistreerd.
Op grond van de wanbetaling is [gedaagde] wettelijke rente verschuldigd, welke over de periode van 22 februari 2013 tot 23 september 2013 € 365,13 bedraagt.
Door de houding van [gedaagde] was zij gedwongen de vordering ter incasso uit handen te geven. De daarmee gemoeide buitengerechtelijke kosten worden op grond van het rapport Voorwerk II begroot op € 1.000,--. Deze kosten komen op grond van artikel 6: 96 lid 2 sub c BW voor rekening van [gedaagde].

3.3

[gedaagde] heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vordering. De inhoud van het verweer zal hieronder waar nodig aan de orde komen.

4 De beoordeling

4.1.

[gedaagde] heeft als verweer aangevoerd dat hij geen overeenkomst met Liander kan hebben gesloten omdat zijn perceel niet is voorzien van een elektriciteitsmeter. De elektriciteit is nimmer aan hem geleverd. Liander moet haar schade verhalen op [naam] in wiens schuur zich de meter bevindt en aan wie de elektriciteit is geleverd, aldus [gedaagde].

4.2.

Dit verweer wordt verworpen. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij ter zake van de levering van elektriciteit aan zijn woning een overeenkomst heeft gesloten met energieleverancier Nuon. Daarmee ontstaat tevens een contractuele relatie tussen [gedaagde] als afnemer van elektriciteit en de netbeheerder Liander op het moment dat Liander [gedaagde] op verzoek van Nuon registreert. Deze relatie is het gevolg van het feit dat de afnemer een overeenkomst sluit met een leverancier van elektriciteit en ten behoeve van de daaruit volgende aflevering van elektriciteit gebruik moet worden gemaakt van het (exclusieve) netwerk van de netbeheerder. Een en ander volgt uit de Elektriciteitswet 1998 en de daarop gebaseerde Informatiecode Elektriciteit en Gas.

4.3.

Uit hoofde van de met Liander gesloten overeenkomst rust - los van de vraag of op deze overeenkomst de algemene voorwaarden van toepassing zijn - op [gedaagde] de zorgplicht om te waarborgen dat de ten behoeve van zijn perceel afgenomen elektriciteit uitsluitend worden afgenomen via de meetinstallatie. Dit wordt niet anders doordat de meetinstallatie zich niet in de woning van [gedaagde] bevond, maar in de schuur van [naam] en dat [gedaagde] geen controle kon uitoefenen of [naam] (dan wel degene aan wie [naam] de schuur had verhuurd) al of niet een juist gebruik van de elektriciteitsmeter maakte. In het licht van het vorenstaande doet evenmin ter zake dat de door Liander geleverde elektriciteit binnenkomt in de schuur van [naam]. De woning van [gedaagde] is immers aangesloten op één en hetzelfde energienetwerk.


4.4. Vanwege het feit dat er een contractuele relatie is ontstaan tussen [gedaagde] en Liander had het op de weg van [gedaagde] gelegen om Liander, nadat hij eigenaar van de woning was geworden, in kennis te stellen van het feit dat zich in zijn woning geen elektriciteitsmeter bevond. Liander behoefde daar immers niet op bedacht te zijn. [gedaagde] heeft Liander niet geïnformeerd. Had hij dat wel gedaan dan zou Liander in de woning van [gedaagde] alsnog een elektriciteitsmeter hebben geplaatst, met als gevolg dat de levering van elektriciteit aan de schuur van [naam] zou zijn gescheiden van de levering van elektriciteit aan de woning van [gedaagde]. Door Liander niet te informeren over het ontbreken van een elektriciteitsmeter in zijn woning, heeft [gedaagde] een situatie laten voortbestaan waarin het voor hem niet mogelijk was om controle uit te oefenen op het juist gebruik van de elektriciteitsmeter, nu deze zich in de schuur van [naam] bevond, waartoe [gedaagde] geen recht op toegang had. [gedaagde] is daarmee jegens Liander tekort geschoten in zijn zorgplicht. Daar waar [gedaagde] het hem overkomen onheil had kunnen voorkomen door Liander tijdig om een eigen elektriciteitsmeter te vragen is het redelijk dat [gedaagde] in de relatie tot Liander het risico draagt dat [naam] dan wel degene aan wie [naam] de schuur heeft verhuurd het door middel van manipulatie heeft mogelijk gemaakt om elektriciteit af te nemen, zonder dat dit door de elektriciteitsmeter werd geregistreerd. Liander had daar geen zicht op en behoefde dat ook niet te hebben. [gedaagde] is dan ook gehouden om de schade te vergoeden die Liander daardoor heeft geleden.


4.5. Liander heeft voor de wijze waarop zij haar schade heeft begroot een beroep gedaan op de algemene voorwaarden. Tijdens de comparitie heeft [gedaagde] een betoog gevoerd dat door de kantonrechter wordt verstaan als een beroep op vernietiging van de algemene voorwaarden omdat deze door Liander niet voor of bij het sluiten van de overeenkomst ter hand zouden zijn gesteld. De kantonrechter kan de gegrondheid van dit beroep in het midden laten. Daarvoor is het volgende redengevend.

4.6.

De bewijslast ter zake van de omvang van de ten behoeve van de hennepkwekerij afgenomen energie rust op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv in beginsel op Liander. Aan het bewijs van de omvang van de energieafname mag in dit geval, waarin het enige controlemiddel van Liander (in de vorm van de elektriciteitsmeter) buiten werking is gesteld, geen al te zware eisen worden gesteld. Liander kan volstaan met het leveren van bewijs van feiten en / of omstandigheden die de afgenomen hoeveelheid energie voldoende aannemelijk maakt.

4.7.

Liander heeft bij de inleidende dagvaarding als productie 2 een specificatie overgelegd van de apparatuur (naar soort en aantallen) die haar fraudespecialist tijdens de politie inval op 26 juli 2012 in de schuur van [naam] heeft aangetroffen: lampen met voorschakelapparatuur, ventilatoren en afzuiginstallaties. Liander heeft vier kweekruimten aangetroffen waarin voormelde apparatuur zich bevond. In bedoeld overzicht staat per apparaat het elektriciteitsverbruik in Kwh vermeld. Liander heeft in haar akte houdende uitleg producties gesteld dat zij bij het geschatte verbruik gebruik heeft gemaakt van een rapportage van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (“rapport BOOM”), waarin standaardberekeningen en normen zijn vastgesteld waarmee onder meer het verbruik van de apparatuur in een volledige kweekperiode kan worden vastgesteld alsmede van de ervaringsgegevens van haar fraudespecialisten. Liander heeft ter toelichting opgemerkt dat tijdens de groeifase van de stekjes (8 dagen) en de bloeifase van de plantjes (63 dagen) rekening wordt gehouden met lampen die respectievelijk 18 uur en 12 uur per dag branden alsmede dat ventilatoren en filter- en afzuiginstallaties steeds 24 uur per dag in werking zijn. In het overzicht staan per kweekruimte het aantal uren vermeld dat de apparatuur in de stadia “Groei” en “Bloei” in gebruik moet zijn geweest om uiteindelijk tot een oogst te komen. Liander stelt dat uit de ouderdom van de aangetroffen planten en /of plantresten, de mate van vervuiling van de plantage, de apparatuur en eventuele kweekresten kan worden afgeleid hoe lang de kwekerij in werking is geweest. Liander is aan de hand daarvan tot de conclusie gekomen dat er drie eerdere oogsten zijn geweest.

4.8.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Liander met het voorgaande voldoende inzicht gegeven in de bij haar schatting van de omvang van de elektriciteitsafname gehanteerde uitgangspunten. [gedaagde] heeft een en ander niet dan wel volstrekt onvoldoende gemotiveerd betwist. De berekening van Liander komt niet onredelijk voor en de kantonrechter zal Liander daarin dan ook volgen. Dat de exacte hoeveelheid afgenomen elektriciteit niet kan worden vastgesteld komt in de relatie tot Liander voor rekening en risico van [gedaagde]. In deze wordt - met Liander - ervan uitgegaan dat 194293 kWh aan elektriciteit is verbruikt, dat niet door de meter is geregistreerd.

4.9.

[gedaagde] heeft als zodanig geen verweer gevoerd tegen de door Liander in haar als productie 4 overlegde brief van 1 augustus 2012 gegeven specificatie van haar schade ad in totaal € 27.700,02. [gedaagde] zal dan ook worden veroordeeld om de pro resto verschuldigde hoofdsom van € 20.759,02 aan Liander te betalen. Tegen de door Liander gestelde hoogte van de tot 23 september 2013 verschuldigde rente ad € 365,13 is geen verweer gevoerd, zodat de kantonrechter van dit bedrag zal uitgaan.

4.10.

Liander heeft voldoende onderbouwd dat zij buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt. De hoogte van de vergoeding waarop Liander in deze aanspraak kan maken kan niet worden bepaald aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. In deze is sprake van een vordering tot schadevergoeding. Op grond van artikel 1 van voormeld besluit valt een dergelijke vordering buiten het bereik van dat besluit. De buitengerechtelijke kosten zullen aan de hand van rapport Voorwerk II worden begroot. Dit komt in beginsel neer op een bedrag van € 1.000,--. Daar waar in de verschuldigde hoofdsom, zo blijkt uit voormelde brief van 1 augustus 2012, een bedrag aan administratiekosten is begrepen van € 434,60 is het niet redelijk om de buitengerechtelijke kosten te begroten op € 1.000,--. Dat zou in wezen gedeeltelijk “dubbelop” zijn. Om die reden worden de voor toewijzing vatbare buitengerechtelijke kosten begroot op € 565,40.

4.11.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding, welke kosten worden begroot op:
- dagvaarding € 78,34
- griffierecht € 896,00

- salaris gemachtigde € 800,00 (2 punten x tarief € 400,00)
Totaal € 1.774,34

5 Beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Liander tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 21.124,15, vermeerderd met de wettelijke rente over voormeld bedrag met ingang van 8 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan Liander te betalen ter zake van buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 565,40,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Liander begroot op € 1.774,34

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.J. Heessels, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 september 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

Th/MH