Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2014:5965

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-09-2014
Datum publicatie
19-09-2014
Zaaknummer
05/800146-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 24-jarige man uit Apeldoorn is veroordeeld voor meerdere mishandelingen en twee pogingen tot zware mishandeling tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

De man heeft op 25 oktober 2013 de keel van zijn vriendin dichtgedrukt en haar meerdere keren met de stang van een stofzuiger geslagen. Ook in de periode daarvoor heeft de man zijn vriendin meerdere keren mishandeld. De man heeft haar in januari 2013 ook met zijn auto aangereden.

De ten laste gelegde bedreiging acht de rechtbank niet bewezen, omdat uit het dossier niet kan worden afgeleid dat Apeldoorn de pleegplaats van het delict is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]05/800146-14

Uitspraak d.d.: 19 september 2014

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in PI [adres 1].

Raadsman: mr. C.F. Roza, advocaat te Zwolle.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
5 september 2014.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging ter terechtzitting is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 25 oktober 2013 te Apeldoorn ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] zwaar lichamelijk

letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen met beide handen de keel van

die[slachtoffer] heeft vastgepakt en vervolgens de keel van die[slachtoffer] heeft

dichtgeknepen en dichtgeknepen heeft gehouden en/of meermalen, althans eenmaal

met kracht met een stofzuigerslang op het lichaam van die[slachtoffer] (arm(en),

be(e)n(en) en/of rug) heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 25 oktober 2013 te Apeldoorn opzettelijk mishandelend zijn

levensgezel, althans een persoon, te weten [slachtoffer], bij de keel heeft

gepakt en/of met kracht die keel heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen

gehouden en/of meermalen, althans eenmaal met kracht met een stofzuigerslang

op het lichaam van die[slachtoffer] (arm(en), be(e)n(en) en/of rug) heeft geslagen,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 304 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 3 januari 2014 tot en met 4 januari 2014 te

Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met de door hem

bestuurde personenauto tegen die[slachtoffer] is aangereden, terwijl de uitvoering

van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 3 januari 2014 tot en met 4 januari 2014 te

Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan

zijn levensgezel [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet met de door hem bestuurde personenauto tegen die

[slachtoffer] is aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet

is voltooid;

art 304 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 3 januari 2014 tot en met 4 januari 2014 te

Apeldoorn opzettelijk mishandelend met de door hem bestuurde personenauto

tegen zijn levensgezel [slachtoffer] is aangereden, waardoor die[slachtoffer] letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 304 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij meermalen, althans eenmaal in of omstreeks de periode van 4 november 2011

tot en met 24 oktober 2013 te Apeldoorn, althans in Nederland (telkens) ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel

[slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

de keel van die[slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen heeft gehouden

en/of het hoofd van die[slachtoffer] tegen een muur heeft aangegooid en/of het

hoofd van die[slachtoffer] door een ruit heeft geslagen en/of[slachtoffer] met haar

hoofd tegen het interieur, althans tegen onderdelen van een auto heeft

aangeduwd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 304 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij meermalen, althans eenmaal in of omstreeks de periode van 4 november 2011

tot en met 24 oktober 2013 te Apeldoorn, althans in Nederland opzettelijk

mishandelend de keel van zijn levensgezel [slachtoffer] heeft dichtgeknepen

en/of dichtgeknepen heeft gehouden en/of het hoofd van die[slachtoffer] tegen een

muur heeft aangegooid en/of het hoofd van die[slachtoffer] door een ruit heeft

geslagen en/of die[slachtoffer] met haard hoofd tegen het interieur van, althans

onderdelen van een auto heeft geduwd en/of krachtig bij haar armen heeft

gepakt en/of heeft geslagen en/of geschopt op haar arm(en) en/of be(e)n(en)

en/of rug en/of in haar gezicht en/of op haar hoofd, althans op haar lichaam,

waardoor die[slachtoffer] telkens letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 304 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 27 januari 2014, althans in de maand januari 2014

te Apeldoorn [slachtoffer] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers

heeft verdachte opzettelijk voornoemde[slachtoffer] dreigend per sms- en/of app-

en/of chatbericht de woorden toegevoegd :"Er kan bloed vallen. Ik ga pistool

pakken en er mee rond lopen", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Op 29 januari 2014 kreeg de politie het verzoek te bellen met een persoon die was bedreigd door een ex-vriend. Verbalisant kreeg toen[slachtoffer] aan de lijn die verklaarde dat ze was mishandeld door haar ex-vriend en door hem was aangereden en bedreigd. Op 30 januari 2014 heeft zij aangifte gedaan.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 1 primair, feit 3 subsidiair en feit 4. Voor feit 2 heeft zij vrijspraak gevorderd gelet op de verklaring van aangeefster bij de rechter-commissaris, waarbij aangeefster deels is teruggekomen op haar eerdere verklaringen. Ten aanzien van feit 3 primair heeft de officier van justitie eveneens vrijspraak gevorderd. Zij acht onvoldoende bewijs aanwezig voor het duwen door de ruit en meent dat het dossier onvoldoende aanwijzingen biedt voor poging tot zware mishandeling.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak voor alle feiten bepleit, nu volgens verdachte sprake is geweest van een complot.

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman betoogd dat er tegenstrijdigheden zijn in de door aangeefster en diverse getuigen afgelegde verklaringen. Dit leidt ertoe dat volgens hem in redelijkheid niet tot een bewezenverklaring kan worden gekomen.

Met betrekking tot feit 2 heeft de raadsman betoogd dat de getuigenverklaringen teveel mogelijkheden open laten. Zo is niet duidelijk hoe hard verdachte heeft gereden, wat de afstand was tussen de auto en aangeefster en of hij had kunnen uitwijken. Niet kan worden uitgesloten dat zij plotseling voor de auto is gesprongen.

Voor feit 3 is er naar de mening van de raadsman onvoldoende bewijs dat de aangifte ondersteunt.

Wat betreft feit 4 heeft de raadsman betoogd dat aangeefster mogelijk de bedreigende berichten aan zichzelf heeft gestuurd, nu de telefoon van verdachte vaak bij haar thuis lag en zij alle wachtwoorden kende.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Aangeefster heeft verklaard dat zij op 25 oktober 2013 met haar vriendin [vriendin slachtoffer] haar woning aan de [adres 2] binnenkwam. Toen [vriendin slachtoffer] later vertrok, kreeg ze ruzie met verdachte. Ze zag en hoorde dat hij agressief werd. Ze voelde vervolgens dat hij met beide handen haar keel dichtkneep. Hij liet even los en kneep daarna weer haar keel dicht. Haar keel werd blauw en rood. Er waren bloeduitstortingen zichtbaar omdat zijn nagels in haar keel zaten. Aangeefster kreeg vervolgens een klap met zijn vlakke hand en raakte buiten bewustzijn. Ze lag op de grond en kwam later pas bij. Ze zag dat verdachte dreigend met een stofzuigerstang tegenover haar stond. Ze voelde meerdere klappen door de stang en voelde haar hele lichaam branden. Aangeefster zag dat verdachte uithaalde van achteren en op haar lichaam sloeg. Dat deed pijn. Hij heeft haar zo vaak geslagen dat ze niet meer weet hoe vaak. Ze heeft geprobeerd met haar handen een paar slagen af te weren. Door het letsel kon ze niet meer normaal lopen en/of zitten.2

Op foto’s waarvan aangeefster heeft verklaard dat die enkele uren na de mishandeling zijn gemaakt, is te zien dat aangeefster blauwe plekken heeft op haar rug, armen en benen3.

Getuige [vriendin slachtoffer] heeft verklaard dat [slachtoffer] een dag nadat zij was mishandeld, te weten op 26 oktober 2013, bij haar kwam. In de auto vertelde [slachtoffer] wat er was gebeurd. [vriendin slachtoffer] kon zien dat [slachtoffer] moeilijk en wankelig liep en dat zij alles op haar gezicht had gecamoufleerd. Ze zag allemaal blauwe plekken door de make-up heen en ze zag op haar keel rode en blauwe plekken. [slachtoffer] vertelde haar dat verdachte en zij de avond ervoor ruzie hadden gekregen en dat verdachte haar naar de keel was gevlogen. Hij had vervolgens een stang van de stofzuiger gepakt en haar daarmee bewusteloos geslagen. In de auto heeft [slachtoffer] haar een stukje van haar benen, armen en rug laten zien. [vriendin slachtoffer] zag dat [slachtoffer] onder de blauwe plekken zat.4Ze heeft met haar mobiele telefoon foto’s van de verwondingen van [slachtoffer] gemaakt.

De rechtbank overweegt dat zij de verklaring van aangeefster geloofwaardig acht nu de foto’s en de verklaring van getuige [vriendin slachtoffer] haar verklaring ondersteunen. [vriendin slachtoffer] heeft verklaard over blauwe en rode plekken op de keel van aangeefster. De rechtbank acht dit steunbewijs voor aangeefsters verklaring dat verdachte haar keel dicht heeft geknepen. [vriendin slachtoffer] heeft verder verklaard over blauwe plekken op de armen, benen en rug van aangeefster. Deze bloeduitstortingen zijn op de foto’s te zien die [vriendin slachtoffer] op 26 oktober 2013 heeft gemaakt van aangeefster.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij nooit blauwe plekken bij aangeefster heeft gezien en dat hij aangeefster niet op de foto’s herkent, acht de rechtbank niet geloofwaardig. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verdachte ter terechtzitting ook heeft verklaard dat aangeefster hem foto’s heeft gestuurd en dat zij daarbij heeft aangegeven dat ze met die foto’s naar de politie zou gaan als hij bij haar weg zou gaan. De rechtbank stelt vast dat op de telefoon van verdachte onder meer is aangetroffen de foto waarop blauwe plekken te zien zijn op de arm en rug van aangeefster. Ten aanzien van deze foto heeft verbalisant [verbalisant] verklaard dat hij de persoon heeft herkend als zijnde aangeefster. Hij herkent haar aan haar neus, mond en haar (zie p. 213).

De bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien acht de rechtbank het primair tenlastegelegde bewezen. Gelet op de blauwe plekken en de verklaring van aangeefster is het slaan met de stofzuigerstang naar het oordeel van de rechtbank met kracht gebeurd. Door met een hard voorwerp als een stofzuigerstang gericht en met veel kracht in te slaan op een lichaam dat op de grond ligt, waardoor het alle krachten opvangt die op het lichaam worden uitgeoefend, is de kans dat daardoor zwaar lichamelijk letsel in de vorm van complexe breuken en schade aan de organen ontstaat naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te noemen. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit gegeven bij een ieder, en dus ook bij verdachte, als bekend worden verondersteld. Door ondanks die wetenschap toch op dusdanige wijze met een dergelijk hard voorwerp op aangeefster in te slaan heeft verdachte het aanmerkelijke risico dat zwaar lichamelijk letsel het gevolg van zijn handelen kon zijn bewust aanvaard. Verdachte heeft dan ook ten minste voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel gehad. De rechtbank acht daarom de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling bewezen.

Feit 2

Aangeefster heeft verklaard dat verdachte in de nacht van 3 op 4 januari 20145 op haar is ingereden. Bij de Pelikaan, de plek waar zij en verdachte vroeger afspraken, zag ze een Toyota Aygo. Ze vermoedde dat verdachte hierin zat. Ze is naar de auto gelopen. Toen verdachte bemerkte dat ze er was, kroop hij op de bestuurdersstoel en startte de auto. Hij gaf vol gas en reed haar hierbij omver.6 De afstand tussen haar en de auto was ongeveer de lengte van de verhoorkamer, volgens verbalisanten ongeveer vier meter. Volgens aangeefster had verdachte naar links en naar rechts kunnen uitwijken als hij dat had gewild.7

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat [slachtoffer] haar (en [vriendin slachtoffer]) begin januari 2014 in de nacht van vrijdag op zaterdag heeft opgehaald, omdat ze de auto van verdachte bij de benzinepomp in Orden had zien staan en ze dacht dat verdachte vreemd ging. Ze zijn naar de Pelikaan gereden, een sportschool vlakbij het Orderbos. [slachtoffer] parkeerde haar auto uit het zicht en ze stapten alle drie uit. [getuige 1] is naar een grijze auto die in een hoekje op de parkeerplaats stond gelopen. Ze zag verdachte met een meisje op de achterbank zitten, klopte aan en vroeg wat hij deed met dat meisje terwijl [slachtoffer] zijn vriendin was. Verdachte is achter het stuur gaan zitten. [slachtoffer] kwam aanrennen. Verdachte startte de auto en deed de koplampen van de auto aan. [getuige 1] zag dat [slachtoffer] ongeveer drie meter voor de auto ging staan en ze hoorde dat [slachtoffer] zei dat hij moest stoppen. [slachtoffer] stond in het volle licht van de auto. Verdachte trok op met de auto en reed recht op [slachtoffer] af. Hij raakte haar met de voorzijde van de auto. Ze zag dat [slachtoffer] bij haar benen werd geraakt.8 Volgens [getuige 1] had verdachte ruimte genoeg om links of rechts om [slachtoffer] heen te rijden9.

Getuige [vriendin slachtoffer] heeft verklaard dat ze in de nacht van vrijdag op zaterdag begin januari 2014 met [getuige 1] in de stad is geweest. [slachtoffer] heeft hun opgehaald waarna ze naar Orden zijn gereden naar sportschool de Pelikaan. Daar troffen ze een grijze Citroën aan in de hoek van de parkeerplaats. Ze zijn uitgestapt en [getuige 1] is naar de grijze auto gelopen. Verdachte kwam uit de auto en schreeuwde iets tegen [getuige 1]. [slachtoffer] liep naar de grijze auto die met de voorzijde naar de struiken geparkeerd stond. Verdachte zat inmiddels achter het stuur en startte de auto. Hij reed achteruit en vervolgens vooruit om weg te rijden. Toen hij vooruit wilde rijden, stond [slachtoffer] voor de auto. [vriendin slachtoffer] zag dat verdachte gewoon doorreed en met de voorzijde haar benen raakte.10 De afstand tussen de auto en [slachtoffer] was ongeveer 5 meter. Verdachte had aan beide kanten ruimte genoeg om langs [slachtoffer] heen te rijden.11

Getuige [getuige 2], die op dat moment bij verdachte in de auto zat, heeft verklaard dat de vrouw met de rechter voorkant van de auto is geraakt12.

Verdachte heeft verklaard dat hij woont in [adres 3]13. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij bij [getuige 2] in de auto is gestapt en ze de auto vervolgens op de parkeerplaats bij de sportschool hebben geparkeerd. Ze zaten achterin toen een meisje bij de auto kwam kijken. Ze vroeg wat hij deed met een meisje terwijl hij [slachtoffer] had. Volgens verdachte is hij uitgestapt, is hij achter het stuur gaan zitten en is hij weggereden. Hij is eerst achteruit gereden. [slachtoffer] stond aan de rechterkant voor de auto.14 Verdachte ontkent dat hij aangeefster heeft geraakt met de auto.

De rechtbank leidt uit de verklaringen van aangeefster, voornoemde getuigen en verdachte af dat zich een incident heeft voorgedaan op de parkeerplaats van sportschool de Pelikaan, gevestigd in de wijk Orden in Apeldoorn. Daarbij is verdachte achter het stuur gaan zitten in de auto van [getuige 2] en ingereden op aangeefster. Niet alleen uit de verklaringen van aangeefster en haar vriendinnen, maar ook uit de verklaring van verdachtes vriendin [getuige 2] komt naar voren dat verdachte aangeefster daarbij met de auto heeft geraakt. Op grond van de verklaringen van [vriendin slachtoffer] en [getuige 1], die beiden hebben verklaard dat verdachte voldoende ruimte had om uit te wijken, acht de rechtbank bewezen dat verdachte aangeefster opzettelijk heeft aangereden.

De rechtbank vindt in het dossier onvoldoende aanwijzingen die wijzen op een poging tot doodslag. Zo staat niet vast hoe hard verdachte heeft gereden en is geen beschrijving van het letsel van aangeefster in het dossier aangetroffen. Gelet hierop zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het primair tenlastegelegde. Wel acht de rechtbank poging tot zware mishandeling, dat subsidiair is ten laste gelegd, bewezen. Door met de auto op aangeefster in te rijden, terwijl hij haar heeft zien staan voor de auto, heeft hij gevaarlijk rijgedrag vertoond en de auto gebruikt als wapen. Dit is minst genomen aan te merken als een poging tot zware mishandeling. Verdachte is daarbij opzettelijk op haar ingereden en heeft naar het oordeel van de rechtbank dan ook opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel gehad.

Feit 3

Aangeefster heeft verklaard dat zij vanaf 4 november 2011 een relatie heeft met verdachte. Volgens aangeefster is ze in september mishandeld omdat verdachte dacht dat ze vreemd ging. Verdachte heeft toen haar keel dichtgeknepen en haar met haar hoofd tegen een muur aan gegooid. Ze had toen ontzettende hoofdpijn.15

Volgens aangeefster is ze ook een keer in de auto mishandeld16.

Op zondag 9 september 2012 zijn verbalisanten naar aanleiding van een melding van mishandeling van aangeefster naar het adres[adres 4] gegaan, waar aangeefster zich met een vriendin zou bevinden. Daar aangekomen hebben verbalisanten gesproken met aangeefster. Zij heeft hen verteld dat zij 8 september met verdachte in de auto zat, vlakbij zijn woning, en dat hij ineens kwaad werd en haar begon te slaan. Zij kreeg behoorlijke slagen op haar hoofd. Verbalisanten constateren vervolgens bij aangeefster een blauwe oorschelp, een wond op haar hals, een schram achter haar oor en een verkleuring boven haar oog. Zij was erg bang voor de gevolgen van een aangifte, maar haar is wel het advies gegeven nog dezelfde avond naar de huisarts te gaan.17

Uit stukken van de huisarts komt naar voren dat aangeefster op 9 september 2012 door een arts is gezien. Geconstateerd is dat haar rechter oorschelp een bloeduitstorting vertoonde, dat sprake was van een zwelling van het kaakgewricht rechts, haematomen rondom/bij beide ogen en een door krabben opengehaalde huid. Verder had aangeefster last van hoofdpijn, duizeligheid en concentratieproblemen.18

Verbalisant [getuige 3] heeft gerelateerd dat hij op 10 september 2012 naar de [adres 3] werd gestuurd omdat in een auto een meisje in elkaar zou zijn geslagen. Ter plaatse trof hij een auto met twee inzittenden aan. Het meisje huilde en vertelde dat ze zojuist in elkaar was geslagen door de jongen die bij haar in de auto zat. Die jongen betrof verdachte. Ze vertelde dat ze zojuist uit het ziekenhuis kwam waar ze een letselbeschrijving had laten maken. Het meisje zei verder dat de pijn op dezelfde plaatsen zat als waar hij haar de vorige dag had mishandeld.19

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat zij heeft gezien dat verdachte [slachtoffer] in de auto een keer stevig vasthield bij haar armen terwijl zij de auto bestuurde. Toen ze de auto tot stilstand had gebracht, drukte hij haar hardhandig tegen het raam. Een paar weken later hebben verdachte en [slachtoffer] film gekeken bij [getuige 4]. Verdachte probeerde [slachtoffer] telkens te kleineren. Toen ze

weggingen hoorde [getuige 4] [slachtoffer] iets roepen en hoorde ze verdachte schreeuwen. De volgende dag droeg [slachtoffer] een sjaaltje terwijl het warm weer was. Ook had ze veel make-up op. Door de make-up heen zag [getuige 4] een blauwe bloeduitstorting op een van haar wangen Ze zag ook dat een van haar oren dik en blauw was en dat achter het oor blauw was. Op het bovenste deel van haar oor zat een dikke bobbel die ook blauw was. Toen [slachtoffer] haar sjaal wegtrok zag [getuige 4] twee grote blauwe plekken aan de voorzijde in haar hals. In de auto zag ze dat allerlei dingen kapot waren die de dag daarvoor niet kapot waren geweest. Een deel van de handel van de ruitenwisser hing los, er zaten deuken in de binnenkant van het portier aan de bestuurderszijde en de binnenspiegel stond helemaal schuin. [slachtoffer] vertelde dat verdachte haar tegen haar hoofd had geslagen en dat de blauwe plekken in haar gezicht door hem kwamen.20

[getuige 4] heeft verder verklaard dat ze ongeveer anderhalf jaar geleden met [slachtoffer] naar Jazz in the Woods is gegaan. Daarna zijn ze naar Camelot gegaan. Daar kwamen ze verdachte tegen. Hij was heel boos. [slachtoffer] was op een gegeven moment weg. Verdachte vertelde door de telefoon dat hij [slachtoffer] helemaal verrot had geslagen. Toen verdachte [getuige 4] naar huis bracht, vertelde hij in de auto dat hij [slachtoffer] verrot had geslagen. De volgende dag zag [getuige 4] dat [slachtoffer] bont en blauw was geslagen. Ze zag dat er bloeduitstortingen en blauwe plekken op haar armen zaten en dat het onder een van haar ogen blauw was.21

Evenals de officier van justitie acht de rechtbank de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling niet bewezen. Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten voor het standpunt dat op enig moment zoveel kracht is uitgeoefend dat daardoor een aanmerkelijke kans op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel is ontstaan. Gelet op voormelde bewijsmiddelen acht de rechtbank eenvoudige mishandeling (meermalen gepleegd) wel bewezen.

Feit 4

De rechtbank zou op basis van de zich in het dossier bevindende stukken dit feit zonder meer bewezen hebben geacht. Hetgeen verdachte hieromtrent heeft verklaard, beschouwt zij als volstrekt leugenachtig. Dit feit kan evenwel niet worden bewezen nu uit de in het dossier aanwezige stukken niet kan worden afgeleid dat Apeldoorn de pleegplaats van het delict is. Weliswaar staat vast dat verdachte en aangeefster zich ten tijde van het versturen dan wel ontvangen van het What’s App-bericht” in Nederland bevonden, maar de toevoeging “althans in Nederland” is niet ten laste gelegd. Verdachte dient daarom van dit feit te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 25 oktober 2013 te Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen met beide handen de keel van die[slachtoffer] heeft vastgepakt en vervolgens de keel van die[slachtoffer] heeft dichtgeknepen en dichtgeknepen heeft gehouden en meermalen met kracht met een stofzuigerstang op het lichaam van die[slachtoffer] (arm(en), be(e)n(en) en rug) heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in de periode van 3 januari 2014 tot en met 4 januari 2014 te Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn levensgezel [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met de door hem bestuurde personenauto tegen die[slachtoffer] is aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij meermalen, in de periode van 4 november 2011 tot en met 24 oktober 2013 te Apeldoorn, althans in Nederland opzettelijk mishandelend de keel van zijn levensgezel [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen heeft gehouden en/of het hoofd van die[slachtoffer] tegen een muur heeft aangegooid en/of die[slachtoffer] met haard hoofd tegen het interieur van, althans

onderdelen van een auto heeft geduwd en/of krachtig bij haar armen heeft gepakt en/of heeft geslagen op haar arm(en) en/of in haar gezicht en/of op haar hoofd, althans op haar lichaam, waardoor die[slachtoffer] telkens letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

De rechtbank heeft in feit 1 “stofzuigerslang” opgevat als een kennelijke verschrijving nu in de aangifte wordt gesproken over een stang, in het dossier foto’s zijn opgenomen van een stofzuigerstang en verdachte ook is bevraagd over het slaan met de stang. Daar komt bij dat het evident is dat bij het slaan met een stofzuigerslang geen zwaar lichamelijk letsel valt te verwachten.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1 primair: poging tot zware mishandeling;

Feit 2 subsidiair: poging tot zware mishandeling;

Feit 3 subsidiair: mishandeling, terwijl het feit begaan wordt tegen zijn levensgezel, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Over de persoon van verdachte is op 16 juni 2014 een Pro Justitia Rapport uitgebracht, opgemaakt door [psycholoog], psycholoog. Uit dit rapport komt naar voren dat geen advies kan worden gegeven over de toerekeningsvatbaarheid omdat het niet mogelijk was de gemoedstoestand van verdachte te onderzoeken.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden dat verdachte zich zal melden bij de reclassering zo frequent en zolang als de reclassering dat nodig acht en dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering ook als dat inhoudt een behandeling voor zijn agressieproblematiek dan wel het zich onthouden van middelen.

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd. Wel heeft hij verzocht om opheffing dan wel schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis. Hij verwacht niet dat een eventuele veroordeling tot een langere gevangenisstraf zal leiden dan de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan mishandeling en poging tot zware mishandeling van zijn toenmalige vriendin. Hij heeft haar mishandeld door onder meer haar keel dicht te drukken en haar te slaan met een stofzuigerstang terwijl zij in haar woning waren. Daarnaast is verdachte met een auto op haar ingereden, waarbij zij is geraakt. Verdachte heeft zich verder meerdere keren schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn vriendin. Huiselijk geweld is een ernstige vorm van geweld, waardoor het veiligheidsgevoel van het slachtoffer in de huiselijke omgeving, een omgeving waar iemand zich juist veilig zou moeten voelen, wordt aangetast.

Voor wat betreft de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte heeft de rechtbank onder meer gelet op voormeld Pro Justitia rapport. Daaruit komt naar voren dat verdachte functioneert op een zeer laag c.q. zwakzinnig niveau. Het grote gebrek aan in- en overzicht in relaties, het gebrek aan empathie en het gebrekkige vermogen tot reflectie hebben hun kern niet in een verstoorde persoonlijkheidsontwikkeling maar in de cognitieve zwakte. Gelet op de stellige ontkenning is een prognose over het recidivegevaar niet mogelijk en wordt geen gedragskundig advies gegeven.

De rechtbank heeft verder gelet op het reclasseringsadvies van 5 juni 2014. Volgens de reclassering zijn er geen aanknopingspunten voor een reclasseringstoezicht. Verdachte ontkent het tenlastegelegde, heeft geen hulpvragen en ontkent enige vorm van agressieproblematiek.

De reclassering heeft per e-mail van 4 september 2014 voormeld reclasseringsadvies aangevuld. In geval van een veroordeling ondersteunen zij het opleggen van een reclasseringstoezicht, met als aanvullende aanwijzing dat verdachte dient mee te werken aan een ambulante behandeling in verband met zijn agressieproblematiek, indien dit lopende het toezicht geïndiceerd blijkt. Verder wordt geadviseerd een middelenverbod (drugs) op te leggen, voor zolang de reclassering dat nodig acht, en de casuïstiek onder de aandacht van het lokale Veiligheidshuis te brengen.

De rechtbank heeft ook in aanmerking genomen dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van een geweldmisdrijf. Deze veroordeling heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw geweldsdelicten te plegen.

Alles in aanmerking nemend acht de rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk passend en geboden. Gelet op de ernst van de feiten, het betreffen immers allemaal huiselijk geweldsdelicten, ziet de rechtbank aanleiding een proeftijd van drie jaren op te leggen. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke straf te verbinden nu zij gelet op het reclasseringsrapport van 5 juni 2014 en de proceshouding van verdachte niet de overtuiging heeft gekregen dat verdachte daaraan zijn medewerking zal verlenen. De aanvulling van de reclassering die per e-mail is ontvangen leidt niet tot een ander standpunt nu de e-mail zeer summier is, niet weergeeft op grond waarvan de reclassering tot een ander advies is gekomen en verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij na juni 2014 geen contact meer heeft gehad met de reclassering en zelf vindt dat hij geen problemen heeft of hulp behoeft.

Gelet op het voorgaande wijst de rechtbank het verzoek van de raadsman om opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis dan wel schorsing van dat bevel af.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 2.501,32 te vermeerderen met de wettelijke rente gevoegd in het strafproces ten aanzien van de ten laste gelegde feiten.

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot toewijzing van een bedrag van € 40,82 voor de eigen bijdrage ziekenhuisbezoek en een bedrag van € 1.500,- voor immateriële schade.

De raadsman heeft verzocht de vordering af te wijzen.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 subsidiair bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden. De rechtbank zal toewijzen een bedrag van
€ 790,82 vermeerderd met de wettelijke rente, waarvan € 750,- voor immateriële schade en
€ 40,82 voor de eigen bijdrage ziekenhuisbezoek. Verdachte is hiervoor naar burgerlijk recht aansprakelijk. Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in haar vordering nu de schade onvoldoende is onderbouwd.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36f, 45, 57, 300, 302, 304 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 2 primair, 3 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan;

  • -

    verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:


    Feit 1 primair: poging tot zware mishandeling;

    Feit 2 subsidiair: poging tot zware mishandeling;

    Feit 3 subsidiair: mishandeling, terwijl het feit begaan wordt tegen zijn levensgezel, meermalen gepleegd;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

  • -

    bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 3 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

  • -

    beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    wijst af het verzoek om opheffing dan wel schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis;

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 750,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2014, en een bedrag van € 40,82 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2014 met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 750,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2014 en een bedrag van € 40,82 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2014, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 15 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door mrs. Janssen, voorzitter, Ouweneel en Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 september 2014.

Mr. Janssen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL062B-2014014257-16, Politie Regio Noord- en Oost Gelderland, district Apeldoorn, gesloten en ondertekend op 2 april 2014.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p.106-107

3 Foto’s gevoegd als bijlage bij het proces-verbaal van verhoor van aangeefster, p.112, 115

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige [vriendin slachtoffer], p.167

5 Proces-verbaal van bevindingen, p.210

6 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer], p.107

7 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer], p.127-128

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], p.160

9 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], p.162

10 Proces-verbaal van verhoor van getuige [vriendin slachtoffer], p.168

11 Proces-verbaal van verhoor van getuige [vriendin slachtoffer], p.170

12 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], p.196-197

13 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], p.48

14 Proces-verbaal van de terechtzitting van 5 september 2014, voor zover inhoudend de verklaring van verdachte [verdachte]

15 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p.106-107

16 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p.108

17 Stamproces-verbaal, p. 22 en p. 23

18 Bijlage bij geneeskundige verklaring, p.230

19 Proces-verbaal van bevindingen, p.211

20 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4], p.140-141

21 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4], p.142